Miele CS 7641 FL Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele CS 7641 FL (76 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 31 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Miele CS 7641 FL of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | CS 7641 FL |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Soort bediening: | Touch |
| Kleur van het product: | Zwart |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Gewicht: | 12000 g |
| Breedte: | 378 mm |
| Diepte: | 520 mm |
| Hoogte: | 133 mm |
| Snoerlengte: | 1.5 m |
| Warmhoud functie: | Ja |
| Soort materiaal (bovenkant): | Glaskeramiek |
| Vermogen brander/kookzone 1: | 3000 W |
| Aantal branders/kookzones: | 1 zone(s) |
| Type kookplaat: | Inductiekookplaat zones |
| Type brander/kookzone 1: | Extra groot |
| Makkelijk schoon te maken: | Ja |
| Aantal gaspitten: | 0 zone(s) |
| Aantal elektronische kook zones: | 1 zone(s) |
| Reguliere brander/kookzone diameter: | 300 mm |
| Normale brander/kookzone: | 2500 W |
| Controle positie: | Boven voorzijde |
| Aangesloten lading (elektrisch): | 3000 W |
| Installatie compartiment breedte: | 358 mm |
| Aangesloten lading (gas): | - W |
| Breedte kookplaat: | 37.8 cm |
| Vorm gewone pit/kookzone: | Rond |
| Boost functie: | Ja |
| Versterken van normale pit/kookplaat: | 3000 W |
| Installatie compartiment diepte (min): | 500 mm |
| Restwarmte-indicator: | Ja |
| Voedingsbron brander/kookzone 1: | Electrisch |
| Installatie compartiment diepte (max): | 524 mm |
| Positie brander/kookzone 1: | Centraal |
| Kookzone 1 vorm: | Rond |
| AC-ingangsspanning: | 220-240 V |
Handleiding Miele CS 7641 FL – volledige tekst
Inhoud2Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 4Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 14Overzicht. 15Wok. 15Bedieningselementen en indicatoren. 16Kookzones. 17Bijgeleverde accessoires. 18Principe. 19De juiste pannen. 20Ingebruikneming van het apparaat. 21SmartLine-element voor het eerst reinigen. 21SmartLine-element voor het eerst in gebruik nemen. 21Bediening. 22Principe van de bediening. 22Wok inschakelen. 23Vermogensstand instellen. 23Uitschakelen. 23Restwarmte-indicatie. 23Vermogensstand instellen (uitgebreid aantal standen). 23Aankookautomaat. 24Booster. 25Warmhouden. 26Tabel vermogensstanden. 27Timer. 28Kookwekker. 28Automatisch uitschakelen. 29Timerfuncties tegelijk gebruiken. 30Extra functies. 31Stop&Go. 31Recall. 31Schoonmaakfunctie. 32Demomodus. 32Gegevens SmartLine-element weergeven. 32Beveiligingen. 33Ingebruiknamebeveiliging/vergrendeling.
Inhoud3Oververhittingsbeveiliging. 35Programmering. 36Reiniging en onderhoud. 39Nuttige tips. 41Meldingen in de indicaties/het display. 41Ongewoon gedrag. 43Algemene problemen of technische storingen. 44Bij te bestellen accessoires. 45Service. 46Contact bij storingen. 46Typeplaatje. 46Garantie. 46Installatie. 47Veiligheidsinstructies voor het inbouwen. 47Veiligheidsafstanden. 48Aanwijzingen voor het inbouwen – opliggend. 52Uitsparing werkblad – opliggend. 54Verbindingsstrips – opliggend. 57Inbouwmaten – opliggend. 58Inbouw – opliggend. 59Aanwijzingen voor het inbouwen – naadloos aansluitend. 61Uitsparing werkblad – naadloos aansluitend. 63Verbindingsstrips – naadloos aansluitend. 66Inbouwmaten–naadloos aansluitend. 67Inbouw – naadloos aansluitend. 68Elektrische aansluiting. 70.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen4Deze wok voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften. On-juist gebruik kan echter persoonlijk letsel of materiële schade totgevolg hebben.Lees de gebruiks- en montagehandleiding aandachtig door voor-dat u de wok in gebruik neemt. Hierin vindt u belangrijke instruc-ties met betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruik en hetonderhoud. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schade aan dewok.In overeenstemming met de norm IEC60335-1 adviseert Miele uuitdrukkelijk om het hoofdstuk over de installatie van de wok en deveiligheidsinstructies en waarschuwingen te lezen en op te volgen.Wanneer de veiligheidsrichtlijnen en waarschuwingen niet wordenopgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor scha-de die daarvan het gevolg is.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef deze dooraan een eventuele volgende eigenaar.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen5Verantwoord gebruik Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor particulier huishoudelijkgebruik (of daarmee vergelijkbaar). Het apparaat mag niet buiten worden gebruikt. Gebruik het apparaat uitsluitend in huishoudelijke situaties voorhet bereiden en warmhouden van gerechten. Gebruik voor anderedoeleinden is niet toegestaan. Dit apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die instaat zijn het apparaat veilig te bedienen en die volledig op de hoog-te zijn van de inhoud van de gebruiksaanwijzing! De personen diehet apparaat bedienen, moeten zich bewust zijn van de gevaren vaneen foutieve bediening.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6Wanneer er kinderen in huis zijn Houd kinderen onder 8 jaar op een afstand, tenzij u voortdurendtoezicht houdt. Kinderen vanaf 8 jaar mogen de wok alleen zonder toezicht ge-bruiken als ze precies weten hoe ze deze veilig moeten bedienen. Dekinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren van een foutievebediening. Kinderen mogen het apparaat niet zonder toezicht reinigen. Houd kinderen in de gaten wanneer zij zich in de buurt van het ap-paraat bevinden. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen. Het apparaat wordt tijdens het gebruik heet en blijft dat ook nogenige tijd nadat het is uitgeschakeld. Houd kinderen op een afstand,totdat het apparaat voldoende is afgekoeld en er geen verbrandings-gevaar meer bestaat. Verbrandingsgevaar!Bewaar voorwerpen, die voor kinderen interessant kunnen zijn, nietop plaatsen boven of achter de wok.
Zo krijgen de kinderen niet deneiging om op de wok te klimmen. Verbrandingsgevaar! Draai de grepen van de pannen zo dat zezich boven het werkblad bevinden, zodat kinderen de pannen nietvan het apparaat kunnen trekken. Verstikkingsgevaar! Kinderen kunnen zich tijdens het spelen inverpakkingsmateriaal wikkelen (bijvoorbeeld in folie) of het materiaalover hun hoofd trekken en stikken. Houd verpakkingsmaterialen bijkinderen vandaan. Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen de wok nietonbedoeld kunnen inschakelen. Schakel de vergrendeling in als u dewok gebruikt, zodat kinderen de (gekozen) instellingen niet kunnenwijzigen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7Technische veiligheid Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- of repara-tiewerkzaamheden kan de gebruiker aanzienlijke risico's lopen. In-stallatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleendoor een door Miele geautoriseerde vakkracht worden uitgevoerd. Een beschadigde wok kan uw veiligheid in gevaar brengen. Con-troleer de wok op zichtbare schade. Gebruik nooit een beschadigdewok. Tijdelijk of doorlopend gebruik van een autonome of niet-netsyn-chrone energievoorziening (zoals microgrids, back-upsystemen) ismogelijk.
Voorwaarde voor het gebruik is dat de energievoorzieningvoldoet aan de bepalingen van EN50160 of een vergelijkbare stan-daard.De veiligheidsvoorzieningen van de huisinstallatie en dit Miele pro-duct moeten ook werken bij gebruik van een microgrid of een niet-netsynchrone energievoorziening of de veiligheidsvoorzieningen inde energievoorziening moeten door gelijkwaardige voorzieningenworden vervangen. Zoals bijvoorbeeld beschreven in de laatste pu-blicatie van de NEN 1010. De elektrische veiligheid van het apparaat is uitsluitend gegaran-deerd, als het wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd. Aan deze funda-mentele veiligheidsvoorwaarde moet worden voldaan.
Laat de elek-trische installatie bij twijfel door een vakman inspecteren. De aansluitgegevens (frequentie en spanning) op het typeplaatjemoeten beslist overeenkomen met de waarden van het elektriciteits-net om beschadiging van het apparaat te voorkomen. Vergelijk deze gegevens voor de aansluiting. Raadpleeg bij twijfeleen elektricien. Met een stekkerdoos of verlengsnoer kan een veilig gebruik vanhet apparaat niet worden gewaarborgd (brandgevaar). Sluit het ap-paraat hiermee niet op het elektriciteitsnet aan.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8 Gebruik het apparaat alleen als het is ingebouwd, zodat de veilig-heid is gewaarborgd. Dit apparaat mag niet op een niet-stationaire locatie (zoals eenboot) worden gebruikt. Wanneer onderdelen worden aangeraakt die onder spanningstaan of wanneer elektrische of mechanische onderdelen wordenveranderd, is dit gevaarlijk voor de gebruiker. Het kan er tevens toeleiden dat het apparaat niet meer goed functioneert.Open nooit de ommanteling van het apparaat. De garantie vervalt als het apparaat niet wordt gerepareerd dooreen technicus die door Miele is geautoriseerd. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen.
Alleen van Miele-onderdelen kunnen wij garan-deren dat zij volledig aan de veiligheidseisen voldoen. Het apparaat mag niet worden gebruikt met een externe schakel-klok of een systeem dat op afstand werkt. Als de stekker wordt verwijderd of als de aansluitkabel geen stek-ker heeft, mag het apparaat uitsluitend door een vakman op het networden aangesloten. Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze door een elektri-cien door een speciale aansluitkabel worden vervangen (zie hethoofdstuk “Installatie”, paragraaf “Elektrische aansluiting”). Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet dewok volledig van het elektriciteitsnet zijn losgekoppeld. Ga daarvoorals volgt te werk:- Schakel de zekeringen van de elektrische installatie uit.- Draai de zekeringen van de elektrische installatie er geheel uit.- Trek de stekker (indien aanwezig) uit de contactdoos.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9 Gevaar voor elektrische schok!Neem de wok niet in gebruik bij een defect of bij breuken, scheurenen barsten in de keramische plaat c.q. schakel het apparaat meteenuit. Maak de wok spanningsvrij. Neem contact op met Miele. Als de wok achter een meubeldeur is ingebouwd, mag de deurniet worden gesloten als u de wok gebruikt. Achter een geslotendeur worden warmte en vocht opgehoopt. Hierdoor kunnen de wok,de kast en de vloer beschadigd raken. Sluit de meubeldeur pas alsde restwarmte-indicatie verdwenen is.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10Veilig gebruik Het apparaat wordt heet als het in gebruik is en blijft dat ook nogenige tijd na het uitschakelen. Zodra de restwarmte-indicatie (afhan-kelijk van het model) is uitgegaan, is het verbrandingsgevaar gewe-ken. Olie en vet kunnen bij oververhitting vlam vatten. Houd het appa-raat goed in de gaten als u met olie en/of vetten werkt. Blus eenbrand met olie of vet nooit met water.Schakel het apparaat uit en doof de vlammen voorzichtig met eendeksel of een blusdeken. Houd toezicht op het apparaat als het in gebruik is. Houd continutoezicht op korte kook- en braadprocessen. Flambeer nooit onder een afzuigkap. Door de vlammen kan de af-zuigkap in brand vliegen. Spuitbussen, licht ontvlambare vloeistoffen en brandbare materia-len kunnen bij verhitting vlam vatten.
Bewaar dergelijke productendaarom niet in een schuiflade onder het apparaat. Een eventuele be-stekbak moet van hittebestendig materiaal zijn. Verwarm pannen nooit zonder inhoud. In afgesloten blikken en dergelijke ontstaat tijdens het inmaken ofverwarmen overdruk. Hierdoor kunnen deze voorwerpen openbar-sten. Gebruik het apparaat niet om voedingsmiddelen in afgeslotenblikken en dergelijke in te maken of te verwarmen. Als het apparaat wordt afgedekt, bestaat het risico dat het materi-aal van de afdekking in brand vliegt, barst of smelt als u het apparaatper ongeluk inschakelt of als het nog heet is. Dek het apparaat nooitaf met bijvoorbeeld afdekplaten, een doek of beschermfolie.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11 Als de wok ingeschakeld is, als u de wok per ongeluk inschakeltof als deze nog warm is van het koken, bestaat het risico dat meta-len voorwerpen die op de plaat liggen heet worden. Andere materia-len kunnen smelten of vlam vatten. Vochtige pannendeksels kunnenzich vastzuigen. Gebruik de wok nooit als werkblad. Schakel de wokna gebruik uit. Als de wok heet is, kunt u zich branden. Gebruik ovenwanten ofpannenlappen als de wok heet is. Deze moeten droog zijn. Nat ofvochtig textiel geleidt de warmte beter en kan door stoom brand-wonden veroorzaken. Als u een elektrisch apparaat (bijvoorbeeld een mixer) in de buurtvan de wokplaat gebruikt, mag de aansluitkabel niet in contact ko-men met de hete plaat.
De isolatie van de kabel zou beschadigdkunnen raken. Zout, suiker of zandkorrels (bijvoorbeeld van groente) kunnenkrassen veroorzaken als ze onder de pan komen. Zorg dat de kera-mische glasplaat en de panbodem schoon zijn, voordat u de pannenop de kookplaat plaatst. Laat geen voorwerpen op de keramische plaat vallen. Zelfs eenlicht voorwerp zoals een zoutvaatje kan scheuren of barsten veroor-zaken. Hete voorwerpen op de sensortoetsen en de displays kunnen deelektronica eronder beschadigen. Zet nooit hete pannen op de sen-sortoetsen en de displays. Als er suiker, suikerhoudende gerechten, kunststof of aluminium-folie op de hete wok vallen en smelten, raakt de keramische plaat tij-dens het afkoelen beschadigd. Schakel in dat geval de wok meteenuit en verwijder deze stoffen direct grondig met een glasschraper.Trek daarbij ovenwanten aan.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12 Als de wok droogkookt, kan dit schade aan de keramische plaatveroorzaken. Houd daarom altijd toezicht op de wok als deze in ge-bruik is. Door de snelle reactietijd van inductie kan de temperatuur in debodem van de pan in zeer korte tijd zo hoog oplopen dat olie en vetvanzelf ontbranden. Houd daarom altijd toezicht op de wok als dezein gebruik is. Verhit vetten en olie hooguit gedurende 1minuut en gebruik daar-voor nooit de booster. Alleen voor personen met een pacemaker: in de directe omgevingvan het ingeschakelde apparaat ontstaat een elektromagnetischveld. Het is niet waarschijnlijk dat dit veld de werking van de pace-maker nadelig beïnvloedt. Neem bij twijfel contact op met de fabri-kant van de pacemaker of met uw arts. Het elektromagnetische veld van het ingeschakelde apparaat kande werking van magnetiseerbare voorwerpen beïnvloeden.
Houdcreditcards, opslagmedia, rekenmachines, etc. uit de buurt van hetingeschakelde apparaat. Metalen voorwerpen die in een lade onder de wok worden be-waard, kunnen heet worden als u de wok lang en intensief gebruikt.Bewaar daarom geen metalen voorwerpen in een lade die zich met-een onder de wok bevindt. De wok heeft een koelventilator. Als zich onder de ingebouwdewok een lade bevindt, moet de afstand tussen de inhoud van de ladeen de onderkant van de wok voldoende zijn, zodat de ventilatie vande wok is gewaarborgd. Bewaar geen spitse en kleine voorwerpen ofpapier in de lade. Deze voorwerpen kunnen via de ventilatieope-ningen in de behuizing terechtkomen of aangezogen worden en zode ventilator beschadigen of de koeling beïnvloeden. Gebruik uitsluitend de meegeleverde wokpan.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen13Reiniging en onderhoud De stoom van een stoomreiniger kan terechtkomen op onderdelendie onder spanning staan en kortsluiting veroorzaken.Gebruik voor het reinigen van het apparaat nooit een stoomreiniger. Schakel de wok niet in als deze boven een pyrolyse-oven of -for-nuis is ingebouwd en de pyrolysefunctie actief is, omdat de overver-hittingsbeveiliging van de wok zou kunnen reageren (zie hoofdstuk:“Veiligheidsfuncties”, paragraaf: “Oververhittingsbeveiliging”). Miele geeft u na het einde van de serieproductie van de CombiSeteen leveringsgarantie van maximaal 15jaar en minimaal 10jaar vooressentiële onderdelen.
Overzicht16Bedieningselementen en indicatorenSensortoetsenaWok aan/uitbStop&GoVoor het stoppen/starten van een lopend kookprocescSchoonmaakfunctieVoor het blokkeren van de sensortoetsendWarmhoudenVoor het activeren/deactiveren van de warmhoudfunctieeCijferreeks- Voor het instellen van de vermogensstand- Voor het instellen van de tijdenfAutomatisch uitschakelenSchakelt de wok automatisch uitgKookwekker
Principe19Onder de inductiewok bevindt zich eeninductiespoel. Deze spoel genereert eenmagnetisch veld, dat direct invloedheeft op de bodem van de pannen endeze verhit. De kookplaat zelf wordt al-leen indirect verwarmd door de stra-lingswarmte van de wokpan.De inductie reageert alleen als de bijge-leverde wokpan is geplaatst. Gevaar voor verbranding doorhete voorwerpen.Als de wok ingeschakeld is, als u dewok per ongeluk inschakelt of als de-ze nog warm is van het koken, be-staat het risico dat metalen voor-werpen die op de plaat liggen heetworden.Gebruik de wok nooit als werkblad. Schakel de wok na gebruik uit metsensortoets .GeluidenBij gebruik van de inductiewok kunnenin de wokpan de volgende geluidenontstaan:Bij een hoge vermogensstand kunt ugebrom horen.
De juiste pannen20 Brandgevaar door ongeschiktewokpannenBij gebruik van andere wokpannenkan het vet of het gerecht oververhitraken en vlam vatten.Gebruik uitsluitend de meegele-verde wokpan.De meegeleverde wokpan is speciaalvoor deze wok gemaakt.Indicatie van een ontbrekende/ongeschikte panOp het bedieningspaneel knippert deingestelde vermogensstand, als- u de wok zonder wokpan inschakelt,- u de wokpan van de ingeschakeldewokzone neemt.Als u binnen 3minuten de wokpan opde wokzone zet, stopt het knipperenvan de vermogensstand en kunt u ge-woon doorgaan.Als u de wok niet op de wokzoneplaatst, wordt de wok na 3minuten au-tomatisch uitgeschakeld.
Ingebruikneming van het apparaat21 Plak het typeplaatje dat bij de docu-mentatie gevoegd is op de daarvoorbestemde plaats in het hoofdstuk“Service”. Verwijder eventueel aanwezige be-schermfolies en stickers.SmartLine-element voor heteerst reinigen Reinig de wok vóór het eerste gebruikmet een vochtige doek en wrijf dewok daarna weer droog.SmartLine-element voor heteerst in gebruik nemenDe metalen delen van het apparaat zijnvoorzien van een speciaal bescherm-laagje. Als het apparaat voor het eerstin gebruik wordt genomen, kunnengeurtjes en dampen ontstaan. Ook doorde verwarming van de inductiespoelenwordt tijdens de eerste gebruiksureneen geur afgegeven.
Bij elk volgend ge-bruik neemt de geurvorming af, totdat uniets meer waarneemt.De geur en de eventueel optredendedamp wijzen niet op een verkeerde aan-sluiting of een defect en zijn ook nietschadelijk voor de gezondheid.Denk eraan dat de opwarmtijd bij in-ductiekookplaten veel korter is dan bijgewone kookplaten.
Bediening22Principe van de bedieningUw SmartLine-element is voorzien vanelektronische sensortoetsen. Deze rea-geren op vingercontact. De sensortoetsAan/Uit moet bij het inschakelen omveiligheidsredenen iets langer wordenaangeraakt dan de overige toetsen.Elke reactie van de toetsen wordt be-vestigd met een akoestisch signaal.Bij uitgeschakeld apparaat is alleen hetopgedrukte symbool voor de sensor-toets Aan/Uit zichtbaar.
Als u het ap-paraat inschakelt, lichten ook anderesensortoetsen op. Storing door vuile en/of bedektesensortoetsen.De sensortoetsen reageren niet of erworden ongewenste schakelingenuitgevoerd, eventueel wordt het ap-paraat automatisch uitgeschakeld(zie hoofdstuk: “Beveiligingen”, para-graaf: “Veiligheidsuitschakeling”).Hete pannen op de sensortoetsen/displays kunnen de daaronder lig-gende elektronica beschadigen.Houd de sensortoetsen en displaysschoon, plaats er geen voorwerpenop en ook geen hete pannen.
Bediening23 Brandgevaar door oververhittingvan gerechten.Als u gerechten niet in de gatenhoudt, kunnen deze oververhit rakenen vlam vatten.Houd toezicht op het apparaat alshet in gebruik is.Houd er rekening mee dat de op-warmtijd bij inductie heel kort is.Wok inschakelen Raak sensortoets aan.Er lichten meer sensortoetsen op.Als u daarna geen instellingen uitvoert,wordt de kookplaat om veiligheidsre-denen na enkele seconden weer uit-geschakeld.Vermogensstand instellenStandaard is de permanente panher-kenning geactiveerd (zie hoofdstuk:“Programmering”).
Als de wok is inge-schakeld en u de wokpan erop plaatst,lichten alle sensortoetsen van de ge-tallenreeks op. Zet de wokpan op de wokzone. Raak de sensortoets van de ge-wenste vermogensstand aan.Uitschakelen U kunt de wokzone uitschakelen doorsensortoets 0 op het bedieningspa-neel aan te raken. U kunt de wok uitschakelen doorsensortoets aan te raken.Restwarmte-indicatieAls het apparaat heet is, brandt na hetuitschakelen de restwarmte-indicatie.Afhankelijk van de temperatuur ver-schijnt boven de vermogensstanden 1,2 en 3 telkens een punt.De punten van de restwarmte-indicatieverdwijnen één voor één als het appa-raat afkoelt.
De laatste punt verdwijntals het apparaat zover is afgekoeld datu het zonder gevaar kunt aanraken. Gevaar voor verbranding doorhete oppervlakken.Na het koken zijn de oppervlakkennog heet.Raak de oppervlakken niet aan alsde restwarmte-indicatie nog brandt.Vermogensstand instellen (uit-gebreid aantal standen) Raak het gedeelte tussen de sensor-toetsen aan.De sensortoetsen voor en achter dezetussenstanden branden helderder dande overige toetsen.Voorbeeld:Wanneer u de vermogensstand 7. heeftingesteld, branden 7 en 8 helderder dande overige sensortoetsen.
Deaankooktijd hangt af van de ingesteldedoorkookstand (zie tabel).Aankookautomaat activeren Raak de sensortoets van de ge-wenste doorkookstand zo lang aan,tot er een signaal klinkt en de sensor-toets begint te knipperen.Gedurende de aankooktijd (zie tabel)knippert de ingestelde doorkookstand.Als het aantal vermogensstanden is uit-gebreid (zie hoofdstuk “Programme-ring”) en er een tussenstand is geselec-teerd, knipperen de sensortoetsen vooren na de tussenstand.Als u tijdens de aankooktijd de door-kookstand wijzigt, deactiveert u deaankookautomaat.Aankookautomaat deactiveren Raak de sensortoets van de inge-stelde doorkookstand aanof stel een andere vermogensstand in.Doorkookstand* Ankooktijd[min:sec]1 ca. 0:151. ca. 0:152 ca. 0:152. ca. 0:153 ca. 0:253. ca. 0:254 ca. 0:504. ca. 0:505 ca. 2:005. ca. 5:506 ca. 5:506. ca. 2:507 ca. 2:507. ca. 2:508 ca. 2:508. ca.
Bediening25BoosterDe wok heeft een TwinBooster.Met de booster kan gedurende maxi-maal 15 minuten een hoger vermogenworden geleverd.Als u de booster inschakelt, terwijl- er geen vermogensstand is ingesteld,schakelt het apparaat na afloop vande boostertijd of als de boosterfunc-tie vroegtijdig wordt gedeactiveerdautomatisch terug naar vermogens-stand9.- wel een vermogensstand is ingesteld,schakelt het apparaat na afloop vande boostertijd of als de boosterfunc-tie vroegtijdig wordt gedeactiveerdautomatisch terug naar de daarvóóringestelde vermogensstand.TwinBooster activeren, stand 1 Zet de wokpan op de wokzone. Stel eventueel een vermogensstandin. Raak sensortoetsB aan.Het controlelampje voor TwinBoosterstand 1licht op.TwinBooster activeren, stand 2 Zet de wokpan op de wokzone. Stel eventueel een vermogensstandin. Raak 2 keer sensortoetsB aan.Het controlelampje voor TwinBoosterstand 2licht op.TwinBooster deactiveren Raak sensortoetsB zo vaak aan, tot-dat de controlelampjes doven,of stel een andere vermogensstand in.
Bediening26WarmhoudenDe warmhoudfunctie dient voor hetwarmhouden van gerechten meteenna de bereiding. De functie is niet be-doeld voor het opwarmen van reedsafgekoelde gerechten.De maximale warmhoudtijd bedraagt2uur.- Houd gerechten uitsluitend in de panwarm. Sluit de pan met een deksel af.- Roer vaste of papperige gerechten(aardappelpuree, 1-pans gerechten)af en toe om.- De voedingswaarde van een gerechtneemt gedurende de bereiding af. Tij-dens het warmhouden neemt de voe-dingswaarde verder af. Houd dewarmhoudtijd zo kort mogelijk.Warmhouden activeren/deactiveren Raak sensortoets aan.
Tabel vermogensstanden27De kookplaat heeft standaard 9vermogensstanden. Indien u een fijnere indelingwenst, kunt u deze uitbreiden tot 17vermogensstanden (zie hoofdstuk: “Program-mering”).Instelbereikinstelling affabriek(9standen)uitgebreid(17standen)Warmhouden, smelten van chocolade 1–2 1–2.Verwarmen van gerechten 3–6 3–5.Snel braden van typisch Chinese gerechten 7–9 7–9De aangegeven standen zijn slechts algemene richtlijnen. De bereidingstijd hangtaltijd af van het soort gerecht, de samenstelling en de dikte van het product.
Timer28Het SmartLine-element moet inge-schakeld zijn als u de timer wilt ge-bruiken.U kunt de timer voor 2functies gebrui-ken:- voor het instellen van een kookwek-kertijd- voor het automatisch uitschakelenvan een kookzone/verwarmingsele-ment/teppanzoneU kunt de functies tegelijk gebruiken.U kunt een tijd instellen tussen 1mi-nuut(:) en 9uur en 59minu-ten(:).Tijden tot en met 59minuten stelt uinminuten in (0:59), tijden vanaf 60mi-nuten in uren enminuten. De tijden wor-den ingevoerd in de volgorde “uren”,“minuten” (tiental) en “minuten” (rechtercijfer).De tijden worden via de cijferreeks inge-voerd.Voorbeeld:59minuten = 0:59uur,invoer: 5-980minuten = 1:20uur,invoer: 1-2-0Nadat het eerste cijfer is ingevoerd,brandt het timerdisplay statisch. Na in-voer van het tweede cijfer springt heteerste cijfer naar links.
De functie kan voor alle kookzo-nes gelijktijdig worden gebruikt.De kookzone wordt automatisch uitge-schakeld als de geprogrammeerde tijdlanger is dan de maximaal toegestanebedrijfsduur (zie hoofdstuk: “Veilig-heidsfuncties”, paragraaf “Veiligheids-schakelaar”).Uitschakeltijd instellen Stel voor de gewenste kookzone eenvermogensstand in. Raak de sensortoets aan.Het timerdisplay knippert. Stel de gewenste tijd in.Als u de sensortoets aanraakt of10seconden wacht, start de uitschakel-tijd.Het controlelampje voor de kookzone-koppeling automatisch uitschakelenknippert. Als u voor nog een kookzone een uit-schakeltijd wilt instellen, doet u het-zelfde als hiervoor beschreven.Als er meerdere uitschakeltijden zijngeprogrammeerd, wordt de kortsteresttijd weergegeven en knippert hetdesbetreffende controlelampje.
Extra functies31Stop&GoBij de activering van Stop&Go wordt deingestelde vermogensstand tot 1 ver-laagd.De vermogensstand en de instelling vande timer kunnen niet worden gewijzigd,de wok kan alleen maar uitgeschakeldworden.
De kookwekker-, uitschakel-en boostertijd en de tijd voor de aan-kookautomaat lopen verder door.Bij deactivering wordt weer naar de ver-mogensstand teruggeschakeld die hetlaatst was ingesteld.Als de functie niet binnen 1 uur wordtgedeactiveerd, wordt de wok uitge-schakeld.Activeren/deactiveren Raak sensortoets aan.RecallAls het apparaat tijdens het gebruik perongeluk uitgeschakeld is, kunt u metdeze functie alle instellingen herstellen.Hiervoor moet u het apparaat binnen10seconden na het uitschakelen weerinschakelen. Schakel het apparaat weer in.De eerder ingestelde vermogens-standen knipperen. Raak meteen een van de knipperendevermogensstanden aan.Het apparaat gaat verder met de eerdergedane instellingen.
Extra functies32SchoonmaakfunctieU kunt de sensortoetsen van het ap-paraat gedurende 20seconden ver-grendelen, bijvoorbeeld om verontrei-nigingen te verwijderen. De sensor-toets wordt niet vergrendeld.Activeren Tip de sensortoets aan.In het timerdisplay loopt de tijd af.Deactiveren Druk zo lang op de sensorstoetstotdat het timerdisplay dooft.DemomodusMet deze functie kan de vakhandel hetapparaat presenteren, zonder dat deverwarming wordt ingeschakeld.Demomodus activeren/deactiveren Schakel het apparaat in. Raak op het bedieningspaneel sen-sortoets0 aan. Raak daarna tegelijk de sensor-toetsen0 en 2 gedurende 6secon-den aan.In het timerdisplay knipperen afwisse-lend gedurende enkele seconden en (demomodus geactiveerd) of (demomodus gedeactiveerd).Gegevens SmartLine-elementweergevenU kunt de type-aanduiding en de soft-wareversie van uw apparaat laten weer-geven.
Er mogen geen pannen op hetapparaat staan.Type-aanduiding Schakel het apparaat in. Druk op het bedieningspaneel vaneen willekeurige kookzone op de sen-sortoets0. Druk daarna tegelijk op de sensor-toetsen0 en4.In het timerdisplay knipperen afwisse-lend telkens 2 cijfers: knippert in afwisseling met =CS1234Softwareversie Schakel het apparaat in. Druk op het bedieningspaneel vaneen willekeurige kookzone op de sen-sortoets0. Druk daarna tegelijk op de sensor-toetsen0 en3.In het timerdisplay verschijnen cijfers:: = softwareversie
Beveiligingen33Ingebruiknamebeveiliging/ver-grendelingDe vergrendeling wordt door eenstroomstoring gedeactiveerd. Om te voorkomen dat iemand hetSmartLine-element per vergissing in-schakelt of instellingen wijzigt, heeft hetapparaat een inschakelblokkering eneen vergrendeling. De inschakelblokkering wordt geacti-veerd, terwijl het SmartLine-element uit-geschakeld is. Als deze functie actief is,kan het apparaat niet worden ingescha-keld en kan de timer niet worden be-diend. Een ingestelde kookwekker looptdoor. Het SmartLine-element is zo ge-programmeerd dat de inschakelblokke-ring handmatig moet worden geacti-veerd. U kunt de instelling zo wijzigendat de vergrendeling 5minuten na hetuitschakelen van het SmartLine-ele-ment automatisch wordt geactiveerd(zie het hoofdstuk “Programmering”). De vergrendeling wordt bij ingescha-keld apparaat geactiveerd.
Als dezefunctie geactiveerd is, kan het apparaatslechts beperkt worden bediend:- De ingestelde vermogensstandenkunnen niet worden gewijzigd. - Een ingestelde kookwekkertijd kanworden gewijzigd. - Het SmartLine-element kan alleenmaar worden uitgeschakeld. Wanneer bij een geactiveerde inge-bruiknamebeveiliging of vergrendelingeen niet-toegestane sensortoets wordtaangeraakt, verschijnt gedurende en-kele seconden in de timerindicatieen klinkt er een signaal. Inschakelblokkering activeren Raak gedurende 6seconden sensor-toets aan. De seconden worden in het timerdis-play afgeteld. Na afloop verschijnt in het timerdisplay. De inschakelblokke-ring is geactiveerd. Inschakelblokkering deactiveren Raak gedurende 6seconden sensor-toets aan. In het timerdisplay verschijnt even ,vervolgens worden de seconden afge-teld. Na afloop is de inschakelblokke-ring gedeactiveerd.
Na afloop verschijnt in het timerdisplay. De vergrendeling isgeactiveerd. Vergrendeling deactiveren Raak de sensortoetsen en aanen laat tegelijkertijd uw vingers gedu-rende 6 seconden erop rusten. In het timerdisplay verschijnt even ,vervolgens worden de seconden afge-teld. Na afloop is de vergrendeling ge-deactiveerd.
Beveiligingen34VeiligheidsuitschakelingSensortoetsen zijn afgedektWanneer er langer dan 10secondenovergekookte gerechten of voorwerpenop één of meer sensortoetsen liggen,wordt het apparaat automatisch uitge-schakeld. Boven de sensortoetsknippert kort een en er klinkt een sig-naal.Wanneer u de voorwerpen en/of ver-ontreinigingen verwijdert, dooft en ishet apparaat weer klaar voor gebruik.Het apparaat was te lang ingescha-keldDe veiligheidsuitschakeling wordt auto-matisch geactiveerd als de wokzoneongewoon lang in gebruik is geweest.De tijdspanne hangt van de gekozenvermogensstand af. Als deze tijd isoverschreden, wordt de wokzone uitge-schakeld en verschijnt de restwarmte. Ukunt het apparaat weer gewoon in ge-bruik nemen.Het veiligheidsniveau van het apparaatstaat standaard op instelling0. U kuntook een hoger veiligheidsniveau kie-zen.
Beveiligingen35OververhittingsbeveiligingAlle inductiespoelen en de koelelemen-ten van de elektronica zijn voorzien vaneen oververhittingsbeveiliging. Voordatde inductiespoelen en/of de koelele-menten oververhit raken, leidt de over-verhittingsbeveiliging tot een van devolgende reacties:Inductiespoelen- Een ingeschakelde Booster wordt uit-geschakeld.- De ingestelde vermogensstand wordtverlaagd.- De kookzone wordt automatisch uit-geschakeld.
In de timerindicatie knip-peren en afwisselend.U kunt de kookzone gewoon weer ingebruik nemen als de foutmelding isverdwenen.Koelelement- Een ingeschakelde Booster wordt uit-geschakeld.- De ingestelde vermogensstand wordtverlaagd.- De kookzones worden automatischuitgeschakeld.Pas als het koelelement voldoende isafgekoeld, kunt u de betreffende kook-zones weer in gebruik nemen.In de volgende gevallen kan de overver-hittingsbeveiliging in werking treden:- De pan op de kookzone is leeg.- Vet of olie wordt op een hoge vermo-gensstand verhit.- De onderkant van de kookplaat isniet voldoende geventileerd.- Een hete kookzone wordt na eenstroomstoring weer ingeschakeld.Reageert de oververhittingsbeveiligingopnieuw nadat de oorzaak is weggeno-men, neem dan contact op met Miele.
Programmering36U kunt de programmering van het ap-paraat aan uw persoonlijke wensenaanpassen. U kunt meerdere instel-lingen na elkaar wijzigen.Na het oproepen van de programmeringverschijnt het symbool en in het ti-merdisplay.
Na enkele secondenknipperen in het timerdisplay afwisse-lend: (programma01) en :(co-de).Programmering wijzigenProgrammering oproepen Druk bij uitgeschakeld apparaat te-gelijk op de sensortoetsen en .Druk zo lang totdat het symboolverschijnt en in het timerdisplay.Programma instellenBij tweecijferige programmanummersmoet eerst het tiental worden inge-steld. Druk zo vaak op de sensortoetstotdat het gewenste programmanum-mer in het display verschijnt of drukop het betreffende cijfer op het be-dieningspaneel.Code instellen Druk zo vaak op de sensortoetstotdat het gewenste codenummer inhet display verschijnt of druk op hetbetreffende cijfer op het bedienings-paneel.Instellingen opslaan Als het programma wordt weergege-ven (bijvoorbeeld:), drukt u zolang op de sensortoets tot de con-trolelampjes uitgaan.Instellingen niet opslaan Raak zo lang sensortoets aan,totdat de controlelampjes gedoofdzijn.
Programmering38Programma1Code2InstellingenP:12Reactiesnelheid van de sensor-toetsenC:00LangzaamC:01NormaalC:02SnelP:15Permanente panherkenningC:00Permanente panherkenning uitC:01Permanente panherkenning aan1Niet genoemde programma's zijn niet bezet.2De standaard ingestelde code is telkens vet gedrukt.3Wanneer de kookplaat ingeschakeld wordt, verschijnt enkele seconden in de timerindi-catie.4In de tekst en in de tabellen worden de uitgebreide vermogensstanden voor de duidelijk-heid weergegeven met een punt achter het cijfer.5De bevestigingstoon van sensortoets Aan/Uit wordt niet uitgeschakeld.
Reiniging en onderhoud39 Gevaar voor verbranding doorhete oppervlakken.Na het koken zijn de oppervlakkennog heet.Schakel de wok uit.Laat de oppervlakken afkoelen voor-dat u de wok reinigt. Schade door vocht in het appa-raat.De stoom van een stoomreiniger kanterechtkomen op onderdelen die on-der spanning staan en een kortslui-ting veroorzaken.Gebruik voor de reiniging nooit eenstoomreiniger.Alle oppervlakken kunnen verkleurenof veranderen wanneer u onge-schikte reinigingsmiddelen gebruikt.De oppervlakken zijn krasgevoelig.Verwijder resten van reinigingsmid-delen onmiddellijk.Gebruik geen schurende reinigings-middelen of middelen die krassenkunnen veroorzaken.Laat het SmartLine-element voor el-ke reiniging afkoelen. Reinig het apparaat en de accessoi-res na elk gebruik. Maak het apparaat na elke vochtigereiniging weer droog om kalkresten tevoorkomen.Ongeschikte reinigingsmidde-lenOm beschadigingen aan de oppervlak-ken te voorkomen, mogen de volgendemiddelen niet worden gebruikt:- afwasmiddelen- soda-, alkali-, ammoniak-, zuur- ofchloridehoudende reinigingsmiddelen- kalkoplossende reinigingsmiddelen- vlek- en roestverwijderaars- schurende reinigingsmiddelen, zoalsschuurpoeder, vloeibaar schuurmid-del en reinigingssteen- oplosmiddelhoudende reinigingsmid-delen- reinigingsmiddelen voor afwasauto-maten- grill- en ovensprays- glasreinigers- schurende harde borstels en spons-jes (zoals pannensponsjes) of ge-bruikte sponsjes die nog restenschuurmiddel bevatten- vlekkensponsjes
Reiniging en onderhoud40 Schade door spitse voorwerpen.De afdichtband tussen apparaat enwerkblad kan beschadigd raken.Gebruik voor de reiniging geen spitsevoorwerpen.Met een afwasmiddel worden niet al-le verontreinigingen en resten verwij-derd.Er ontstaat een onzichtbare film dietot verkleuringen van het keramischeglas leidt. Deze verkleuringen kunnenniet meer worden verwijderd.Reinig de keramische plaat regelma-tig met een speciaal reinigingsmiddelvoor keramisch glas. Verwijder alle grove verontreinigingenmet een vochtige doek. Vastgekoekteverontreinigingen verwijdert u meteen glasschraper. Reinig de plaat vervolgens met hetMiele-reinigingsmiddel voor kera-mische platen en roestvrij staal (ziehoofdstuk: “Bij te bestellen accessoi-res”) of met een ander geschikt reini-gingsmiddel voor keramische platen.Gebruik hierbij een stuk keukenrol ofeen schone doek.
Gebruik het reini-gingsmiddel niet op een hete plaat,omdat daardoor vlekken kunnen ont-staan. Volg de aanwijzingen van defabrikant van het reinigingsmiddel op. Verwijder de resten van het reini-gingsmiddel met een vochtige doeken maak de kookplaat vervolgensdroog.Reinigingsmiddelresten branden bijeen volgend gebruik in en kunnen dekeramische plaat beschadigen. Verwij-der alle reinigingsmiddelresten. Vlekken van kalkresten, water en alu-minium kunt u met het reinigingsmid-del voor keramische platen en roest-vrij staal verwijderen. Gevaar voor verbranding doorhete oppervlakken.Tijdens het koken zijn de oppervlak-ken heet.Trek ovenhandschoenen aan voordatu resten van suiker, kunststof of alu-miniumfolie met een glasschrapervan de hete kookplaat verwijdert. Schakel de kookplaat meteen uit alssuiker, suikerhoudend voedsel,kunststof of aluminiumfolie op dehete plaat terechtkomt.
Nuttige tips41De meeste storingen en problemen die bij dagelijks gebruik kunnen optreden, kuntu zelf verhelpen. U bespaart daarmee niet alleen tijd, maar ook kosten, omdat uMiele niet hoeft in te schakelen. De volgende tabellen helpen u de oorzaken van een probleem te achterhalen enhet probleem te verhelpen. Meldingen in de indicaties/het displayProbleem Oorzaak en oplossingAls het apparaat wordtingeschakeld of als eensensortoets wordt be-diend, verschijnt gedu-rende enkele secon-den in het timerdis-play. De inschakelblokkering of vergrendeling is geacti-veerd. Deactiveer de inschakelblokkering/vergrendeling. Zie hoofdstuk: “Beveiligingen”, paragraaf: “Inscha-kelblokkering/Vergrendeling”). Na het inschakelen vanhet apparaat verschijntkort in het timerdis-play. Het apparaat ver-warmt niet. De demomodus is ingeschakeld. Druk tegelijk op de sensortoetsen0 en2.
Druk zolang totdat in het timerdisplay en afwisse-lend knipperen. Het apparaat is automa-tisch uitgeschakeld. Alsu het apparaat opnieuwinschakelt, verschijntboven de Aan/Uit-toets een. Eén of meerdere sensortoetsen zijn bedekt, bijvoor-beeld door vingercontact, overkokende gerechten ofneergelegde voorwerpen. Verwijder de verontreinigingen en/of de voor-werpen (zie hoofdstuk: “Beveiligingen”, paragraaf:“Veiligheidsuitschakeling”). In het timerdisplay knip-pert in afwisselingmet en u hoort eensignaal. Het apparaat is verkeerd aangesloten. Maak het apparaat spanningsvrij. Neem contact op met Miele. In de timerindicatieknippert afwisse-lend met . De oververhittingsbeveiliging heeft gereageerd. Zie het hoofdstuk: “Veiligheidsfuncties”, paragraaf:“Oververhittingsbeveiliging”. In de timerindicatieknippert afwisse-lend met , of.
Nuttige tips42Probleem Oorzaak en oplossingIn de timerindicatie ver-schijnt een melding dieniet in deze tabel wordtgenoemd.Er is een storing opgetreden in de elektronica. Onderbreek de stroomvoorziening van het appa-raat gedurende ca. 1minuut. Als het probleem na het herstellen van de stroom-voorziening nog niet is verholpen, neem dan con-tact op met Miele.
De omgeving van het apparaat magook niet te donker zijn. Verwijder alle pannen en reinig het apparaat.Het apparaat en de sensortoetsen mogen niet af-gedekt zijn. Onderbreek de stroomvoorziening van het appa-raat gedurende ca.1minuut. Als het probleem na het herstellen van de stroom-voorziening nog niet is verholpen, neem dan con-tact op met Miele.De wok wordt automa-tisch uitgeschakeld.De maximale gebruiksduur is overschreden. Schakel de wok weer in (zie hoofdstuk: “Bevei-ligingen”, paragraaf: “Veiligheidsuitschakeling”).De oververhittingsbeveiliging heeft gereageerd. Zie hoofdstuk: “Beveiligingen”, paragraaf: “Over-verhittingsbeveiliging”.De kookzone werkt nietzoals u gewend bent opde ingestelde vermo-gensstand.De oververhittingsbeveiliging heeft gereageerd. Zie hoofdstuk: “Beveiligingen”, paragraaf: “Over-verhittingsbeveiliging”.De boosterstand wordtautomatisch te vroeguitgeschakeld.De oververhittingsbeveiliging heeft gereageerd. Zie hoofdstuk: “Beveiligingen”, paragraaf: “Over-verhittingsbeveiliging”.
Nuttige tips44Algemene problemen of technische storingenProbleem Oorzaak en oplossingHet apparaat kan nietingeschakeld worden.Het apparaat heeft geen stroom. Controleer of de zekering van de elektrische instal-latie doorgeslagen is. Neem contact op met eenelektricien of met Miele (minimale sterkte van dezekering zie typeplaatje).Er is mogelijk sprake van een technische storing. Maak het apparaat ca.1minuut spanningsvrij. Doedat als volgt:– schakel de hoofdschakelaar van de huisinstalla-tie uit of draai de betreffende zekering(en) eruitof– schakel de aardlekschakelaar uit. Schakel daarna alles weer in. Kunt u het apparaatdan nog niet in gebruik nemen, neem dan contactop met een elektricien of met Miele.Bij het nieuwe apparaatkomen geurtjes endamp vrij.De metalen delen van het apparaat zijn voorzien vaneen speciaal beschermlaagje.
Als u de wok voor heteerst in gebruik neemt, kunnen geurtjes en dampenontstaan. Ook het materiaal van de inductiespoelengeeft tijdens de eerste gebruiksuren een geur af. Bijelk volgend gebruik neemt de geurvorming af, totdatu niets meer waarneemt. De geur en de eventueeloptredende damp wijzen niet op een verkeerde aan-sluiting of een defect en zijn ook niet schadelijk voorde gezondheid.Na het uitschakelen vanhet apparaat is nog eengeluid te horen.De ventilator blijft draaien tot het apparaat afge-koeld is en wordt dan automatisch uitgeschakeld.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele CS 7641 FL stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Miele
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis