Miele CS 1112 E Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Miele CS 1112 E (48 pagina’s), behorend tot de categorie Kookplaten en fornuizen. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 18 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Miele CS 1112 E of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/48
Gebruiks- en montagehandleiding
Keramische kookplaten
CS 1112
CS 1122
CS 1134
Lees beslist de gebruiks- en montage-
handleiding voordat u uw apparaat plaatst,
installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
schade aan uw apparaat.M.-Nr. 07 138 440
nl-NL

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Kookplaten en fornuizen
Model: CS 1112 E
Apparaatplaatsing: Ingebouwd
Soort bediening: Draaiknop
Kleur van het product: Roestvrijstaal
Gewicht: 6500 g
Breedte: 272 mm
Diepte: 500 mm
Hoogte: - mm
Snoerlengte: 2 m
Soort materiaal (bovenkant): Keramisch
Vermogen brander/kookzone 2: 1200 W
Aantal branders/kookzones: 2 zone(s)
Type kookplaat: Keramisch
Type brander/kookzone 1: Regulier
Type brander/kookzone 2: Sudderen
Aantal gaspitten: 0 zone(s)
Aantal elektronische kook zones: 2 zone(s)
Sudder brander/kookzone: 1200 W
Vermogen: 3300 W
Grote brander/kookzone: 1800 W
Voedingsbron brander/kookzone 1: Electrisch
Voedingsbron brander/kookzone 2: Electrisch
Positie brander/kookzone 1: Midden achter
Diameter brander/kookzone 1: 100 \ 180 mm
Positie brander/kookzone 2: Midden voor
Diameter brander/kookzone 2: 145 mm
Kookzone 1 vorm: Rond
Kookzone 2 vorm: Rond
AC-ingangsspanning: 230 V

Handleiding Miele CS 1112 E – volledige tekst

Dit apparaat voldoet aan de gelden-de veiligheidsvoorschriften. Onjuistgebruik echter kan persoonlijk letselof beschadiging van het apparaattot gevolg hebben.Lees daarom de gebruiks- en mon-tagehandleiding aandachtig door,voordat u het apparaat in gebruikneemt. In de handleiding vindt u be-langrijke instructies met betrekkingtot inbouw, veiligheid, gebruik enonderhoud.Bewaar de gebruiks- en montage-handleiding en geef deze door aaneen eventuele volgende eigenaar!Verantwoord gebruik~Dit apparaat is uitsluitend bestemdvoor particulier huishoudelijk gebruik(of daarmee vergelijkbaar).~Dit apparaat is uitsluitend bestemdvoor het bereiden en warmhouden vanvoedingsmiddelen.Gebruik voor andere doeleinden is niettoegestaan en kan gevaarlijk zijn.

Mielekan niet aansprakelijk worden gesteldvoor schade die wordt veroorzaakt doorgebruik voor andere doeleinden danhier aangegeven of door foutieve be-diening.~Dit apparaat mag alleen worden ge-bruikt door personen die in staat zijnhet apparaat veilig te bedienen en dievolledig op de hoogte zijn van de in-houd van de gebruiksaanwijzing!Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7

Kinderen~Houd kinderen in de gaten wanneerzij zich in de buurt van het apparaat be-vinden. Laat kinderen nooit met het ap-paraat spelen.~Kinderen mogen het apparaat alleenzonder toezicht gebruiken als ze wetenhoe ze het apparaat veilig moeten be-dienen. De kinderen moeten zich be-wust zijn van de gevaren van een fou-tieve bediening.~Het apparaat wordt tijdens het ge-bruik heet en blijft dat ook nog enigetijd nadat het is uitgeschakeld. Houdkinderen op een afstand, totdat het ap-paraat voldoende is afgekoeld en ergeen verbrandingsgevaar meer be-staat.~Bewaar geen voorwerpen die voorkinderen interessant zijn in kastjes bo-ven of achter het apparaat. De kinderenklimmen anders misschien op het ap-paraat en kunnen zich er dan aanbranden.~Kinderen kunnen ook verbrandingenoplopen als zij pannen van het appa-raat trekken. Draai de grepen daaromzo dat ze zich boven het werkblad be-vinden.

Bij de vakhandelaar is een spe-ciaal rek verkrijgbaar dat ervoor zorgtdat kinderen niet meer bij het apparaatkunnen komen.~Verpakkingsmateriaal (zoals foliesen piepschuim) kan gevaarlijk zijn voorkinderen. Verstikkingsgevaar! Bewaarhet verpakkingsmateriaal dan ook bui-ten het bereik van kinderen en zorg dathet zo snel mogelijk wordt afgevoerd.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8

Technische veiligheid~Controleer het apparaat voor de in-bouw op zichtbare schade. Neem eenbeschadigd apparaat nooit in gebruik. Een beschadigd apparaat kan uw vei-ligheid in gevaar brengen. ~De elektrische veiligheid van het ap-paraat is uitsluitend gegarandeerd, alshet wordt aangesloten op een aar-dingssysteem dat volgens de geldendeveiligheidsbepalingen is geïnstalleerd. Het is zeer belangrijk dat wordt nage-gaan of aan deze fundamentele veilig-heidsvoorwaarde is voldaan. Laat bijtwijfel de huisinstallatie door een vak-man inspecteren. Miele kan niet aan-sprakelijk worden gesteld voor schadedie wordt veroorzaakt door een ontbre-kende of beschadigde aarddraad (bij-voorbeeld een elektrische schok). ~Voordat u het apparaat aansluit,dient u de aansluitgegevens (spanningen frequentie) op het typeplaatje te ver-gelijken met de waarden van het elektri-citeitsnet.

Deze gegevens moeten be-slist overeenkomen om beschadigingvan het apparaat te voorkomen. Raad-pleeg bij twijfel een elektricien. ~Gebruik het apparaat alleen als hetis ingebouwd, zodat de veiligheid ge-waarborgd is. ~Open in geen geval de ommantelingvan het apparaat. Wanneer onderdelen worden aange-raakt die onder spanning staan of wan-neer elektrische of mechanische onder-delen worden veranderd, levert dit ge-vaar op voor de gebruiker. Het kan ertevens toe leiden dat het apparaat nietmeer goed functioneert. ~Laat installatie-, onderhouds- en re-paratiewerkzaamheden uitsluitend doorvakmensen uitvoeren die door Mielezijn geautoriseerd. Ondeskundig uitge-voerde werkzaamheden leveren groterisico's op voor de gebruiker. Miele kanhiervoor niet aansprakelijk worden ge-steld. ~Bij installatie-, onderhouds- en repa-ratiewerkzaamheden dient het apparaatspanningsvrij te worden gemaakt.

~Defecte onderdelen mogen alleendoor originele Miele-onderdelen wor-den vervangen. Alleen van die onder-delen kan Miele garanderen dat zij aande veiligheidseisen voldoen. ~Als de aansluitkabel beschadigd is,moet deze door een speciale kabel vanhet type H 05 VV-F (PVC-isolatie) wor-den vervangen. Een dergelijke kabel isverkrijgbaar bij Miele. De kabel mag al-leen door een vakman worden ver-vangen. ~Het apparaat mag niet via een stek-kerdoos of verlengsnoer op het elektri-citeitsnet worden aangesloten. Hiermeekan een veilig gebruik van het apparaatniet worden gewaarborgd. Er kan bij-voorbeeld oververhitting ontstaan. ~Neem de kookplaat niet in gebruikbij een defect of bij breuken, scheurenen barsten in de keramische plaat c. q. schakel het apparaat meteen uit. Maakde kookplaat spanningsvrij. U kunt an-ders een elektrische schok krijgen.

~Als de stekker wordt verwijderd,mag dit apparaat uitsluitend door eenvakman worden ingebouwd en aange-sloten. Deze is precies op de hoogtevan de landelijke voorschriften en vande voorschriften van het gemeentelijkeenergiebedrijf en houdt zich daar striktaan. Wanneer er bij het inbouwen enaansluiten van het apparaat fouten wor-den gemaakt, kan Miele niet aanspra-kelijk worden gesteld voor schade diedaar eventueel het gevolg van is. Veilig gebruik~Wanneer u het apparaat gebruikt,wordt het zeer heet. Ook na het uit-schakelen, blijft het dat nog enige tijd. De restwarmte-indicator geeft aan ofhet apparaat nog heet is. ~Houd toezicht op de kookplaat als uhet apparaat gebruikt. Door drooggekookte pannen kan dekeramische plaat beschadigd raken. Miele kan hiervoor niet aansprakelijkworden gesteld. Oververhit vet en oververhitte olie kun-nen vlam vatten en brand veroorzaken.

~Mocht het vet of de olie vlam vatten,gebruik dan nooit water voor het blus-sen. Doof de vlammen met een ge-schikte deksel, een vochtige doek ofiets dergelijks. ~Gebruik dit apparaat niet om er eenruimte mee te verwarmen.

Door dehoge temperaturen kunnen licht ont-vlambare voorwerpen in de buurt vanhet apparaat vlam vatten. Bovendienwordt hierdoor de levensduur van hetapparaat verkort. ~Trek altijd ovenwanten aan of ge-bruik pannenlappen als u met het heteapparaat werkt. De ovenwanten of pan-nenlappen mogen niet nat of vochtigzijn, omdat ze de warmte dan beter ge-leiden. U kunt zich branden. ~Flambeer nooit onder een afzuig-kap. Door de vlammen kan de afzuig-kap in brand vliegen. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10.

~Gebruik het apparaat niet als werk-blad. Als het apparaat ingeschakeld is,onbedoeld ingeschakeld wordt of als ersprake is van restwarmte kunnen meta-len voorwerpen heet worden(verbrandingsgevaar). Andere voor-werpen kunnen - afhankelijk van hetmateriaal - smelten of vlam vatten.Vochtige pandeksels kunnen zichvastzuigen.Schakel de kookzones na gebruik uit!~Bij inbouw van meerdere apparaten:Plaats geen hete pannen in de buurtvan de verbindingsstrip (het profiel tus-sen twee apparaten). Het dichtingspro-fiel van de verbindingsstrip kan hier-door beschadigd raken.~Dek het apparaat nooit af met eendoek of iets dergelijks. Als het apparaatwordt ingeschakeld of nog heet is, be-staat brandgevaar.~Gebruik geen serviesgoed vankunststof of aluminiumfolie, want datsmelt bij hoge temperaturen. Brandge-vaar!~Verwarm geen dichte blikken endergelijke op de kookzones.

Er ontstaatanders overdruk waardoor de blikkenuiteenspatten en u zich kunt verwon-den.~Gebruik alleen pannen met eengladde bodem. Een ruwe bodem kankrassen op de keramische plaat veroor-zaken.~Pannen van aluminium of met eenaluminium bodem kunnen glimmendevlekken veroorzaken. Dergelijke vlek-ken kunt u met het reinigingsmiddelvoor keramische platen en roestvrijstaal verwijderen (zie "Reiniging en on-derhoud").~Verhit pannen nooit leeg, tenzij defabrikant van het kookgerei een derge-lijk gebruik uitdrukkelijk toestaat. Dekookplaat kan anders beschadigd ra-ken.~Houd de kookplaat schoon. Zout,suiker of zandkorrels (bijvoorbeeld vangroente) kunnen krassen veroorzaken.~Laat geen voorwerpen op de kera-mische plaat vallen.

Zelfs een lichtvoorwerp, zoals een zoutvaatje, kanscheuren of barsten veroorzaken alshet verkeerd terechtkomt.~Om te voorkomen dat verontreini-gingen inbranden, moet u deze zo snelmogelijk verwijderen. Zorg dat ook debodem van een te gebruiken panschoon, vetvrij en droog is.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11

~Komt suiker, suikerhoudend voed-sel, kunststof of aluminiumfolie op eenhete kookzone terecht, vermeng de sui-kerhoudende stoffen dan onmiddellijkmet water. Schakel vervolgens de kook-zone uit en verwijder de resten met eenschraper, zolang de plaat nog heet is.Als de stoffen afkoelen kan de kera-mische plaat beschadigd raken. Let opdat u uw handen niet brandt.Reinig de plaat verder als deze is afge-koeld.~Als u een elektrisch apparaat (bij-voorbeeld een mixer) in de buurt vanhet apparaat gebruikt, mag de aansluit-kabel niet in aanraking komen met hethete apparaat. De isolatie van de kabelkan beschadigd raken, waardoor u eenelektrische schok kunt krijgen.~Wanneer zich onder het apparaateen schuiflade bevindt, zonder tussen-bodem, mogen daarin geen licht ont-vlambare stoffen of brandbare voor-werpen zoals spuitbussen worden be-waard.

Een eventuele bestekbak moetvan hittebestendig materiaal zijn.~Zorg ervoor dat gerechten altijd vol-doende worden verhit. Eventuele bac-teriën in het eten worden alleen ge-dood, wanneer de temperatuur hooggenoeg is (> 70 °C) en lang genoegwordt aangehouden (> 10 min.).~Als het apparaat achter een meubel-deur is ingebouwd, mag u het apparaatalleen gebruiken als de deur geopendis.Sluit de meubeldeur pas als het appa-raat uitgeschakeld is en derestwarmte-indicatoren gedoofd zijn.~Het apparaat mag niet in de openlucht worden geplaatst en gebruikt.Als de "Veiligheidsinstructies enwaarschuwingen" niet worden opge-volgd, kan Miele niet aansprakelijkworden gesteld voor schade diedaarvan het gevolg is.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12

Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Hergebruik van het verpakkingsmateri-aal remt de afvalproductie en het ge-bruik van grondstoffen. Vaak neemt deleverancier de verpakking terug. Als ude verpakking zelf wegdoet, informeerdan bij de reinigingsdienst van uw ge-meente waar u die kunt afgeven.Het afdanken van het apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal nog waarde-volle materialen. Ze bevatten echterook schadelijke stoffen die nodig zijngeweest om de apparaten goed en vei-lig te laten functioneren.

Wanneer u uwoude apparaat bij het gewone afvaldoet of er op een andere manier nietgoed mee omgaat, kunnen deze stoffenschadelijk zijn voor de gezondheid enhet milieu.Verwijder uw oude apparaat dan ooknooit samen met het gewone afval,maar lever het in bij een gemeentelijkinzameldepot voor elektrische en elek-tronische apparatuur. Vraag uw hande-laar indien nodig om inlichtingen.Het afgedankte apparaat moet tot dietijd buiten het bereik van kinderen wor-den opgeslagen.Een bijdrage aan de bescherming van het milieu13

Bij het apparaat wordt een tweede ty-peplaatje geleverd. Plak dit typeplaatjeop de aangegeven plaats achter in uwgebruiksaanwijzing.Eerste reiniging^Verwijder eventueel aanwezigebeschermfolies en stickers.^Reinig het apparaat voor het eerstegebruik met een vochtige doek enwrijf het apparaat daarna weerdroog.Gebruik voor het reinigen van dekeramische plaat geen afwasmiddel,omdat daardoor blijvende blauwevlekken kunnen ontstaan.De metalen delen van het apparaatzijn voorzien van een speciaal be-schermlaagje, waardoor bij heteerste gebruik geurtjes kunnen ont-staan. Wanneer er geurtjes en dampvrijkomen, betekent dat niet dat hetapparaat defect is of verkeerd is aan-gesloten. Ze verdwijnen na korte tijd.Vóór het eerste gebruik14

Zie ook de afbeel-dingen.Alle kookzones hebben een oververhit-tingsbeveiliging(temperatuurbegrenzer) die voorkomtdat de keramische plaat oververhitraakt (zie ook de rubriek "Oververhit-tingsbeveiliging").Als u een vermogensstand instelt,wordt de verwarming ingeschakeld enkunt u de verwarmingsspiraal door dekeramische plaat heen zien.Het vermogen van de kookzones is af-hankelijk van de ingestelde vermogens-stand en wordt elektronisch geregeld.De verwarming wordt daarbij regelma-tig in- en uitgeschakeld.Gewone kookzoneaOververhittingsbeveiligingbVerwarmingsspiraalVario-kookzoneaTechnisch onvermijdelijk, geen de-fectbOververhittingsbeveiligingcBuitenste verwarmingsspiraaldIsolatieringeBinnenste verwarmingsspiraalPrincipe van de kookzones15

In- en uitschakelenEen gewone kookzone kunt u in- en uit-schakelen door de knop naar rechts oflinks te draaien.Om een vario-kookzone / braadzone inte schakelen, draait u de betreffendeknop naar rechts a. Om de kookzoneuit te schakelen, draait u de knop naarlinks bop "0".De knop mag niet over de stand nheen op "0" worden gezet.Als u de vermogensstand "12" wiltgebruiken, moet de markering op deknop precies stand "12" aanwijzen.KookzonevergrotingAls u grote pannen gebruikt, kunt u dekookzonevergroting van een vario-kookzone of braadzone inschakelen.^Draai de knop naar rechts - doorstand 12 heen - op het symbool n.^Draai de knop vervolgens naar linksop de gewenste vermogensstand.U schakelt de kookzonevergroting uitdoor de knop op "0" te zetten (naar linksdraaien).Als u de kookzone opnieuw inschakelt,wordt alleen de binnensteverwarmingsspiraal ingeschakeld.Bediening16

Restwarmte-indicatorNa het inschakelen van de kookzonelicht het bijbehorende controlelampjeop en na enige tijd ook de restwarmte-indicator. Na het uitschakelen van dekookzone dooft eerst het controlelamp-je. De restwarmte-indicator dooft pasals u de kookzone zonder gevaar kuntaanraken.Raak een kookzone niet aan zolangde restwarmte-indicator brandt. Legof zet er ook geen hittegevoeligevoorwerpen op, anders bestaat hetrisico dat u zich brandt of dat voor-werpen vlam vatten!Bediening17

OververhittingsbeveiligingAlle kookzones zijn voorzien van eenoververhittingsbeveiliging(temperatuurbegrenzer). Deze schakeltde kookzone automatisch uit, als dekeramische plaat te heet wordt. Zodrade plaat weer voldoende is afgekoeld,wordt de kookzone weer ingeschakeld.De oververhittingsbeveiliging reageert,wanneer–een kookzone wordt ingeschakeld,zonder dat er een pan op staat.–leeg kookgerei verhit wordt.– de bodem van de pan niet gelijkma-tig op de kookzone aansluit.– de pan de warmte niet goed geleidt.Dat de oververhittingsbeveiliging actiefis, ziet u daaraan dat de kookzone ookop de hoogste vermogensstand in- enuitgeschakeld wordt.Bediening19

–Voor deze keramische kookplaat zijngeen speciale pannen of schalen no-dig.–Het meest geschikt zijn pannen meteen dikke bodem die koud iets naarbinnen buigt. Als de bodem heetwordt, zet het materiaal uit en staatde pan vlak op de kookzone. Dewarmte wordt dan optimaal geleid.koud heet– Minder geschikt is kookgerei vanglas, keramiek of aardewerk. Dezematerialen geleiden de warmte nietgoed.– Gebruik alleen pannen met een glad-de bodem. Een ruwe bodem kankrassen op de keramische plaat ver-oorzaken.–Til pannen op als u ze wilt verplaat-sen. U voorkomt zo vlekken door wrij-ving en krassen.–De diameter van de pan moetovereenkomen met die van de kook-zone of iets groter zijn, zodat geenenergie verloren gaat.Houdt u er rekening mee dat pan-nenfabrikanten vaak de diameter aande bovenkant vermelden. Van be-lang is echter alleen de (meestalkleinere) bodemdiameter.te klein goedDe juiste pannen20

Tips om energie te besparen–Kook bij voorkeur met een deksel opde pan. Op die manier voorkomt udat er onnodig warmte ontsnapt.zonder deksel met deksel–Gebruik voor een kleine hoeveelheideen kleine pan. Voor een kleine panop een kleine kookzone is minderenergie nodig dan voor een grote,niet geheel gevulde pan op een gro-te kookzone.–Gebruik zo weinig mogelijk water enschakel na het aankoken of aanbra-den op tijd terug naar een lagere ver-mogensstand.–Schakel bij een lange bereidingstijdde kookzone al 5 tot 10 minuten voorhet einde uit. U maakt dan optimaalgebruik van de restwarmte.De juiste pannen21

,Gebruik voor het reinigen vanhet apparaat nooit een stoomreini-ger. Stoom kan in aanraking komenmet delen die onder spanning staanen zo kortsluiting veroorzaken.Reinig het hele apparaat na elk ge-bruik. Laat het apparaat eerst afkoelen.Wrijf het apparaat na elke vochtige rei-niging droog.

U voorkomt zo kalkafzet-ting.Om beschadigingen aan de opper-vlakken te voorkomen, mogen de vol-gende middelen niet worden ge-bruikt:–soda-, alkali-, ammoniak-, zuur-, ofchloridehoudende reinigingsmidde-len.–kalkoplossende reinigingsmiddelen.–vlekken- en roestverwijderaars.–schurende reinigingsmiddelen, zoalsschuurpoeder, vloeibaar schuurmid-del en reinigingssteen.– oplosmiddelhoudende reinigingsmid-delen.– reinigingsmiddelen voor afwasauto-maten.– grill- en ovensprays.– glasreinigers.– schurende harde borstels en spons-jes (zoals pannensponsjes) en ge-bruikte sponsjes die nog restenschuurmiddel bevatten.–puntige voorwerpen(zodat de dichtingen tussen de lijsten het werkblad niet beschadigd ra-ken).Reiniging en onderhoud22

Keramische plaatVerwijder alle grove verontreinigingenmet een vochtige doek. Vastgekoekteverontreinigingen verwijdert u met eenglasschraper.Reinig de kookplaat vervolgens meteen speciaal reinigingsmiddel voorkeramische platen en roestvrij staal (zieook "Bij te bestellen accessoires") enmet keukenpapier of een schone doek.Gebruik het reinigingsmiddel niet opeen hete kookplaat, omdat daardoorvlekken kunnen ontstaan. Houdt u zichaan de aanwijzingen van de fabrikantvan het reinigingsmiddel.Wis de kookplaat ten slotte met eenvochtige doek af en wrijf de plaat weerdroog. Verwijder alle reinigingsmiddel-resten.

De resten kunnen anders in-branden en de keramische plaat aan-tasten.Vlekken van kalkresten, water en alu-minium kunt u met het reinigingsmiddelvoor keramische platen en roestvrijstaal verwijderen.Komt suiker, suikerhoudend voedsel,kunststof of aluminiumfolie op eenhete kookzone terecht, vermeng de sui-kerhoudende stoffen dan onmiddellijkmet water. Schakel vervolgens de kook-zone uit en verwijder de resten met eenschraper, zolang de plaat nog heet is.Let op dat u daarbij uw handen nietbrandt.Reinig de plaat verder als deze is afge-koeld.

Ga daarbij te werk zoals in hetvoorgaande is beschreven.Roestvrij staalVoor de roestvrijstalen oppervlakkenkunt u het reinigingsmiddel voor kera-mische kookplaten en roestvrij staal ge-bruiken (zie "Bij te bestellen accessoi-res").De oppervlakken blijven langer schoonals u daarnaast nog een onderhouds-middel voor roestvrij staal gebruikt (zie"Bij te bestellen accessoires").Verdeel een kleine hoeveelheid van hetmiddel met een zachte doek over hetgehele oppervlak.Gebruik op delen met een opdrukgeen reinigingsmiddel voor roestvrijstaal. Dergelijke middelen kunnende opdruk beschadigen. Reinig debetreffende delen uitsluitend meteen sponsdoekje, afwasmiddel enwarm water.Reiniging en onderhoud23

,Reparaties aan elektrische ap-paraten mogen alleen door vakmen-sen worden uitgevoerd. Ondeskun-dig uitgevoerde reparaties leverengevaar op voor de gebruiker.Wat moet u doen als...... het apparaat na het inschakelenniet heet wordt?Controleer of de zekering van de huis-installatie doorgeslagen is. Waarschuwzo nodig een elektricien of Miele.... de verwarming van een kookzoneop de hoogste vermogensstand in-en uitgeschakeld wordt?De oververhittingsbeveiliging is geacti-veerd (zie de rubriek "Oververhittings-beveiliging").... u de indruk heeft dat het te langduurt totdat de inhoud van een panbegint te koken?Controleer of de markering op de knopprecies op vermogensstand "12" staat.Tussen "12" en "0" werkt het apparaatmet een verlaagd vermogen.Controleer het vermogen van de betref-fende kookzone (zie het hoofdstuk "Ver-mogen kookzone controleren").Nuttige tips24

U kunt het vermogen van een kookzonecontroleren. Hiertoe moet u een panmet een bepaalde hoeveelheid wateraan de kook brengen en de tijd meten.De gebruikte pan (met deksel) moetvan roestvrij staal zijn of geëmailleerdzijn. De bodemdiameter moet overeen-komen met de diameter van de kookzo-ne. De panbodem moet vlak of lichtnaar binnen gebogen zijn.^Bepaal de diameter en het vermogenvan de te controleren kookzone (ziehet hoofdstuk "Algemeen").^Vul de pan met de hoeveelheid wateruit de tabel. Het water moet een tem-peratuur van ca.

20 °C hebben.^Plaats het deksel en zet de pan opde kookzone.^Kies de hoogste vermogensstand.^Meet de tijd totdat het water kookt.Het vermogen van een kookzone is inorde als het water kookt binnen de tijddie in de tabel staat aangegeven.De tijd kan aanzienlijk afwijken als- er sprake is van onder- ofoverspanning.- zeer koud water wordtgebruikt.- een ongeschikte panwordt gebruikt.- geen deksel wordt gebruikt.Vermogen kookzone controleren25

Het Miele-assortiment omvat ook reinigings- en onderhouds-middelen die speciaal op de apparaten zijn afgestemd.U kunt deze producten via internet bestellen.De producten zijn ook verkrijgbaar bij Miele (zie omslag) enbij uw Miele-vakhandelaar.Reinigingsmiddel voor keramische platen en roestvrij staal 250 mlVoor het verwijderen van grovere verontreinigingen, kalkvlek-ken en lichte verkleuringenOnderhoudsmiddel voor roestvrij staal 250 mlVoor het eenvoudig verwijderen van waterstrepen, vlekken envingerafdrukken.Het oppervlak blijft langer schoonUniverseel microvezeldoekjeVoor het verwijderen van vingerafdrukken en lichte verontrei-nigingenBij te bestellen accessoires27

AlgemeenOm te voorkomen dat het apparaatbeschadigd raakt, moet het pas nade montage van de bovenkastjes ende afzuigkap worden ingebouwd.~De lijsten en randen van het werk-blad moeten met een hittebestendigelijm (100 °C) zijn bevestigd, zodat zeniet loslaten of vervormen.

Ook dewandafdichtstrip moet hittebestendigzijn.~Dit apparaat mag uitsluitend dooreen vakman op een niet-stationaire lo-catie (bijvoorbeeld een boot of camper)worden ingebouwd en aangesloten.Hierbij moet aan alle voorwaarden vooreen veilig gebruik worden voldaan.~Inbouw boven een Miele-oven is al-leen mogelijk bij een werkblad dat mini-maal 40 mm dik is.~De op de volgende bladzijden aan-gegeven veiligheidsafstanden dienennauwkeurig te worden aangehouden.~De aansluitkabel van het apparaatmag na het inbouwen niet wordenblootgesteld aan mechanische belas-tingen, bijvoorbeeld van een schuifla-de.~Het apparaat mag niet worden inge-bouwd boven afwasautomaten, was- endroogapparaten, alsmede koel- envriesapparatuur.

De soms aanzienlijkestralingswarmte zou de betreffende ap-paraten kunnen beschadigen.~Als zich onder het apparaat eenschuiflade bevindt, zonder tussenbo-dem, mogen daarin geen licht ontvlam-bare stoffen of brandbare voorwerpenworden bewaard. Een eventuele be-stekbak moet van hittebestendig mate-riaal zijn.Alle maten zijn in mm aangegeven.Veiligheidsinstructies voor het inbouwen28

Veiligheidsafstand boven het appa-raatTussen het apparaat en een erbovengemonteerde afzuigkap dient u de vei-ligheidsafstand aan te houden die doorde fabrikant is aangegeven.Is de betreffende informatie niet be-schikbaar (bijvoorbeeld bij een keuken-plank), dan moet de afstand bij lichtontvlambare materialen ten minste760 mm bedragen.Als in de gebruiksaanwijzing of monta-gehandleiding van verschillende appa-raten (bijvoorbeeld een wokbrander ofeen elektrische kookplaat) verschillen-de veiligheidsafstanden worden ge-noemd voor plaatsing onder een af-zuigkap, kies dan de grootste afstand.Veiligheidsinstructies voor het inbouwen29

Veiligheidsafstanden zijkantDit apparaat mag slechts aan één zij-kant en aan de achterkant aansluitenop meubels of wanden die hoger zijndan het apparaat zelf (zie de afbeel-dingen).Houd een veiligheidsafstand aan vanminimaal 50 mm tussen de uitsparingin het werkblad en de achterwand.Tussen de uitsparing in het werkbladen de meubels eromheen, bijvoorbeeldeen hoge kast rechts of links, dient deveiligheidsafstand ain acht te wordengenomen. Deze veiligheidsafstand is:40 mm bij CS 1212CS 1221CS 1234CS 122350 mm bij CS 1112CS 1122CS 1134CS 1326CS 1411100 mm bij CS 1012150 mm bij CS 1421CS 1312CS 1322200 mm bij CS 1034250 mm bij CS 1011CS 1021aan te bevelen!toegestaan maar niet aan te bevelen!niet toegestaan!Veiligheidsinstructies voor het inbouwen30

Veiligheidsafstand bij een beklede nisAls er sprake is van een nisbekleding dient er een minimale afstand tussen de uit-sparing in het werkblad en de bekleding te worden aangehouden.

Bij te hogetemperaturen kunnen materialen beschadigd raken.Is de bekleding van brandbaar materiaal (zoals hout), dan moet de afstand etussen de uitsparing in het werkblad en de nisbekleding minimaal 50 mm zijn.Is de bekleding van niet brandbaar materiaal (zoals metaal, natuursteen en kera-mische tegels), dan moet de afstand etussen de uitsparing in het werkblad ende nisbekleding minimaal 50 mm min de dikte van de bekleding zijn.Als de nisbekleding bijvoorbeeld 15 mm dik is, moet de minimale afstand50 mm - 15 mm = 35 mm zijn.aWandbNisbekledingmaat x = dikte van de nisbekledingcWerkbladdUitsparing in het werkbladeMinimale afstandbij brandbare materialen 50 mmbij niet brandbare materialen 50 mm - maat xVeiligheidsinstructies voor het inbouwen31

^Maak de uitsparing in het werkbladvoor een of meer apparaten volgensde maatschets. Neem de minimaleafstand tot de achterwand in acht entot een eventueel aanwezige zijwand(rechts of links). Zie ook het hoofd-stuk "Veiligheidsinstructies voor hetinbouwen".^De snijvlakken van houten werk-bladen moeten met speciale lak, sili-conenkit of giethars worden afge-werkt om te voorkomen dat het werk-blad door vocht wordt aangetast. Degebruikte materialen moeten hittebe-stendig zijn.Wordt bij het inbouwen geconsta-teerd dat de randafdichting bij dehoeken niet goed op het werkbladaansluit, dan kan de hoekradius(ßR4) voorzichtig met een decou-peerzaag worden nabewerkt.Voorbereiding werkblad35

Als meer dan een apparaat wordt ingebouwd, moet tussen de afzonderlijke appa-raten steeds een verbindingsstrip bworden gemonteerd.Zie "Klemveren en verbindingsstrips bevestigen".Uitsparing bij- twee apparatenBij inbouw van twee apparaten bestaatde breedte D uit de som van de afme-tingen A en C.Uitsparing bij- drie apparatenBij inbouw van drie apparaten bestaatde breedte D uit de som van de afme-tingen A, B en C.A = breedte apparaat (288 mm of 380 mm of 576 mm) min8mmB = breedte apparaat (288 mm of 380 mm of 576 mm)C = breedte apparaat (288 mm of 380 mm of 576 mm) min8mmD = breedte werkbladuitsparingBij inbouw van meer dan drie appa-raten moet voor elk volgend appa-raat naast de afmetingen A, B en Cde breedte van het betreffende ap-paraat worden opgeteld (breedte B,te weten 288 mm of 380 mm of 576mm).Meerdere apparaten inbouwen36

aKlemverenbVerbindingsstripscRuimte tussen verbindingsstrip en werkbladdDichtingsprofielDe afbeelding toont het bevestigen van de klemveren aen de verbindingsstripsbbij plaatsing van 3 apparaten.Voor elk volgend apparaat is een extra verbindingsstrip nodig. De positie van deextra strip is afhankelijk van de breedte van het apparaat B(288 mm / 380 mm /576 mm).Meerdere apparaten inbouwen38

^Leid de aansluitkabel van het appa-raat door de uitsparing naar bene-den.^Leg het apparaat in de uitsparing.Eerst de voorkant!^Druk het apparaat met beide handengelijkmatig naar beneden totdat hetduidelijk vastklikt. De dichting van hetapparaat moet goed op het werkbladaansluiten. Alleen zo kan een cor-recte afdichting worden gegaran-deerd. Gebruik geen voegenkit ofiets dergelijks.Als u meerdere apparaten inbouwt,moet in de verbindingsstrip een dich-tingsprofiel worden geplaatst.^Schuif het ingebouwde apparaat op-zij, totdat u de langwerpige gaten inde verbindingsstrip kunt zien.^Plaats het dichtingsprofiel din degaten van de verbindingsstrip b.^Leg het volgende apparaat in de uit-sparing.

Eerst de voorkant!^Sluit het betreffende apparaat op hetelektriciteitsnet aan (zie "Elektrischeaansluiting").^Controleer of het apparaat goedfunctioneert.Voor het uitnemen van het apparaatmoet speciaal gereedschap wordengebruikt.U kunt het apparaat ook van onderenuit de uitsparing drukken. Druk eersthet achterste gedeelte eruit.Apparaat / apparaten plaatsen41

Gebruik geen voegenkit, tenzij dat uit-drukkelijk vermeld staat. De dichtingonder de rand van het apparaat is toe-reikend als afdichting tussen plaat enwerkblad.Gebruik nooit kit tussen de lijst vanhet apparaat en het werkblad!Anders kan het apparaat later - voorservicedoeleinden - alleen nog metmoeite uit het werkblad worden ge-haald. Lijst en werkblad kunnendaarbij beschadigd raken.Werkblad met tegelsDe voegen aen het gearceerde ge-deelte onder de rand moeten glad envlak zijn, zodat de lijst gelijkmatig aan-sluit en de dichting onder de rand vanhet apparaat voldoende afdicht.Algemene inbouwaanwijzing42

Miele kan niet aansprakelijk wordengesteld voor directe of indirecteschade als gevolg van ondeskundiginbouwen of door een verkeerdeaansluiting. Daarnaast kan Miele niet aansprake-lijk worden gesteld voor schade diewordt veroorzaakt door een ontbre-kende of beschadigde aarddraad(bijvoorbeeld een elektrischeschok). Na inbouw moet zijn gewaarborgddat onder spanning staande delenniet kunnen worden aangeraakt. Aansluiting van de CS 1112 enCS 1122 op een geaarde contactdooswordt aanbevolen, omdat dat eventuelewerkzaamheden van een technicus ge-makkelijker maakt. De contactdoosmoet ook na het inbouwen toegankelijkzijn. Wordt de stekker verwijderd, dan maghet apparaat uitsluitend door een er-kend elektricien op het elektriciteitsnetworden aangesloten. Deze is op dehoogte van de landelijke voorschriftenen de voorschriften van het plaatselijkeenergiebedrijf.

Het apparaat mag al-leen worden aangesloten op een huis-installatie die volgens alle geldendevoorschriften is geïnstalleerd. De CS 1134 mag uitsluitend door eenerkend elektricien op het elektriciteits-net worden aangesloten. Deze is op dehoogte van de landelijke voorschriftenen de voorschriften van het energiebe-drijf en neemt ze zorgvuldig in acht. Aansluitwaardezie typeplaatjeAansluitingCS 1112 / CS 1122AC230V/50HzZekering 16 A(type B of C)CS 1134De aansluitwaarden vindt u op het type-plaatje. De waarden op het typeplaatjeen de waarden van het elektriciteitsnetmoeten beslist overeenkomen. Spanning AC 230V/50HzVoor de aansluitmogelijkheden zie hetaansluitschema. AardlekschakelaarVoor extra veiligheid wordt in deEU-voorschriften en -richtlijnen voor Ne-derland geadviseerd om de huisinstal-latie van een aardlekschakelaar te voor-zien (30 mA).

ScheidingssysteemIs het stopcontact niet toegankelijk of iser sprake van een vaste aansluiting,dan moet het apparaat via een schake-laar met alle polen van de netspanningkunnen worden losgekoppeld. De con-tactopening in uitgeschakelde toestandmoet minimaal 3 mm bedragen.

Spanningsvrij makenMoet het apparaat spanningsvrij wor-den gemaakt, ga dan, afhankelijk vande situatie, als volgt te werk:–Bij zekeringen:Draai de zekering los en haal dezeuit de houder.–Bij een zekeringsautomaat:Druk op de testknop (rood) totdatde middelste knop (zwart) eruit-springt.–Bij een inbouwzekeringsautomaat:(zelfuitschakelaar, min. type B of C)Zet de tuimelschakelaar van 1 (Aan)op 0 (Uit).–Bij een aardlekschakelaar:Zet de hoofdschakelaar van 1 (Aan)op 0 (Uit) of druk op de testknop.Zorg dat de netspanning niet perongeluk weer kan worden ingescha-keld.Aansluitkabel vervangenDe aansluitkabel mag alleen door eenspeciale kabel van het type H 05 VV-F(PVC-isolatie) worden vervangen.

Eendergelijke kabel is verkrijgbaar bijMiele.De aansluitkabel mag alleen doorMiele, door een door Mielegeautoriseerde technicus of door eenerkend elektricien worden vervangen.De aansluitwaarden vindt u op het type-plaatje.Elektrische aansluiting44

Voor storingen die u niet zelf kunt verhelpen, waarschuwt u–uw Miele-vakhandelaar of–de afdeling Klantcontacten van Miele.De gegevens van Miele vindt u op de achterkant van deze gebruiksaanwijzing.Voor een goede en vlotte afhandeling moet de afdeling Klantcontacten wetenwelk type apparaat u heeft en welk serienummer het heeft. Beide gegevens vindtu op het typeplaatje.Voor informatie over het Miele-Service-Verzekering-Certificaat kunt u zich wendentot uw Miele-vakhandelaar of de bijgaande folder raadplegen.Plak hier het bijgevoegde typeplaatje. Controleer of de gegevens op het type-plaatje overeenkomen met de gegevens op het titelblad van deze gebruiksaanwij-zing.Klantcontacten / typeplaatje46

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele CS 1112 E stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden