McCulloch B33 PS Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van McCulloch B33 PS (504 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 39 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over McCulloch B33 PS of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | McCulloch |
| Categorie: | Grasmaaier |
| Model: | B33 PS |
| Kleur van het product: | Black, Yellow |
| Gewicht: | 7300 g |
| Breedte: | 270 mm |
| Diepte: | 1861 mm |
| Hoogte: | 240 mm |
| Stroombron: | AC |
| Merkcompatibiliteit: | McCulloch |
| Lemmetlengte: | 520 mm |
| Aantal kabels inbegrepen: | CE stuk(s) |
Handleiding McCulloch B33 PS – volledige tekst
Opzetstuk voor heggenschaar met groot bereik26. Opzetstuk voor stoksnoeizaag27. Afdekking van de geleider voor het opzetstuk voorde stoksnoeizaag)28. Bladbeschermkap voor opzetstuk voorheggenschaar met groot bereik29. Moer30. Steunkop31. Onderste houder32. Grasmaaiblad33. Trimmerkop34. Transportbescherming voor grasmaaiblad35. Bedieningshandleiding36. Primerbalg van brandstofpomp37. Bovenste houderSymbolen op het product(Fig. 2) Waarschuwing(Fig. 3) Lees deze handleiding(Fig. 4) Draag goedgekeurde hoofd-, gehoor- enoogbescherming. (Fig. 5) Draag goedgekeurdeveiligheidshandschoenen. (Fig. 6) Gebruik antisliplaarzen voor zwaar gebruik. (Fig. 7) Het gebruik van het product kan totrondvliegende voorwerpen leiden, waardoorletsel kan ontstaan. (Fig. 8) Maximum toerental van de uitgaande as. (Fig. 9) Veilige afstand(Fig. 10) Veilige afstand(Fig.
11) Risico op terugslag als de snijuitrusting eenobject raakt dat niet onmiddellijk wordtgesneden. Het product kan lichaamsdelenamputeren. Houd personen en dieren opeen minimale afstand van 15 m (50 ft)tijdens het gebruik van dit product. (Fig.
(Fig. 13) De pijlen geven de limieten van de positievan de hendel weer. (Fig. 14) Brandstofpomp(Fig. 15) Chokehendel(Fig. 16) Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van dehete oppervlakken. (Fig. 17) Zorg ervoor dat er zich niemand binnen derisicozone voor terugslag bevindt. (Fig. 18) GEVAAR ‐ Houd uw handen uit de buurt vanhet blad. (Fig. 19) Geluidsvermogen(Fig. 20) Het product voldoet aan de geldende EG-richtlijnen. (Fig. 21) Het product voldoet aan de geldende EAC-richtlijnen. (Fig. 22) Het product voldoet aan de geldendeOekraïense richtlijnen. Let op: Andere symbolen/stickers op het producthebben betrekking op certificeringseisen voor overigecommerciële markten. EU VWAARSCHUWING: De EU-typegoedkeuring van dit product vervalt alsongeoorloofde wijzigingen aan de motoraangebracht worden.
ProductaansprakelijkheidZoals uiteengezet in de wet voorproductaansprakelijkheid zijn wij niet aansprakelijk voorschade die door ons product wordt veroorzaakt, indien:• het product niet goed is gerepareerd. • het product is gerepareerd met onderdelen die nietvan de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen dieniet zijn goedgekeurd door de fabrikant. • het product een accessoire bevat die niet afkomstigis van de fabrikant of niet is goedgekeurd door defabrikant. • het product niet is gerepareerd door een erkendservicepunt of door een erkende autoriteit. VEILIGHEIDVeiligheidsdefinitiesDe onderstaande definities geven de mate van ernstweer voor elk trefwoord. WAARSCHUWING: Letsel aan personen. OPGELET: Schade aan het product. Let op: Deze informatie maakt het product eenvoudigerin gebruik. TrillingsveiligheidDit product is alleen bedoeld voor incidenteel gebruik.
Het voortdurend of regelmatig bedienen van het productkan zorgen voor "witte vingers" of dergelijke medischeproblemen als gevolg van trillingen. Houd de toestandvan uw handen en vingers in de gaten als u het productvoortdurend of regelmatig gebruikt.
Als uw handen ofvingers verkleuren, pijn doen, tintelen of doof aanvoelen,stop dan met werken en raadpleeg onmiddellijk een arts. Algemene veiligheidsinstructiesWAARSCHUWING: Lees de volgendewaarschuwingen voordat u het product gaatgebruiken. • Gebruik het product op de juiste manier. Onjuistgebruik leidt mogelijk tot letsel of de dood. Gebruikhet product uitsluitend voor de taken die in dezehandleiding worden genoemd. Gebruik het productniet voor andere taken. • Volg de instructies in deze handleiding op. Volg deveiligheidssymbolen en veiligheidsinstructies op. Hetniet in acht nemen van de instructies en desymbolen kan leiden tot letsel, schade of de dood. • Gooi deze handleiding niet weg. Gebruik deinstructies voor het monteren, gebruiken enonderhouden van uw product. Gebruik de instructiesvoor een correcte installatie van opzetstukken enaccessoires.
Gebruik alleen goedgekeurdeopzetstukken en accessoires. • Gebruik nooit een beschadigd product. Neem hetonderhoudsschema in acht. Voer alleenonderhoudswerkzaamheden uit waarvoor u in dezehandleiding een instructie aantreft. Alle overigeonderhoudswerkzaamheden moeten door eenerkend servicepunt worden uitgevoerd. • Deze handleiding kan niet alle situaties beschrijvendie zich voor kunnen doen wanneer u dit productgebruikt. Wees voorzichtig en gebruik uw gezond860 - 001 - 28. 10. 2018 291.
verstand. Gebruik het product niet en voer geenonderhoudswerkzaamheden aan het product uit alsu niet zeker bent van de situatie. Neem voor meerinformatie contact op met een productexpert, uwdealer, servicewerkplaats of erkende servicepunt. • Koppel de bougiekabel los voordat u het productmonteert, het product opslaat ofonderhoudswerkzaamheden uitvoert. • Gebruik het product niet als de oorspronkelijkespecificatie is gewijzigd. Vervang geen onderdelenvan het product zonder toestemming van defabrikant. Gebruik alleen door de fabrikantgoedgekeurde onderdelen. Onjuist onderhoud kanleiden tot letsel of de dood. • Adem geen dampen in van de motor. Langduriginademen van de uitlaatgassen van de motor kaneen gevaar voor de gezondheid opleveren. • Start het product niet in gesloten ruimtes of in debuurt van licht ontvlambaar materiaal.
Deuitlaatgassen zijn heet en kunnen vonkenveroorzaken die tot brand kunnen leiden. Onvoldoende ventilatie kan leiden tot ernstig letsel ofde dood door verstikking of het inademen vankoolmonoxide. • Wanneer u dit product gebruikt, genereert de motoreen elektromagnetisch veld. Het elektromagnetischeveld kan schade veroorzaken aan medischeimplantaten. Raadpleeg uw arts en de fabrikant vanhet medische implantaat voordat u het productgebruikt. • Laat het product niet door een kind bedienen. Laatde machine niet bedienen door personen die deinstructies niet hebben gelezen. • Zorg ervoor dat u personen met een lichamelijke ofgeestelijke beperking die het product gebruiken,altijd in de gaten houdt. Er moet te allen tijde eenverantwoordelijke volwassene aanwezig zijn. • Berg het product op in een afgesloten ruimte die niettoegankelijk is voor kinderen of onbevoegdepersonen.
• Het product kan objecten uitwerpen en letselveroorzaken. Neem de veiligheidsinstructies in achtom het risico op letsel of de dood te verlagen. • Blijf in de buurt van het product wanneer de motor isingeschakeld.
• De gebruiker van het product is verantwoordelijkindien zich een ongeval voordoet. • Zorg dat er geen onderdelen beschadigd zijn,voordat u het product gebruikt. • Zorg ervoor dat u minimaal 15 m (50 ft) van anderepersonen en dieren verwijderd bent, voordat u hetproduct gaat gebruiken. Zorg ervoor dat personen inhet aangrenzende gebied weten dat u het productgaat gebruiken. • Neem nationale en lokale wetgeving in acht. Dezekan het gebruik van het product in sommige situatiesbeperken of verbieden. • Gebruik het product niet als u moe bent, of onderinvloed van alcohol, drugs of medicijnen verkeert. Zekunnen een negatief effect hebben op uw zicht,alertheid, coördinatie of oordeel. Algemene veiligheidsinstructiesvoor de grastrimmer• Gebruik de trimmerkop om gras te maaien.
• Zorg er altijd voor dat de trimmerdraad strak engelijkmatig rond de trommel is gewikkeld omschadelijke trillingen te voorkomen. • Gebruik alleen aanbevolen trimmerkoppen entrimmerdraden. • Zorg ervoor dat het mes op de trimmerbeschermkapniet beschadigd is. Hiermee wordt de trimmerdraadop de juiste lengte gesneden. • Bedien het product zodanig dat de snijuitrusting zichonder uw middel bevindt. • Raak de hoekoverbrenging niet aan nadat de motoris uitgeschakeld. • De hoekoverbrenging is heet nadat de motor isuitgeschakeld. Hete oppervlakken kunnen letselveroorzaken. Gras trimmen1. Houd de trimmerkop vlak boven de grond en schuin. Druk de grastrimmerdraad niet in het gras. (Fig. 23)2. 3. Gebruik 80 % van het vermogen wanneer u in debuurt van objecten gras maait. (Fig. 24)Gras maaien1. Zorg dat de grastrimmerdraad parallel loopt aan degrond wanneer u gaat maaien. (Fig. 25)2.
Duw de trimmerkop niet op de grond. De grond enhet product kunnen hierdoor beschadigd raken. 3. Zorg dat de trimmerkop de grond niet continu raakt. Hierdoor kan de trimmerkop beschadigd raken. 4. Gebruik volgas wanneer u het product heen en weerbeweegt om gras te maaien.
Zorg dat degrastrimmerdraad parallel loopt aan de grond. (Fig. 26)Gras vegenDe luchtstroom van de roterende trimmerdraad kanworden gebruikt om maaisel uit een gebied teverwijderen. 1. Houd de trimmerkop met de trimmerdraad parallelaan de grond en boven de grond. 2. Geef volgas. 3. Beweeg de trimmerkop van de ene naar de anderekant en veeg het gras. WAARSCHUWING: Reinig de kap van detrimmerkop altijd wanneer u een nieuwetrimmerdraad monteert, om onbalans entrillingen in de hendels te voorkomen. 292 860 - 001 - 28. 10. 2018.
Controleer ook de andere onderdelen vande trimmerkop en reinig deze indien nodig. Algemene veiligheidsinstructiesvoor de bosmaaier• Voor alle soorten hoog of sterk gras wordt eengrasmaaiblad gebruikt. • De grasmaaibladen en grasmessen mogen nietgebruikt worden bij houtachtige stammen. • Gebruik hoofdbescherming wanneer u een productmet een maaiblad gebruikt. • Draag veiligheidshandschoenen wanneer u hetmaaiblad aanraakt of onderhoud uitvoert. • Gebruik het product met een goedgekeurd maaiblad. Gebruik geen maaiblad zonder dat de overigevereiste onderdelen op juiste wijze zijn aangebracht. Zorg ervoor dat de installatie op de juiste manier isuitgevoerd en dat de juiste onderdelen zijn gebruikt. Door een onjuiste installatie kan het blad wordenweggeslingerd en ernstig letsel toebrengen aan degebruiker en/of omstanders.
• Bedien het product zodanig dat de snijuitrusting zichonder uw middel bevindt. • Raak de hoekoverbrenging niet aan nadat de motoris uitgeschakeld. • De hoekoverbrenging is heet nadat de motor isuitgeschakeld. Hete oppervlakken kunnen letselveroorzaken. • Een maaiblad kan letsel veroorzaken als het nogdraait nadat de motor wordt uitgeschakeld of degashendel wordt losgelaten. • Houd uw handen uit de buurt van het maaiblad. Hetaanraken van het maaiblad kan ernstig letselveroorzaken. • Schakel de motor uit voordat u werkzaamheden aande snijuitrusting uitvoert. Zorg ervoor dat desnijuitrusting volledig tot stilstand komt. Koppel dekabel van de bougie los. • Zorg ervoor dat het maaiblad volledig is gestopt metdraaien voordat u onderhoudswerkzaamhedenuitvoert. • Houd de snijtanden van het blad goed en juistgeslepen. • Een verkeerd geslepen of beschadigd blad verhoogthet risico op ongelukken.
• Bevestig de transportbescherming op het maaibladvoordat u het product vervoert of opslaat. Terugslag• Een terugslag is een plotselinge beweging van hetproduct naar de zijkant, naar voren of naar achteren. Een terugslag vindt plaats wanneer hetgrasmaaiblad of zaagblad een object raakt dat nietkan worden gemaaid. Op plaatsen waar u moeilijkkunt zien wat u maait, is er een groter risico opterugslag. • Bij een terugslag bestaat het risico dat het product ofde gebruiker uit zijn positie wordt gebracht. Eenbewegend blad kan omstanders raken en er is kansop letsel. • Gooi een blad dat verbogen is, scheuren vertoont ofgebroken of beschadigd is, weg. • Gebruik een scherp blad. Het risico op terugslag isgroter als het blad niet scherp is. Gras maaien met een grasmaaiblad1. Sta met uw voeten uit elkaar tijdens het gebruik vanhet product. Zorg ervoor dat u stevig staat. 2.
Plaats de steunkop lichtjes op de grond. Ditvoorkomt dat het blad de grond raakt. 3. Gebruik een pendelende beweging van rechts naarlinks voor een goede maaibeweging. Gebruik delinkerkant van het blad om te snijden (tussen 8 en 12uur). (Fig. 27)4. Kantel het blad naar links bij het maaien van gras. Let op: Het gras zal hierdoor in een lijn liggen. 5. Gebruik een pendelende beweging van links naarrechts voor de retourbeweging. 6. Houd bij het werk een ritme aan. 7. Beweeg naar voren en zorg dat u stevig staat. 8. Stop de motor. 9. Verwijder het product uit de klem op het draagstel. 10. Plaats het product op de grond. 11. Verzamel het maaisel. Algemene veiligheidsinstructiesvoor de stoksnoeizaag• We raden u aan verdere beschermingsuitrustingvoor hoofd, handen, benen en voeten te gebruiken.
Als u voldoende beschermende kleding draagt,neemt de kans op persoonlijk letsel doorrondvliegend vuil of onbedoeld contact met dezaagketting af. • Til uw armen niet boven uw schouders bij het zagenmet het product. Blijf niet onder de takken staan dieworden gezaagd.
• Draag altijd veiligheidshandschoenen wanneer u dezaagketting aanraakt. • Vervang de geleider en de ketting onmiddellijk alsdeze beschadigd, defect of verwijderd zijn. • Start de motor niet met de geleider in eenzaagsnede. Verwijder de geleider uit de zaagsnedevoordat u de motor start. • Gebruik het product niet voor het omzagen vanbomen of een boomstam. • Gebruik het product niet voor het snoeien vanstruiken of jonge bomen. 860 - 001 - 28. 10. 2018293.
• Zorg ervoor dat de ketting niet in aanraking komt metobjecten als u de motor start. • Wees voorzichtig met hoogspanningskabels. • Oefen geen druk uit op het product wanneer u eenzaagsnede hebt voltooid. • Laat de gashendel altijd los wanneer u eenzaagsnede hebt voltooid en laat de motor metstationair toerental draaien. • Zaag alleen twijgen of takken van minder dan 15 cmdoorsnede boven uw hoofd. • Houd het product stevig met twee handen vast omhet product in evenwicht te houden. (Fig. 28)• Gebruik het product langzaam en zaag voorzichtig• Houd rekening met de richting waarin de tak valt. • Houd tijdens het zagen rekening met noesten. Noesten zijn kleine takken die in de ketting terechtkunnen komen, waardoor u de controle over hetproduct kunt verliezen of uit balans kunt raken. • Houd rekening met de noest als de spanning in hethout vrijkomt. • Gebruik het product in een vrij werkgebied.
Ruimregelmatig gevallen takken in het werkgebied op omletsel te voorkomen. • Zaag lange takken in stukken wanneer u zeverwijdert. • Schakel de motor uit, verwijder het draagstel enplaats de machine op de grond voordat u hetgemaaide materiaal verzamelt. • Breng de afdekking van de geleider aan tijdenstransport en opslag van het product. • Controleer de afdekking van de geleider opbeschadigingen en vervormingen. Zagen met de stoksnoeizaagWAARSCHUWING: Zaag niet inachterwaartse of voorwaartse richting methet product. 1. Zet de gashendel van het product in de stand volgasen oefen een lichte druk uit. 2. Breng de eerste zaagsnede 15 cm van deboomstam aan. Zaag 1/3 door de onderzijde van detak. (Fig. 29)3. Verplaats de stoksnoeizaag 5-4 cm op de tak. Zaagde tweede keer volledig door de tak. (Fig. 29)4. Zaag een derde keer. Zaag niet te dicht bij de stam;dit kan de boom beschadigen.
30)Algemene veiligheidsinstructiesvoor de heggenschaar met grootbereik• Houd uw handen uit de buurt van het maaiblad. Hetaanraken van het maaiblad kan ernstig letselveroorzaken. • Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van demessenset. Verwijder geen snoeiafval en houd geenmateriaal vast dat moet worden gesnoeid als demessen bewegen. Zorg ervoor dat het productgestopt is voordat u het reinigt of onderhoud uitvoert. De messen komen na het uitschakelen niet meteentot stilstand. Onoplettendheid tijdens het gebruik vanhet product kan ernstig letsel veroorzaken. • Til uw armen niet boven uw schouders bij het zagenmet het product. Blijf niet onder de takken staan dieworden gezaagd. • Houd het product zo dicht mogelijk bij uw lichaamvoor de juiste balans. (Fig. 31)• Beweeg het product van beneden naar boven heenen weer wanneer u de zijkanten knipt. (Fig. 32)• Knip niet te snel.
Knip langzaam en regelmatig totdatu een goed knipresultaat ziet. • Zorg ervoor dat de punt van het blad de grond nietraakt. • Wees voorzichtig met hoogspanningskabels. • Laat de gashendel altijd los wanneer u eenzaagsnede hebt voltooid en laat de motor metstationair toerental draaien. • Draag de heggenschaar bij de handgreep metuitgeschakelde snijbladen. Houd het product tijdensgebruik op de juiste wijze vast om de kans op letseldoor de snijbladen te verminderen. • Schakel de motor uit, verwijder het draagstel enplaats de machine op de grond voordat u hetgemaaide materiaal verzamelt. • Breng de bladbeschermkap aan tijdens transport enopslag van het product. • Controleer de bladbeschermkap op beschadigingenen vervormingen. De hoek van de snijbladen aanpassen1. Druk op de hendel om te ontgrendelen. (Fig. 33)2. Stel de hoek van de snijbladen in op de juistepositie. 3. Laat de hendel los.
u het product start. Plaats het product op een vlakkeondergrond. Zorg ervoor dat de snijuitrusting niet inaanraking komt met de grond of andere objecten. • Het gebruik van het apparaat kan tot rondvliegendevoorwerpen leiden, waardoor oogletsel kan ontstaan. Gebruik altijd goedgekeurde oogbeschermingwanneer u het product gebruikt. • Let op: Tijdens het gebruik kan een kind zonder uwmedeweten dicht bij het product komen. • Gebruik dit product niet als zich personen in hetwerkgebied bevinden. Schakel het product uitwanneer een persoon het werkgebied betreedt. • Zorg dat u het product altijd onder controle hebt. • Gebruik het product niet als u geen hulp kunt krijgenindien zich een ongeval voordoet. Zorg er altijd voordat anderen weten dat u het product gaat gebruikenvoordat u het product start.
• Draai niet met het product voordat u zeker weet dater zich geen personen of dieren in deveiligheidszone bevinden. • Verwijder alle ongewenste materialen uit hetwerkgebied voordat u begint. Als de snijuitrustingeen object raakt, dan kan dit object wordenuitgeworpen en letsel of schade veroorzaken. Ongewenst materiaal kan zich rond de snijuitrustingwikkelen en schade veroorzaken. • Gebruik het apparaat niet bij slecht weer, zoals mist,regen, sterke wind, gevaar voor blikseminslag ofandere ongunstige weersomstandigheden. Bij slechtweer kunnen gevaarlijke omstandigheden, zoalsgladde oppervlakken, ontstaan. • Zorg dat u vrij kunt bewegen en in een stabielehouding kunt werken. • Zorg dat u niet kunt vallen wanneer u het productgebruikt. Buig u niet voorover of achterover wanneeru het product bedient. • Houd het product altijd met twee handen vast. Houdhet apparaat rechts van uw lichaam.
• Bedien het product zodanig dat de snijuitrusting zichonder uw middel bevindt. • Als de chokehendel in de chokestand staat wanneerde motor wordt ingeschakeld, dan begint desnijuitrusting te draaien. • Raak de hoekoverbrenging niet aan nadat de motoris uitgeschakeld.
De hoekoverbrenging is heet nadatde motor is uitgeschakeld. Hete oppervlakkenkunnen letsel veroorzaken. • Schakel de motor uit voordat u het productverplaatst. • Zet het product niet neer terwijl de motor isingeschakeld. • Schakel de motor uit en wacht totdat de snijuitrustingis gestopt voordat u ongewenst materiaal van hetproduct verwijdert. Laat de snijuitrusting eerststoppen voordat u (al dan niet met een hulpmiddel)het maaisel verwijdert. Persoonlijke beschermingsuitrustingWAARSCHUWING: Lees de volgendewaarschuwingen voordat u het product gaatgebruiken. • Gebruik altijd de juiste persoonlijkebeschermingsmiddelen wanneer u het productgebruikt. De persoonlijke beschermingsmiddelennemen het risico op letsel niet weg. De persoonlijkebeschermingsmiddelen verlagen de ernst van hetletsel indien zich een ongeval voordoet.
• Gebruik altijd goedgekeurde oogbeschermingwanneer u het product gebruikt. • Bedien het product niet op blote voeten of met openschoenen. Gebruik altijd antisliplaarzen voor zwaargebruik. • Draag een lange broek van stevige stof. • Gebruik indien nodig goedgekeurde beschermendehandschoenen. • Gebruik een helm als er objecten op uw hoofdkunnen vallen. • Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbeschermingwanneer u het product gebruikt. Langdurig lawaaikan gehoorverlies veroorzaken. • Zorg ervoor dat u een EHBO-kit bij de hand hebt. Veiligheidsvoorzieningen op hetproductWAARSCHUWING: Lees de volgendewaarschuwingen voordat u het product gaatgebruiken. • Gebruik het product nooit wanneer deveiligheidsvoorzieningen defect zijn. • Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatigop een juiste werking. Als deveiligheidsvoorzieningen defect zijn, neem dancontact op met uw McCulloch servicewerkplaats.
de snijuitrusting draait terwijl de gashendel in destationaire stand staat, controleer dan de stelschroefvoor de stationaire stand van de carburateur. Stopschakelaar controlerenDe stopschakelaar stopt de motor. 1. Start de motor. 2. Controleer of de motor stopt wanneer u destopschakelaar in de stop-stand zet. Beschermkap voor snijuitrustingDe beschermkap van de snijuitrusting voorkomt datlosse objecten in de richting van de gebruiker kunnenvliegen. Controleer de beschermkap van de snijuitrusting opschade en vervang hem indien hij beschadigd is. Gebruik alleen de goedgekeurde beschermkap voor desnijuitrusting. Ontgrendelfunctie draagstelWAARSCHUWING: Gebruik het draagstelniet als de ontgrendelfunctie defect is. Zorgdat de ontgrendelfunctie van het draagstelnaar behoren werkt wanneer u het productafstelt. • De ontgrendelfunctie van het draagstel bevindt zichaan de voorzijde van het product.
(Fig. 34)• De banden van het draagstel moet altijd in de juistepositie blijven. • In een noodgeval zorgt de ontgrendelfunctie van hetdraagstel ervoor dat u zich snel van het product kuntlosmaken. Geluiddemper• Gebruik geen motor met een beschadigdegeluiddemper. Een beschadigde geluiddemper laathet geluidniveau stijgen en vergroot het risico vanbrand. Zorg dat er een brandblusser in de buurt is. • Controleer regelmatig of de geluiddemper aan hetproduct is bevestigd. • Raak de motor en de geluiddemper niet aan terwijlde motor is ingeschakeld. Raak de motor en degeluiddemper een tijdje niet aan nadat de motor isuitgeschakeld. Hete oppervlakken kunnen letselveroorzaken. • Een hete geluiddemper kan brand veroorzaken. Letop als u het product in de buurt van ontvlambarevloeistoffen of dampen gebruikt. • Raak geen onderdelen van de geluiddemper aan alsde geluiddemper beschadigd is.
Verwijder de ongewenstebrandstof/olie en laat het product drogen. Verwijderongewenste brandstof van het product. • Als u brandstof op uw kleding morst, trek dan directandere kleding aan. • Zorg dat er geen brandstof op uw lichaam terechtkomt, dit kan letsel veroorzaken. Als er brandstof opuw lichaam terecht komt, verwijder deze dan metwater en zeep. • Start de motor niet als u brandstof op het product ofop uw lichaam hebt gemorst. • Start het product niet als er sprake is van eenmotorlekkage. Controleer de motor regelmatig oplekkage. • Wees voorzichtig met brandstof. Brandstof is lichtontvlambaar en de dampen zijn explosief. Ze kunnenletsel veroorzaken of leiden tot de dood. • Adem geen brandstofdampen in, dit kan letselveroorzaken. Zorg voor voldoende ventilatie. • Rook niet in de buurt van de brandstof of de motor. • Plaats geen warme voorwerpen in de buurt van debrandstof of de motor.
• Vul geen brandstof bij terwijl de motor isingeschakeld. • Zorg ervoor dat de motor koud is wanneer ubrandstof bijvult. • Draai de tankdop langzaam open en laat de drukvoorzichtig ontsnappen voordat u brandstof bijvult. • Vul geen brandstof voor de motor bij in eenafgesloten ruimte. Onvoldoende ventilatie kan leidentot ernstig letsel of de dood door verstikking of hetinademen van koolmonoxide. • Draai de tankdop goed vast, zodat er geen brandkan ontstaan. • Verplaats het product minstens 3 m (10 ft) van deplaats waar u de brandstoftank hebt gevuld, voordatu het product start. • Doe niet te veel brandstof in de brandstoftank. • Zorg dat er geen brandstof wordt gemorst wanneer uhet product of de jerrycan met brandstof verplaatst. • Plaats het product of de jerrycan met brandstof nietop een plaats waar deze wordt blootgesteld aanopen vuur, vonken of waakvlammen.
• Leeg de brandstoftank voordat het productgedurende lange tijd wordt opgeslagen. Neem lokalewetgeving in acht voor het afvoeren van brandstof. • Reinig het product voordat het gedurende lange tijdwordt opgeslagen. • Verwijder de bougiekabel voordat het product wordtopgeslagen, zodat de motor niet onbedoeld kanstarten. 296860 - 001 - 28. 10. 2018.
Algemene veiligheidsinstructiesvoor onderhoud• De gebruiker van het product is verantwoordelijkvoor het uitvoeren van alle vereisteonderhoudswerkzaamheden, zoals beschreven in debedieningshandleiding. Onjuist onderhoud kanleiden tot letsel of de dood. • Zorg ervoor dat u regelmatigonderhoudswerkzaamheden uitvoert aan hetproduct. De levensduur van het product neemt toe. Het risico van ongevallen neemt af. • Houd u aan het onderhoudsschema. De intervallenworden berekend op basis van het dagelijks gebruikvan het product. De intervallen wijken af als u hetproduct niet dagelijks gebruikt. • Voer alleen onderhoudswerkzaamheden uitwaarvoor u in deze handleiding een instructieaantreft. Alle overige onderhoudswerkzaamhedenmoeten door een erkend servicepunt wordenuitgevoerd.
• Laat alle onderhoudswerkzaamheden aan hetapparaat uitvoeren door een erkende dealer, metuitzondering van de werkzaamheden in ONDERHOUD op pagina 299. • Laat het product regelmatig door een erkende dealerof een erkend servicepunt controleren, zodat eraanpassingen en reparaties uitgevoerd kunnenworden. • Controleer of het apparaat correct is gemonteerd. • Gebruik het product niet als de oorspronkelijkespecificatie is gewijzigd. • Vervang geen onderdelen van het product zondertoestemming van de fabrikant. • Gebruik alleen door de fabrikant goedgekeurdeonderdelen. • Controleer op defecte of onjuist uitgelijndeonderdelen en op onderdelen die niet vrij bewegen. Controleer of er andere omstandigheden zijn die dewerking van het apparaat negatief kunnenbeïnvloeden. • Gebruik nooit een beschadigd product. Vervang ofrepareer beschadigde onderdelen.
• Zorg dat doppen en bevestigingen goed blijvenvastzitten. Het gebruik van niet-goedgekeurdevervangende onderdelen of het verwijderen vanveiligheidsvoorzieningen kan leiden tot schade aanhet apparaat. Hierdoor kan ook letsel ontstaan bij degebruiker of bij omstanders. • Gebruik alleen aanbevolen accessoires envervangende onderdelen.
Breng geen wijzigingenaan het product aan. • Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van olieen vet. Vettige, met olie bedekte handgrepen zijnglad, waardoor u de controle kunt verliezen. • Volg de instructies voor het smeren en vervangenvan onderdelen. • Koppel de bougiekabel los voordat u het productmonteert, het product opslaat ofonderhoudswerkzaamheden uitvoert. • Neem contact op met uw servicepunt als hetstationaire toerental niet zo kan worden afgesteld datde snijuitrusting stopt. Gebruik het product nietvoordat het correct is afgesteld of gerepareerd. • Zorg ervoor dat het product stabiel is tijdens hettransport om schade te voorkomen. • Wanneer het apparaat niet in gebruik is, bewaart uhet op een droge, hoge en afgesloten locatie buitenhet bereik van kinderen. MONTERENWAARSCHUWING: Lees het hoofdstukover veiligheid voordat u het productmonteert. Hendel monteren1.
Verwijder de bouten (A), ringen (B), bovenste klem(D), onderste klem (E) en moeren (F) van dehandgreep (C). (Fig. 35)2. Bevestig de bovenste klem (A), handgreep (B),ringen (C) en bouten (D) op de bovenkant van debovenste steel. 3. Bevestig de onderste klem (E) en moeren (F) aan deonderkant van de bovenste steel. (Fig. 36)4. Breng het hulphandvat aan tussen de 2 pijlen op debovenste steel. 5. Draai de schroeven stevig vast. Let op: Controleer of de handgreep niet beweegt. Het trimmeropzetstuk monteren1. Bevestig de beschermkap (A), beugels (B), ringen(C), ringen (D) en bouten (E) voor de snijuitrusting. Draai de schroeven stevig vast. (Fig. 37)2. Gebruik de inbussleutel (A) om rotatie van de steelte voorkomen. 3. Verwijder de moer (B), steunkop (C) en houder (D)op het opzetstuk voor de trimmer en bosmaaier. (Fig. 38)4. Draai de trimmerkop (B) vast op de steel. (Fig.
2. Gebruik de inbussleutel (A) om rotatie van de steelte voorkomen. 3. Verwijder de moer (B), steunkop (C) en houder (D)op het opzetstuk voor de trimmer en bosmaaier. (Fig. 40)4. Bevestig het blad (B), onderste houder (C), steunkop(D) en moer (E). Draai de moer stevig vast. (Fig. 41)Het opzetstuk voor destoksnoeizaag monterenZie Onderhoud aan het opzetstuk van de stoksnoeizaagop pagina 301 voor montage-instructies voor hetopzetstuk van de stoksnoeizaag. Deelbare steel monteren1. Draai aan de knop om de steelkoppeling los temaken. (Fig. 42)2. Verplaats de vergrendel-/ontgrendelknop (A) in degeleidingsuitsparing. Duw het opzetstuk in dekoppeling totdat de vergrendel-/ontgrendelknop inhet eerste gat vastklikt (B). (Fig. 43)3. Plaats de steel in de steelkoppeling. De knop moetdoor het gat gaan.
Let op: Als het opzetstuk niet volledig in debovenste steel gaat, gebruikt u de combinatietangom de interne aandrijfas dieper in de buis te steken. Het kan nodig zijn om de combinatietang te draaienterwijl u drukt. 4. Zorg dat u de knop weer stevig vastdraait voordat uhet product gebruikt. (Fig. 44)Deelbare steel demonteren1. Draai aan de knop om de steelkoppeling los temaken. (Fig. 45)2. Houd de vergrendel-/ontgrendelknop (B) ingedrukt. Trek de stelen uit elkaar. (Fig. 46)BEDIENINGWAARSCHUWING: Lees en begrijp hethoofdstuk over veiligheid voordat u hetproduct gebruikt. BrandstofBrandstof gebruikenOPGELET: Dit product heeft eentweetaktmotor. Gebruik een mengsel vanbenzine en tweetakt-motorolie. Zorg dat ude juiste hoeveelheid olie gebruikt in hetmengsel. Door een onjuiste verhouding vanbenzine en olie kan de motor beschadigdraken.
BenzineOPGELET: Gebruik geen benzine met eenoctaangetal lager dan 90 RON (87 AKI). Ditkan schade aan het product veroorzaken. OPGELET: Gebruik geen benzine met eenethanolgehalte van meer dan 10% (E10). Ditkan schade aan het product veroorzaken.
• Gebruik altijd nieuwe loodvrije benzine met eenminimaal octaangetal van RON 90 (87 AKI) en eenethanolgehalte van minder dan 10% (E10). • Gebruik benzine met een hoger octaangetal als uhet product regelmatig gebruikt met een hoogmotortoerental. Tweetakt-motorolie• Gebruik alleen hoogwaardige tweetakt-motorolie. Gebruik alleen motorolie voor luchtgekoeldetweetakt-motorolie. • Gebruik geen andere typen olie. • Mengverhouding 50:1 (2%)Benzine, liter Tweetaktolie, liter5 0,1010 0,2015 0,3020 0,40Brandstof mengenLet op: Gebruik altijd een schone jerrycan wanneer ubrandstof gaat mengen. Let op: Maak een hoeveelheid brandstofmengsel voormaximaal 30 dagen. 1. Voeg de helft van de hoeveelheid benzine toe. 2. Voeg de volledige hoeveelheid olie toe. 3. Schud het brandstofmengsel om de stoffen temengen. 4. Voeg de resterende hoeveelheid benzine toe. 5.
Brandstof vullen• Gebruik altijd een jerrycan met een anti-morsschenktuit. • Als er brandstof op de jerrycan aanwezig is, danverwijdert u de ongewenste brandstof en laat u dejerrycan drogen. • Zorg dat het oppervlak rondom de tankdop schoonis. • Schud de jerrycan voordat u het brandstofmengsel inde brandstoftank laat lopen. Starten en stoppenKoude motor starten(Fig. 47)1. Zet de stopschakelaar (A) in de startpositie. 2. Duw de gashendelvergrendeling (B) in en trek aande gashendel (C). 3. Druk terwijl de gashendel is ingeschakeld op deknop voor hoog stationair toerental (D). 4. Laat daarna de gashendelvergrendeling en degashendel los. 5. Druk de primerbalg van de brandstofpomp langzaam10 maal in. De balg hoeft niet volledig gevuld te zijn. (Fig. 48)6. Zet de chokeknop in de volledig geopende stand. (Fig. 49)7. Druk de behuizing van de machine met uwlinkerhand op de grond. (Fig. 50)8.
Trek met uw rechterhand het koord langzaam naar utoe totdat u weerstand ondervindt. 9. Trek nu snel en krachtig aan het startkoord. Herhaalongeveer 5 keer of tot de motor probeert te starten. 10. Zet de chokeknop in de gesloten stand. 11. Trek snel en krachtig aan het startkoord totdat demotor start. 12. Laat de motor 10 seconden draaien. 13. Trek aan de gashendel om gedurende 60 secondenmet laag toerental te draaien. Warme motor startenLet op: Voer deze procedure uit wanneer u een productstart waarvan de brandstof is opgeraakt en is bijgevuld. (Fig. 47)1. Zet de stopschakelaar (A) in de startpositie. 2. Duw de gashendelvergrendeling (B) in en trek aande gashendel (C). 3. Druk terwijl de gashendel is ingeschakeld op deknop voor hoog stationair toerental (D). 4. Laat daarna de gashendelvergrendeling en degashendel los. 5. Druk de primerbalg van de brandstofpomp langzaam10 maal in.
Trek met uw rechterhand het koord langzaam naar utoe totdat u weerstand ondervindt. 9. Trek snel en krachtig aan het startkoord totdat demotor start. Product stoppen• Druk de stopschakelaar in om de motor te stoppen. Motor starten als de brandstof te warm isAls het apparaat niet start, is de brandstof mogelijk tewarm. Let op: Gebruik altijd nieuwe brandstof en verkort degebruiksduur bij warm weer. 1. Leg het apparaat op een koele plek, uit de buurt vandirect zonlicht. 2. Laat het apparaat minimaal 20 minuten afkoelen. 3. Druk het balgje voor extra brandstoftoevoergedurende 10 tot 15 seconden telkens opnieuw in. 4. Volg de procedure voor het starten van een koudemotor. Zie Koude motor starten op pagina 299. ONDERHOUDWAARSCHUWING: Lees en begrijp hethoofdstuk over veiligheid voordat u gaatreinigen of reparaties of onderhoud gaatuitvoeren. OnderhoudsschemaHoud u aan het onderhoudsschema.
De intervallenworden berekend op basis van het dagelijks gebruik vanhet product. De intervallen wijken af als u het productniet dagelijks gebruikt. Voer alleenonderhoudswerkzaamheden uit die in deze handleidingworden beschreven. Neem voor overige860 - 001 - 28. 10. 2018 299.
onderhoudswerkzaamheden die niet in deze handleidingworden beschreven contact op met een erkendservicepunt. Dagelijks onderhoud• Reinig de externe oppervlakken. • Maak het luchtfilter schoon. Vervang indien nodig. • Controleer het draagstel. • Controleer de werking van degashendelvergrendeling en de gashendel. • Controleer de steel en de handgreep. • Controleer de stopschakelaar. • Controleer de bladbeschermkappen. • Controleer de snijuitrusting op beschadigingen enbarsten. • Vervang snijuitrusting indien deze beschadigd is. • Smeer de snijbladen (opzetstuk voor heggenschaarmet groot bereik). • Controleer de trimmerkop. • Controleer het stationaire toerental. • Controleer op brandstoflekkage. Wekelijks onderhoud• Controleer de startkoordhendel en het startkoordzelf. • Controleer de smering van de hoekoverbrenging. • Reinig de buitenkant van de carburateur en deaangrenzende delen.
• Maak de bougie uitwendig schoon. Verwijder hem encontroleer de afstand tussen de elektroden. Pas deafstand aan of vervang de bougie. Controleer of debougie is uitgerust met een onderdrukker. Maandelijks onderhoud• Reinig het koelsysteem. • Controleer het brandstoffilter. • Controleer de brandstofslang op schade. • Controleer alle kabels en aansluitingen. • Controleer het brandstoffilter. De carburateur afstellenTijdens het testen in de fabriek wordt de basisafstellingvan de carburateur uitgevoerd. De afstelling moetworden uitgevoerd door een gekwalificeerde monteur. Geluiddemper controlerenWAARSCHUWING: Gebruik een productniet wanneer de geluiddemper defect is. Alseen geluiddemper defect is, moet deze altijdvervangen worden. WAARSCHUWING: Geluiddempers metkatalysator kunnen tijdens bedrijf zeer heetworden. Hierdoor ontstaat kans opverbranding of brand.
Risico opbrand. OPGELET: Als het vonkenschermbeschadigd is, moet dit altijd wordenvervangen. Gebruik een product niet als hetvonkenscherm op de geluiddemperontbreekt of defect is. OPGELET: Als vonkenscherm geblokkeerdwordt, zal het product te heet worden. Ditkan leiden tot beschadiging van de cilinderen de zuiger. 1. Controleer of de geluiddemper niet beschadigd is. 2. Zorg ervoor dat de geluiddemper correct aan hetproduct is bevestigd. 3. Sommige geluiddempers hebben een speciaalvonkenscherm. Reinig het vonkenscherm minimaaleen keer per week indien uw product voorzien is vandit type geluiddemper. Gebruik een staalborstel. (Fig. 51)Het koelsysteem reinigen/onderhoudenDit product is uitgerust met een koelsysteem. Een vuil ofverstopt koelsysteem zorgt ervoor dat het product teheet wordt, waardoor de cilinder en zuiger beschadigdkunnen raken.
Controleer en reinig het koelsysteem meteen borstel één keer per week, of vaker bij veeleisendeomstandigheden. Het koelsysteem omvat koelribben opde cilinder (1) en een luchtinlaat (2). (Fig. 52)Het luchtfilter reinigen1. Verwijder het luchtfilterdeksel en verwijder hetluchtfilter. (Fig. 53)2. Reinig het luchtfilter met een warm sopje van wateren zeep. Zorg dat het luchtfilter droog is wanneer udit aanbrengt. 3. Vervang het luchtfilter als het zo vuil is dat het nietmeer volledig kan worden gereinigd. Vervang eenbeschadigd luchtfilter altijd. 4. Als uw product is uitgerust met een schuimluchtfilter,breng dan luchtfilterolie aan. Breng alleenluchtfilterolie aan op een schuimfilter. Breng geenolie aan op een viltfilter. BrandstoffilterAls de motor niet genoeg brandstof krijgt toegevoerd,controleer dan of de luchtopening van de300860 - 001 - 28. 10. 2018.
brandstoftankdop en het brandstoffilter (A) niet verstoptzijn. (Fig. 54)Smeermiddel aanbrengen op dehoekoverbrengingZorg dat de hoekoverbrenging voor 3/4 gevuld is metsmeermiddel. (Fig. 55)Bougie controlerenOPGELET: Gebruik altijd het juistebougietype. Een verkeerd type bougie kanschade aan het product veroorzaken. • Controleer de bougie als de motor weinig vermogenheeft, niet gemakkelijk te starten is of stationair nietgoed draait. • Volg deze instructies om het risico van ongewenstmateriaal op de elektroden van de bougie tebeperken:a) Zorg ervoor dat het stationair toerental altijd juistis afgesteld. b) Zorg dat het brandstofmengsel correct is. c) Zorg dat het luchtfilter schoon is. • Maak de bougie schoon als deze vuil is encontroleer of de afstand tussen de elektroden correctis, zie TECHNISCHE GEGEVENS op pagina 303. (Fig. 56)• Vervang de bougie indien nodig.
Scherpen van grasmes engrasmaaiblad1. Vijl bladen en messen met een platte vijl met enkelekapping. 2. Vijl alle snijkanten van de grasmaaibladen en -messen gelijkmatig om de balans te bewaren. (Fig. 57)Trimmerdraad vervangen(Fig. 58)(Fig. 59)(Fig. 60)(Fig. 61)(Fig. 62)(Fig. 63)(Fig. 64)(Fig. 65)Onderhoud aan het opzetstuk vande stoksnoeizaagWAARSCHUWING: Verwijder de bougievoordat u onderhoud aan het opzetstukuitvoert. De ketting installeren of vervangenWAARSCHUWING: Wanneer de kettingversleten of beschadigd raakt, vervang dezedan door een ketting met minder terugslag. Zie HULPSTUKKEN op pagina 305. Let op: Draag altijd veiligheidshandschoenen wanneeru de zaagketting aanraakt. 1. Koppel de bougiekap los. 2. Gebruik de sleutel om de moer van hetkettingwieldeksel linksom los te draaien. (Fig. 66)3. Verwijder de moer van het kettingwieldeksel, de ring(B) en het kettingwieldeksel (C). (Fig.
67)4. Verwijder de geleider en de zaagketting als deze zijnaangebracht. 5. Als u een ketting vervangt, verwijdert u de oudeketting van de geleider en gooit u deze weg. 6.
Verwijder al het zaagsel, vuil en ander ongewenstmateriaal van de oppervlakken met een zachteborstel of een droge doek. 7. Onderhoud uitvoeren aan de geleider. Zie Onderhoud van de geleider op pagina 302. 8. Draai de stelschroef linksom tot de stelpen op deaangegeven positie staat. (Fig. 68)9. Breng de nieuwe ketting aan op de geleider met demessen in de juiste richting. Begin bij de bovenkantvan de geleider en werk richting de voorzijde van degeleider. (Fig. 69)Let op: Zorg ervoor dat de onderzijde van de kettingin de groef op de geleider valt en op het voorstekettingwiel van de geleider zit. 10. Wanneer de ketting op de geleider zit, installeer zeop de zaag en breng de ketting rond het zaagbladaan. Lijn de tanden van het kettingwiel uit met deketting. 11. Zorg ervoor dat de stelpen zich in het stelpengat vande geleider bevindt. (Fig.
70)Let op: Er worden een stelpen en schroef gebruiktom de spanning van de zaag af te stellen. Het iszeer belangrijk dat bij het monteren van de geleiderde stelpen zich in het stelpengat van de geleiderbevindt. 12. Bevestig het kettingwieldeksel (A), de ring (B) en demoer (C) van het kettingwieldeksel. Draai de moermet uw vingers lichtjes vast. (Fig. 71)13. Stel de kettingspanning af. Zie De kettingspanningaanpassen op pagina 302. Let op: Controleer de kettingspanning op gezettetijden. Een ketting die de juiste spanning heeft, levertbetere prestaties en heeft een langere levensduur. 860 - 001 - 28. 10. 2018 301.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met McCulloch B33 PS stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Grasmaaier McCulloch
Handleiding Grasmaaier
Nieuwste handleidingen voor Grasmaaier