Miele CS 7611 FL Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele CS 7611 FL (72 pagina’s), behorend tot de categorie Inductiekookplaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 47 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Miele CS 7611 FL of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Inductiekookplaat |
| Model: | CS 7611 FL |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Soort bediening: | Touch |
| Kleur van het product: | Zwart |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Timer: | Ja |
| Gewicht: | 12000 g |
| Breedte: | 378 mm |
| Diepte: | 520 mm |
| Hoogte: | 129 mm |
| Snoerlengte: | 1.5 m |
| Kinderslot: | Ja |
| Warmhoud functie: | Ja |
| Soort materiaal (bovenkant): | Glaskeramiek |
| Vermogen brander/kookzone 1: | 2500 W |
| Aantal branders/kookzones: | 1 zone(s) |
| Type kookplaat: | Inductiekookplaat zones |
| Type brander/kookzone 1: | Extra groot |
| Makkelijk schoon te maken: | Ja |
| Aantal gaspitten: | 0 zone(s) |
| Aantal elektronische kook zones: | 1 zone(s) |
| Controle positie: | Boven voorzijde |
| Aangesloten lading (elektrisch): | 3000 W |
| Installatie compartiment breedte: | 382 mm |
| Installatie compartiment diepte: | 524 mm |
| Grote brander/kookzone diameter: | 300 mm |
| Grote brander/kookzone: | 2500 W |
| Aangesloten lading (gas): | - W |
| Automatisch uitschakelen: | Ja |
| Vorm grote pit/kookzone: | Rond |
| Boost functie: | Ja |
| Restwarmte-indicator: | Ja |
| Frame type: | Frameloos |
| Panherkenning: | Ja |
| Schoonmaakslot: | Ja |
| Voedingsbron brander/kookzone 1: | Electrisch |
| Wokbrander: | Ja |
| Wokbrander positie: | Midden |
| Positie brander/kookzone 1: | Centraal |
| Diameter brander/kookzone 1: | 300 mm |
| Kookzone 1 vorm: | Rond |
| AC-ingangsspanning: | 220 - 240 V |
Handleiding Miele CS 7611 FL – volledige tekst
Inhoud2Opmerkingen omtrent uw veiligheid. 4Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 15Overzicht. 16Wok. 16Bedieningselementen/displays. 17Kookzones. 18Bijgeleverde accessoires. 19Het toestel voor het eerst in gebruik nemen. 20SmartLine-element voor het eerst reinigen. 20SmartLine-element voor het eerst in gebruik nemen. 20Inductie. 21Bediening. 23Tabel vermogensstanden. 23Principe van de bediening. 23Wok inschakelen. 24Vermogensstand instellen. 24Uitschakelen. 24Restwarmte-indicatie. 24Vermogensstand instellen - uitgebreid instelbereik. 24Kookstartautomaat. 25Booster. 26Warmhouden. 27Timer. 28Kookwekker. 28Kookzone automatisch uitschakelen. 29Extra functies. 30Stop&Go. 30Recall. 30Schoonmaakfunctie. 31Demo-stand. 31Gegevens SmartLine-element weergeven. 31Beveiligingen. 32Inschakelblokkering/vergrendeling. 32Automatische uitschakeling. 34Oververhittingsbeveiliging.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid4Deze kookplaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Onjuist gebruik echter kan persoonlijk letsel of beschadiging vanhet toestel tot gevolg hebben.Lees de gebruiks- en montagehandleiding daarom aandachtigdoor, voordat u het toestel in gebruik neemt. In de handleidingvindt u belangrijke instructies met betrekking tot inbouw, veilig-heid, gebruik en onderhoud.Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die isontstaan doordat de veiligheidsinstructies en waarschuwingen nietin acht zijn genomen.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef deze dooraan een eventuele volgende eigenaar.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid5Verantwoord gebruik Dit toestel is uitsluitend bestemd voor particulier huishoudelijk ge-bruik (of daarmee vergelijkbaar). Het toestel mag niet buiten worden gebruikt. Gebruik deze kookplaat uitsluitend in huishoudelijke context voorhet bereiden en warmhouden van gerechten. Gebruik voor anderedoeleinden is niet toegestaan. Personen die op grond van hun fysieke, zintuiglijke of psychischeproblemen, hun onervarenheid of gebrek aan kennis van de kook-plaat niet in staat zijn om deze veilig te bedienen, moeten bij de be-diening onder toezicht staan. Deze personen mogen het toestel al-leen zonder toezicht bedienen als zij een eerst zijn geïnstrueerd. Zijdienen eventuele gevaren van een onjuiste bediening te herkennenen begrijpen.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid6Kinderen in het huishouden Houd kinderen onder acht jaar op een afstand van de wok, tenzij uvoortdurend toezicht houdt. Kinderen vanaf acht jaar mogen de wok alleen zonder toezicht ge-bruiken als ze weten hoe ze de wok veilig moeten bedienen. Kin-deren moeten de eventuele risico's van een foutieve bediening kun-nen inzien en begrijpen. Kinderen mogen het toestel niet zonder toezicht reinigen. Houd kinderen in de gaten wanneer zij zich in de buurt van hettoestel bevinden. Laat kinderen nooit met het toestel spelen. Het toestel wordt tijdens het gebruik heet en blijft dat ook nogenige tijd nadat het is uitgeschakeld. Houd kinderen op een afstand,totdat het toestel voldoende is afgekoeld en er geen verbrandingsge-vaar meer bestaat. Verbrandingsgevaar.Bewaar in de opbergruimte boven of onder de wok geen voorwerpendie voor kinderen interessant zijn.
Dat kan kinderen ertoe brengen opde wok te klimmen. Verbrandingsgevaar.Draai de grepen van de pannen zo dat ze zich boven het werkbladbevinden, zodat kinderen de pannen niet van het toestel kunnentrekken en zich zo kunnen branden. Verstikkingsgevaar.Kinderen kunnen zich tijdens het spelen in verpakkingsmateriaal wik-kelen (bijvoorbeeld in folie) of het materiaal over hun hoofd trekkenen stikken. Houd verpakkingsmaterialen bij kinderen vandaan. Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen de wok nietonbedoeld kunnen inschakelen. Schakel de vergrendeling in als u dewok gebruikt, zodat kinderen de (gekozen) instellingen niet kunnenwijzigen.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid7Technische veiligheid Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- of repara-tiewerkzaamheden kan de gebruiker aanzienlijke risico's lopen. In-stallatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleendoor een door Miele geautoriseerde deskundige worden uitgevoerd. Schade aan de wok kan uw veiligheid in gevaar brengen. Contro-leer de wok op zichtbare schade. Gebruik nooit een beschadigdewok. De wok kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren, als hij ophet openbare elektriciteitsnet is aangesloten. De wok mag niet op wisselrichters worden aangesloten die bij au-tonome stroomvoorzieningen worden toegepast, zoals zonne-ener-gie. Als het toestel wordt ingeschakeld, kan het bij spanningspiekenom veiligheidsredenen worden uitgeschakeld.
De elektronica kandaarbij beschadigd raken. De elektrische veiligheid van de wok is uitsluitend gegarandeerd,als hij wordt aangesloten op een aardingssysteem dat volgens degeldende voorschriften is geïnstalleerd. Laat de elektrische installatiebij twijfel door een elektricien inspecteren. De aansluitgegevens (frequentie en spanning) op het typeplaatjemoeten beslist overeenkomen met de waarden van het elektriciteits-net om beschadiging van het toestel te voorkomen. Vergelijk deze gegevens voor de aansluiting. Raadpleeg bij twijfeleen elektricien. Stopcontactenblokken of verlengkabels bieden niet voldoendeveiligheidsgaranties (gevaar voor brand). Dit in verband met gevaarvoor oververhitting. Gebruik de wok enkel in ingebouwde toestand. Enkel dan is eenveilige werking gegarandeerd. Deze wok mag niet op niet-vaste plaatsen (bijv. op een schip) wor-den gebruikt.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid8 Wanneer onderdelen worden aangeraakt die onder spanningstaan of wanneer elektrische of mechanische onderdelen wordenveranderd, is dit gevaarlijk voor de gebruiker. Het kan er tevens toeleiden dat het toestel niet meer goed functioneert.Open nooit de ommanteling van het toestel. Het recht op garantie vervalt wanneer de oven door een klanten-dienst wordt hersteld die niet door Miele is erkend. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen.
Alleen van deze Miele onderdelen kunnen wij ga-randeren, dat zij volledig aan onze veiligheidseisen voldoen. Het toestel mag niet worden gebruikt met een externe schakelklokof een systeem dat op afstand werkt. Als de stekker wordt verwijderd of als de aansluitkabel geen stek-ker heeft, mag het toestel uitsluitend door een vakman op het networden aangesloten. Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze door een elektri-cien worden vervangen door een speciale aansluitkabel (zie hoofd-stuk “Elektrische aansluiting”). Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet dewok volledig van het elektriciteitsnet zijn losgekoppeld. Ga daarvoorals volgt te werk:– schakel de zekeringen van de elektrische aansluiting uit;– draai de zekeringen van de elektrische aansluiting er helemaal uit;– trek de stekker (indien aanwezig) uit het stopcontact.
Trek daarbijniet aan de elektriciteitskabel, maar aan de netstekker. Gevaar voor elektrische schok.Neem de wok niet in gebruik bij een defect of bij breuken, scheurenen barsten in de keramische plaat of schakel de wok meteen uit.Koppel de wok los van het elektriciteitsnet. Neem contact op met detechnici van Miele.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid9 Als de wok achter een meubelfront (bijv. een deur) ingebouwd is,sluit dit dan nooit wanneer u de wok gebruikt. Achter een geslotenmeubelfront hopen warmte en vocht zich op. Daardoor kunnen dewok, de ombouwkast en de vloer beschadigd raken. Sluit een meu-beldeur pas wanneer de restwarmte-indicatie uit is.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid10Veilig gebruik De kookplaat wordt heet als deze in gebruik is en dat blijft hij ooknog enige tijd na het uitschakelen. Pas zodra het lampje voor de res-terende warmte is uitgegaan, is het verbrandingsgevaar geweken. Olie en vet kunnen bij oververhitting vlam vatten. Houd het toestelgoed in de gaten als u met olie en/of vetten werkt. Blus een brandmet olie of vet nooit met water.Schakel het toestel uit en doof de vlammen voorzichtig met een dek-sel of een blusdeken. Houd toezicht op het SmartLine-element tijdens het gebruik.Houd voortdurend toezicht bij korte kook- en braadprocessen. Vlammen kunnen de vetfilters van een dampkap in brand doenvliegen. Flambeer nooit onder een dampkap. Als spuitbussen, licht ontvlambare vloeistoffen of brandbaar mate-riaal warm worden, kunnen ze gaan branden.
Bewaar daarom mak-kelijk ontvlambare voorwerpen nooit in laden direct onder de kook-plaat. Eventueel aanwezige bestekbakken moeten van hittebestendigmateriaal zijn. Verwarm kookgerei nooit zonder inhoud. In gesloten conservenblikken ontstaat bij het inmaken en op-warmen een overdruk, waardoor deze kunnen ontploffen. Gebruik deoven niet voor het inmaken en verwarmen van conservenblikken. Als het toestel wordt afgedekt, bestaat het risico dat het materiaalvan de afdekking in brand vliegt, barst of smelt als u het toestel perongeluk inschakelt of als het nog heet is. Dek het toestel nooit af metbijvoorbeeld afdekplaten, een doek of beschermfolie.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid11 Als de wok is ingeschakeld, als u deze per ongeluk inschakelt ofals deze nog warm is van het koken, bestaat het risico van verhittingvan metalen voorwerpen die op de wok liggen. Andere materialenkunnen smelten of ontbranden. Vochtige pannendeksels kunnen zichvastzuigen. Gebruik de wok niet als werkblad. Schakel de wok nagebruik uit. U kunt zich aan de hete wok verbranden. Gebruik daarom altijdovenhandschoenen of pannenlappen als u met de hete wok werkt.Gebruik alleen droge handschoenen of pannenlappen. Nat of vochtigtextiel geleidt de warmte beter en kan door stoom verbrandingenveroorzaken. Als u een elektrisch toestel (bijvoorbeeld een mixer) in de buurtvan de kookplaat gebruikt, mag de aansluitkabel niet in contact ko-men met de hete kookplaat.
De isolatie van de kabel zou beschadigdkunnen raken. Zout, suiker of zandkorrels (bijvoorbeeld van groente) kunnenkrassen veroorzaken, als ze onder de pan komen. Zorg dat de kera-mische glasplaat en de panbodem schoon zijn, voordat u het kook-gerei op de kookplaat plaatst. Laat geen voorwerpen op de keramische plaat vallen. Zelfs eenlicht voorwerp zoals een zoutvaatje kan scheuren of barsten veroor-zaken. Hete voorwerpen op de sensortoetsen en de displays kunnen deelektronica eronder beschadigen. Zet nooit hete pannen op de sen-sortoetsen en de displays. Als suiker, suikerhoudende spijzen, kunststof of aluminiumfolie opde hete wok belanden en smelten, beschadigen deze bij het afkoelende keramische glasplaat. Schakel de wok onmiddellijk uit en schraapdeze stoffen met een kookplaatkrabber meteen grondig van dekookplaat. Trek hierbij ovenwanten aan.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid12 Door een drooggekookte wokpan kan de keramische plaat be-schadigd raken. Houd voortdurend toezicht op de wok tijdens hetgebruik. Vanwege de snelle opwarmsnelheid van inductiekookzones kanonder bepaalde omstandigheden de temperatuur aan de onderkantvan de pannen in zeer korte tijd de zelfontbrandingstemperatuur vanolie en vet bereiken. Houd voortdurend toezicht op de wok tijdenshet gebruik. Verhit vetten en olie maximaal 1 minuut en gebruik daarvoor nooitde booster. Alleen voor personen met een pacemaker: In de directe omgevingvan de ingeschakelde kookplaat ontstaat een elektromagnetischveld. Het is niet waarschijnlijk dat dit veld de werking van de pace-maker nadelig beïnvloedt.
Neem bij twijfel contact op met de fabri-kant van de pacemaker of met uw arts. Het elektromagnetische veld van het ingeschakelde kookvlak kande werking van magnetiseerbare voorwerpen beïnvloeden. Er mogenzich geen kredietkaarten, opslagmedia, zakrekenmachines enz. in deonmiddellijke omgeving van het ingeschakelde kookvlak bevinden. Metalen voorwerpen die in een lade onder de wok worden be-waard, kunnen heet worden als u de wok lang en intensief gebruikt.Bewaar daarom geen metalen voorwerpen in een lade die zich directonder de wok bevindt. De wok is voorzien van een koelventilator. Als zich onder de inge-bouwde wok een lade bevindt, moet er voldoende afstand tussen deinhoud van de lade en de onderkant van de wok zijn, zodat de toe-voer van koellucht voor de wok is gewaarborgd. Bewaar geenscherpe en kleine voorwerpen of papier in de lade.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid14Reiniging en onderhoud De stoom van een stoomreiniger kan terechtkomen op onderdelendie onder spanning staan en een kortsluiting veroorzaken.Gebruik voor het reinigen van de kookplaat nooit een stoomreiniger. Schakel de wok niet in als deze boven een pyrolyse-oven of -for-nuis is ingebouwd en de pyrolysefunctie actief is, omdat de overver-hittingsbeveiliging van de wok zou kunnen reageren (zie het hoofd-stuk “Veiligheidsfuncties”, paragraaf “Oververhittingsbeveiliging”).
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu15Recycleerbare verpakkingDe verpakking behoedt het toestel voortransportschade. Er werd milieuvriende-lijk en recycleerbaar verpakkingsmateri-aal gekozen.Door hergebruik van verpakkingsmateri-aal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Uw toestel afdankenOude elektrische en elektronische toe-stellen bevatten meestal nog waarde-volle materialen. Ze bevatten echter ookstoffen, mengsels en onderdelen dienodig zijn geweest om de toestellengoed en veilig te laten functioneren.Wanneer u uw oude toestel bij het ge-wone afval doet of er op een anderemanier niet goed mee omgaat, kunnendeze stoffen schadelijk zijn voor de ge-zondheid en het milieu.
Doe uw oudetoestel daarom nooit bij het gewonehuisafval.Lever het in bij een gemeentelijk inza-meldepot voor elektrische en elektro-nische apparatuur, bij uw vakhandelaarof bij Miele. U bent wettelijk zelf verant-woordelijk voor het wissen van eventue-le persoonlijke gegevens op het af tedanken toestel.Bij de aankoop van uw nieuw toestelheeft u een bijdrage betaald. Die wordtvolledig gebruikt voor de toekomstigerecyclage van dat toestel. Dat bevattrouwens nog waardevol materiaal.Door te recycleren wordt er dan ookminder verspild en vervuild.Als u vragen heeft omtrent het afdankenvan uw oud toestel, neem dan contactop met– de handelaar bij wie u het kochtof– de firma Recupel,telefoon 02 706 86 10,website: www.recupel.beof– uw gemeentebestuur als u uw toestelnaar een containerpark brengt.Zorg er ook voor dat het toestel intus-sen kindveilig wordt bewaard voor u hetlaat wegbrengen.
Het toestel voor het eerst in gebruik nemen20Plak het typeplaatje dat bij de docu-mentatie gevoegd is op de daarvoorbestemde plaats in het hoofdstuk“Service”.Verwijder eventueel aanwezige be-schermfolies en stickers.SmartLine-element voor heteerst reinigenReinig de wok vóór het eerste gebruikmet een vochtige doek en wrijf dezedaarna weer droog.SmartLine-element voor heteerst in gebruik nemenDe metalen onderdelen worden met eenonderhoudsmiddel beschermd. Als hetSmartLine-element voor het eerst in ge-bruik wordt genomen, kunnen daardoorgeurtjes en eventueel dampen ontstaan.Ook door de verwarming van de induc-tiespoelen wordt tijdens de eerste ge-bruiksuren een geur afgegeven.
Bij elkvolgend gebruik neemt de geurvormingaf, totdat u niets meer waarneemt.De geur en de eventueel optredendedamp wijzen niet op een verkeerde aan-sluiting of een defect en zijn ook nietschadelijk voor de gezondheid.Denk eraan dat de opwarmtijd bij in-ductiekookplaten veel korter is dan bijgewone kookplaten.
Inductie21WerkingOnder de wokzone bevindt zich een in-ductiespoel. Als u de wok inschakelt,genereert deze spoel een magneetveldwaardoor de bodem van de pan heetwordt.
De wokzone zelf wordt alleen in-direct verwarmd door de stralingswarm-te van de wok.De inductie reageert alleen als de bijge-leverde wokpan op de wokzone is ge-plaatst.In de getallenreeks knippert de inge-stelde vermogensstand wanneer– u de wok inschakelt zonder dat ereen wokpan is geplaatst;– u de wokpan van de ingeschakeldewok haalt.Als u de wokpan binnen 3 minuten opde wokzone zet, stopt het knipperenvan de vermogensstand en kunt u ge-woon doorgaan.Als u de wokpan niet plaatst, wordt dewok na 3 minuten automatisch uitge-schakeld.Verbrandingsgevaar door hetevoorwerpen.Als de wok is ingeschakeld, als u de-ze per ongeluk inschakelt of als dezenog warm is van het koken, bestaathet risico van verhitting van metalenvoorwerpen die op de wok liggen.Gebruik de wok niet als werkblad.Schakel de wok na gebruik uit metde sensortoets .
Inductie22GeluidenBij gebruik van de inductiewokplaatkunnen in de wokpan de volgende ge-luiden ontstaan:Op een hoge vermogensstand kan hettoestel een bromgeluid veroorzaken. Ditgeluid neemt af of verdwijnt als u eenlagere vermogensstand instelt.Vooral bij lage vermogensstanden kun-nen bij elektronische schakelingen klik-geluiden optreden.Er kan een zoemend geluid ontstaan alsde ventilator wordt ingeschakeld. Deventilator koelt de elektronica als u dewok intensief gebruikt. Ook nadat u dewok hebt uitgeschakeld, kan de ventila-tor doorlopen.De juiste pannenBrandgevaar door ongeschiktewokpannenBij gebruik van andere wokpannenkan het vet of het gerecht oververhitraken en vlam vatten.Gebruik uitsluitend de meegele-verde wokpan.De meegeleverde wokpan is speciaalvoor deze wok gemaakt.
Bediening23Tabel vermogensstandenBereiding Ver-mo-gens-standWarmhouden, smelten vanchocolade1-2Verwarmen van gerechten 3-6Wokken van typisch oostersegerechten7-9Principe van de bedieningUw SmartLine-element is voorzien vanelektronische sensortoetsen. Deze rea-geren op vingercontact. De sensortoetsAan/Uit moet bij het inschakelen omveiligheidsredenen iets langer wordenaangeraakt dan de overige toetsen.Elke reactie van de toetsen wordt be-vestigd met een akoestisch signaal.Wanneer het SmartLine-element is uit-geschakeld, is alleen het opgedruktesymbool voor de sensortoets Aan/Uit zichtbaar.
Als u het SmartLine-element inschakelt, lichten ook anderesensortoetsen op.Storing door vuile en/of bedektesensortoetsen.De sensortoetsen reageren niet of erworden ongewenste schakelingenuitgevoerd, mogelijk wordt de wokzelfs automatisch uitgeschakeld (ziehet hoofdstuk “Veiligheidsfuncties”,paragraaf “Veiligheidsuitschakeling”).Hete pannen op de sensortoetsen/displays kunnen de daaronder lig-gende elektronica beschadigen.Houd de sensortoetsen en displaysschoon, plaats er geen voorwerpenof hete pannen op.
Als de wok is inge-schakeld en u de wokpan erop plaatst,dan lichten alle sensortoetsen van degetallenreeks op.Plaats de wokpan.Raak de sensortoets van de ge-wenste vermogensstand aan.UitschakelenOm de wokzone uit te schakelen,raakt u de sensortoets 0 in de getal-lenreeks aan.Om de wok uit te schakelen, raakt ude sensortoets aan.Restwarmte-indicatieAls het SmartLine-element heet is,brandt na het uitschakelen de rest-warmte-indicatie. Afhankelijk van detemperatuur verschijnt er boven de ver-mogensstanden 1, 2 en 3 telkens eenpunt.De punten van de restwarmte-indicatieverdwijnen één voor één als het Smart-Line-element afkoelt.
De laatste puntverdwijnt pas als het SmartLine-ele-ment zover is afgekoeld dat u het zon-der gevaar kunt aanraken.Verbrandingsgevaar door heteoppervlakken.Na het beëindigen van het kookpro-ces zijn de oppervlakken heet.Raak de oppervlakken niet aan alsde restwarmte-indicatie nog brandt.Vermogensstand instellen - uit-gebreid instelbereikRaak de cijferreeks tussen de sensor-toetsen aan.De sensortoetsen voor en achter detussenstanden branden helderder dande overige toetsen.Voorbeeld:Wanneer u de vermogensstand 7. hebtingesteld, branden 7 en 8 helderder dande overige sensortoetsen.
Bediening25KookstartautomaatAls de kookstartautomaat geactiveerdis, warmt de kookzone automatisch methet hoogste vermogen op (aankoken)en schakelt dan naar de ingestelde ver-mogensstand (doorkookstand) terug.De aankooktijd hangt van de ingesteldedoorkookstand af (zie tabel).De kookstartautomaat inschakelenRaak de sensortoets van de ge-wenste doorkookstand zo lang aan,tot er een signaal klinkt en de sensor-toets begint te knipperen.Gedurende de aankooktijd (zie tabel)knippert de ingestelde doorkookstand.Als het aantal vermogensstanden is uit-gebreid (zie hoofdstuk “Programme-ring”) en er een tussenstand is geselec-teerd, knipperen de sensortoetsen vooren na de tussenstand.Als u tijdens de bereidingstijd de door-kookstand wijzigt, deactiveert u dekookstartautomaat.De kookstartautomaat uitschakelenRaak de sensortoets van de inge-stelde doorkookstand aan.ofStel een andere vermogensstand in.Doorkookstand* Aankooktijd[min : sec]1 ca.
Bediening26BoosterDe wok is uitgerust met een TwinBoos-ter.Met de booster kan gedurende maxi-maal 15 minuten een hoger vermogenworden geleverd.Als u de booster inschakelt, terwijl er– geen vermogensstand is ingesteld,wordt na afloop van de boostertijd ofbij het eerder uitschakelen van defunctie automatisch teruggeschakeldnaar vermogensstand 9.– wel een vermogensstand is ingesteld,wordt na afloop van de boostertijd ofbij het eerder uitschakelen van defunctie automatisch teruggeschakeldnaar de ingestelde vermogensstand.TwinBooster inschakelen, stand 1Plaats de wokpan.Stel eventueel een vermogensstandin.Tip de sensortoets B aan.Het controlelampje voor TwinBoosterstand 1 licht op.TwinBooster inschakelen, stand 2Plaats de wokpan.Stel eventueel een vermogensstandin.Raak 2 keer de sensortoets B aan.Het controlelampje voor TwinBoosterstand 2 licht op.TwinBooster uitschakelenRaak de sensortoets B zo vaak aantot de controlelampjes dovenofstel een andere vermogensstand in.
Bediening27WarmhoudenDe functie warmhouden is bedoeldvoor het warmhouden van gerechtenmeteen na de bereiding, niet voor hetopwarmen van reeds afgekoelde ge-rechten.De maximale warmhoudtijd bedraagt2uur.– Houd levensmiddelen uitsluitendwarm in een pan. Dek de pan af meteen deksel.– Roer regelmatig in stevige gerechtenen dikke vloeistoffen (eenpansge-recht, stevige maaltijdsoep).– De voedingswaarde van een gerechtneemt gedurende de bereiding af.Tijdens het warmhouden neemt devoedingswaarde verder af. Beperk dewarmhoudtijd zoveel mogelijk.Warmhouden activeren/deactiverenTip de sensortoets aan.
Timer28Het SmartLine-element moet ingescha-keld zijn als u de timer wilt gebruiken.U kunt een tijd instellen tussen 1minuut(:) en 9uur en 59minuten (:).Tijden tot 59 minuten stelt u in minutenin (0:59), tijden vanaf 60minuten in urenen minuten. De tijden worden ingevoerdin de volgorde 'uren', 'minuten' (tiental)en 'minuten' (eenheden).Voorbeeld:59 minuten = 0:59, invoer: 5-980 minuten = 1:20, invoer: 1-2-0Nadat het eerste cijfer is ingevoerd,brandt het timerdisplay statisch. Na in-voer van het tweede cijfer springt heteerste cijfer naar links.
Na invoer vanhet derde cijfer springen het eerste entweede cijfer naar links.U kunt de timer voor twee functies ge-bruiken:– voor het instellen van een kookwek-kertijd;– voor het automatisch uitschakelenvan een kookzone/verwarmingsele-ment/braadzone.U kunt de functies tegelijk gebruiken.Getoond wordt altijd de kortste tijd ende sensortoets (kookwekker) of hetcontrolelampje voor automatisch uit-schakelen knippert.Wanneer u de op de achtergrond aflo-pende resttijden wilt weergeven, drukt uop de sensortoets of .
Als er meer-dere uitschakeltijden zijn geprogram-meerd, dan drukt u zo vaak op de sen-sortoets totdat het betreffende con-trolelampje knippert.KookwekkerDe kookwekker wordt met de getallen-reeks links of linksvoor ingesteld (afhan-kelijk van het model).Kookwekkertijd instellenRaak de sensortoets aan.Het timerdisplay begint te knipperen.Stel de gewenste tijd in.Kookwekkertijd wijzigenRaak de sensortoets aan.Stel de gewenste tijd in.Kookwekkertijd wissenRaak de sensortoets zo lang aantotdat op het timerdisplay: ver-schijnt.
De functie kan voor alle kookzo-nes gelijktijdig gebruikt worden.De uitschakeltijd wordt ingesteld opde getallenreeks van de kookzone dieautomatisch moet worden uitgescha-keld.De kookzone wordt door de automa-tische uitschakeling uitgeschakeld alsde geprogrammeerde tijd langer is dande maximaal toegestane bedrijfsduur(zie het hoofdstuk “Veiligheidsfunc-ties”, onder “Veiligheidsuitschake-ling”).Stel voor de gewenste kookzone eenvermogensstand in.Raak de sensortoets aan.Het controlelampje begint te knipperen.Stel de gewenste tijd in.Als u een uitschakeltijd voor nog eenkookzone wilt instellen, gaat u net zote werk als in het voorgaande is be-schreven.Als meerdere uitschakeltijden gepro-grammeerd zijn, wordt de kortste rest-tijd weergegeven en knippert het be-treffende controlelampje.
De anderecontrolelampjes branden continu.Wanneer u de op de achtergrond af-lopende resttijden wilt weergeven,raakt u de sensortoets zo vaakaan totdat het gewenste controle-lampje voor de gewenste kookzoneknippert.Uitschakeltijd wijzigenRaak de sensortoets zo vaak aantotdat het controlelampje voor de ge-wenste kookzone knippert.Stel de gewenste tijd in.Uitschakeltijd wissenRaak de sensortoets zo vaak aantotdat het controlelampje voor de ge-wenste kookzone knippert.Raak de 0 op de getallenreeks aan.
Extra functies30Stop&GoBij de activering van Stop&Go wordt deingestelde vermogensstand tot 1 ver-laagd.De vermogensstand en de instelling vande timer kunnen niet worden gewijzigd,de wok kan enkel uitgeschakeld wor-den. De kookwekker-, uitschakel- enboostertijd en de tijd voor de kookstart-automaat lopen verder door.Bij deactivering wordt weer naar de ver-mogensstand teruggeschakeld die hetlaatst was ingesteld.Als de functie niet binnen 1 uur wordtgedeactiveerd, wordt de wok uitge-schakeld.Activeren/deactiverenTip de sensortoets aan.RecallAls het SmartLine-element tijdens hetgebruik per ongeluk uitgeschakeld is,kunt u met deze functie alle instellingenherstellen.
Hiervoor moet u het SmartLi-ne-element binnen 10seconden na hetuitschakelen weer inschakelen.Schakel het SmartLine-element weerin.De eerder ingestelde vermogens-standen knipperen.Raak meteen één van de knipperendevermogensstanden aan.Het toestel gaat verder met de eerdergedane instellingen.
Desensortoets wordt niet vergrendeld.ActiverenTip de sensortoets aan.Op de timerdisplay loopt de tijd af.DeactiverenDruk zo lang op de sensortoetstotdat de timerdisplay dooft.Demo-standMet deze functie kan de vakhandel hetSmartLine-element presenteren zonderdat de verwarming wordt ingeschakeld.Demo-modus activeren/deactiverenSchakel het SmartLine-element in.Raak op een willekeurige getallen-reeks de sensortoets 0 aan.Raak daarna tegelijkertijd de sensor-toetsen 0 en 2 aan en houd deze6seconden ingedrukt.In de timerdisplay knippert gedurendeenkele seconden afwisselend met (demo-stand geactiveerd) of (demo-stand gedeactiveerd).Gegevens SmartLine-elementweergevenU kunt de type-aanduiding en de soft-wareversie van uw SmartLine-elementlaten weergeven.
Er mogen geen pan-nen op het SmartLine-element staan.Type-aanduidingSchakel het SmartLine-element in.Raak op een getallenreeks naar keu-ze de sensortoets 0 aan.Raak daarna tegelijkertijd de sensor-toetsen 0 en 4 aan.Op de timerdisplay knipperen afwisse-lend telkens 2 cijfers: en knipperen afwisselend =CS1234SoftwareversieSchakel het SmartLine-element in.Raak op een getallenreeks naar keu-ze de sensortoets 0 aan.Raak daarna tegelijkertijd de sensor-toetsen 0 en 3 aan.In de timerdisplay verschijnen cijfers:: = softwareversie
Beveiligingen32Inschakelblokkering/vergren-delingDe vergrendeling wordt door eenstroomstoring gedeactiveerd.Om te voorkomen dat iemand hetSmartLine-element per vergissing in-schakelt of instellingen wijzigt, heeft hetSmartLine-element een inschakelblok-kering en een vergrendeling.De inschakelblokkering wordt bij eenuitgeschakeld SmartLine-element geac-tiveerd. Als deze functie actief is, kanhet element niet worden ingeschakelden kan de timer niet worden bediend.De ingestelde kookwekkertijd loopt ver-der af. Het SmartLine-element is zo ge-programmeerd dat de inschakelblokke-ring handmatig moet worden geacti-veerd. U kunt de instelling zo wijzigendat de inschakelblokkering 5minutenna het uitschakelen van het SmartLine-element automatisch wordt geactiveerd(zie hoofdstuk “Programmering”).De vergrendeling wordt bij een inge-schakeld SmartLine-element geacti-veerd.
Als deze functie geactiveerd is,kan het SmartLine-element slechts be-perkt worden bediend:– De ingestelde vermogensstandenkunnen niet worden gewijzigd.– Een ingestelde kookwekkertijd kanworden gewijzigd.– Het SmartLine-element kan alleenmaar worden uitgeschakeld.Wanneer bij geactiveerde inschakel-blokkering of vergrendeling een niettoegestane sensortoets wordt aange-raakt, verschijnt gedurende enkele se-conden op de timerdisplay en klinkter een signaal.Ingebruiknamebeveiliging activerenDruk 6 seconden op de sensor-toets.De seconden worden afgeteld in het ti-merdisplay. Na afloop verschijnt inhet timerdisplay. De ingebruiknamebe-veiliging is geactiveerd.Ingebruiknamebeveiliging deactive-renDruk 6 seconden op de sensor-toets.In het timerdisplay wordt kort weer-gegeven, waarna de seconden wordenafgeteld. Na afloop is de ingebruikna-mebeveiliging gedeactiveerd.
Beveiligingen33Vergrendeling activerenHoud de sensortoetsen en ge-durende 6seconden tegelijk inge-drukt.In het timerdisplay worden de secondenafgeteld. Na afloop verschijnt in hettimerdisplay. De vergrendeling is geacti-veerd.Vergrendeling deactiverenHoud de sensortoetsen en ge-durende 6seconden tegelijk inge-drukt.In het timerdisplay wordt kort weer-gegeven, waarna de seconden wordenafgeteld. Na afloop is de vergrendelinggedeactiveerd.
Beveiligingen34Automatische uitschakelingSensortoetsen zijn afgedektWanneer er langer dan 10secondenovergekookte gerechten of voorwerpenop één of meer sensortoetsen liggen ofwanneer deze worden bedekt door vin-gercontact, dan wordt het SmartLine-element automatisch uitgeschakeld.Boven de sensortoets knippert kort en er weerklinkt kort een signaal.Wanneer u de voorwerpen en/of veront-reinigingen verwijdert, dooft en is hetSmartLine-element weer klaar voor ge-bruik.Bedrijfsduur wordt overschredenDe veiligheidsuitschakeling wordt auto-matisch geactiveerd als de wokplaatongewoon lang in gebruik is. Deze tijd-speriode hangt af van de gekozen ver-mogensstand. Als deze is overschre-den, wordt de wokplaat uitgeschakelden wordt de restwarmte weergegeven.U kunt de wok weer gewoon in gebruiknemen.Het veiligheidsniveau van het SmartLi-ne-element staat standaard op 0.
Beveiligingen35OververhittingsbeveiligingAlle inductiespoelen en de koellichamenvan de elektronica zijn voorzien van eenoververhittingsbeveiliging. Voordat deinductiespoelen en/of de koellichamenoververhit raken, leidt de oververhit-tingsbeveiliging tot één van de vol-gende reacties:Inductiespoelen– Een ingeschakelde booster wordt uit-geschakeld.– De ingestelde vermogensstand wordtverlaagd.– De kookzone wordt automatisch uit-geschakeld.
In het timerdisplay knip-pert afgewisseld door .U kunt de kookzone gewoon weer ingebruik nemen als de foutmelding isverdwenen.Koellichaam– Een ingeschakelde booster wordt uit-geschakeld.– De ingestelde vermogensstand wordtverlaagd.– De kookzones worden automatischuitgeschakeld.Pas als het koellichaam voldoende is af-gekoeld, kunt u de betreffende kookzo-nes weer in gebruik nemen.De oververhittingsbeveiliging kan in devolgende situaties worden geactiveerd:– De geplaatste pan wordt zonder in-houd verhit.– Vet of olie wordt op een hoge vermo-gensstand verhit.– De onderkant van de kookplaat wordtniet voldoende geventileerd.– Een hete kookzone wordt na eenstroomstoring weer ingeschakeld.Reageert de oververhittingsbeveiligingopnieuw nadat de oorzaak is weggeno-men, neem dan contact op met Miele.
Programmering36U kunt de programmering van hetSmartLine-element aan uw persoonlijkewensen aanpassen. U kunt meerdereinstellingen na elkaar wijzigen.Na het oproepen van de programmeringverschijnt het symbool en in het ti-merdisplay .
Na enkele secondenknipperen op de timerdisplay afwisse-lend :(programma 01) en :(co-de).Programmering wijzigenProgrammering oproepenDruk bij een uitgeschakeld SmartLi-ne-element tegelijk op de sensor-toetsen en totdat het sym-bool verschijnt en op het timerdis-play .Programma instellenBij tweecijferige programmanummersmoet eerst het tiental worden inge-steld.Druk zo vaak op de sensortoetstotdat het gewenste programmanum-mer op het display verschijnt of drukop het betreffende cijfer in de getal-lenreeks.Code instellenDruk zo vaak op de sensortoetstotdat het gewenste codenummer ophet display verschijnt of druk op hetbetreffende cijfer in de getallenreeks.Instellingen opslaanAls het programma wordt weergege-ven (bijvoorbeeld :), drukt u zolang op de sensortoetstotdat deweergaven uitgaan.Instellingen niet opslaanRaak de sensortoets zo lang aantotdat de indicaties uitgaan.
Programmering38Programma1) Code2) InstellingenP:15 Permanente panherkenning C:00 Niet actiefC:01 Actief1) Niet-genoemde programma's zijn niet gedefinieerd.2) De standaard ingestelde code is telkens vet gedrukt.3) Wanneer het SmartLine-element wordt ingeschakeld, verschijnt gedurende enkele secon-den op het timerdisplay.4) In de tekst en in de tabellen worden de uitgebreide vermogensstanden voor de duidelijk-heid weergegeven met een punt achter het cijfer.5)Het bevestigingssignaal van de sensortoets Aan/Uit wordt niet uitgeschakeld.
Reiniging en onderhoud39Verbrandingsgevaar door heteoppervlakken.Na het beëindigen van het kookpro-ces zijn de oppervlakken heet.Schakel de wok uit.Laat de oppervlakken afkoelen voor-dat u de wok reinigt.Schade door indringend vocht.De stoom van een stoomreiniger kanterechtkomen op onderdelen die on-der spanning staan en een kortslui-ting veroorzaken.Gebruik voor de reiniging van de woknooit een stoomreiniger.Alle oppervlakken kunnen verkleurenof veranderen wanneer u onge-schikte reinigingsmiddelen gebruikt.De oppervlakken zijn krasgevoelig.Verwijder resten van reinigingsmid-delen onmiddellijk.Gebruik geen schuurmiddelen of rei-nigingsmiddelen die krassen kunnenveroorzaken.Laat het SmartLine-element vóór el-ke reiniging afkoelen.Reinig het SmartLine-element en deaccessoires na elk gebruik.Maak het SmartLine-element na elkevochtige reiniging weer droog omkalkresten te voorkomen.Ongeschikte reinigingsmidde-lenOm beschadigingen aan de oppervlak-ken te voorkomen, mogen de volgendemiddelen niet voor de reiniging wordengebruikt:– afwasmiddelen– soda-, alkali-, ammoniak-, zuur- ofchloridehoudende reinigingsmiddelen– kalkoplossende reinigingsmiddelen– vlek- en roestverwijderaars– schurende reinigingsmiddelen zoalsschuurpoeder, schuurmiddelen,schuursponsjes– oplosmiddelhoudende reinigingsmid-delen– reinigingsmiddelen voor vaatwassers– grill- en ovensprays– glasreinigers– schurende harde borstels en spons-jes (zoals pannensponsjes) of ge-bruikte sponsjes die nog restenschuurmiddel bevatten– vlekkensponsjes
Reiniging en onderhoud40Schade door scherpe voor-werpen. De afdichtingstape tussen hetSmartLine-element en het werkbladkan worden beschadigd. Gebruik voor het reinigen geenscherpe voorwerpen. Met een afwasmiddel worden niet al-le verontreinigingen en resten verwij-derd. Er ontstaat een onzichtbare film dietot verkleuringen van het keramischeglas leidt. Deze verkleuringen kunnenniet meer worden verwijderd. Reinig het keramische oppervlak re-gelmatig met een speciaal reinigings-middel voor keramisch glas. Verwijder alle grove verontreinigingenmet een vochtige doek. Vastgekoekteverontreinigingen verwijdert u meteen kookplaatkrabber. Reinig het keramische oppervlak ver-volgens met het Miele-reinigingsmid-del voor keramische platen en roest-vrij staal (zie het hoofdstuk “Bij te be-stellen accessoires”) of met een an-der geschikt reinigingsmiddel voorkeramische platen.
Gebruik hierbijkeukenpapier of een schone doek. Breng het reinigingsmiddel niet ophete keramische oppervlakken aanaangezien er vlekken kunnen ont-staan. Houdt u zich aan de aanwij-zingen van de fabrikant van het reini-gingsmiddel. Verwijder de resten van het reini-gingsmiddel met een vochtige doeken droog het keramische oppervlakvervolgens. Reinigingsmiddelresten kunnen andersinbranden en de keramische plaataantasten. Let erop dat u alle restenverwijdert. Verwijder vlekken van kalkresten,water en aluminium met het reini-gingsmiddel voor keramische platenen roestvrij staal. Verbrandingsgevaar door heteoppervlakken. Tijdens het kookproces zijn de op-pervlakken heet. Trek ovenhandschoenen aan voordatu resten suiker, kunststof of alumini-umfolie met een kookplaatkrabbervan het hete keramische oppervlakverwijdert.
Nuttige tips41De meeste storingen en defecten, die bij het dagelijks gebruik kunnen optreden,kunt u zelf verhelpen. U bespaart daarmee niet alleen tijd, maar ook kosten, omdatu Miele niet hoeft in te schakelen.De volgende tabellen helpen u de oorzaken van een probleem te achterhalen en teverhelpen.Probleem Oorzaak en oplossingHet SmartLine-elementkan niet worden inge-schakeld.Het SmartLine-element heeft geen stroom.Controleer of de zekering van de elektrische instal-latie doorgeslagen is. Neem contact op met eenelektricien of met Miele (minimale sterkte van dezekering: zie typeplaatje).Er is mogelijk sprake van een technische storing.Maak het het SmartLine-element ca.1minuutspanningsvrij. Doe dit als volgt:– schakel de schakelaar van de betreffende zeke-ring uit of draai de zekering eruit of– schakel de verliesstroomschakelaar uit.Schakel daarna de zekering resp.
de verlies-stroomschakelaar weer in. Kunt u het SmartLine-element dan nog niet in gebruik nemen, neem dancontact op met een elektricien of met de MieleService.Wanneer u de nieuwewok gaat gebruiken, ko-men geurtjes en dampvrij.De metalen onderdelen worden met een onderhouds-middel beschermd. Als de wok voor het eerst in ge-bruik wordt genomen, ontstaan daardoor geuren eneventueel ook damp. Ook het materiaal van de induc-tiespoelen geeft tijdens de eerste gebruiksuren eengeur af. Bij elk volgend gebruik neemt de geurvor-ming af, totdat u niets meer waarneemt. De geur ende eventueel optredende damp wijzen niet op eenverkeerde aansluiting of een defect en zijn ook nietschadelijk voor de gezondheid.De ingestelde vermo-gensstand knippert.De wokpan is niet geplaatst.Plaats de wokpan.
Nuttige tips42Probleem Oorzaak en oplossingAls het SmartLine-ele-ment wordt ingescha-keld of als er een sen-sortoets wordt inge-drukt, dan verschijntgedurende enkele se-conden op het ti-merdisplay.De ingebruiknamebeveiliging of vergrendeling is ge-activeerd.Deactiveer de ingebruiknamebeveiliging/vergren-deling (zie het hoofdstuk “Veiligheidsfuncties”, on-der “Ingebruiknamebeveiliging/vergrendeling”).Het SmartLine-elementis automatisch uitge-schakeld. Bij het op-nieuw inschakelen, ver-schijnt boven de Aan/Uit-sensortoetseen.Eén of meerdere sensortoetsen zijn bedekt, bijvoor-beeld door vingercontact, overkokende gerechten ofneergelegde voorwerpen.Verwijder de verontreinigingen en/of de voor-werpen (zie het hoofdstuk “Veiligheidsfuncties”,paragraaf “Veiligheidsuitschakeling”).Na het inschakelen vanhet SmartLine-elementverschijnt kort op hettimerdisplay.
Het Smart-Line-element verwarmtniet.De demo-modus is ingeschakeld.Druk tegelijk op de sensortoetsen0 en2 totdat ophet timerdisplay en afwisselend knipperen.De wok wordt automa-tisch uitgeschakeld.De gebruiksduur is overschreden.Schakel de wok weer in (zie het hoofdstuk “Veilig-heidsfuncties”, paragraaf “Veiligheidsuitschake-ling”).De oververhittingsbeveiliging is geactiveerd.Zie het hoofdstuk “Veiligheidsfuncties”, paragraaf“Oververhittingsbeveiliging”.De boosterstand wordtautomatisch te vroeguitgeschakeld.De oververhittingsbeveiliging is geactiveerd.Zie hoofdstuk “Beveiligingen”, paragraaf “Overver-hittingsbeveiliging”.De kookzone werkt nietzoals u gewend bent opde ingestelde vermo-gensstand.De oververhittingsbeveiliging is geactiveerd.Zie hoofdstuk “Beveiligingen”, paragraaf “Overver-hittingsbeveiliging”.
Nuttige tips43Probleem Oorzaak en oplossingNa het uitschakelen vanhet SmartLine-elementis er nog een geluid tehoren.De ventilator blijft draaien totdat het SmartLine-ele-ment afgekoeld is en wordt dan automatisch uitge-schakeld.De sensortoetsen rea-geren over- of ongevoe-lig.De gevoeligheid van de sensortoetsen is veranderd.Zorg er eerst voor dat zon- of kunstlicht niet directop het SmartLine-element valt.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele CS 7611 FL stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Inductiekookplaat Miele
Handleiding Inductiekookplaat
Nieuwste handleidingen voor Inductiekookplaat