Miele CS 7102-1 FL Handleiding

Miele Fornuis CS 7102-1 FL

Bekijk gratis de handleiding van Miele CS 7102-1 FL (68 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 28 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Miele CS 7102-1 FL of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/68
Gebruiks- en montagehandleiding
SmartLine-gaskookplaat
Lees de gebruiks- en montagehandleiding voordat u uwaltijd eerst
toestel plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor
uzelf en u voorkomt schade aan uw toestel.
nl-BEM.-Nr. 11 503 060

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Fornuis
Model: CS 7102-1 FL
Apparaatplaatsing: Ingebouwd
Soort bediening: Draaiknop
Kleur van het product: Zwart
Ingebouwd display: Nee
Gewicht: 7000 g
Breedte: 378 mm
Diepte: 520 mm
Hoogte: 92 mm
Snoerlengte: 2 m
Kinderslot: Nee
Soort materiaal (bovenkant): Glaskeramiek
Aantal branders/kookzones: 2 zone(s)
Type kookplaat: Gaskookplaat
Electronische ontsteking: Ja
Makkelijk schoon te maken: Ja
Aantal gaspitten: 2 zone(s)
Aantal elektronische kook zones: 0 zone(s)
Reguliere brander/kookzone diameter: 220 mm
Controle positie: Bovenaan rechts/links
Aangesloten lading (elektrisch): - W
Installatie compartiment breedte: 358 mm
Grote brander/kookzone diameter: 240 mm
Aangesloten lading (gas): - W
Breedte kookplaat: 37.8 cm
Vorm gewone pit/kookzone: Rond
Vorm grote pit/kookzone: Rond
Installatie compartiment diepte (min): 500 mm
Installatie compartiment diepte (max): 524 mm
AC-ingangsspanning: 230 V

Handleiding Miele CS 7102-1 FL – volledige tekst

2De kookplaat mag ook in andere dan op het toestel aangegeven landen wordengebruikt. De landspecifieke uitvoering en de manier waarop de kookplaat wordtaangesloten, hebben een grote invloed op de correcte en veilige werking van dekookplaat.Neem daarom contact op met de Miele Service in het betreffende land als u hettoestel in een land wilt gebruiken dat niet op het toestel vermeld staat.

Inhoud3Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 5Uw bijdrage aan de bescherming van het milieu. 16Overzicht. 17Kookplaat. 17Schakelaars. 18Brander. 19Bijgeleverde accessoires. 20Eerste ingebruikneming. 21SmartLine-element voor het eerst reinigen. 21SmartLine-element voor het eerst in gebruik nemen. 21De juiste pannen. 22Tips om energie te besparen. 23Bediening. 24Inschakelen. 24FlameGuard. 24Vlam instellen. 25Uitschakelen. 25Beveiligingen. 26Thermo-elektrische vlambeveiliging. 26Reiniging en onderhoud. 27Keramische plaat. 28Bedieningsknoppen. 29Pannendrager. 29Brander. 30Nuttige tips. 31Bij te bestellen accessoires. 33Klantendienst. 34Contact bij storingen. 34Typeplaatje:. 34Garantie. 34Installatie. 35Veiligheidsinstructies voor het inbouwen. 35Veiligheidsafstanden. 36Vlak. 39.

Inhoud4Aanwijzingen voor het inbouwen – vlak. 39Uitsparing werkblad – vlak. 41Verbindingsstrips – vlak. 44Inbouwmaten - opliggend. 45Inbouw – vlak. 46Naadloos aansluitend. 48Aanwijzingen voor het inbouwen – naadloos aansluitend. 48Uitsparing werkblad – naadloos aansluitend. 50Verbindingsstrips – naadloos aansluitend. 53Inbouwmaten - vlak. 54Inbouw – naadloos aansluitend. 55Gasaansluiting. 57Elektrische aansluiting. 59Brandervermogen. 62Aanpassen aan een andere gassoort. 63Tabel voor de inspuiters. 63Inspuiters vervangen. 63Grote inspuiters vervangen. 63De kleine inspuiters vervangen. 64Functie controleren. 64Productgegevensbladen. 65.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen5Deze kookplaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Onjuist gebruik kan echter persoonlijk letsel of materiële schadetot gevolg hebben.Lees de gebruiks- en montagehandleiding aandachtig door voor-dat u de kookplaat in gebruik neemt. Daarin vindt u belangrijkerichtlijnen met betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruiken het onderhoud.

Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schadeaan de kookplaat.In overeenstemming met de norm IEC60335-1 adviseert Miele uuitdrukkelijk om het hoofdstuk over de installatie van de kookplaaten de veiligheidsinstructies en waarschuwingen te lezen en op tevolgen.Wanneer de veiligheidsrichtlijnen en waarschuwingen niet wordenopgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor scha-de die hieruit voortvloeit.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef ze door aaneen eventuele volgende eigenaar.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6Verantwoord gebruik Deze kookplaat is bedoeld voor gebruik in het huishouden en ingelijkaardige omgevingen. Deze kookplaat mag niet buiten worden gebruikt. Gebruik deze kookplaat uitsluitend in huishoudelijke context voorhet bereiden en warmhouden van gerechten. Gebruik voor anderedoeleinden is niet toegestaan. Personen die op grond van hun fysieke of psychische gesteldheid,hun onervarenheid of gebrek aan kennis van de kookplaat niet instaat zijn om deze veilig te bedienen, mogen deze alleen onder toe-zicht gebruiken. Deze personen mogen de kookplaat alleen zondertoezicht gebruiken als ze weten hoe ze deze veilig moeten bedienen.Ze moeten de eventuele risico's van een foutieve bediening kunneninzien en begrijpen.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7Kinderen in het huishouden Houd kinderen onder acht jaar op een afstand, tenzij u voortdu-rend toezicht houdt. Kinderen vanaf acht jaar mogen de kookplaat alleen zonder toe-zicht gebruiken als ze weten hoe ze deze veilig moeten bedienen.Kinderen moeten de eventuele risico's van een foutieve bedieningkunnen inzien en begrijpen. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht reinigen. Houd kinderen in de gaten wanneer deze zich in de buurt van dekookplaat bevinden. Laat ze nooit met de kookplaat spelen. De kookplaat wordt tijdens het gebruik heet en blijft dat ook nogenige tijd nadat het is uitgeschakeld. Houd kinderen op een afstand,totdat de kookplaat voldoende is afgekoeld en er geen verbrandings-gevaar meer bestaat. Verbrandingsgevaar.

Bewaar in de opbergruimte boven of onderde kookplaat geen voorwerpen die voor kinderen interessant zijn.Dat kan kinderen ertoe brengen op het toestel te klimmen. Verbrandingsgevaar. Draai de grepen van de pannen zo dat zezich boven het werkblad bevinden, zodat kinderen de pannen nietvan het toestel kunnen trekken. Verstikkingsgevaar. Kinderen kunnen zich tijdens het spelen inverpakkingsmateriaal wikkelen (bijvoorbeeld in folie) of het materiaalover hun hoofd trekken en stikken. Houd verpakkingsmaterialen wegvan kinderen.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8Technische veiligheid Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- of repara-tiewerkzaamheden kan de gebruiker aanzienlijke risico's lopen. In-stallatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleendoor een door Miele geautoriseerde deskundige worden uitgevoerd. Schade aan de kookplaat kan uw veiligheid in gevaar brengen.Controleer de kookplaat op zichtbare schade. Gebruik nooit een be-schadigde kookplaat. De kookplaat kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren, alsdeze op het openbare elektriciteitsnet is aangesloten. De elektrische veiligheid van de kookplaat is uitsluitend gegaran-deerd, als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd. Aan deze funda-mentele veiligheidsvoorwaarde moet worden voldaan.

Laat de elek-trische installatie bij twijfel door een vakman inspecteren. De aansluitgegevens (frequentie en spanning) op het typeplaatjemoeten beslist met de waarden van het elektriciteitsnet overeen-komen, om beschadiging van de kookplaat te voorkomen. Vergelijk deze gegevens voor de aansluiting. Raadpleeg bij twijfeleen elektricien. Stekkerdozen of verlengsnoeren bieden niet voldoende veiligheid(brandgevaar). Gebruik deze niet voor het aansluiten van de kook-plaat op het elektriciteitsnet. Gebruik de kookplaat alleen als deze is ingebouwd, zodat de vei-ligheid gewaarborgd is. Deze kookplaat mag niet op een niet-stationaire locatie (zoals eenboot) worden gebruikt.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9 Wanneer u aansluitingen onder spanning aanraakt of de elek-trische en mechanische constructie wijzigt, kan dat voor u gevaaropleveren. Het kan ook tot storingen in de werking van de kookplaatleiden.Open nooit de behuizing van de kookplaat. Het recht op garantie vervalt wanneer de kookplaat door eentechnicus wordt gerepareerd die niet door Miele is geautoriseerd. Enkel bij gebruik van originele Miele-onderdelen garandeert Mieledat aan de veiligheidseisen wordt voldaan. Defecte onderdelen mo-gen alleen door originele Miele-onderdelen worden vervangen. De kookplaat mag niet worden gebruikt met een externe schakel-klok of een systeem voor besturing op afstand. Een gasspecialist moet de gasaansluiting uitvoeren (zie het hoofd-stuk “Installatie”, paragraaf “Gasaansluiting”).

Als de stekker van deaansluitkabel wordt verwijderd of als de aansluitkabel geen stekkerheeft, dan moet de kookplaat door een elektricien op het elektrici-teitsnet worden aangesloten (zie het hoofdstuk “Installatie”, para-graaf “Elektrische aansluiting”). Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze door een elektri-cien worden vervangen door een speciale aansluitkabel (zie hethoofdstuk “Installatie”, paragraaf “Elektrische aansluiting”). Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet dekookplaat volledig van het elektriciteitsnet losgekoppeld zijn. Contro-leer dit als u- de zekeringen in uw zekeringkast uitschakelt, of- de zekeringen van de huisinstallatie volledig worden losge-schroefd, of- als de stekker (indien aanwezig) uit het stopcontact is getrokken.Trek daarbij aan de stekker en niet aan de aansluitkabel.- de gastoevoer sluit.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10 Gevaar voor elektrische schok. Neem de kookplaat niet in gebruikbij een defect of bij breuken, scheuren en barsten in de keramischeplaat of schakel de kookplaat meteen uit. Maak de kookplaat span-ningsvrij en sluit de gastoevoer af. Neem contact op met de Miele-klantendienst. Als de kookplaat achter een meubelfront (bijv. een deur) is inge-bouwd, sluit dit dan nooit wanneer u de kookplaat gebruikt. Achtereen gesloten meubelfront hopen warmte en vocht zich op. Daardoorkunnen de kookplaat, de ombouwkast en de vloer beschadigd wor-den. Sluit het meubelfront pas als de kookplaat volledig is afgekoeld.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11Veilig gebruik Het toestel wordt bij gebruik heet en blijft dat ook nog enige tijdna het uitschakelen. Raak het toestel daarom niet aan, zolang hetnog heet is. Voorwerpen in de nabijheid van de ingeschakelde kookplaat kun-nen door de hoge temperaturen beginnen te branden.Gebruik de kookplaat nooit om ruimten te verwarmen. Olie en vet kunnen bij oververhitting gaan branden. Laat de kook-plaat bij werkzaamheden met olie en vet niet zonder toezicht achter.Blus branden met olie en vet nooit met water. Schakel de kookplaatuit en verstik de vlammen voorzichtig met een deksel of een blusde-ken. Houd toezicht op het SmartLine-element tijdens het gebruik.Houd voortdurend toezicht bij korte kook- en braadprocessen. Vlammen kunnen de vetfilters van een dampkap in brand doenvliegen.

Flambeer nooit onder een dampkap. Als spuitbussen, licht ontvlambare vloeistoffen of brandbaar mate-riaal warm worden, kunnen ze gaan branden. Bewaar daarom mak-kelijk ontvlambare voorwerpen nooit in laden direct onder de kook-plaat. Eventueel aanwezige bestekbakken moeten van hittebestendigmateriaal zijn. Bewaar geen licht ontvlambare voorwerpen in de buurt van hettoestel. Voorwerpen in de buurt van het ingeschakelde toestel kunnendoor de hoge temperaturen vuur vatten.Gebruik het toestel nooit om er een ruimte mee te verwarmen. Verwarm kookgerei nooit zonder inhoud.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12 In gesloten conservenblikken ontstaat bij het inmaken en op-warmen een overdruk, waardoor deze kunnen ontploffen. Gebruik dekookplaat niet voor het inmaken en verwarmen van conservenblik-ken. Wanneer de kookplaat wordt afgedekt, bestaat het risico dat hetmateriaal van de afdekking in brand vliegt, barst of smelt als u dekookplaat per ongeluk inschakelt of als deze nog warm is van eenbereiding. Dek de kookplaat nooit af met bijv. afdekplaten, een doekof een beschermfolie. Als u het toestel per ongeluk inschakelt of als het nog warm is vanhet koken, bestaat het risico dat metalen voorwerpen die op dekookplaat liggen heet worden. Andere materialen kunnen smelten ofontbranden. Gebruik de kookplaat nooit als werkblad. U kunt zich aan het hete toestel branden. Gebruik daarom altijdovenhandschoenen of pannenlappen als u met het hete toestelwerkt.

Gebruik alleen droge handschoenen of pannenlappen. Nat ofvochtig textiel geleidt de warmte beter en kan door stoom verbran-dingen veroorzaken. Zorg dat het textiel niet te dicht bij de vlammenkomt. Gebruik dan ook geen al te grote pannenlappen, theedoekenof iets dergelijks. Als u een elektrisch toestel (bijvoorbeeld een mixer) in de buurtvan de kookplaat gebruikt, mag de aansluitkabel niet in contact ko-men met de hete kookplaat. De isolatie van de kabel zou beschadigdkunnen raken. Laat geen voorwerpen op de keramische plaat vallen. Zelfs eenlicht voorwerp zoals een zoutvaatje kan scheuren of barsten veroor-zaken. Serviesgoed van kunststof of aluminiumfolie smelt bij hoge tem-peraturen. Gebruik daarom geen serviesgoed van kunststof of alumi-niumfolie.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen13 Als u de bedieningsknop indrukt, genereert de ontstekingselektro-de een vonk. Druk de bedieningsknop niet in als u de kookplaat ofde brander rond de ontstekingselektrode reinigt of aanraakt. Zorg dat op een ontstoken brander altijd een pan staat. Een erbo-ven geplaatste afzuigkap kan anders beschadigd raken of vuur vat-ten. Zorg dat alle branderdelen op de juiste wijze zijn gemonteerd,voordat u een brander ontsteekt. Gebruik alleen pannen waarvan de bodemdiameter niet groter ofkleiner is dan in de gebruiksaanwijzing staat aangegeven (zie “Dejuiste pannen”). Als de diameter te klein is, staat de pan niet steviggenoeg. Is de diameter te groot, dan worden de hete verbrandings-gassen te ver naar de zijkant gevoerd en kunnen het werkblad, eenniet hittebestendige wand of onderdelen van de kookplaat bescha-digd raken.

Voor schade die op deze wijze is ontstaan, kan Miele nietaansprakelijk worden gesteld. Zorg dat de vlammen van de brander niet onder het kookgereivandaan komen. Gebruik geen pannen met een te dunne bodem. De kookplaat kananders beschadigd raken. Gebruik daarvoor de meegeleverde pannendragers. Het kookgereimag niet rechtstreeks op een brander worden gezet. Plaats pannendragers van boven op de kookplaat, zodat er geenkrassen kunnen ontstaan. Bewaar geen licht ontvlambare voorwerpen in de buurt van hettoestel. Verwijder vetspatten en andere brandbare verontreinigingen zospoedig mogelijk van de kookplaat. Er ontstaat anders brandgevaar.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen14 Bij gebruik van het toestel ontstaan warmte, vocht en verbran-dingsgassen. Zorg daarom voor voldoende ventilatie in de ruimtewaar het toestel zich bevindt. Open een buitenraam of zorg voor me-chanische afzuiging (bijvoorbeeld via een afzuigkap). Als u het toestel lang en intensief gebruikt, is het aan te raden deruimte extra te ventileren, bijvoorbeeld door een buitenraam te ope-nen of door de afzuigkap op een hoge stand in te schakelen. Gebruik geen braadpannen, pannen of grillstenen die zo groot zijndat zij meerdere branders bedekken. Door warmteophoping kan hettoestel beschadigd raken. Als het toestel gedurende een ongebruikelijk lange tijd niet is ge-bruikt, is het aan te bevelen het toestel grondig te reinigen voordat uhet weer in gebruik neemt.

Laat de correcte werking van het toestelzo nodig door een vakman controleren. Als u het kookelement op gas direct naast een werkbladdampkapgebruikt, moet er tussen de werkbladdampkap en het kookelementeen FlameGuard worden geplaatst.

Uw bijdrage aan de bescherming van het milieu16Recycleerbare verpakkingDe verpakking behoedt het toestel voortransportschade. Er werd milieuvriende-lijk en recycleerbaar verpakkingsmateri-aal gekozen.Door hergebruik van verpakkingsmateri-aal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Uw toestel afdankenOude elektrische en elektronische toe-stellen bevatten meestal nog waarde-volle materialen. Ze bevatten echter ookstoffen, mengsels en onderdelen dienodig zijn geweest om de toestellengoed en veilig te laten functioneren.Wanneer u uw oude toestel bij het ge-wone afval doet of er op een anderemanier niet goed mee omgaat, kunnendeze stoffen schadelijk zijn voor de ge-zondheid en het milieu.

Doe uw oudetoestel daarom nooit bij het gewonehuisafval.Lever het in bij een gemeentelijk inza-meldepot voor elektrische en elektro-nische apparatuur, bij uw vakhandelaarof bij Miele. U bent wettelijk zelf verant-woordelijk voor het wissen van eventue-le persoonlijke gegevens op het af tedanken toestel.Bij de aankoop van uw nieuw toestelheeft u een bijdrage betaald. Die wordtvolledig gebruikt voor de toekomstigerecyclage van dat toestel. Dat bevattrouwens nog waardevol materiaal.Door te recycleren wordt er dan ookminder verspild en vervuild.Als u vragen heeft omtrent het afdankenvan uw oud toestel, neem dan contactop met- de handelaar bij wie u het kochtof- de firma Recupel,telefoon 0800/15 880,website: www.recupel.beof- uw gemeentebestuur als u uw toestelnaar een containerpark brengt.Zorg er ook voor dat het toestel intus-sen kindveilig wordt bewaard voor u hetlaat wegbrengen.

Eerste ingebruikneming21Plak het typeplaatje dat bij de docu-mentatie gevoegd is op de daarvoorbestemde plaats in het hoofdstuk“Service”.Verwijder eventueel aanwezige be-schermfolies en stickers.SmartLine-element voor heteerst reinigenReinig de afneembare delen van debrander(s) met een sponsdoekje, af-wasmiddel en warm water. Droog dedelen daarna weer af en zet de bran-der(s) vervolgens weer in elkaar (ziehet hoofdstuk “Reiniging en onder-houd”).Reinig het keramische oppervlak meteen vochtige doek en wrijf het daarnaweer droog.SmartLine-element voor heteerst in gebruik nemenDe metalen onderdelen worden met eenonderhoudsmiddel beschermd.

Als hetSmartLine-element voor het eerst in ge-bruik wordt genomen, kunnen daardoorgeurtjes en eventueel dampen ontstaan.De geur en de eventueel optredendedamp wijzen niet op een verkeerde aan-sluiting of een defect en zijn ook nietschadelijk voor de gezondheid.

De juiste pannen22Ø pannen [cm]Brander MinimumonderkantNormaalbrander 12Sterkbrander 14Brander MaximumbovenkantNormaalbrander 22Sterkbrander 24- Gebruik een pan die qua diameter bijde brander past:grote diameter = grote branderkleine diameter = kleine brander- Houdt u aan de afmetingen in de ta-bel. Wanneer u erg grote pannen ge-bruikt, kan het gebeuren dat de vlam-men zich uitbreiden en schade aanhet werkblad of andere toestellen ver-oorzaken. Het gebruik is efficiënter bijpannen met de juiste afmetingen.Pannen waarvan de diameter kleineris dan de pannendrager en pannendie niet stevig op de pannendragerstaan (zonder te wiebelen), vormeneen gevaar en mogen dan ook nietworden gebruikt.- Op een elektrische kookplaat moetenpannen met een vlakke bodem wor-den gebruikt.

Op een gaskookplaatkunt u ook pannen zonder vlakke bo-dem gebruiken en toch goede resul-taten bereiken.- Houd er rekening mee dat pannenfa-brikanten vaak de diameter van debovenkant van de pannen vermelden.In dit geval is de diameter van de bo-dem echter van belang.- Voor gas zijn geen speciale pannennodig. Het materiaal moet alleen hit-tebestendig zijn.- Gebruik bij voorkeur pannen met eendikke bodem, omdat de warmtever-deling dan beter is. Bij pannen meteen dunne bodem bestaat het gevaarde voedingsmiddelen gemakkelijkoververhit raken. Roer de gerechtendan ook regelmatig om.- Zet de pannen altijd op de bijgele-verde pannendrager. De pannen mo-gen niet rechtstreeks op de branderworden gezet.- Plaats pannen zodanig op de pan-nendrager dat deze niet kunnen kan-telen.

Tips om energie te besparen23- Bereid gerechten zoveel mogelijk al-leen in gesloten potten of pannen. Zowordt voorkomen dat er onnodigwarmte verloren gaat.- Gebruik liever brede, lage pannendan smalle, hoge pannen. De inhoudwordt dan beter verhit.- Gebruik zo weinig mogelijk water.- Schakel na het aankoken of aanbra-den op tijd terug naar een lagerestand.- Gebruik een snelkookpan om de be-reidingstijd te verkorten.

Bediening24InschakelenAls u het gaskookelement naast eenwerkbladdampkap gebruikt, heeft diteen invloed op de functie van hetgaskookelement.Plaats de FlameGuard tussen hetgaskookelement en de werkblad-dampkap.Brandgevaar door oververhittevoedingsmiddelen.Onbeheerde voedingsmiddelen kun-nen oververhit raken en ontbranden.Houd voortdurend toezicht op dekookplaat tijdens het gebruik.Druk de betreffende knop in en draaideze naar links op het grootste vlam-symbool. De ontstekingselektrode“klikt” en steekt het gas aan.Als een knop bediend wordt, ontstaatautomatisch bij alle kookzones eenvonk. Dit is normaal en duidt niet opeen defect.Wanneer er een vlam zichtbaar is,moet u de bedieningsknop nog 5–10seconden ingedrukt houden. Laatde knop vervolgens los.Draai de knop naar als de branderniet is gaan branden. Ventileer deruimte of wacht minstens 1minuutvoordat u de brander opnieuw ont-steekt.

Houd de knop bij de tweedeontsteking langer ingedrukt.Mocht de brander ook na een tweedepoging niet aangaan, zet de knop danop en raadpleeg het hoofdstuk“Nuttige tips”.Inschakelen bij een stroomstoringWanneer de stroom uitvalt, kunt u degasbrander met een lucifer aansteken.Druk de bedieningsknop in en draaideze naar links op het grootste vlam-symbool.Houd de bedieningsknop ingedrukten steek het gas met een lucifer aan.Houd de bedieningsknop nog ca.5–10 seconden ingedrukt en laat dezedan los.FlameGuardPlaats de FlameGuard als u directnaast de werkbladdampkap eenkookelement op gas gebruikt.

Bediening25Vlam instellenU kunt de branders traploos instellen opeen stand tussen de grootste en dekleinste vlam.Omdat de vlam aan de buitenkant he-ter is dan in de kern, moeten de pun-ten van de vlam de panbodem raken.De hitte wordt anders aan de lucht af-gegeven. Bovendien kunnen de pan-grepen beschadigd raken en neemt dekans op verbrandingen toe.Stel de brander zo in dat de vlammenniet onder de pan vandaan komen.UitschakelenDraai de knop naar rechts op .De gastoevoer wordt afgesloten en devlam gaat uit.

Beveiligingen26Thermo-elektrische vlambevei-ligingUw kookplaat is voorzien van een ther-mo-elektrische vlambeveiliging. Dithoudt in dat de gastoevoer wordt afge-sloten als de vlam dooft, bijvoorbeeldomdat een gerecht overkookt of omdatde vlam uitwaait. Zo wordt voorkomendat er gas vrijkomt. Als u de knop opzet, is de kookplaat weer klaar voor ge-bruik.De thermo-elektrische vlambeveiligingfunctioneert los van de stroomvoorzie-ning. Dit betekent dat de beveiligingook werkt, als u de kookplaat tijdenseen stroomstoring gebruikt.

Reiniging en onderhoud27Verbrandingsgevaar door heteoppervlakken.Na het beëindigen van het kookpro-ces zijn de oppervlakken van dekookplaat, de pannendragers en debranders heet.Laat de kookzones afkoelen, voordatu de kookplaat reinigt.Schade door indringend vocht.De stoom van een stoomreiniger kanterechtkomen op onderdelen die on-der spanning staan en een kortslui-ting veroorzaken.Reinig de kookplaat nooit met eenstoomreiniger.Alle oppervlakken kunnen verkleurenof veranderen wanneer u onge-schikte reinigingsmiddelen gebruikt.De oppervlakken zijn krasgevoelig.Verwijder resten van reinigingsmid-delen onmiddellijk.Gebruik geen schuurmiddelen of rei-nigingsmiddelen die krassen kunnenmaken.Door overgekookte voedingsmid-delen kunnen er op de branders ver-kleuringen ontstaan.Verwijder verontreinigingen en zout-en suikerspatten daarom meteen.Als u de bedieningsknop indrukt, ge-nereert de ontstekingselektrode eenvonk.

Druk de bedieningsknop niet inals u de kookplaat of de branderrond de ontstekingselektrode reinigtof aanraakt.Laat het SmartLine-element vóór el-ke reiniging afkoelen.Reinig het SmartLine-element en deaccessoires na elk gebruik.Maak het SmartLine-element na elkevochtige reiniging weer droog omkalkresten te voorkomen.Ongeschikte reinigingsmidde-lenOm beschadigingen aan de oppervlak-ken te voorkomen, mogen de volgendemiddelen niet worden gebruikt om tereinigen:- soda-, alkali-, ammoniak-, zuur- ofchloridehoudende reinigingsmiddelen- kalkoplossende reinigingsmiddelen- vlek- en roestverwijderaars;- schurende reinigingsmiddelen zoalsschuurpoeder, schuurmiddelen,schuursponsjes- oplosmiddelhoudende reinigingsmid-delen- Reinigingsmiddelen voor vaatwas-sers- grill- en ovensprays;- glasreinigers;- schurende harde borstels en spons-jes (zoals pannensponsjes) of ge-bruikte sponsjes die nog restenschuurmiddel bevatten;- vlekkensponsjes;

Reiniging en onderhoud28Keramische plaatSchade door scherpe voor-werpen. De afdichtingstape tussen hetSmartLine-element en het werkbladkan worden beschadigd. Gebruik voor het reinigen geenscherpe voorwerpen. Met een afwasmiddel worden niet al-le verontreinigingen en resten verwij-derd. Er ontstaat een onzichtbare film dietot verkleuringen van het keramischeglas leidt. Deze verkleuringen kunnenniet meer worden verwijderd. Reinig het keramische oppervlak re-gelmatig met een speciaal reinigings-middel voor keramisch glas. Verwijder alle grove verontreinigingenmet een vochtige doek. Vastgekoekteverontreinigingen verwijdert u meteen kookplaatkrabber. Reinig het keramische oppervlak ver-volgens met het Miele-reinigingsmid-del voor keramische platen en roest-vrij staal (zie het hoofdstuk “Bij te be-stellen accessoires”) of met een an-der geschikt reinigingsmiddel voorkeramische platen.

Gebruik hierbijkeukenpapier of een schone doek. Breng het reinigingsmiddel niet ophete keramische oppervlakken aanaangezien er vlekken kunnen ont-staan. Houdt u zich aan de aanwij-zingen van de fabrikant van het reini-gingsmiddel. Verwijder de resten van het reini-gingsmiddel met een vochtige doeken droog het keramische oppervlakvervolgens. Reinigingsmiddelresten kunnen andersinbranden en de keramische plaataantasten. Let erop dat u alle restenverwijdert. Verwijder van kalkresten,vlekkenwater en aluminium met het reini-gingsmiddel voor keramische platenen roestvrij staal. Verbrandingsgevaar door heteoppervlakken. Tijdens het kookproces zijn de op-pervlakken heet. Trek ovenhandschoenen aan voordatu resten suiker, kunststof of alumini-umfolie met een kookplaatkrabbervan het hete keramische oppervlakverwijdert.

Reiniging en onderhoud30BranderReinig de onderdelen van de branderniet in de vaatwasser.Het oppervlak van de branderdopwordt mettertijd iets matter. Dit is nor-maal en heeft verder geen gevolgenvoor het gebruik van de kookplaat.Verwijder alle losse delen van debrander en reinig deze uitsluitend metde hand met een sponsdoekje, af-wasmiddel en warm water.Reinig alle vlamopeningen, zodat de-ze vrij zijn van verontreinigingen.Explosiegevaar.Door verstopte vlamopeningen kanzich onverbrand gas ophopen in deonderkast en ontploffen.

Dit kan hettoestel beschadigen en letsel veroor-zaken.Zorg ervoor dat de vlamopeningenaltijd vrij zijn van verontreinigingen.Veeg de onderdelen van de branderdie u er niet af kunt nemen met eenvochtige doek af.Veeg de ontstekingselektrode en hetthermo-element voorzichtig af meteen goed uitgewrongen vochtigedoek.De elektrode mag niet nat worden, an-ders wordt er geen vonk afgegeven.Wrijf alles tot slot nog eens droog meteen schone doek. Zorg dat ook devlamopeningen goed droog zijn.Het oppervlak van de branderdopwordt mettertijd iets matter. Dit is nor-maal en heeft verder geen gevolgenvoor het gebruik van de kookplaat.Plaats de branderkop zodanig opde brandervoet dat het thermo-element en de ontstekingselektro-de door de gaten van de brander-kop heen steken. De branderkopmoet goed op de brandervoet liggen.Plaats de branderdop goed op debranderkop .

U bespaart daarmee niet alleen tijd, maar ook kosten, omdatu Miele niet hoeft in te schakelen.De volgende tabellen helpen u de oorzaken van een probleem te achterhalen en teverhelpen.Probleem Oorzaak en oplossingBij de eerste ingebruik-neming of nadat hettoestel lange tijd niet isgebruikt, ontsteekt debrander niet.Er bevindt zich mogelijk lucht in de gasleiding.Herhaal de ontstekingsprocedure eventueel meer-maals.De brander ontsteektniet, ook niet na meer-dere pogingen.Er is een technische storing opgetreden.Draai alle bedieningsknoppen naar rechts op enmaak de kookplaat enkele seconden spannings-vrij.De brander is niet goed in elkaar gezet.Zet de brander goed in elkaar.De gaskraan is niet geopend.Open de gaskraan.De brander is nat en/of verontreinigd.Reinig en droog de brander.De gleuven in de brander zijn verstopt en/of nat.Reinig en droog de gleuven.De gasvlam gaat na hetontsteken weer uit.De vlammen raken het thermo-element niet.

Het ele-ment wordt niet heet genoeg:de branderonderdelen zijn niet correct geplaatst.Plaats de onderdelen correct.Het thermo-element is verontreinigd.Verwijder het vuil.De vlam is veranderd. De branderdelen zijn niet goed geplaatst.Plaats de onderdelen correct.De branderkop of de openingen in de branderdopzijn verontreinigd.Verwijder eventueel aanwezig vuil.De gasvlam doofttijdens het gebruik.De branderdelen zijn niet goed geplaatst.Plaats de onderdelen correct.

Bij te bestellen accessoires33Speciaal voor uw toestellen levert Mieleeen uitgebreid assortiment aan toebe-horen, alsook reinigings- en onder-houdsmiddelen.U kunt deze producten heel eenvoudigvia de Miele-webshop bestellen.De producten zijn ook verkrijgbaar bijMiele (zie einde van deze gebruiksaan-wijzing) en bij uw Miele-handelaar.FlameGuardVoor plaatsing tussen de werkblad-dampkap en het kookelement op gasReinigingsmiddel voor kera-mische platen en roestvrij staal250mlVoor het verwijderen van verontrei-nigingen, kalk- en aluminiumvlekkenMicrovezeldoekjeVoor het verwijderen van vingerafdruk-ken en lichte verontreinigingen

Klantendienst34Contact bij storingenVoor storingen die u niet zelf kunt verhelpen, waarschuwt u uw Miele vakhandelaarof de klantendienst van Miele.De klantendienst van Miele kunt u online op www.miele.com/service boeken.Het telefoonnummer van de klantendienst van Miele vindt u achteraan in dit do-cument.De klantendienst van Miele heeft de typeaanduiding en het fabricagenummer no-dig (Fabr./SN/nr.). Beide gegevens vindt u op het typeplaatje.Typeplaatje:Plak hier het bijgaande typeplaatje. Controleer of het type toestel overeenkomt methet type dat op de achterkant van dit document staat.GarantieDe garantietermijn voor dit toestel bedraagt 2 jaar.Voor meer informatie, zie de bijgevoegde garantievoorwaarden.

Installatie*INSTALLATION*35Veiligheidsinstructies voor het inbouwenSchade door vallende voorwerpen.Bij de montage van bovenkastjes of een dampkap kan het SmartLine-elementbeschadigd raken.Plaats het SmartLine-element pas na montage van de bovenkastjes en dedampkap. Houdt u zich bij de plaatsing van het SmartLine-element aan allegeldende voorschriften en richtlijnen van het land van plaatsing.(Voor België: DVGW-TRGI 2008 en NBN-normen) De lijsten en randen van het werkblad moeten met een hittebe-stendige lijm (100°C) zijn bevestigd, zodat ze niet loskomen of ver-vormen. Ook de wandafdichtstrip moet hittebestendig zijn. Vanwege het eventuele overslaan van de vlammen mag een gas-kookplaat/wokbrander niet meteen naast een friteuse worden inge-bouwd.

Houd tussen de genoemde toestellen een afstand aan vanten minste 288mm. Het SmartLine-element mag niet boven koeltoestellen, vaatwas-sers, wasmachines en droogkasten worden ingebouwd. De gasslang en de aansluitkabel mogen na de inbouw van hetSmartLine-element niet met hete onderdelen in aanraking komen. De aansluitkabel en een flexibele gasaansluiting mogen na de in-bouw van het SmartLine-element niet in aanraking komen met debeweegbare delen van de keukenelementen (zoals een lade) en mo-gen ook niet worden blootgesteld aan mechanische belastingen. Neem de veiligheidsafstanden genoemd op de volgende pagina'sin acht.

Installatie*INSTALLATION*36VeiligheidsafstandenVeiligheidsafstand boven het Smart-Line-elementTussen het SmartLine-element en eenerboven gemonteerde afzuigkap dient ude veiligheidsafstand aan te houden diede fabrikant van de afzuigkap aangeeft.Als er zich boven het SmartLine-ele-ment licht ontvlambare materialen be-vinden (zoals een keukenplank), moet ueen veiligheidsafstand van ten minste760mm aanhouden.Als er onder een dampkap meerdereSmartLine-elementen zijn ingebouwdwaarvoor verschillende veiligheidsaf-standen worden aangegeven, kiesdan altijd de grootste afstand.

Installatie*INSTALLATION*37Veiligheidsafstand achterkant/zijkantMonteer het SmartLine-element bijvoorkeur met veel ruimte rechts enlinks.Aan de achterkant van het SmartLine-element moet ten opzichte van een ho-ge kast of wand de hierna aangegevenminimale afstand worden aangehou-den.Als zich aan één kant van het SmartLi-ne-element (rechts of links) een hogekast of wand bevindt, moet de hiernaaangegeven minimale afstand ,  worden aangehouden.

Voor de tegen-overliggende kant geldt een minimaleafstand van 300mm.Minimumafstand van deachteraanwerkbladuitsparing tot de achterkantvan het werkblad:50 mmMinimale afstand van derechtswerkbladuitsparing tot een ernaaststaand meubelstuk (bijvoorbeeld eenhoge kast) of een wand:100mm.Minimale afstand van de werk-linksbladuitsparing tot een ernaast staandmeubelstuk (bijvoorbeeld een hogekast) of een wand:100mm.Niet toegestaanAan te bevelenNiet aan te bevelenNiet aan te bevelen

Installatie*INSTALLATION*38Veiligheidsafstand bij een beklede nisAls er sprake is van een nisbekleding, dient er een minimale afstand tussen de uit-sparing in het werkblad en de bekleding te worden aangehouden.

Bij hoge tempe-raturen kunnen materialen beschadigd raken.Is de bekleding van brandbaar materiaal (zoals hout), dan moet de minimale af-stand tussen de uitsparing in het werkblad en de nisbekleding 50mm zijn.Is de bekleding van niet-brandbaar materiaal (zoals metaal, natuursteen en kera-mische tegels), dan moet de afstand tussen de uitsparing in het werkblad en denisbekleding minimaal 50mm min de dikte van de bekleding zijn.Voorbeeld: als de nisbekleding 15mm dik is,moet de minimale afstand 50mm - 15mm = 35mm zijn.Vlakke inbouw OpbouwaWandbNisbekleding maat x = dikte van de nisbekledingcWerkbladdUitsparing in het werkbladeMinimale afstand bijbrandbare materialen 50mmniet-brandbare materialen 50mm - maat x

Installatie*INSTALLATION*39VlakAanwijzingen voor het in-bouwen – vlakAfdichting tussen SmartLine-elementen werkbladAls u voegenkit gebruikt, kunnen hetSmartLine-element en het werkbladbeschadigd raken als het elementmoet worden verwijderd.Gebruik daarom geen voegenkit tus-sen het SmartLine-element en hetwerkblad.De dichting onder de rand van hettoestel is toereikend als afdichtingtussen toestel en werkblad.Werkblad met tegelsDe voegen en het gearceerde ge-deelte onder de rand van het SmartLi-ne-element moeten glad en vlak zijn,zodat het SmartLine-element gelijkma-tig aansluit en de afdichting onder derand van de bovenkant van het toestelde afdichting met het werkblad waar-borgt.AfdichtingstapeAls het SmartLine-element voor on-derhoud wordt gedemonteerd, kande afdichtingstape onder de randvan het SmartLine-element bescha-digd raken.Vervang de afdichtingstape steedsvoordat de kookplaat weer wordt in-gebouwd.

Installatie*INSTALLATION*40Inbouw van meerdereSmartLine-elementenDe voegen tussen de afzonderlijkeSmartLine-elementen moeten met eentemperatuurbestendige (min. 160°C) si-liconenkit worden gevuld. Bij vlakke in-bouw moet ook de voeg tussen het/deSmartLine-element(en) en het werkbladmet een temperatuurbestendige(min.160°C) siliconenkit worden ge-vuld.De SmartLine-elementen moeten na deinbouw van onderaf goed toegankelijkzijn, zodat de bodemplaat voor onder-houdsdoeleinden kan worden verwij-derd. Als de SmartLine-elementen nietvan onderaf toegankelijk zijn, moet devoegenkit worden verwijderd om detoestellen te kunnen uitbouwen.Combinatie met werkbladdampkapAls het SmartLine-element in combina-tie met werkbladdampkap wordt inge-bouwd, moet eerst de werkbladdamp-kap worden ingebouwd.

Installatie*INSTALLATION*41Uitsparing werkblad – vlakAanwijzingen voor het berekenen van de uitsparingDe elementen liggen 10mm boven het werkblad.Bij inbouw van meerdere elementen moet tussen de afzonderlijke elementen eenafstand van 2mm worden aangehouden.Berekening uitsparingB1 element=breedte van het element min 10mm rechts, min 10mm linksMeerdere elementen=totale breedte van de elementen plus 2mm afstand tussende elementen, min 10mm rechts, min 10mm links.Hierna volgen enkele voorbeelden.

Installatie*INSTALLATION*44Verbindingsstrips – vlakBij inbouw van meerdere SmartLine-elementen moet tussen de afzonderlijke ele-menten telkens een verbindingsstrip worden geplaatst.De bij de verbindingsstrips gevoegde klemmen zijn alleen nodig bij de inbouwvan een CSDA700xFL.Inbouw van 3 elementen en 2 verbindingsstrips

Installatie*INSTALLATION*46Inbouw – vlakVoorbereiding werkbladMaak de uitsparing in het werkblad.Neem de veiligheidsafstanden in acht(zie hoofdstuk “Installatie”, paragraaf“Veiligheidsafstanden”).De snijvlakken van houten werk-bladen moeten met speciale lak, sili-conenkit of giethars worden afge-werkt om te voorkomen dat het werk-blad door vocht wordt aangetast.

Hetdichtingsmateriaal moet temperatuur-bestendig zijn.Deze producten mogen niet op hetoppervlak van het werkblad terecht-komen.Verbindingsstrips monterenGebruik de middelste schroefgaten alsrechts of links naast de verbindingsstripde volgende SmartLine-elementen wor-den ingebouwd: CS7611, CS 7641,CS7101(-1), CS7102(-1)Werkblad van houtPlaats de verbindingsstrips gelijk metde bovenrand van de uitsparing.Bevestig de verbindingsstrips met debijgeleverde houtschroeven3,5x25mm.Werkblad van natuursteenVoor het bevestigen van de verbin-dingsstrips moet u sterk dubbelzijdigeplakband gebruiken (niet meegele-verd).Bevestig de plakband langs de bo-venrand van de uitsparing.Plaats de verbindingsstrips gelijk metde bovenrand van de uitsparing.Druk de verbindingsstrips stevig aan.

Installatie*INSTALLATION*47SmartLine-element inbouwenPlak de bijgeleverde afdichttape on-der de rand van het SmartLine-ele-ment. Breng de afdichttape niet aanterwijl het element onder spanningstaat.Geleid de aansluitkabel door de uit-sparing in het werkblad omlaag.Plaats het SmartLine-element in deuitsparing in het werkblad.

Let eropdat de afdichting op het werkbladrust, zodat de afdichting met hetwerkblad gegarandeerd is.Als de afdichting bij de hoeken nietgoed op het werkblad aansluit, kande hoekradius van het werkblad( R4) voorzichtig met een decou-≤peerzaag worden nabewerktDicht het SmartLine-element in geengeval extra af met voegenkit (zoalssiliconenkit).Sluit het SmartLine-element aan ophet elektriciteitsnet.Sluit het SmartLine-element indienvan toepassing aan op de gasvoor-ziening (zie het hoofdstuk “Installatie”,paragraaf “Gasaansluiting”).Controleer of het SmartLine-elementgoed functioneert.De voegen tussen de afzonderlijkeelementen moeten met een tempera-tuurbestendige (min.160°C) silico-nenkit worden gevuld.Een ongeschikte voegenkit kan na-tuursteen beschadigen.Gebruik voor natuursteen en tegelsvan natuursteen uitsluitend een voornatuursteen geschikte siliconenkit.Neem de aanwijzingen van de fabri-kant in acht.Functie controlerenControleer na het inbouwen of allebranders correct functioneren.- Op de laagste stand mag de vlamniet doven, ook niet wanneer u deknop snel van de grote naar de kleinevlam draait.- Op de hoogste stand moet de vlameen duidelijk zichtbare kern hebben.

Installatie*INSTALLATION*48Naadloos aansluitendAanwijzingen voor het in-bouwen – naadloos aansluitendEen vlakke inbouw is alleen mogelijkbij natuurstenen (graniet, marmer),massief houten en betegelde werk-bladen. Als uw werkblad van een an-der materiaal is gemaakt, informeerdan bij de fabrikant of het werkbladgeschikt is voor vlakke inbouw.De breedte van de onderkast moet tenminste zo groot zijn als de uitsparingin het werkblad. (Zie hoofdstuk “Instal-latie”, paragraaf “Inbouwmaten –naadloos aansluitend”). Zo is hetSmartLine-element ook na de inbouwvan onderaf goed toegankelijk. Eentechnicus moet de onderkant van dekookplaat kunnen verwijderen.

Als hetelement na de inbouw niet van onder-af toegankelijk is, moet de voegenkitworden verwijderd om het element tekunnen uitbouwen.Natuurstenen werkbladenHet SmartLine-element wordtrechtstreeks in de opening geplaatst.Massief hout, werkbladen met tegelsen glazen werkbladenHet SmartLine-element wordt in eenhouten lijst in de opening geplaatst. De-ze lijsten worden niet bij het toestelmeegeleverd en moeten ter plaatse be-schikbaar zijn.AfdichtingstapeAls het SmartLine-element voor on-derhoud wordt gedemonteerd, kande afdichtingstape onder de randvan het SmartLine-element bescha-digd raken.Vervang de afdichtingstape steedsvoordat de kookplaat weer wordt in-gebouwd.

Installatie*INSTALLATION*49Inbouw van meerdereSmartLine-elementenDe voegen tussen de afzonderlijkeSmartLine-elementen moeten met eentemperatuurbestendige (min. 160°C) si-liconenkit worden gevuld. Bij vlakke in-bouw moet ook de voeg tussen het/deSmartLine-element(en) en het werkbladmet een temperatuurbestendige(min.160°C) siliconenkit worden ge-vuld.De SmartLine-elementen moeten na deinbouw van onderaf goed toegankelijkzijn, zodat de bodemplaat voor onder-houdsdoeleinden kan worden verwij-derd. Als de SmartLine-elementen nietvan onderaf toegankelijk zijn, moet devoegenkit worden verwijderd om detoestellen te kunnen uitbouwen.Combinatie met werkbladdampkapAls het SmartLine-element in combina-tie met werkbladdampkap wordt inge-bouwd, moet eerst de werkbladdamp-kap worden ingebouwd.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele CS 7102-1 FL stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden