Marklin 55892 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Marklin 55892 (32 pagina’s), behorend tot de categorie Modelbouw. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 8 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Marklin 55892 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Marklin |
| Categorie: | Modelbouw |
| Model: | 55892 |
Handleiding Marklin 55892 – volledige tekst
Na 1880 kwarm de bouw van zijlijnen op de voorgrond. Eenvoudig, licht en touch solide, dat waren de eisen die men aan zulke banen en hun bedriijfsmiddelen stelde. Zo werden in 1882 extra specifieke standaards voor de zijlijnen opgesteld, die ook een gekoppelde 3/3 tenderlokomotief van 29,5 ton dienstgewicht bevatten. Dat was onze pas veel later zo genoemde T3. De lokomotieven van de Pruisische soort T3 waren en zijn, ondanks hun eerder onspectaculaire optreden, ook heden ten dage nog ontstellend populaire. Alleen de Königlich Preussischen Staatseisenbahnen al betrokken tussen 1881 en 1910 in totaal 1. 345 lokomotiefen van dit type. Bij de Deutsche Reichsbahn kreeg de T3 het serienummer 89, waarbij de bedrijfsnummers bij 7001 begonnen. Deze nummergroep was het kenmerk voor een voorziene, spoedige buitendienststelling.
Betrieb • Operation • Fonctionnement • Exploitatie16WerkingDeze loc met ingebouwde digitaalelektronica biedt u: • Naar keuze conventioneel bedrijf (wisselstroom met de Transformer 32 VA of gelijkstroom [max +/– 18 Volt=] ), bedrijf met Märklin Delta (alleen het Delta Station 6607), Märklin Digital (Control Unit) of het Märklin Systems (Mobile Station of Central Station). Het bedrijf met rijre-gelaars van andere systemen (bijv. impulsbreedte sturing, gebruik van de Central-Control 1 (6030) of een dergelijk systeem) is niet mogelijk. • Het bedrijfssysteem wordt automatisch herkend. • 80 meertreinen-adressen (4 daarvan voor het Delta-sys-teem) instelbaar. Ingesteld adres vanaf de fabriek: 03 • Instelbare optrekvertraging. • Instelbare afremvertraging. • Instelbare maximumsnelheid. • Elektronische instelling van de locomotiefparameters via de Control Unit, Mobile Station of Central Station.
• Ingebouwde geluidselektronica, alleen bruikbaar in het bedrijf met de Control Unit of Märklin Systems. Extra schakelbare geluiden. • Ingebouwde rookgenerator is in het bedrijf met Märklin Systems/Digital ook uitschakelbaar• Het model is ontwikkeld voor het gebruik op het Märklin Spoor 1 railsysteem. Het gebruik op een ander railsys-teem geschied op eigen risico. • Berijdbare minimumradius: 1020 mm. • Voor en achter, Märklin klauwkoppelingen. Bij het gebruik van koppelingssystemen van andere fabrikanten zijn storingen niet uit te sluiten. • Op de frontverlichting en de rookgenerator na zijn de functies in het bedrijf met gelijkstroom, wisselstroom en Märklin Delta uitgeschakeld. De in het normale bedrijf voorkomende onderhoudswerk-zaamheden zijn verderop beschreven. Voor reparatie of onderdelen kunt u zich tot uw Märklin winkelier wenden.
Elke aanspraak op garantie en schadevergoeding is uitgesloten, wanneer in Märklin-pro-ducten niet door Märklin vrijgegeven vreemde onderdelen ingebouwd en / of Märklin-pro-ducten omgebouwd worden en de ingebouwde vreemde onderdelen resp. de ombouw oorzaak van nadien opgetreden defecten en / of schade was. De aantoonplicht en de be-wijslijst daaromtrent, dat de inbouw van vreemde onderdelen in Märklin-producten of de ombouw van Märklin-producten niet de oorzaak van opgetreden defecten en / of schade is geweest, berust bij de voor de inbouw en/of ombouw verantwoordelijke persoon en / of firma danwel bij de klant. Veiligheidsvoorschriften• De loc mag alleen met een daarvoor bestemd bedrjfssys-teem (Märklin wisselstroom transformator 6647, Märklin Delta, Märklin digitaal of Märklin Systems) gebruikt worden. • De loc mag niet vanuit meer dan één stroomvoorziening-gelijktijdig gevoed worden.
Betrieb • Operation • Fonctionnement • Exploitatie18Locparameters in-stellen met de Cont-rol Unit1. Voorwaarde: opbouw zoals tekening 1. Alleen de loc die gewijzigd moet worden op de rails.2. ”Stop”- en ”Go”-toets gelijktijdig indrukken tot ”99” in het display oplicht.3. ”Stop”-toets indrukken.4. Adres „80“ invoeren.5. Omschakelcommando met de rijregelaar continu bedienen. Daarbij de ”Go”-toets indrukken. De verlichting van de loc knippert. Als dit niet het geval is, vanaf stap 2 herhalen.6. Het registernummer van de te wijzigen parameter invoeren (=> lijst 1). 7. Rijrichtingomschakeling bedienen. 8. Nieuwe waarde invoeren (=> lijst 1). 9. Rijrichtingomschakeling bedienen. 10. Programmering beëin-digen door het indrukken van de ”Stop”-toets. Aansluitend de ”Go”-to-ets indrukken.
Betrieb • Operation • Fonctionnement • Exploitatie19Locparameter met het Mobile Station wijzigen 1. Loc uit de loclijst kiezen.2. Ga naar het nevenmenu ”WYZIG LOC”.3. Ga naar het nevenme-nu ”ADRES”, ”MAX.SNELH.”, „VOL“, ”OP-TREKKEN” of ”AFREM-MEN”.4. Nieuwe waarde invoeren en overnemen.Neem ook de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van het Mobile Station in acht. Locparameter met het Central Station wijzigen. Neem de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van het Central Station in acht. De loc 55892 is aanwezig in de databank van het Central Station. Opmerking: bij het ompro-grammeren van de locpara-meter mogen geen andere locomotieven of andere verbruikers door het Central Station van stroom worden voorzien.
Franchissement des côtes Contrairement à l’original, la maquette est également en mesure de franchir des côtes assez importantes. En temps normal, une côte devrait étre de l’ordre de 3% maximum. A l’extrême limite, 5% sont envisageables avec une puissance du train réduite en consequence. Le début et la fin de la côte doivent en tous cas étre arrondis. La différence de pente entre deux éléments de voie d’au moins 300 mm de longueur doit étre de 1 à 1,5% maximum. Aansluiting van de sporen Om spanningsverlies op de modelbaan te voorkomen moeten de raillassen altijd goed op elkaar aansluiten. Om de 2 à 3 meter moet de voeding opni-euw op de rails gezet worden. Daarbij zijn de aansluitklemmen 5654 aan te raden. Berijden van hellingen In tegenstelling tot het grote voorbeeld kunnen met een modelbaan ook grotere hellin-gen bereden worden. Normaal moet een helling maximaal 3 procent zijn.
In extreme ge-vallen is maximaal 5 procent mogelijk, maar dan moet rekening gehouden worden met een evenredig verlies aan vermogen. Het begin en het einde van de helling moeten altijd gerond worden. Het verschil in de helling tussen twee tenminste 300 mm lange railstukken mag maximaal 1 à 1,5 procent bedragen.
Het gebruik bij slecht weer (sneeuw of regen) is niet aan te raden. Aandrijving en elektronica zijn weliswaar afgeschermd tegen spatwater maar rijden door het water is niet mogelijk. Het is aan te bevelen het model na het gebruik buiten te controleren op vuil en dit eventueel droog te verwij-deren met een stofdoek of een zachte kwast. Nooit de loc onder stromend water reinigen. Opmerking: reinigings-middelen kunnen de lak en de opschriften op de loc aantasten en beschadigen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Marklin 55892 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Modelbouw Marklin
Handleiding Modelbouw
Nieuwste handleidingen voor Modelbouw