Maxicool WTL09HDA Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Maxicool WTL09HDA (19 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 19 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Maxicool WTL09HDA of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Maxicool |
| Categorie: | Airco |
| Model: | WTL09HDA |
Handleiding Maxicool WTL09HDA – volledige tekst
1INH O U DA 2Onderdelen paginaBVoor ingebruikname pagina 3CInstallatie pagina 4DBediening pagina 11EOnderhoud pagina 15FBeveiliging pagina 15GStoringen verhelpen pagina 17HGarantiebepalingen pagina 18Defecte elektrische apparaten horen niet bij het huisafva l. Zorg voor een goede recycling waarmogelijk. Vraag eventueel uw gemeente of uw lokale handelaar voor een deskundig recyclingadvies.
ONDERDELENDe afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzing zijn gebaseerd op een standaardmodel.De door u gekochte airconditioner kan een ander model hebben.LuchtinlaatFrontpaneelNoodknopDisplayLuchtuitlaatVerticaal afstellenlamelHorizontaalafstellen lamellenActief koolstof-filter (optioneel)Filter voor gezon-de lucht (optioneel)LuchtfilterAfstandsbedieningLuchtinlaatAfvoerslangLeidingen (nietinbegrepen) en voedingskabelLuchtuitlaatBINNENUNITBUITENUNITOpmerking: afvoer condenswatertijdens KOELEN of DROGEN A2
BV O OR ING EBR U IK NA M EVoor ingebruikname van de airconditioner dient u het volgende te controleren en in te stellen. Instelling afstandsbedieningDe af standsbediening is door de fabrikant NIET ingesteld op de functie alleen koelen of verwarmen, u dientdeze functies zelf in te stellen. Iedere keer nadat de batterijen van de afstandsbediening zijn vervangen, knippert het pijltje voor ÒHeatÓof ÒCoolÓ op het display van de af standsbediening. Afhankelijk van het type airconditioner dat u gekocht hebt, is de afstandsbediening als volgt in te stellen:Druk op een willekeurige knop als het pijltje voor ÒHeatÓ knippert, de warmtepomp is ingesteld. Druk op een willekeurige knop als het pijltje voor ÒCoolÓ knippert, alleen koelen is ingesteld. Als u niet binnen 10 seconden op een willekeurige knop drukt, wordt de afstandsbediening automatisch opde warmtepomp ingesteld.
Type , , en zijn uitgerust met een warmtepomp. 9K 12K 18K 24KW anneer de af standsbediening op A lleen K oelen is ingesteld, kan de Verwarmingsfunctie NIET via deafstandsbediening worden ingesteld. Veiligheidsvoorschriften¥ Gebruik de juiste stroomvoorziening (zie typeplaatje), om ernstige storingen, gevaar of brand tevoorkomen. ¥ Zorg dat de stroomonderbreker of stekker niet vies wordt. Stekker/stroomonderbreker vakkundigaansluiten op de voedingskabel, onvoldoende contact kan leiden tot een elektrische schok of brand. ¥ De unit niet uitzetten met de stroomonderbreker of door de stekker uit het stopcontact te trekken,dit kan vonken en brand veroorzaken. ¥ Geen knopen in de voedingskabel leggen of eraan trekken, de kabel kan beschadigen of breken eneen elektrische schok of brand veroorzaken. ¥ Nooit een stok of iets vergelijkbaars in de unit steken.
¥ Schakel bij storingen het apparaat uit met de afstandsbediening, voor u de stekker uit het stopcon-tact haalt. ¥ Voer zelf geen reparaties uit. Verkeerd uitgevoerde reparaties kunnen een elektrische schok, etc. veroorzaken. ¥ Gasfornuizen en ovens niet in de luchtstroom plaatsen. ¥ De knoppen niet met natte handen bedienen. ¥ Geen objecten op de buitenunit plaatsen. ¥ De gebruiker is verantwoordelijk voor de aardaansluiting, uit te voeren door een erkende installateurovereenkomstig plaatselijke voorschriften en bepalingen. 3.
147INSTALLATIEInstallatieschema- Bovenstaande afbeelding is een vereenvoudigde weergave van de unit en kan afwijken van de unit die u gekocht heeft.- De installatie moet uitgevoerd worden door een erkende installateur en aangelegd overeenkomstig nationale voorschriften.Afstand tot het plafond moetminimaal 50 mm zijn.Afstand tot de muurmoet minimaal 50mm zijn.Afstand tot de muur moetminimaal 50 mm zijn.Afstand tussen luchtin-laat en muur moetminimaal 250 mm zijn.minimaal 250 mm.Afstand tussenluchtinlaat enmuur moet mini-maal 250 mm zijn.Afstand tussen luchtuit-laat en muur moet mini-maal 500 mm zijn.GC4
Aansluiting voedingskabelBedrading tussen binnen- en buitenunit:1. Verwijder de kunststof kap van de binnenunit2. Gebruik het bedradingsschema (gehecht aan debinnenunit) als referentie voor aansluiting.3. Plaats de kap terug, “B” aan de buitenkant (zie afbeel-ding).Kies de juiste locatieGeen obstakels in de buurt van de luchtuitlaat, zodat deluchtstroom ongehinderd de gehele ruimte bereikt.De leidingen en het gat in de muur moeten op een toe-gankelijke plaats aangebracht kunnen worden. Zorg voor voldoende afstand tussen unit, plafond en muur(zie hoofdstuk D).De luchtfilters moeten gemakkelijk verwijderd kunnen wor-den. De unit en afstandsbediening minstens op 1 meter afstandvan televisie, radio etc. plaatsen. TL-lampen kunnen storingen veroorzaken, zorg voor vol-doende afstand. Niets in de buurt van de luchtinlaat zetten, de aangezogenlucht moet vrij baan hebben.
De muur moet voldoende belastbaar zijn om het gewichtvan de unit te kunnen dragen, de muurconstructie maggeen geluidstoename en trillingen veroorzaken.Locatie voor installatie van buitenunit Op een toegankelijke, goed geventileerde plaats; niet mon-teren op een plaats waar gevaar voor bv. een gaslekbestaat.De vereiste afstand van de muur aanhouden.De buitenunit niet blootstellen aan vettig vuil of zoute zee-lucht, niet monteren in de buurt van gasleidingen.Niet aan de straatkant monteren i.v.m. risico van opspat-tend water.Op een vast fundament installeren om geluidstoename tevoorkomen.De lucht moet ongehinderd kunnen uitstromen.1FrontpaneelAansluitklem(binnenkant)InstallatieschemaBuitenunitBinnenunitBehuizingBinnenunitNiet hogerdan 5 meterNiet hoger dan5 meterBuitenunitLeidingen max. 10 m of max. 15 mLeidingen max.10 m ofmax. 15 m(5
149INSTALLATIE BINNENUNIT1. Installeren van de montageplaat- Montageplaat monteren op de plaats waarde binnenunit komt te hangen, houdrekening met de richting van de leidingen.- Plaats de montageplaat horizontaal metbehulp van een waterpas of schietlood- Boor gaten met een diepte van 32 mm omde plaat vast te zetten.- De plastic pluggen in de gaten steken ende plaat met zelftappers vastschroeven.- Controleer of de montageplaat goedvastzit en boor het gat voor de leidingen.Opmerking: de vorm van de montageplaat kan per model verschillen, de installatiemethode is echtergelijk.2. Gat boren voor leidingen- Bepaal de positie van het doorvoergat van de leidingen op de muur aan de hand van het boorgat in demontageplaat.- Gat in de muur boren. Het gat moet naar buiten toe wat aflopen.- Plaats een schuifmof in het gat om de muur te beschermen. 3.
Binnenunit leidinginstallatie- De leidingen (gas- en vloei-stofleiding) en kabels van buiten afdoor het gat steken of van binnennaar buiten als u de binnenunit alseerste heeft geïnstalleerd.- Maak een uitsparing die overeen-komt met de richting van deleidingen.Opmerking: Maak uitsparing 1, 2 of 4, afhankelijk van de door u gekozen positie voor het gat in debinnenunit.- Na aansluiting van de leidingen de afvoerslang monteren. Hierna de voedingskabels aansluiten.Leiding, kabels en afvoerslang vervolgens isoleren.Isoleren van de pijpverbindingen: Verbindingsstukken isoleren met isolatiemateriaal, omwikkelen metvinyltape.6
Isolatie leiding:a. Plaats de afvoerslang onder de leiding.b. Gebruik meer dan 6 mm dik isolatie-materiaal.- De afvoerslang moet licht aflopen om hetvocht gemakkelijk af te kunnen voeren.Let op dat de afvoerslang niet gedraaidligt, of uitsteekt, het uiteinde mag niet inhet water hangen.Als de afvoerleiding met een slang wordtverlengd dient het gedeelte dat langs de binnenunit loopt te worden geïsoleerd.- Wanneer de leidingen aan de rechterkant zitten, dienen leiding, voedingskabel en afvoerleidinggeïsoleerd te worden en met een pijpenklem aan de achterkant van de binnenunit te wordengemonteerd.A. Pijpenklem op groef aanbrengen. B.
1514. Aansluiten kabel- BinnenunitSluit de voedingskabel aan op de binnenunit door de kabelsnaar de units in de juiste volgorde aan te sluiten op deklemmen op het klembord. De kleur van de draden enreferentie op de klemmen moeten overeenkomen.Opmerking: Bij sommige modellen moet de kap verwijderdworden om de bedrading aan te kunnen sluiten.- Buitenunit1. Verwijder de toegangsklep van de unit door de schroef loste draaien. Sluit de bedrading op de volgende manier aanop de klemmen op het klembord:2. Klem de voedingskabel op het klembord.3. De klep terugplaatsen en vastschroeven.4. Plaats een goedgekeurde stroomonderbreker tussen devoedingsbron en de unit bij het model . Installeer eengeschikte hoofdschakelaar. De afbeeldingen zijn gebaseerd op standaardmodellen.De door u gekochte airconditioner kan een ander model hebben.Waarschuwing:1.
De airconditioner altijd aansluiten op een apart voedingscircuit. Voor het aansluiten van de bedrading,zie schema aan de binnenkant van de toegangsklep 2. Controleer of de kabeldikte conform voorschrift is (zie tabel hieronder).3. Controleer of alle bedrading goed vastzit.4. Installeer een aardlekschakelaar. Opmerking: Alle gebruikte kabels dienen goedgekeurd te zijn volgens de lokaal geldende regels.Specificaties kabelsKlembord(binnenkant)FrontpaneelBodemplaatToegangsklepvoor klembord(binnenkant)BuitenunitBinnenunit BehuizingType Dwarsdoor-snedeType Dwarsdoor-snedeType Dwarsdoor-snedeVoedingskabel Aansluiting voedingskabelAansluiting voedingskabel 1 (warmtepomp)8
INSTALLATIE BUITENUNIT1. Monteer afvoeruitgang en afvoerslang (alleen voor modellen metwarmtepomp). Wanneer de binnenunit op de verwarmingsstand staat, drupt ercondenswater van de buitenunit. Monteer een afvoeruitgang eneen afvoerslang om het water probleemloos af te voeren.Monteer de afvoeruitgang en rubberen sluitring op debodemplaat van de buitenunit (zie afbeelding).2. Installeren en monteren buitenunit.Bevestig de unit met bouten op een vlakke en stevige ondergrond.Monteer de unit extra stevig met het oog op sterke wind en trillingen. 3. Aansluiten leidingen buitenunit Verwijder de kapjes van de twee- en driewegklep. Sluit de leidingen apart aan overeenkomstig het draaimoment.4. Kabelaansluiting buitenunit (zie voorgaande pagina)Vacumeren leidingsysteemLucht en vocht die achterblijven in het leidingsysteem na installatie, kunnen schade veroorzaken aan decompressor.
531. De twee- en driewegklep losschroeven en de kapjes verwijderen.2. De aanvoerleiding losschroeven en het kapje verwijderen.3. De flexibele slang van de vacuŸmpomp aansluiten op de aanvoerleiding.4. De vacuŸmpomp 10-15 minuten laten draaien tot een druk van 10 mmHg absoluut.5. De la gedruk k nop op de vacuŸmpomp sluiten terwijl de pomp nog loopt. Hierna de pompuitschakelen.6. De tweewegklep opendraaien (1/4 slag), na 10 seconden w eer dichtdraaien. Controleer alleverbindingen met vloeibare zeep of een elektronisch lekzoekapparaat.7. Draai de twee- en driewegklep in gebruikstoestand. K oppel de slang van de vacuŸmpomp los.8.
Alle kapjes terugplaatsen en vastdraaien.Opmerking- Lees eerst deze gebruiksaanwijzing door voor u tot installatie overgaat.- Zorg dat er geen lucht in het koelsysteem achterblijft en dat er geen koudemiddel lekt.- Testen: laat de airconditioner na de installatie proefdraaien en noteer gegevens over werking.- Zekering van de binnenunit controller voor types 9K en 12K: 50T , toegestane wa arde 3.15 A ,T,250V. Voor types 18K en 24K : 3.15A, T , 250V.- De zekering voor de totale unit dient geschikt te zijn voor het maximaal vermogen.- De stek ker moet vrij toegankelijk zijn om in noodgevallen de unit meteen uit te kunnen schakelen. Alser geen vrije toegang is, dient er een dubbelpolige hoofdschakelaar op een gemak kelijk bereikbareplaats ge•nstalleerd te worden.10
BEDIENINGBediening en display1STROOM INDICATIELAMPJELicht op wanneer de stroom-toevoer aangesloten is.SLAAPSTAND INDICATIELAMPJELicht op als deze functie actief is.SIGNAALONTVANGEROntvangt signaal van de afstandsbediening.TIJD INDICATIELAMPJELicht op tijdens ingestelde tijd.IN BEDRIJF INDICATIELAMPJEBrandt als unit in bedrijf is.NOODKNOPOm de unit tebedienen als deafstandsbedieningniet werkt.Instellen automatisch herstartenHet apparaat is door de fabrikant ingesteld op automatisch herstar-ten.Na een stroomonderbreking hervat het apparaat zijn werking in delaatst geselecteerde functie.Vorm en positie van schakelaars en lampjes kunnen per model ver-schillen, de functies zijn echter identiek.NOODKNOPOm de unit tebedienen als deafstandsbedieningniet werkt.D11
55AfstandsbedieningDe afstandsbediening zendt signalen naar het systeem.SLEEP KNOPOm slaapstand in te stellen of op te heffen.TIMER KNOP Voor selecteren TIMER functie.MODE KNOPVoor selectie van de bedrijfsmodus: Feel, Cooling, Dry, Fan en Heating DOWN KNOP (TE WARM KNOP)Om ingestelde kamertemperatuur te verlagen en tijd te verkorten.UP KNOP (TE KOUD KNOP)Om ingestelde kamertemperatuur teverhogen en tijd te verlengen.FAN SPEED BEDIENINGSKNOPVoor selectie ventilatorsnelheid binnenunit:automatisch, hoog, medium en laag.BEDIENINGSKNOP (HORIZONTAAL LAMEL)Voor instellen richting luchtstroom.ON/OFF KNOPVoor in- en uitschakelen.Opmerking: Iedere modus en de relevante functies worden hierna verder gespecificeerd.Plaatsen van de batterijenVerwijder de batterijklep in de richting van de pijl.Plaats nieuwe batterijen zoals aangegeven (let hierbij op de plus- (+) en minpolen (-).De batterijklep terugschuiven.Opmerking: gebruik 2 LR03 AAA(1.5volt) batterijen.
Geen oplaadbare batterijen gebruiken. Batterijen ver-vangen door nieuwe van hetzelfde type (zie hierboven) als het display vager wordt. Opslag van de afstandsbedieningen tips voor gebruik De afstandsbediening kan in een hou-der, die aan een muur is bevestigd,worden geplaatst.Opmerking: De houder voor afstands-bediening is optioneel.Gebruik afstandsbedieningRicht de afstandsbediening op de signaalontvanger op debinnenunit van de airconditioner. De airconditioner is op dezemanier tot een afstand van 7 meter te bedienen.Signaal-ontvanger112
BEDIENINGSINSTRUCTIESFEEL modus bedrijfsprocedureDe bedrijfsmodus wordt automatisch geselecteerd (HEATING,DRY, FAN, COOLING) afhankelijk van de kamertemperatuur ophet selectiemoment.Met de afstandsbediening op de airconditioner gericht.1. InschakelenDruk op de ON/OFF knop. Wanneer het apparaat een sig-naal ontvangt licht het RUN indicatielampje van debinnenunit op.Als de unit niet op de FEEL modus staat.2 Selecteren FEEL modusDruk op de MODE selectieknopVan MODE op FEEL positie zetten.Bedrijfsmodus en temperatuur worden bepaald door debinnentemperatuur.Temperatuur aanpassen is ook tijdens FEEL bedrijf mogelijk. 3.
Temperatuur instellenDruk op de g hknop of op de knop.Als de knop ingedrukt wordt, wordt de waarde van de ingestelde temperatuur 1°C verhoogd.gAls de knop ingedrukt wordt, wordt de waarde van de ingestelde temperatuur met 1°C verlaagd.gOpmerking: • In ‘feel mode’ wordt de temoeratuur niet weergegeven.• Het kan voorkomen dat wanneer de unit in bedrijf is er geen lucht uitgeblazen wordt.• Bij verandering van de modus draait de unit niet altijd meteen.TIMER modusWanneer u met de TIMER knop de timer instelt als u weggaat, is het behaaglijk als u weer thuis komt. ‘sNachts kunt u de timer eventueel uitschakelen. INSTELLEN TIMERBinnentemperatuur Bedrijfsmodus Gewenste temperatuurVerwarmen voor ‘warmtepomp’ typeVentilator voor ‘alleen koelen’ type20 – 26 °C DRY 18 °CMeer dan 26 °C COOLING 23 °CMinder dan 20 °C23 °C13
Gebruik de gh knop om de tijd te selecteren waarop de airconditioneraan moet slaan (tussen 0 en 10 uur kunt u op ieder halfuur instellen;tussen de 10 en 24 uur kunt u op ieder uur instellen). 8. Druk op de Timer knop (‘h’ stopt met knipperen) en de ingestelde tijdverschijnt op het display. 9. Druk nogmaals op de Timer knop om de geselecteerde data uit hetgeheugen te verwijderen. Opmerking: wanneer er tijdens het programmeren van de timerfunctie geen knoppen wordeningedrukt, schakelt de afstandsbediening automatisch na 10 seconden uit. Om de airconditioner op het gewenste tijdstip uit te schakelen moet de volgende procedure gevolgdworden (de afstandsbediening en de airconditioner zijn uitgeschakeld):1. Druk op de Timer knop2.
Gebruik de gh knop om de tijd te selecteren waarop de airconditioner moet uitschakelen (tussen 0 en10 uur kunt u op ieder halfuur instellen; tussen de 10 en 24 uur kunt u op ieder uur instellen). 3. Druk op de Timer knop (‘h’ stopt met knipperen) en de ingestelde tijd verschijnt op het display. 4. Druk nogmaals op de Timer knop om de geselecteerde data uit het geheugen te verwijderen.
Opmerking: wanneer er tijdens het programmeren van de timerfunctie geen knoppen wordeningedrukt, schakelt de afstandsbediening automatisch na 10 seconden uit. Opmerking: als ‘h’ knippert en u één keer op de ON/OFF knop drukt, verschijnt de ingestelde tijd in het display. Nu kunt u de tijd wijzigen met de gh knop. Wanneer de Timer knop wordt ingedrukt, verschijnt de tijd weer,die kan nu ook gewijzigd worden*. Als de Timer knop weer wordt ingedrukt, worden de data opgeslagen enverschijnt de resterende tijd (dat de airconditioner nog in bedrijf is) in het display. * Wanneer de ON/OFF/RUN knop wordt ingedrukt in plaats van de Timer knop, schakelt de afstandsbediening uit. Druk op de Timer functie om de instellingen op het display te controleren. OpmerkingControleer of het TIMER INDICATIELAMPJE van de binnenunit oplicht, nadat de timer is ingesteld. G14.
ONDERHOUDSchoonmaken frontpaneel1. Het apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact halen.2. Frontpaneel vastpakken op positie “a” en naar u toetrekken.3. Reinigen met een zachte droge doek.Gebruik handwarm water (max. 30˚ C) om hardnekkig vuil te verwijderen.4. Gebruik nooit vluchtige stoffen zoals benzine, of een schuurmiddel om vuilte verwijderen.5. Nooit water op de binnenunit spuiten.Gevaarlijk! Elektrische schok!6. Het frontpaneel terugplaatsen en sluiten door positie “b” naar beneden tedrukken.Schoonmaken luchtfilterDe luchtfilter dient regelmatig gereinigd te worden.Handel als volgt:1. Het apparaat volledig uitschakelen.- Open het frontpaneel.- Trek de filterhendel voorzichtig naar u toe.- Pak de hendel vast en schuif de filter eruit.2. De luchtfilter reinigen en terugplaatsen.Bij hardnekkig vuil de filter schoonmaken in handwarm water met afwasmiddel.
Na schoonmaken, defilter op een zonvrije plek volledig laten drogen.3. Sluit het frontpaneel.Wanneer de airconditioner in een extreem stoffige ruimte wordt gebruikt, dient deze iedere tweeweken schoongemaakt te worden.BEVEILIGINGBedrijfsconditieDe beveiligingscomponenten kunnen een fout detecteren en de unit uitschakelen in de volgende gevallen: VerwarmenDe buitentemperatuur is boven de 24°CDe buitentemperatuur is onder de -7°CDe kamertemperatuur is boven de 27°CKoelenDe buitentemperatuur is boven de 43°CDe kamertemperatuur is onder de 21°CDrogenDe kamertemperatuur is onder de 18°C1EF15
59Geluidsoverlast- Installeer de airconditioner op een stevige ondergrond om geluidsoverlast te voorkomen. - Installeer de buitenunit zodanig dat de buren geen geluidshinder ondervinden van de uitgeblazenlucht. - Geen obstakels plaatsen in de baan van de uitstromende lucht van de buitenunit, dit verhoogt degeluidsproductie. Kenmerken beveiliging1 De beveiliging schakelt de unit uit in de volgende gevallen:- Na een stop of verandering van functie tijdens werking van de unit, dient u 3 minuten te wachtenvoor u de airconditioner opnieuw start. - Nadat de stekker in het stopcontact gestoken is en de unit meteen ingeschakeld wordt. De unit zaldan na ca. 20 seconden inschakelen. 2 - Druk nadat de unit gestopt is door het in werking treden van de beveiliging op de ON/OFF knop voor een herstart. - De Timer dient opnieuw ingesteld te worden.
ControleNa langdurig gebruik moet de airconditioner op de volgende zaken gecontroleerd worden:- Oververhitting van de voedingskabel en stekker. Ruikt u een brandlucht. - Hoort u meer geluid of is er meer trilling dan normaal. - De binnenunit lekt water. - De metalen behuizing staat onder stroom. Schakel de airconditioner uit in alle bovenstaande gevallen. Periodieke inspectie door een erkendinstallateur (min. 1x per 5 jaar) wordt aanbevolen. Kenmerken van de HEATING modusVoor verwarmenNadat de HEATING functie is opgestart, komt de luchtstroom van de binnenunit pas na 2 – 5 minuten opgang. Na verwarmenNadat de Heating functie is gestopt, blijft de ventilator van de binnenunit nog 2 – 5 minuten draaien. OntdooienTijdens HEATING zal het apparaat automatisch ontdooien voor een optimale werking. Deze procedureduurt normaal 2-10 minuten. Tijdens het ontdooien stopt de ventilatorfunctie.
STORINGEN VERHELPENProbleem Oorzaak / OplossingDe stekker zit niet goed in het stopcontact.De batterijen van de afstandsbediening zijn leeg.De beveiliging is geactiveerd of de zekering is doorgebrand.Zijn de luchtinlaten, –uitlaten geblokkeerd?Is de temperatuur goed ingesteld?Is de luchtfilter verontreinigd?Geen effectieve bediening.Als gevolg van storing (door ontlading van statische elektriciteit,storing in stroomvoorziening) zal het apparaat niet goedfunctioneren.Als dat het geval is, de stekker uit het stopcontact halen en na2-3 seconden weer in het stopcontact steken.Start niet meteen.Verandering van de modus tijdens bedrijf: vertraging van 3minuten.Vreemde lucht.Geur is mogelijk afkomstig van een andere bron, meubelssigaretten, etc.
De unit blaast de aangezogen lucht weer uit.Veroorzaakt door het koudemiddel in de airconditioner,dit duidt niet op een storing.Geluid van ontdooien in verwarmingsmodus.Krakend geluid.Het geluid kan veroorzaakt worden door uitzetten/krimpen vanhet frontpaneel als gevolg van temperatuurswisselingen.Er komt damp/nevel uit de luchtuitlaat.Er ontstaat damp/nevel als de lucht in de kamer sterk afkoeltdoordat tijdens de COOLING of DRY werking koude lucht wordtuitgeblazen.Het rode compressor indicatorlampjeknippert constant en de ventilator van debinnenunit werkt niet meer.De unit gaat van verwarmingsmodus in ontdooimodus.Het indicatielampje gaat binnen 10 minuten uit, de unitgaat terug in de verwarmingsmodus.Geen gekoelde of verwarmde lucht.Geluid van stromend water.Unit werkt niet.G17
61GARANTIEBEPALINGENU krijgt op de airconditioner 24 maanden garantie vanaf de aankoopdatum. Binnen deze periode wordenalle materiaal- en fabricagefouten kosteloos verholpen. Hierbij gelden de volgende regels:1. Alle verdere aanspreken op schadevergoeding, inclusief gevolgschade wijzen wij uitdrukkelijk af.2. Reparatie of vervanging van onderdelen binnen de garantietermijn leidt niet tot verlenging van degarantie.3. De garantie geldt niet wanneer veranderingen zijn aangebracht, niet-originele onderdelen zijn gemon-teerd of reparaties zijn verricht door derden.4. Onderdelen die aan normale slijtage onderhevig zijn, zoals de filter, vallen buiten de garantie.5. De garantie geldt uitsluitend als u de originele, gedateerde aankoopbon overlegt en als daarop geenveranderingen zijn aangebracht.6.
De garantie geldt niet bij schade ontstaan door handelingen die afwijken van die in de gebruiksaan-wijzing of door verwaarlozing.7. De verzendkosten en het risico van het opsturen van de airconditioner of onderdelen daarvan, komenaltijd voor rekening van de koper.Om onnodige kosten te voorkomen, raden wij u aan eerst altijd zorgvuldig de gebruiksaanwijzing teraadplegen. Wanneer deze geen uitkomst biedt, kunt u de airconditoner ter reparatie aanbieden bij uwdealer.H18
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Maxicool WTL09HDA stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airco Maxicool
Handleiding Airco
Nieuwste handleidingen voor Airco