Miele CS 7632 FL Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Miele CS 7632 FL (68 pagina’s), behorend tot de categorie Inductiekookplaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 139 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Miele CS 7632 FL of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/68
Gebruiks- en montagehandleiding
SmartLine Teppanyaki
Lees beslist de gebruiks- en montagehandleiding voordat u uw appa-
raat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u
voorkomt schade aan uw apparaat.
nl-NLM.-Nr. 10 757 851

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Inductiekookplaat
Model: CS 7632 FL
Apparaatplaatsing: Ingebouwd
Soort bediening: Touch
Kleur van het product: Zwart
Ingebouwd display: Ja
Timer: Ja
Gewicht: 8000 g
Breedte: 378 mm
Diepte: 520 mm
Hoogte: 60 mm
Snoerlengte: 1.5 m
Warmhoud functie: Ja
Soort materiaal (bovenkant): Glaskeramiek
Type kookplaat: Inductiekookplaat zones
Controle positie: Boven voorzijde
Aangesloten lading (elektrisch): 2600 W
Installatie compartiment breedte: 382 mm
Installatie compartiment diepte: 524 mm
Vermogen: 2600 W
Aangesloten lading (gas): - W
Type timer: Digitaal
Restwarmte-indicator: Ja
Frame type: Frameloos
Soort apparaat: Ingebouwd
AC-ingangsspanning: 220 - 240 V
Materiaal bovenlaag: Glaskeramiek

Handleiding Miele CS 7632 FL – volledige tekst

Inhoud2Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 4Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 14Overzicht. 15Tepan Yaki. 15Bedieningselementen/displays. 16Ingebruikneming van het apparaat. 17SmartLine-element voor het eerst reinigen. 17SmartLine-element voor het eerst in gebruik nemen. 17Principe van inductie. 18Tabel vermogensstanden. 19Bediening. 20Principe van de bediening. 20Vermogensstand instellen. 21Uitschakelen. 21Restwarmte-indicatie. 21Vermogensstand instellen (uitgebreid aantal standen). 22Verwarmingselementen samenvoegen. 22Let op het volgende. 23Warmhouden. 23Timer. 24Kookwekker. 24Verwarmingselementen/braadzone automatisch uitschakelen. 25Extra functies. 26Stop&Go. 26Recall. 26Schoonmaakfunctie. 27Demomodus. 27Gegevens SmartLine-element weergeven. 27Beveiligingen. 28Inschakelblokkering / vergrendeling. 28Veiligheidsuitschakeling. 30Oververhittingsbeveiliging.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen4Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Onjuist gebruik kan echter persoonlijk letsel of materiële schadetot gevolg hebben.Lees de gebruiks- en montagehandleiding aandachtig door voor-dat u het apparaat in gebruik neemt. Hierin vindt u belangrijke in-structies met betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruiken het onderhoud. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schadeaan het apparaat.Wanneer de veiligheidsinstructies en waarschuwingen niet wordenopgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor scha-de die daarvan het gevolg is.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef deze dooraan een eventuele volgende eigenaar!

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen5Verantwoord gebruik Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor particulier huishoudelijkgebruik (of daarmee vergelijkbaar). Het apparaat mag niet buiten worden gebruikt. Gebruik het apparaat uitsluitend in huishoudelijke situaties voorhet bereiden en warmhouden van gerechten. Gebruik voor anderedoeleinden is niet toegestaan en kan gevaarlijk zijn. Dit apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die instaat zijn het apparaat veilig te bedienen. Deze personen moetenvolledig op de hoogte zijn van de inhoud van de gebruiksaanwijzing.Men moet zich bewust zijn van de gevaren van een foutieve bedie-ning.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6Wanneer er kinderen in huis zijn Houd kinderen onder 8 jaar op een afstand, tenzij u voortdurendtoezicht houdt. Kinderen vanaf 8 jaar mogen het apparaat alleen zonder toezichtgebruiken als ze precies weten hoe ze het veilig moeten bedienen.De kinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren van een foutie-ve bediening. Kinderen mogen het apparaat niet zonder toezicht reinigen. Houd kinderen in de gaten wanneer deze zich in de buurt van hetapparaat bevinden. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen. Het apparaat wordt bij gebruik heet en blijft dat ook nog enige tijdna het uitschakelen. Houd kinderen op een afstand, totdat het appa-raat voldoende is afgekoeld en er geen verbrandingsgevaar meer be-staat. Pas op voor verbranding.Bewaar voorwerpen, die voor kinderen interessant kunnen zijn, nietop plaatsen boven of achter het apparaat.

Zo krijgen de kinderenniet de neiging om op het apparaat te klimmen. Verstikkingsgevaar! Kinderen kunnen zich tijdens het spelen inverpakkingsmateriaal wikkelen (bijvoorbeeld in folie) of het materiaalover hun hoofd trekken en stikken. Houd verpakkingsmaterialen bijkinderen vandaan. Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen het apparaatniet onbedoeld kunnen inschakelen. Schakel de vergrendeling in alsu het apparaat gebruikt, zodat kinderen de (gekozen) instellingen nietkunnen wijzigen.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7Technische veiligheid Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- of repara-tiewerkzaamheden kan de gebruiker aanzienlijke risico's lopen. In-stallatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleendoor een door Miele geautoriseerde vakkracht worden uitgevoerd. Een beschadigd apparaat kan uw veiligheid in gevaar brengen.Controleer het apparaat op zichtbare schade. Gebruik nooit een be-schadigd apparaat. De betrouwbare en veilige werking van het apparaat is uitsluitendgegarandeerd, als het apparaat op het openbare elektriciteitsnet isaangesloten. Het apparaat mag niet op wisselrichters worden aangesloten diebij autonome stroomvoorzieningen worden toegepast (zoals bij zon-ne-energie). Als het apparaat wordt ingeschakeld, kan het bij span-ningspieken om veiligheidsredenen worden uitgeschakeld.

De elek-tronica kan beschadigd raken. De elektrische veiligheid van het apparaat is uitsluitend gegaran-deerd, als het wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd. Aan deze funda-mentele veiligheidsvoorwaarde moet worden voldaan. Laat de elek-trische installatie bij twijfel door een vakkracht inspecteren. De aansluitgegevens (frequentie en spanning) op het typeplaatjevan het apparaat moeten beslist met de waarden van het elektrici-teitsnet overeenkomen, om beschadiging van het apparaat te voor-komen. Vergelijk deze gegevens voor het aansluiten. Raadpleeg bij twijfeleen elektricien. Met een stekkerdoos of verlengsnoer kan een veilig gebruik vanhet apparaat niet worden gewaarborgd (brandgevaar). Sluit het ap-paraat hiermee niet op het elektriciteitsnet aan.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8 Gebruik het apparaat alleen als het is ingebouwd, zodat de veilig-heid is gewaarborgd. Dit apparaat mag niet op een niet-stationaire locatie (zoals eenboot) worden gebruikt. Wanneer onderdelen worden aangeraakt die onder spanningstaan of wanneer elektrische en mechanische onderdelen wordenveranderd, is dit gevaarlijk voor de gebruiker. Het kan er tevens toeleiden dat het apparaat niet meer goed functioneert.Open nooit de ommanteling van het apparaat. De garantie vervalt als het apparaat niet wordt gerepareerd dooreen technicus die door Miele is geautoriseerd. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen.

Alleen van Miele-onderdelen kunnen wij garan-deren dat zij volledig aan de veiligheidseisen voldoen. Het apparaat mag niet worden gebruikt met een externe schakel-klok of een systeem dat op afstand werkt. Als de stekker wordt verwijderd of als de aansluitkabel geen stek-ker heeft, mag het apparaat uitsluitend door een elektricien op hetelektriciteitsnet worden aangesloten. Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze door een elektri-cien worden vervangen door een speciale aansluitkabel (zie ook“Elektrische aansluiting”).

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9 Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet hetapparaat volledig van het elektriciteitsnet zijn losgekoppeld. Gadaarvoor als volgt te werk:– Schakel de zekeringen van de huisinstallatie uit.– Draai de zekeringen van de huisinstallatie er geheel uit.– Trek de stekker (indien aanwezig) uit de contactdoos. Trek daarbijniet aan de elektriciteitskabel maar aan de netstekker. Gevaar voor elektrische schok!Neem het apparaat bij een defect niet in gebruik of schakel het ap-paraat meteen uit. Maak het apparaat spanningsvrij. Neem contactop met Miele. Als het apparaat achter een meubeldeur is ingebouwd, mag dedeur nooit worden gesloten als u het apparaat gebruikt. Achter eengesloten deur worden warmte en vocht opgehoopt. Hierdoor kunnenhet apparaat, de kast en de vloer beschadigd raken.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10Veilig gebruik Het apparaat wordt bij gebruik heet en blijft dat ook nog enige tijdna het uitschakelen. Pas als de lampjes van de restwarmte-indicatiegedoofd zijn, kunt u zich niet meer branden. Voorwerpen in de buurt van het ingeschakelde apparaat kunnendoor de hoge temperaturen vlam vatten. Gebruik het apparaat nooit om er een ruimte mee te verwarmen. Olie en vet kunnen bij oververhitting vlam vatten. Houd het appa-raat goed in de gaten als u met olie en/of vetten werkt. Blus eenbrand met olie of vet nooit met water. Schakel het apparaat uit.Doof vlammen voorzichtig met een deksel of blusdeken. Houd toezicht op het apparaat als het in gebruik is. Houd continutoezicht op korte kook- en braadprocessen. Flambeer nooit onder een afzuigkap.

Door de vlammen kan de af-zuigkap in brand vliegen. Als spuitbussen, licht ontvlambare vloeistoffen of brandbare mate-rialen warm worden, kunnen ze vlam vatten. Bewaar licht ontvlamba-re voorwerpen daarom nooit in laden direct onder het apparaat. Be-stekladen, die onder het apparaat geplaatst zijn, moeten van hittebe-stendig materiaal gemaakt zijn. In afgesloten blikken en dergelijke ontstaat tijdens het inmaken ofverwarmen overdruk. Hierdoor kunnen deze voorwerpen openbar-sten. Gebruik het apparaat niet om voedingsmiddelen in afgeslotenblikken en dergelijke in te maken of te verwarmen. Als het apparaat wordt afgedekt, bestaat het risico dat het materi-aal van de afdekking vlam vat, barst of smelt als u het apparaat perongeluk inschakelt of als het nog heet is. Dek het apparaat nooit af,bijvoorbeeld met afdekplaten, een doek of beschermfolie.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11 Als het apparaat ingeschakeld is, als u het per ongeluk inschakeltof als het nog warm is van het koken, bestaat het risico dat metalenvoorwerpen die op het apparaat liggen heet worden. Andere materi-alen kunnen smelten of vlam vatten. Gebruik het apparaat nooit alswerkblad. Schakel het apparaat na gebruik uit. Als het apparaat heet is, kunt u zich branden. Gebruik ovenwantenof pannenlappen als het apparaat heet is. Deze moeten droog zijn.Nat of vochtig textiel geleidt de warmte beter en kan door stoombrandwonden veroorzaken. Als u een elektrisch apparaat (bijvoorbeeld een mixer) in de buurtvan het apparaat gebruikt, mag de aansluitkabel niet in contact ko-men met het hete apparaat. De isolatie van de kabel zou beschadigdkunnen raken. Hete voorwerpen op de sensortoetsen en de displays kunnen deelektronica eronder beschadigen.

Zet nooit hete pannen op de sen-sortoetsen en de displays. Vanwege de snelle reactietijd van inductie kan de temperatuur inde panbodem in zeer korte tijd de zelfontbrandingstemperatuur vanolie en vet bereiken. Houd daarom altijd toezicht op het apparaat alsdit in gebruik is. Alleen voor personen met een pacemaker: in de directe omgevingvan het ingeschakelde apparaat ontstaat een elektromagnetischveld. Het is niet waarschijnlijk dat dit veld de werking van de pace-maker nadelig beïnvloedt. Neem bij twijfel contact op met de produ-cent van de pacemaker of met uw arts. Het elektromagnetische veld van het ingeschakelde apparaat kande werking van magnetiseerbare voorwerpen beïnvloeden. Houdcreditcards, opslagmedia, rekenmachines, etc. uit de buurt van hetingeschakelde apparaat.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12 Metalen voorwerpen die in een lade onder het apparaat wordenbewaard, kunnen heet worden als u het apparaat lang en intensiefgebruikt. Bewaar daarom geen metalen voorwerpen in een lade diezich meteen onder het apparaat bevindt. Het apparaat heeft een koelventilator. Als zich onder het inge-bouwde apparaat een lade bevindt, moet de afstand tussen de in-houd van de lade en de onderkant van het apparaat voldoende zijn,zodat de ventilatie van het apparaat is gewaarborgd. Bewaar geenspitse en kleine voorwerpen of papier in de lade. Deze voorwerpenkunnen via de ventilatieopeningen in de behuizing terechtkomen ofaangezogen worden en zo de ventilator beschadigen of de koelingbeïnvloeden. Het apparaat wordt erg heet. Gebruik geen gecoat grillbestek.Ook gecoat grillbestek dat tegen hoge temperaturen bestand is, isniet geschikt!

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen13Reiniging en onderhoud De stoom van een stoomreiniger kan terechtkomen op onderdelendie onder spanning staan en een kortsluiting veroorzaken.Gebruik voor de reiniging van het apparaat nooit een stoomreiniger. Schakel het apparaat niet in als het boven een pyrolyse-oven of -fornuis is ingebouwd en de pyrolysefunctie actief is, omdat de over-verhittingsbeveiliging van het apparaat zou kunnen reageren (ziehoofdstuk: “Beveiligingen”, paragraaf: “Oververhittingsbeveiliging”).

Ingebruikneming van het apparaat17Plak het typeplaatje dat bij de docu-mentatie gevoegd is op de daarvoorbestemde plaats in het hoofdstuk“Service”.Verwijder eventueel aanwezige be-schermfolies en stickers.SmartLine-element voor heteerst reinigenWis alle oppervlakken met een voch-tige doek af. Wrijf daarna alles weerdroog.SmartLine-element voor heteerst in gebruik nemenDe metalen delen van het apparaat zijnvoorzien van een speciaal bescherm-laagje. Als het apparaat voor het eerstin gebruik wordt genomen, kunnengeurtjes en dampen ontstaan. Ook doorde verwarming van de inductiespoelenwordt tijdens de eerste gebruiksureneen geur afgegeven.

Bij elk volgend ge-bruik neemt de geurvorming af, totdat uniets meer waarneemt.De geur en de eventueel optredendedamp wijzen niet op een verkeerde aan-sluiting of een defect en zijn ook nietschadelijk voor de gezondheid.Houdt u er rekening mee dat de op-warmtijd bij inductie veel korter is danbij gewone verwarmingssystemen.

Principe van inductie18De braadplaat wordt met inductie ver-hit. Onder de braadplaat bevindt zicheen inductiespoel. Als u het apparaatinschakelt, genereert deze spoel eenmagnetisch veld, dat de braadplaat ver-hit.Gevaar voor verbranding doorhete voorwerpen.Als het apparaat ingeschakeld is, alsu het per ongeluk inschakelt of alshet nog warm is van het koken, be-staat het risico dat metalen voor-werpen die op het apparaat liggenheet worden.Gebruik het apparaat nooit als werk-blad.Schakel het apparaat na gebruik uitmet sensortoets .

Bediening20Principe van de bedieningUw SmartLine-element is voorzien vanelektronische sensortoetsen. Deze rea-geren op vingercontact. De sensortoetsAan/Uit moet bij het inschakelen omveiligheidsredenen iets langer wordenaangeraakt dan de overige toetsen.Elke reactie van de toetsen wordt be-vestigd met een akoestisch signaal.Bij uitgeschakeld apparaat is alleen hetopgedrukte symbool voor de sensor-toets Aan/Uit zichtbaar.

Als u het ap-paraat inschakelt, lichten ook anderesensortoetsen op.Storing door vuile en/of bedektesensortoetsen.De sensortoetsen reageren niet of erworden ongewenste schakelingenuitgevoerd, eventueel wordt het ap-paraat automatisch uitgeschakeld(zie hoofdstuk: “Beveiligingen”, para-graaf: “Veiligheidsuitschakeling”).Hete pannen op de sensortoetsen/displays kunnen de daaronder lig-gende elektronica beschadigen.Houd de sensortoetsen en displaysschoon, plaats er geen voorwerpenop en ook geen hete pannen.De teppanyaki heeft 2 zones, die apartingeschakeld en bediend kunnen wor-den. Voor grote hoeveelheden kunt u degehele plaat gebruiken om gerechten tebereiden of warm te houden. Bij kleinehoeveelheden kunt u op de achterstezone een gerecht bereiden en op devoorste zone een gerecht warmhoudenmet de warmhoudfunctie.

Bediening21Brandgevaar door oververhittingvan gerechten.Als u gerechten niet in de gatenhoudt, kunnen deze oververhit rakenen vlam vatten.Houd toezicht op het apparaat alshet in gebruik is.Houd er rekening mee dat de op-warmtijd bij inductie heel kort is.De teppanyaki inschakelenRaak sensortoets aan.Er lichten meer sensortoetsen op.

Als udaarna geen instellingen uitvoert, wordtde teppanyaki om veiligheidsredenenna enkele seconden weer uitgescha-keld.Vermogensstand instellenRaak op het betreffende bedienings-paneel de sensortoets van de ge-wenste vermogensstand aan.UitschakelenOm een zone van de plaat uit teschakelen, raakt u sensortoets0 ophet desbetreffende bedieningspaneelaan.Om de hele teppanyaki, dus beidezones, uit te schakelen raakt u sen-sortoets  aan.Restwarmte-indicatieAls het apparaat heet is, brandt na hetuitschakelen de restwarmte-indicatie.Afhankelijk van de temperatuur ver-schijnt boven de vermogensstanden 1,2 en 3 telkens een punt.De punten van de restwarmte-indicatieverdwijnen één voor één als het appa-raat afkoelt.

De laatste punt verdwijntals het apparaat zover is afgekoeld datu het zonder gevaar kunt aanraken.Gevaar voor verbranding doorhete oppervlakken.Na het koken zijn de oppervlakkennog heet.Raak de oppervlakken niet aan alsde restwarmte-indicatie nog brandt.

Bediening22Vermogensstand instellen (uit-gebreid aantal standen)Standaard zijn 9vermogensstandeningesteld. Indien u een fijnere indelingwenst, kunt u deze uitbreiden tot17vermogensstanden (zie hoofdstuk“Programmering”).Raak het gedeelte tussen de sensor-toetsen aan.De sensortoetsen voor en achter dezetussenstanden branden helderder dande overige toetsen.Voorbeeld:Wanneer u de vermogensstand7. heeftingesteld, branden 7 en 8 helderder dande overige sensortoetsen.Verwarmingselementen sa-menvoegenU kunt de verwarmingselementen sa-menvoegen als u de hele plaat op éénstand wilt gebruiken. Voor de instel-lingen wordt het voorste bedieningspa-neel gebruikt.Tip de sensortoets aan.

Bediening23Let op het volgendeVeeg de teppanyaki voor elk gebruikmet een vochtige doek af om stof-deeltjes en andere verontreinigingente verwijderen.– Verwarm de teppanyaki altijd 2-3 mi-nuten voor. Stel hiervoor de vermo-gensstand in, waarmee u aansluitendde bereiding wilt uitvoeren.– De teppanyaki moet vooral bij vleesgoed heet zijn, zodat het snel dicht-schroeit. Bij een te lage temperatuurkomt er te veel vleessap vrij.– Voor de bereiding hoeft u slechts wei-nig vet te gebruiken. Voor gemari-neerde gerechten is helemaal geenvet nodig.– Gebruik alleen vet- of oliesoorten diegeschikt zijn voor hoge temperaturen.– Wij adviseren, vlees vooraf te marine-ren.

De smaak wordt dan sterker.– Dep vochtige voedingsmiddelen metkeukenpapier droog om te voorko-men dat ze gaan spetteren.– Strooi pas zout op het vlees nadathet is gebraden, anders wordt hetdroog.WarmhoudenDe warmhoudfunctie dient voor hetwarmhouden van gerechten meteenna de bereiding. De functie is niet be-doeld voor het opwarmen van reedsafgekoelde gerechten.De maximale warmhoudtijd bedraagt2uur.Warmhouden activeren/deactiverenTip de sensortoets van de betref-fende kookzone aan.

Timer24Het apparaat moet ingeschakeld zijn,als u de timer wilt gebruiken.U kunt een tijd instellen tussen 1minuut(:) en 9uur en 59minuten (:).Tijden tot en met 59minuten stelt uinminuten in (0:59), tijden vanaf 60mi-nuten in uren enminuten. De tijden wor-den ingevoerd in de volgorde “uren”,“minuten” (tiental) en “minuten” (rechtercijfer).Voorbeeld:59minuten = 0:59, invoer: 5-980minuten = 1:20, invoer: 1-2-0Nadat het eerste cijfer is ingevoerd,brandt het timerdisplay statisch. Na in-voer van het tweede cijfer springt heteerste cijfer naar links.

Na invoer vanhet derde cijfer springen het eerste entweede cijfer naar links.U kunt de timer voor 2 functies gebrui-ken:– voor het instellen van een kookwek-kertijd,– voor het automatisch uitschakelenvan een kookzone/verwarmingsele-ment/een braadzone van de teppany-aki.U kunt de functies tegelijk gebruiken.Getoond wordt altijd de kortste tijd ende sensortoets (kookwekker) of hetcontrolelampje voor automatisch uit-schakelen knippert.Wanneer u de op de achtergrond aflo-pende resttijden wilt weergeven, tipt usensortoets of  aan.

Als meerdereuitschakeltijden geprogrammeerd zijn,drukt u zo vaak op de sensortoetstotdat het betreffende controlelampjeknippert.KookwekkerDe kookwekker wordt met de getallen-reeks links of linksvoor ingesteld (afhan-kelijk van het model).Kookwekkertijd instellenTip sensortoets aan.Het timerdisplay begint te knipperen.Stel de gewenste tijd in.Kookwekkertijd wijzigenTip sensortoets aan.Stel de gewenste tijd in.Kookwekkertijd wissenTip sensortoets  zo vaak aan totdatin het timerdisplay : verschijnt.

Timer25Verwarmingselementen/braad-zone automatisch uitschakelenU kunt een tijd instellen waarna een ver-warmingselement/braadzone automa-tisch wordt uitgeschakeld.

De functiekan voor alle verwarmingselementen/braadzones gelijktijdig worden gebruikt.De uitschakeltijd wordt op het bedie-ningspaneel van het verwarmingsele-ment/de braadzone ingesteld dat au-tomatisch moet worden uitgescha-keld.Het verwarmingselement/de braadzo-ne wordt door de veiligheidsuitscha-keling (zie hoofdstuk: “Beveiligingen”,paragraaf: “Oververhittingsbeveili-ging”) uitgeschakeld als de gepro-grammeerde tijd langer is dan demaximaal toegestane gebruiksduur.Stel voor het gewenste verwarmings-element/de gewenste braadzone eenvermogensstand in.Raak sensortoets aan.Het controlelampje begint te knipperen.Stel de gewenste tijd in.Als u een uitschakeltijd voor nog eenverwarmingselement/braadzone wiltinstellen, gaat u net zo te werk als inhet voorgaande is beschreven.Als meerdere uitschakeltijden gepro-grammeerd zijn, wordt de kortste rest-tijd weergegeven en knippert het des-betreffende controlelampje.

De anderecontrolelampjes branden statisch.Wanneer u de op de achtergrond af-lopende resttijden wilt zien, raak dansensortoets zo vaak aan tot hetcontrolelampje van het gewenste ver-warmingselement/de gewenstebraadzone knippert.Uitschakeltijd wijzigenRaak sensortoets zo vaak aan tothet controlelampje van het gewensteverwarmingselement/de gewenstebraadzone knippert.Stel de gewenste tijd in.Uitschakeltijd wissenRaak sensortoets zo vaak aan tothet controlelampje van het gewensteverwarmingselement/de gewenstebraadzone knippert.Tip de 0 op het bedieningspaneelaan.

Extra functies26Stop&GoBij de activering van Stop&Go wordt deingestelde vermogensstand tot 1 ver-laagd.De vermogensstanden en de instellingvan de timer kunnen niet worden gewij-zigd. Het apparaat kan alleen wordenuitgeschakeld.

Kookwekker- en uitscha-keltijden lopen verder af.Bij deactivering wordt weer naar de ver-mogensstand teruggeschakeld die hetlaatst was ingesteld.Als de functie niet binnen 1uur wordtgedeactiveerd, wordt het apparaat uit-geschakeld.Activeren / deactiverenTip de sensortoets aan.RecallAls het apparaat tijdens het gebruik perongeluk uitgeschakeld is, kunt u metdeze functie alle instellingen herstellen.Hiervoor moet u het apparaat binnen10seconden na het uitschakelen weerinschakelen.Schakel het apparaat weer in.De eerder ingestelde vermogens-standen knipperen.Raak meteen een van de knipperendevermogensstanden aan.Het apparaat gaat verder met de eerdergedane instellingen.

Extra functies27SchoonmaakfunctieU kunt de sensortoetsen van het ap-paraat gedurende 20seconden ver-grendelen, bijvoorbeeld om verontrei-nigingen te verwijderen. De sensor-toets wordt niet vergrendeld.ActiverenTip de sensortoets aan.Op het timerdisplay loopt de tijd af.DeactiverenDruk zo lang op de sensorstoetstotdat het timerdisplay dooft.DemomodusMet deze functie kan de vakhandel hetapparaat presenteren, zonder dat deverwarming wordt ingeschakeld.Demomodus activeren/deactiverenSchakel het apparaat in.Raak op het bedieningspaneel sen-sortoets0 aan.Raak daarna tegelijk de sensor-toetsen0 en 2 gedurende 6secon-den aan.In het timerdisplay knipperen afwisse-lend gedurende enkele seconden  en (demomodus geactiveerd) of (demomodus gedeactiveerd).Gegevens SmartLine-elementweergevenU kunt de type-aanduiding en de soft-wareversie van uw apparaat laten weer-geven.

Er mogen geen pannen op hetapparaat staan.Type-aanduidingSchakel het apparaat in.Druk op het bedieningspaneel vaneen willekeurige kookzone op de sen-sortoets0.Druk daarna tegelijk op de sensor-toetsen0 en4.In het timerdisplay knipperen afwisse-lend telkens 2 cijfers: knippert in afwisseling met  =CS1234SoftwareversieSchakel het apparaat in.Druk op het bedieningspaneel vaneen willekeurige kookzone op de sen-sortoets0.Druk daarna tegelijk op de sensor-toetsen0 en3.In het timerdisplay verschijnen cijfers:: = softwareversie

Beveiligingen28Inschakelblokkering / vergren-delingDe vergrendeling wordt door eenstroomstoring gedeactiveerd.Om te voorkomen dat iemand het appa-raat per vergissing inschakelt of instel-lingen wijzigt, heeft het apparaat een in-schakelblokkering en een vergrendeling.De inschakelblokkering wordt bij uit-geschakeld apparaat geactiveerd. Alsdeze functie actief is, kan het apparaatniet worden ingeschakeld en kan de ti-mer niet worden bediend. Een inge-stelde kookwekkertijd loopt door. Hetapparaat is zo geprogrammeerd dat deinschakelblokkering handmatig moetworden geactiveerd. U kunt de instellingzo wijzigen dat de functie 5minuten nahet uitschakelen van het SmartLine-ele-ment automatisch wordt geactiveerd(zie ook “Programmering”).De vergrendeling wordt bij ingescha-keld apparaat geactiveerd.

Als dezefunctie geactiveerd is, kan het apparaatslechts beperkt worden bediend:– De ingestelde vermogensstandenkunnen niet worden gewijzigd.– Een ingestelde kookwekkertijd kanworden gewijzigd.– Het SmartLine-element kan alleenmaar worden uitgeschakeld.Wanneer bij geactiveerde inschakel-blokkering of vergrendeling een niettoegestane sensortoets wordt aange-raakt, verschijnt gedurende enkele se-conden op het timerdisplay enklinkt er een signaal.Inschakelblokkering activerenRaak gedurende 6seconden sensor-toets aan.De seconden worden in het timerdis-play afgeteld. Na afloop verschijnt in het timerdisplay. De inschakelblokke-ring is geactiveerd.Inschakelblokkering deactiverenRaak gedurende 6seconden sensor-toets aan.In het timerdisplay verschijnt even ,vervolgens worden de seconden afge-teld. Na afloop is de inschakelblokke-ring gedeactiveerd.

Beveiligingen29Vergrendeling activerenRaak de sensortoetsen en  aanen laat tegelijkertijd uw vingers gedu-rende 6 seconden erop rusten.De seconden worden in het timerdis-play afgeteld. Na afloop verschijnt in het timerdisplay. De vergrendeling isgeactiveerd.Vergrendeling deactiverenRaak de sensortoetsen en  aanen laat tegelijkertijd uw vingers gedu-rende 6 seconden erop rusten.In het timerdisplay verschijnt even ,vervolgens worden de seconden afge-teld. Na afloop is de vergrendeling ge-deactiveerd.

Beveiligingen30VeiligheidsuitschakelingSensortoetsen zijn afgedektWanneer er langer dan 10secondenovergekookte gerechten of voorwerpenop één of meer sensortoetsen liggen,wordt het apparaat automatisch uitge-schakeld. Boven de sensortoetsknippert kort een en er klinkt een sig-naal.Wanneer u de voorwerpen en/of ver-ontreinigingen verwijdert, dooft  en ishet apparaat weer klaar voor gebruik.Het apparaat was te lang ingescha-keldDe veiligheidsuitschakeling wordt auto-matisch geactiveerd als een verwar-mingselement ongewoon lang in ge-bruik is geweest. De tijdspanne hangtvan de gekozen vermogensstand af. Alsdeze is overschreden, wordt het ver-warmingselement uitgeschakeld enwordt de restwarmte weergegeven. Ukunt het apparaat weer gewoon in ge-bruik nemen.Het veiligheidsniveau van het apparaatstaat standaard op instelling0. U kuntook een hoger veiligheidsniveau kie-zen.

In het timerdisplay knip-pert in afwisseling met.U kunt het apparaat gewoon weer ingebruik nemen als de foutmelding isverdwenen.Koelelement– De ingestelde vermogensstand wordtverlaagd.– De braadzone wordt automatisch uit-geschakeld.Pas als het koelelement voldoende isafgekoeld, kunt u de desbetreffendebraadzone weer in gebruik nemen.In de volgende gevallen kan de overver-hittingsbeveiliging in werking treden:– Vet of olie wordt op een hoge vermo-gensstand verhit.– De onderkant van de teppanyakiwordt niet voldoende geventileerd.– Een hete braadzone wordt na eenstroomstoring weer ingeschakeld.Reageert de oververhittingsbeveiligingopnieuw nadat de oorzaak is weggeno-men, neem dan contact op met Miele.

Programmering32U kunt de programmering van het ap-paraat aan uw persoonlijke wensenaanpassen. U kunt meerdere instel-lingen na elkaar wijzigen.Na het oproepen van de programmeringverschijnt het symbool en in het ti-merdisplay.

Na enkele secondenknipperen op het timerdisplay afwisse-lend: (programma01) en :(co-de).Programmering wijzigenProgrammering oproepenDruk bij uitgeschakeld apparaat te-gelijk op de sensortoetsen en .Druk zo lang totdat het symboolverschijnt en op het timerdisplay.Programma instellenBij tweecijferige programmanummersmoet eerst het tiental worden inge-steld.Druk zo vaak op de sensortoetstotdat het gewenste programmanum-mer op het display verschijnt of drukop het betreffende cijfer op het be-dieningspaneel.Code instellenDruk zo vaak op de sensortoetstotdat het gewenste codenummer ophet display verschijnt of druk op hetbetreffende cijfer op het bedienings-paneel.Instellingen opslaanAls het programma wordt weergege-ven (bijvoorbeeld :), drukt u zolang op de sensortoets tot deweergaven uitgaan.Instellingen niet opslaanDruk zo lang op de sensortoetstot de weergaven uitgaan.

Programmering34Programma1) Code2) InstellingenP:12 Reactiesnelheid van de sen-sortoetsenC:00 langzaamC:01 normaalC:02 snel1) Een niet genoemd programma is niet gedefinieerd.2) De standaard ingestelde code is telkens vet gedrukt.3) Wanneer het apparaat wordt ingeschakeld, verschijnt enkele seconden in het timerdis-play.4) In de tekst en in de tabellen worden de uitgebreide vermogensstanden voor de duidelijk-heid weergegeven met een punt achter het cijfer.5)De bevestigingstoon van sensortoets Aan/Uit wordt niet uitgeschakeld.

Reiniging en onderhoud35Gevaar voor verbranding doorhete oppervlakken.Na het koken zijn de oppervlakkennog heet.Schakel het apparaat uit.Laat de oppervlakken afkoelen voor-dat u de teppanyaki reinigt.Schade door vocht in het appa-raat.De stoom van een stoomreiniger kanterechtkomen op onderdelen die on-der spanning staan en een kortslui-ting veroorzaken.Gebruik voor de reiniging van het ap-paraat nooit een stoomreiniger.Alle oppervlakken kunnen verkleurenof veranderen wanneer u onge-schikte reinigingsmiddelen gebruikt.De oppervlakken zijn krasgevoelig.Verwijder resten van reinigingsmid-delen onmiddellijk.Gebruik geen schurende reinigings-middelen of middelen die krassenkunnen veroorzaken.Laat het SmartLine-element voor el-ke reiniging afkoelen.Reinig het apparaat en de accessoi-res na elk gebruik.Maak het apparaat na elke vochtigereiniging weer droog om kalkresten tevoorkomen.Ongeschikte reinigingsmidde-lenOm beschadigingen aan de oppervlak-ken te voorkomen, mogen de volgendemiddelen niet worden gebruikt:– soda-, ammoniak-, zuur- en chloride-houdende reinigingsmiddelen,– kalkoplossende reinigingsmiddelen– vlek- en roestverwijderaars– schurende reinigingsmiddelen (zoalsschuurpoeder, vloeibaar schuurmid-del en reinigingssteen)– oplosmiddelhoudende reinigingsmid-delen– reinigingsmiddelen voor afwasauto-maten– grill- en ovensprays– glasreinigers– schurende harde borstels en spons-jes (zoals pannensponsjes en ge-bruikte sponsjes die nog restenschuurmiddel bevatten),– vlekkensponsjes

Reiniging en onderhoud36BedieningspaneelVerwijder alle grove verontreinigingenmet een vochtige doek. Vastgekoekteverontreinigingen verwijdert u meteen glasschraper.Reinig het bedieningspaneel vervol-gens met het Miele-reinigingsmiddelvoor keramische platen en roestvrijstaal (zie ook “Bij te bestellen acces-soires”) of met een ander geschiktreinigingsmiddel voor keramischeplaten. Gebruik hierbij keukenpapierof een schone doek.Wis het bedieningspaneel met eenvochtige doek af. Wrijf het paneeldaarna weer droog.BraadplaatVerwijder grove verontreinigingenmeteen met een spatel.Laat de braadplaat afkoelen tot dezelauw is, doe er wat afwasmiddel open laat de verontreinigingen loswe-ken. Reinig de braadplaat met de ru-we kant van een pannensponsje enenkele druppels Miele-reiniger voorkeramisch glas en roestvrij staal (ziehoofdstuk: “Bij te bestellen accessoi-res”).

Veeg de braadplaat ten slottemet een natte doek af en droog deplaat met een schone doek.Reinig altijd na met schoon water. Uvoorkomt zo dat er resten reinigings-middel achterblijven en bij een vol-gend gebruik met voedingsmiddelenin aanraking komen.Gebruik voor de plaat nooit onder-houdsmiddelen voor roestvrij staal.

Nuttige tips37De meeste storingen en problemen, die bij het dagelijkse gebruik kunnen optre-den, kunt u zelf verhelpen. U bespaart daarmee niet alleen tijd, maar ook kosten,omdat u Miele niet hoeft in te schakelen.De volgende tabellen helpen u de oorzaken van een probleem te achterhalen en teverhelpen.Probleem Oorzaak en oplossingHet apparaat kan nietingeschakeld worden.Het apparaat heeft geen stroom.Controleer of de zekering van de elektrische instal-latie doorgeslagen is. Neem contact op met eenelektricien of met Miele (minimale sterkte van dezekering zie typeplaatje).Er is mogelijk sprake van een technische storing.Maak het apparaat ca.1minuut spanningsvrij. Doedat als volgt:– schakel de hoofdschakelaar van de huisinstalla-tie uit of draai de betreffende zekering(en) eruit of– schakel de aardlekschakelaar uit.Schakel daarna alles weer in.

Kunt u het apparaatdan nog niet in gebruik nemen, neem dan contactop met een elektricien of met Miele.Als het apparaat wordtingeschakeld of als eensensortoets wordt be-diend, verschijnt gedu-rende enkele secon-den in het timerdis-play.De inschakelblokkering of vergrendeling is geacti-veerd.Deactiveer de inschakelblokkering/vergrendeling.Zie hoofdstuk: “Beveiligingen”, paragraaf: “Inscha-kelblokkering/Vergrendeling”).Het apparaat is automa-tisch uitgeschakeld. Alsu het apparaat opnieuwinschakelt, verschijntboven de Aan/Uit-toets een.Eén of meerdere sensortoetsen zijn bedekt, bijvoor-beeld door vingercontact, overkokende gerechten ofneergelegde voorwerpen.Verwijder de verontreinigingen en/of de voor-werpen (zie hoofdstuk: “Beveiligingen”, paragraaf:“Veiligheidsuitschakeling”).Na het inschakelen vanhet apparaat verschijntkort op het timerdis-play.

Nuttige tips38Probleem Oorzaak en oplossingDe teppanyaki of eenbraadzone wordt auto-matisch uitgeschakeld.De maximale gebruiksduur is overschreden.Schakel de teppanyaki of de braadzone weer in(zie hoofdstuk: “Beveiligingen”, paragraaf: “Veilig-heidsuitschakeling”).De oververhittingsbeveiliging heeft gereageerd.Zie hoofdstuk: “Beveiligingen”, paragraaf: “Over-verhittingsbeveiliging”.Na het uitschakelen vanhet apparaat is nog eengeluid te horen.De ventilator blijft draaien tot het apparaat afgekoeldis en wordt dan automatisch uitgeschakeld.De sensortoetsen rea-geren over- of ongevoe-lig.De gevoeligheid van de sensortoetsen is veranderd.Zorg eerst dat zon- of kunstlicht niet direct op hetapparaat valt.

De omgeving van het apparaat magook niet te donker zijn.Verwijder al het kookgerei en reinig het apparaat.Het apparaat en de sensortoetsen mogen niet af-gedekt zijn.Onderbreek de stroomvoorziening van het appa-raat gedurende ca.1minuut.Als het probleem na het herstellen van de stroom-voorziening nog niet is verholpen, neem dan con-tact op met Miele.Op het timerdisplayknippert  in afwisse-ling met  en u hoorteen signaal.Het apparaat is verkeerd aangesloten.Maak het apparaat spanningsvrij.Neem contact op met Miele.Op het timerdisplayknippert 1met een cij-fer (bijvoorbeeld 1-0) inafwisseling met een 3-cijferig getal.Fout verwarmingselementOnderbreek de stroomvoorziening van het appa-raat gedurende ca.1minuut.Als het probleem na het herstellen van de stroom-voorziening nog niet is verholpen, neem dan con-tact op met Miele.

Nuttige tips39Probleem Oorzaak en oplossingIn het timerdisplay knip-peren afwisselenden cijfers.De oververhittingsbeveiliging heeft gereageerd.Zie hoofdstuk: “Beveiligingen”, paragraaf: “Over-verhittingsbeveiliging”.,  of De ventilator is geblokkeerd of defect.Controleer of de ventilator geblokkeerd is door eenvoorwerp, bijvoorbeeld een vork, en verwijder datvoorwerp.Neem contact op met Miele als de foutmelding op-nieuw verschijnt. en andere cijfers.Er heeft zich een storing voorgedaan in de elektroni-ca.Onderbreek de stroomvoorziening van het appa-raat gedurende ca.1minuut.Als het probleem na het herstellen van de stroom-voorziening nog niet is verholpen, neem dan con-tact op met Miele.

Bij te bestellen accessoires40Speciaal voor uw apparatuur levertMiele een uitgebreid assortiment aantoebehoren, alsmede reinigings- en on-derhoudsmiddelen.U kunt deze producten heel eenvoudigvia de webshop bestellen.De producten zijn ook verkrijgbaar bijMiele (zie achter in deze gebruiksaan-wijzing) en bij uw Miele-vakhandelaar.Reinigingsmiddel voor kera-mische platen en roestvrij staal250mlVoor het verwijderen van verontreini-gingen, kalk- en aluminiumvlekkenMicrovezeldoekjeVoor het verwijderen van vingerafdruk-ken en lichte verontreinigingen

Veiligheidsinstructies voor het inbouwen41Schade door ondeskundige inbouw.Door ondeskundige inbouw kan het apparaat beschadigd raken.Laat het apparaat alleen door een gekwalificeerde vakman/-vrouw inbouwen.Gevaar voor elektrische schok door netspanning.Als het apparaat niet deskundig op het elektriciteitsnet aangesloten is, kan diteen elektrische schok veroorzaken.Laat het apparaat uitsluitend door een gekwalificeerde vakman/-vrouw op hetelektriciteitsnet aansluiten.Schade door vallende voorwerpen.Bij de montage van bovenkasten of van een afzuigkap kan het apparaat be-schadigd raken.Bouw de kookplaat pas na de montage van de bovenkasten en de afzuigkap in. De lijsten en randen van het werkblad moeten met een hittebe-stendige lijm (100°C) zijn bevestigd, zodat ze niet loslaten of vervor-men.

Ook de wandafdichtstrip moet hittebestendig zijn. Het apparaat mag niet boven koelapparatuur, afwas-, was- endroogautomaten worden ingebouwd. De aansluitkabel mag na de inbouw van het SmartLine-elementniet met hete onderdelen in aanraking komen. De aansluitkabel mag na de inbouw van het apparaat niet in aan-raking komen met de beweegbare delen van de keukenelementen(zoals een lade) en mag ook niet worden blootgesteld aan mechani-sche belastingen. Neem de veiligheidsafstanden op de volgende pagina's in acht.

Veiligheidsafstanden42Veiligheidsafstand boven hetapparaatTussen het apparaat en een erbovengemonteerde afzuigkap dient u de vei-ligheidsafstand aan te houden die defabrikant van de afzuigkap aangeeft.Als zich boven het apparaat licht ont-vlambare materialen bevinden (zoalseen keukenplank), moet u een veilig-heidsafstand van ten minste 600mmaanhouden.Als onder een afzuigkap verschillen-de apparaten met verschillende vei-ligheidsafstanden zijn ingebouwd,kies dan altijd de grootste afstand.

Veiligheidsafstanden43Veiligheidsafstand achterkant/zijkantMonteer het apparaat bij voorkeur metveel ruimte rechts en links.Aan de achterkant van het apparaatmoet ten opzichte van een hoge kast ofwand de hierna aangegeven minimaleafstand worden aangehouden.Als zich aan één kant van het apparaat(rechts of links) een hoge kast of wandbevindt, moet de hierna aangegevenminimale afstand,  worden aange-houden. Voor de tegenoverliggendekant geldt een minimale afstand van300mm.Minimale afstand achter van dewerkbladuitsparing tot de achterkantvan het werkblad:50mmMinimale afstand rechts van dewerkbladuitsparing tot een ernaaststaand meubelstuk (bijvoorbeeld eenhoge kast) of een wand:50mmMinimale afstand links van de werk-bladuitsparing tot een ernaast staandmeubelstuk (bijvoorbeeld een hogekast) of een wand:50mmNiet toegestaanAan te bevelenNiet aan te bevelenNiet aan te bevelen

Veiligheidsafstanden44Minimale afstand onderkantOm de ventilatie van het apparaat tekunnen waarborgen, moet onder hetapparaat een minimale afstand wordenaangehouden ten opzichte van eenoven, tussenbodem of lade.De minimale afstand vanaf de onder-kant van het apparaat tot de– bovenkant van een oven moet15mm bedragen.– bovenkant van een tussenbodemmoet 15mm bedragen.– bodem van een lade moet 75mmbedragen.TussenbodemEen tussenbodem onder het apparaat isniet noodzakelijk, maar wel toegestaan.Voor de aansluitkabel moet aan de ach-terkant een spleet van 10mm wordenaangehouden. Voor een betere ventila-tie van het apparaat adviseren wij eenspleet van 20mm.

Veiligheidsafstanden45Veiligheidsafstand bij een beklede nisAls er sprake is van een nisbekleding dient er een minimale afstand tussen de uit-sparing in het werkblad en de bekleding te worden aangehouden.

Bij te hoge tem-peraturen kunnen materialen beschadigd raken.Is de bekleding van brandbaar materiaal (zoals hout), dan moet de afstand tus-sen de uitsparing in het werkblad en de nisbekleding minimaal 50mm zijn.Is de bekleding van niet brandbaar materiaal (zoals metaal, natuursteen en kera-mische tegels), dan moet de afstand tussen de uitsparing in het werkblad en denisbekleding minimaal 50mm min de dikte van de bekleding zijn.Als de nisbekleding bijvoorbeeld 15mm dik is, moet de minimale afstand 50mm -15mm = 35mm zijn.Inbouw (zonder rand) Inbouw (met rand)aWandbNisbekleding maat x = dikte van de nisbekledingcWerkbladdUitsparing in het werkbladeMinimale afstand bijbrandbare materialen 50mmniet brandbare materialen 50mm - maat x

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele CS 7632 FL stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden