Miele ET645HF17E Handleiding

Miele Fornuis ET645HF17E

Bekijk gratis de handleiding van Miele ET645HF17E (72 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 59 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Miele ET645HF17E of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/72
Gebruiks- en montagehandleiding
Elektrische kookplaten
Lees de gebruiks- en montagehandleiding voordat u uw toestelbeslist
plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u
voorkomt schade aan uw toestel.
nl-BEM.-Nr. 11 017 010

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Fornuis
Model: ET645HF17E

Handleiding Miele ET645HF17E – volledige tekst

Inhoud2Opmerkingen omtrent uw veiligheid. 4Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 13Overzicht. 14Kookplaat. 14KM6520FR,KM6520FL. 14KM6522FR. 15KM6527FR. 16Bedieningselementen en display. 17Kookzones. 19Het toestel voor het eerst in gebruik nemen. 20Kookplaat voor de eerste keer reinigen. 20Kookplaat voor de eerste keer in gebruik nemen. 20Werking van de kookzones. 21De juiste pannen. 22Tips om energie te besparen. 23Vermogensstand. 24Bediening. 25Bedieningsprincipe. 25Kookplaat inschakelen. 26Vermogensstand instellen. 26Vermogensstand wijzigen. 26Kookzone/kookplaat uitschakelen. 26Restwarmte-indicator. 27Vermogensstand instellen - uitgebreid instelbereik. 27Kookzonevergroting. 28Aankookautomaat. 29Timer. 30Kookwekker. 30Kookzone automatisch uitschakelen. 31Timerfuncties tegelijk gebruiken. 32Extra functies. 33Stop&Go. 33Recall. 33Demo-stand.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid4Deze kookplaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Onjuist gebruik echter kan persoonlijk letsel of beschadiging vanhet toestel tot gevolg hebben.Lees de gebruiks- en montagehandleiding daarom aandachtigdoor, voordat u het toestel in gebruik neemt. In de handleidingvindt u belangrijke instructies met betrekking tot inbouw, veilig-heid, gebruik en onderhoud.Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die isontstaan doordat de veiligheidsinstructies en waarschuwingen nietin acht zijn genomen.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef deze dooraan een eventuele volgende eigenaar.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid5Verantwoord gebruik Deze kookplaat is bedoeld voor gebruik in het huishouden en ingelijkaardige omgevingen. Deze kookplaat mag niet buiten worden gebruikt. Gebruik deze kookplaat uitsluitend in huishoudelijke context voorhet bereiden en warmhouden van gerechten. Gebruik voor anderedoeleinden is niet toegestaan. Personen die op grond van hun fysieke, zintuiglijke of psychischeproblemen, hun onervarenheid of gebrek aan kennis van de kook-plaat niet in staat zijn om deze veilig te bedienen, moeten bij de be-diening onder toezicht staan. Deze personen mogen het toestel al-leen zonder toezicht bedienen als zij een eerst zijn geïnstrueerd. Zijdienen eventuele gevaren van een onjuiste bediening te herkennenen begrijpen.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid6Kinderen in het huishouden Houd kinderen onder acht jaar op een afstand, tenzij u voortdu-rend toezicht houdt. Kinderen vanaf acht jaar mogen de kookplaat alleen zonder toe-zicht gebruiken als ze weten hoe ze het toestel veilig moeten bedie-nen. De kinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren van eenfoutieve bediening. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht reinigen. Houd kinderen in de gaten wanneer deze zich in de buurt van dekookplaat bevinden. Laat ze nooit met de kookplaat spelen. De kookplaat wordt tijdens het gebruik heet en blijft dat ook nogenige tijd nadat het is uitgeschakeld. Houd kinderen op een afstand,totdat de kookplaat voldoende is afgekoeld en er geen verbrandings-gevaar meer bestaat. Verbrandingsgevaar.Bewaar in de opbergruimte boven of onder de kookplaat geen voor-werpen die voor kinderen interessant zijn.

Dat kan kinderen ertoebrengen op het toestel te klimmen. Verbrandingsgevaar.Draai de grepen van de pannen zo dat ze zich boven het werkbladbevinden, zodat kinderen de pannen niet van het toestel kunnentrekken en zich zo kunnen branden. Verstikkingsgevaar! Spelende kinderen kunnen zich wikkelen inverpakkingsmateriaal (bijv. folies) of het over hun hoofd trekken endaardoor verstikken. Houd verpakkingsmateriaal zoals plastic buitenhet bereik van kinderen. Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen de kookplaatniet onbedoeld kunnen inschakelen of instellingen kunnen wijzigen.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid7Technische veiligheid Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- of repara-tiewerkzaamheden kan de gebruiker aanzienlijke risico's lopen. In-stallatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleendoor een door Miele geautoriseerde deskundige worden uitgevoerd. Beschadigingen aan de kookplaat kunnen uw veiligheid in gevaarbrengen. Controleer de kookplaat op zichtbare beschadigingen. Eenbeschadigde kookplaat mag niet in gebruik worden genomen. De kookplaat kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren, als hijop het openbare elektriciteitsnet is aangesloten. De elektrische veiligheid van de kookplaat is uitsluitend gegaran-deerd, als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd. Aan deze funda-mentele veiligheidsvoorwaarde moet worden voldaan.

Laat de elek-trische installatie bij twijfel door een vakman inspecteren. De aansluitgegevens (frequentie en spanning) op het typeplaatjemoeten beslist met de waarden van het elektriciteitsnet overeen-komen, om beschadiging van de kookplaat te voorkomen. Vergelijk deze gegevens voor de aansluiting. Raadpleeg bij twijfeleen elektricien. Stekkerdozen of verlengsnoeren bieden niet voldoende veiligheid(brandgevaar). Gebruik deze niet voor het aansluiten van de kook-plaat op het elektriciteitsnet. Gebruik de kookplaat alleen als deze is ingebouwd, zodat de vei-ligheid gewaarborgd is. Deze kookplaat mag niet op een niet-stationaire locatie (zoals eenboot) worden gebruikt.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid8 Wanneer u aansluitingen onder spanning aanraakt of de elek-trische en mechanische constructie wijzigt, kan dat voor u gevaaropleveren. Het kan ook tot storingen in de werking van de kookplaatleiden.Open nooit de behuizing van de kookplaat. Het recht op garantie vervalt wanneer de kookplaat door eentechnicus wordt gerepareerd die niet door Miele is geautoriseerd. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen.

Alleen van deze Miele onderdelen kunnen wij ga-randeren, dat zij volledig aan onze veiligheidseisen voldoen. De kookplaat mag niet worden gebruikt met een externe schakel-klok of een systeem voor besturing op afstand. De kookplaat moet door een elektricien op het elektriciteitsnetworden aangesloten (zie hoofdstuk “Elektrische aansluiting”). Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze door een elektri-cien worden vervangen door een speciale aansluitkabel (zie hoofd-stuk “Elektrische aansluiting”). Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet dekookplaat volledig van het elektriciteitsnet losgekoppeld zijn.

Gadaarvoor als volgt te werk:– schakel de zekeringen in uw zekeringkast uit of– draai de zekeringen in uw zekeringkast er helemaal uit of– als de stekker (indien aanwezig) uit de contactdoos is getrokken.Trek daarbij aan de stekker en niet aan de aansluitkabel. Gevaar voor elektrische schok.Neem de kookplaat niet in gebruik bij een defect of bij breuken,scheuren en barsten in de keramische plaat of schakel de kookplaatmeteen uit. Haal de elektrische spanning van de kookplaat. Neemcontact op met Miele.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid9 Als de kookplaat achter een meubelfront (bijv. een deur) is inge-bouwd, sluit deze dan nooit wanneer u de kookplaat gebruikt. Achtereen gesloten deur hopen warmte en vocht zich op. Daardoor kunnende kookplaat, de ombouwkast en de vloer beschadigd worden. Sluiteen meubeldeur pas wanneer de restwarmte-indicatie uit is.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid10Veilig gebruik De kookplaat wordt heet als deze in gebruik is en dat blijft hij ooknog enige tijd na het uitschakelen. Pas zodra het lampje voor de res-terende warmte is uitgegaan, is het verbrandingsgevaar geweken. Voorwerpen in de nabijheid van de ingeschakelde kookplaat kun-nen door de hoge temperaturen beginnen te branden.Gebruik de kookplaat nooit om ruimten te verwarmen. Olie en vet kunnen bij oververhitting gaan branden. Laat de kook-plaat bij werkzaamheden met olie en vet niet zonder toezicht achter.Blus branden met olie en vet nooit met water. Schakel de kookplaatuit en verstik de vlammen voorzichtig met een deksel of een blusde-ken. Houd voortdurend toezicht op de kookplaat tijdens het gebruik.Houd voortdurend toezicht bij korte kook- en braadprocessen. Vlammen kunnen de vetfilters van een dampkap in brand doenvliegen.

Flambeer nooit onder een dampkap. Als spuitbussen, licht ontvlambare vloeistoffen of brandbaar mate-riaal warm worden, kunnen ze gaan branden. Bewaar daarom mak-kelijk ontvlambare voorwerpen nooit in laden direct onder de kook-plaat. Eventueel aanwezige bestekbakken moeten van hittebestendigmateriaal zijn. Verwarm kookgerei nooit zonder inhoud. In gesloten conservenblikken ontstaat bij het inmaken en op-warmen een overdruk, waardoor deze kunnen ontploffen. Gebruik dekookplaat niet voor het inmaken en verwarmen van conservenblik-ken. Wanneer de kookplaat wordt afgedekt, bestaat het risico dat hetmateriaal van de afdekking in brand vliegt, barst of smelt als u dekookplaat per ongeluk inschakelt of als deze nog warm is van eenbereiding. Dek de kookplaat nooit af met bijv. afdekplaten, een doekof een beschermfolie.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid11 Als de kookplaat ingeschakeld is, als u deze per ongeluk inscha-kelt of als hij nog warm is van het koken, bestaat het risico dat meta-len voorwerpen die op de kookplaat liggen warm worden. Ander ma-teriaal kan smelten of vlam vatten. Vochtige pannendeksels kunnenzich vastzuigen. Gebruik de kookplaat niet als legplank. Schakel dekookzones na gebruikt uit! U kunt zich aan de hete kookplaat branden. Gebruik daarom altijdovenhandschoenen of pannenlappen als u met het hete toestelwerkt. Gebruik alleen droge handschoenen of pannenlappen. Nat ofvochtig textiel geleidt de warmte beter en kan door stoom verbran-dingen veroorzaken. Als u een elektrisch toestel (bijvoorbeeld een mixer) in de buurtvan de kookplaat gebruikt, mag de aansluitkabel niet in contact ko-men met de hete kookplaat.

De isolatie van de kabel zou beschadigdkunnen raken. Zout, suiker of zandkorrels (bijvoorbeeld van groente) kunnenkrassen veroorzaken, als ze onder de pan komen. Zorg dat de kera-mische glasplaat en de panbodem schoon zijn, voordat u het kook-gerei op de kookplaat plaatst. Laat geen voorwerpen op de keramische plaat vallen. Zelfs eenlicht voorwerp zoals een zoutvaatje kan scheuren of barsten veroor-zaken. Hete voorwerpen op de sensortoetsen en de displays kunnen deelektronica eronder beschadigen. Zet nooit hete pannen op de sen-sortoetsen en de displays. Als suiker, suikerhoudende spijzen, kunststof of aluminiumfolie opde hete kookplaat belanden en smelten, beschadigen deze bij het af-koelen de keramische glasplaat. Schakel het toestel onmiddellijk uiten schraap de stof met een kookplaatkrabber meteen grondig vande kookplaat. Trek hierbij ovenwanten aan.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid12 Door drooggekookte pannen kan de keramische plaat beschadigdraken. Houd daarom altijd toezicht op de kookplaat! Gebruik alleen pannen met een gladde bodem. Een ruwe bodemkan krassen op de keramische plaat veroorzaken. Til pannen op als u ze wilt verplaatsen. U voorkomt zo vlekkendoor wrijving en krassen. Serviesgoed van kunststof of aluminiumfolie smelt bij hoge tem-peraturen. Gebruik daarom geen serviesgoed van kunststof of alumi-niumfolie. De lijst van de kookplaat, bij facetkookplaten de rand van dekookplaat en de bedieningselementen kunnen onder invloed van devolgende factoren heet worden: bedrijfsduur, hoge vermogens-stand(en), grote pannen en het aantal kookzones dat in gebruik is. Pannen van aluminium of met een aluminium bodem kunnen glim-mende vlekken veroorzaken.

Dergelijke vlekken kunt u met een reini-gingsmiddel voor keramische platen en roestvrij staal verwijderen(zie het hoofdstuk “Reiniging en onderhoud”, onder “Keramischeplaat reinigen”). Als verontreinigingen lang inwerken, kunnen ze inbranden en kuntu ze soms niet meer verwijderen. Verwijder de verontreinigingen zosnel mogelijk en zorg ervoor dat ook de bodem van een te gebruikenpan schoon, vetvrij en droog is. Bereid in geen geval levensmiddelen rechtstreeks op de kera-mische glasplaat. Gebruik altijd geschikte pannen.Reiniging en onderhoud De stoom van een stoomreiniger kan terechtkomen op onderdelendie onder spanning staan en een kortsluiting veroorzaken.Gebruik voor het reinigen van de kookplaat nooit een stoomreiniger.

Een bijdrage aan de bescherming van het milieu13Recycleerbare verpakkingDe verpakking behoedt het toestel voortransportschade. Er werd milieuvriende-lijk en recycleerbaar verpakkingsmateri-aal gekozen.Door hergebruik van verpakkingsmateri-aal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Uw toestel afdankenOude elektrische en elektronische toe-stellen bevatten meestal nog waarde-volle materialen. Ze bevatten echter ookstoffen, mengsels en onderdelen dienodig zijn geweest om de toestellengoed en veilig te laten functioneren.Wanneer u uw oude toestel bij het ge-wone afval doet of er op een anderemanier niet goed mee omgaat, kunnendeze stoffen schadelijk zijn voor de ge-zondheid en het milieu.

Doe uw oudetoestel daarom nooit bij het gewonehuisafval.Lever het in bij een gemeentelijk inza-meldepot voor elektrische en elektro-nische apparatuur, bij uw vakhandelaarof bij Miele. U bent wettelijk zelf verant-woordelijk voor het wissen van eventue-le persoonlijke gegevens op het af tedanken toestel.Bij de aankoop van uw nieuw toestelheeft u een bijdrage betaald. Die wordtvolledig gebruikt voor de toekomstigerecyclage van dat toestel. Dat bevattrouwens nog waardevol materiaal.Door te recycleren wordt er dan ookminder verspild en vervuild.Als u vragen heeft omtrent het afdankenvan uw oud toestel, neem dan contactop met– de handelaar bij wie u het kochtof– de firma Recupel,telefoon 02 706 86 10,website: www.recupel.beof– uw gemeentebestuur als u uw toestelnaar een containerpark brengt.Zorg er ook voor dat het toestel intus-sen kindveilig wordt bewaard voor u hetlaat wegbrengen.

Het toestel voor het eerst in gebruik nemen20Plak het typeplaatje dat bij de docu-mentatie gevoegd is op de daarvoorbestemde plaats in het hoofdstuk“Service”.Verwijder eventueel aanwezige be-schermfolies en stickers.Kookplaat voor de eerste keerreinigenWis uw kookplaat voor het eerste ge-bruik af met een vochtige doek endroog het dan af.Kookplaat voor de eerste keerin gebruik nemenDe onderdelen van metaal worden meteen onderhoudsmiddel beschermd. Alshet apparaat voor het eerst in gebruikwordt genomen, ontstaan daardoorgeuren en eventueel ook damp.De geur en de eventueel optredendedamp wijzen niet op een verkeerde aan-sluiting of een defect en zijn ook nietschadelijk voor de gezondheid.

Werking van de kookzones21De gewone kookzones hebben één ver-warmingsspiraal. De vario-kookzonesen de braadzones hebben twee verwar-mingsspiralen. Afhankelijk van het mo-del kunnen de spiralen door een ringgescheiden zijn.Alle kookzones hebben een oververhit-tingsbeveiliging (temperatuurbegrenzer)die voorkomt dat de keramische plaatoververhit raakt (zie het hoofdstuk “Vei-ligheidsfuncties”, onder “Oververhit-tingsbeveiliging”).Als een vermogensstand wordt inge-steld, wordt de verwarming ingescha-keld en is de verwarmingsspiraal doorde keramische plaat heen zichtbaar.

De juiste pannen22Het meest geschikt zijn metalen pan-nen met een dikke bodem die in koudetoestand iets naar binnen buigt. Als debodem heet wordt, zet het materiaal uiten staat de pan vlak op de kookzone.De warmte wordt dan optimaal geleid.koud heetMinder geschikt is kookgerei van glas,keramiek of aardewerk. Deze materialengeleiden de warmte niet goed.Niet geschikt is kookgerei van kunst-stof of aluminiumfolie. Deze materialensmelten bij hoge temperaturen.Pannen van aluminium of met een alu-minium bodem kunnen glimmende vlek-ken veroorzaken.

Dergelijke vlekkenkunt u met een reinigingsmiddel voorkeramische platen en roestvrij staal ver-wijderen (zie het hoofdstuk “Reinigingen onderhoud”, onder “Keramischeplaat reinigen”).De kwaliteit van de bodem van de pankan het bereidingsresultaat beïnvloeden(bijvoorbeeld het bruin worden van pan-nenkoeken).– Kies voor een optimaal gebruik vande kookzone een pan met een pas-sende bodemdiameter (zie het hoofd-stuk “Overzicht, onder “Kookzones”).– Gebruik alleen pannen met een glad-de bodem. Een ruwe bodem kankrassen op de keramische plaat ver-oorzaken.– Til pannen op als u ze wilt ver-plaatsen. U voorkomt zo vlekkendoor wrijving en krassen.– Houd er bij de aanschaf rekeningmee dat pannenfabrikanten vaak demaximale diameter of de diameteraan de bovenkant vermelden. Vanbelang is echter alleen de (meestalkleinere) bodemdiameter.

Tips om energie te besparen23– De diameter van de pan moet over-eenkomen met die van de kookzoneof iets groter zijn, zodat er geen ener-gie verloren gaat.– Bereid gerechten zoveel mogelijk al-leen in gesloten potten of pannen. Zowordt voorkomen dat er onnodigwarmte verloren gaat.– Gebruik voor een kleine hoeveelheideen kleine pan. Voor een kleine panop een kleine kookzone is minderenergie nodig dan voor een grote,niet geheel gevulde pan op een grotekookzone.– Gebruik zo weinig mogelijk water.– Schakel na het aankoken of aanbra-den op tijd terug naar een lagere ver-mogensstand.– Schakel bij een lange bereidingstijdde kookzone 5 tot 10 minuten voorhet einde al uit. U maakt dan opti-maal gebruik van de restwarmte.– Gebruik een snelkookpan om de be-reidingstijd te verkorten.

wittewijnsaus ofsauce hollandaiseRijstpap, havermoutpap makenOmelet, eieren zonder korstje bakkenFruit blancheren2–4 2–4.Diepvriesproducten ontdooienGroente, vis stovenDeegwaren, peulvruchten wellenGraan wellen3–6 3–5.Aan de kook brengen en laten doorkoken van grote hoe-veelheden4–6 4.–5.Vis, schnitzel, braadworst, eieren, pannenkoeken enzovoortvoorzichtig bakken (zonder oververhitting van het vet)6–7 6–7.Poffertjes, pannenkoeken, aardappelpannenkoekjes enzo-voort bakken7–8 7–8.Grote hoeveelheden water aan de kook brengenGrote hoeveelheden vlees aanbradenAan de kook brengen8–9 8.–9De genoemde gegevens zijn algemene richtlijnen. Ze hebben betrekking op normale portiesvoor 4personen. Als u hogere pannen gebruikt, zonder deksel kookt of grotere hoeveelhe-den bereidt, moet u een hogere stand instellen. Als u kleinere hoeveelheden bereidt, moeteen lagere stand worden gekozen.

Bediening25BedieningsprincipeDe kookplaat is voorzien van elektro-nische sensortoetsen. Deze reagerenop vingercontact. De sensortoets Aan/Uit moet bij het inschakelen om vei-ligheidsredenen iets langer worden aan-geraakt dan de overige toetsen.Elke reactie van de toetsen wordt be-vestigd met een akoestisch signaal.Als de kookplaat is uitgeschakeld, zijnalleen de op de sensortoetsen gedruktesymbolen en de getallenreeks voor hetinstellen van de vermogensstandenzichtbaar. Als u de kookplaat inscha-kelt, lichten ook andere sensortoetsenop.De kookzones moeten “actief” zijn als ueen vermogensstand instelt of wilt wijzi-gen. Als u een kookzone wilt activeren,raakt u het bijbehorende kookzonedis-play aan. Als u het kookzonedisplayhebt aangeraakt, begint dit te knippe-ren.

Zolang het display knippert, is dekookzone “actief” en kunt u een vermo-gensstand of tijd instellen.Uitzondering: als slechts één kookzonein gebruik is, kunt u de vermogensstandzonder activering wijzigen.Storing door vuile en/of bedektesensortoetsen.De sensortoetsen reageren niet of erworden ongewenste schakelingenuitgevoerd, mogelijk wordt de kook-plaat zelfs automatisch uitgescha-keld (zie het hoofdstuk “Veiligheids-functie”, onder “Veiligheidsuitschake-ling”). Hete pannen op de sensor-toetsen/displays kunnen de daaron-der liggende elektronica bescha-digen.Houd de sensortoetsen en displaysschoon.Plaats geen voorwerpen op de sen-sortoetsen en displays.Plaats geen hete pannen op de sen-sortoetsen en displays.

Bediening26Brandgevaar door oververhittevoedingsmiddelen.Onbeheerde voedingsmiddelen kun-nen oververhit raken en ontbranden.Houd voortdurend toezicht op dekookplaat tijdens het gebruik.Kookplaat inschakelenTip de sensortoets aan.Andere sensortoetsen lichten op.Als u daarna geen waarden invoert,wordt de kookplaat om veiligheidsre-denen na enkele seconden weer uit-geschakeld.Vermogensstand instellenPlaats een pan op de gewenste kook-zone.Raak het bijbehorende kookzonedis-play aan.Het kookzonedisplay begint te knippe-ren.Raak de sensortoets van de ge-wenste vermogensstand in de getal-lenreeks aan.In het kookzonedisplay knippert de ge-kozen vermogensstand gedurende en-kele seconden en brandt daarna con-stant.Vermogensstand wijzigenRaak het bijbehorende kookzonedis-play aan.Het kookzonedisplay begint te knippe-ren.Raak de sensortoets van de ge-wenste vermogensstand in de getal-lenreeks aan.Kookzone/kookplaat uitscha-kelenAls u een kookzone wilt uitschakelen,raakt u het bijbehorende kookzo-nedisplay aan.Het kookzonedisplay begint te knippe-ren.Raak de sensortoets0 op de getal-lenreeks aan.Als u de kookplaat en daarmee allekookzones wilt uitschakelen raakt ude sensortoets aan.

Bediening27Restwarmte-indicatorAls een kookzone warm is, brandt nahet uitschakelen de restwarmte-indica-tie.De streepjes van de restwarmte-indica-tie verdwijnen één voor één als dekookzone afkoelt. Het laatste streepjeverdwijnt als de kookzone zover is afge-koeld dat u deze zonder gevaar kuntaanraken.De restwarmte-indicaties knipperenals tijdens gebruik of wanneer er nogrestwarmte is een stroomonderbrekingoptreedt.Verbrandingsgevaar door hetekookzones.Na het beëindigen van het kookpro-ces zijn de kookzones heet.Raak de kookzones niet aan als derestwarmte-indicatie nog brandt.Vermogensstand instellen - uit-gebreid instelbereikRaak de getallenreeks tussen de sen-sortoetsen aan.De gekozen vermogensstand knippertgedurende enkele seconden en brandtdaarna constant. Bij de tussenstandenverschijnt een oplichtend punt achterhet getal.

Bediening28KookzonevergrotingAls u een Vario-kookzone of een 3-vou-dige Vario-kookzone inschakelt, wordtaltijd automatisch het tweede verwar-mingscircuit bijgeschakeld. Het tweedeverwarmingscircuit van een braadzoneen het derde verwarmingscircuit vaneen 3-voudige Vario-kookzone moetenhandmatig worden bijgeschakeld.Bij kookplaten met een kookzone/braadzone met meerdere verwarmings-circuits brandt het controlelampje voorde bijschakeling continu. Bij kookplatenmet twee of meer kookzones/braadzo-nes met meerdere verwarmingscircuitsbrandt het controlelampje voor de bij-schakeling slechts zolang het kookzo-nedisplay knippert.

Bij een 3-voudigeVario-kookzone is er geen onderscheidtussen het tweede en het derde verwar-mingscircuit.Verwarmingscircuit uitschakelenRaak kort het kookzonedisplay vande gewenste kookzone aan.Het kookzonedisplay begint te knippe-ren en het controlelampje van de bij-schakeling gaat branden.Raak terwijl het kookzonedisplayknippert de sensortoets zo vaakaan totdat het controlelampje van debijschakeling uit gaat.Verwarmingscircuit bijschakelenRaak kort het kookzonedisplay vande gewenste kookzone aan.Het kookzonedisplay begint te knippe-ren.Raak terwijl het kookzonedisplayknippert de sensortoets aan.Het controlelampje van de bijschakelinggaat branden.Kies de gewenste vermogensstand.

Bediening29AankookautomaatAls de aankookautomaat geactiveerd is,warmt de kookzone automatisch methet hoogste vermogen op (aankoken)en schakelt dan naar de ingestelde ver-mogensstand (doorkookstand) terug.De aankooktijd hangt van de ingesteldedoorkookstand af (zie tabel).De kookstartautomaat inschakelenRaak kort het kookzonedisplay vande gewenste kookzone aan.Raak de sensortoets van de ge-wenste doorkookstand zo lang aan,tot er een signaal klinkt en in dekookzone-indicatie gaat branden.Tijdens de aankooktijd (zie de tabel)knippert in het kookzonedisplay , afge-wisseld door de ingestelde vermogens-stand.Als u tijdens de bereidingstijd de door-kookstand wijzigt, deactiveert u dekookstartautomaat.De kookstartautomaat uitschakelenRaak kort het kookzonedisplay vande gewenste kookzone aan.Raak de ingestelde doorkookstandaan totdat uit gaat.ofStel een andere vermogensstand in.Doorkookstand* Aankooktijd[min : sec]1 1:201.

Timer30De kookplaat moet ingeschakeld zijnals u de timer wilt gebruiken.U kunt een tijd tot 99 minuten instel-len.U kunt de timer voor twee functies ge-bruiken:– voor het instellen van een kookwek-kertijd– voor het automatisch uitschakelenvan een kookzoneKookwekkerKookwekkertijd instellenVoorbeeld: u wilt 15 minuten instellen.Schakel eventueel de kookplaat in.Raak het timerdisplay aan.In het timerdisplay knippert .U stelt eerst de tientallen in en vervol-gens de eenheden.Raak op de getallenreeks de sensor-toets aan van het gewenste tiental(hier 1).De weergave op het timerdisplay wij-zigt, rechts verschijnt .Raak op de getallenreeks de sensor-toets aan van het rechtercijfer (hier 5).De weergave op het timerdisplay wij-zigt, “springt” naar links en rechts ver-schijnt .De kookwekkertijd begint af te lopen.Kookwekkertijd wijzigenRaak het timerdisplay aan.Stel de gewenste tijd in zoals hiervoorbeschreven is.Kookwekkertijd wissenRaak het timerdisplay aan totdatverschijnt.

De functie kan voor alle kookzo-nes gelijktijdig gebruikt worden.De kookzone wordt door de automa-tische uitschakeling uitgeschakeld alsde geprogrammeerde tijd langer is dande maximaal toegestane bedrijfsduur(zie het hoofdstuk “Veiligheidsfunc-ties”, onder “Veiligheidsuitschake-ling”).Stel voor de gewenste kookzone eenvermogensstand in.Raak het timerdisplay zo vaak aan tothet controlelampje voor deze kookzo-ne knippert.Als er meerdere kookzones ingescha-keld zijn, dan knipperen de betreffen-de controlelampjes met de wijzers vande klok mee, beginnend bij linksvoor.Stel de gewenste tijd in.Als u een uitschakeltijd voor nog eenkookzone wilt instellen, gaat u net zote werk als in het voorgaande is be-schreven.Als meerdere uitschakeltijden gepro-grammeerd zijn, wordt de kortste rest-tijd weergegeven en knippert het be-treffende controlelampje.

De anderecontrolelampjes branden continu.Als u de op de achtergrond aflopenderesttijden wilt weergeven, raakt u hettimerdisplay zo vaak aan tot het ge-wenste controlelampje knippert.Uitschakeltijd wijzigenRaak het timerdisplay zo vaak aan tothet controlelampje voor de gewenstekookzone knippert.Stel de gewenste tijd in.Uitschakeltijd wissenRaak het timerdisplay zo vaak aan tothet controlelampje voor de gewenstekookzone knippert. Raak de op de getallenreeks aan.

Timer32Timerfuncties tegelijk ge-bruikenU kunt de functies Kookwekker en Au-tomatisch uitschakelen tegelijk ge-bruiken.U hebt een of meer uitschakeltijden ge-programmeerd en wilt ook een kook-wekker instellen:Raak het timerdisplay zo vaak aan totde controlelampjes van de gepro-grammeerde kookzones continubranden en in het timerdisplayknippert.Stel de tijd in zoals hiervoor is be-schreven.U hebt een kookwekker ingesteld enwilt bovendien één of meerdere uitscha-keltijden programmeren:Raak het timerdisplay zo vaak aan tothet controlelampje voor de gewenstekookzone knippert.Stel de tijd in zoals hiervoor is be-schreven.Kort na de laatste invoer schakelt het ti-merdisplay over op de functie met dekortste resttijd.U wilt de op de achtergrond aflopenderesttijden weergeven:Raak het timerdisplay zo vaak aantotdat– het controlelampje voor de gewenstekookzone knippert (automatisch uit-schakelen).– het timerdisplay knippert (kookwek-ker).Uitgaande van de weergegeven kort-ste resttijd worden met de wijzers vande klok mee alle ingeschakelde kook-zones en de kookwekker geselec-teerd.

Extra functies33Stop&GoBij activering van Stop&Go wordt bijalle ingeschakelde kookzones de ver-mogensstand tot 1 verlaagd.De vermogensstanden van de kookzo-nes en de instellingen van de timer kun-nen niet worden gewijzigd, de kook-plaat kan enkel uitgeschakeld worden.De kookwekker, uitschakeltijden en tij-den voor kookstartautomateit lopenverder af.Als u de functie deactiveert, worden dekookzones op de laatst ingestelde ver-mogensstand weer ingeschakeld.Als de functie niet binnen 1 uur wordtgedeactiveerd, wordt de kookplaat uit-geschakeld.Activeren/deactiverenRaak de sensortoets aan.Gebruik de functie wanneer u de bedie-ningselementen snel van vuil wilt reini-gen.RecallAls de kookplaat tijdens het gebruik perongeluk uitgeschakeld is, kunnen metdeze functie alle instellingen hersteldworden.

De kookplaat moet 10secon-den na het uitschakelen weer ingescha-keld worden.Schakel de kookplaat weer in.Raak meteen na het inschakelen eenvan de knipperende sensortoetsenvan de kookzones aan.

Extra functies34Demo-standMet deze functie kan de vakhandel dekookplaat presenteren zonder dat deverwarming ingeschakeld wordt.Demo-modus activeren/deactiverenSchakel de kookplaat in.Houd op de getallenreeks de sensor-toetsen 0 en 2 gedurende 6secon-den tegelijk ingedrukt.In het timerdisplay knippert gedurendeenkele seconden afwisselend met  (demo-stand geactiveerd) of (demo-stand gedeactiveerd).Gegevens kookplaat weerge-venU kunt de typeaanduiding en de soft-wareversie van uw kookplaat latenweergeven.

Beveiligingen35Ingebruiknamebeveiliging/ver-grendelingOm te vermijden dat iemand de kook-plaat en de kookzones per vergissinginschakelt of instellingen wijzigt, is uwkookplaat uitgerust met een ingebruik-namebeveiliging en een vergrendeling.De wordtingebruiknamebeveiliginggeactiveerd als de kookplaat uitgescha-keld is. Als de ingebruiknamebeveiligingis geactiveerd, kan de kookplaat niet in-geschakeld worden en kan de timer nietworden bediend. De ingestelde kook-wekkertijd loopt verder af. De kookplaatis zodanig geprogrammeerd dat de in-gebruiknamebeveiliging handmatig in-geschakeld moet worden. U kunt de in-stelling zo wijzigen dat de ingebruikna-mebeveiliging 5minuten na het uitscha-kelen van de kookplaat automatischwordt geactiveerd (zie het hoofdstuk“Programmering”).De wordt bij ingescha-vergrendelingkelde kookplaat geactiveerd.

Als de ver-grendeling is geactiveerd, kan de kook-plaat slechts beperkt worden bediend:– De kookzones en de kookplaat kun-nen alleen maar uitgeschakeld wor-den.– Een ingestelde kookwekkertijd kanworden gewijzigd.Wanneer bij geactiveerde ingebruikna-mebeveiliging of vergrendeling een niettoegestane sensortoets wordt aange-raakt, verschijnt gedurende enkele se-conden op het timerdisplay en klinkter een signaal.Ingebruiknamebeveiliging activerenDruk 6 seconden op de sensor-toets .De seconden worden afgeteld in het ti-merdisplay. Na afloop verschijnt inhet timerdisplay. De ingebruiknamebe-veiliging is geactiveerd.Ingebruiknamebeveiliging deactive-renDruk 6 seconden op de sensor-toets .In het timerdisplay wordt kort weer-gegeven, waarna de seconden wordenafgeteld. Na afloop is de ingebruikna-mebeveiliging gedeactiveerd.

Beveiligingen36Vergrendeling activerenHoud de sensortoetsen en ge- durende 6seconden tegelijk inge-drukt.De seconden worden afgeteld in het ti-merdisplay. Na afloop verschijnt inhet timerdisplay. De vergrendeling isgeactiveerd.Vergrendeling deactiverenHoud de sensortoetsen en ge- durende 6seconden tegelijk inge-drukt.In het timerdisplay wordt kort weer-gegeven, waarna de seconden wordenafgeteld. Na afloop is de vergrendelinggedeactiveerd.

Beveiligingen37Automatische uitschakelingAls de sensortoetsen bedekt zijnWanneer één of meer toetsen langerdan 10seconden bedekt blijven, bij-voorbeeld door vingers, overkokendvoedsel of voorwerpen, wordt de kook-plaat automatisch uitgeschakeld. In hettimerdisplay wordt gedurende enkeleseconden weergegeven. Als het desensortoets betreft, brandt totdathet voorwerp of de vervuiling verwijderdis.Als u de voorwerpen of het vuil verwij-dert, dooft en is de kookplaat op-nieuw klaar voor gebruik.Bij te lange bedrijfsduurDe automatische uitschakeling wordtautomatisch geactiveerd wanneer eenkookzone ongewoon lang wordt ver-warmd. De tijdspanne hangt van de ge-kozen vermogensstand af. Als deze isoverschreden, wordt de kookzone uit-geschakeld en wordt de restwarmteweergegeven.

Beveiligingen38OververhittingsbeveiligingAlle kookzones zijn voorzien van eenoververhittingsbeveiliging (temperatuur-begrenzer). Deze schakelt de verwar-ming van de kookzone automatisch uitals deze te heet wordt. Zodra de kook-zone is afgekoeld, wordt de verwarmingautomatisch opnieuw ingeschakeld.De oververhittingsbeveiliging kan in devolgende situaties worden geactiveerd:– Er staat geen pan op de ingescha-kelde kookzone.– De geplaatste pan wordt zonder in-houd verhit.– De bodem van de pan sluit niet ge-lijkmatig aan op de kookzone.– De pan geleidt de warmte niet goed.U merkt dat de oververhittingsbeveili-ging actief is wanneer de kookzone ookop de hoogste vermogensstand in- enuitgeschakeld wordt.

Programmering39U kunt de programmering van de kook-plaat aanpassen aan uw persoonlijkewensen. U kunt meerdere instellingenna elkaar wijzigen.Na het oproepen van de programmeringverschijnen in het kookzonedisplay (programma) en (code) en twee kook-zonedisplays.In het linker kookzonedisplay wordt hetprogramma, en in het rechter kookzo-nedisplay de code weergegeven.

Vanafprogrammastap 10 worden de getallenafwisselend weergegeven: knippert af-wisselend met .Programmering wijzigenProgrammering oproepenRaak bij uitgeschakelde kookplaattegelijk de sensortoetsen en  zo lang aan totdat in het kookzo-nedisplay wordt weergegeven entwee kookzonedisplays gaan bran-den.Programma instellenRaak eerst het kookzonedisplay linksen vervolgens het bijbehorende getalop de getallenreeks aan.Naast het getal begint een punt te knip-peren.Zolang de punt knippert, raakt u opde getallenreeks het bij het program-manummer behorende getal of getal-len aan.Code instellenRaak eerst het kookzonedisplayrechts en vervolgens het bijbeho-rende getal op de getallenreeks aan.Naast het getal begint een punt te knip-peren.Zolang de punt knippert, raakt u opde getallenreeks het bij de code be-horende getal of getallen aan.Instellingen opslaanRaak de sensortoets zo lang aantotdat de indicaties uitgaan.

Programmering41Programma1) Code2) Instellingen12 Reactiesnelheid van de sen-sortoetsen0 langzaam1normaal2 snel1) Niet genoemde programma's zijn niet bezet.2) De standaard ingestelde code is steeds vet gedrukt.3) Na het inschakelen van de kookplaat wordt enkele seconden weergegeven in het ti-merdisplay.4)De uitgebreide vermogensstanden worden weergegeven met een punt achter het cijfer.5)Het bevestigingssignaal van de sensortoets Aan/Uit wordt niet uitgeschakeld.

Reiniging en onderhoud43Verbrandingsgevaar door hetekookzones.Na het beëindigen van het kookpro-ces zijn de kookzones heet.Schakel de kookplaat uit.Laat de kookzones afkoelen voordatu de kookplaat reinigt.Schade door indringend vocht.De stoom van een stoomreiniger kanterechtkomen op onderdelen die on-der spanning staan en kortsluitingveroorzaken.Reinig de kookplaat nooit met eenstoomreiniger.Alle oppervlakken kunnen verkleurenof veranderen wanneer u onge-schikte reinigingsmiddelen gebruikt.De oppervlakken zijn krasgevoelig.Verwijder resten van reinigingsmid-delen onmiddellijk.Gebruik geen schuurmiddelen of rei-nigingsmiddelen die krassen kunnenveroorzaken.Reinig de kookplaat na elk gebruik.Maak het toestel na elke vochtige rei-niging weer droog om kalkresten tevoorkomen.Ongeschikte reinigingsmidde-lenOm beschadigingen aan de oppervlak-ken te voorkomen, mogen de volgendemiddelen niet worden gebruikt om tereinigen:– afwasmiddelen– soda-, alkali-, ammoniak-, zuur- ofchloridehoudende reinigingsmiddelen– kalkoplossende reinigingsmiddelen– vlek- en roestverwijderaars– schurende reinigingsmiddelen zoalsschuurpoeder, schuurmiddelen,schuursponsjes– oplosmiddelhoudende reinigingsmid-delen– reinigingsmiddelen voor afwasauto-maten– grill- en ovensprays– glasreinigers– schurende harde borstels en spons-jes (zoals pannensponsjes) of ge-bruikte sponsjes die nog restenschuurmiddel bevatten– vlekkensponsjes

Reiniging en onderhoud44Keramische plaat reinigenSchade door scherpe voor-werpen. De afdichtingstape tussen de kook-plaat en het werkplad kan wordenbeschadigd. De afdichtingstape tussen de kera-mische glasplaat en het frame kanworden beschadigd. Gebruik geen scherpe voorwerpentijdens het reinigen. Met een afwasmiddel worden niet al-le verontreinigingen en resten verwij-derd. Er ontstaat een onzichtbarefilm die tot verkleuringen van het ke-ramische glas leidt. Deze verkleu-ringen kunnen niet meer worden ver-wijderd. Reinig het keramische oppervlak re-gelmatig met een speciaal reinigings-middel voor keramisch glas. Verwijder alle grove verontreinigingenmet een vochtige doek. Vastgekoekteverontreinigingen verwijdert u meteen kookplaatkrabber.

Reinig het keramische oppervlak ver-volgens met het Miele-reinigingsmid-del voor keramische glasplaten enroestvrij staal (zie het hoofdstuk “Bijte bestellen accessoires”, onder “Rei-nigings- en onderhoudsmiddelen”) ofmet een ander geschikt reinigings-middel voor keramische glasplaten. Gebruik hierbij keukenpapier of eenschone doek. Breng het reinigings-middel niet op hete keramsiche op-pervlakken aan aangezien er vlekkenkunnen ontstaan. Houdt u zich aande aanwijzingen van de fabrikant vanhet reinigingsmiddel. Verwijder de resten van het reini-gingsmiddel met een vochtige doeken droog het keramische oppervlakvervolgens. Reinigingsmiddelresten kunnen andersinbranden en de keramische plaataantasten. Let erop dat u alle restenverwijdert. Verwijder van kalkresten,vlekkenwater en aluminium met het reini-gingsmiddel voor keramische platenen roestvrij staal.

Verbrandingsgevaar door hetekookzones. Tijdens het kookproces zijn de kook-zones heet. Trek ovenhandschoenen aan voordatu resten suiker, kunststof of alumini-umfolie met een kookplaatkrabbervan het hete keramische oppervlakverwijdert. Als er suiker, kunststof of alumini-umfolie op het hete keramische op-pervlak terechtkomt, schakel dekookplaat dan uit.

Nuttige tips45De meeste storingen en defecten, die bij het dagelijks gebruik kunnen optreden,kunt u zelf verhelpen. U bespaart daarmee niet alleen tijd, maar ook kosten, omdatu Miele niet hoeft in te schakelen. De volgende tabellen helpen u de oorzaken van een probleem te achterhalen en teverhelpen. Probleem Oorzaak en oplossingDe kookplaat of dekookzones kunnen nietworden ingeschakeld. De kookplaat heeft geen stroom. Controleer of de zekering van de elektrische instal-latie doorgeslagen is. Neem contact op met eenelektricien of met Miele (minimale sterkte van dezekering: zie typeplaatje). Er is mogelijk sprake van een technische storing. Maak het het toestel ca. 1minuut spanningsvrij. Doe dit als volgt:– schakel de schakelaar van de betreffende zeke-ring uit of draai de zekering eruit of– schakel de verliesstroomschakelaar (ALS) uit. Schakel daarna de zekering resp.

de verlies-stroomschakelaar weer in. Kunt u de kookplaatdan nog niet in gebruik nemen, neem dan contactop met een elektricien of met Miele. Bij de nieuwe kookplaatkomen geurtjes endamp vrij. De onderdelen van metaal worden met een onder-houdsmiddel beschermd. Als het toestel voor heteerst in gebruik wordt genomen, ontstaan daardoorgeuren en eventueel ook damp. De geur en de even-tueel optredende damp wijzen niet op een verkeerdeaansluiting of een defect en zijn ook niet schadelijkvoor de gezondheid. Na het inschakelen vande kookplaat wordt enkele seconden weer-gegeven in het timerdis-play. De ingebruiknamebeveiliging of vergrendeling is ge-activeerd. Deactiveer de ingebruiknamebeveiliging of ver-grendeling (zie het hoofdstuk “Veiligheidsfunctie”,onder “Ingebruiknamebeveiliging/vergrendeling”). In het timerdisplay knip-pert en de kookplaatwordt automatisch uit-geschakeld.

De kook-zones worden niet heet.De kookplaat bevindt zich in de demo-modus.Druk tegelijk op de sensortoetsen0 en2 totdat ophet timerdisplay en afwisselend knipperen. Een kookzone wordtautomatisch uitgescha-keld.De gebruiksduur is overschreden.U kunt de kookzone gewoon weer in gebruik ne-men (zie het hoofdstuk “Veiligheidsfunctie”, onder“Veiligheidsuitschakeling”).De inhoud van een panbegint niet of nauwe-lijks te koken, terwijl deaankookautomaat inge-schakeld is.Er worden grote hoeveelheden voedingsmiddelen ver-warmd.Kook met de hoogste vermogensstand en steldaarna handmatig een lagere vermogensstand in.De pan geleidt de warmte niet goed.Gebruik andere pannen die de warmte wel goedgeleiden.De inhoud van de pankan niet of bijna nietaan de kook worden ge-bracht.De pan geleidt de warmte niet goed.Gebruik andere pannen die de warmte wel goedgeleiden.De pan is te groot in verhouding tot de kookzone.Gebruik een kleinere pan.Het tweede verwarmingscircuit van de Vario-kookzo-ne of braadzone is niet bijgeschakeld.Schakel het tweede verwarmingscircuit bij.De verwarming van eenkookzone schakeltsteeds in en weer uit.Dit 'pulserend schakelen' van de verwarming is nor-maal.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele ET645HF17E stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden