Miele CS 1011 G Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Miele CS 1011 G (56 pagina’s), behorend tot de categorie Kookplaten en fornuizen. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 19 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Miele CS 1011 G of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/56
Gebruiks-enmontageaanwijzing
Gaskookvlakken
CS1011
CS1021
Leesinelkgevaldege-
bruiksaanwijzingvooruhettoestelopstelt,
installeerteningebruikneemt.
Datisveiligervooruzelfen
uvoorkomtschadeaanhettoestel.
M.-Nr.07133230
nl-BE

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Kookplaten en fornuizen
Model: CS 1011 G
Apparaatplaatsing: Ingebouwd
Soort bediening: Draaiknop
Kleur van het product: Roestvrijstaal
Ingebouwd display: Nee
Breedte: 288 mm
Diepte: 520 mm
Hoogte: 57 mm
Soort materiaal (bovenkant): Roestvrijstaal
Vermogen brander/kookzone 1: 6000 W
Aantal branders/kookzones: 1 zone(s)
Type kookplaat: Gaskookplaat
Type brander/kookzone 1: Extra groot
Aantal gaspitten: 1 zone(s)
Aantal elektronische kook zones: 0 zone(s)
Normale brander/kookzone: - W
Vermogen: 6000 W
Voedingsbron brander/kookzone 1: Gas
Wokbrander: 6000 W
Wokbrander positie: Midden
Positie brander/kookzone 1: Centraal
Kookzone 1 vorm: Rond
AC-ingangsspanning: 230 V

Handleiding Miele CS 1011 G – volledige tekst

M Het apparaat is ook toegelaten voor gebruik in andere landen dan de landendie op het apparaat vermeld staan. De specifieke uitvoering en de aansluitwijzezijn van groot belang voor het goed en veilig functioneren. Neem daaromcontact op met de Technische Dienst van de fabrikant in uw land als u het ap-paraat in een land wilt gebruiken dat niet op het apparaat vermeld staat. 2.

Beschrijving van het toestel. 5CS 1011. 5CS 1021. 6Bijgeleverd toebehoren. 8Opmerkingen omtrent uw veiligheid. 9Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu. 16Het afdanken van het apparaat. 16Vóór het eerste gebruik. 17Bediening. 18Systeem voor snelle ontsteking. 18Inschakelen, regelen, uitschakelen. 18Controlelampjes "in werking" / "resterende warmte". 20Kookgerei. 21Wokring. 22Veiligheidssystemen. 23Reiniging en onderhoud. 24Algemene tips. 24Roestvrijstalen blad. 25Rooster, bedieningsknop. 25Brander. 26Wat gedaan als. 27Mits toeslag verkrijgbaar toebehoren. 29Opmerkingen omtrent uw veiligheid bij inbouw. 30Toestel- en inbouwafmetingen. 34CS 1011. 34CS 1021. 35Het werkblad voorbereiden. 36Inbouw van meerdere toestellen. 37Klemveren en tussenlijsten bevestigen. 40Toestel monteren / demonteren. 42Inhoud3.

Bijgeleverd toebehorenU kunt het bijgeleverde toebehoren apart kopen (zie rubriek "Mits toeslag verkrijg-baar toebehoren"). Dit geldt ook voor ander toebehoren.WokringDe bijgeleverde wokring zorgt voor ex-tra stabiliteit van het kookgerei, metname voor wokken met een ronde bo-dem.VerkleinringDe verkleinring zorgt voor stabiliteit bijklein kookgerei.Beschrijving van het toestel8

Dit gaskookvlak voldoet aan devoorgeschreven veiligheidsvoor-schriften. Door ondeskundig gebruikkunnen gebruikers echter letsel op-lopen en kan er schade optredenaan het toestel.Lees deze gebruiks- en montage-aanwijzing daarom eerst aandachtigdoor voordat u dit gaskookvlak ingebruik neemt.U vindt er belangrijke opmerkingenomtrent uw veiligheid, de installatie,het gebruik en het onderhoud vanuw toestel.

Dat is veiliger voor uzelfen u voorkomt schade aan het toe-stel.Bewaar de gebruiks- en montage-aanwijzing en geef ze door aan wiehet toestel eventueel na u gebruikt.Juist gebruik~Dit gaskookvlak is bedoeld voor ge-bruik in het huishouden engelijkaardige omgevingen zoals–in winkels, kantoren en gelijkaardigewerkomgevingen,–op boerderijen,–door klanten in hotels, motels,bed-and-breakfasts en anderetypische woonomgevingen.~Gebruik het gaskookvlak uitsluitendin huishoudelijke context voor het berei-den en warmhouden van gerechten.Gebruik voor andere doeleinden is niettoegelaten.

Miele is niet verantwoorde-lijk voor schade die wordt veroorzaaktdoor een ander gebruik dan wat hierwordt vermeld of door foutieve bedie-ning.~Personen die door hun fysieke,zintuiglijke of geestelijke mogelijkhedenof hun onervarenheid of gebrek aankennis niet in staat zijn om dit gaskook-vlak veilig te bedienen, mogen het toe-stel alleen onder het toezicht of debegeleiding van een verantwoordelijkiemand gebruiken.Opmerkingen omtrent uw veiligheid9

Kinderen in het huishouden~Let op kinderen die in de buurt vanhet gaskookvlak komen. Laat kinderennooit met het toestel spelen.~Kinderen mogen het gaskookvlak al-leen maar gebruiken wanneer hun debediening ervan zo uitgelegd is dat zehet gaskookvlak veilig kunnen bedie-nen. Kinderen moeten de eventuele risi-co's van een foutieve bediening kunnenbeseffen.~Het gaskookvlak wordt heet wan-neer het in gebruik is en dat blijft hetook nog enige tijd na het uitschakelen.Hou kinderen van het toestel weg totdathet is afgekoeld en er geen gevaarmeer bestaat dat ze er zich aan ver-branden.~Bewaar geen voorwerpen die voorkinderen interessant zijn, boven of ach-ter het gaskookvlak. Anders wordenkinderen ertoe verleid op het toestel teklauteren.

Er is gevaar voor verbran-ding!~Zorg ervoor dat kinderen geen heetkookgerei omlaag kunnen trekken.Draai de handvaten van de kookpottenen pannen over het werkblad. Hierdoorvoorkomt u dat iemand zich verbrandt.~Delen van de verpakking, bijv. folieof piepschuim, kunnen voor kinderengevaar inhouden. Kinderen kunnenverstikken! Bewaar deze delen van deverpakking buiten hun bereik en verwij-der de verpakking ook zo vlug mogelijk.Opmerkingen omtrent uw veiligheid10

Technische veiligheid~Controleer vóórdat het gaskookvlakwordt geïnstalleerd of het toestel zicht-baar beschadigd is. Is dat het geval,neem het dan in geen geval in gebruik. Een beschadigd toestel kan uw veilig-heid in gevaar brengen. ~De elektrische veiligheid van hetgaskookvlak is alleen gewaarborgd alshet wordt aangesloten op een volgensde voorschriften geïnstalleerd aardsys-teem. Het is belangrijk dat u dit con-troleert. Laat de elektrische installatie in uw wo-ning bij twijfel door een elektricien con-troleren. Miele kan niet aansprakelijkgesteld worden voor schade die werdveroorzaakt doordat de aardleiding on-derbroken was of gewoon ontbrak. Erbestaat in dat geval onder andere ge-vaar voor elektrische schokken. ~Vergelijk zeker eerst de aansluitge-gevens (spanning en frequentie) op hettypeplaatje met die van uw elektrischeinstallatie. Sluit daarna pas uw gas-kookvlak aan.

Deze gegevens dienen absoluut over-een te stemmen. Anders treedt er scha-de op aan uw toestel. Vraag bij twijfelinlichtingen aan een elektricien. ~Alleen een erkend installateur maghet toestel aansluiten op het gasnet. Wordt de stekker verwijderd, dan maghet toestel uitsluitend door een erkendelektricien op het elektriciteitsnet wor-den aangesloten. Laat dit werk uitvoe-ren door vakmensen die goed op dehoogte zijn van de nationale voor-schriften en van de bijkomende voor-schriften van het plaatselijke energiebe-drijf; ze moeten deze voorschriftenzorgvuldig naleven. Wanneer er bij hetinbouwen en aansluiten van het toestelfouten worden gemaakt, kan Miele nietaansprakelijk worden gesteld voorschade die daar eventueel het gevolgvan is. ~Gebruik het gaskookvlak enkel in in-gebouwde toestand. Enkel dan is eenveilige werking gewaarborgd. ~Open in geen geval de behuizingvan het gaskookvlak.

~Tijdens installatie-, onderhouds- enherstellingswerken moet het gaskook-vlak van het gasnet en het elektriciteits-net losgekoppeld zijn. Het toestel is passtroomloos als aan een van deze voor-waarden is voldaan:–De zekeringen in uw zekeringkastzijn uitgeschakeld.–De schroefzekeringen in uwzekeringkast zijn helemaal uitge-draaid.–De stekker is uit het stopcontact ge-trokken.Trek bij toestellen met stekker nietaan de kabel maar aan de stekkerom het toestel los te koppelen vanhet elektriciteitsnet.~Laat u het gaskookvlak tijdens degarantieperiode herstellen, dan magdat enkel gebeuren door een technicusdie door Miele erkend is. Anders is erbij schade achteraf geen aanspraakmeer op garantie.~Defecte onderdelen mogen enkelworden vervangen door origineleMiele-wisselstukken.

Enkel dan bent uzeker dat ze ten volle voldoen aan deeisen die Miele qua veiligheid stelt.~Als de aansluitkabel beschadigd is,moet deze worden vervangen door eenspeciale aansluitkabel van het typeH 05 VV-F (PVC-isolatie). Deze kabel isverkrijgbaar bij de fabrikant of via deService After Sales.~Gebruik uit veiligheidsoverwegingengeen stopcontactenblokken ofverlengkabels om het gaskookvlak ophet elektriciteitsnet aan te sluiten. Diebieden niet voldoende veiligheidsga-ranties. Er bestaat onder andere gevaarvoor oververhitting.~Als het gaskookvlak defect is, mag uhet niet in gebruik nemen en dient u hettoestel direct uit te schakelen. Ontkop-pel het kookvlak van het elektriciteitsneten het gasnet. Neem contact op met dedienst Herstellingen aan huis van Miele.Opmerkingen omtrent uw veiligheid12

Veilig gebruik~Het gaskookvlak wordt heet wan-neer het in gebruik is en dat blijft hetook nog enige tijd na het uitschakelen. Let erop dat u het toestel niet aanraaktzolang het nog warm kan zijn. ~Zorg dat op een ontstoken branderaltijd kookgerei staat. Door de te sterkehitte van de vlammen kan een erbovengeplaatste dampkap schade oplopenof vlam vatten. ~Laat het gaskookvlak niet zondertoezicht achter terwijl het in werking is. Door oververhitting kunnen olie en vetin brand vliegen en kan vervolgens hettoestel in brand vliegen. ~Als heet vet of hete olie in brandvliegt, probeer het vuur dan niet metwater te blussen. Doe het vuur stikken,bijv. met een deken, een vochtige vaat-doek of iets in die aard. ~Gebruik het gaskookvlak niet om hetvertrek te verwarmen. Door de hogetemperaturen bestaat er brandgevaarvoor licht ontvlambare voorwerpen inde omgeving van het toestel.

Boven-dien vermindert hierdoor de levensduurvan het toestel. ~Bescherm uw handen telkens als umet het hete gaskookvlak omgaat. Maak gebruik van ovenwanten, pan-nenlappen of iets dergelijks. Zorg datdeze niet te dicht bij de vlammenkomen. Gebruik dus geen al te grotepannenlappen, theedoeken of iets der-gelijks. De pannenlappen mogen niet nat ofvochtig zijn. Anders wordt de warmtesterker overgedragen en kunt u zichverbranden. ~Flambeer nooit gerechten onder eendampkap. De ventilator zuigt de vlam-men aan zodat de dampkap in brandkan vliegen. ~Gebruik het gaskookvlak niet om ervoorwerpen op neer te leggen. Wanneer u het toestel per ongeluk in-schakelt of wanneer het nog warm isvan een kookproces, bestaat het risicodat het materiaal van de voorwerpenverhit. U kunt zich daaraan verbranden. Het materiaal zelf kan ook smelten ofvlam vatten.

~Verwarm geen gesloten recipiënten,bijv. conservenblikjes, met dit toestel. Door de resulterende overdruk kunnende recipiënten of blikjes uiteenspatten. Er is dan risico op verbrandingen enander lichamelijk letsel. ~Ontsteek een brander alleen wan-neer alle branderdelen op de juiste wij-ze in elkaar zijn gezet. ~Gebruik alleen kookgerei waarvande diameter niet groter of kleiner is dande in de tabel aangegeven afmetingen(zie rubriek "Kookgerei"). Als de bo-demdiameter te klein is, staat het kook-gerei niet stevig genoeg. Is debovendiameter te groot, dan worden dehete verbrandingsgassen te ver naarde zijkant gevoerd en kunnen het werk-blad, niet-hittebestendige wanden (bijv. met panelen) of onderdelen van hetgaskookvlak beschadigd raken. Voorschade die op deze wijze is ontstaan,kan Miele niet aansprakelijk worden ge-steld.

~Zorg dat de vlammen van de bran-der niet onder het kookgerei vandaankomen en aan de rand omhoogslaan. ~Gebruik geen kookgerei met een tedunne bodem. Verwarm nooit leegkookgerei tenzij de fabrikant van hetkookgerei deze toepassing uitdrukkelijktoelaat. Als u hiermee geen rekeninghoudt, kan het gaskookvlak schade op-lopen. ~Het toestel mag nooit zonder hetmeegeleverde rooster worden gebruikt. U mag het kookgerei niet rechtstreeksop de brander plaatsen. ~Bewaar geen licht ontvlambarevoorwerpen in de buurt van het gas-kookvlak. ~Verwijder vetspatten en anderebrandbare etensresten zo snel mogelijkvan het gaskookvlak. Anders bestaat erbrandgevaar. ~Plaats de roosters verticaal op hettoestel, zodat er geen krassen kunnenontstaan. ~Bij gebruik van een gaskookvlakontstaan warmte en vocht. Zorg daar-om voor een goede verluchting van deruimte waar het toestel staat opgesteld.

~Als u het gaskookvlak lang en inten-sief gebruikt, is het aan te raden deruimte extra te ventileren, bijvoorbeelddoor een buitenraam te openen of doorde dampkap op een hoge stand in teschakelen. ~Wanneer u een elektrisch toestel,bijv. een handmixer, gebruikt in debuurt van het gaskookvlak, zorgt u er-voor dat de aansluitkabel niet met hethete gaskookvlak in contact komt. Deisolatie van de kabel kan beschadigdraken. Er bestaat gevaar voor elek-trische schokken. Opmerkingen omtrent uw veiligheid14.

~Als er onder het gaskookvlak eenlade is aangebracht, mag u daaringeen spuitbussen, licht ontvlambarevloeistoffen of andere brandbare voor-werpen bewaren. Is die lade met eenbestekinzet uitgerust, dan dient die ver-vaardigd te zijn van materiaal dat tegenhitte bestand is.~Zorg ervoor dat gerechten altijd vol-doende worden verwarmd. Kiemen dieeventueel in de gerechten aanwezigzijn, worden alleen gedood als de tem-peratuur waaraan ze worden blootge-steld hoog genoeg is en die lang ge-noeg wordt aangehouden.~Voorkom dat er zouthoudende ge-rechten of vloeistoffen op het gaskook-vlak terechtkomen.

Gebeurt dat toch,dan moet u het toestel meteen grondigreinigen om corrosie te voorkomen.~Als het gaskookvlak is ingebouwdachter een meubeldeur, mag het alleenworden gebruikt wanneer de meubel-deur is geopend.De meubeldeur mag pas worden geslo-ten wanneer het toestel uitgeschakeldis en de streepjes voor resterendewarmte verdwenen zijn.~Als het gaskookvlak gedurende eenongebruikelijk lange tijd niet is gebruikt,is het aan te bevelen het toestelgrondig te reinigen voordat u het weerin gebruik neemt. Laat in dat geval zonodig door een vakman of vakvrouwcontroleren of het toestel nog correctwerkt.~Het gaskookvlak mag niet in deopen lucht worden opgesteld en ge-bruikt.Miele is niet aansprakelijk voor scha-de die ontstaan is doordat deze vei-ligheidsrichtlijnen niet in acht wer-den genomen.Opmerkingen omtrent uw veiligheid15

Recycleerbare verpakkingDe verpakking behoedt het toestel voortransportschade. Er werd voor milieu-vriendelijk en recycleerbaar verpak-kingsmateriaal gekozen.Het recycleren van het verpakkingsma-teriaal vermindert de afvalproductie enhet gebruik van grondstoffen. Uw han-delaar neemt de verpakking terug.Het afdanken van het apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten vaak nog waardevollematerialen. Ze bevatten echter ookschadelijke stoffen die voor het functio-neren en de veiligheid van het apparaatnodig waren. Als u het apparaat bij hetgewone afval doet of bij verkeerde be-handeling kunnen deze stoffen schade-lijk zijn voor de gezondheid en hetmilieu. Verwijder het afgedankte appa-raat dan ook nooit met het gewone af-val.Bij de aankoop van uw nieuw toestelheeft u een bijdrage betaald. Die wordtvolledig gebruikt voor de toekomstigerecyclage van dat toestel.

Dat bevattrouwens nog waardevol materiaal.Door te recycleren wordt er dan ookminder verspild en vervuild.Als u vragen heeft omtrent het af-danken van uw oud toestel, neem dancontact op met–de handelaar bij wie u het kochtof–de firma Recupel,telefoon 02 706 86 10,website: www.recupel.beof–uw gemeentebestuur als u uw toestelnaar een containerpark brengt.Zorg er ook voor dat het toestel intus-sen kindveilig wordt bewaard voor u hetlaat wegbrengen.Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu16

Kleef het typeplaatje dat bij de docu-mentatie bijgevoegd is op de daarvoorbestemde plaats in de rubriek "Type-plaatje".Eerste reiniging^Verwijder eventuele beschermfolies.^Reinig de afneembare delen van debrander met een sponsdoek, wathandafwasmiddel en warm water.Wrijf de delen vervolgens droog enzet de brander weer in elkaar (zie ru-briek "Reiniging en onderhoud").^ Ga met een vochtige doek over hetroestvrijstalen oppervlak en wrijf hetvervolgens droog.De metalen delen van het toestel zijnvoorzien van een speciaal bescherm-laagje. Daarom is er een tijdelijkegeurvorming als het toestel voor heteerst gebruikt.Die geurtjes en de eventuele damptrekken gauw weg. Deze verschijnse-len wijzen niet op een verkeerde aan-sluiting noch op een defect aan hettoestel.Vóór het eerste gebruik17

Als dit niet lukt,wordt de gastoevoer automatisch af-gesloten (zie rubriek "Veiligheidsuit-schakeling").Inschakelen, regelen,uitschakelenMet de bedieningsknop ontsteekt u debrander en regelt u de sterkte van devlam.ß de gastoevoer is afgesloten& grootste vlambuitenste en binnenste vlammenringin een hoge stand& (2x) grote vlambuitenste vlammenring in een lagestand, binnenste in een hoge stand& kleine vlambuitenste vlammenring uit,binnenste vlammenring in een hogestand/ kleinste vlambuitenste vlammenring uit,binnenste vlammenring in een lagestandDe brander mag enkel worden inge-schakeld door de bedieningsknop inte drukken en naar links te draaien,en uitgeschakeld door naar rechts tedraaien.

De buitenste vlammenringmag enkel worden in-/uitgeschakelddoor de bedieningsknop in te druk-ken en te draaien.Delen van het toestel kunnen be-schadigd raken als u:- de brander inschakelt zonderde knop in te drukken,- de brander inschakelt doorde knop naar rechts te draaien,- de buitenste vlammenringin-/uitschakelt zonderop de knop te drukken,- de brander uitschakelt door deknop naar links te draaien.Voor schade die op deze wijze isontstaan, kan de fabrikant niet aan-sprakelijk worden gesteld.Bediening18

Inschakelen^Ontsteek de brander door de betref-fende bedieningsknop in te drukkenen naar links op het grootste vlam-symbool te draaien. De ontstekings-elektrode maakt een klikkend geluiden ontsteekt het gas.Als u de bedieningsknop bedient,wordt automatisch op allegaskookzones een vonk afgegeven.Dit is normaal en wijst niet op een de-fect.Als de brander niet wordt ontstoken,draait u de bedieningsknop op "ß".Verlucht de ruimte of wacht minstens1 minuut voor u een tweede keerprobeert om de brander te ontsteken.Als de brander ook deze keer nietwordt ontstoken, draait u de bedie-ningsknop op "ß" en raadpleegt u derubriek "Wat gedaan als ...".Het is mogelijk dat tijdens het inscha-kelen de brander kort wordtherontstoken (1 tot 2 keer klikkend ge-luid) als de vlam aan het thermischeelement kort dooft of het thermischeelement nog niet voldoende warm is(bijv.

bij tocht).RegelenRegel de vlam zodanig dat deze ingeen geval boven het kookgerei uit-steekt. Omdat de vlam aan de buiten-kant heter is dan in de kern moeten depunten van de vlam onder de bodemvan het kookgerei blijven. De warmtewordt anders aan de lucht afgegeven.Bovendien kunnen de handvaten vanhet kookgerei beschadigd raken enneemt de kans op verbrandingen toe.^ Om van een grote naar een kleinevlam te gaan, draait u de bedienings-knop in tegenwijzerzin tot aan debarrière ter hoogte van a.Druk de bedieningsknop in, draaideze over de barrière heen en laatde knop los. U kunt nu het gewenstevermogen instellen.^Om van een kleine naar een grotevlam te gaan, draait u de bedienings-knop in wijzerzin tot aan de barrièreter hoogte van b. Druk de bedie-ningsknop in, draai deze over debarrière heen en laat de knop los.

Ukunt nu het gewenste vermogen in-stellen.Uitschakelen^Draai de bedieningsknop naar rechtsop "ß".De gastoevoer wordt afgesloten en devlam wordt gedoofd.Bediening19

Controlelampjes "in werking" /"resterende warmte"Na het inschakelen van de brandergaat het controlelampje "in werking"aan. Na enige tijd gaat ook het con-trolelampje "resterende warmte" aan.Na het uitschakelen van de brandergaat eerst alleen het controlelampje "inwerking" uit. Het controlelampje "reste-rende warmte" gaat uit zodra het gas-kookvlak zonder gevaar kan wordenaangeraakt.Raak het gaskookvlak niet aan zo-lang het controlelampje "resterendewarmte" brandt. Leg op het gas-kookvlak ook geen voorwerpen diegeen hitte kunnen verdragen. Ge-vaar voor brandwonden en brand!Als de controlelampjes knipperen, wijstdit op een foutmelding. Zie rubriek "Watgedaan als...".Bediening20

Minimale bodemdiameterPannen / kookpotten = 15 cmMaximale bovendiameterPannen / kookpotten = 28 cm–Kies liever brede, lage kookpottendan smalle, hoge kookpotten. Zewarmen immers sneller op.– Gebruik bij voorkeur kookgerei meteen dikke bodem, omdat de warmtehierdoor goed wordt verdeeld. Als debodem te dun is, kan het voedsel opbepaalde plaatsen oververhit raken.Roer daarom in dat gevalregelmatiger om.– Voor gas is geen speciaal kookgereinodig. Het materiaal moet alleen hit-tebestendig zijn.–Hou er bij het aankopen vankookpotten en pannen rekening meedat meestal niet de bodemdiametermaar de bovendiameter wordt aan-gegeven.–Kook bij voorkeur met een deksel opde kookpot of pan. Zo vermijdt u dater nodeloos warmte ontsnapt.–Plaats het kookgerei altijd op hetmeegeleverde rooster.

U mag hetkookgerei niet rechtstreeks op debrander plaatsen.–Zorg ervoor dat het kookgerei stevigop het rooster staat, zodat het nietkan omkantelen. Hou er rekeningmee dat het kookgerei altijd wat kanwankelen, zelfs als het goed is ge-plaatst.–Gebruik alleen kookgerei waarvan dediameter niet groter of kleiner is danis aangegeven. Als de bodemdiame-ter te klein is, staat het kookgerei nietstevig genoeg. Is de bovendiameterte groot, dan worden de hete ver-brandingsgassen te ver naar de zij-kant gevoerd en kunnen het werk-blad, niet-hittebestendige wanden(bijv. met panelen) of onderdelen vanhet gaskookvlak beschadigd raken.Voor schade die op deze wijze isontstaan, kan de fabrikant niet aan-sprakelijk worden gesteld.Kookgerei21

WokringGebruik de bijgeleverde wokring voorextra stabiliteit van het kookgerei. Dezeis vooral geschikt voor wokken met eenronde bodem.Zorg ervoor dat de wokring juist ge-plaatst is, zodat deze vast zit. Zie af-beelding.De wok vormt een buitenbeentje onderhet kookgerei. De wok heeft een kleinebodemdiameter en een grotebovendiameter (meestal 35-40 cm).Kleine ringGebruik de bijgeleverde kleine ringvoor klein kookgerei. Op deze manierstaat het kookgerei stevig op het gas-kookvlak en kan het niet kantelen.Kookgerei22

Thermo-elektrische vlambeveiligingUw gaskookvlak is voorzien van eenthermo-elektrische vlambeveiliging.Deze zorgt ervoor dat de gastoevoerwordt afgesloten wanneer de gasvlamuitgaat, bijvoorbeeld omdat dezeuitwaait of omdat een gerecht over-kookt, en wanneer de brander vervol-gens zonder succes weer wordt ontsto-ken. Op deze manier wordt voorkomendat er verder gas naar buiten stroomt.^Om de gaskookzone weer in gebruikte nemen, draait u de bedienings-knop naar rechts op "ß". Schakel debrander vervolgens op de normalemanier weer in.VeiligheidsuitschakelingWanneer een kookzone gedurende eenongewoon lange tijd wordt verwarmd(ca. 4 uur), wordt deze automatisch uit-geschakeld.Om de gaskookzone weer in gebruik tenemen, draait u de bedieningsknopnaar rechts op "ß". Schakel de brandervervolgens op de normale manier weerin.Veiligheidssystemen23

Algemene tips,Gebruik in geen geval eenstoomreiniger om het toestel te reini-gen. De stoom kan opstroomvoerende onderdelen terecht-komen en een kortsluiting veroorza-ken.Reinig het hele toestel na elk gebruik.Laat het toestel eerst afkoelen.Wrijf het toestel na elke vochtige reini-ging droog. Zo voorkomt u kalkafzet-ting.Als de inhoud van pannen ofkookpotten overloopt op het hete toe-stel, kan dit tot verkleuringen leiden opde branderdelen en het roestvrijstalenoppervlak van het kookvlak.

Verwijdervuil dus onmiddellijk!Om schade aan de oppervlakken tevoorkomen, mogen de volgende mid-delen niet worden gebruikt om de op-pervlakken te reinigen:–reinigingsmiddelen die soda, alkali,ammoniak, zuur of chloor bevatten,–kalkoplossende reinigingsmiddelen,–vlek- en roestverwijderaars,–schurende reinigingsproducten, zo-als schuurpoeder, schuurmelk,poetsstenen,–reinigingsmiddelen met oplosmiddel,– reinigingsmiddelen voor de afwasau-tomaat,– grill- en ovensprays,– glasreinigers,– schurende harde borstels en spons-jes (bijv. schuursponsjes), of ge-bruikte sponsjes die nog resten vaneen schuurmiddel bevatten,–scherpe voorwerpen(om te vermijden dat de dichtingentussen het frame en het werkblad be-schadigd raken).Reiniging en onderhoud24

Roestvrijstalen bladReinig het roestvrijstalen blad met eensponsdoek, een beetje handafwasmid-del en warm water. Hardnekkig vuil laatu eerst inweken.Wrijf daarna alles droog met een zachtedoek.Indien nodig kunt u het reinigingsmid-del voor glaskeramiek en roestvrij staalgebruiken (zie rubriek "Mits toeslag ver-krijgbaar toebehoren"). Zorg ervoor datu met het middel uitsluitend de slijprich-ting (de richting van de ribbels) volgt.Om te voorkomen dat het roestvrij staalsnel weer vuil wordt, raden we een on-derhoudsmiddel voor roestvrij staal aan(zie rubriek "Mits toeslag verkrijgbaartoebehoren").Breng dit middel met een zachte doekgelijkmatig en spaarzaam aan.Bedrukking (vlamsymbolen)De bedrukking kan beschadigd ra-ken wanneer vuil er lang op inwerkt,bijv. als u eten of vloeistoffen metkeukenzout of olijfolie morst.

Verwij-der vuil dus onmiddellijk!Gebruik geen reinigingsmiddel voorroestvrij staal voor het deel met debedrukking. U zou de bedrukking af-schuren.Rooster, bedieningsknopReinig het rooster nooit in de afwas-automaat!Verwijder het rooster. Reinig het roosteren de bedieningsknop met een spons-doek, een beetje handafwasmiddel enwarm water. Hardnekkig vuil laat ueerst inweken.Wrijf alles na afloop met een schonedoek droog.Reiniging en onderhoud25

BranderReinig de branderdelen nooit in deafwasautomaat!Verwijder de afneembare branderdelenen reinig die met een sponsdoek, eenbeetje handafwasmiddel en warm wa-ter.Reinig de niet-afneembare branderde-len vervolgens met een vochtige doek.Reinig de ontstekingselektrode en hetthermische element voorzichtig met eengoed uitgewrongen vochtige doek.De ontstekingselektrode mag niet natworden.

Anders kan er geen vonkworden afgegeven.Wrijf alles na afloop met een schonedoek droog.Zorg dat ook de gleuven in de brandergoed droog zijn.Het oppervlak van de twee brander-doppen wordt met de tijd iets matter.Dit is normaal en heeft verder geengevolgen voor het gebruik van hetgaskookvlak.Brander in elkaar zettenNa de reiniging dient u de branderde-len in de juiste volgorde weer in elkaarte zetten.^Plaats de branderkop j zodanig opde brandervoet m dat de ontste-kingselektrode l en het thermischeelement k door de gleuven van debranderkop heen steken. De bran-derkop moet goed op de brander-voet liggen.^Plaats de branderring i.^Plaats de branderdoppen g en h.Reiniging en onderhoud26

,Herstellingen aan elektrische engastoestellen mogen alleen doorvakmensen worden uitgevoerd.Door ondeskundig uitgevoerde her-stellingen kunnen er niet te onder-schatten risico's voor de gebruikerontstaan.Wat gedaan als ...... de brander niet ontsteekt wanneeru het toestel voor de eerste keer ge-bruikt of wanneer u het lange tijd niethebt gebruikt?Mogelijk bevindt er zich lucht in de gas-leiding. Herhaal het ontstekingsprocesindien nodig meerdere keren.... de controlelampjes "in werking" en"resterende warmte" tegelijkertijdknipperen?Na een stroomonderbreking knipperende controlelampjes!Draai alle bedieningsknoppen naarrechts op "ß". Daarna kunt u het toestelweer gewoon bedienen.... het controlelampje "in werking"knippert?Er is geen gastoevoer!Draai alle bedieningsknoppen naarrechts op "ß".

Daarna kunt u het toestelweer gewoon bedienen.Is het probleem nog altijd niet verhol-pen, dan ontkoppelt u het toestel en-kele seconden van het elektriciteitsnet.... de brander na meerdere pogingenniet kan worden aangestoken?Ontkoppel het toestel enkele secondenvan het elektriciteitsnet. Is het probleemnog altijd niet verholpen, dan con-troleert u of–de brander juist in elkaar is gezet.–de gaskraan geopend is.–de brander schoon en droog is.–de gleuven in de brander schoon endroog zijn.... de gasvlam na het ontsteken weeruitgaat?De vlammen moeten in contact komenmet het thermische element.Komen de vlammen niet in contact methet thermische element, controleer danof– de branderdelen juist zijn geplaatst.– er zich vuil bij het thermische ele-ment bevindt. Verwijder dit voorzich-tig (volg de instructies van de rubriek"Reiniging en onderhoud")....

.... de elektrischeontstekingsinrichting van een bran-der niet meer functioneert?Controleer of–de zekering op uw elektrische instal-latie gesprongen is. Neem eventueelcontact op met een elektricien of dedienst Herstellingen aan huis vanMiele.–er zich etensresten tussen de elek-trische ontstekingselektrode en debranderdop bevinden.Verwijder deze voorzichtig (volg deinstructies van de rubriek "Reinigingen onderhoud").– er zich etensresten bij het thermischeelement bevinden.Verwijder deze voorzichtig (volg deinstructies van de rubriek "Reinigingen onderhoud").Als de vlam uitgaat doordat de in-houd van een pan of kookpot over-loopt, is het mogelijk dat u het gas-kookvlak om veiligheidsredenen ge-durende ongeveer 5 minuten nietkunt inschakelen.Wat gedaan als ...28

Het Miele-assortiment omvat reinigings- en onderhoudsmid-delen die op uw toestel zijn afgestemd.U kunt deze producten via het internet bestellen.U kunt ze ook verkrijgen via de Technische Dienst van Miele(zie omslag) of bij uw Miele-handelaar.Reinigingsmiddel voor glaskeramiek en roestvrij staal (250 ml)Verwijdert sterke vervuiling, kalkvlekken en lichte verkleu-ringenOnderhoudsmiddel voor roestvrij staal (250 ml)Hiermee verwijdert u gemakkelijk waterstrepen, vlekken envingerafdrukken.Voorkomt dat het roestvrij staal snel weer vuil wordt.Multifunctionele microvezeldoekVerwijdert vingerafdrukken en lichte vervuilingMits toeslag verkrijgbaar toebehoren29

Om schade aan het toestel te ver-mijden, mag u het pas inbouwen na-dat de wandkasten en de wasem-kap zijn gemonteerd.~De ruimte waar het toestel wordt ge-plaatst moet een grootte hebben vanminimaal 20 m3en voorzien zijn vaneen deur of buitenraam.~De lijsten en randen van het werk-blad moeten met een hittebestendigelijm (100 °C) zijn bevestigd, zodat zeniet loskomen of vervormen.Ook de wandafdichtstrips moeten hitte-bestendig zijn.~Als u dit toestel niet op een vasteplaats installeert, bijv. op een schip,laat dit karwei dan enkel uitvoeren doorvakmensen. Die moeten ervoor zorgendat u het toestel veilig kunt gebruiken.~Vanwege het risico op overslaandevlammen mag een gaskookvlak niet di-rect naast een friteuse worden inge-bouwd.

Tussen de genoemde toestel-len dient een afstand van minstens 288mm te worden aangehouden.~Kookvlakken mogen niet worden in-gebouwd boven koeltoestellen, afwas-automaten, wasautomaten en droogau-tomaten.~Inbouw boven een Miele-oven ismogelijk. Daarbij wordt uitgegaan vaneen werkbladhoogte van minstens40 mm.~De gasslang en het aansluitsnoermogen niet in aanraking komen met on-derdelen van het toestel die bij gebruikwarm worden. Anders kunnen de gas-slang en het aansluitsnoer beschadigdraken.~Het aansluitsnoer en een flexibelegasaansluiting moeten zodanig aange-bracht zijn dat deze niet in contactkomen met beweegbare delen van dekeukenelementen (bijv. een lade) endat deze niet blootgesteld zijn aan me-chanische belastingen.~Is er onder het toestel een lade aan-gebracht? Bewaar daarin dan geenlicht ontvlambare vloeistoffen of brand-bare voorwerpen zoals spuitbussen.

Veilige afstand naar boven toeHou tussen het toestel en een wasem-kap erboven de veiligheidsafstand aandie door de fabrikant wordt opgegeven.Is er geen afstand vermeld, bijv. bij eenrekje, dan dient deze afstand voor lichtontvlambaar materiaal minstens760 mm te bedragen.Bij inbouw van verschillende toestellen,bijv. een wokbrander en een elektrischkookvlak, naast elkaar onder een wa-semkap, neemt u de grootste afstanddie vermeld is in de montagehandlei-ding of gebruiksaanwijzing.Opmerkingen omtrent uw veiligheid bij inbouw31

Veilige afstand opzijBij inbouw van een gaskookvlak mogener zich aan een van de zijkanten en aande achterzijde kasten of wanden vangelijk welke hoogte bevinden. Aan deandere zijkant mag er evenwel geentoestel of meubel hoger zijn dan hetgaskookvlak. Zie afbeeldingen.Een kookvlak straalt hoge temperaturenaf. Daarom is tussen de uitsparing inhet werkblad en de achterwand eenveiligheidsafstand van minstens50 mm nodig.Tussen de uitsparing in het werkbladen de meubels errond (bijv. een kolom-kast rechts of links) is de veiligheidsaf-stand a40 mm bij CS 1212CS 1221CS 1234CS 122350 mm bij CS 1112CS 1122CS 1134CS 1326CS 1411100 mm bij CS 1012150 mm bij CS 1421CS 1312CS 1322200 mm bij CS 1034250 mm bij CS 1011CS 1021in acht te nemen.Zeker aan te bevelen!Niet aan te bevelen!Niet toegestaan!Opmerkingen omtrent uw veiligheid bij inbouw32

Veiligheidsafstand tot nisbekledingAls de nis bekleed is, moet een minimumafstand in acht worden genomen tussende uitsparing in het werkblad en de bekleding. Hoge temperaturen kunnen im-mers het bekledingsmateriaal vervormen of beschadigen.Als de bekleding vervaardigd is uit brandbaar materiaal (bijv. hout) moet de af-stand e tussen de uitsparing in het werkblad en de nisbekleding ten minste50 mm bedragen.Als de bekleding vervaardigd is uit niet-brandbaar materiaal (bijv.

^Maak voor een of meerdere toestel-len een uitsparing in het werkblad(zoals op de maatschets).Hou rekening met de minimumaf-stand tot de achterzijde en tot eenzijwand rechts of links.Zie rubriek "Opmerkingen omtrent uwveiligheid tijdens het inbouwen".^Bescherm het zaagpatroon bij houtenwerkbladen met speciale lak,siliconenrubber of giethars om op-zwellen door vocht te verhinderen.De gebruikte materialen moeten hitte-bestendig zijn.Mocht bij het inbouwen worden vast-gesteld dat de omranding in dehoeken niet precies op het werkbladligt, dan kan de hoek ß R4 met dedecoupeerzaag voorzichtig wordenbijgewerkt.Het werkblad voorbereiden36

Wanneer meer dan een toestel wordt ingebouwd, moet tussen de afzonderlijketoestellen telkens een tussenlijst b worden gemonteerd.Zie rubriek "Klemveren en tussenlijsten bevestigen".Uitsparing in het werkblad- twee toestellenBij het inbouwen van twee toestellen isde breedte van de uitsparing in hetwerkblad D af te leiden uit afmetingenAenC.Uitsparing in het werkblad- drie toestellenBij het inbouwen van drie toestellen isde breedte van de uitsparing in hetwerkblad D af te leiden uit afmetingenA,BenC.A = toestelbreedte (288 mm of 380 mm of 576 mm) min8mmB = toestelbreedte (288 mm of 380 mm of 576 mm)C = toestelbreedte (288 mm of 380 mm of 576 mm) min8mmD = breedte van de uitsparing in het werkbladBij het inbouwen van meer dan drietoestellen moet voor elk nieuw toe-stel bij de afmetingen A en B en C decorrecte toestelbreedte B (288 mm of380 mm of 576 mm) worden opge-teld.Inbouw van meerdere toestellen37

Monteren^Voer de aansluitkabel van het toestelnaar onderen door de uitsparing inhet werkblad.^Plaats het toestel. Plaats hierbij devoorkant eerst in de uitsparing in hetwerkblad.^Duw het toestel gelijkmatig met beidehanden omlaag. U dient een klik tehoren. Let erop dat de dichting vanhet toestel op het werkblad ligt. Enkeldan bent u zeker dat de inbouwlangs alle zijden goed dicht is. Ge-bruik geen voegdichtingsmiddel!Als meerdere toestellen worden inge-bouwd, moet in de tussenlijst een dich-tingsprofiel worden geplaatst.^ Schuif het ingebouwde toestel opzijtot de langwerpige gaten van de tus-senlijst te zien zijn.^Plaats het dichtingsprofiel d in delangwerpige gaten van de tussenlijstb.^Plaats het volgende toestel.

Plaatshierbij de voorkant eerst in de uitspa-ring in het werkblad.^Sluit het toestel/de toestellen aan ophet elektriciteitsnet (zie "Elektrischeaansluiting").^Ga na of het toestel/de toestellen cor-rect werkt/werken.DemonterenAls het toestel langs onderen toegan-kelijk is, kunt u van onderen afomhoogdrukken. Druk eerst de achter-kant omhoog.Als het toestel niet langs onderen toe-gankelijk is, neemt u het toestel metbeide handen aan de achterkant vasten trekt u het naar voren. Vervolgenstrekt u het toestel er naar boven toe uit.Toestel monteren / demonteren42

Er mag in geen geval dichtingskit te-recht komen tussen enerzijds deomranding van het bovenste deelvan het toestel en anderzijds hetwerkblad!Anders wordt het moeilijker om hettoestel bij onderhouds- enreparatiewerken te demonteren. Deomranding en het werkblad kunnendan schade oplopen.De dichtingsstrook onder de rand vanhet bovenste deel van het toestel zorgtreeds voor voldoende afdichting methet werkblad.Betegeld werkbladDe voegen a en het aangeduide deelonder het draagvlak van het toestelmoeten vlak en effen zijn, zodat hetframe er gelijkmatig op ligt en de dich-tingsstrook onder de rand van het bo-venste deel van het toestel voldoendeafdichting ten opzichte van het werk-blad garandeert.Algemene inbouwaanwijzingen43

Het is aan te bevelen het toestel via eenstekker aan te sluiten op het elektrici-teitsnet. Daardoor worden onderhouds-en herstelwerken eenvoudiger.Zorg ervoor dat het stopcontact na deinbouw van uw toestel nog vlot toegan-kelijk blijft.Als de aansluiting niet via een stopcon-tact gebeurt, dient u de aansluiting telaten uitvoeren door een elektricien, diegoed op de hoogte is van de nationalevoorschriften en aanvullende voor-schriften van het lokale energiebedrijf,en deze voorschriften nauwkeurig op-volgt.Is het stopcontact voor de gebruikerniet meer toegankelijk of is er een vasteaansluiting voorzien, dan moet die voorelke fase met een stroomonderbrekeruitgerust zijn. Als stroomonderbrekerskunnen schakelaars worden gebruiktmet een contactopening van minstens3 mm.

Bijvoorbeeld automatischeuitschakelaars, zekeringen en contact-sluiters.Als het aansluitsnoer beschadigd is,moet het door een speciaal aansluit-snoer van het type H 05 VV-F(pvc-isolatie) worden vervangen. Ditsnoer is verkrijgbaar bij de fabrikant ofde Technische Dienst van Miele.De vereiste aansluitgegevens vindt uop het typeplaatje. De informatie moetovereenkomen met de gegevens vanhet net.De fabrikant wijst erop dat hij geenaansprakelijkheid aanvaart voor(on)rechtstreekse schade dievoortvloeit uit een ondeskundige in-bouw of verkeerde aansluiting.De fabrikant is niet aansprakelijkvoor schade die werd veroorzaaktdoordat de aardleiding onderbrokenwas of gewoon ontbrak.

Er zijn elek-trische schokken mogelijk.Na de montage moet de aarding ge-controleerd worden!Totaal vermogenzie typeplaatjeAansluiting en beveiligingAC230V/50HzOverstroombeveiliging 10 AOnderbrekingskarakteristiek type B ofCVerliesstroomschakelaarOm de veiligheid te verhogen, verdienthet aanbeveling een verliesstroomscha-kelaar met een uitschakelstroom van30 mA voor het toestel te schakelen.Elektrische aansluiting44

Van het net loskoppelenAls het stroomcircuit van het toestel vanhet net dient losgekoppeld te worden,gaat u afhankelijk van de installatie alsvolgt te werk:–SmeltzekeringenDe inzetstukken helemaal uit deschroefkappen nemen. of:–Automatische schroefzekeringenDe testknop (rood) indrukken tot demiddelste knop (zwart) terugspringt.of:–Automatische zekeringen(inbouwtype)(beveiligingsschakelaar, min.type B of C !):De hendel van 1 (aan) op 0 (uit)zetten of:– FI-veiligheidsschakelaars(verliesstroomschakelaars)De hoofdschakelaar van 1 (aan) op 0(uit) schakelen of de proeftoets be-dienen.Het net moet na het loskoppelen be-veiligd worden tegen opnieuw in-schakelen.Aansluitsnoer vervangenBij het vervangen van het aansluitsnoermag alleen een speciaal aansluitsnoervan het type H 05 VV-F (PVC-isolatie)worden gebruikt.

Dit snoer is verkrijg-baar bij de fabrikant of de TechnischeDienst van Miele.Het snoer mag enkel wordenvervangen door de fabrikant van hettoestel, een door hem erkende klanten-dienst of een elektricien. De vereisteaansluitgegevens vindt u op het type-plaatje.Elektrische aansluiting45

,De aansluiting op gas of hetaanpassen aan een andere gassoortmag uitsluitend worden uitgevoerddoor een installateur die erkend isdoor het plaatselijke gasbedrijf. Deinstallateur is verantwoordelijk vooreen perfecte werking op de plekwaar het toestel wordt geplaatst.De gasaansluiting moet zodanig zijngeplaatst dat men het toestel binnenof buiten het keukenmeubel kanaansluiten. De gaskraan moet zicht-baar en toegankelijk zijn, eventueelna het openen van de deur van hetkeukenmeubel.Vraag aan het plaatselijke gasbedrijfwelke gassoort u hebt en vergelijkdit met de gegevens op het type-plaatje.Dit toestel mag niet op een afvoerlei-ding voor verbrandingsgassen wor-den aangesloten. Het moet volgensde geldende voorschriften en richt-lijnen worden opgesteld en aange-sloten.

De ruimte waarin het toestelwordt opgesteld moet voldoendeworden verlucht.Het gaskookvlak moet volgens degeldende voorschriften en richtlijnenop het gasnet worden aangesloten.Bij de gasaansluiting moeten ook despeciale voorschriften van hetplaatselijke gasbedrijf en die van debouwtoezichtsinstanties in acht wor-den genomen.De gasaansluiting moet zodanig zijnaangebracht dat deze niet wordt be-schadigd door de hitte die het toe-stel afgeeft als het aan staat.Met name de gasleidingen en deaansluitarmaturen mogen niet inaanraking komen met hete verbran-dingsgassen.De gasslang en het aansluitsnoermogen niet in aanraking komen metonderdelen van het gaskookvlak diebij gebruik warm worden, omdat deslang en het snoer anders bescha-digd kunnen raken.Een flexibele aansluitleiding moetzodanig aangebracht zijn dat dezeniet in contact komt metbeweegbare delen van dekeukenelementen (bijv.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele CS 1011 G stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden