McLaren 750S Spider (2023) Handleiding

McLaren Auto 750S Spider (2023)

Bekijk gratis de handleiding van McLaren 750S Spider (2023) (334 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 23 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over McLaren 750S Spider (2023) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/334
Gebruikershandleiding

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: McLaren
Categorie: Auto
Model: 750S Spider (2023)

Handleiding McLaren 750S Spider (2023) – volledige tekst

DealernetwerkHet Authorised McLaren Retailer netwerk breidt zich voortdurend uit eneen volledige lijst met contactgegevens vindt u op:www.retailers.mclaren.comBel in geval van nood uw lokale telefoonnummer voor noodgevallen.Neem voor niet-urgente hulp contact op met de dichtstbijzijndeAuthorised McLaren Retailer.Contactgegevens voor McLaren Client Services vindt u op:https://cars.mclaren.com/contact-usIn het onwaarschijnlijke geval dat u geen hulp kunt krijgen met behulpvan de juiste nummers in de lijst, kunt u het desbetreffende Europesehulpnummer bellen:Het hulpnummer van McLaren in Groot-Brittannië is gratis: 0800 9758285.Het nummer van McLaren Assistance in Europa is gratis: 00800 48864887.OPMERKING: Als het u niet lukt contact met ons op te nemenvia het gratis telefoonnummer terwijl u in Europa bent, kuntu het volgende nummer bellen: +33 472 172 519.Houd er rekening mee dat voor dit gesprek standaardkostengelden.Assistentie

InleidingLees, voordat u gaat rijden, deze informatie doorom vertrouwd te raken met uw McLaren en defuncties ervan. Dit biedt u de nodige informatievoor een optimaal profijt en plezier van uwMcLaren. In deze publicatie worden alle opties en functiesbeschreven die beschikbaar zijnvoordeMcLarenSuper-serie. Bepaaldebeschrijvingen,waaronderdie voor display- en menufuncties, zijn mogelijkniet van toepassing op uw auto vanwege eenafwijkende modelversie, landspecificaties,optionele uitrusting of de montage van doorMcLaren goedgekeurde accessoires. OPMERKING: De afbeeldingen in dezepublicatie geven mogelijk niet preciesuw unieke auto weer. De documenten die bij uw McLaren wordengeleverd, maken integraal deel uit van de auto. Zorg ervoor dat u deze aan de nieuwe eigenaardoorgeeft als u de auto verkoopt.

De informatie is verdeeld in specifiekehoofdstukken, zodat u de specifieke informatiedie u nodig hebt gemakkelijker kunt vinden:Voordat u gaat rijdenHierin worden de instellingen beschreven die uin de cockpit moet configureren om ervoor tezorgen dat u volledig voorbereid bent en veiligen gemakkelijk toegang hebt tot allebedieningselementen voordat u gaat rijden. BesturingselementenDit hoofdstuk bevat gedetailleerde informatieover de uitrusting en besturingselementen dieop uw McLaren zijn gemonteerd en hoe u dezebesturingselementen zo goed mogelijk kuntgebruiken tijdens een rit. InstrumentenDit gedeelte bevat informatie over deBestuurdersdisplay, inclusief navigeren doorhetmenu en details over de weergegeveninformatie. Centrale displayDit hoofdstuk bevat informatieover het McLarenInfotainment System (MIS), inclusief informatieover het bekijken en wijzigen van deinstellingenvan de auto.

Ook wordt er advies gegeven overhet gebruik van uw McLaren in winterseweersomstandigheden en in het geval dat uervoor kiest om metuw auto naar het buitenlandte rijden, wat u moet doen als er iets mis gaat enhoe u eventuele problemen aanpakt die zich alsgevolg daarvan voordoen. Informatie overzekeringen, lichten en wat te doen bij een lekkeband. Autogegevens en woordenlijstRaadpleeg dit hoofdstuk als u informatie nodighebt over de vloeistofspecificaties en -hoeveelheden die voor de verschillendesystemen op uw McLaren zijn vereist, of als uspecifieke gegevens nodig hebt met betrekkingtot uw McLaren of de prestaties ervan. 2Inhoud.

De beschikbaarheid vanopties kan van markt tot markt verschillen alsgevolg van lokale beperkingen en regelgeving.Sommige illustraties in deze toepassingen gevenmogelijk niet noodzakelijkerwijs de specificatiesof opties weer die beschikbaar zijn in uw lokalemarkt en kunnen optionele apparatuurweergeven.De specificaties in deze toepassingen zijnuitsluitend bedoeld ter informatie en McLarenAutomotive behoudt zich het recht voor omproductspecificaties te allen tijde te wijzigenzonder voorafgaande kennisgeving ofverplichting. Neem contact opmet uw McLaren-dealer voor volledige specificaties en informatieover standaard- en optionele apparatuur.Gedrukt in Groot-Brittannië, 28QA093CP.3Inhoud

Elektronische gebruikershandleidingUw auto is uitgerust met een elektronischegebruikershandleiding; het instructieboekje isbeschikbaar op het touchscreen van het centraleinfotainmentsysteem.Als u de handleiding wilt openen, veegt u omlaagop de statusbalk boven aan het McLarenInfotainment System (MIS)-scherm en raakt uvervolgens het pictogram van hetinstructieboekje aan.OPMERKING: Deze functie is niettoegankelijk wanneer de auto inbeweging is. De elektronischegebruikershandleiding is alleenbeschikbaar wanneer de auto stilstaat,om te voorkomen dat de bestuurderwordt afgeleid.Het pictogramHomewordtbovenenonderaan elke pagina weergegeven.

Deze symbolen zijn bedoeldom u onmiddellijk een visueel bericht te gevenover welk type informatie wordt weergegeven.WaarschuwingenEen waarschuwing vestigt uwaandacht op activiteiten die letselof de dood kunnen veroorzaken.OpmerkingOpmerkingen vestigen uwaandacht op activiteiten diemogelijke risico's voor uw McLarenbevatten, geven advies dat umogelijk nuttig vindt, of gevenaanvullende informatie over eenbepaald onderwerp.Milieu-informatieMilieu-informatie geeft u tips overhet minimaliseren van de invloeddie u en uw auto op het milieuhebben.4Inhoud

BedrijfsveiligheidWAARSCHUWING: De elektronischesystemen die op uw McLaren zijngemonteerd, werken met elkaarsamen. Knoeien met deze systemenkan storingen in andere onderlingverbonden systemen veroorzaken. Dergelijke fouten kunnen de veiligewerking van uw McLaren en uw eigenveiligheid ernstig in gevaar brengen. Extra werkzaamheden ofaanpassingen aan de auto die onjuistzijn uitgevoerd, kunnen ook debedrijfsveiligheid van de autobeïnvloeden. Gebruik van de autoNeem het volgende in acht bij het gebruik vanuw McLaren:•De veiligheidsopmerkingen in dezeinformatie•Verkeersregels en -voorschriftenWAARSCHUWING: Er zijnverschillende waarschuwingslabelsaan uw McLaren bevestigd. Deze zijnbedoeld om u en anderen bewust temaken van verschillende risico's. Verwijder geenwaarschuwingsstickers van de auto.

Als u deze waarschuwingslabelsverwijdert, is het mogelijk dat uzelfof anderen niet op de hoogte bent/zijn van gevaren die tot letsel kunnenleiden. BodemvrijheidWAARSCHUWING: Bij het naderen vansteile hellingen of dalingen kan deonderkant van de auto beschadigdraken. Rijd voorzichtig wanneer:•u stoepranden nadert;•u steile hellingen nadert;•u steile dalingen afgaat;•u over onverharde wegen rijdt;•u in gebieden rijdt waar verkeersremmendemaatregelen zijn toegepast;•u in een omgeving rijdt waar u plotselingewijzigingen in doorrijhoogte of verhogingenvan het wegdek aantreft, zoalsparkeerterreinen. Zie Voertuigafmetingen, pagina 7. 06. Rijden op racecircuitsVoor optimale prestaties enbetrouwbaarheid ishet belangrijkdataandevolgende voorwaardenwordt voldaan voordat u met uw auto op eenracecircuit gaat rijden:•De motorolie heeft de normalebedrijfstemperatuur.

OPMERKING: Rijd altijd binnen uwlimieten en de limieten van de auto. AfkoelenHet is raadzaam om de tijd te nemen voor hetlaten afkoelen van de auto tijdens het rijden opeen circuit. De hoge temperaturen die kunnenworden gegenereerd door de remmen en detransmissie kunnen de prestaties beïnvloeden. Neem de tijd om langzamer te rijden zonder hardte remmen of overmatig te schakelen. Zo wordtde auto gekoeld door de luchtstroom. Het is raadzaam om uw auto de tijd te geven omterug te keren naar de normalebedrijfstemperatuur voordat u het circuit verlaat. OPMERKING: Wanneer u de auto directna het rijden stopt, kunt u het beste hetcontact niet onmiddellijk uitschakelenof de handrem aantrekken. U kunt hetbeste de motor stationair laten draaienvoordat u het contact uitschakelt.

OPMERKING: Raadpleeg uw Service- engarantiehandleiding voor informatieover de gevolgen van het gebruik opracecircuits en wedstrijden. Opgeslagen gegevensEr zijn een aantal onderdelen in uw auto diegegevens verzamelen en deze tijdelijk ofpermanent opslaan. Deze technische gegevensbevatten informatie over gebieden zoals de staatvan de auto, alle gebeurtenissen die hebbenplaatsgevonden en eventuele storingen die uwauto momenteel ondervindt of in het verledenheeft ondervonden. Dit zijn bijvoorbeeld:•bedrijfsomstandigheden vansysteemcomponenten, bijv. vloeistofniveaus. •de statusberichten van de auto en die vande afzonderlijke onderdelen, bijvoorbeeld'Ruitensproeiervloeistofpeil laag';•storingen en defecten in belangrijkesysteemcomponenten, bijv.

'Storinglichtschakelaar';•reacties van de auto enbedrijfsomstandigheden in specialerijomstandigheden, zoals het opblazen vande airbags;•omgevingsomstandigheden, bijv. buitentemperatuur. Deze gegevens zijn uitsluitend van technischeaard en kunnen worden gebruikt:•als hulpmiddel bij het herkennen enverhelpen van storingen en defecten;•om de autofuncties te analyseren, bijv. naeen ongeval;•om autofuncties te optimaliseren.

De gegevens kunnen niet worden gebruikt omverplaatsingen van de auto te traceren. Wanneer er onderhoud aan uw auto wordtuitgevoerd, kan technische informatie uit de autoworden gelezen, waaronder:•de geschiedenis vanreparatiewerkzaamheden•garantiegebeurtenissen•de kwaliteitsgarantieDeze informatie kan worden gelezen doormedewerkers van het servicenetwerk (inclusieffabrikanten) met behulp van specialediagnostische testers. Indien nodig, kunnen zijhieruit meer gedetailleerde informatie verkrijgen. Nadat een storing is verholpen, wordt deinformatie uit het storingsgeheugen gewist ofsteeds overschreven. 6Inhoud.

Tijdens het gebruik van de auto kunnen zichsituaties voordoen waarin technische gegevens,in combinatie met andere informatie, kunnenworden herleid tot een persoon.Voorbeelden zijn onder meer:•ongevallenrapporten•schade aan de auto•getuigenverklaringenMcLaren heeft geen toegang tot uwgedragsgerelateerde informatie over eenongeluk.

Evenmin wordt deze informatie metanderen gedeeld, behalve:•met uw toestemming of, indien de auto isgehuurd, die van de huurder;•in antwoord op een officieel verzoek vande politie of een vergelijkbareoverheidsinstantie;•als onderdeel van de verdediging van defabrikant in geval van gerechtelijkeprocedures;•wanneer dit wettelijk is vereist.Bovendien mag McLaren de verzamelde ofontvangen diagnostische gegevens gebruiken:•voor onderzoeksdoeleinden van McLaren;•om deze beschikbaar te stellen vooronderzoeksdoeleinden, mits een passendegeheimhoudingwordtaangehoudenendenoodzaak ervan is aangetoond;•om samenvattende gegevens te delen dieniet aan een specifieke auto zijngekoppeldmet andere organisaties vooronderzoeksdoeleinden.7Inhoud

AlgemeenDeautokanwordenontgrendeldofvergrendeldmet de functie Keyless Entry of door op debetreffende knop op de sleutelhouder tedrukken.Voor de functie Keyless Entry moet desleutelhouder zich binnen 1,2 m (3 ft 11 inch) vande sensoren bevinden.Als de motor niet draait, kan de auto wordenvergrendeld, ongeacht de elektrische status. ZieElektrische status van de auto, pagina 2.04.Keyless EntryMet Keyless Entry kan de bestuurder hetvoertuig ontgrendelen en uitschakelen door hetportier te openen wanneer de sleutelhouder zichbinnen 1,2 m (3 ft 11 inch) van de sensorsbevindt. U hoeft de sleutelhouder alleen maarop het lichaam of in een niet-metalen houder,zoals een tas, bij u te dragen. U hoeft desleutelhouder niet tevoorschijn te halen of eriets mee te doen.Vijf sensoren detecteren waar de sleutelhouderzich rond het voertuig bevindt.Modellen met het stuur rechts Modellen met het stuur links1.

OPMERKING: Gebruik om diefstal tevoorkomen de sleutelhouder alleen inde onmiddellijke nabijheid van hetvoertuig.De afstandsbediening vergrendelt enontgrendelt het volgende:•De portieren•De bagageruimte•De brandstofvulklep•Opbergvak middenconsoleOm het voertuig te ontgrendelen, drukt u metde sleutelhouder op de ontgrendelknop.

Derichtingaanwijzers voor, achter en opzij(marktspecifiek) knipperen twee keer en hetdiefstalalarm wordt uitgeschakeld.De werking van de ontgrendeltoets verandertafhankelijk van het feit of het Driver's door(Bestuurdersportier) of Both doors (Beideportieren) is geselecteerd in devoertuiginstellingen, zie Portier ontgrendelen,pagina 4.14.WAARSCHUWING: Met desleutelhouder kan de motor wordengestart en worden ook anderefuncties van de auto geactiveerd.Neem de sleutelhouder altijd meewanneer u de auto verlaat.OPMERKING: Stel de sleutelhouder nietbloot aan hoge elektromagnetischestraling. Als u dit wel doet, kan dit leidentot een onjuiste werking.

Bijvoorbeelddicht bij laptops, tablets, persoonlijkemediaspelers of mobiele telefoons.ResultaatOntgrendel-toetsAls Both doors (Beide portieren)is geselecteerd, worden beideportieren ontgrendeld door éénkeer op de knop te drukken.Als Driver's door(Bestuurdersportier) isgeselecteerd, wordt hetbestuurdersportier ontgrendelddoor één keer op de knop tedrukken. Een tweede druk (naeen pauze) ontgrendelt hetpassagiersportier.Eén keerdrukkenAls Both doors (Beide portieren)is geselecteerd, worden beideportieren ontgrendelddoor tweekeer op de knop te drukken enwordt het bestuurdersportierontgrendeld.Als Driver's door(Bestuurdersportier) isgeselecteerd, wordt door tweekeer opde knopte drukkenalleenhet bestuurdersportierontgrendeld.Tweemaaldrukken1.05Voordat u gaat rijdenOpenen en sluiten

De sleutelhouder opbergenVoor de veiligheid raden wij u aan desleutelhouder bij u te dragen wanneer u in deauto zit. Als u de sleutelhouder echter in de autowilt opbergen, zorg er dan voor dat deze niet inhet zicht blijft.OPMERKING: Als het bericht 'Sleutel nietgevonden in voertuig' verschijnt op deBestuurdersdisplay, verplaatst u desleutelhouder totdat deze wordtgedetecteerd.OPMERKING: Berg de sleutelhouder nietop in het opbergvak in demiddenconsole, in de bekerhouders, inde opbergnetten tussen de stoelen, inde opbergvakken in de portieren of opde hoedenplank direct achter destoelen, aangezien het systeem deaanwezigheid ervan mogelijk nietdetecteert en de motor zal niet starten.Lege batterijAls de batterij helemaal leeg is, kan de auto nogsteeds worden geopend met de mechanischesleutel, zie Ontgrendelen - lege accu, pagina6.30.Een portier openen1.

Druk de knop (1) stevig in om de deur teontgrendelen.OPMERKING: Voor de functie KeylessEntry moet de sleutelhouder zichbinnen 1,2 m (3 ft 11 inch) van desensoren bevinden.WAARSCHUWING: Ga altijd aan deachterkant van het portier staanvoordat u het opent, omdat hetopenen letsel kan veroorzaken. Desnelheid waarmee het portier wordtgeopend, wordt beïnvloed door deomgevingstemperatuur.OPMERKING: Omdat het portier naarbuiten en vervolgens naar boven opent,moet u zorgen voor voldoende ruimteaan de zijkant en het dak voordat u eenportier opent, zie Voertuigafmetingen,pagina 7.06.2. Als KeylessEntrywordt gebruikt, knipperende richtingaanwijzers voor, achter en opzij(marktspecifiek) tweemaal en wordt hetdiefstalalarm uitgeschakeld.3.

Het portierslot wordt dan ontgrendeld, despiegels worden uitgeklapt als ze zijningeklapt en het portier kan gedeeltelijkworden opgeklapt voordat het automatischnaar buiten en naar boven zwenkt.1.06Voordat u gaat rijdenOpenen en sluiten

OPMERKING: Wanneer op het modelSpider het portier wordt geopend, gaatde ruit iets omlaag. De klep gaatomhoog naar de gesloten stand zodrahet portier wordt gesloten. Als de ruitniet omlaag gaat, bijvoorbeeld alsgevolg van een lege accu oftemperaturen onder het vriespunt,moet u voorzichtig zijn bij het openenen sluiten van het portier. Forceer hetportier niet tijdens het openen ofsluiten omdat dit kan leiden totbeschadiging van de portierrubbers ofde ruit.OPMERKING: Door de ontgrendelknoplangdurig ingedrukt te houden, gaan deruiten automatisch omlaag. De ruitengaan verder omlaag totdat deontgrendelknop wordt losgelaten of deruiten een vooraf bepaald niveaubereiken.OPMERKING: Als u de auto ontgrendeltmet de sleutelhouder, maar deportieren of de bagageruimte nietworden geopend, wordt de auto na 30seconden opnieuw vergrendeld.Een portier vergrendelen1. Sluit het portier.

Zie Een deur sluiten,pagina 1.10.2. Om het voertuig te vergrendelen met desleutelhouder drukt u op devergrendelknop. De voor-, achter- enzijrichtingaanwijzers (marktspecifiek)knipperen in een snelle, cirkelvormigevolgorde rond het voertuig. Hetdiefstalalarm wordt geactiveerd.3. Als u de functie Keyless Entry gebruikt,drukt u op de aanraakgevoelige schakelaar(1) in het zijkanaal.OPMERKING: Voor de functie KeylessEntry moet de sleutelhouder zichbinnen 1,2 m (3 ft 11 inch) van desensoren bevinden.OPMERKING: Devergrendelingsschakelaar herkent eenenkele druk.1.07Voordat u gaat rijdenOpenen en sluiten

OPMERKING: Devergrendelingsschakelaar isaanraakgevoelig. Er is geenmechanische beweging of hoorbarefeedback bij het indrukken.OPMERKING: Als u devergrendelingsschakelaar langingedrukt houdt, gaan de ruitenautomatisch omhoog. De ramen blijvenomhoog gaan totdat ze vollediggesloten zijn.4. De richtingaanwijzers knipperen om aan tegeven dat het diefstalalarm is geactiveerd.OPMERKING: Wanneer bij het modelSpider het portier wordt geopend, gaatde portierruit iets omlaag om contactmet andere delen van het voertuig tevoorkomen. Wanneer het portier wordtgesloten, gaat de ruit automatischomhoog naar de gesloten stand. Als deportierruit om welke reden dan ook nietomhoog gaat, is het waarschijnlijk dathet systeem een 'beknelling' heeftgedetecteerd.

Dit kan wordenveroorzaakt door vuil in de ruitgeleiderof een verkeerde uitlijning van de ruit.Zorg ervoor dat er geen zichtbaretekenen van vuil in de ruitgeleider zijnen houd de vergrendelknop ingedrukt.De ruit gaat omhoog als het portiercorrect is gesloten en er geen obstakelszijn die het omhoog gaan verhinderen.Als de ruit niet sluit of als dezeherhaaldelijk niet automatisch omhoogkomt, neem dan contact op met uwMcLaren-dealer.Niet vergrendeldAls een van de portieren of de bagageruimteopen is of als de sleutelhouder zich nog steedsin de auto bevindt, klinkt de claxon om aan tegeven dat de auto niet is vergrendeld bijpogingen om dit te doen.Controleer ofdeportieren, het kofferdeksel, hetafdekplaatje en de bagageruimtecover (alleenSpider) allemaal gesloten zijn en of het dakvolledig open of volledig gesloten is (alleenSpider), en sluit het voertuig vervolgens weeraf.1.08Voordat u gaat rijdenOpenen en sluiten

OPMERKING: Het voertuig kan wordenvergrendeld/het beveiligingssysteemkan worden ingeschakeld terwijl dekofferruimte is geopend. Er klinkt eenlang geluidssignaal om u tewaarschuwen voor deze situatie. Ditverschilt van de korte toon die wordtgegeven voor het open staan van eenportier of de sleutelhouder bijniet-vergrendeling van het voertuig.Zodra het kofferdeksel wordt gesloten,wordt het beveiligingssysteemingeschakeld.

Hierdoor kunt u een doorMcLaren geleverde acculaderaansluiten op het laadpunt in debagageruimte, terwijl u de rest van hetvoertuig vergrendeld laat.Individuele instellingenAls u vaak zonder passagiers reist, kunt u hetvergrendelingssysteem zodanig wijzigen datalleen het bestuurdersportier wordt ontgrendeld,zie Automatische deurvergr., pagina 4.14.Als alleen het bestuurdersportier isgeconfigureerd om te worden ontgrendeld, kanhet passagiersportier alleen worden ontgrendelddoor aan de interne handgreep van hetpassagiersportier te trekken, de ontgrendelknopop de sleutelhouder opnieuw in te drukken ofdoor het voertuig te ontgrendelen met de knopvoor centrale vergrendeling op het dashboard.Vergrendelen en ontgrendelen vanbinnenuit1. Druk op de knop van de centralevergrendeling om het voertuig tevergrendelen. Het lampje in de knop gaatbranden om aan te geven dat het voertuigis vergrendeld.

Een portier kan vanbinnenuit worden geopend.2. Druk nogmaals op de knop van de centralevergrendeling om het voertuig teontgrendelen. Het lampje in de knop gaatuit.1.09Voordat u gaat rijdenOpenen en sluiten

Een portier van binnenuit openenEen portier kan altijd van binnenuit wordengeopend, zelfs als het is vergrendeld. Open deportieren alleen als het voertuig stilstaat en deweg- en verkeersomstandigheden dit toestaan.OPMERKING: Omdat het portier naarbuiten en vervolgens naar boven opent,moet u zorgen voor voldoende ruimteaan de zijkant en het dak voordat u eenportier opent.Trek de portiergreep in de richting van de pijlomhoog en duw het portier naar buiten totdathet openingsmechanisme het overneemt.

Hetportier zwenkt dan automatisch naar buiten enomhoog.OPMERKING: Als u het voertuigontgrendelt met de portiergreep terwijlde sleutelhouder zich niet in hetvoertuig bevindt, wordt hetdiefstalalarm geactiveerd en kan hetalarm afgaan.Een deur sluitenDuw/trek het portier omlaag en zorg ervoor dathet goed vergrendelt.WAARSCHUWING: Houd uw handenen andere voorwerpen uit de buurtvan de portierrand wanneer u hetportier sluit. Dit is met namebelangrijk voor voertuigen die zijnuitgerust met vergrendelingen voorzacht sluiten, omdat het portierautomatisch in de volledig geslotenstand blijft staan wanneer de eerstevergrendeling is ingeschakeld. Er isgeen beveiliging tegen bekneld rakenwaardoor het portier niet kan wordengesloten als een voorwerp oflichaamsdeel tussen het portier ende portieropening bekneld raakt.

Als op het model Spider de ruit niet sluit, kan dithet gevolg zijn van een gebeurtenis die voorkomtdat de ruit bekneld raakt. Probeer een van devolgende mogelijkheden:•Open en sluit het portier•Vergrendel het voertuig met devergrendelschakelaar in de zijdoorvoerAls de beveiliging tegen bekneld raken continuoptreedt, houdt u de vergrendelknop (1) enkeleseconden ingedrukt. Het venster blijft omhoogkomen totdat u uw vinger van devergrendelschakelaar verwijdert.

Probeer ditalleen als de bovenstaande methoden hetprobleem niet oplossen.OPMERKING: Duw het portier niet tehard dicht, omdat de portierrubbers ofhet raam beschadigd kunnen raken.Automatische vergrendelingDe portieren en de bagageruimte wordenautomatisch vergrendeld nadat de auto isweggereden.OPMERKING: De portieren worden bijeen ongeval automatisch ontgrendeldals de kracht van de botsing een voorafbepaald niveau overschrijdt.De automatische vergrendeling kan wordengeselecteerd inhetgedeeltevoertuiginstellingenvan de touchscreen van het centraleinfotainmentsysteem, zie Automatischedeurvergr., pagina 4.14.Als de automatische vergrendeling isingeschakeld (ON), gaat de knop voor de centralevergrendeling aandebinnenkantbranden zodrahet voertuig bij het wegrijden wordt vergrendeld.1.11Voordat u gaat rijdenOpenen en sluiten

Serviceplaatje - CoupéVerwijderenWAARSCHUWING: Deserviceafdekking kan zeer heet zijnen er bestaat een risico op ernstigebrandwonden. Verwijder deserviceafdekking pas nadat deze isafgekoeld.WAARSCHUWING: De uitlaatpijpenkunnen zeer heet zijn en er bestaatgevaar voor ernstige brandwonden.Verwijder de serviceafdekking alleenvanaf de zijkant van het voertuig.WAARSCHUWING: Er bestaatverwondingsgevaar als deserviceafdekking verwijderd is, zelfsals de motor niet draait.Motorcomponenten worden zeerheet en er bestaat een risico opernstige brandwonden.Het ontstekingssysteem van demotor heeft een hoge spanning. Raaknooit onderdelen van hetontstekingssysteem aan; bobines,ontstekingsbedrading(bougieaansluitingen).WAARSCHUWING: Als de motor wordtgestopt vanwege het Eco Start-Stop-systeem, kan de motor zonderwaarschuwing opnieuw starten.1.

Haal het ontgrendelgereedschap voor deserviceafdekking uit de gereedschapsset.Zie Uitrusting van de bagageruimte, pagina6.14.2. Steek hetontgrendelingsgereedschapvoorhet servicedeksel in elke bevestiging onderde onderste hoeken van deserviceafdekking. Draai elke bevestiging90° linksom om beide zijden van hetserviceafdekking los te maken.3. Pak vanaf de zijkant van het voertuig detwee achterste randen van het serviceluikvast en draai het serviceluik omhoog naarde achterruit om het te verwijderen.OPMERKING: Plaats de serviceklep inhet voertuig om het risico op schade tevoorkomen.Zie Motorolie, pagina 6.04.Zie Koelvloeistof, pagina 6.07.1.12Voordat u gaat rijdenOpenen en sluiten

InstallatieWAARSCHUWING: De uitlaatpijpenkunnen zeer heet zijn en er bestaatgevaar voor ernstige brandwonden.Installeer de serviceafdekking alleenvanaf de zijkant van het voertuig.1. Plaats de serviceklep centraal op deachterkant van het voertuig.2. Oefen druk uit op het servicedeksel zoalsafgebeeld. Er zijn positieve klikken te horenwanneer de twee bevestigingenvastklikken.3. Steek hetontgrendelingsgereedschapvoorhet servicedeksel in elke bevestiging onderde onderste hoeken van deserviceafdekking. Duw naar beneden endraai elke bevestiging met de klok meetotdat u een duidelijke klik hoort om beidezijden van het servicedeksel tevergrendelen.4. Zorg ervoor dat de serviceafdekking goedis geïnstalleerd wanneer deze is gesloten.Servicehoezen - SpiderVerwijderenWAARSCHUWING: Deserviceafdekkingen kan zeer heet zijnen er bestaat een risico op ernstigebrandwonden.

Verwijder deserviceafdekkingen pas nadat dezezijn afgekoeld.WAARSCHUWING: De uitlaatpijpenkunnen zeer heet zijn en er bestaatgevaar voor ernstige brandwonden.Verwijder de serviceafdekkingenalleen vanaf de zijkant van hetvoertuig.WAARSCHUWING: Er bestaatverwondingsgevaar als deserviceafdekkingen verwijderd zijn,zelfs als de motor niet draait.Motorcomponenten worden zeerheet en er bestaat een risico opernstige brandwonden.Het ontstekingssysteem van demotor heeft een hoge spanning. Raaknooit onderdelen van hetontstekingssysteem aan; bobines,ontstekingsbedrading(bougieaansluitingen).1.13Voordat u gaat rijdenOpenen en sluiten

WAARSCHUWING: Als de motor wordtgestopt vanwege het Eco Start-Stop-systeem, kan de motor zonderwaarschuwing opnieuw starten.1. Open de tonneaucover volledig.Zie Tonneauafdekking - Spider, pagina 1.23.2. Pak vanaf de zijkant van het voertuig devoorkant van de linker serviceklep vast entrek deze omhoog om deze los te maken.3. Draai de serviceklep omhoog naar hetmidden van het voertuig om het teverwijderen.OPMERKING: Plaats de serviceklep inhet voertuig om het risico op schade tevoorkomen.4.

Herhaal de stappen 2 en 3 om de rechterserviceklep te verwijderen.OPMERKING: De motorolievulopeningis alleen toegankelijk door het rechteronderhoudsdeksel te verwijderen.Beide serviceluiken en deventilatieopening op het achterdekmoeten worden verwijderd om toegangte krijgen tot dekoelvloeistofvulopening.Zie Motorolie, pagina 6.04.Zie Koelvloeistof, pagina 6.07.InstallatieWAARSCHUWING: De uitlaatpijpenkunnen zeer heet zijn en er bestaatgevaar voor ernstige brandwonden.Installeer de serviceafdekkingenalleen vanaf de zijkant van hetvoertuig.1. Plaats de serviceklep aan dezijkant van hetvoertuig.2. Oefen gelijkmatige druk uit, druk deserviceklep naar beneden en zorg ervoordat de bevestigingen vastklikken.3. Herhaal de stappen 1 en 2 om de andereservicekap te installeren, als deze isverwijderd.4. Zorg ervoor dat beide serviceafdekkingengoed is geïnstalleerd wanneer deze zijngesloten.5.

Bagageruimte voorOPMERKING: De kofferruimte kan alleenworden geopend als het voertuigstilstaat en de neutraalstand isgeselecteerd.Er verschijnt een bericht op hetBestuurdersdisplay als debagageruimte tijdens het wegrijdenopen is.OPMERKING: Wanneer de kofferruimtewordt ontgrendeld of geopend, wordthet schakelen geblokkeerd. Houd D ofR 5 seconden ingedrukt om dit tenegeren en selecteer een versnellingals het voertuig moet wordengemanoeuvreerd.WAARSCHUWING: Manoeuvreer hetvoertuig alleen met lage snelheid alsde bagageruimte open ofontgrendeld is, omdat het zicht vande bestuurder hierdoor kan wordenbelemmerd.OpenenDruk twee keer op de knop op de sleutelhoudervoor het ontgrendelen van de bagageruimte.

Debagageruimte wordtvolledigontgrendeld en ietsgeopend.U kunt ook de dashboardknop ingedrukt houdenom de kofferruimte volledig te ontgrendelen eniets te openen.Til de voorkant vanhet kofferdeksel omhoog. Degasveren ondersteunen het kofferdeksel in devolledig geopende stand.SluitenTrek het kofferdeksel stevig omlaag en zorgervoor dat het stevig is vergrendeld.1.15Voordat u gaat rijdenOpenen en sluiten

OPMERKING: Laat de sleutelhouder nietin de bagageruimte achter, omdat hetvoertuig dan kan vergrendelen en umogelijk uit het voertuig kunt wordengesloten.OPMERKING: Als het voertuig eerderwas vergrendeld, wordt het nog steedsvergrendeld en knipperen derichtingaanwijzers wanneer het dekselwordt gesloten.Zodra het kofferdeksel wordt gesloten, wordthet beveiligingssysteem ingeschakeld.OPMERKING: Het voertuig kan wordenvergrendeld/het beveiligingssysteemkan worden ingeschakeld terwijl dekofferruimte is geopend. Hierdoor kuntu de batterij opladen terwijl de rest vanhet voertuig vergrendeld blijft.

Er klinkteen lange toon om u hierop teattenderen.Schuifdak - SpiderHet intrekbare dak bestaat uit een enkellichtgewicht paneel dat, wanneer het wordtbediend, snel onder het tonneau-paneel achterde cockpit kan worden opgevouwen.Het dak is te bedienen met de schakelaar op demiddenconsole of de sleutelhouder.Het dak kan worden bediend bij snelheden tot50 km/u.WAARSCHUWING: Bedien het dak nietterwijl u over ruw wegdek rijdt. Hetdaksysteem kan worden beschadigd.WAARSCHUWING: Plaats geenvoorwerpen tussen de bewegendedelen van het dak. Zorg ervoor dateventuele inzittenden of omstanderstijdens het gebruik uit de buurt vanhet dak zijn. Het bedienen van hetdak kan persoonlijk letsel of schadeaan onderdelen veroorzaken.WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat alleitems in het opberggebied van detonneau correct worden opgeborgen,zoals aangegeven op hetwaarschuwingslabel.

Hetdaksysteem en/of het achterlichtglaskunnen beschadigd raken.WAARSCHUWING: Om schade aan hetbedieningsmechanisme en hetvoertuiginterieur te voorkomen,moet u oppervlaktewater, ijs ofsneeuw voorzichtig verwijderenvoordat u het dak bedient.het dakmag alleen wordenbediend als alleitemsin het opberggebied van de tonneau correctworden opgeborgen, zoals aangegeven op hetwaarschuwingslabel.1.16Voordat u gaat rijdenOpenen en sluiten

OPMERKING: Ga niet zitten, staan ofbelast de binnenbekleding van deachtergrondverlichting niet.OPMERKING: Als de motor wordtgestopt met het dak open, is hetmogelijk om het dak te sluiten voordathet voertuig gaat slapen om het veiligachter te laten.OPMERKING: Neem bij problemen methet dak direct contact op met uwMcLaren-dealer.Bedrijfstemperatuur dak-20 °C (-4 °F)Minimaleomgevingstemperatuur85 °C (185 °F)MaximaleomgevingstemperatuurOPMERKING: De werking van hetopenen van het dak is verhinderdwanneer deze wordt gebruikt onder deminimale omgevingstemperatuur.Openen1. Het voertuig moet wakker zijn met sleutelaanwezig.OPMERKING: De werking van het dakwordt gestopt terwijl de motor draait.2. Houd de schakelaar ingedrukt om het dakte openen. Als de schakelaar wordtlosgelaten, stopt het dak totdat deschakelaar opnieuw wordt ingedrukt.1.17Voordat u gaat rijdenOpenen en sluiten

OPMERKING: Als de tonneauafdekkingop enig moment is geopend terwijl hetdak gesloten is, verschijnt het bericht'Bevestig leegmaken tonneau' op hetscherm. Bestuurdersdisplay.3. Controleer dat alle items in hetopberggebied van de tonneau correctworden opgeborgen, zoals aangegeven ophet waarschuwingslabel. Druk op OK op demenuknop, zodra u dit heeft bevestigd.4. Houd de schakelaar ingedrukt totdat hetdak volledig is geopend (opgeborgen).OPMERKING: Wanneer het dak begintte bewegen, gaat de tonneau coveropen en zakt het achterlichtglas ietsnaar beneden. Het bericht 'RoofOperation In Progress' verschijnt op hetBestuurdersdisplay.5. Zodra het dak volledig is geopend(opgeborgen), gaat detonneau-coverdichten keert het achterlichtglas terug naar eenaerodynamische positie om windstoten inde cockpit te verminderen. Op het schermverschijnt de melding 'Dak open'Bestuurdersdisplay.

Een hoorbare toonbevestigt dat de dakcyclus voltooid is.6. Als de schakelaar in de neerwaartse standwordt gehouden nadat de handeling isvoltooid, gaan de ruiten en deachtergrondverlichting volledig open. Alsde schakelaar wordt losgelaten, stoppende ruiten en de achtergrondverlichtingtotdat de schakelaar opnieuw wordtingedrukt.7. Als de voertuigsnelheid hoger wordt dan50 km/u terwijl het dak wordt bediend,wordt de dakbediening gepauzeerd. Hetbericht 'Verlaag de voertuigsnelheid, laatde knop los en druk opnieuw op de knopvoor bediening van het dak' verschijnt ophet Bestuurdersdisplay.8. Verlaag de rijsnelheid tot minder dan 50km/u (31 mph) en laat de schakelaar los.Het bericht "Ga door met de dakcyclus"verschijnt op het Bestuurdersdisplay. Druknogmaals op de schakelaar om door te gaanmet de gewenste dakcyclus.Sluiten1.

Het voertuig moet wakker zijn met sleutelaanwezig.OPMERKING: De werking van het dakwordt gestopt terwijl de motor draait.1.18Voordat u gaat rijdenOpenen en sluiten

2. Trek aan de schakelaar en houd dezeingedrukt totdat het dak volledig omhoog(gesloten) staat. Als de schakelaar wordtlosgelaten, stopt het dak totdat deschakelaar opnieuw wordt ingedrukt.3. Als de voertuigsnelheid hoger wordt dan50 km/u terwijl het dak wordt bediend,wordt de dakbediening gepauzeerd. Hetbericht 'Verlaag de voertuigsnelheid, laatde knop los en druk opnieuw op de knopvoor bediening van het dak' verschijnt ophet Bestuurdersdisplay.4. Verlaag de rijsnelheid tot minder dan 50km/u (31 mph) en laat de schakelaar los.Het bericht "Ga door met de dakcyclus"verschijnt op het Bestuurdersdisplay.5. Trek aan de schakelaar om door te gaanmet sluiten totdat het dak en de tonneauvolledig gesloten en vergrendeld zijn. Deramenenhetachterlichtglasgaanomhoognaar de volledig gesloten stand. Eenhoorbare toon bevestigt dat de dakcyclusvoltooid is.6.

Door de schakelaar ingedrukt te houdennadat de dakcyclus is voltooid, gaan deramen en het achterlichtglas omhoog. Alsde schakelaar wordt losgelaten, stoppende ruiten en de achtergrondverlichtingtotdat de schakelaar opnieuw wordtingedrukt.Openen op afstand met de sleutelhouderWAARSCHUWING: Plaats geenvoorwerpen tussen de bewegendedelen van het dak. Zorg ervoor dateventuele inzittenden of omstanderstijdens het gebruik uit de buurt vanhet dak zijn en zorg ervoor dat dezichtlijn behouden blijft wanneer defunctie voor openen op afstand wordtgebruikt. Het bedienen van het dakkan persoonlijk letsel of schade aanonderdelen veroorzaken.1.19Voordat u gaat rijdenOpenen en sluiten

Het dak kan op afstand worden geopend metbehulp van de sleutelhouder, wanneer hetvoertuig vergrendeld of ontgrendeld is.1. Houd de ontgrendelknop ingedrukt om hetdak te openen. Als de knop wordtlosgelaten, stopt het dak totdat de knopopnieuw wordt ingedrukt.OPMERKING: Als het voertuig isvergrendeld, knipperen derichtingaanwijzers voor, achter en opzij(marktspecifiek) tweemaal, maar hetvoertuig blijft vergrendeld.2. Houd de knop ingedrukt totdat het dakvolledig is geopend (opgeborgen).3. Zodra het dak volledig is geopend(opgeborgen), gaat de tonneau-coverdichten keert het achterlichtglas terug naar eenaerodynamische positie om windstoten inde cockpit te verminderen. Een hoorbaretoon bevestigt dat de dakcyclus voltooid is.OPMERKING: Als het voertuig isvergrendeld, knipperen derichtingaanwijzers voor, achter en opzij(marktspecifiek) tweemaal, maar hetvoertuig blijft vergrendeld.4.

Als de knop ingedrukt wordt gehoudennadat de bewerking is voltooid, gaan deramen en de achtergrondverlichtingvolledig open. Als de knopwordtlosgelaten,stoppen de ramen en deachtergrondverlichting totdat de knopopnieuw wordt ingedrukt.Sluiten op afstand met de sleutelhouderWAARSCHUWING: Plaats geenvoorwerpen tussen de bewegendedelen van het dak. Zorg ervoor dateventuele inzittenden of omstanderstijdens het gebruik uit de buurt vanhet dak zijn en zorg ervoor dat dezichtlijn behouden blijft wanneer defunctie voor sluiten op afstand wordtgebruikt. Het bedienen van het dakkan persoonlijk letsel of schade aanonderdelen veroorzaken.1.20Voordat u gaat rijdenOpenen en sluiten

Het dak kan op afstand worden gesloten metbehulp van de sleutelhouder, wanneer hetvoertuig vergrendeld of ontgrendeld is.1. Houd de vergrendelknop ingedrukt om hetdak tesluiten. Als deknop wordt losgelaten,stopt het dak totdat de knop opnieuwwordt ingedrukt.OPMERKING: Als het voertuig isvergrendeld, knipperen derichtingaanwijzers voor, achter en opzij(marktspecifiek) tweemaal, maar hetvoertuig blijft vergrendeld.2. Houd de vergrendelknop ingedrukt om hetdak en de tonneau volledig te sluiten en tevergrendelen. De ramen en hetachterlichtglas gaan omhoog naar devolledig gesloten stand.Een hoorbare toonbevestigt dat de dakcyclus voltooid is.OPMERKING: Als het voertuig isvergrendeld, knipperen derichtingaanwijzers voor, achter en opzij(marktspecifiek) tweemaal, maar hetvoertuig blijft vergrendeld.3.

Door de vergrendelknop ingedrukt tehouden nadat de dakcyclus isvoltooid, gaande ruiten en het achterlichtglas omhoog.Als de knop wordt losgelaten, stoppen deramen en de achtergrondverlichtingtotdatde knop opnieuw wordt ingedrukt.Achtergrondverlichting - SpiderVerlaag de achtergrondverlichting, met het dakopen, om extra luchtstroom rond de cockpit tekrijgen. Verhoog deachtergrondverlichting naareen aerodynamische positie om windstoten inde cockpit te verminderen.OPMERKING: Het is alleen mogelijk omde achtergrondverlichting te bedienenals het voertuig wakker is met de sleutelaanwezig.De achtergrondverlichtingsschakelaar bevindtzich op de middenconsole.1.21Voordat u gaat rijdenOpenen en sluiten

OPMERKING: Neem bij problemen metde achtergrondverlichting directcontact op met uw McLaren-dealer.Openen1. Het voertuig moet wakker zijn met desleutel aanwezig.2. Houd de achtergrondverlichtingsschakelaaringedrukt om de achtergrondverlichting inde gewenste stand te zetten.OPMERKING: Open deachtergrondverlichting niet volledig alshet regent of sneeuwt, want dan kaner water in de cabine komen en deelektrische componenten aantasten.Sluiten1. Het voertuig moet wakker zijn met desleutel aanwezig.2. Trek aan de schakelaar voor deachtergrondverlichting en houd dezeingedrukt om de achtergrondverlichting teverhogen tot de gewenste positie.OPMERKING: Als het voertuig stilstaatmet de achtergrondverlichting open,kunt u de achtergrondverlichtingsluiten voordat het voertuig gaat slapenom het veilig achter te laten.1.22Voordat u gaat rijdenOpenen en sluiten

Tonneauafdekking - SpiderDe tonneauafdekking is het paneel achter decockpit. De tonneauafdekking kan wordengeopend en gesloten en geeft toegang tot deruimte eronder.Het schuifdak wordt opgeborgen in het gebiedonder de tonneauafdekking wanneer het dak isneergelaten. De tonneauafdekking is dangesloten.OPMERKING: Neem bij problemen metde tonneauafdekking direct contact opmet uw McLaren-dealer.Openen1. Het voertuig moet wakker zijn met sleutelaanwezig.WAARSCHUWING: Plaats geenvoorwerpen tussen de bewegendedelen van de tonneau. Zorg ervoordat eventuele inzittenden ofomstanders tijdens het gebruik uitde buurt van de tonneau zijn. Hetbedienen van de tonneau kanpersoonlijk letsel of schade aanonderdelen veroorzaken.OPMERKING: Bedien de tonneaucoverniet tijdens het laden/lossen van detonneauruimte.

Het voertuig blijftmaximaal vijftien minuten wakkerterwijl de tonneau open is.OPMERKING: Toegang tot deopbergruimte van de bagageruimte isalleen mogelijk met de knoppen voorhet openen/sluiten van debagageruimte op het schakelpaneel vanhet bestuurdersportier.OPMERKING: De sleutel moet zichbinnen het bereik van hetbestuurdersportier bevinden omtonneaubediening mogelijk te maken.2. Houd de knop aan de achterkant van hetbestuurdersportier ingedrukt totdat detonneaucover volledig is geopend.OPMERKING: De tonneaucover kan nietworden geopend als het dak open is.3. Controleer dat alle items in hetopberggebied van de tonneau correctworden opgeborgen, zoals aangegeven ophet waarschuwingslabel. Druk op OK op demenuknop, zodra u dit heeft bevestigd.1.23Voordat u gaat rijdenOpenen en sluiten

4. Als er met het voertuig wordt geredenterwijl de tonneaucover open is, verschijntde melding 'Tonneaucover open' op deBestuurdersdisplay, vergezeld van eenhoorbaar alarm.SluitenWAARSCHUWING: Zorg ervoor datniemand bekneld kan raken wanneeru de tonneaucover sluit.1. Houd de knop aan de achterkant van hetbestuurdersportier ingedrukt totdat detonneaucover volledig is gesloten.OPMERKING: De tonneaucover kanmaximaal 15 minuten worden geslotennadat deze is geopend terwijl hetcontact is uitgeschakeld. Als deze tijdis verstreken, zet u het contact weeraan om de tonneaucover te sluiten.OPMERKING: Het bericht 'Tonneau-operatie aan de gang' verschijnt op hetBestuurdersdisplay.OPMERKING: Het tonneau-gebied wordtgealarmeerd wanneer het voertuigwordt vergrendeld.1.24Voordat u gaat rijdenOpenen en sluiten

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met McLaren 750S Spider (2023) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden