Miele CS 1034-1 G Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele CS 1034-1 G (60 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 37 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Miele CS 1034-1 G of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | CS 1034-1 G |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Soort bediening: | Draaiknop |
| Kleur van het product: | Roestvrijstaal |
| Ingebouwd display: | Nee |
| Gewicht: | 13700 g |
| Breedte: | 576 mm |
| Diepte: | 520 mm |
| Hoogte: | 57 mm |
| Snoerlengte: | 2 m |
| Soort materiaal (bovenkant): | Roestvrijstaal |
| Vermogen brander/kookzone 2: | 3000 W |
| Vermogen brander/kookzone 3: | 3000 W |
| Vermogen brander/kookzone 1: | 1000 W |
| Aantal branders/kookzones: | 4 zone(s) |
| Type kookplaat: | Gaskookplaat |
| Electronische ontsteking: | Ja |
| Type brander/kookzone 1: | Sudderen |
| Type brander/kookzone 2: | Groot |
| Type brander/kookzone 3: | Groot |
| Aantal gaspitten: | 4 zone(s) |
| Aantal elektronische kook zones: | 0 zone(s) |
| Sudderbrander/kookzone diameter: | 120 mm |
| Reguliere brander/kookzone diameter: | 140 mm |
| Sudder brander/kookzone: | 1000 W |
| Normale brander/kookzone: | 1800 W |
| Controle positie: | Boven voorzijde |
| Installatie compartiment breedte: | 560 mm |
| Installatie compartiment diepte: | 500 mm |
| Installatie compartiment hoogte: | 87 mm |
| Vermogen: | 25 W |
| Grote brander/kookzone diameter: | 240 mm |
| Grote brander/kookzone: | 3000 W |
| Stroom: | 10 A |
| Restwarmte-indicator: | Ja |
| Type brander/kookzone 4: | Regulier |
| Vermogen brander/kookzone 4: | 1800 W |
| Voedingsbron brander/kookzone 1: | Gas |
| Voedingsbron brander/kookzone 2: | Gas |
| Voedingsbron brander/kookzone 3: | Gas |
| Voedingsbron brander/kookzone 4: | Gas |
| Positie brander/kookzone 1: | Links achter |
| Positie brander/kookzone 2: | Links voor |
| Positie brander/kookzone 3: | Rechts achter |
| Positie brander/kookzone 4: | Rechts voor |
| Kookzone 1 vorm: | Rond |
| Kookzone 2 vorm: | Rond |
| Kookzone 3 vorm: | Rond |
| Kookzone 4 vorm: | Rond |
| AC-ingangsspanning: | 230 V |
Handleiding Miele CS 1034-1 G – volledige tekst
MHet apparaat is ook toegelaten voor gebruik in andere landen dan de landendie op het apparaat vermeld staan. De specifieke uitvoering en de aansluitwijzezijn van groot belang voor het goed en veilig functioneren. Neem daaromcontact op met de Technische Dienst van de fabrikant in uw land als u het ap-paraat in een land wilt gebruiken dat niet op het apparaat vermeld staat. 2.
Dit gaskookvlak voldoet aan de voorgeschreven vei-ligheidsvoorschriften. Door ondeskundig gebruik kun-nen gebruikers echter letsel oplopen en kan er scha-de optreden aan het toestel.Lees deze gebruiks- en montageaanwijzing daaromeerst aandachtig door voordat u dit gaskookvlak ingebruik neemt.U vindt er belangrijke opmerkingen omtrent uw veilig-heid, de installatie, het gebruik en het onderhoud vanuw toestel. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomtschade aan het toestel.Bewaar de gebruiks- en montageaanwijzing en geefze door aan wie het toestel eventueel na u gebruikt.Opmerkingen omtrent uw veiligheid8
Juist gebruik~Dit gaskookvlak is bedoeld voor gebruik in het huis-houden en gelijkaardige omgevingen zoals– in winkels, kantoren en gelijkaardigewerkomgevingen,– op boerderijen,– door klanten in hotels, motels, bed-and-breakfasts enandere typische woonomgevingen.~Gebruik het gaskookvlak uitsluitend in huishoudelijkecontext voor het bereiden en warmhouden van ge-rechten.Gebruik voor andere doeleinden is niet toegelaten.Miele is niet verantwoordelijk voor schade die wordtveroorzaakt door een ander gebruik dan wat hier wordtvermeld of door foutieve bediening.~Dit gaskookvlak is niet bestemd voor gebruik buiten.~Personen die door hun fysieke, zintuiglijke ofgeestelijke mogelijkheden of hun onervarenheid ofgebrek aan kennis niet in staat zijn om dit gaskookvlakveilig te bedienen, mogen het toestel alleen onder hettoezicht of de begeleiding van een verantwoordelijkiemand gebruiken.Opmerkingen omtrent uw veiligheid9
Kinderen in het huishouden~Let op kinderen die in de buurt van het gaskookvlakkomen. Laat kinderen nooit met het toestel spelen.~Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt vanhet gaskookvlak worden gehouden, tenzij ze constantin het oog worden gehouden.~Kinderen vanaf 8 jaar mogen het gaskookvlak alleenmaar gebruiken wanneer hun de bediening ervan zouitgelegd is dat ze het veilig kunnen bedienen. Kin-deren moeten de eventuele risico's van een foutievebediening kunnen beseffen.~Het gaskookvlak wordt heet wanneer het in gebruikis en dat blijft het ook nog enige tijd na het uitscha-kelen. Hou kinderen van het toestel weg totdat het is af-gekoeld en er geen gevaar meer bestaat dat ze er zichaan verbranden.~Bewaar geen voorwerpen die voor kinderen interes-sant zijn, boven of achter het gaskookvlak.
~Zorg ervoor dat kinderen geen hete kookpotten enpannen omlaag kunnen trekken. Draai de handvatenvan de kookpotten en pannen over het werkblad. Hier-door voorkomt u dat iemand zich verbrandt.~Delen van de verpakking, bijv. folie of piepschuim,kunnen voor kinderen gevaar inhouden. Kinderen kun-nen verstikken! Bewaar deze delen van de verpakkingbuiten hun bereik en verwijder de verpakking ook zovlug mogelijk.Technische veiligheid~Controleer vóórdat het gaskookvlak wordt geïnstal-leerd of het toestel zichtbaar beschadigd is.
Is dat hetgeval, neem het toestel dan in geen geval in gebruik.Een beschadigd toestel kan uw veiligheid in gevaarbrengen!~De elektrische veiligheid van het gaskookvlak is al-leen gewaarborgd als het wordt aangesloten op eenvolgens de voorschriften geïnstalleerd aardsysteem.Het is belangrijk dat u dit controleert.Laat de elektrische installatie in uw woning bij twijfeldoor een elektricien controleren. Miele kan niet aan-sprakelijk gesteld worden voor schade die werd ver-oorzaakt doordat de aardleiding onderbroken was ofgewoon ontbrak. Er bestaat in dat geval onder anderegevaar voor elektrische schokken.Opmerkingen omtrent uw veiligheid11
~Vergelijk zeker eerst de aansluitgegevens (spanningen frequentie) op het typeplaatje met die van uw elek-trische installatie. Sluit daarna pas uw gaskookvlakaan.Deze gegevens dienen absoluut overeen te stemmen.Anders treedt er schade op aan uw toestel. Vraag bijtwijfel inlichtingen aan een elektricien.~Alleen een erkend installateur mag het toestel aan-sluiten op het gasnet. Wordt de stekker verwijderd, danmag het toestel uitsluitend door een erkend elektricienop het elektriciteitsnet worden aangesloten. Laat ditwerk uitvoeren door vakmensen die goed op de hoogtezijn van de nationale voorschriften en van de bijkomen-de voorschriften van het plaatselijke energiebedrijf; zemoeten deze voorschriften zorgvuldig naleven.
Wan-neer er bij het inbouwen en aansluiten van het toestelfouten worden gemaakt, kan Miele niet aansprakelijkworden gesteld voor schade die daar eventueel hetgevolg van is.~Gebruik het gaskookvlak enkel in ingebouwde toe-stand. Enkel dan is een veilige werking gewaarborgd.~Open in geen geval de behuizing van het gaskook-vlak.Wanneer u aansluitingen onder spanning aanraakt ofde elektrische en mechanische constructie wijzigt, kandat voor u gevaar opleveren. Het kan ook tot storingenin de werking van het toestel leiden.Opmerkingen omtrent uw veiligheid12
~Installatie-, onderhouds- en herstellingswerken mo-gen alleen worden uitgevoerd door vakmensen diedoor Miele erkend zijn.Door ondeskundig uitgevoerde installatie-,onderhouds- of herstellingswerken kunnen er voor degebruiker aanzienlijke risico's ontstaan waarvoor Mieleniet aansprakelijk kan worden gesteld.~Tijdens installatie-, onderhouds- enherstellingswerken moet het gaskookvlak van hetgasnet en het elektriciteitsnet losgekoppeld zijn.
Hettoestel is pas stroomloos als aan een van deze voor-waarden is voldaan:– De zekeringen in uw zekeringkast zijn uitgeschakeld.– De schroefzekeringen in uw zekeringkast zijn hele-maal uitgedraaid.– De stekker is uit het stopcontact getrokken.Trek bij toestellen met stekker niet aan de kabel maaraan de stekker om het toestel los te koppelen van hetelektriciteitsnet.~Laat u het gaskookvlak tijdens de garantieperiodeherstellen, dan mag dat enkel gebeuren door eentechnicus die door Miele erkend is. Anders is er bijschade achteraf geen aanspraak meer op garantie.Opmerkingen omtrent uw veiligheid13
~Defecte onderdelen mogen enkel worden vervangendoor originele Miele-wisselstukken. Enkel dan bent uzeker dat ze ten volle voldoen aan de eisen die Mielequa veiligheid stelt.~Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze wor-den vervangen door een speciale aansluitkabel van hettype H 05 VV-F (PVC-isolatie). Deze kabel is verkrijg-baar bij de fabrikant of via de Service After Sales.~Het gaskookvlak is niet bestemd voor gebruik meteen externe schakelklok (timer) of een systeem voorbesturing op afstand.~Gebruik uit veiligheidsoverwegingen geenstopcontactenblokken of verlengkabels om het gas-kookvlak op het elektriciteitsnet aan te sluiten. Die bie-den niet voldoende veiligheidsgaranties. Er bestaat on-der andere gevaar voor oververhitting.~Als het gaskookvlak defect is, mag u het niet in ge-bruik nemen en dient u het toestel direct uit te scha-kelen.
Ontkoppel het kookvlak van het elektriciteitsneten het gasnet. Neem contact op met de dienst Herstel-lingen aan huis van Miele.Opmerkingen omtrent uw veiligheid14
Veilig gebruik~Het gaskookvlak wordt heet wanneer het in gebruikis en dat blijft het ook nog enige tijd na het uitscha-kelen. Let erop dat u het toestel niet aanraakt zolanghet nog warm kan zijn.~Zorg dat op een ontstoken brander altijd kookgereistaat. Door de te sterke hitte van de vlammen kan eenerboven geplaatste dampkap schade oplopen of vlamvatten.~Laat het gaskookvlak niet zonder toezicht achter ter-wijl het in werking is! Door oververhitting kunnen olie envet in brand vliegen en kan vervolgens het toestel inbrand vliegen.~Als heet vet of hete olie in brand vliegt, probeer hetvuur dan niet met water te blussen! Doe het vuurstikken, bijv. met een deken, een vochtigekeukenhanddoek of iets dergelijks.~Gebruik het gaskookvlak niet om het vertrek te ver-warmen. Door de hoge temperaturen kunnen licht ont-vlambare voorwerpen in de omgeving vlam vatten.
~Bescherm uw handen telkens als u met het hete gas-kookvlak omgaat. Maak gebruik van ovenwanten, pan-nenlappen of iets dergelijks. Zorg dat deze niet te dichtbij de vlammen komen. Gebruik dus geen al te grotepannenlappen, theedoeken of iets dergelijks.De pannenlappen mogen niet nat of vochtig zijn. An-ders wordt de warmte sterker overgedragen en kunt uzich verbranden.~Flambeer nooit gerechten onder een dampkap. Deventilator zuigt de vlammen aan zodat de dampkap inbrand kan vliegen.~Gebruik het gaskookvlak niet om er voorwerpen opneer te leggen.Wanneer u het toestel per ongeluk inschakelt of wan-neer het nog warm is van een kookproces, bestaat hetrisico dat het materiaal van de voorwerpen verhit. Ukunt zich daaraan verbranden. Het materiaal zelf kanook smelten of vlam vatten.~Bij inbouw van meerdere toestellenPlaats geen hete kookpotten of pannen op de tussen-lijst.
~Dek het gaskookvlak nooit af met een afdekplaat,doek of folie. Als u het toestel per ongeluk inschakelt ofals het nog warm is van een bereiding, bestaat het risi-co dat het materiaal in brand vliegt, springt of smelt.~Gebruik geen kookgerei van kunststof of aluminium-folie. Dat smelt bij hogere temperaturen. Er is dan ookbrandgevaar!~Verwarm geen gesloten recipiënten, bijv. conserven-blikjes, met dit toestel. Door de resulterende overdrukkunnen de recipiënten of blikjes uiteenspatten. U kuntzich verbranden en ander lichamelijk letsel oplopen!~Ontsteek een brander alleen wanneer alle brander-delen op de juiste wijze in elkaar zijn gezet.~Gebruik alleen kookgerei waarvan de diameter nietgroter of kleiner is dan de in de tabel aangegeven af-metingen (zie rubriek "Kookgerei"). Als de bodemdia-meter te klein is, staat het kookgerei niet stevig ge-noeg.
Is de bovendiameter te groot, dan worden dehete verbrandingsgassen te ver naar de zijkant ge-voerd en kunnen het werkblad, niet-hittebestendigewanden (bijv. met panelen) of onderdelen van het gas-kookvlak beschadigd raken. Voor schade die op dezewijze is ontstaan, kan Miele niet aansprakelijk wordengesteld.Opmerkingen omtrent uw veiligheid17
~Zorg dat de vlammen van de brander niet onder hetkookgerei vandaan komen en aan de randomhoogslaan.~Gebruik geen kookgerei met een te dunne bodem.Verwarm nooit leeg kookgerei tenzij de fabrikant vanhet kookgerei deze toepassing uitdrukkelijk toelaat. Alsu hiermee geen rekening houdt, kan het gaskookvlakschade oplopen.~Gebruik altijd het bijgeleverde rooster. U mag hetkookgerei niet rechtstreeks op de brander plaatsen.~Bewaar geen licht ontvlambare voorwerpen in debuurt van het gaskookvlak.~Verwijder vetspatten en andere brandbare etensres-ten zo snel mogelijk van het gaskookvlak. Anders be-staat er brandgevaar.~Plaats de roosters verticaal op het toestel, zodat ergeen krassen kunnen ontstaan.~Bij gebruik van een gaskookvlak ontstaan warmte envocht. Zorg daarom voor een goede verluchting van deruimte waar het toestel staat opgesteld.
~Als u het gaskookvlak lang en intensief gebruikt, ishet aan te raden de ruimte extra te ventileren, bijvoor-beeld door een buitenraam te openen of door dedampkap op een hoge stand in te schakelen.~Wanneer u een elektrisch toestel, bijv. eenhandmixer, gebruikt in de buurt van het gaskookvlak,zorgt u ervoor dat de aansluitkabel niet met het hetegaskookvlak in contact komt. De isolatie van de kabelkan beschadigd raken. Er bestaat gevaar voor elek-trische schokken!~Als er onder het gaskookvlak een lade is aange-bracht, mag u daarin geen spuitbussen, licht ontvlam-bare vloeistoffen of andere brandbare voorwerpen be-waren. Is die lade met een bestekinzet uitgerust, dandient die vervaardigd te zijn van materiaal dat tegenhitte bestand is.~Zorg ervoor dat gerechten altijd voldoende wordenverwarmd.
Kiemen die eventueel in de gerechten aan-wezig zijn, worden alleen gedood als de temperatuurwaaraan ze worden blootgesteld hoog genoeg is endie lang genoeg wordt aangehouden.~Voorkom dat er zouthoudende gerechten of vloei-stoffen op het gaskookvlak terechtkomen. Gebeurt dattoch, dan moet u het toestel meteen grondig reinigenom corrosie te voorkomen.Opmerkingen omtrent uw veiligheid19
~Als het gaskookvlak is ingebouwd achter een meu-beldeur, mag het alleen worden gebruikt wanneer demeubeldeur is geopend.De meubeldeur mag pas worden gesloten wanneer hettoestel uitgeschakeld is en het controlelampje "reste-rende warmte" uit is.~Als het gaskookvlak gedurende een ongebruikelijklange tijd niet is gebruikt, is het aan te bevelen het toe-stel grondig te reinigen voordat u het weer in gebruikneemt. Laat in dat geval zo nodig door een vakman ofvakvrouw controleren of het toestel nog correct werkt.Miele is niet aansprakelijk voor schade die ontstaanis doordat deze veiligheidsrichtlijnen niet in acht wer-den genomen.Opmerkingen omtrent uw veiligheid20
Recycleerbare verpakkingDe verpakking behoedt het toestel voortransportschade. Er werd voor milieu-vriendelijk en recycleerbaar verpak-kingsmateriaal gekozen.Het recycleren van het verpakkingsma-teriaal vermindert de afvalproductie enhet gebruik van grondstoffen. Uw han-delaar neemt de verpakking terug.Het afdanken van het apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten vaak nog waardevollematerialen. Ze bevatten echter ookschadelijke stoffen die voor het functio-neren en de veiligheid van het apparaatnodig waren. Als u het apparaat bij hetgewone afval doet of bij verkeerde be-handeling kunnen deze stoffen schade-lijk zijn voor de gezondheid en hetmilieu. Verwijder het afgedankte appa-raat dan ook nooit met het gewone af-val.Bij de aankoop van uw nieuw toestelheeft u een bijdrage betaald. Die wordtvolledig gebruikt voor de toekomstigerecyclage van dat toestel.
Dat bevattrouwens nog waardevol materiaal.Door te recycleren wordt er dan ookminder verspild en vervuild.Als u vragen heeft omtrent het af-danken van uw oud toestel, neem dancontact op met– de handelaar bij wie u het kochtof– de firma Recupel,telefoon 02 706 86 10,website: www.recupel.beof– uw gemeentebestuur als u uw toestelnaar een containerpark brengt.Zorg er ook voor dat het toestel intus-sen kindveilig wordt bewaard voor u hetlaat wegbrengen.Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu21
Kleef het typeplaatje dat bij de docu-mentatie bijgevoegd is op de daarvoorbestemde plaats in de rubriek "Type-plaatje".Eerste reiniging^Verwijder eventuele beschermfolies.^Reinig de afneembare delen van debrander met een sponsdoek, wathandafwasmiddel en warm water.Wrijf de delen vervolgens droog enzet de brander weer in elkaar (zie ru-briek "Reiniging en onderhoud").^Ga met een vochtige doek over hetroestvrijstalen oppervlak en wrijf hetvervolgens droog.De metalen delen van het toestel zijnvoorzien van een speciaal bescherm-laagje. Daarom is er een tijdelijke geur-vorming als het toestel voor het eerstgebruikt.Die geurtjes en de eventuele damptrekken gauw weg. Deze verschijnselenwijzen niet op een verkeerde aan-sluiting noch op een defect aan het toe-stel.Vóór het eerste gebruik22
Als dit niet lukt,wordt de gastoevoer automatisch af-gesloten (zie rubriek "Veiligheidsuit-schakeling").Inschakelen, regelen,uitschakelenMet de bedieningsknop ontsteekt u debrander en regelt u de sterkte van devlam.ßde gastoevoer is afgesloten&grote vlam/kleine vlamDe branders mogen enkel door deknop in te drukken en naar links tedraaien, worden ingeschakeld, enuitgeschakeld door naar rechts tedraaien.Delen van het toestel kunnen be-schadigd raken als u:- de branders inschakelt zonderde knop in te drukken,- de branders inschakelt doorde knop naar rechts te draaien,- de branders uitschakelt door deknop naar links te draaien.Voor schade die op deze wijze isontstaan, kan de fabrikant niet aan-sprakelijk worden gesteld.Bediening23
Inschakelen^Ontsteek de brander door de betref-fende bedieningsknop in te drukkenen naar links op het grootste vlam-symbool te draaien. De ontstekings-elektrode maakt een klikkend geluiden ontsteekt het gas.Als u een bedieningsknop bedient,wordt automatisch op allegaskookzones een vonk afgegeven.Dit is normaal en wijst niet op een de-fect.Als de brander niet wordt ontstoken,draait u de bedieningsknop op .ßVerlucht de ruimte of wacht minstens1 minuut voor u een tweede keerprobeert om de brander te ontsteken.Als de brander ook deze keer nietwordt ontstoken, draait u de bedie-ningsknop op " " en raadpleegt u deßrubriek "Wat gedaan als ...".Het is mogelijk dat tijdens het inscha-kelen de brander kort wordtherontstoken (1 tot 2 keer klikkend ge-luid) als de vlam aan het thermischeelement kort dooft of het thermischeelement nog niet voldoende warm is(bijv.
bij tocht).RegelenDe branders kunnen traploos wordengeregeld, van de sterkste vlam tot dezwakste vlam.Regel de vlam zodanig dat deze ingeen geval boven het kookgerei uit-steekt. Omdat de vlam aan de buiten-kant heter is dan in de kern moeten depunten van de vlam onder de bodemvan het kookgerei blijven. De warmtewordt anders aan de lucht afgegeven.Bovendien kunnen de handvaten vanhet kookgerei beschadigd raken enneemt de kans op verbrandingen toe.Uitschakelen^Draai de bedieningsknop naar rechtsop " ".ßDe gastoevoer wordt afgesloten en devlam wordt gedoofd.Bediening24
Controlelampjes "in werking" /"resterende warmte"Na het inschakelen van een brandergaat het controlelampje "in werking"aan. Na enige tijd gaat ook het con-trolelampje "resterende warmte" aan.Na het uitschakelen van een brandergaat eerst alleen het controlelampje "inwerking" uit. Het controlelampje "reste-rende warmte" gaat uit zodra het gas-kookvlak zonder gevaar kan wordenaangeraakt.Raak het gaskookvlak niet aan zo-lang de controlelampjes "resterendewarmte" branden. Leg op het gas-kookvlak ook geen voorwerpen diegeen hitte kunnen verdragen. Ge-vaar voor brandwonden en brand!Als de controlelampjes knipperen, wijstdit op een foutmelding. Zie rubriek "Watgedaan als...".Bediening25
Branders Min. bodemdiameterpannen/potten (in cm)Sudderbrander 10Normale brander 12Intensieve brander 14Max. bovendiameterpannen/potten (in cm)Sudderbrander 20Normale brander 22Intensieve brander 24– Gebruik alleen kookgerei waarvan dediameter niet groter of kleiner is danis aangegeven. Als de bodemdiame-ter te klein is, staat het kookgerei nietstevig genoeg. Is de bovendiameterte groot, dan worden de hete ver-brandingsgassen te ver naar de zij-kant gevoerd en kunnen het werk-blad, niet-hittebestendige wanden(bijv. met panelen) of onderdelen vanhet gaskookvlak beschadigd raken.Voor schade die op deze wijze isontstaan, kan Miele niet aansprakelijkworden gesteld.– Hou er bij het aankopen vankookpotten en pannen rekening meedat meestal niet de bodemdiametermaar de bovendiameter wordt aan-gegeven.– Voor gas is geen speciaal kookgereinodig.
Het materiaal moet alleen hit-tebestendig zijn.– Gebruik bij voorkeur kookgerei meteen dikke bodem, omdat de warmtehierdoor goed wordt verdeeld. Als debodem te dun is, kan het voedsel opbepaalde plaatsen oververhit raken.Roer daarom in dat gevalregelmatiger om.– Gebruik kookgerei dat qua diameterbij de brander past. Algemene regel:grote diameter = grote brander,kleine diameter = kleine brander.– Plaats het kookgerei altijd op hetmeegeleverde rooster. U mag hetkookgerei niet rechtstreeks op debrander plaatsen.– Zorg ervoor dat het kookgerei stevigop het rooster staat, zodat het nietkan omkantelen. Hou er rekeningmee dat het kookgerei altijd wat kanwankelen, zelfs als het goed is ge-plaatst.– Gebruik geen kookpotten of pannenmet een bodem die steunt op derand.Kookgerei26
– Kook bij voorkeur met een deksel opde kookpot of pan. Zo vermijdt u dater nodeloos warmte ontsnapt.– Gebruik weinig water bij het berei-den.– U kunt de bereidingstijd aanzienlijkverkorten door eensnelkookpan/snelkookpot te ge-bruiken.– Stel na de kookstart of het aanbra-den een kleinere vlam in.– Kies liever brede, lage kookpottendan smalle, hoge kookpotten. Zewarmen immers sneller op.Tips om energie te besparen27
Thermo-elektrische vlambeveiligingUw gaskookvlak is voorzien van eenthermo-elektrische vlambeveiliging.Deze zorgt ervoor dat de gastoevoerwordt afgesloten wanneer de gasvlamuitgaat, bijvoorbeeld omdat dezeuitwaait of omdat een gerecht over-kookt, en wanneer de brander vervol-gens zonder succes weer wordt ontsto-ken. Op deze manier wordt voorkomendat er verder gas naar buiten stroomt.^Om de gaskookzone weer in gebruikte nemen, draait u de bedienings-knop naar rechts op " ". Schakel deßbrander vervolgens op de normalemanier weer in.VeiligheidsuitschakelingWanneer een kookzone gedurende eenongewoon lange tijd wordt verwarmd(ca. 4 uur), wordt deze automatisch uit-geschakeld.Om de gaskookzone weer in gebruik tenemen, draait u de bedieningsknopnaar rechts op " ". Schakel de branderßvervolgens op de normale manier weerin.Veiligheidssystemen28
,Gebruik in geen geval eenstoomreiniger om het toestel te reini-gen. De stoom kan opstroomvoerende onderdelen terecht-komen en een kortsluiting veroorza-ken.Reinig het hele toestel na elk gebruik.Laat het toestel eerst afkoelen.Wrijf het toestel na elke vochtige reini-ging droog. Zo voorkomt u kalkafzet-ting.Als de inhoud van pannen ofkookpotten overloopt op het hete toe-stel, kan dit tot verkleuringen leiden opde branderdelen en het roestvrijstalenoppervlak van het kookvlak.
Verwijdervuil dus onmiddellijk!Om schade aan de oppervlakken tevoorkomen, mogen de volgende mid-delen niet worden gebruikt om de op-pervlakken te reinigen:– reinigingsmiddelen die soda, alkali,ammoniak, zuur of chloor bevatten,– kalkoplossende reinigingsmiddelen,– vlek- en roestverwijderaars,– schurende reinigingsproducten, zo-als schuurpoeder, schuurmelk,poetsstenen,– reinigingsmiddelen met oplosmiddel,– afwasmiddelen voor de afwasauto-maat,– grill- of ovensprays,– glasreinigers,– schurende harde borstels en spons-jes (bijv. schuursponsjes), of ge-bruikte sponsjes die nog resten vaneen schuurmiddel bevatten,– scherpe voorwerpen(om te vermijden dat de dichtingentussen het frame en het werkblad be-schadigd raken).Reiniging en onderhoud29
Toestellen met eenroestvrijstalen bladReinig het roestvrijstalen blad met eensponsdoek, een beetje handafwasmid-del en warm water. Hardnekkig vuil laatu eerst inweken.Wrijf daarna alles droog met een zachtedoek.Indien nodig kunt u de ruwe kant vaneen afwasspons en het reinigingsmid-del voor glaskeramiek en roestvrij staalvan Miele gebruiken (zie rubriek "Mitstoeslag verkrijgbaar toebehoren"). Leterop dat u met het middel uitsluitend deslijprichting (de richting van de ribbels)volgt.Om te voorkomen dat het roestvrij staalsnel weer vuil wordt, raden we aan hetonderhoudsmiddel voor roestvrij staalvan Miele te gebruiken (zie rubriek "Mitstoeslag verkrijgbaar toebehoren").Breng dit middel met een zachte doekgelijkmatig en spaarzaam aan.Bedrukking (vlamsymbolen)De bedrukking kan beschadigd ra-ken wanneer vuil er lang op inwerkt,bijv. als u eten of vloeistoffen metkeukenzout of olijfolie morst.
Verwij-der vuil dus onmiddellijk!Gebruik geen reinigingsmiddel voorroestvrij staal voor het deel met debedrukking. U zou de bedrukking af-schuren.Rooster, bedieningsknoppenReinig het rooster nooit in de afwas-automaat!Verwijder het rooster. Reinig het roosteren de bedieningsknoppen met eensponsdoek, een beetje handafwasmid-del en warm water. Hardnekkig vuil laatu eerst inweken.Wrijf alles na afloop met een schonedoek droog.Reiniging en onderhoud30
BrandersReinig de branderdelen nooit in deafwasautomaat!Verwijder de afneembare branderdelenen reinig die met een sponsdoek, eenbeetje handafwasmiddel en warm wa-ter.Reinig de niet-afneembare branderde-len vervolgens met een vochtige doek.Reinig de ontstekingselektrode en hetthermische element voorzichtig met eengoed uitgewrongen vochtige doek.De ontstekingselektrode mag niet natworden. Anders kan er geen vonkworden afgegeven.Wrijf alles na afloop met een schonedoek droog.Zorg dat ook de gleuven in de brandergoed droog zijn.Het oppervlak van de branderdopwordt met de tijd iets matter.
Dit isnormaal en heeft verder geen ge-volgen voor het gebruik van het gas-kookvlak.Brander in elkaar zettenNa de reiniging dient u de branderde-len in de juiste volgorde weer in elkaarte zetten.^Plaats de branderkop zodanig opode brandervoet dat de ontste-rkingselektrode en het thermischeqelement door de gleuven van depbranderkop heen steken. De bran-derkop moet goed op de brander-voet liggen.^Plaats de branderdop zodanig datnde nokjes in de uitsparingen van debranderkop vallen.oAls de branderdop juist is geplaatstkan deze niet worden verschoven.Reiniging en onderhoud31
,Herstellingen aan elektrische engastoestellen mogen alleen doorvakmensen worden uitgevoerd.Door ondeskundig uitgevoerde her-stellingen kunnen er niet te onder-schatten risico's voor de gebruikerontstaan.Wat gedaan als ...... de brander niet ontsteekt wanneeru het toestel voor de eerste keer ge-bruikt of wanneer u het lange tijd niethebt gebruikt?Mogelijk bevindt er zich lucht in de gas-leiding! Herhaal het ontstekingsprocesindien nodig meerdere keren.... de werkingsindicator en/ofrestwarmte-indicator knipperen?– er heeft zich een stroomonderbre-king voorgedaan.– een poging om een brander opnieuwte ontsteken is mislukt.– de gastoevoer is onderbroken.Draai alle bedieningsknoppen naarrechts op " ". Daarna kunt u het toestelßweer gewoon bedienen.Is het probleem nog altijd niet verhol-pen, dan ontkoppelt u het toestel en-kele seconden van het elektriciteitsnet....
er zich een stroomonderbrekingheeft voorgedaan?Draai alle bedieningsknoppen naarrechts op " ". Daarna kunt u het toestelßweer gewoon bedienen.Is het probleem nog altijd niet verhol-pen, dan ontkoppelt u het toestel en-kele seconden van het elektriciteitsnet.... de brander na meerdere pogingenniet kan worden aangestoken?Ontkoppel het toestel enkele secondenvan het elektriciteitsnet. Is het probleemnog altijd niet verholpen, dan con-troleert u of– de brander juist in elkaar is gezet.– de gaskraan geopend is.– de brander schoon en droog is.– de gleuven in de brander schoon endroog zijn.... de gasvlam na het ontsteken weeruitgaat?De vlammen moeten in contact komenmet het thermische element.Komen de vlammen niet in contact methet thermische element, controleer danof– de branderdelen juist zijn geplaatst.– er zich vuil bij het thermische ele-ment bevindt.
Neem eventueelcontact op met een elektricien of dedienst Herstellingen aan huis vanMiele.– er zich etensresten tussen de elek-trische ontstekingselektrode en debranderdop bevinden.Verwijder deze voorzichtig (volg deinstructies van de rubriek "Reinigingen onderhoud").– er zich etensresten bij het thermischeelement bevinden.Verwijder deze voorzichtig (volg deinstructies van de rubriek "Reinigingen onderhoud").Als de vlam uitgaat doordat de in-houd van een pan of kookpot over-loopt, is het mogelijk dat u het gas-kookvlak om veiligheidsredenen ge-durende ongeveer 5 minuten nietkunt inschakelen.Wat gedaan als?33
Miele biedt een ruime keuze aan Miele-toebehoren dat is af-gestemd op uw toestellen. Denk hierbij bijvoorbeeld aanreinigings- en onderhoudsproducten.U kunt deze producten zeer gemakkelijk bestellen in de MieleOnline Shop:U kunt deze producten ook verkrijgen via de Service AfterSales van Miele (zie omslag) of bij uw Miele-handelaar.Reinigingsmiddel voor glaskeramiek en roestvrij staal (250 ml)Hiermee verwijdert u hardnekkig vuil, kalkvlekken en lichteverkleuringen.Onderhoudsmiddel voor roestvrij staal (250 ml)Hiermee verwijdert u gemakkelijk waterstrepen, vlekken envingerafdrukken.Voorkomt dat het roestvrij staal snel weer vuil wordt.MicrovezeldoekHiermee verwijdert u vingerafdrukken en normaal vuil.Mits toeslag verkrijgbaar toebehoren34
Om schade aan het toestel te ver-mijden, mag u het pas inbouwen na-dat de wandkasten en de dampkapzijn gemonteerd.~De ruimte waar het toestel wordt ge-plaatst moet een grootte hebben vanminimaal 20 m3en voorzien zijn vaneen deur of buitenraam.~De lijsten en randen van het werk-blad moeten met een hittebestendigelijm (100 °C) zijn bevestigd, zodat zeniet loskomen of vervormen.Ook de wandafdichtstrips moeten hitte-bestendig zijn.~Dit toestel mag niet op niet-vasteplaatsen (bijv. op een schip) wordengebruikt.~Vanwege het risico op overslaandevlammen mag een gaskookvlak niet di-rect naast een friteuse worden inge-bouwd.
Er dient tussen het kookvlak eneen friteuse een afstand van minstens288 mm te worden aangehouden.~Gaskookvlakken mogen niet wordeningebouwd boven koeltoestellen, af-wasautomaten, wasautomaten endroogautomaten.~Inbouw boven een Miele-oven is al-leen mogelijk bij een werkbladhoogtevan minstens 40 mm.~De gasslang en de aansluitkabelmogen na de inbouw niet in aanrakingkomen met onderdelen van het toesteldie bij gebruik warm worden. Anderskunnen de gasslang en de aansluitka-bel beschadigd raken.~De aansluitkabel en een flexibelegasaansluiting moeten zodanig aange-bracht zijn dat deze niet in contactkomen met beweegbare delen van dekeukenelementen (bijv. een lade) endat deze niet blootgesteld zijn aan me-chanische belastingen.~Neem de veiligheidsafstanden opde volgende pagina's strikt in acht.Alle afmetingen zijn opgegeven in mm.Opmerkingen omtrent uw veiligheid bij inbouw35
Veilige afstand naar boven toeHou tussen het toestel en een dampkaperboven de veiligheidsafstand aan diedoor de fabrikant van de dampkapwordt opgegeven.Is er door de fabrikant van de dampkapgeen afstand vermeld of zijn er lichtontvlambare materialen (bijv. een rekje)boven het toestel geïnstalleerd, dandient de veiligheidsafstand minstens760 mm te bedragen.Bij inbouw van verschillende toestellen,bijv. een wokbrander en een elektrischkookvlak, naast elkaar onder eendampkap, neemt u de grootste afstanddie vermeld is in de montage-/gebruiks-aanwijzing.Opmerkingen omtrent uw veiligheid bij inbouw36
Veilige afstand opzijBij inbouw van een gaskookvlak mogener zich aan een van de zijkanten en aande achterzijde kasten of wanden vangelijk welke hoogte bevinden. Aan deandere zijkant mag er evenwel geentoestel of meubel hoger zijn dan hetgaskookvlak. Zie afbeeldingen.Een kookvlak straalt hoge temperaturenaf. Daarom is tussen de uitsparing inhet werkblad en de achterwand eenveiligheidsafstand van minstens 50 mmnodig.Tussen de uitsparing in het werkbladen de meubels errond (bijv.
Veiligheidsafstand tot nisbekledingAls de nis bekleed is, moet een minimumafstand in acht worden genomen tussende uitsparing in het werkblad en de bekleding. Hoge temperaturen kunnen im-mers het bekledingsmateriaal vervormen of beschadigen.Als de bekleding vervaardigd is uit (bijv. hout) moet de afbrandbaar materiaal -stand tussen de uitsparing in het werkblad en de nisbekleding ten minstee50 mm bedragen.Als de bekleding vervaardigd is uit (bijv.
^Maak in overeenstemming met demaatschets een uitsparing in hetwerkblad voor een of meer toestellen.Hou rekening met de minimumaf-stand achterwand tot de en tot eenzijwand rechts of links.Zie rubriek "Opmerkingen omtrent uwveiligheid bij inbouw".^Bescherm het zaagpatroon bij houtenwerkbladen met speciale lak,siliconenrubber of giethars om op-zwellen door vocht te verhinderen.De gebruikte materialen moeten hitte-bestendig zijn.Mocht bij het inbouwen worden vast-gesteld dat de omranding in dehoeken niet precies op het werkbladligt, dan kan de hoek R4 met deßdecoupeerzaag voorzichtig wordenbijgewerkt.Het werkblad voorbereiden41
Wanneer meer dan een toestel wordt ingebouwd, moet tussen de afzonderlijketoestellen telkens een tussenlijst worden gemonteerd.bZie rubriek "Klemveren en tussenlijsten bevestigen".Uitsparing in het werkblad- twee toestellenBij het inbouwen van istwee toestellen de breedte van de uitsparing in hetwerkblad D af te leiden uit afmetingenA en C.Uitsparing in het werkblad- drie toestellenBij het inbouwen van isdrie toestellen de breedte van de uitsparing in hetwerkblad D af te leiden uit afmetingenA, B en C.A = toestelbreedte (288 mm of 380 mm of 576 mm) min 8 mmB = toestelbreedte (288 mm of 380 mm of 576 mm)C = toestelbreedte (288 mm of 380 mm of 576 mm) min 8 mmD = breedte van de uitsparing in het werkbladBij het inbouwen van meer dan drietoestellen moet voor elk nieuw toe-stel bij de afmetingen A en B en C decorrecte toestelbreedte B (288 mm of380 mm of 576 mm) worden opge-teld.Inbouw van meerdere toestellen42
Monteren^Voer de aansluitkabel van het toestelnaar onderen door de uitsparing inhet werkblad.^Plaats het toestel. Plaats hierbij devoorkant eerst in de uitsparing in hetwerkblad.^Duw het toestel gelijkmatig met beidehanden omlaag. U dient een klik tehoren. Let erop dat de dichting vanhet toestel op het werkblad ligt. Enkeldan bent u zeker dat de inbouwlangs alle zijden goed dicht is. Ge -bruik geen voegdichtingsmiddel!^ Schuif het ingebouwde toestel opzijtot de gaten van de tussenlijst te zienzijn.^Plaats de afdekking in de voord-ziene gaten van de tussenlijst enbzorg dat deze vastklikt.^Plaats het volgende toestel.
Plaatshierbij de voorkant eerst in de uitspa -ring in het werkblad.^Sluit het toestel/de toestellen aan ophet elektriciteitsnet (zie "Elektrischeaansluiting").^Ga na of het toestel/de toestellen cor -rect werkt/werken.DemonterenAls het toestel langs onderen toegan -kelijk is, kunt u van onderen afomhoogdrukken. Druk eerst de achter -kant omhoog.Als het toestel niet langs onderen toe-gankelijk is, neemt u het toestel metbeide handen aan de achterkant vasten trekt u het naar voren. Vervolgenstrekt u het toestel er naar boven toe uit.Toestel monteren / demonteren47
Dichting tussen het toestel en hetwerkbladDe dichtingsstrook onder de rand vanhet bovenste deel van het toestel zorgtreeds voor voldoende afdichting methet werkblad.Het toestel mag in geen geval metvoegdichtingsmiddel (bijv. silicone)worden afgedicht.Het toestel en het werkblad kunnenbeschadigd raken wanneer het toe-stel moeten worden verwijderd.Betegeld werkbladDe voegen en het gearceerde deelaonder het toestel moeten vlak en effenzijn, zodat het frame er gelijkmatig opligt en de dichtingsstrook onder derand van het bovenste deel van het toe-stel een voldoende goede afdichting tothet werkblad garandeert.Algemene inbouwaanwijzingen48
Het is aan te bevelen het toestel via eenstekker aan te sluiten op het elektrici -teitsnet. Daardoor worden onderhouds-en herstelwerken eenvoudiger.Zorg ervoor dat het stopcontact na deinbouw van uw toestel nog vlot toegan -kelijk blijft.Als de aansluiting niet via een stopcon -tact gebeurt, dient u de aansluiting telaten uitvoeren door een elektricien, diegoed op de hoogte is van de nationalevoorschriften en aanvullende voor -schriften van het lokale energiebedrijf,en deze voorschriften nauwkeurig op -volgt.Is het stopcontact voor de gebruikerniet meer toegankelijk of is er een vasteaansluiting voorzien, dan moet die voorelke fase met een stroomonderbrekeruitgerust zijn. Als stroomonderbrekerskunnen schakelaars worden gebruiktmet een contactopening van minstens3 mm.
Bijvoorbeeld automatischeuitschakelaars, zekeringen en contact-sluiters.Als het aansluitsnoer beschadigd is,moet het door een speciaal aansluit -snoer van het type H 05 VV-F(pvc-isolatie) worden vervangen. Ditsnoer is verkrijgbaar bij de fabrikant ofde Technische Dienst van Miele.De vereiste vindt uaansluitgegevens op het . De informatie moettypeplaatjeovereenkomen met de gegevens vanhet net.De fabrikant wijst erop dat hij geenaansprakelijkheid aanvaart voor(on)rechtstreekse schade dievoortvloeit uit een ondeskundige in -bouw of verkeerde aansluiting.De fabrikant is niet aansprakelijkvoor schade die werd veroorzaaktdoordat de aardleiding onderbrokenwas of gewoon ontbrak.
Er zijn elek -trische schokken mogelijk.Na de montage moet de aarding ge -controleerd worden!Totaal vermogenzie typeplaatjeAansluiting en beveiligingAC 230 V / 50 HzOverstroombeveiliging 10 AOnderbrekingskarakteristiek type B ofCVerliesstroomschakelaarOm de veiligheid te verhogen, verdienthet aanbeveling een verliesstroomscha -kelaar met een uitschakelstroom van30 mA voor het toestel te schakelen.Elektrische aansluiting49
Van het net loskoppelenAls het stroomcircuit van het toestel vanhet net dient losgekoppeld te worden,gaat u afhankelijk van de installatie alsvolgt te werk:–SmeltzekeringenDe inzetstukken helemaal uit deschroefkappen nemen. of:–Automatische schroefzekeringenDe testknop (rood) indrukken tot demiddelste knop (zwart) terugspringt.of:–Automatische zekeringen(inbouwtype)(beveiligingsschakelaar, min.type B of C !):De hendel van 1 (aan) op 0 (uit)zetten of:–FI-veiligheidsschakelaars(verliesstroomschakelaars)De hoofdschakelaar van 1 (aan) op 0(uit) schakelen of de proeftoets be-dienen.Het net moet na het loskoppelen be-veiligd worden tegen opnieuw in-schakelen.Aansluitsnoer vervangenBij het vervangen van het aansluitsnoermag alleen een speciaal aansluitsnoervan het type H 05 VV-F (PVC-isolatie)worden gebruikt.
Dit snoer is verkrijg-baar bij de fabrikant of de TechnischeDienst van Miele.Het snoer mag enkel wordenvervangen door de fabrikant van hettoestel, een door hem erkende klanten-dienst of een elektricien. De vereisteaansluitgegevens vindt u op het type-plaatje.Elektrische aansluiting50
,De aansluiting op gas of hetaanpassen aan een andere gassoortmag uitsluitend worden uitgevoerddoor een installateur die erkend isdoor het plaatselijke gasbedrijf. Deinstallateur is verantwoordelijk vooreen perfecte werking op de plekwaar het toestel wordt geplaatst.De gasaansluiting moet zodanig zijngeplaatst dat men het toestel binnenof buiten het keukenmeubel kanaansluiten. De gaskraan moet zicht-baar en toegankelijk zijn, eventueelna het openen van de deur van hetkeukenmeubel.Vraag aan het plaatselijke gasbedrijfwelke gassoort u hebt en vergelijkdit met de gegevens op het type-plaatje.Dit toestel mag niet op een afvoerlei-ding voor verbrandingsgassen wor-den aangesloten. Het moet volgensde geldende voorschriften en richt-lijnen worden opgesteld en aange-sloten.
De ruimte waarin het toestelwordt opgesteld moet voldoendeworden verlucht.Het gaskookvlak moet volgens degeldende voorschriften en richtlijnenop het gasnet worden aangesloten.Bij de gasaansluiting moeten ook despeciale voorschriften van hetplaatselijke gasbedrijf en die van debouwtoezichtsinstanties in acht wor-den genomen.De gasaansluiting moet zodanig zijnaangebracht dat deze niet wordt be-schadigd door de hitte die het toe-stel afgeeft als het aan staat.Met name de gasleidingen en deaansluitarmaturen mogen niet inaanraking komen met hete verbran-dingsgassen.De gasslang en het aansluitsnoermogen niet in aanraking komen metonderdelen van het gaskookvlak diebij gebruik warm worden, omdat deslang en het snoer anders bescha-digd kunnen raken.Een flexibele aansluitleiding moetzodanig aangebracht zijn dat dezeniet in contact komt metbeweegbare delen van dekeukenelementen (bijv.
een lade) endat deze niet blootgesteld is aanmechanische belastingen.Na het inbouwen van het toestelmoet het aan de plaatselijkegasverhoudingen worden aange-past.Tot slot moet de gasaansluiting opdichtheid worden gecontroleerd.Gasaansluiting51
Het toestel is geschikt voor aardgas envloeibaar gas.Categorie volgens EN 30:BE II 2E+ 3+ 20/25, 28-30/37 mbar.Het toestel is, afhankelijk van delandspecifieke uitvoering, voorzien vooraardgas of vloeibaar gas (zie sticker ophet toestel).Voor het aanpassen aan een anderegassoort is, afhankelijk van delandspecifieke uitvoering, de overeen-komstige set inspuiters bijgeleverd.Als de voor uw installatie vereiste set in-spuiters niet bijgeleverd is, dient u con-tact op te nemen met uw Miele-hande-laar of de Service After Sales van Miele.Het aanpassen aan een andere gas-soort wordt beschreven in de rubriek"Aanpassen aan een andere gassoort".Schroefdraadaansluiting op het toe-stelDe gasaansluiting van het toestel is metkegelvormige schroefdraad (1/2 ") uit-gerust.
Er zijn tweeaansluitingsmogelijkheden:– vaste aansluitleiding– flexibele aansluitleidingvolgens DIN 3383 Teil 1Een flexibele aansluitleiding mag nietlanger zijn dan 2 m.Om dichte verbindingen te garande-ren, moet geschikt dichtingsmiddelworden gebruikt.Gebruik van een bochtstuk van 90°cGasaansluiting R 1/2 - ISO 7-1 (DINEN 10226)dBochtstuk van 90°Bij gebruik van een bochtstuk van 90°wordt de inbouwhoogte voor de gas-aansluiting ca. 60 mm hoger.Gasaansluiting52
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele CS 1034-1 G stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Miele
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis