Miele CS 1221-1 I Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele CS 1221-1 I (56 pagina’s), behorend tot de categorie Inductiekookplaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 25 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Miele CS 1221-1 I of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Inductiekookplaat |
| Model: | CS 1221-1 I |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Soort bediening: | Draaiknop |
| Kleur van het product: | Black,Stainless steel |
| Aantal vermogenniveau's: | 12 |
| Ingebouwd display: | Nee |
| Gewicht: | 8500 g |
| Breedte: | 380 mm |
| Diepte: | 520 mm |
| Hoogte: | 57 mm |
| Snoerlengte: | 2 m |
| Warmhoud functie: | Ja |
| Vermogen brander/kookzone 1: | 2300 W |
| Aantal branders/kookzones: | 1 zone(s) |
| Type kookplaat: | Inductiekookplaat zones |
| Type brander/kookzone 1: | Extra groot |
| Aantal gaspitten: | 0 zone(s) |
| Aantal elektronische kook zones: | 1 zone(s) |
| Reguliere brander/kookzone diameter: | 300 mm |
| Normale brander/kookzone: | 2600 W |
| Controle positie: | Rechtsboven |
| Installatie compartiment breedte: | 364 mm |
| Installatie compartiment diepte: | 500 mm |
| Installatie compartiment hoogte: | 40 mm |
| Vermogen: | 3700 W |
| Stroom: | 16 A |
| Boost functie: | Ja |
| Restwarmte-indicator: | Ja |
| Panherkenning: | Ja |
| Voedingsbron brander/kookzone 1: | Electrisch |
| Kookzone 1 boost: | 3700 W |
| Positie brander/kookzone 1: | Centraal |
| Kookzone 1 vorm: | Rond |
| AC-ingangsspanning: | 230 V |
Handleiding Miele CS 1221-1 I – volledige tekst
Displayß= Geen pan of verkeerde panA= AankookautomaatI= Booster III = Booster II (bij de betreffende kookzones)L= Vergrendeling (zie het hoofdstuk "Beveiligingen")KookzonesKookzone CS 1212Minimale tot maximale Cin cm*Vermogen in Watt bij 230 V**Voor 10 - 16 normaal:met booster:14001800Achter16 - 23 normaal:met booster I:met booster II:230030003700Totaal: 3700* Binnen het aangegeven bereik kunt u pannen met een willekeurige bodemdia-meter gebruiken.** Het aangegeven vermogen kan variëren afhankelijk van de grootte en het mate-riaal van de gebruikte pannen.Algemeen7
CS 1221Minimale tot maximale Cin cm*Vermogen in Watt bij 230 V**18 - 30 normaal:met booster I:met booster II:240032003700Kookzone CS 1234Minimale tot maximale Cin cm*Vermogen in Watt bij 230 V**Links voor 14 - 19 normaal:met booster:18002900Links achter 14 - 19 normaal:met booster:18002900Rechts achter 16 - 23 normaal:met booster I:met booster II:230030003700Rechts voor 10 - 16 normaal:met booster:14001800Totaal: 7400* Binnen het aangegeven bereik kunt u pannen met een willekeurige bodemdia-meter gebruiken.** Het aangegeven vermogen kan variëren afhankelijk van de grootte en het mate-riaal van de gebruikte pannen.Algemeen8
Dit apparaat voldoet aan de gelden-de veiligheidsvoorschriften. Onjuistgebruik echter kan persoonlijk letselof beschadiging van het apparaattot gevolg hebben.Lees daarom de gebruiks- en mon-tagehandleiding aandachtig door,voordat u het apparaat in gebruikneemt. In de handleiding vindt u be-langrijke instructies met betrekkingtot inbouw, veiligheid, gebruik enonderhoud.Bewaar de gebruiks- en montage-handleiding en geef deze door aaneen eventuele volgende eigenaar!Verantwoord gebruik~Dit apparaat is uitsluitend bestemdvoor particulier huishoudelijk gebruik(of daarmee vergelijkbaar).~Dit apparaat is uitsluitend bestemdvoor het bereiden en warmhouden vanvoedingsmiddelen.Gebruik voor andere doeleinden is niettoegestaan en kan gevaarlijk zijn.
Mielekan niet aansprakelijk worden gesteldvoor schade die wordt veroorzaakt doorgebruik voor andere doeleinden danhier aangegeven of door foutieve be-diening.~Dit apparaat mag alleen worden ge-bruikt door personen die in staat zijnhet apparaat veilig te bedienen en dievolledig op de hoogte zijn van de in-houd van de gebruiksaanwijzing!Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9
Kinderen~Maak gebruik van de vergrendeling,zodat kinderen het apparaat niet onbe-doeld kunnen inschakelen.~Houd kinderen in de gaten wanneerzij zich in de buurt van het apparaat be-vinden. Laat kinderen nooit met het ap-paraat spelen.~Kinderen mogen het apparaat alleenzonder toezicht gebruiken als ze wetenhoe ze het apparaat veilig moeten be-dienen. De kinderen moeten zich be-wust zijn van de gevaren van een fou-tieve bediening.~Het apparaat wordt tijdens het ge-bruik heet en blijft dat ook nog enigetijd nadat het is uitgeschakeld. Houdkinderen op een afstand, totdat het ap-paraat voldoende is afgekoeld en ergeen verbrandingsgevaar meer be-staat.~Bewaar geen voorwerpen die voorkinderen interessant zijn in kastjes bo-ven of achter het apparaat.
De kinderenklimmen anders misschien op het ap-paraat en kunnen zich er dan aanbranden.~Kinderen kunnen ook verbrandingenoplopen als zij pannen van het appa-raat trekken. Draai de grepen daaromzo dat ze zich boven het werkblad be-vinden. Bij de vakhandelaar is een spe-ciaal rek verkrijgbaar dat ervoor zorgtdat kinderen niet meer bij het apparaatkunnen komen.~Verpakkingsmateriaal (zoals foliesen piepschuim) kan gevaarlijk zijn voorkinderen. Verstikkingsgevaar! Bewaarhet verpakkingsmateriaal dan ook bui-ten het bereik van kinderen en zorg dathet zo snel mogelijk wordt afgevoerd.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10
Technische veiligheid~Controleer het apparaat voor de in-bouw op zichtbare schade. Neem eenbeschadigd apparaat nooit in gebruik. Een beschadigd apparaat kan uw vei-ligheid in gevaar brengen. ~De elektrische veiligheid van het ap-paraat is uitsluitend gegarandeerd, alshet wordt aangesloten op een aar-dingssysteem dat volgens de geldendeveiligheidsbepalingen is geïnstalleerd. Het is zeer belangrijk dat wordt nage-gaan of aan deze fundamentele veilig-heidsvoorwaarde is voldaan. Laat bijtwijfel de huisinstallatie door een vak-man inspecteren. Miele kan niet aan-sprakelijk worden gesteld voor schadedie wordt veroorzaakt door een ontbre-kende of beschadigde aarddraad (bij-voorbeeld een elektrische schok). ~Voordat u het apparaat aansluit,dient u de aansluitgegevens (spanningen frequentie) op het typeplaatje te ver-gelijken met de waarden van het elektri-citeitsnet.
Deze gegevens moeten be-slist overeenkomen om beschadigingvan het apparaat te voorkomen. Raad-pleeg bij twijfel een elektricien. ~Gebruik het apparaat alleen als hetis ingebouwd, zodat de veiligheid ge-waarborgd is. ~Open in geen geval de ommantelingvan het apparaat. Wanneer onderdelen worden aange-raakt die onder spanning staan of wan-neer elektrische of mechanische onder-delen worden veranderd, levert dit ge-vaar op voor de gebruiker. Het kan ertevens toe leiden dat het apparaat nietmeer goed functioneert. ~Laat installatie-, onderhouds- en re-paratiewerkzaamheden uitsluitend doorvakmensen uitvoeren die door Mielezijn geautoriseerd. Ondeskundig uitge-voerde werkzaamheden leveren groterisico's op voor de gebruiker. Miele kanhiervoor niet aansprakelijk worden ge-steld. ~Bij installatie-, onderhouds- en repa-ratiewerkzaamheden dient het apparaatspanningsvrij te worden gemaakt.
~Als dit apparaat binnen de garantie-periode defect raakt, mag het alleendoor Miele worden gerepareerd, an-ders vervalt de garantie.~Defecte onderdelen mogen alleendoor originele Miele-onderdelen wor-den vervangen. Alleen van die onder-delen kan Miele garanderen dat zij aande veiligheidseisen voldoen.~Als de aansluitkabel beschadigd is,moet deze door een speciale kabel vanhet type H 05 VV-F (PVC-isolatie) wor-den vervangen. Een dergelijke kabel isverkrijgbaar bij Miele. De kabel mag al-leen door een vakman worden ver-vangen.~Het apparaat mag niet via een stek-kerdoos of verlengsnoer op het elektri-citeitsnet worden aangesloten. Hiermeekan een veilig gebruik van het apparaatniet worden gewaarborgd. Er kan bij-voorbeeld oververhitting ontstaan.~Neem de kookplaat niet in gebruikbij een defect of bij breuken, scheurenen barsten in de keramische plaat c.q.schakel het apparaat meteen uit.
Maakde kookplaat spanningsvrij. U kunt an-ders een elektrische schok krijgen!~Als de stekker wordt verwijderd,mag dit apparaat uitsluitend door eenvakman worden ingebouwd en aange-sloten. Deze is precies op de hoogtevan de landelijke voorschriften en vande voorschriften van het gemeentelijkeenergiebedrijf en houdt zich daar striktaan. Wanneer er bij het inbouwen enaansluiten van het apparaat fouten wor-den gemaakt, kan Miele niet aanspra-kelijk worden gesteld voor schade diedaar eventueel het gevolg van is.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12
Veilig gebruik~Alleen voor personen met een pace-maker:Houdt u er rekening mee dat in de di-recte omgeving van het ingeschakeldeapparaat een elektromagnetisch veldontstaat. Het is niet waarschijnlijk datdit veld de werking van de pacemakernadelig beïnvloedt. Neem bij twijfelcontact op met de fabrikant van depacemaker of met uw arts. ~Houd magnetiseerbare voorwerpen,zoals creditcards, diskettes en reken-machines, uit de buurt van het inge-schakelde apparaat, anders kan dewerking van deze voorwerpen wordenbeïnvloed. ~Wanneer u het apparaat gebruikt,wordt het zeer heet. Ook na het uit-schakelen, blijft het dat nog enige tijd. De restwarmte-indicator geeft aan ofhet apparaat nog heet is. ~Houd toezicht op de kookplaat als uhet apparaat gebruikt. Door drooggekookte pannen kan dekeramische plaat beschadigd raken. Miele kan hiervoor niet aansprakelijkworden gesteld.
Oververhit vet en oververhitte olie kun-nen vlam vatten en brand veroorzaken. ~Mocht het vet of de olie vlam vatten,gebruik dan nooit water voor het blus-sen. Doof de vlammen met een ge-schikte deksel, een vochtige doek ofiets dergelijks. ~Trek altijd ovenwanten aan of ge-bruik pannenlappen als u met het heteapparaat werkt. De ovenwanten of pan-nenlappen mogen niet nat of vochtigzijn, omdat ze de warmte dan beter ge-leiden. U kunt zich branden. ~Flambeer nooit onder een afzuig-kap. Door de vlammen kan de afzuig-kap in brand vliegen. ~Gebruik het apparaat niet als werk-blad. Leg er geen messen, vorken, le-pels of andere metalen voorwerpen op. Als het apparaat ingeschakeld is, onbe-doeld wordt ingeschakeld of bij rest-warmte kunnen metalen voorwerpenheet worden (verbrandingsgevaar). Andere voorwerpen kunnen - afhanke-lijk van het materiaal - smelten of vlamvatten.
~Gebruik geen serviesgoed vankunststof of aluminiumfolie, want datsmelt bij hoge temperaturen. Brandge-vaar. ~Verwarm geen dichte blikken endergelijke op de kookzones. Er ontstaatanders overdruk waardoor de blikkenuiteenspatten en u zich kunt verwon-den. ~Gebruik alleen pannen met eengladde bodem. Een ruwe bodem kankrassen op de keramische plaat veroor-zaken. ~Verhit kookgerei nooit leeg, tenzij defabrikant van het kookgerei een derge-lijk gebruik uitdrukkelijk toestaat. Van-wege de snelle reactietijd van inductiekan de temperatuur in de panbodem inzeer korte tijd dezelfontbrandingstemperatuur van olieen vet bereiken. ~Houd de kookplaat schoon. Zout,suiker of zandkorrels (bijvoorbeeld vangroente) kunnen krassen veroorzaken. ~Zet geen hete pannen of schalen opof in de buurt van het display. Hierdoorkunnen de elektronische onderdelen er-onder beschadigd raken.
~Laat geen voorwerpen op de kera-mische plaat vallen. Zelfs een lichtvoorwerp, zoals een zoutvaatje, kanscheuren of barsten veroorzaken alshet verkeerd terechtkomt. ~Komt suiker, suikerhoudend voed-sel, kunststof of aluminiumfolie op eenhete kookzone terecht, vermeng de sui-kerhoudende stoffen dan onmiddellijkmet water. Schakel vervolgens de kook-zone uit en verwijder de resten met eenschraper, zolang de plaat nog heet is. Als de stoffen afkoelen kan de kera-mische plaat beschadigd raken. Let opdat u uw handen niet brandt. Reinig de plaat verder als deze is afge-koeld. ~Als u een elektrisch apparaat (bij-voorbeeld een mixer) in de buurt vanhet apparaat gebruikt, mag de aansluit-kabel niet in aanraking komen met hethete apparaat. De isolatie van de kabelkan beschadigd raken, waardoor u eenelektrische schok kunt krijgen. ~Het apparaat is voorzien van eenventilator.
~Wanneer zich onder het apparaateen schuiflade bevindt, zonder tussen-bodem, mogen daarin geen licht ont-vlambare stoffen of brandbare voor-werpen zoals spuitbussen worden be-waard. Een eventuele bestekbak moetvan hittebestendig materiaal zijn.~Metalen voorwerpen die in een ladeonder de kookplaat worden bewaard,kunnen heet worden als u het apparaatlang en intensief gebruikt.~Zorg ervoor dat gerechten altijd vol-doende worden verhit.
Eventuele bac-teriën in het eten worden alleen ge-dood, wanneer de temperatuur hooggenoeg is (> 70 °C) en lang genoegwordt aangehouden (> 10 min.).~Plaats op een kookzone nooit tweepannen tegelijk.~Als het apparaat achter een meubel-deur is ingebouwd, mag u het apparaatalleen gebruiken als de deur geopendis.Sluit de meubeldeur pas als het appa-raat uitgeschakeld is en derestwarmte-indicatoren gedoofd zijn.~Schakel de kookplaat niet in alsdeze boven een pyrolyse-oven of-fornuis is ingebouwd en de pyrolyse-functie actief is, omdat de oververhit-tingsbeveiliging van de kookplaat zoukunnen reageren (zie de betreffenderubriek).~Het apparaat mag niet in de openlucht worden geplaatst en gebruikt.Als de "Veiligheidsinstructies enwaarschuwingen" niet worden opge-volgd, kan Miele niet aansprakelijkworden gesteld voor schade diedaarvan het gevolg is.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen15
Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Hergebruik van het verpakkingsmateri-aal remt de afvalproductie en het ge-bruik van grondstoffen. Vaak neemt deleverancier de verpakking terug. Als ude verpakking zelf wegdoet, informeerdan bij de reinigingsdienst van uw ge-meente waar u die kunt afgeven.Het afdanken van het apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal nog waarde-volle materialen. Ze bevatten echterook schadelijke stoffen die nodig zijngeweest om de apparaten goed en vei-lig te laten functioneren.
Wanneer u uwoude apparaat bij het gewone afvaldoet of er op een andere manier nietgoed mee omgaat, kunnen deze stoffenschadelijk zijn voor de gezondheid enhet milieu.Verwijder uw oude apparaat dan ooknooit samen met het gewone afval,maar lever het in bij een gemeentelijkinzameldepot voor elektrische en elek-tronische apparatuur. Vraag uw hande-laar indien nodig om inlichtingen.Het afgedankte apparaat moet tot dietijd buiten het bereik van kinderen wor-den opgeslagen.Een bijdrage aan de bescherming van het milieu16
Bij het apparaat wordt een tweede ty-peplaatje geleverd. Plak dit typeplaatjeop de aangegeven plaats achter in uwgebruiksaanwijzing.Eerste reiniging^Verwijder eventueel aanwezigebeschermfolies en stickers.^Reinig het apparaat met een vochtigedoek en wis het daarna weer droog.Gebruik voor het reinigen van dekeramische plaat geen afwasmiddel,omdat daardoor blijvende blauwevlekken kunnen ontstaan.IngebruiknemingAls u het apparaat voor het eerst aan-sluit en na een stroomstoring lichtengedurende ca. 1 seconde alle controle-lampjes op. Zodra deze lampjes ge-doofd zijn, kunt u het apparaat in ge-bruik nemen.Als u het apparaat voor het eerst in ge-bruik neemt, komen er geurtjes eneventueel damp vrij. Bij elk volgend ge-bruik komen er minder geurtjes vrij.
Uit-eindelijk zult u niets meer ruiken.Wanneer er geurtjes en damp vrijko-men, betekent dat niet dat het apparaatverkeerd is aangesloten of defect is. Degeurtjes en de damp zijn niet schadelijkvoor de gezondheid.Houdt u er rekening mee dat de op-warmtijd bij inductiekookplaten veelkorter is dan bij gewone kookplaten.Vóór het eerste gebruik17
PrincipeOnder elke kookzone bevindt zich eeninductiespoel. Als u een kookzone in-schakelt, genereert deze spoel eenmagneetveld waardoor de bodem vande pan heet wordt. De kookzone zelfwordt alleen indirect verwarmd door destralingswarmte van de pan.Een inductiekookzone reageert alleenop pannen met een magnetiseerbarebodem (zie de rubriek "De juiste pan-nen"). Andere pannen worden niet heet.Bij inductie wordt automatisch rekeninggehouden met de grootte van de ge-bruikte pan.
Het inductiesysteem werktalleen op het gedeelte dat door de pan-bodem wordt bedekt.De kookzone functioneert niet,– als u deze zonder pan of met eenongeschikte pan (met niet magneti-seerbare bodem) inschakelt.– als de bodemdiameter van de pan teklein is.–als u de pan van een ingeschakeldekookzone haalt.In dat geval knippert in het display hetsymbool ß.Als u binnen 3 minuten een geschiktepan op de kookzone zet, verdwijnt hetsymbool ßen kunt u gewoon doorgaan.Als u geen pan of een ongeschikte panplaatst, wordt de kookzone na 3 minu-ten automatisch uitgeschakeld. In hetdisplay knipperen dan afwisselend een0en een C.Om de kookzone weer in gebruik tekunnen nemen, moet u de bedienings-knop eerst op "0" zetten.Gebruik het apparaat niet als werk-blad voor messen, vorken, lepels ofandere metalen voorwerpen.
GeluidenBij gebruik van een inductiekookplaatkunnen in het kookgerei allerlei ge-luiden ontstaan. De geluiden zijn afhan-kelijk van het materiaal en de construc-tie van de bodem van het kookgerei.–Op een hoge vermogensstand kanhet apparaat een bromgeluid veroor-zaken.
Dit geluid neemt af of ver-dwijnt, wanneer een lagere vermo-gensstand wordt ingesteld.–Bij pannen met een bodem die uitverschillende materialen bestaat (bij-voorbeeld een sandwichbodem) kaneen knetterend geluid optreden.– Er kan een fluitend geluid ontstaanals twee kookzones in gebruik zijn.Als de gebruikte pannen een bodemhebben die uit verschillende materia-len bestaat (bijvoorbeeld eensandwichbodem) en een van de ver-bonden kookzones met boosterwordt gebruikt.–Vooral bij lage vermogensstandenkunnen bij elektronischeschakelingen klikgeluiden optreden.Om de levensduur van de elektronicate vergroten, is het apparaat voorzienvan een ventilator. Als u het apparaatintensief gebruikt, wordt de ventilatoringeschakeld en hoort u een zoemendgeluid. Ook nadat u het apparaat heeftuitgeschakeld, kan de ventilator nogdoorlopen.Inductie19
De juiste pannenLet op!Geschikt zijn pannen van:–roestvrij staal met een magnetiseer-bare bodem–geëmailleerd staal–gietijzerNiet geschikt zijn pannen van:–roestvrij staal met een niet magneti-seerbare bodem– aluminium of koper– glas/keramiek, aardewerkAls u niet zeker weet of een pan ge-schikt is voor inductie, kunt u een mag-neet tegen de panbodem houden. Blijftde magneet hangen, dan is de pan ge-schikt.Houdt u er rekening mee dat de eigen-schappen van de panbodem hetbereidingsresultaat beïnvloeden.Om optimaal gebruik te maken van eenkookzone moet u het formaat van depan zo kiezen dat de pan tussen debinnenste en de buitenste markeringvan de kookzone past. Als de pankleiner is dan de binnenste markering,kan het voorkomen dat deinductiespoel niet reageert.
In- en uitschakelenOm een kookzone in te schakelen,draait u de betreffende knop naarrechts aop de gewenste vermogens-stand. Om de kookzone uit te schake-len, draait u de knop naar links bop"0".De knop mag niet rechtsom (over BIof BI/II heen) op "0" worden gezet.Na het inschakelen van een kookzonelicht het controlelampje voor "Aan" open na enige tijd ook de restwarmte-indicator.Na het uitschakelen van alle kookzonesdooft het controlelampje voor "Aan".Restwarmte-indicatorDe restwarmte-indicator dooft pas als ude kookplaat zonder gevaar kunt aan-raken.Raak de kookplaat niet aan zolangde restwarmte-indicator brandt. Legof zet er ook geen hittegevoeligevoorwerpen op, anders bestaat hetrisico dat u zich brandt of dat voor-werpen vlam vatten!Bediening21
Tabel vermogensstandenBereiding Vermogens-stand*Warmhouden (Boter smeltenGelatine oplossen1-2Rijstepap, havermoutpap maken 2Kleine hoeveelheden vloeistof opwarmenRijst wellenGroente ontdooien (in een blok)Graan wellen3Gerechten verwarmen die veel vocht bevattenOmelet, eieren zonder korstje bakkenFruit blancherenDeegwaren wellen4Groente, vis stovenDiepvriesproducten ontdooien en verwarmen5Aankoken van grote hoeveelheden, bijv. eenpansgerechtenGebonden saus of roomsaus maken, bijv. witte-wijnsausof sauce hollandaiseEieren behoedzaam bakken (zonder oververhitting van het vet)6Vis, schnitzel en braadworst behoedzaam bakken (zonder over-verhitting van het vet)Poffertjes, pannenkoeken, etc.
bakken7Aanbraden van stoofgerechten 8Grote hoeveelheden water kokenAankoken9* De aangegeven standen zijn slechts algemene richtlijnen.Het vermogen van de inductiespoel varieert afhankelijk van de grootte en hetmateriaal van de panbodem. Het is dan ook mogelijk dat bij uw pannen de ver-mogensstanden een geringe afwijking vertonen. Bepaal in de dagelijksepraktijk welke instellingen het beste bij uw pannen passen.Bediening22
AankookautomaatDoorkookstand Aankooktijd inminuten enseconden (ca.)1 0:152 0:153 0:254 0:505 2:006 5:507 2:508 2:509-Als de aankookautomaat geactiveerdis, wordt de betreffende kookzone eenbepaalde tijd op het hoogste vermogeningeschakeld. Daarna wordt naar dedoorkookstand teruggeschakeld. Deaankooktijd hangt af van de ingesteldedoorkookstand (zie tabel).Bij een hoge doorkookstand is de aan-kooktijd relatief kort, omdat bij dezevermogensstanden meestal leeg ser-viesgoed voor het aanbraden wordtverhit.Wordt tijdens de aankooktijd de panvan de kookzone gehaald, dan wordtde aankookautomaat uitgeschakeld. Defunctie wordt weer geactiveerd als u depan binnen 3 minuten terugzet.Aankookautomaat activeren^Draai de knop naar links tot aan deaanslag.
Houd de knop in deze posi-tie totdat in het display Averschijnt.Als u de knop te lang in die positiehoudt, verschijnt in het display Lenwordt de vergrendeling geactiveerd(zie de rubriek "Vergrendeling").^Draai de knop daarna naar rechts opde gewenste doorkookstand.Als u niet binnen 5 seconden een door-kookstand kiest, wordt de aankookauto-maat niet ingeschakeld.Binnen ca. 10 seconden na het inscha-kelen van de aankookautomaat kunt ude doorkookstand nog veranderen. Alsu de doorkookstand daarna nog wijzigt,wordt de aankookautomaat uitgescha-keld.Gedurende de aankooktijd verschijnt inhet display een A.Bediening23
BoosterfunctieDe kookzones hebben een enkelebooster (I) of een TwinBooster (I/II), ziehet hoofdstuk "Algemeen".Met de boosterfunctie wordt een extrahoog vermogen geleverd, waarmee ubijvoorbeeld snel grote hoeveelhedenwater kunt verhitten. Met booster I en IIwerken de kookzones gedurende 10minuten met een verhoogd vermogen.De boosterfunctie kan niet tegelijk voortwee kookzones worden gebruikt.Uitzondering: Bij de CS 1234 kunt u deboosterfunctie tegelijk voor één kookzo-ne links én rechts gebruiken.Na afloop van de boostertijd wordt au-tomatisch naar vermogensstand 9 te-ruggeschakeld.Wordt tijdens de boostertijd de pan vande kookzone gehaald, dan wordt deboosterfunctie uitgeschakeld.
De func-tie wordt weer geactiveerd als u de panbinnen 3 minuten terugzet.Om het vermogen voor de booster tekunnen leveren, moet het systeem ge-durende de boostertijd aan een anderekookzone een deel van het vermogenonttrekken. Hiervoor zijn steeds tweekookzones met elkaar verbonden zoalsop de afbeelding is aangegeven.Bijvoorbeeld:Het inschakelen van de boos-ter/TwinBooster (op stand 1) leidt er bijde verbonden kookzone toe dat:– de aankookautomaat wordt uitge-schakeld als deze ingeschakeld was.– de vermogensstand van de verbon-den kookzone wordt verlaagd alsvoor die kookzone vermogensstand9 was ingesteld. De verlaagde ver-mogensstand en een Cknipperen af-wisselend in het display.Het inschakelen van de TwinBooster opstand 2 leidt er bij de verbonden kook-zone toe dat die kookzone wordt uitge-schakeld.In het display knipperen afwisselend 0en C.Bediening24
Booster I inschakelen^Draai de knop door vermogensstand9 heen op BI dan wel BI/II en zet deknop terug op 9.In het display van de kookzone ver-schijnt I, in het kleine display B.Booster II inschakelen^Draai de knop door vermogensstand9 heen op BI/II en zet de knop terugop 9.In het display van de kookzone ver-schijnt I, in het kleine display B.^Draai de knop opnieuw door vermo-gensstand 9 heen op BI/II en zet deknop terug op 9.In het display van de kookzone ver-schijnt II.Booster uitschakelenU kunt de booster eerder uitschakelen.^Draai de knop zo vaak door vermo-gensstand 9 heen op BI dan wel BI/IIen terug op 9, totdat het symbool Ic.q. II in het display dooft, of kies eenlagere vermogensstand.Bediening25
WarmhoudenAlle kookzones hebben eenwarmhoudstand.Als u de warmhoudstand instelt, wordtde kookzone na maximaal 2 uur uitge-schakeld.De warmhoudstand is voor hetwarmhouden van gerechten meteenna de bereiding (dus als deze nogwarm zijn). De warmhoudstand isniet bedoeld voor het opwarmen vanreeds afgekoelde gerechten!TipsHoud gerechten alleen in de pan warm.Dek de pan met een deksel af.U hoeft de gerechten tijdens het warm-houden niet te roeren.De voedingswaarde van een gerechtneemt gedurende de bereiding af. Tij-dens het warmhouden neemt de voe-dingswaarde verder af. Houd dewarmhoudtijd dan ook zo kort mogelijk.Bediening26
–Kook bij voorkeur met een deksel opde pan. Op die manier voorkomt udat er onnodig warmte ontsnapt.zonder deksel met deksel–Gebruik voor een kleine hoeveelheideen kleine pan. Voor een kleine panis minder energie nodig dan vooreen grote, niet geheel gevulde pan.– Gebruik zo weinig mogelijk water.– Schakel na het aankoken of aanbra-den op tijd terug naar een lagere ver-mogensstand.– Met een snelkookpan kunt u de be-reidingstijd aanzienlijk verkorten.Tips om energie te besparen27
Vergrendeling apparaatDe kookplaat heeft een vergrendelingdie voorkomt dat de kookzones onbe-doeld worden ingeschakeld.U kunt de vergrendeling alleen active-ren als alle kookzones uitgeschakeldzijn.Kookplaten met 2 kookzones:De vergrendeling wordt met de rechterknop geactiveerd en gedeactiveerd.Kookplaten met 4 kookzones:De vergrendeling voor de rechter kook-zones wordt met de knop rechts buitengeactiveerd en gedeactiveerd.De vergrendeling voor de linker kook-zones wordt met de tweede knop vanlinks geactiveerd en gedeactiveerd.Activeren^Draai de knop naar links tot aan deaanslag en houd de knop vast totdatin het display een Lverschijnt.Wordt de knop daarna bediend, danverschijnt gedurende 3 seconden op-nieuw een Lin het display.Deactiveren^Draai de knop naar links tot aan deaanslag en houd de knop vast totdatde Luit het display verdwijnt en erkort een 0verschijnt.VeiligheidsuitschakelingHet apparaat is voorzien van een bevei-liging die de kookplaat automatisch uit-schakelt als u vergeet deze uit te zet-ten.Is een kookzone langdurig ingescha-keld geweest (zie tabel), zonder dat devermogensstand is gewijzigd, danwordt de kookzone automatisch uitge-schakeld.In het betreffende display knipperen af-wisselend een Cen een 0.Om de kookzone weer in gebruik tekunnen nemen, moet de knop eerst op"0" worden gezet.Het kleine display en de weergave inhet display van de kookzone doven.Vermogens-standMaximale bedrijfsduurin uren1102535445362728291Beveiligingen28
OververhittingsbeveiligingAlle inductiespoelen en dekoellichamen van de elektronica zijnvoorzien van een oververhittingsbeveili-ging.Voordat de inductiespoelen of dekoellichamen oververhit raken, leidt deoververhittingsbeveiliging bij de betref-fende kookzone of bij de hele kookplaattot een van de volgende reacties:–Een ingeschakelde booster wordt uit-geschakeld.–De ingestelde vermogensstandwordt verlaagd.– Gaat het om een inductiespoel, danwordt de betreffende kookzone uit-geschakeld en verschijnt in het dis-play een H.Kort daarna worden mogelijk nogmeer kookzones uitgeschakeld.^Zet de knop van de betreffendekookzone(s) op "0".Pas als de Hgedoofd is, kunt u dekookzone weer gewoon in gebruik ne-men.Als u de knop niet op "0" zet, knipperenin het display afwisselend een Cen een0.
Om de kookzone weer in gebruik tekunnen nemen, moet u de knop eerstop "0" zetten.–Gaat het om het koellichaam, danwordt het vermogen van de kookzo-nes verlaagd.Zodra het koellichaam voldoende is af-gekoeld, werken de kookzones weermet de oorspronkelijk ingestelde ver-mogensstand.–Stijgt de temperatuur na het verlagenvan het vermogen verder, dan wor-den de betreffende kookzones uitge-schakeld.Kort daarna worden mogelijk nogmeer kookzones uitgeschakeld.In het display knipperen afwisselendeen Cen een 0.^Zet de knop van de betreffendekookzone(s) op "0".Zodra de kookzones voldoende zijn af-gekoeld, kunt u deze gewoon weer ingebruik nemen.De oververhittingsbeveiliging reageertals– leeg kookgerei wordt verhit.– vet of olie op een hoge vermogens-stand wordt verhit.– de onderkant van het apparaat nietvoldoende wordt geventileerd.Reageert de oververhittingsbeveiligingopnieuw nadat de oorzaak isweggenomen, neem dan contact opmet Miele.Beveiligingen29
,Gebruik voor het reinigen vanhet apparaat nooit een stoomreini-ger. Stoom kan in aanraking komenmet delen die onder spanning staanen zo kortsluiting veroorzaken.Reinig het hele apparaat na elk ge-bruik. Laat het apparaat eerst afkoelen.Wrijf het apparaat na elke vochtige rei-niging droog.
U voorkomt zo kalkafzet-ting.Om beschadigingen aan de opper-vlakken te voorkomen, mogen de vol-gende middelen niet worden ge-bruikt:–soda-, alkali-, ammoniak-, zuur- ofchloridehoudende reinigingsmidde-len.–kalkoplossende reinigingsmiddelen.–vlekken- en roestverwijderaars.–schurende reinigingsmiddelen, zoalsschuurpoeder, vloeibaar schuurmid-del en reinigingssteen.– oplosmiddelhoudende reinigingsmid-delen.– reinigingsmiddelen voor afwasauto-maten.– grill- en ovensprays.– glasreinigers.– schurende harde borstels en spons-jes (zoals pannensponsjes) en ge-bruikte sponsjes die nog restenschuurmiddel bevatten.–vlekkensponsjes.–puntige voorwerpen(zodat de dichtingen tussen de lijsten het werkblad niet beschadigd ra-ken).Reiniging en onderhoud30
Keramische plaatVerwijder alle grove verontreinigingenmet een vochtige doek. Vastgekoekteverontreinigingen verwijdert u met eenglasschraper.Reinig de kookplaat vervolgens meteen speciaal reinigingsmiddel voorkeramische platen en roestvrij staal (zieook "Bij te bestellen accessoires") enmet keukenpapier of een schone doek.Gebruik het reinigingsmiddel niet opeen hete kookplaat, omdat daardoorvlekken kunnen ontstaan. Houdt u zichaan de aanwijzingen van de fabrikantvan het reinigingsmiddel.Wis de kookplaat ten slotte met eenvochtige doek af en wrijf de plaat weerdroog. Verwijder alle reinigingsmiddel-resten.
De resten kunnen anders in-branden en de keramische plaat aan-tasten.Vlekken van kalkresten, water en alu-minium kunt u met het reinigingsmiddelvoor keramische platen en roestvrijstaal verwijderen.Komt suiker, suikerhoudend voedsel,kunststof of aluminiumfolie op eenhete kookzone terecht, vermeng de sui-kerhoudende stoffen dan onmiddellijkmet water. Schakel vervolgens de kook-zone uit en verwijder de resten met eenschraper, zolang de plaat nog heet is.Let op dat u daarbij uw handen nietbrandt.Reinig de plaat verder als deze is afge-koeld.
Ga daarbij te werk zoals in hetvoorgaande is beschreven.Roestvrij staalVoor de roestvrijstalen oppervlakkenkunt u het reinigingsmiddel voor kera-mische kookplaten en roestvrij staal ge-bruiken (zie "Bij te bestellen accessoi-res").De oppervlakken blijven langer schoonals u daarnaast nog een onderhouds-middel voor roestvrij staal gebruikt (zie"Bij te bestellen accessoires").Verdeel een kleine hoeveelheid van hetmiddel met een zachte doek over hetgehele oppervlak.Gebruik op delen met een opdrukgeen reinigingsmiddel voor roestvrijstaal. Dergelijke middelen kunnende opdruk beschadigen. Reinig debetreffende delen uitsluitend meteen sponsdoekje, afwasmiddel enwarm water.Reiniging en onderhoud31
in het display afwisselend een Ceneen 0knipperen?De kookzone is uitgeschakeld, omdat–bij de verbonden kookzone deTwinBooster op stand II is ingescha-keld (zie "Boosterfunctie").–op de kookzone geen pan of een on-geschikte pan staat.– de oververhittingsbeveiliging geacti-veerd is (zie de rubriek "Oververhit-tingsbeveiliging").... na het inschakelen van de kookzo-ne gedurende enkele seconden hetsymbool "d" verschijnt en de kookzo-ne niet heet wordt?De demo-functie is geactiveerd.Om de demo-functie te deactiveren,moet u de rechter knop 2x kort naarlinks draaien (
de kookzone op de ingestelde ver-mogensstand niet werkt zoals u ge-wend bent?De oververhittingsbeveiliging is geacti-veerd (zie de rubriek "Oververhittings-beveiliging").... de inhoud van een pan niet of nau-welijks begint te koken, hoewel u deaankookautomaat heeft ingescha-keld?De oorzaak kan zijn dat–grote hoeveelheden worden verhit.–de pan de warmte niet goed geleidt.Kies de volgende keer een hogeredoorkookstand of stel eerst de hoogstevermogensstand in en schakel daarnahandmatig terug naar een lagere stand.... de ventilator na het uitschakelendoorwerkt?Dit is geen storing! De ventilator draaitdoor totdat het apparaat is afgekoelden wordt dan automatisch uitgescha-keld.Nuttige tips33
Het Miele-assortiment omvat ook reinigingsmiddelen die spe-ciaal op de apparaten zijn afgestemd.U kunt deze producten via internet bestellen.De producten zijn ook verkrijgbaar bij Miele (zie omslag) enbij uw Miele-vakhandelaar.Reinigingsmiddel voor keramische platenen roestvrij staal 250 mlVoor het verwijderen van verontreinigingen, kalk- en alumini-umvlekkenOnderhoudsmiddel voor roestvrij staal 250 mlVoor het eenvoudig verwijderen van waterstrepen, vlekken envingerafdrukken.Het oppervlak blijft langer schoonUniverseel microvezeldoekjeVoor het verwijderen van vingerafdrukken en lichte verontrei-nigingenBij te bestellen accessoires34
Om te voorkomen dat het apparaatbeschadigd raakt, moet het pas nade montage van de bovenkastjes ende afzuigkap worden ingebouwd.~De lijsten en randen van het werk-blad moeten met een hittebestendigelijm (100 °C) zijn bevestigd, zodat zeniet loslaten of vervormen.
Ook dewandafdichtstrip moet hittebestendigzijn.~Dit apparaat mag uitsluitend dooreen vakman op een niet-stationaire lo-catie (bijvoorbeeld een boot of camper)worden ingebouwd en aangesloten.Hierbij moet aan alle voorwaarden vooreen veilig gebruik worden voldaan.~De aansluitkabel van het apparaatmag na het inbouwen niet wordenblootgesteld aan mechanische belas-tingen, bijvoorbeeld van een schuifla-de.~Als onder het apparaat een tussen-bodem wordt ingebouwd, moet een af-stand van minimaal 40 mm wordenaangehouden tussen de bovenkant vande tussenbodem en de onderkant vanhet apparaat.~Het apparaat mag niet worden inge-bouwd boven afwasautomaten, was- endroogapparaten, alsmede koel- envriesapparatuur.
Veiligheidsafstand boven het appa-raatTussen het apparaat en een erbovengemonteerde afzuigkap dient u de vei-ligheidsafstand aan te houden die doorde fabrikant is aangegeven.Is de betreffende informatie niet be-schikbaar (bijvoorbeeld bij een keuken-plank), dan moet de afstand bij lichtontvlambare materialen ten minste760 mm bedragen.Kies de grootste afstand als in de ge-bruiksaanwijzing of montagehandlei-ding van verschillende apparaten (bij-voorbeeld een wokbrander of een elek-trische kookplaat) verschillende veilig-heidsafstanden worden genoemd voorplaatsing onder een afzuigkap.Veiligheidsinstructies voor het inbouwen36
Veiligheidsafstanden zijkantDit apparaat mag slechts aan één zij-kant en aan de achterkant aansluitenop meubels of wanden die hoger zijndan het apparaat zelf (zie de afbeel-dingen).Houd een veiligheidsafstand aan vanminimaal 50 mm tussen de uitsparingin het werkblad en de achterwand.Tussen de uitsparing in het werkbladen de meubels eromheen, bijvoorbeeldeen hoge kast rechts of links, dient deveiligheidsafstand ain acht te wordengenomen. Deze veiligheidsafstand is:40 mm bij CS 1212CS 1221CS 1234 /1234-1CS 122350 mm bij CS 1112CS 1122CS 1134CS 1326CS 1411100 mm bij CS 1012150 mm bij CS 1421CS 1312CS 1322200 mm bij CS 1034250 mm bij CS 1011CS 1021aan te bevelen!toegestaan maar niet aan te bevelen!niet toegestaan!Veiligheidsinstructies voor het inbouwen37
Veiligheidsafstand bij een beklede nisAls er sprake is van een nisbekleding dient er een minimale afstand tussen de uit-sparing in het werkblad en de bekleding te worden aangehouden.
Bij te hogetemperaturen kunnen materialen beschadigd raken.Is de bekleding van brandbaar materiaal (zoals hout), dan moet de afstand etussen de uitsparing in het werkblad en de nisbekleding minimaal 50 mm zijn.Is de bekleding van niet brandbaar materiaal (zoals metaal, natuursteen en kera-mische tegels), dan moet de afstand etussen de uitsparing in het werkblad ende nisbekleding minimaal 50 mm min de dikte van de bekleding zijn.Als de nisbekleding bijvoorbeeld 15 mm dik is, moet de minimale afstand50 mm - 15 mm = 35 mm zijn.aWandbNisbekledingmaat x = dikte van de nisbekledingcWerkbladdUitsparing in het werkbladeMinimale afstandbij brandbare materialen 50 mmbij niet brandbare materialen 50 mm - maat xVeiligheidsinstructies voor het inbouwen38
^Maak de uitsparing in het werkbladvoor een of meer apparaten volgensde maatschets. Neem de minimaleafstand tot de achterwand in acht entot een eventueel aanwezige zijwand(rechts of links). Zie ook het hoofd-stuk "Veiligheidsinstructies voor hetinbouwen".^De snijvlakken van houten werk-bladen moeten met speciale lak, sili-conenkit of giethars worden afge-werkt om te voorkomen dat het werk-blad door vocht wordt aangetast. Degebruikte materialen moeten hittebe-stendig zijn.De producten mogen niet op hetwerkblad terechtkomen.Wordt bij het inbouwen geconsta-teerd dat de randafdichting bij dehoeken niet goed op het werkbladaansluit, dan kan de hoekradius(ßR4) voorzichtig met een decou-peerzaag worden nabewerkt.Voorbereiding werkblad42
Als meer dan een apparaat wordt ingebouwd, moet tussen de afzonderlijke appa-raten steeds een verbindingsstrip bworden gemonteerd.Zie "Klemveren en verbindingsstrips bevestigen".Uitsparing bij- twee apparatenBij inbouw van twee apparaten bestaatde breedte D uit de som van de afme-tingen A en C.Uitsparing bij- drie apparatenBij inbouw van drie apparaten bestaatde breedte D uit de som van de afme-tingen A, B en C.A = breedte apparaat (288 mm of 380 mm of 576 mm) min8mmB = breedte apparaat (288 mm of 380 mm of 576 mm)C = breedte apparaat (288 mm of 380 mm of 576 mm) min8mmD = breedte werkbladuitsparingBij inbouw van meer dan drie appa-raten moet voor elk volgend appa-raat naast de afmetingen A, B en Cde breedte van het betreffende ap-paraat worden opgeteld (breedte B,te weten 288 mm of 380 mm of 576mm).Meerdere apparaten inbouwen43
aKlemverenbVerbindingsstripscRuimte tussen verbindingsstrip en werkbladdDichtingsprofielDe afbeelding toont het bevestigen van de klemveren aen de verbindingsstripsbbij plaatsing van 3 apparaten.Voor elk volgend apparaat is een extra verbindingsstrip nodig. De positie van deextra strip is afhankelijk van de breedte van het apparaat B(288 mm / 380 mm /576 mm).Meerdere apparaten inbouwen45
^Leid de aansluitkabel van het appa-raat door de uitsparing naar bene-den.^Leg het apparaat in de uitsparing.Eerst de voorkant!^Druk het apparaat met beide handengelijkmatig naar beneden totdat hetduidelijk vastklikt. De dichting van hetapparaat moet goed op het werkbladaansluiten. Alleen zo kan een cor-recte afdichting worden gegaran-deerd. Gebruik geen voegenkit ofiets dergelijks.Als u meerdere apparaten inbouwt,moet in de verbindingsstrip een dich-tingsprofiel worden geplaatst.^Schuif het ingebouwde apparaat op-zij, totdat u de langwerpige gaten inde verbindingsstrip kunt zien.^Plaats het dichtingsprofiel din degaten van de verbindingsstrip b.^Leg het volgende apparaat in de uit-sparing.
Eerst de voorkant!^Sluit het betreffende apparaat op hetelektriciteitsnet aan (zie "Elektrischeaansluiting").^Controleer of het apparaat goedfunctioneert.Voor het uitnemen van het apparaatmoet speciaal gereedschap wordengebruikt.U kunt het apparaat ook van onderenuit de uitsparing drukken. Druk eersthet achterste gedeelte eruit.Apparaat / apparaten plaatsen48
Gebruik geen voegenkit, tenzij dat uit-drukkelijk vermeld staat. De dichtingonder de rand van het apparaat is toe-reikend als afdichting tussen plaat enwerkblad.Gebruik nooit kit tussen de lijst vanhet apparaat en het werkblad!Anders kan het apparaat later - voorservicedoeleinden - alleen nog metmoeite uit het werkblad worden ge-haald. Lijst en werkblad kunnendaarbij beschadigd raken.Werkblad met tegelsDe voegen aen het gearceerde ge-deelte onder de rand moeten glad envlak zijn, zodat de lijst gelijkmatig aan-sluit en de dichting onder de rand vanhet apparaat voldoende afdicht.Algemene inbouwaanwijzing49
Miele kan niet aansprakelijk wordengesteld voor directe of indirecteschade als gevolg van ondeskundiginbouwen of door een verkeerdeaansluiting. Daarnaast kan Miele niet aansprake-lijk worden gesteld voor schade diewordt veroorzaakt door een ontbre-kende of beschadigde aarddraad(bijvoorbeeld een elektrischeschok). Na inbouw moet zijn gewaarborgddat onder spanning staande delenniet kunnen worden aangeraakt. Aansluiting van de CS 1212 enCS 1221 op een geaarde contactdooswordt aanbevolen, omdat dat eventuelewerkzaamheden van een technicus ge-makkelijker maakt. De contactdoosmoet ook na het inbouwen toegankelijkzijn. Wordt de stekker verwijderd, dan maghet apparaat uitsluitend door een er-kend elektricien op het elektriciteitsnetworden aangesloten. Deze is op dehoogte van de landelijke voorschriftenen de voorschriften van het plaatselijkeenergiebedrijf.
Het apparaat mag al-leen worden aangesloten op een huis-installatie die volgens alle geldendevoorschriften is geïnstalleerd. De CS 1234 mag uitsluitend door eenerkend elektricien op het elektriciteits-net worden aangesloten. Deze is op dehoogte van de landelijke voorschriftenen de voorschriften van het energiebe-drijf en neemt ze zorgvuldig in acht. Aansluitwaardezie typeplaatjeAansluitingCS 1212 / CS 1221AC230V/50HzZekering 16 A(type B of C)CS 1234De aansluitwaarden vindt u op het type-plaatje. De waarden op het typeplaatjeen de waarden van het elektriciteitsnetmoeten beslist overeenkomen. Spanning AC 230V/50HzVoor de aansluitmogelijkheden zie hetaansluitschema. AardlekschakelaarVoor extra veiligheid wordt in deEU-voorschriften en -richtlijnen voor Ne-derland geadviseerd om de huisinstal-latie van een aardlekschakelaar te voor-zien (30 mA).
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele CS 1221-1 I stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Inductiekookplaat Miele
Handleiding Inductiekookplaat
Nieuwste handleidingen voor Inductiekookplaat