Mazda 6 (2016) Handleiding

Mazda Auto 6 (2016)

Bekijk gratis de handleiding van Mazda 6 (2016) (37 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 81 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Mazda 6 (2016) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/37
1
2
6
32
33
Beknopte handleidingBeknopte handleiding
Het doel van deze Beknopte handleiding is een eenvoudige uitleg te geven van het gebruik
van bepaalde voorzieningen waarmee uw Mazda6 is uitgerust.
Belangrijke veiligheidsuitrusting
Alvorens te gaan rijden
Tijdens het rijden
Interieurvoorzieningen
Onderhoud en verzorging
De betekenis van elk van de symbolen die in de Beknopte handleiding gebruikt worden is als volgt:
Gedetailleerde verklaring ten aanzien van bepaalde informatie.
35
Als er zich een probleem voordoet

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Mazda
Categorie: Auto
Model: 6 (2016)

Handleiding Mazda 6 (2016) – volledige tekst

1263233Beknopte handleidingBeknopte handleidingHet doel van deze Beknopte handleiding is een eenvoudige uitleg te geven van het gebruik van bepaalde voorzieningen waarmee uw Mazda6 is uitgerust.Belangrijke veiligheidsuitrustingAlvorens te gaan rijdenTijdens het rijdenInterieurvoorzieningenOnderhoud en verzorgingDe betekenis van elk van de symbolen die in de Beknopte handleiding gebruikt worden is als volgt:Gedetailleerde verklaring ten aanzien van bepaalde informatie.35Als er zich een probleem voordoet

1Belangrijke veiligheidsuitrustingVoor het hoger zetten van de hoofdsteun, deze tot in de gewenste positie omhoog trekken.HoofdsteunenGebruik van de zittingenVoor de handbediende en elektrische zittingafstelling zijn onderstaande zittingafstelfuncties beschikbaar.LengteverstellingAfstelling van de hoogteRugleuningverstellingAfstellen van de hoogte van de voorzijde van het zitkussen (Bestuurdersstoel)Afstelling van de lendesteun (Bestuurdersstoel)Voor het omlaag zetten van de hoofdsteun, de ontgrendeling indrukken en vervolgens de hoofdsteun omlaag drukken.Stel de hoofdsteun zodanig af dat het midden daarvan op gelijke hoogte is met de bovenzijde van de oren van de passagier.Buitenste zitting van voorzittingBuitenste zitting van achterzittingMiddelste zitting van achterzittingElektrische bedieningZie voor bijzonderheden Hoofdstuk 2, “Zittingen”.

BuitenantenneAlleen vergrendelen (Wagon)Werkingsbereik80 cm80 cmVerzoekschakelaar VerzoekschakelaarOntgrendelhendelAlvorens te gaan rijdenWerkingsbereikHet geavanceerde afstandbediende portiervergrendelingssysteem werkt uitsluitend wanneer de bestuurder zich in de auto of binnen het werkingsbereik bevindt en de geavanceerde sleutel bij zich heeft.Alle portieren en de achterklep/het kofferdeksel kunnen vergrendeld/ontgrendeld worden door de verzoekschakelaar op de voorportieren in te drukken wanneer u de sleutel bij u draagt.(Wagon)Vergrendelen, ontgrendelen met de verzoekschakelaarAfstelling van het stuurwiel1. Breng de auto tot stilstand en trek vervolgens de ontgrendelhendel onder de stuurkolom naar beneden.3. Probeer alvorens te gaan rijden het stuurwiel omhoog en omlaag te duwen om te controleren of dit vergrendeld is.2.

Verander de hoek van het stuurwiel en/of stel de lengte van de stuurkolom af tot in de gewenste posities en duw vervolgens de hendel omhoog om de stuurkolom te vergrendelen.2Voorportieren (Vergrendelen/Ontgrendelen)Achterklep (Alleen vergrendelen, Wagon)Zie voor bijzonderheden Hoofdstuk 3, “Geavanceerd afstandbediend portiervergrendelings- en startsysteem”, “Portieren en sloten” of “Stuurwiel”.De verzoekschakelaar op de achterklep kan alleen worden gebruikt voor het vergrendelen van alle portieren en de achterklep.

3Alvorens te gaan rijdenSpiegelschakelaarMiddenpositieBuitenspiegels1. Draai de spiegelschakelaar naar links (L) of rechts ( ) voor het kiezen van de Rlinker of de rechter zijspiegel.2. Druk de spiegelschakelaar in de gewenste richting.ON/OFF toetsIndicatielampjeBinnenspiegelAutomatische dimspiegelDe automatische dimspiegel vermindert automatisch verblinding door de koplampen van achteropkomende voertuigen wanneer het contact op ON staat.Druk op de ON/OFF toets om de automatische dimfunctie uit te schakelen. Het indicatielampje gaat uit.Druk voor het opnieuw inschakelen van de automatische dimfunctie op de ON/OFF toets.

Het indicatielampje gaat branden.Zie voor bijzonderheden Hoofdstuk 3, “Spiegels”.Automatisch inklapmechanismeHet automatisch inklapmechanisme werkt wanneer het contact op ACC of OFF wordt gezet.Wanneer de schakelaar van de automatisch inklapbare buitenspiegel naar de stand AUTO wordt gedrukt (neutraalstand), worden de buitenspiegels automatisch in- en uitgeklapt wanneer de portieren vergrendeld en ontgrendeld worden.Ook wanneer het contact op ON wordt gezet of de motor wordt gestart, worden de buitenspiegels automatisch uitgeklapt.AUTO stand (neutraalstand)

4Alvorens te gaan rijdenVereiste brandstof en InhoudenLoodvrije super brandstof (overeenkomstig EN 228 en binnen E10)*1*1 EuropaBrandstof Octaangetal (RON) Inhoud95 of hoger62,0 literSKYACTIV-G 2.0, SKYACTIV-G 2.5Uw Mazda zal efficiënt functioneren op diesel met specificatie EN590 of gelijkwaardig.Bij het tanken altijd tenminste 10 liter brandstof bijvullen.Brandstof Inhoud62,0 literSKYACTIV-D 2.2Normale loodvrije brandstof 90 of hoger92 of hoger2WD4WD 52,0 literZie voor bijzonderheden Hoofdstuk 3, “Ruiten” of “Brandstof en emissie”.SluitenOpenenRuit linksachterRuit rechtsachterVoorpassagiersruitBestuurdersruitHoofdbedieningsschakelaarsWerking van de elektrische ruitbedieningElke passagiersruit kan ook bediend worden via het gebruik van de hoofdbedieningsschakelaars van de elektrische ruitbediening op het bestuurdersportier.Duw voor het openen van de ruit tot in de gewenste positie de schakelaar licht omlaag.Duw voor het sluiten van de ruit tot in de gewenste positie de schakelaar licht omhoog.

Alvorens te gaan rijden5Afsluitklep van brandstoftankdopTrek aan de interieur-ontgrendelknop voor de afsluitklep van de brandstoftankdop om de afsluitklep te openen.Afsluitklep van brandstoftankdop en brandstoftankdopBrandstoftankdopDraai voor het verwijderen van de brandstoftankdop deze linksom.Bevestig de verwijderde dop aan de binnenzijde van de afsluitklep.Draai voor het sluiten van de brandstoftankdop deze rechtsom totdat u een klik hoort.Zie voor bijzonderheden Hoofdstuk 3, “Brandstof en emissie”.OpenenSluitenOntgrendeling voor afsluitklep brandstoftankdop

6Tijdens het rijdenStarten van de motor(SKYACTIV-D 2.2)• De startmotor draait niet rond totdat het voorgloei-indicatielampje is uitgegaan.• Laat bij het starten van de motor het koppelingspedaal (handgeschakelde versnellingsbak) of het rempedaal (automatische transmissie) niet los totdat het voorgloei-indicatielampje in de instrumentengroep uitgaat, na het indrukken van de startdrukknop.1. Zorg er voor dat de handrem aangetrokken is.2. Blijf het rempedaal stevig intrappen totdat de motor volledig gestart is.3. ( )Handgeschakelde versnellingsbakBlijf het koppelingspedaal stevig intrappen totdat de motor volledig gestart is.(Automatische transmissie)Zet de keuzehendel in stand P (parkeren). Als u de motor moet starten wanneer de auto in beweging is, dient u de keuzehendel in stand N (neutraal) te zetten.4.

Druk op de startdrukknop nadat zowel het KEY indicatielampje (groen) (indien voorzien) in de instrumentengroep als het startdrukknopindicatielampje (groen) zijn gaan branden.• Als voor het starten van de motor het koppelingspedaal (handgeschakelde versnellingsbak) of het rempedaal (automatische transmissie) wordt losgelaten, het koppelingspedaal (handgeschakelde versnellingsbak) of het rempedaal (automatische transmissie) nogmaals intrappen en de startdrukknop indrukken om de motor te starten.• Als u nadat de gloeibougies zijn opgewarmd het contact gedurende langere tijd in de stand ON laat staan zonder dat de motor draait, worden de gloeibougies mogelijk opnieuw opgewarmd en gaat het voorgloei-indicatielampje branden.Zie voor bijzonderheden Hoofdstuk 4, “Motor start/stop”.Indicatielampje

7Tijdens het rijdenGebruik van de i-stop functieDe i-stop functie zet de motor automatisch stop wanneer de auto bij een verkeerslicht stil staat of in het verkeer vast komt te zitten en herstart vervolgens de motor automatisch om het rijden te hervatten. Het systeem draagt bij tot een verminderd brandstofverbruik, minder uitstoot van uitlaatgassen en doet het geluid van het stationair draaien verdwijnen wanneer de motor is stopgezet. Stoppen en herstarten van de motorOPMERKING• Het i-stop indicatielampje (groen) gaat in onderstaande gevallen branden:• Wanneer de motor gestopt is. • Het i-stop indicatielampje (groen) gaat uit wanneer de motor herstart. Handgeschakelde versnellingsbak2. Zet terwijl u het koppelingspedaal intrapt de versnellingshendel in de neutraalstand. De motor stopt nadat het koppelingspedaal is losgelaten. 3.

De motor herstart automatisch zodra het koppelingspedaal wordt ingetrapt. 1. Breng de auto tot stilstand door eerst het rempedaal en vervolgens het koppelingspedaal in te trappen. Automatische transmissie2. De motor herstart automatisch wanneer het rempedaal wordt losgelaten met de keuzehendel in de stand D of M (niet in blokkeermodus voor tweede versnelling). 3. Als de keuzehendel in de stand N of P staat, herstart de motor niet wanneer het rempedaal wordt losgelaten. De motor herstart wanneer het rempedaal nogmaals wordt ingetrapt of de keuzehendel naar de stand D, M (niet in blokkeermodus voor tweede versnelling) of stand R wordt verplaatst. (Houd met het oog op de veiligheid wanneer de motor gestopt is tijdens het verplaatsen van de keuzehendel altijd het rempedaal ingetrapt. )1.

De motor stopt wanneer tijdens het rijden het rempedaal wordt ingetrapt (behalve tijdens het rijden in de stand R of M, blokkeermodus voor tweede versnelling) en de auto tot stilstand is gebracht. Wanneer tijdens het rijden aan de voorwaarden voor het stoppen van de motor is voldaan.

8Tijdens het rijdenZie voor bijzonderheden Hoofdstuk 4, “Motor start/stop”.i-stop OFF schakelaarDoor de schakelaar in te drukken totdat een zoemer klinkt, wordt de i-stop functie uitgeschakeld en gaat het i-stop waarschuwingslampje (oranje) in de instrumentengroep branden. Door de schakelaar nogmaals in te drukken totdat de zoemer klinkt, wordt de i-stop functie ingeschakeld en gaat het i-stop waarschuwingslampje (oranje) uit.i-stop waarschuwingszoemerAls het stationair draaien van de motor is gestopt en het bestuurdersportier wordt geopend, klinkt er een waarschuwingstoon om de bestuurder te attenderen dat het stationair draaien is gestopt.

Dit stopt wanneer het bestuurdersportier wordt gesloten.i-stop indicatielampje (groen)/waarschuwingslampje (oranje)i-stop indicatielampje (groen)• Wanneer de motor gestopt is.Wanneer tijdens het rijden aan de voorwaarden voor het stoppen van de motor is voldaan.• Het lampje gaat branden wanneer het contact op ON wordt gezet en gaat uit wanneer de motor gestart wordt.i-stop waarschuwingslampje (oranje)• Het lampje gaat branden wanneer de i-stop OFF schakelaar wordt ingedrukt en het systeem wordt uitgeschakeld.• ( )Behalve Europees model

9Tijdens het rijdenActive Driving DisplayActive Driving DisplayStel de helderheid en positie van de display altijd af bij stilstaand voertuig:Afstellen van de helderheid en positie van de display tijdens het rijden is gevaarlijk, aangezien dit uw aandacht van de weg kan afleiden en een ongeluk kan veroorzaken.WAARSCHUWINGZie voor bijzonderheden Hoofdstuk 4, “Instrumentengroep en display”.

Tijdens het rijden30Indicatie/IndicatielampjesSignaal Indicatielampjes12345678910BeveiligingssysteemindicatielampjeVeiligheidsgordelindicatielampje (Achterzitting)KEY indicatie/indicatielampjeRijsnelheidsalarmindicatieMoersleutelindicatie/indicatielampjeDieseldeeltjesfilterindicatie/indicatielampjeIndicatielampje voor lage motorkoelvloeistoftemperatuurVoorgloei-indicatielampjeSchakelstandindicatie11121314Verlichting-aan indicatie/indicatielampjeGrootlichtindicatielampjeRichtingaanwijzers/Waarschuwingsknipperlichten indicatielampjes15Indicatielampje voor mistvoorlicht20Adaptieve LED koplampen (ALH) indicatielampjeDodehoekmonitor (BSM) OFF indicatielampjeHoofdindicatie van Mazda Radar Cruise Control (MRCC) systeemIndicatielampje van rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS) OFFIndicatie van rijstrookassistent (LAS) en het rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS)Indicatie vermoeidheid bestuurder (DAA)Smart Brake Support remhulpsysteem/stadsverkeer-remassistent (SBS/SCBS) OFF indicatielampjeInstelindicatie van kruissnelheidsregelaarHoofdindicatie van kruissnelheidsregelaari-ELOOP indicatieIndicatielampje van stadsverkeer-remassistent (SCBS)Indicatie van Smart Brake Support remhulpsysteem/stadsverkeer-remassistent (SBS/SCBS)Signaal IndicatielampjesIndicatielampje van de deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbagDeze lampjes gaan branden of knipperen om de gebruiker te informeren over de bedrijfstoestand van het systeem of om een defect te melden.1929Instelindicatie van Mazda Radar Cruise Control (MRCC) systeem21171822232425262728Indicatielampje voor mistachterlichtIndicatie/indicatielampje elektrische handremRempedaalbediening vereist indicatielampjeKoplampregelsysteem (HBC) indicatielampjeTCS/DSC indicatielampjeDSC OFF indicatielampjeKeuzemodusindicatie16 3132333411Zie voor bijzonderheden Hoofdstuk 4, “Instrumentengroep en display”.

Tijdens het rijden12OntgrendeltoetsBedieningsorganen van de automatische transmissieDiverse blokkeringen:Geeft aan dat u om over te kunnen schakelen het rempedaal moet intrappen en de ontgrendeltoets ingedrukt moet houden (het contact dient op ON te staan).Geeft aan dat de keuzehendel vrij naar elke stand verplaatst kan worden.Geeft aan dat u om over te kunnen schakelen de ontgrendeltoets ingedrukt moet houden.Drive-keuzeschakelaarDrive-selectieDrive-selectie is een systeem dat de drive-stand van de auto overschakelt. Wanneer de sportstand is geselecteerd, geeft de auto bij de bediening van het gaspedaal een krachtigere respons.

Dit zorgt voor een extra snelle acceleratie, wat nodig kan zijn voor het veilig uitvoeren van manoeuvres zoals het wisselen van rijbaan, het oprijden van snelwegen of het inhalen van andere voertuigen.Trek voor het annuleren van de sportstand de drive-keuzeschakelaar naar achteren (“ ”).Druk voor het selecteren van de sportstand de drive-keuzeschakelaar naar voren (“ ”).KeuzemodusindicatieWanneer de sportstand wordt geselecteerd, gaat de keuzemodusindicatie in de instrumentengroep branden.Zie voor bijzonderheden Hoofdstuk 4, “Automatische transmissie” of “Drive-selectie”.

Tijdens het rijden14i-ACTIVSENSEi-ACTIVSENSE is een collectieve benaming voor een reeks geavanceerde beveiligings- en rijondersteuningsystemen welke gebruik maken van een vooruitrijcamera (FSC) en radarsensoren. Deze systemen bestaan uit actieve beveiligings- en anti-botsinghulpsystemen. Hulpsystemen ter ondersteuning van de bestuurdersalertheid• Aanpasbaar voorverlichtingssysteem (AFS)• Koplampregelsysteem (HBC)• Adaptieve LED koplampen (ALH)• Rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS)• Dodehoekmonitor (BSM)• Afstandherkenninghulpsysteem (DRSS)• Vermoeidheidswaarschuwing (DAA)Deze systemen zijn bestemd om de bestuurder te ontlasten en te helpen veiliger te rijden en botsingen te vermijden of de ernst daarvan te verminderen. Echter aangezien elk van deze systemen hun beperkingen hebben, altijd voorzichtig rijden en niet blindelings op deze systemen vertrouwen.

Zichtbaarheid in het donkerDetectie aan linker/rechterzijde en achterzijdeAfstandherkenning tussen voertuigenDetectie bestuurdersvermoeidheid• Achteruitrijwaarschuwingssysteem (RCTA)Obstakeldetectie aan de achterzijde bij het wegrijden uit een parkeerplaats• Mazda Radar Cruise Control (MRCC) systeem• Rijstrookassistent (LAS) en rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS)Afstand tussen voertuigenRijstrookafwijking• Afstelbare snelheidsbegrenzerSnelheidsregelingVermindering van de ernst van een botsing bij lage snelheden• Stadsverkeer-remassistent [Vooruit] (SCBS F)Anti-botsingtechnologieDe anti-botsingtechnologie is ontworpen om de bestuurder te helpen botsingen te voorkomen of de ernst daarvan te verminderen in situaties waar deze niet voorkomen kunnen worden.

15Tijdens het rijdenZie voor bijzonderheden Hoofdstuk 4, “i-ACTIVSENSE”.Adaptieve LED koplampen (ALH)Het grootlicht en dimlicht van de adaptieve LED koplampen wordt voor een optimaal zicht van de bestuurder als volgt optimaal geregeld zonder voorliggende voertuigen of voertuigen die uit tegenovergestelde richting naderen te verblinden.Deze functie dimt enkel de bundel grootlicht die op een voorliggend voertuig schijnt.Niet-verblindend grootlichtBij het rijden met een snelheid van ongeveer 40 km/h of hoger wordt het grootlicht gedimd.

Wanneer de rijsnelheid minder is dan ongeveer 30 km/h, worden de koplampen op dimlicht overgeschakeld.OPMERKINGWanneer het grootlicht is ingeschakeld gaat het grootlichtindicatielampje branden.Deze functie vergroot het verlichtingsbereik van de lichtbundel van het dimlicht bij het rijden met een snelheid van ongeveer 40 km/h of lager.GroothoekdimlichtDeze functie verplaatst de verlichtingshoek van de lichtbundel van de koplampen omhoog bij het rijden op snelwegen.Snelwegstand

16Tijdens het rijdenZie voor bijzonderheden Hoofdstuk 4, “i-ACTIVSENSE”.Adaptieve LED koplampen (ALH)Het systeem schakelt de koplampen over naar grootlicht nadat het contact op ON is gezet en de koplampschakelaar in de stand AUTO staat.Inschakelen van het systeemOPMERKINGOnder de volgende omstandigheden bestaat de kans dat de adaptieve LED koplampen (ALH) niet normaal functioneren.

Schakel handmatig over tussen grootlicht en dimlicht al naargelang het zicht en de weg- en verkeerssituatie.• Wanneer er andere lichtbronnen in het gebied zijn, zoals straatlantaarns, verlichte aanwijsborden en verkeerslichten.• Wanneer er lichtweerkaatsende voorwerpen in de omgeving zijn, zoals lichtweerkaatsende platen en borden.• Wanneer het zicht verminderd is tijdens regen, sneeuw of mist.• Bij het rijden op wegen met scherpe bochten of golvingen.OPGELET• Breng geen wijziging aan de wielophanging of koplampeenheden aan en verwijder de camera niet. Anders bestaat de kans dat de adaptieve LED koplampen (ALH) niet normaal functioneren.• Vertrouw niet uitsluitend en alleen op de adaptieve LED koplampen (ALH) en rijd met voldoende aandacht voor de veiligheid.

Schakel de koplampen indien nodig handmatig over tussen grootlicht en dimlicht.• Wanneer de koplampen/achterlichten van voorliggende voertuigen of van voertuigen op de tegenovergestelde rijbaan niet duidelijk zichtbaar of onverlicht zijn.• Wanneer het onvoldoende donker is, zoals bij zonsopgang of schemering.• Wanneer de bagageruimte beladen is met zware voorwerpen of de achterpassagierszittingen bezet zijn.• Wanneer het zicht verminderd is doordat spatwater van de banden van een voorliggend voertuig op uw voorruit terechtkomt.

Tijdens het rijdenVerkeersbordherkenningsysteem (TSR)Het verkeersbordherkenningsysteem (TSR) helpt de bestuurder te voorkomen dat verkeersborden over het hoofd worden gezien en biedt ondersteuning voor veilig rijden door tijdens het rijden op de Active Driving Display verkeersborden te tonen die herkend worden door de vooruitrijcamera (FSC) of die geregistreerd zijn in het navigatiesysteem.Als gedurende het rijden de rijsnelheid het maximumsnelheidbord aangegeven in de Active Driving Display overschrijdt, informeert het systeem de bestuurder door middel van een indicatie in de Active Driving Display en een waarschuwingsgeluid.Het verkeersbordherkenningsysteem (TSR) toont de maximum snelheid (inclusief onderborden) en eenrichtingsborden.Let tijdens het rijden altijd goed op de verkeersborden.Het verkeersbordherkenningsysteem (TSR) helpt de bestuurder te voorkomen dat verkeersborden over het hoofd worden gezien en biedt ondersteuning voor veilig rijden.

Afhankelijk van de weersomstandigheden of problemen met verkeersborden, is het mogelijk dat een verkeersbord niet wordt herkend of dat een verkeersbord dat verschilt van het werkelijke verkeersbord wordt weergegeven. Neem het als bestuurder altijd tot uw verantwoordelijkheid op de verkeersborden te letten. WAARSCHUWINGAnders kan dit een ongeluk tot gevolg hebben.OPMERKING• In bepaalde landen of regio’s wordt het verkeersbordherkenningsysteem (TSR) niet ondersteund. Raadpleeg voor informatie betreffende de ondersteunde landen of regio’s een deskundige reparateur, bij voorkeur een officiële Mazda reparateur.• Het verkeersbordherkenningsysteem (TSR) werkt alleen als de SD kaart van het navigatiesysteem (origineel Mazda) in de SD kaartgleuf is gestoken.

18Tijdens het rijdenZie voor bijzonderheden Hoofdstuk 4, “i-ACTIVSENSE”.Verkeersbordherkenningsysteem (TSR)Als de rijsnelheid het maximumsnelheidbord dat op de Active Driving Display wordt weergegeven overschrijdt, wordt een waarschuwingsgeluid geactiveerd en gaat het gedeelte rondom het maximumsnelheidbord dat op de Active Driving Display wordt weergegeven 3 maal in oranje knipperen en als de rijsnelheid het weergegeven maximumsnelheidbord blijft overschrijden, stopt de indicatie met knipperen en licht deze constant op. Controleer de omgeving en pas de rijsnelheid aan de wettelijk geldende snelheid aan door het nemen van de juiste maatregel zoals het intrappen van het rempedaal.Waarschuwing te hoge snelheidOPMERKINGHet verkeersbordherkenningsysteem (TSR) werkt niet als er een defect is in de vooruitrijcamera (FSC).

19Tijdens het rijdenMazda Radar Cruise Control (MRCC) systeemHet Mazda Radar Cruise Control (MRCC) systeem regelt de volgafstand al naargelang de rijsnelheid met behulp van een radarsensor die de afstand ten opzichte van een voorliggend voertuig meet, zodat de bestuurder het gaspedaal of het rempedaal niet hoeft te gebruiken. Als uw auto het voorliggende voertuig dichter begint te naderen, omdat bijvoorbeeld het voorliggende voertuig plotseling afremt, wordt tegelijkertijd een waarschuwingsgeluid en een waarschuwingsindicatie op de display geactiveerd om u te waarschuwen voldoende afstand tussen de voertuigen te bewaren. De volgende rijsnelheden kunnen ingesteld worden:• ( )Europese modellenOngeveer 30 km/h tot 200 km/h• (Behalve Europese modellen)Ongeveer 30 km/h tot 145 km/hZie voor bijzonderheden Hoofdstuk 4, “i-ACTIVSENSE”.

Gebruik het Mazda Radar Cruise Control (MRCC) systeem op snelwegen en overige autowegen waarbij niet veel herhaalde acceleratie en snelheidsmindering vereist is. Vertrouw niet volledig op het Mazda Radar Cruise Control (MRCC) systeem en rijd altijd voorzichtig:WAARSCHUWINGGebruik het Mazda Radar Cruise Control (MRCC) systeem niet op de volgende plaatsen. Anders kan dit een ongeluk tot gevolg hebben:• Wegen met scherpe bochten, druk verkeer of wegen waarbij herhaalde en veelvuldige acceleratie vereist is. • Bij op- en afritten van knooppunten en pleisterplaatsen van snelwegen. • Gladde wegen, zoals met ijs of sneeuw bedekte wegen. • Lange, aflopende hellingen.

Het Mazda Radar Cruise Control (MRCC) systeem is bedoeld om de bestuurder te ontlasten en hoewel een constante rijsnelheid wordt aangehouden, of specifieker, er overeenkomstig de rijsnelheid een constante afstand wordt aangehouden tussen uw auto en het bespeurde voorliggende voertuig, heeft het systeem detectiebeperkingen afhankelijk van het soort voorliggende voertuig en de conditie ervan, de weersomstandigheden en de verkeerssituatie.

Verder is het mogelijk dat het systeem niet in staat is voldoende af te remmen om een botsing met het voorliggende voertuig te vermijden als het voorliggende voertuig plotseling afremt of een ander voertuig in de rijstrook snijdt, waardoor een ongeluk veroorzaakt kan worden. Controleer altijd de veiligheid van de omgeving en trap het rempedaal of gaspedaal in terwijl u een veiliger afstand aanhoudt ten opzichte van voorliggende voertuigen of tegenliggers.

20Tijdens het rijdenInstellen van het Mazda Radar Cruise Control (MRCC) systeemHet is mogelijk dat het Mazda Radar Cruise Control (MRCC) systeem tijdens regen, mist, sneeuw of andere slechte weersomstandigheden geannuleerd wordt, of wanneer de voorkant van de radiateurgrille vuil is.OPMERKINGOnder de volgende omstandigheden wordt de werking van het Mazda Radar Cruise Control (MRCC) systeem tijdelijk geannuleerd, wordt er op de display van de instrumentengroep een annuleringsindicatie getoond en gaat tegelijkertijd het MRCC indicatielampje (groen) uit.• De OFF/CAN schakelaar wordt eenmaal ingedrukt.Displayindicatie van Mazda Radar Cruise Control (MRCC) systeemDe status van de instelling en de bedrijfstoestanden van het Mazda Radar Cruise Control (MRCC) systeem worden aangegeven in de multi-informatiedisplay of de Active Driving Display.Systeemdefecten of bedrijfstoestanden worden aangeduid door een waarschuwing.• De handrem is aangetrokken.• Een portier wordt geopend.• De veiligheidsgordel van de bestuurder is niet vastgemaakt.• Het DSC, Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS), de stadsverkeer-remassistent (SCBS) of de geavanceerde stadsverkeer-remassistent (Advanced SCBS) is in werking gesteld.• Er wordt een defect in het systeem bespeurd.Overige details worden beschreven in de betreffende tekst.Zie voor bijzonderheden Hoofdstuk 4, “i-ACTIVSENSE”.• Het rempedaal is ingedruktMRCC Afstand-tussen-voertuigen displayVoorliggend-voertuig displayMRCC Ingestelde rijsnelheidVoorliggend-voertuig displayMRCC Afstand-tussen-voertuigen displayMRCC Ingestelde rijsnelheid

Tijdens het rijden21CANCEL schakelaarRES schakelaarOFF schakelaarschakelaarschakelaarSET+ schakelaarSET- schakelaarMODE schakelaarInstellen van het Mazda Radar Cruise Control (MRCC) systeemInstellen van de snelheidWanneer de ON schakelaar wordt ingedrukt, kan de rijsnelheid en de afstand tussen voertuigen bij het rijden met volgafstandregeling ingesteld worden. De indicatie van het Mazda Radar Cruise Control (MRCC) systeem wordt getoond in de display van de instrumentengroep.1. Stel de rijsnelheid af op de gewenste instelling met behulp van het gaspedaal.2. Volgafstandregeling begint wanneer de SET + of SET - schakelaar wordt ingedrukt.

De ingestelde snelheid en de afstand-tussen-voertuigen display gevuld met witte lijnen wordt getoond.Rijstatus Tijdens het rijden met constante snelheidTijdens het rijden met volgafstandregelingMulti-informatiedisplayActive Driving DisplayZie voor bijzonderheden Hoofdstuk 4, “i-ACTIVSENSE”.

Tijdens het rijden1622Instellen van het Mazda Radar Cruise Control (MRCC) systeemInstellen van de afstand tussen voertuigen tijdens volgafstandregelingDe afstand tussen voertuigen wordt korter ingesteld telkens wanneer de schakelaar wordt ingedrukt. De afstand tussen voertuigen wordt langer ingesteld door het indrukken van de schakelaar. De afstand-tussen-voertuigen kan ingesteld worden op 4 niveaus; lang, midden, kort en extreem korte afstand.Richtlijn voor afstand-tussen-voertuigen(bij een rijsnelheid van 80 km/h)Multi-informatiedisplayLang(ongeveer 50 m)Midden(ongeveer 40 m)Kort(ongeveer 30 m)Buitengewoon kort(ongeveer 25 m)Wijzig de ingestelde rijsnelheidWijzigen van de ingestelde rijsnelheid met behulp van de SET + / SET - schakelaarAccelereren met behulp van het gaspedaalTrap het gaspedaal in en druk de SET + of SET - schakelaar bij de gewenste snelheid in en laat deze los.

Als een schakelaar niet gebruikt kan worden, keert het systeem terug naar de ingestelde snelheid wanneer u uw voet van het gaspedaal afhaalt.Active Driving DisplayWaarschuwing voor korte volgafstandAls uw auto het voorliggende voertuig snel nadert omdat het voertuig plotseling afremt terwijl u met volgafstandregeling rijdt, wordt het waarschuwingsgeluid geactiveerd en wordt de remwaarschuwing aangegeven in de display.Controleer altijd de veiligheid van de omgeving en trap het rempedaal in terwijl u een veiliger afstand ten opzichte van het voorliggende voertuig aanhoudt. Houd ook altijd een veiliger afstand aan ten opzichte van achteropkomende voertuigen.Druk op de SET+ schakelaar om snelheid te meerderen. Druk op de SET- schakelaar om snelheid te minderen.

23Tijdens het rijden“Laat” functie “Vroeg” functieRijstrookassistent (LAS) en rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS)Het systeem van de rijstrookassistent waarschuwt de bestuurder dat de auto niet binnen zijn rijstrook wordt gehouden en biedt assistentie bij de besturing om de bestuurder te helpen binnen de rijstrook te blijven.De stuurwielbediening van de rijstrookassistent heeft “Laat” en “Vroeg” functies voor instelling van het tijdstip van de besturingsassistentie en de instelling kan gewijzigd worden.

Details worden beschreven in Veranderen van de instelling (Gebruikersinstellingen) in de betreffende tekst.Zie voor bijzonderheden Hoofdstuk 4, “i-ACTIVSENSE”.Vertrouw niet blindelings op de rijstrookassistent (LAS) en rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS):Overige details worden beschreven in de betreffende tekst.WAARSCHUWING• De rijstrookassistent (LAS) en het rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS) zijn geen automatische rijsystemen. Daarnaast is het systeem niet bedoeld ter compensatie van onvoorzichtig rijgedrag van de bestuurder en kan blindelings vertrouwen op het systeem ongelukken veroorzaken.• De detectiemogelijkheid van de rijstrookassistent (LAS) en het rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS) is beperkt.

Blijf altijd uw baan aanhouden met behulp van het stuurwiel en rijd voorzichtig.OPMERKINGDe kans bestaat dat de rijstrookassistent (LAS) en het rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS) de witte (gele) rijstrookstrepen niet correct kan bespeuren en dat het systeem niet normaal functioneert.Overige details worden beschreven in de betreffende tekst.

Tijdens het rijden24(Wit)(Groen)Zie voor bijzonderheden Hoofdstuk 4, “i-ACTIVSENSE”.Rijstrookassistent (LAS) en rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS)Controleer dat het OFF indicatielampje van de rijstrookassistent (LAS) en het rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS) in de instrumentengroep uit is. Wanneer het OFF indicatielampje van de rijstrookassistent (LAS) en het rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS) gaat branden, de schakelaar indrukken en controleren dat het indicatielampje uit gaat.• De rijsnelheid is ongeveer 60 km/h of hoger.• De bestuurder bedient het stuurwiel.Gebruik van het systeemDe indicatie (wit) van de rijstrookassistent (LAS) en het rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS) wordt weergegeven in de multi-informatiedisplay en het systeem gaat over op standby.Rijd met het systeem op standby naar het midden van de rijstrook.

Wanneer aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan, wordt de indicatie (groen) van de rijstrookassistent (LAS) en het rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS) weergegeven in de multi-informatiedisplay en wordt het systeem bedrijfsklaar.• Het systeem bespeurt witte (gele) rijstrookstrepen aan zowel de linker- als de rechterzijde.Overige situaties worden beschreven in de betreffende tekst.

Tijdens het rijdenGeavanceerde stadsverkeer-remassistent (Advanced SCBS)/Stadsverkeer-remassistent [Vooruit] (SCBS F)/Stadsverkeer-remassistent [Achteruit] (SCBS R)Geavanceerde stadsverkeer-remassistent (Advanced SCBS) (Behalve Indonesië, Maleisië en Taiwan)De stadsverkeer-remassistent [Achteruit] (SCBS R) is een systeem dat bestemd is schade in het geval van een botsing te beperken door het in werking stellen van de rembesturing (SCBS rem) wanneer de ultrasonische sensoren van het systeem een obstakel aan de achterzijde van het voertuig bespeuren bij een rijsnelheid tussen ongeveer 2 tot 8 km/h en het systeem bepaalt dat een botsing niet te vermijden is. Wanneer de bestuurder het rempedaal intrapt terwijl het systeem in het werkingsbereik is bij een rijsnelheid van ongeveer 2 tot 8 km/h, worden de remmen als extra hulp hard en snel aangetrokken.

(Rembekrachtiging (SCBS rembekrachtiging))Stadsverkeer-remassistent [Achteruit] (SCBS R)De geavanceerde stadsverkeer-remassistent (Advanced SCBS) waarschuwt de bestuurder voor een mogelijke botsing door middel van de display en een waarschuwingsgeluid wanneer de vooruitrijcamera (FSC) een voorliggend voertuig of voetganger bespeurt en bepaalt dat een botsing met het object onvermijdelijk is bij rijsnelheden tussen ongeveer 4 tot 80 km/h als het object een voorliggend voertuig is en tussen ongeveer 10 tot 80 km/h als het object een voetganger is.

Stadsverkeer-remassistent [Vooruit] (SCBS F) (Indonesië, Maleisië en Taiwan)Het systeem van de stadsverkeer-remassistent [Vooruit] (SCBS F) waarschuwt de bestuurder voor een mogelijke botsing door middel van een indicatie in de display en een waarschuwingsgeluid wanneer bij rijsnelheden tussen ongeveer 4 tot 80 km/h de vooruitrijcamera (FSC) een voorliggend voertuig bespeurt en bepaalt dat een botsing met het voorliggend voertuig onvermijdelijk is.

Bovendien beperkt het systeem in het geval van een botsing schade door het in werking stellen van de rembesturing (SCBS rem) wanneer bij rijsnelheden tussen ongeveer 4 tot 30 km/h het systeem bepaalt dat een botsing niet te vermijden is. Een botsing kan mogelijk ook vermeden worden als de relatieve snelheid tussen uw auto en het voertuig vóór u minder is dan ongeveer 20 km/h. • Het systeem is enkel bestemd om in het geval van een botsing schade te verminderen. Wanneer u overmatig op het systeem vertrouwt en daardoor het gaspedaal of rempedaal per ongeluk intrapt, kan dit een ongeluk veroorzaken. • (Geavanceerde stadsverkeer-remassistent (Advanced SCBS))Vertrouw niet blindelings op het systeem:WAARSCHUWINGDe geavanceerde stadsverkeer-remassistent (Advanced SCBS) werkt in reactie op een voorliggend voertuig of een voetganger.

Het systeem werkt niet in respons op obstakels zoals een muur, 2-wielers of dieren. • (Stadsverkeer-remassistent [Vooruit] (SCBS F))De geavanceerde stadsverkeer-remassistent (Advanced SCBS) is een systeem dat in werking treedt in reactie op een voorliggend voertuig. Het is mogelijk dat het systeem 2-wielige voertuigen of voetgangers niet kan bespeuren of hier niet op kan reageren. 25Zie voor bijzonderheden Hoofdstuk 4, “i-ACTIVSENSE”.

Tijdens het rijden26OPMERKINGGeavanceerde stadsverkeer-remassistent (Advanced SCBS)Geavanceerde stadsverkeer-remassistent (Advanced SCBS)/Stadsverkeer-remassistent [Vooruit] (SCBS F)/Stadsverkeer-remassistent [Achteruit] (SCBS R)• De geavanceerde stadsverkeer-remassistent (Advanced SCBS) is niet uitgeschakeld.• Wanneer de motor draait.Bij een rijsnelheid van ongeveer 4 tot 80 km/h.Stadsverkeer-remassistent [Vooruit] (SCBS F)De stadsverkeer-remassistent [Vooruit] (SCBS F) functioneert onder de volgende omstandigheden.• Wanneer de motor draait.• Het Smart Brake Support remhulpsysteem/stadsverkeer-remassistent (SBS/SCBS) waarschuwingslampje (oranje) brandt niet.• “SCBS Niet beschikbaar” wordt niet aangegeven in de multi-informatiedisplay.

(met multi-informatiedisplay)• (Waarschuwing kop-staartbotsing)Stadsverkeer-remassistent [Achteruit] (SCBS R)• De versnellingshendel (voertuig met handgeschakelde versnellingsbak) of keuzehendel (voertuig met automatische transmissie) staat in de stand R (achteruit).• “Storing in SCBS achteruit” wordt niet aangegeven in de multi-informatiedisplay.• Bij een rijsnelheid van ongeveer 2 tot 8 km/h.• De stadsverkeer-remassistent [Achteruit] (SCBS R) is niet uitgeschakeld.• Het DSC systeem is niet defect.De geavanceerde stadsverkeer-remassistent (Advanced SCBS) functioneert onder de volgende omstandigheden.• Het stadsverkeer-remassistent (SCBS) waarschuwingslampje (oranje) brandt niet.• (Object is voorliggend voertuig)• (Object is een voetganger)Bij een rijsnelheid van ongeveer 10 tot 80 km/h.De rijsnelheid is tussen ongeveer 4 en 80 km/h.• (Rembesturing (SCBS rem))De rijsnelheid is tussen ongeveer 4 en 30 km/h.• Het systeem van de stadsverkeer-remassistent [Vooruit] (SCBS F) is niet uitgeschakeld.De stadsverkeer-remassistent [Achteruit] (SCBS R) functioneert onder de volgende omstandigheden.• Wanneer de motor draait.Zie voor bijzonderheden Hoofdstuk 4, “i-ACTIVSENSE”.

Tijdens het rijdenSmart Brake Support remhulpsysteem (SBS)Het Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS) waarschuwt de bestuurder voor een mogelijke botsing door middel van een display en een waarschuwingsgeluid als bij rijsnelheden van ongeveer 15 km/h of hoger de radarsensor (voor) en de vooruitrijcamera (FSC) bepalen dat er kans is op een botsing met een voorliggend voertuig. Bovendien, als de radarsensor (voor) en de vooruitrijcamera (FSC) bepalen dat een botsing onvermijdelijk is, wordt de automatische remregeling uitgevoerd om schade in het geval van een botsing te verminderen.Vertrouw niet volledig op het Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS) en rijd altijd voorzichtig:Het Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS) is bestemd om in het geval van een botsing schade te verminderen, niet om ongelukken te voorkomen.

De mogelijkheid voor het bespeuren van een obstakel is beperkt afhankelijk van het obstakel, weersomstandigheden of verkeerssituaties. Als dus het gaspedaal of rempedaal per ongeluk wordt ingetrapt, kan dit een ongeluk veroorzaken. Controleer altijd de veiligheid van de omgeving en trap het rempedaal of gaspedaal in terwijl u een veiliger afstand aanhoudt ten opzichte van voorliggende voertuigen of tegenliggers.WAARSCHUWINGWanneer de bestuurder het rempedaal intrapt, worden de remmen als extra hulp hard en snel aangetrokken. (Rembekrachtiging (SBS rembekrachtiging)).27Zie voor bijzonderheden Hoofdstuk 4, “i-ACTIVSENSE”.

28Tijdens het rijdenMulti-informatiedisplayActive Driving DisplayAls er de kans bestaat op een botsing met een voorliggend voertuig of obstakel, klinkt er onafgebroken een pieptoon en wordt een waarschuwing aangegeven op de display.Waarschuwing voor botsingHet Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS) functioneert mogelijk niet onder de volgende omstandigheden:• Als u uw auto snel laat accelereren en dit een voorliggend voertuig dicht nadert.Hoewel de objecten waardoor het systeem geactiveerd wordt vierwielige voertuigen zijn, is het mogelijk dat de radarsensor (voor) de volgende objecten bespeurt, bepaalt dat deze obstakels zijn en het Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS) activeert.• Objecten op de weg bij de ingang van een bocht (zoals vangrails en sneeuwbanken).• De auto met dezelfde snelheid rijdt als het voorliggende voertuig.• Het gaspedaal ingetrapt wordt.• Er verschijnt een voertuig in de tegengestelde rijstrook bij het rijden om een hoek of het maken van een bocht.• Bij het rijden over een smalle brug.• Bij het inrijden van een ondergrondse parkeergarage.• Metalen voorwerpen, oneffenheden of uitstekende voorwerpen op de weg.OPMERKINGSmart Brake Support remhulpsysteem (SBS)• Het rempedaal is ingedrukt.• Het stuurwiel gedraaid wordt.• De keuzehendel bediend wordt.• De richtingaanwijzer gebruikt wordt.• Wanneer het voorliggende voertuig niet uitgerust is met achterlichten of de achterlichten niet branden.• Wanneer waarschuwingen en berichten, zoals die voor een vuile voorruit, verband houdend met de vooruitrijcamera (FSC) in de multi-informatiedisplay worden getoond.• Bij het rijden onder een lage poort of door een tunnel of smalle poort.• Als u plotseling dicht bij een voorliggend voertuig komt.• Bij het rijden op plaatsen waar hoog gras is of weiland.• Tweewielige voertuigen zoals motorfietsen of fietsen.• Voetgangers of niet-metalen objecten zoals bomen.Zie voor bijzonderheden Hoofdstuk 4, “i-ACTIVSENSE”.

29Tijdens het rijdeni-ELOOP systeemElektrische componentenMotorcomponentenVoertuigsystemen:AirconditioningAudioKoplampen, enz.Accelerator UITAccelerator AANEnergieregeneratie LadenAccuAccuElektrische stroomElektrische stroomElektrische componentenMotorcomponentenVoertuigsystemen:AirconditioningAudioKoplampen, enz.MotorVariabele spanning dynamoVariabele spanning dynamoMotorBandBandCondensatorCondensatorDC-DC omzetterDC-DC omzetterKinetische energieElektrische spanningZie voor bijzonderheden Hoofdstuk 4, “i-ELOOP”.i-ELOOP is een regeneratief remsysteem. Wanneer u het rempedaal intrapt of afremt op de motor, wordt de opgewekte kinetische energie door de vermogensgenerator omgezet in elektrische energie en wordt de omgezette elektrische energie opgeslagen in de oplaadbare accu (condensator en accu).

De opgeslagen elektriciteit wordt gebruikt als stroom voor het laden van de accu en voor de elektrische uitrusting van de auto.• In de vermogensgenerator is een variabele spanning dynamo ingebouwd die de kinetische energie omzet in elektriciteit die efficiënt kan worden opgewekt overeenkomstig de energiebehoeften van de auto.• Voor de opslag van de opgewekte elektriciteit wordt een condensator gebruikt die grote hoeveelheden elektriciteit onmiddellijk opslaat voor direct gebruik.• Er is een DC-DC omzetter ingebouwd die de opgeslagen elektriciteit omlaag transformeert naar een spanning die voor de elektrische uitrusting van de auto bruikbaar is.

30Tijdens het rijdeni-ELOOP laaddisplayAls er met de auto wordt gereden terwijl “i-ELOOP- laad op” wordt getoond, klinkt er een pieptoon. Let er op dat het bericht niet langer getoond wordt alvorens te gaan rijden.De regeneratiestatus van het i-ELOOP systeem wordt getoond op de middendisplay.Indicatie op displayBedrijfstoestanddisplayBedrijfstoestandToont het niveau van de elektriciteit die opgewekt wordt door regeneratief remmen.Toont de hoeveelheid elektriciteit die opgeslagen is in de oplaadbare accu.Toont de status van de elektriciteit die wordt opgeslagen in de oplaadbare accu en die wordt geleverd aan de elektrische apparatuur (op de display wordt tegelijkertijd de gehele auto verlicht weergegeven).Zie voor bijzonderheden Hoofdstuk 4, “i-ELOOP” of “Brandstofverbruikmonitor”.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Mazda 6 (2016) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden