Miele CS 7612 FL Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Miele CS 7612 FL (83 pagina’s), behorend tot de categorie Inductiekookplaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 44 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Miele CS 7612 FL of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/83
Gebruiks- en montagehandleiding
SmartLine inductiekookplaat
Lees de gebruiks- en montagehandleiding voordat u uw ap-beslist
paraat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor
uzelf en u voorkomt schade aan uw apparaat.
nl-NLM.-Nr. 10 758 031

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Inductiekookplaat
Model: CS 7612 FL
Apparaatplaatsing: Ingebouwd
Soort bediening: Touch
Kleur van het product: Zwart
Ingebouwd display: Ja
Timer: Ja
Gewicht: 7000 g
Breedte: 378 mm
Diepte: 520 mm
Hoogte: 51 mm
Snoerlengte: 1.5 m
Kinderslot: Ja
Warmhoud functie: Ja
Soort materiaal (bovenkant): Glaskeramiek
Vermogen brander/kookzone 2: 2100 W
Vermogen brander/kookzone 1: 2100 W
Aantal branders/kookzones: 2 zone(s)
Type kookplaat: Inductiekookplaat zones
Type brander/kookzone 1: Regulier
Type brander/kookzone 2: Regulier
Makkelijk schoon te maken: Ja
Aantal gaspitten: 0 zone(s)
Aantal elektronische kook zones: 2 zone(s)
Sudder brander/kookzone: 2100 W
Controle positie: Boven voorzijde
Aangesloten lading (elektrisch): 3600 W
Installatie compartiment breedte: 358 mm
Installatie compartiment diepte: 500 mm
Installatie compartiment hoogte: 51 mm
Aangesloten lading (gas): 0 W
Automatisch uitschakelen: Ja
Type timer: Digitaal
Vorm sudderpit/kookzone: Rechthoekig
Boost functie: Ja
Restwarmte-indicator: Ja
Aantal gelijktijdig te gebruiken kookzones: 2
Afmeting (B x D) sudderpit/kookzone: 230 x 390 mm
Frame type: Frameloos
Panherkenning: Ja
Voedingsbron brander/kookzone 1: Electrisch
Voedingsbron brander/kookzone 2: Electrisch
Kookzone 1 boost: 3000 W
Kookzone 2 boost: 3000 W
Positie brander/kookzone 1: Midden achter
Positie brander/kookzone 2: Midden voor
Kookzone 1 vorm: Rechthoekig
Kookzone 2 vorm: Rechthoekig
AC-ingangsspanning: 230 V
Kookzone 2 grootte (WxD): 150 x 230 mm
Kookzone 1 grootte (WxD): 150 x 230 mm
Kookzone 2 dubbele boost: 3650 W
Kookzone 1 dubbele boost: 3650 W

Handleiding Miele CS 7612 FL – volledige tekst

Inhoud3Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 5Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 16Overzicht. 17Kookplaat. 17Bedieningselementen en indicatoren. 18Kookzones. 19Principe. 20Geluiden. 20Powermanagement. 21De juiste pannen. 22Ingebruikneming van het apparaat. 24SmartLine-element voor het eerst reinigen. 24SmartLine-element voor het eerst in gebruik nemen. 24Bediening. 25Principe van de bediening. 25Kookplaat inschakelen. 26Vermogensstand instellen. 26Kookzone/kookplaat uitschakelen. 26Restwarmte-indicator. 27Vermogensstand instellen (uitgebreid aantal standen). 27PowerFlex-kookzone. 28Aankookautomaat. 29Booster. 30Warmhouden. 31Vermogensstand. 32Tips om energie te besparen. 33Timer. 34Kookwekker. 34Automatisch uitschakelen. 35Timerfuncties tegelijk gebruiken. 36Extra functies. 37Stop&Go. 37Recall. 37Schoonmaakfunctie. 38Demomodus. 38Gegevens SmartLine-element weergeven. 38.

Inhoud4Beveiligingen. 39Ingebruiknamebeveiliging/vergrendeling. 39Veiligheidsuitschakeling. 40Oververhittingsbeveiliging. 41Programmering. 42Aanwijzingen voor keuringsinstituten. 45Reiniging en onderhoud. 46Nuttige tips. 48Meldingen in de indicaties/het display. 48Ongewoon gedrag. 50Onbevredigend resultaat. 51Algemene problemen of technische storingen. 51Bij te bestellen accessoires. 53Service. 54Contact bij storingen. 54Typeplaatje. 54Garantie. 54Installatie. 55Veiligheidsinstructies voor het inbouwen. 55Veiligheidsafstanden. 56Aanwijzingen voor het inbouwen – opliggend. 60Uitsparing werkblad – opliggend. 62Verbindingsstrips – opliggend. 65Inbouwmaten – opliggend. 66Inbouw – opliggend. 67Aanwijzingen voor het inbouwen – naadloos aansluitend. 69Uitsparing werkblad – naadloos aansluitend. 71Verbindingsstrips – naadloos aansluitend. 74Inbouwmaten–naadloos aansluitend.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen5Deze kookplaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Onjuist gebruik kan echter persoonlijk letsel of materiële schadetot gevolg hebben.Lees de gebruiks- en montagehandleiding aandachtig door voor-dat u de kookplaat in gebruik neemt. Hierin vindt u belangrijke in-structies met betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruiken het onderhoud.

Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schadeaan de kookplaat.In overeenstemming met de norm IEC60335-1 adviseert Miele uuitdrukkelijk om het hoofdstuk over de installatie van de kookplaaten de veiligheidsinstructies en waarschuwingen te lezen en op tevolgen.Wanneer de veiligheidsrichtlijnen en waarschuwingen niet wordenopgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor scha-de die daarvan het gevolg is.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef deze dooraan een eventuele volgende eigenaar.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6Verantwoord gebruik Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor particulier huishoudelijkgebruik (of daarmee vergelijkbaar). Deze kookplaat mag niet buiten worden gebruikt. Gebruik deze kookplaat uitsluitend in huishoudelijke situaties voorhet bereiden en warmhouden van gerechten. Gebruik voor anderedoeleinden is niet toegestaan. Dit apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die instaat zijn het apparaat veilig te bedienen. Deze personen moetenvolledig op de hoogte zijn van de inhoud van de gebruiksaanwijzing.Men moet zich bewust zijn van de gevaren van een foutieve bedie-ning.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7Wanneer er kinderen in huis zijn Houd kinderen onder 8 jaar op een afstand, tenzij u voortdurendtoezicht houdt. Kinderen vanaf 8 jaar mogen het apparaat alleen zonder toezichtgebruiken als ze precies weten hoe ze het apparaat veilig moetenbedienen. De kinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren vaneen foutieve bediening. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht reinigen. Houd kinderen in de gaten wanneer deze zich in de buurt van dekookplaat bevinden. Laat ze nooit met de kookplaat spelen. De kookplaat wordt tijdens het gebruik heet en blijft dat ook nogenige tijd nadat deze is uitgeschakeld. Houd kinderen op een af-stand, totdat de kookplaat voldoende is afgekoeld en er geen ver-brandingsgevaar meer bestaat. Pas op voor verbranding.

Bewaar voorwerpen, die voor kindereninteressant kunnen zijn, niet op plaatsen boven of achter het appa-raat. Zo krijgen de kinderen niet de neiging om op het apparaat teklimmen. Verbrandingsgevaar! Draai de grepen van de pannen zo dat zezich boven het werkblad bevinden, zodat kinderen de pannen nietvan het apparaat kunnen trekken. Verstikkingsgevaar! Kinderen kunnen zich tijdens het spelen inverpakkingsmateriaal wikkelen (bijvoorbeeld in folie) of het materiaalover hun hoofd trekken en stikken. Houd verpakkingsmaterialen bijkinderen vandaan. Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen de kookplaatniet onbedoeld kunnen inschakelen of instellingen kunnen wijzigen.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8Technische veiligheid Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- of repara-tiewerkzaamheden kan de gebruiker aanzienlijke risico's lopen. In-stallatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleendoor een door Miele geautoriseerde vakkracht worden uitgevoerd. Een beschadigd apparaat kan uw veiligheid in gevaar brengen.Controleer het apparaat op zichtbare schade. Neem nooit een be-schadigd apparaat in gebruik. Tijdelijk of doorlopend gebruik van een autonome of niet-netsyn-chrone energievoorziening (zoals microgrids, back-upsystemen) ismogelijk.

Voorwaarde voor het gebruik is dat de energievoorzieningvoldoet aan de bepalingen van EN50160 of een vergelijkbare stan-daard.De veiligheidsvoorzieningen van de huisinstallatie en dit Miele pro-duct moeten ook werken bij gebruik van een microgrid of een niet-netsynchrone energievoorziening of de veiligheidsvoorzieningen inde energievoorziening moeten door gelijkwaardige voorzieningenworden vervangen. Zoals bijvoorbeeld beschreven in de laatste pu-blicatie van de NEN 1010. De elektrische veiligheid van de kookplaat is uitsluitend gegaran-deerd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd. Aan deze funda-mentele veiligheidsvoorwaarde moet worden voldaan.

Laat de elek-trische installatie bij twijfel door een vakman inspecteren. De aansluitgegevens (frequentie en spanning) op het typeplaatjemoeten beslist overeenkomen met de waarden van het elektriciteits-net om beschadiging van de kookplaat te voorkomen. Vergelijk deze gegevens voor de aansluiting. Raadpleeg bij twijfeleen elektricien. Stekkerdozen of verlengsnoeren bieden niet voldoende veiligheid(brandgevaar). Gebruik deze niet voor het aansluiten van de kook-plaat op het elektriciteitsnet.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9 Gebruik de kookplaat alleen als deze is ingebouwd, zodat de vei-ligheid gewaarborgd is. Deze kookplaat mag niet op een niet-stationaire locatie (zoals eenboot) worden gebruikt. Wanneer onderdelen worden aangeraakt die onder spanningstaan of wanneer elektrische of mechanische onderdelen wordenveranderd, is dit gevaarlijk voor de gebruiker. Het kan er tevens toeleiden dat het apparaat niet meer goed functioneert.Open nooit de ommanteling van het apparaat. Het recht op garantie vervalt wanneer de kookplaat door eentechnicus wordt gerepareerd die niet door Miele is geautoriseerd. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen.

Alleen van Miele-onderdelen kunnen wij garan-deren dat zij volledig aan de veiligheidseisen voldoen. De kookplaat mag niet worden gebruikt met een externe schakel-klok of een systeem dat op afstand werkt. Als de stekker wordt verwijderd of als de aansluitkabel geen stek-ker heeft, mag het apparaat uitsluitend door een vakman op het networden aangesloten. Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze door een elektri-cien worden vervangen door een speciale aansluitkabel (zie ook“Elektrische aansluiting”). Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet dekookplaat volledig van het elektriciteitsnet losgekoppeld zijn. Gadaarvoor als volgt te werk:- schakel de zekeringen in uw zekeringkast uit of- draai de zekeringen in uw zekeringkast er helemaal uit of- trek de stekker (indien aanwezig) uit de contactdoos. Trek daarbijaan de stekker en niet aan de aansluitkabel.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10 Gevaar voor elektrische schok. Neem het apparaat niet in gebruikbij een defect of bij breuken, scheuren en barsten in de keramischeplaat of schakel het apparaat meteen uit. Haal de elektrische span-ning van de kookplaat. Neem contact op met Miele. Als het apparaat achter een meubeldeur is ingebouwd, mag dedeur niet worden gesloten als u het apparaat gebruikt. Achter eengesloten deur worden warmte en vocht opgehoopt. Hierdoor kunnenhet apparaat, de kast en de vloer beschadigd raken. Sluit de meu-beldeur pas als de restwarmte-indicatie verdwenen is.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11Veilig gebruik De kookplaat wordt heet als deze in gebruik is en blijft dat ooknog enige tijd na het uitschakelen. Zodra het lampje voor de rest-warmte (afhankelijk van het model) is uitgegaan, is het verbrandings-gevaar geweken. Olie en vet kunnen bij oververhitting vlam vatten. Houd het appa-raat goed in de gaten als u met olie en/of vetten werkt. Blus eenbrand met olie of vet nooit met water. Schakel het apparaat uit en doof de vlammen voorzichtig met eendeksel of een blusdeken. Houd toezicht op het apparaat als het in gebruik is. Houd continutoezicht op korte kook- en braadprocessen. Flambeer nooit onder een afzuigkap. Door de vlammen kan de af-zuigkap in brand vliegen. Spuitbussen, licht ontvlambare vloeistoffen en brandbare materia-len kunnen bij verhitting vlam vatten.

Bewaar dergelijke productendaarom niet in een schuiflade onder het apparaat. Een eventuele be-stekbak moet van hittebestendig materiaal zijn. Verwarm pannen nooit zonder inhoud. In afgesloten blikken en dergelijke ontstaat tijdens het inmaken ofverwarmen overdruk. Hierdoor kunnen deze voorwerpen openbar-sten. Gebruik het apparaat niet om voedingsmiddelen in afgeslotenblikken en dergelijke in te maken of te verwarmen. Als de kookplaat wordt afgedekt, bestaat het risico dat het materi-aal van de afdekking in brand vliegt, barst of smelt als u de kook-plaat per ongeluk inschakelt of als deze nog heet is. Dek de kook-plaat nooit af met bijvoorbeeld afdekplaten, een doek of bescherm-folie.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12 Als de kookplaat ingeschakeld is, als u deze per ongeluk inscha-kelt of als deze nog warm is van het koken, bestaat het risico datmetalen voorwerpen die op de kookplaat liggen heet worden. Andermateriaal kan smelten of vlam vatten. Vochtige pannendeksels kun-nen zich vastzuigen. Gebruik de kookplaat niet als legplank. Schakelde kookzones na gebruik uit! U kunt zich aan de hete kookplaat branden. Gebruik daarom altijdovenhandschoenen of pannenlappen als u met het hete apparaatwerkt. Gebruik alleen droge handschoenen of pannenlappen. Nat ofvochtig textiel geleidt de warmte beter en kan door stoom verbran-dingen veroorzaken. Als u een elektrisch apparaat (bijvoorbeeld een mixer) in de buurtvan de kookplaat gebruikt, mag de aansluitkabel niet in contact ko-men met de hete kookplaat.

De isolatie van de kabel zou beschadigdkunnen raken. Zout, suiker of zandkorrels (bijvoorbeeld van groente) kunnenkrassen veroorzaken als ze onder de pan komen. Zorg dat de kera-mische glasplaat en de panbodem schoon zijn, voordat u de pannenop de kookplaat plaatst. Laat geen voorwerpen op de keramische plaat vallen. Zelfs eenlicht voorwerp zoals een zoutvaatje kan scheuren of barsten veroor-zaken. Hete voorwerpen op de sensortoetsen en de displays kunnen deelektronica eronder beschadigen. Zet nooit hete pannen op de sen-sortoetsen en de displays. Als er suiker, suikerhoudende gerechten, kunststof of aluminium-folie op de hete kookplaat vallen en smelten, raakt de keramischeplaat tijdens het afkoelen beschadigd. Schakel in dat geval het ap-paraat meteen uit en verwijder deze stoffen direct grondig met eenglasschraper. Trek daarbij ovenwanten aan.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen13 Door drooggekookte pannen kan de keramische plaat beschadigdraken. Houd daarom altijd toezicht op de kookplaat! Gebruik alleen pannen met een gladde bodem. Een ruwe bodemkan krassen op de keramische plaat veroorzaken. Til pannen op als u ze wilt verplaatsen. U voorkomt zo vlekkendoor wrijving en krassen. Door de snelle reactietijd van inductie kan de temperatuur in debodem van de pan in zeer korte tijd zo hoog oplopen dat olie en vetvanzelf ontbranden. Houd daarom altijd toezicht op het apparaat alshet in gebruik is. Verhit vetten en olie hooguit gedurende 1minuut en gebruik daar-voor nooit de booster. Alleen voor personen met een pacemaker: in de directe omgevingvan de ingeschakelde kookplaat ontstaat een elektromagnetischveld. Het is niet waarschijnlijk dat dit veld de werking van de pace-maker nadelig beïnvloedt.

Neem bij twijfel contact op met de fabri-kant van de pacemaker of met uw arts. Het elektromagnetische veld van de ingeschakelde kookplaat kande werking van magnetiseerbare voorwerpen beïnvloeden. Houdcreditcards, opslagmedia, rekenmachines etc. uit de buurt van hetingeschakelde apparaat. Metalen voorwerpen die in een lade onder de kookplaat wordenbewaard, kunnen heet worden als u de kookplaat lang en intensiefgebruikt. De kookplaat heeft een koelventilator. Als zich onder de inge-bouwde kookplaat een lade bevindt, moet de afstand tussen de in-houd van de lade en de onderkant van de kookplaat voldoende zijn,zodat de ventilatie van de kookplaat is gewaarborgd.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen14 Bewaar geen scherpe of kleine voorwerpen, papier, servetten endergelijke in de lade als deze zich onder de ingebouwde kookplaatbevindt. Deze voorwerpen kunnen via de ventilatieopeningen in debehuizing terechtkomen of aangezogen worden en zo de ventilatorbeschadigen of de koeling beïnvloeden. Plaats nooit 2pannen tegelijk op een kook-/braadzone of Po-werFlex-kookvlak. Als een pan slechts gedeeltelijk op de kook- of braadzone staat,kunnen de handgrepen heet worden.Plaats een pan altijd in het midden van de kook- of braadzone. Als u gebruikmaakt van een inductie-adapterplaat voor uw pan-nen, kan dit de inductiegeneratoren (onherstelbaar) beschadigen.Gebruik geen inductie-adapterplaten.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen15Reiniging en onderhoud De stoom van een stoomreiniger kan terechtkomen op onderdelendie onder spanning staan en een kortsluiting veroorzaken.Gebruik voor het reinigen van de kookplaat nooit een stoomreiniger. Schakel de kookplaat niet in als deze boven een pyrolyse-oven of-fornuis is ingebouwd en de pyrolysefunctie actief is, omdat de over-verhittingsbeveiliging van de kookplaat zou kunnen reageren (zie hetbetreffende hoofdstuk). Miele geeft u na het einde van de serieproductie van de CombiSeteen leveringsgarantie van maximaal 15jaar en minimaal 10jaar vooressentiële onderdelen.

Een bijdrage aan de bescherming van het milieu16Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Door hergebruik van verpakkingsmateri-aal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van een apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal waardevollematerialen. Ze bevatten ook stoffen,mengsels en onderdelen die nodig zijngeweest om de apparaten goed en vei-lig te laten functioneren. Wanneer u uwoude apparaat bij het gewone huisafvaldoet of er niet goed mee omgaat, kun-nen deze stoffen schadelijk zijn voor degezondheid en het milieu.

Doe uw oudeapparaat daarom nooit bij het gewoneafval.Lever het apparaat in bij een gemeente-lijk inzameldepot voor elektrische enelektronische apparatuur, bij uw vak-handelaar of bij Miele. U bent wettelijkzelf verantwoordelijk voor het wissenvan eventuele persoonlijke gegevens ophet af te danken apparaat. Bewaar hetafgedankte apparaat buiten het bereikvan kinderen.

Overzicht18Bedieningselementen en indicatorenSensortoetsenaKookplaat aan/uitbStop&GoVoor het stoppen/starten van een lopend kookprocescSchoonmaakfunctieVoor het blokkeren van de sensortoetsendPowerFlex-kookzonesVoor het handmatig samenvoegen/scheiden van PowerFlex-kookzoneseWarmhoudenVoor het activeren/deactiveren van de warmhoudfunctiefCijferreeks- Voor het instellen van de vermogensstand- Voor het instellen van de tijdengAutomatisch uitschakelenSchakelt de kookzones automatisch uithKookwekker

Overzicht19Indicatoren/controlelampjesiKookzonekoppeling Automatisch uitschakelenAutomatisch uitschakelen voor de kookzone is geactiveerdjRestwarmtekBoosterBooster is geactiveerdlTimerindicatie:tot:Tijd Ingebruiknamebeveiliging/vergrendeling is geactiveerd De demo-functie is geactiveerdKookzonesKookzone Øin cm 1Vermogen in Watt bij 230V 2 15–23 NormaalTwinBooster, stand1TwinBooster, stand2210030003650 15–23 NormaalTwinBooster, stand1TwinBooster, stand2210030003650 + 22–23/15x23–23x39NormaalTwinBooster, stand1TwinBooster, stand2315034003650Totaal 36501Binnen het aangegeven bereik kunt u pannen met een willekeurige bodemdiameter gebruiken.2Het aangegeven vermogen kan variëren afhankelijk van de grootte en het materiaal van de gebruiktepan.

Principe20Onder een inductiekookzone bevindtzich een inductiespoel. Deze spoel ge-nereert een magnetisch veld, dat directinvloed heeft op de bodem van de pan-nen en deze verhit. De kookzone zelfwordt alleen indirect verwarmd door destralingswarmte, die de bodem van depan afgeeft.Het inductieprincipe werkt alleen bijpannen met een magnetiseerbare bo-dem (zie hoofdstuk: “De juiste pan-nen”). Het systeem houdt automatischrekening met de grootte van de ge-bruikte pan.Gevaar voor verbranding doorhete voorwerpen.Als het apparaat ingeschakeld is, alsu het apparaat per ongeluk inscha-kelt of als het nog warm is van hetkoken, bestaat het risico dat metalenvoorwerpen die erop liggen heetworden.Gebruik de kookplaat nooit als werk-blad.Schakel het apparaat na gebruik uitmet sensortoets .GeluidenBij gebruik van een inductiekookplaatkunnen in de pannen allerlei geluidenontstaan.

De geluiden zijn afhankelijkvan het materiaal en de constructie vande bodem van de pannen.Bij een hoge vermogensstand kunt ugebrom horen. Dit geluid neemt af ofverdwijnt als u een lagere vermogens-stand instelt.Bij pannen met een bodem die uit ver-schillende materialen bestaat (bijvoor-beeld een sandwichbodem) kan eenknetterend geluid optreden.Er kan een fluitend geluid ontstaan alsde met elkaar verbonden kookzones(zie hoofdstuk: “Bediening”, paragraaf:“Booster”) tegelijk zijn ingeschakeld enop de kookzones pannen staan met eenbodem die uit verschillende materialenbestaat (bijvoorbeeld een sandwichbo-dem).Vooral bij lage vermogensstanden kun-nen bij elektronische schakelingen klik-geluiden optreden.Als de koelventilator inschakelt, kan ereen zoemend geluid ontstaan. De venti-lator koelt de elektronica als u de kook-plaat intensief gebruikt.

Principe21PowermanagementDe kookplaat beschikt over een maxi-maal totaal vermogen, dat om veilig-heidsredenen niet kan worden over-schreden.De beide kookzones op de kookplaatzijn met elkaar verbonden. Dankzij deverbinding kan extra vermogen van deene naar de andere kookzone wordenovergebracht.De laatste instelling gaat voor en wordtop de kookplaat uitgevoerd.Als het vermogen van de ene kookzonenaar de eraan verbonden kookzonewordt overgebracht, moet het vermo-gen van de eerste kookzone die is inge-schakeld, verlaagd worden.Het maximaal mogelijke totale vermo-gen vindt u in het hoofdstuk “Over-zicht”, paragraaf “Gegevens kookzo-ne”.Als er meer vermogen van de tweedeingeschakelde kookzone wordt ge-vraagd dan de ingeschakelde kookzonekan geven, kan dit de volgende effectenop de eerste ingeschakelde kookzonehebben:- De vermogensstand wordt verlaagd.- De aankookautomaat wordt uitge-schakeld.

Er wordt op de ingesteldedoorkookstand verder gekookt. Alshet vermogen niet voldoende is,wordt de vermogensstand verder ver-laagd.- De booster wordt uitgeschakeld.- De kookzone wordt uitgeschakeld.Als de laatst ingestelde vermogens-stand wordt verlaagd of de boosterwordt uitgeschakeld, kan de vermo-gensstand van de verbonden kookzoneweer worden verhoogd.

Heelgeschikt is een sandwichbodem vanroestvrij staal.Niet geschikt zijn pannen van- roestvrij staal met een niet magneti-seerbare bodem- aluminium of koper- glas, keramiek of aardewerkPannen controlerenAls u niet zeker weet of een pan ge-schikt is voor inductie, houdt u eenmagneet tegen de bodem van de pan.Als de magneet hecht, is de pan in prin-cipe geschikt.Indicatie van een ontbrekende/ongeschikte panOp het bedieningspaneel van de kook-zone knippert de ingestelde vermo-gensstand- als u een kookzone zonder pan ofmet een ongeschikte pan (met nietmagnetiseerbare bodem) inschakelt- als de bodemdiameter van de pan teklein is- als u de pan van een ingeschakeldekookzone haaltAls u binnen 3 minuten een geschiktepan op de kookzone zet, stopt het knip-peren en kunt u gewoon doorgaan.Als u geen (geschikte) pan plaatst,wordt de kookzone na 3 minuten auto-matisch uitgeschakeld.

De juiste pannen23Tips- Kies voor een optimaal gebruik vande kookzone een pan met een pas-sende bodemdiameter (zie hoofd-stuk: “Overzicht”, paragraaf: “Kook-zones”). Als de pan te klein is, wordtdeze niet herkend.- Plaats de pan zo mogelijk in het mid-den van de desbetreffende kookzo-ne.- Gebruik alleen pannen met een glad-de bodem. Een ruwe bodem kankrassen op de keramische plaat ver-oorzaken.- Til pannen op als u ze wilt verplaat-sen. Op die manier voorkomt u vlek-ken door wrijving en krassen. Kras-sen die ontstaan als pannen heen enweer worden geschoven, hebbengeen invloed op de functie van dekookplaat. Dergelijke krassen zijnnormale gebruikssporen en geen re-den tot een klacht.- Houd er bij de aanschaf rekeningmee dat pannenfabrikanten vaak demaximale diameter of de diameteraan de bovenkant vermelden.

Ingebruikneming van het apparaat24 Plak het typeplaatje dat bij de docu-mentatie gevoegd is op de daarvoorbestemde plaats in het hoofdstuk“Service”. Verwijder eventueel aanwezige be-schermfolies en stickers.SmartLine-element voor heteerst reinigen Wis uw kookplaat voor het eerste ge-bruik af met een vochtige doek endroog de plaat weer af.SmartLine-element voor heteerst in gebruik nemenDe metalen delen van het apparaat zijnvoorzien van een speciaal bescherm-laagje. Als het apparaat voor het eerstin gebruik wordt genomen, kunnengeurtjes en dampen ontstaan. Ook doorde verwarming van de inductiespoelenwordt tijdens de eerste gebruiksureneen geur afgegeven.

Bij elk volgend ge-bruik neemt de geurvorming af, totdat uniets meer waarneemt.De geur en de eventueel optredendedamp wijzen niet op een verkeerde aan-sluiting of een defect en zijn ook nietschadelijk voor de gezondheid.Denk eraan dat de opwarmtijd bij in-ductiekookplaten veel korter is dan bijgewone kookplaten.

Bediening25Principe van de bedieningUw SmartLine-element is voorzien vanelektronische sensortoetsen. Deze rea-geren op vingercontact. De sensortoetsAan/Uit moet bij het inschakelen omveiligheidsredenen iets langer wordenaangeraakt dan de overige toetsen.Elke reactie van de toetsen wordt be-vestigd met een akoestisch signaal.Bij uitgeschakeld apparaat is alleen hetopgedrukte symbool voor de sensor-toets Aan/Uit zichtbaar.

Als u het ap-paraat inschakelt, lichten ook anderesensortoetsen op.Storing door vuile en/of bedektesensortoetsen.De sensortoetsen reageren niet of erworden ongewenste schakelingenuitgevoerd, eventueel wordt het ap-paraat automatisch uitgeschakeld(zie hoofdstuk: “Beveiligingen”, para-graaf: “Veiligheidsuitschakeling”).Hete pannen op de sensortoetsen/displays kunnen de daaronder lig-gende elektronica beschadigen.Houd de sensortoetsen en displaysschoon, plaats er geen voorwerpenop en ook geen hete pannen.

Bediening26Brandgevaar door oververhittingvan gerechten.Als u gerechten niet in de gatenhoudt, kunnen deze oververhit rakenen in brand vliegen.Houd toezicht op het apparaat alshet in gebruik is.Denk eraan dat de opwarmtijd bij in-ductiekookplaten veel korter is danbij gewone kookplaten.Kookplaat inschakelen Tip de sensortoets aan.Er lichten meer sensortoetsen op.Als u daarna geen instellingen uitvoert,wordt de kookplaat om veiligheidsre-denen na enkele seconden weer uit-geschakeld.Vermogensstand instellenStandaard is de permanente panher-kenning geactiveerd (zie hoofdstuk“Programmering”).

Als de kookplaatingeschakeld is en u plaatst een panop een kookzone, lichten alle sensor-toetsen van het betreffende bedie-ningspaneel op. Plaats een pan op de gewenste kook-zone. Raak op het betreffende bedienings-paneel de sensortoets van de ge-wenste vermogensstand aan.Kookzone/kookplaat uitscha-kelen Om een kookzone uit te schakelen,raakt u de sensortoets0 op het be-treffende bedieningspaneel aan. Om de kookplaat en daarmee allekookzones uit te schakelen, raakt ude sensortoets aan.

Bediening27Restwarmte-indicatorAls een kookzone heet is, licht na hetuitschakelen de restwarmte-indicatieop. Afhankelijk van de temperatuur ver-schijnt boven de vermogensstanden 1,2 en 3 telkens een punt.De punten van de restwarmte-indicatieverdwijnen één voor één als de kookzo-ne afkoelt. De laatste punt verdwijnt alsde kookzone zover is afgekoeld dat udeze zonder gevaar kunt aanraken.Gevaar voor verbranding doorhete kookzones.Na het koken zijn de kookzones nogheet.Raak de kookzones niet aan als derestwarmte-indicatie nog brandt.Vermogensstand instellen (uit-gebreid aantal standen) Raak het gedeelte tussen de sensor-toetsen aan.De sensortoetsen voor en achter dezetussenstanden branden helderder dande overige toetsen.Voorbeeld:Wanneer u de vermogensstand 7. heeftingesteld, branden 7 en 8 helderder dande overige sensortoetsen.

Bediening28PowerFlex-kookzoneDe PowerFlex-kookzones worden auto-matisch tot één PowerFlex-kookzonesamengevoegd als u een voldoendegrote pan op de kookplaat zet (ziehoofdstuk: “Overzicht”, paragraaf:“Kookplaat”). De instellingen voor dekookzone regelt u via de cijferreeks vande voorste of de linker PowerFlex-kook-zone (afhankelijk van het model). U kuntde PowerFlex-kookzones ook handma-tig samenvoegen of loskoppelen: Raak de sensortoets aan.Pannen plaatsenInformatie over de afmetingen van depannen en hun koppeling aan een posi-tie staat in de gegevens van de kookzo-nes van uw kookplaat (zie hoofdstuk“Overzicht”, paragraaf “Gegevens kook-zones”).PowerFlex-kookzonePowerFlex-kookzone (pan)PowerFlex-kookzone (braadslede)

Deaankooktijd hangt af van de ingesteldedoorkookstand (zie tabel).Aankookautomaat activeren Raak de sensortoets van de ge-wenste doorkookstand zo lang aan,tot er een signaal klinkt en de sensor-toets begint te knipperen.Gedurende de aankooktijd (zie tabel)knippert de ingestelde doorkookstand.Als het aantal vermogensstanden is uit-gebreid (zie hoofdstuk “Programme-ring”) en er een tussenstand is geselec-teerd, knipperen de sensortoetsen vooren na de tussenstand.Als u tijdens de aankooktijd de door-kookstand wijzigt, deactiveert u deaankookautomaat.Aankookautomaat deactiveren Raak de sensortoets van de inge-stelde doorkookstand aanof stel een andere vermogensstand in.Doorkookstand* Ankooktijd[min:sec]1 ca. 0:151. ca. 0:152 ca. 0:152. ca. 0:153 ca. 0:253. ca. 0:254 ca. 0:504. ca. 0:505 ca. 2:005. ca. 5:506 ca. 5:506. ca. 2:507 ca. 2:507. ca. 2:508 ca. 2:508. ca.

Bediening30BoosterDe kookzones hebben een TwinBooster.Deze verhoogt het vermogen om snelgrote hoeveelheden te kunnen verwar-men, bijvoorbeeld water voor het kokenvan pasta.

Dit hogere vermogen ismaximaal 15minuten actief.Als de booster geactiveerd wordt,kunnen de instellingen van de actievekookzones veranderen, zie hoofdstuk“Inductie”, paragraaf “Powermanage-ment”.U kunt de booster voor maximaal1kookzone of het PowerFlex-kookveldgebruiken.Als u de booster inschakelt, terwijl- er geen vermogensstand is ingesteld,schakelt het apparaat na afloop vande boostertijd of als de boosterfunc-tie vroegtijdig wordt gedeactiveerdautomatisch terug naar vermogens-stand9.- er wel een vermogensstand is inge-steld, schakelt het apparaat na afloopvan de boostertijd of als de booster-functie vroegtijdig wordt gedeacti-veerd automatisch terug naar dedaarvoor ingestelde vermogens-stand.TwinBooster activerenStand1 Plaats een pan op de gewenste kook-zone. Stel eventueel een vermogensstandin. Raak sensortoets aan.BHet controlelampje voor TwinBooster-stand1 licht op.Stand2 Plaats een pan op de gewenste kook-zone. Stel eventueel een vermogensstandin. Raak 2keer sensortoets aan.BHet controlelampje voor TwinBooster-stand2 licht op.TwinBooster deactiveren Raak sensortoets zo vaak aan totBde controlelampjes doven.of Stel een andere vermogensstand in.

Bediening31WarmhoudenDe warmhoudfunctie dient voor hetwarmhouden van gerechten meteenna de bereiding. De functie is niet be-doeld voor het opwarmen van reedsafgekoelde gerechten.De maximale warmhoudtijd bedraagt2uur.- Houd gerechten uitsluitend in de panwarm. Sluit de pan met een deksel af.- Roer vaste of papperige gerechten(aardappelpuree, 1-pans gerechten)af en toe om.- De voedingswaarde van een gerechtneemt gedurende de bereiding af. Tij-dens het warmhouden neemt de voe-dingswaarde verder af. Houd dewarmhoudtijd zo kort mogelijk.Warmhouden activeren/deactiveren Tip de sensortoets van de betref-fende kookzone aan.

Vermogensstand32De kookplaat is in de fabriek op 9 vermogensstanden ingesteld. Indien u een fij-nere indeling wilt, kunt u het aantal uitbreiden tot 17 vermogensstanden (zie hoofd-stuk “Programmering”).Vermogensstandinstelling affabriek(9 vermo-gensstanden)uitgebreid(17standen)Boter smeltenGelatine oplossenSmelten van chocolade1–2 1–2.Rijstepap, havermoutpap maken 2 2–2.Kleine hoeveelheden vloeistof opwarmenRijst wellen3 3–3.Groente ontdooien (in een blok) 3 2.–3Graan wellen 3 2.–3.Verwarmen van vloeibare en halfvaste gerechten Bereiden van een omelet en van spiegeleieren zonder korstFruit blancheren4 4–4.Deegwaren wellen 4 4–5.Groente, vis stoven 5 5Diepvriesproducten ontdooien en verwarmen 5 5–5.Eieren behoedzaam bakken (zonder oververhitting van het vet) 6 5.–6.Aankoken van grote hoeveelheden, bijv. eenpansgerechten Gebonden saus of roomsaus maken, bijv.

witte-wijnsaus ofsauce hollandaise6–7 6.–7Vis, schnitzel, braadworst behoedzaam bakken (zonder over-verhitting van het vet)6–7 6.–7.Poffertjes, pannenkoeken, etc. bakken 7 6.–7Aanbraden van stoofgerechten 8 8–8.Grote hoeveelheden water kokenAankoken9 9De gegevens zijn richtwaarden. Het vermogen van de inductiespoel varieert naargelang degrootte en het materiaal van de bodem van de pan. Voor uw pannen kunnen de vermogens-standen dus enigszins afwijken. Bepaal door praktisch gebruik de optimale instellingen vooruw pannen. Stel voor nieuwe pannen waarvan u de gebruikseigenschappen niet kent devermogensstand één stand lager in dan aangegeven.

Tips om energie te besparen33- Bereid gerechten zoveel mogelijk al-leen in gesloten potten of pannen.Dat voorkomt dat onnodig warmteontsnapt.- Gebruik voor een kleine hoeveelheideen kleine pan. Voor een kleine pan isminder energie nodig dan voor eengrote, niet geheel gevulde pan.- Gebruik zo weinig mogelijk water.- Schakel na het aankoken of aanbra-den op tijd terug naar een lagere ver-mogensstand.- Gebruik een snelkookpan om de be-reidingstijd te verkorten.

Timer34Het SmartLine-element moet inge-schakeld zijn als u de timer wilt ge-bruiken.U kunt de timer voor 2functies gebrui-ken:- voor het instellen van een kookwek-kertijd- voor het automatisch uitschakelenvan een kookzone/verwarmingsele-ment/teppanzoneU kunt de functies tegelijk gebruiken.U kunt een tijd instellen tussen 1mi-nuut( ) en 9uur en 59minu-:ten( ).:Tijden tot en met 59minuten stelt uinminuten in (0:59), tijden vanaf 60mi-nuten in uren enminuten. De tijden wor-den ingevoerd in de volgorde “uren”,“minuten” (tiental) en “minuten” (rechtercijfer).Voorbeeld:59minuten = 0:59uur,invoer: 5-980minuten = 1:20uur,invoer: 1-2-0Nadat het eerste cijfer is ingevoerd,brandt het timerdisplay statisch. Na in-voer van het tweede cijfer springt heteerste cijfer naar links.

Na invoer vanhet derde cijfer springen het eerste entweede cijfer naar links.KookwekkerDe kookwekker wordt met de getallen-reeks links of linksvoor ingesteld (afhan-kelijk van het model).Kookwekker instellen Raak de sensortoets aan.Het timerdisplay knippert. Stel de gewenste tijd in.Als u de sensortoets aanraakt of10seconden wacht, start de kookwek-ker.Kookwekker wijzigen Raak de sensortoets aan.Het timerdisplay knippert. Stel de gewenste tijd in.Kookwekkertijd wissen Raak de sensortoets aan. Raak de van de cijferreeks aan.

De functie kan voor alle kookzo-nes gelijktijdig worden gebruikt.De kookzone wordt automatisch uitge-schakeld als de geprogrammeerde tijdlanger is dan de maximaal toegestanebedrijfsduur (zie hoofdstuk: “Veilig-heidsfuncties”, paragraaf “Veiligheids-schakelaar”).De uitschakeltijd wordt op het bedie-ningspaneel van de kookzone ingestelddie automatisch moet worden uitge-schakeld.Uitschakeltijd instellen Stel voor de gewenste kookzone eenvermogensstand in. Raak de sensortoets aan.Het timerdisplay knippert. Stel de gewenste tijd in.Als u de sensortoets aanraakt of10seconden wacht, start de uitschakel-tijd.Het controlelampje voor de kookzone-koppeling automatisch uitschakelenknippert. Als u voor nog een kookzone een uit-schakeltijd wilt instellen, doet u het-zelfde als hiervoor beschreven.Als er meerdere uitschakeltijden zijngeprogrammeerd, wordt de kortsteresttijd weergegeven en knippert hetdesbetreffende controlelampje.

Extra functies37Stop&GoBij activering van Stop&Go wordt devermogensstand van alle ingeschakeldekookzones tot 1 verlaagd.De vermogensstanden van de kookzo-nes en de instellingen van de timer kun-nen niet worden gewijzigd.

De kook-plaat kan alleen worden uitgeschakeld.Kookwekkertijden, uitschakeltijden,boostertijden en tijden voor de aan-kookautomaat lopen gewoon door.Als u de functie deactiveert, worden dekookzones op de laatst ingestelde ver-mogensstand weer ingeschakeld.Als de functie niet binnen 1uur wordtgedeactiveerd, wordt de kookplaat uit-geschakeld.Activeren/deactiveren Raak de sensortoets aan.RecallAls het apparaat tijdens het gebruik perongeluk uitgeschakeld is, kunt u metdeze functie alle instellingen herstellen.Hiervoor moet u het apparaat binnen10seconden na het uitschakelen weerinschakelen. Schakel het apparaat weer in.De eerder ingestelde vermogens-standen knipperen. Raak meteen een van de knipperendevermogensstanden aan.Het apparaat gaat verder met de eerdergedane instellingen.

Extra functies38SchoonmaakfunctieU kunt de sensortoetsen van het ap-paraat gedurende 20seconden ver-grendelen, bijvoorbeeld om verontrei-nigingen te verwijderen. De sensor-toets wordt niet vergrendeld.Activeren Tip de sensortoets aan.In het timerdisplay loopt de tijd af.Deactiveren Druk zo lang op de sensorstoetstotdat het timerdisplay dooft.DemomodusMet deze functie kan de vakhandel hetapparaat presenteren, zonder dat deverwarming wordt ingeschakeld.Demomodus activeren/deactiveren Schakel het apparaat in. Raak op het bedieningspaneel sen-sortoets0 aan. Raak daarna tegelijk de sensor-toetsen0 en 2 gedurende 6secon-den aan.In het timerdisplay knipperen afwisse-lend gedurende enkele seconden en  (demomodus geactiveerd) of (demomodus gedeactiveerd).Gegevens SmartLine-elementweergevenU kunt de type-aanduiding en de soft-wareversie van uw apparaat laten weer-geven.

Er mogen geen pannen op hetapparaat staan.Type-aanduiding Schakel het apparaat in. Druk op het bedieningspaneel vaneen willekeurige kookzone op de sen-sortoets0. Druk daarna tegelijk op de sensor-toetsen0 en4.In het timerdisplay knipperen afwisse-lend telkens 2 cijfers:  knippert in afwisseling met =CS1234Softwareversie Schakel het apparaat in. Druk op het bedieningspaneel vaneen willekeurige kookzone op de sen-sortoets0. Druk daarna tegelijk op de sensor-toetsen0 en3.In het timerdisplay verschijnen cijfers:: = softwareversie

Beveiligingen39Ingebruiknamebeveiliging/ver-grendelingDe vergrendeling wordt door eenstroomstoring gedeactiveerd. Om te voorkomen dat iemand hetSmartLine-element per vergissing in-schakelt of instellingen wijzigt, heeft hetapparaat een inschakelblokkering eneen vergrendeling. De inschakelblokkering wordt geacti-veerd, terwijl het SmartLine-element uit-geschakeld is. Als deze functie actief is,kan het apparaat niet worden ingescha-keld en kan de timer niet worden be-diend. Een ingestelde kookwekker looptdoor. Het SmartLine-element is zo ge-programmeerd dat de inschakelblokke-ring handmatig moet worden geacti-veerd. U kunt de instelling zo wijzigendat de vergrendeling 5minuten na hetuitschakelen van het SmartLine-ele-ment automatisch wordt geactiveerd(zie het hoofdstuk “Programmering”). De wordt bij ingescha-vergrendelingkeld apparaat geactiveerd.

Als dezefunctie geactiveerd is, kan het apparaatslechts beperkt worden bediend:- De ingestelde vermogensstandenkunnen niet worden gewijzigd. - Een ingestelde kookwekkertijd kanworden gewijzigd. - Het SmartLine-element kan alleenmaar worden uitgeschakeld. Wanneer bij een geactiveerde inge-bruiknamebeveiliging of vergrendelingeen niet-toegestane sensortoets wordtaangeraakt, verschijnt gedurende en-kele seconden in de timerindicatieen klinkt er een signaal. Inschakelblokkering activeren Raak gedurende 6seconden sensor-toets aan. De seconden worden in het timerdis-play afgeteld. Na afloop verschijnt in het timerdisplay. De inschakelblokke-ring is geactiveerd. Inschakelblokkering deactiveren Raak gedurende 6seconden sensor-toets aan. In het timerdisplay verschijnt even ,vervolgens worden de seconden afge-teld. Na afloop is de inschakelblokke-ring gedeactiveerd.

Na afloop verschijnt in het timerdisplay. De vergrendeling isgeactiveerd. Vergrendeling deactiveren Raak de sensortoetsen en aan en laat tegelijkertijd uw vingers gedu-rende 6 seconden erop rusten. In het timerdisplay verschijnt even ,vervolgens worden de seconden afge-teld. Na afloop is de vergrendeling ge-deactiveerd.

Beveiligingen40VeiligheidsuitschakelingSensortoetsen zijn afgedektWanneer er langer dan 10secondenovergekookte gerechten of voorwerpenop één of meer sensortoetsen liggen,wordt het apparaat automatisch uitge-schakeld. Boven de sensortoetsknippert kort een en er klinkt een sig-naal.Wanneer u de voorwerpen en/of ver-ontreinigingen verwijdert, dooft  en ishet apparaat weer klaar voor gebruik.De kookzone was te lang ingescha-keldDe veiligheidsuitschakeling wordt auto-matisch geactiveerd als een kookzoneongewoon lang in gebruik is geweest.De tijdspanne hangt van de gekozenvermogensstand af. Als deze tijd isoverschreden, wordt de kookzone uit-geschakeld en wordt de restwarmteweergegeven. Als u de kookzone uit- enweer inschakelt, is ze weer gebruiks-klaar.Het veiligheidsniveau van het apparaatstaat standaard op instelling 0. U kuntook een hoger veiligheidsniveau kie-zen.

Programmering42U kunt de programmering van het ap-paraat aan uw persoonlijke wensenaanpassen. U kunt meerdere instel-lingen na elkaar wijzigen.Na het oproepen van de programmeringverschijnt het symbool en in het ti-merdisplay .

Na enkele secondenknipperen in het timerdisplay afwisse-lend (programma01) en (co-: :de).Programmering wijzigenProgrammering oproepen Druk bij uitgeschakeld apparaat te-gelijk op de sensortoetsen en . Druk zo lang totdat het symboolverschijnt en in het timerdisplay .Programma instellenBij tweecijferige programmanummersmoet eerst het tiental worden inge-steld. Druk zo vaak op de sensortoetstotdat het gewenste programmanum-mer in het display verschijnt of drukop het betreffende cijfer op het be-dieningspaneel.Code instellen Druk zo vaak op de sensortoetstotdat het gewenste codenummer inhet display verschijnt of druk op hetbetreffende cijfer op het bedienings-paneel.Instellingen opslaan Als het programma wordt weergege-ven (bijvoorbeeld ), drukt u zo:lang op de sensortoets tot de con-trolelampjes uitgaan.Instellingen niet opslaan Raak zo lang sensortoets aan,totdat de controlelampjes gedoofdzijn.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele CS 7612 FL stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden