Marklin 55742 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Marklin 55742 (50 pagina’s), behorend tot de categorie Modelbouw. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 16 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Marklin 55742 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/50
Modell der Köf II

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Marklin
Categorie: Modelbouw
Model: 55742

Handleiding Marklin 55742 – volledige tekst

111GrootbedrijfKleine diesellocomotief Aan het einde van de jaren twintig ontstond bij de Deutsche Reichsbahn-Gesellschaft een grote behoefte aan sterke kleine locomotieven. Op de sta-tions langs de hoofdlijnen moesten deze locs met ongeschoold personeel ineenmansbediening ingezet worden., bijv. in de lichte rangeerdienst, voor debediening van de industriële aansluitingen en voor lichte overgavetreinen opde vrije baan.Met de planning van kleine locomotoren waagde de Bahn zich daarbij optechnisch nieuw terrein.

Het volgende aanduidingsschemaontstond daaruit:LocomotieftypeK = Kleine locomotief aandrijvingb = Verbrandingsmotor (Benzol)ö = Dieselmotor (olie)d = Stoomlocomotiefs, later a = Elektrische motor met voeding uit een eigen accu (accumulator)Krachtoverbrenginge = Elektrische overbrenging vanuit een verbrandingsmotorf = Krachtoverbrenging via een hydraulische overbrengingKöf II betekent dus:Kleine locomotief vermogensgroep II, met dieselmotor en hydraulische over-brenging.Van 1932-1938 schafte de Deutsche Reichsbahn 887 kleine locomotievenvermogensgroep II met verschillende motoren en overbrengingen aan, maarmet een eenheidsuiterlijk. Tijdens de oorlog van 1939-1945 kwamen daarnog eens 226 locomotieven bij.Daarvan kwamen 444 machines bij de Deutsche Bundesbahn.

Deze locomotieven waren voor de bedoelde diensten bij lange na niet toerei-kend. De DB gaf daarom al vanaf 1948 aan verschillende locomotieffabriekenopdrachten voor nog eens 731 Köf II. De naoorlogse machines verschillenuiterlijk en in de afmetingen niet van de vroegere series, maar kregen verschil-lende verbeteringen in detail, o.a. gelast frames en opbouwen. Vanaf 1954kregen bijna alle nieuwe Köf II seriematig persluchtremmen. Daardoor kon debestaande maximumsnelheid van 30 km/h verhoogd worden tot 45 km/h.In de jaren vijftig liep parallel aan de nieuwe aanschaffingen een modernise-ringsprogramma voor oudere machines. De overbrengingen en de motorenwerden in hoge mate gestandaardiseerd. Langzaamaan werd bij de meestemachines de persluchtrem ingebouwd. Gedeeltelijk kregen de Köfs eentweede hoofdluchtreservoir. Ook bouwde men rangeerkoppelingen in.

Vanaf1966 kregen de locs stuk voor stuk elektrische bellen en vanaf 1970 werdende cabines aan de zijkant van ramen en deuren voorzien, zodat ze verwarmdkonden worden.Bij de herbenaming in 1968 kregen de Köf II de volgende serienummers:Serie 321 = mechan. rem, Vmax = 30 km/hSerie 322 = persluchtrem, Vmax = 30 km/h Serie 323/324 = persluchtrem, Vmax = 45 km/hOp dit moment heeft de Deutsche Bahn meer dan 1.110 kleine locomotievenuit vermogensgroep II in het bestand.Niet alleen bij de DB, maar ook bij vele binnen- en buitenlandse maatschap-pijen was en is de Köf II in dienst, bijv. in Zwitserland. Bovendien bij vele parti-culiere maatschappijen, museumlijnen en industriële bedrijven.De Köf 6124 werd in 1951 gebouwd. Deze loc was tot aan zijn buiten-dienst-stelling achtereenvolgens in Hanau, Dillenburg, Opladen, Oberhausen-Oster-feld Süd gestationeerd.

2.1 WerkingDeze locomotief met ingebouwdemeertreinen-elektronica biedt u:• Naar keuze bedrijf met gelijk-stroom (max +/– 18 V=), wissel-stroom (Märklin Transformer 32 VA), Märklin Delta (alleen Delta Station 6607), Märklin Digital(alleen Control Unit) of MärklinSystems (Mobile Station, Central Station). Het bedrijf metandere bedrijfssystemen (impuls-breedte-sturing, Central Control 1etc.) is niet mogelijk.• Het bedrijfssysteem wordt auto-matisch herkend.• 80 meertreinen-adressen (4 daarvan voor het Delta-systeem)instelbaar. Ingesteld adres vanafde fabriek: 42.• Instelbare rij-parameters (snelheidbij de laagste rijstap, snelheid bijde hoogst rijstap, optrekvertra-ging, afremvertraging).

Voor hetinstellen van de parameters heeft ueen Control Unit, het Mobile Stationof het Central Station nodig.• De Märklin klauwkoppelingen,voor en achter, kunnen vervangenworden door de meegeleverdeschroefkoppelingen. Met gemon-teerde schroefkoppelingen magde te berijden radius niet kleinerzijn dan 3 meter. Met klauw-koppelingen mag een radius vanaf600 mm bereden worden.• Het model is ontwikkeld voor hetgebruik op de Märklin 1 rails.

Het bedrijf op andere railsystemengebeurt op eigen risico.Alleen in het bedrijf met de Control Unit, het Mobile Station of het Central Station:• Schakelbare, rijrichtingafhankelijkefrontverlichting.• Inschakelbaar bedrijfsgeluid.• Schakelbare cabineverlichting.• Schakelbare geluid van een signaalhoorn.• Minimaliseren van de optrek- enafremvertraging (rangeerstand).Op de frontverlichting en de cabine-verlichting na zijn de functies in hetbedrijf met gelijkstroom, wisselstroomen Märklin Delta uitgeschakeld.237Exploitatie

2.2 Instellen van het adres en de rij-parameters Het adres en de rij-parameters kun-nen met de Control Unit 6021, hetMobile Station of het Central Stationgewijzigd worden. Indien u niet overeen van deze apparaten beschikt,helpt uw Märklin winkelier u graagverder.Het instellen van de parameters methet Mobile Station of het Central Sta-tion vindt u in de gebruiksaanwijzingvan het desbetreffende apparaat. De volgende instellingen kunnengewijzigd worden:2.2.1 Instellen van de parametersmet de Control Unit 6021Voor het instellen van de parametersheeft u nodig: een Control Unit 6021,een voedingstransformator en eenaan de Control Unit aangesloten rail-stuk.

Belangrijk: op deze programmeerrailmogen zich verder geen andere locomotieven of wagens bevinden.De andere bedieningsapparatenmogen wel aan de Control Unit aangesloten zijn, maar mogen tijdens het programmeren nietgebruikt worden.Uitgangspositie: de apparaten zijn aangesloten, de loc staat op de programmeerrail, het systeem is ingeschakeld.382ExploitatieParameter Register WaardeLocadres 01 01 – 80Minimumsnelheid 02 01 – 63Optrekvertraging (t/m 55 sec.) 03 01 – 63Afremvertraging 04 01 – 63Maximumsnelheid 05 01 – 63 Volume (luidspreker) 63 01 – 6301 = zacht63 = luidvolume

Parameters invoeren:➀Druk gelijktijdig de toetsen “stop engo” op de Control Unit zolang in, totin het adres het getal “99” oplicht.Laat dan de beide toetsen weer los.➁Druk op de ”stop”-toets.➂Voer het loc-adres in op de Control Unit. Als alternatief kan adres ”80” ingevoerd worden.➃Draai de rijregelaar naar links over destand ”0” heen (rijrichtingswisseling).Houd de rijregelaar in deze standvast en druk op de ”go” toets. Nadatde inbedrijf-led op de Control Unitoplicht kunt u de rijregelaarknop loslaten. De rijregelaar moet aan-sluitend in de stand ”0” komen testaan.➄De verlichting van het model begintte knipperen. Indien dit niet het gevalis dient u het geheel vanaf stap 1 teherhalen.239Exploitatie11999912801801➀➁➂➃➄

➅Voer nu voor de gewenste, te wijzi-gen, parameters het volgende tweecijferige getal in met de numerieketoetsen op de Control Unit:locadres: 01minimumsnelheid: 02optrekvertraging: 03afremvertraging: 04maximumsnelheid: 05volume: 63Deze waarde staat bij een correcteinvoer nu in het adres-weergave-scherm van de Control Unit.➆U bevestigt de Invoer door hetomschakelen van de rijrichting. De loc bevestigt dit met het dubbel-knipperen van de verlichting.➇Voer nu de twee cijferige waarde invoor de nieuwe parameter. De vol-gende waarden zijn toegestaan voorde verschillende parameters:Loc-adres: 01 t/m 80 (waarde overeenkomstig het ge-wenste adres)Minimumsnelheid: 01 t/m 63. Hoe hoger de waarde des te hoger isde afgegeven spanning in de ondersterijstap. Wordt een te kleine waardegekozen, dan rijdt de loc pas weg ineen hogere rijstap.Optrekvertraging: 01 t/m 63.

➈Door het draaien van de rijregelaarnaar links, door de ”0” stand heen(rijrichtingsomschakeling), wordt denieuwe instelling gekwiteerd. De locbevestigt dit door de verlichting ca. 1 seconde te laten branden.Aansluitend begint de verlichtingweer te knipperen.➉Als u geen andere parameters wiltveranderen, dan beëindigt u de pro-grammering door het invoeren vande waarde ”80” met de numerieketoetsen op de Control Unit. Als alter-natief kunt u ook door het indrukkenvan de ”stop” toets en aansluitend de”go” in te drukken de programmeringbeëindigen. Als u nog andere parameters wiltveranderen dan gaat u naar stap 6(kiezen van de parameter) en voert dedaarop volgende stappen weer door.Tips: ● De vanaf de fabriek ingesteldeparameters kunnen weer inge-steld worden door in stap 6 dewaarde ”08” in te voeren en instap 8 wederom waarde ”08” in te voeren.

422Exploitatie2. 3 Het bedrijf met de verschil-lende bedrijfssystemenDit model is geschikt voor het bedrijfmet Märklin Systems (Mobile Stationof Central Station), Märklin Digital(alleen met de Control Unit als centrale), Märklin Delta (alleen Delta Station 6607), wisselstroom(alleen Märklin Transformer 32 VA) of gelijkstroom (rijregelaar met eenmaximale spanning van +/– 18 Volt). Schade, ontstaan bij het gebruik opandere bedrijfssystemen, zijn terug te voeren op een niet toegestanebedrijfstoestand en vallen daaromniet onder de verantwoordelijkheidvan de fabrikant of de fabrieksgaran-tie. Voor alle daaruit ontstane schadeis de gebruiker verantwoordelijk. 2. 3. 1 Het bedrijf met het MobileStation / Central StationLees voor het opnemen van dezelocomotief in de locomotieflijst a. u. b. eerst de gebruiksaanwijzing van hetMobile Station of het Central Station.

Voor het kiezen van de locomotief uitde databank gebruikt u het artikel-nummer dat u bijv. op de locomotief-verpakking kunt vinden. De volgende schakelfuncties staan u ter beschikking:• Rijrichtingafhankelijke verlichtingaan/uit. • Cabineverlichting aan/uit. • Bedrijfsgeluiden (motor, nevenag-gregaten e. d. ) aan/uit. • Geluid van een signaalhoorn aan/uit. • Minimaliseren van de optrek-/afremvertraging. Loc besturen1. Loc uit de locomotievenlijst kiezen. 2. Rijregelaar naar rechts: loc gaat sneller rijdenRijregelaar naar links: loc gaat langzamer rijdenDe ingevoerde snelheid herkend u aan de lengte van de balk vande snelheidsweergave. Indrukken van de rijregelaar: wisselen van de rijrichtingLet op: de loc moet eerst tot stil-stand komen voordat het verande-ren van de rijrichting kan wordenuitgevoerd.

Opmerking: met het veranderenvan de rijrichting, verandert ook derijrichtingsweergave in het display. 2. 3. 2. Digitaal rijbedrijf met deControl Unit 6021Voorwaarde: de viervoudige codeer-schakelaar op de achterzijde van deControl Unit moet als volgt ingesteldworden.

Loc besturen:1. Locadres (vanaf de fabriek nr. 42)invoeren.2. Met de rijregelaar de snelheidregelen.Naar rechts draaien (maximaal totde eindaanslag): loc rijdt sneller.Naar links draaien (maximaal totde stand “0”): loc rijdt langzamer.3. Voor het veranderen van derijrichting, de rijregelaar over destand “0” heen draaien.Let op: de loc moet eerst tot stilstand komen voordat het ver-anderen van de rijrichting kan worden uitgevoerd.Tip: let op de rijrichtingsweergaveop de Control Unit of op een aangesloten Control 80f.4.

Functies schakelen:Druk op de toets “function”: frontverlichting wordt ingeschakeld.Druk op de toets “off”: front-verlichting wordt uitgeschakeld.Druk op de toets “f1”: cabineverlichting aan of uit, afhan-kelijk van de actuele toestand.Druk op de toets “f2”: bedrijfsgeluid aan of uit, afhankelijkvan de actuele toestand.Druk op de toets “f3”: geluid vaneen signaalhoorn aan of uit, afhan-kelijk van de actuele toestand.Druk op de toets “f4”: minimaliseren van de ingesteldeoptrek- en afremvertraging. Ditvergemakkelijkt het rangeren. Doorhet nogmaals indrukken van dezetoets wordt de functie weer uitge-schakeld. 2.3.3 Bedrijf met het Delta Station 6607 en eenrijregelaar Delta Mobile 6608.Voorwaarde: de loc moet op éénvan de volgende adressen ingesteldzijn:Loc besturen1. Draairegelaar in de middenstand:loc staat stil2. Draairegelaar naar rechts: loc rijdt vooruit.

Hoe verder dedraairegelaar wordt gedraaid, hoe sneller de loc gaat rijden.Draairegelaar naar links: loc rijdt achteruit. Hoe verder dedraairegelaar wordt gedraai, hoesneller de loc gaat rijden.Let op: de loc moet eerst tot stil-stand komen voordat het verande-ren van de rijrichting kan wordenuitgevoerd. 3. De frontverlichting en de cabine-verlichting zijn bij voldoende voe-dingsspanning altijd ingeschakeld.Alle andere functies zijn altijd uitgeschakeld.243ExploitatieDelta-adres 1234Komt overeen 78 72 60 24met locadres

2.3.4 Bedrijf met de Transformer32 VA (wisselstroombedrijf)1. Met de rijregelaar de snelheidregelen.Naar rechts draaien (maximaal tot de eindaanslag): loc rijdt sneller.Naar links draaien (maximaal tot de stand “0”): loc rijdt langzamer.2. Voor het veranderen van derijrichting, de rijregelaar over destand “0” heen draaien.Let op: de loc moet eerst tot stil-stand komen voordat het verande-ren van de rijrichting kan wordenuitgevoerd. De regelaar moet min-stens 0,5 sec in die stand gesteldworden om een betrouwbaaromschakelen van de rijrichting te bewerkstellingen.3. De frontverlichting en de cabine-verlichting zijn bij voldoende voe-dingsspanning altijd ingeschakeld.Alle andere functies zijn altijd uitgeschakeld.2.3.4 Bedrijf met gelijkstroomVoorwaarden voor de gelijkstroom-rijregelaar:1. Maximale uitgangsspanning: 18 Volt = (afgevlakte gelijk-spanning, geen pulserende uitgangsstroom!).2.

Rijrichtingswisseling door omkerenvan de polariteit.3. Minimaal vermogen: 10 VA.4. Er mag alleen een rijregelaargebruikt worden die is goedge-keurd voor het speelgoedbedrijf.De bedieningsvoorschriften vindt u inde gebruiksaanwijzing van de gelijk-stroom-rijregelaar.442Exploitatie

2 Franchissement des côtesContrairement à l’original, la maquet-te est également en mesure de fran-chir des côtes assez importantes. En temps normal, une côte devraitétre de l’ordre de 3% maximum. A l’extrême limite, 5% sont envisage-ables avec une puis-sance du trainréduite en conséquence. Le début etla fin de la côte doivent en tous casétre arrondis. La différence de penteentre deux éléments de voie d’aumoins 300 mm de longueur doit étrede 1 à 1,5% maximum. 3. 1 Aansluiting van de sporenOm spanningsverlies op de model-baan te voorkomen moeten de rail-lassen altijd goed op elkaar aansluiten. Om de 2 à 3 meter moet de voedingopnieuw op de rails gezet worden. Daarbij zijn de aansluitklemmen 5654aan te raden. 3. 2 Berijden van hellingenIn tegenstelling tot het grote voor-beeld kunnen met een modelbaanook grotere hellingen bereden wor-den. Normaal moet een helling maxi-maal 3 procent zijn.

In extreme geval-len is maximaal 5 procent mogelijk,maar dan moet reke-ning gehoudenworden met een even-redig verliesaan vermogen. Het begin en heteinde van de helling moeten altijdgerond worden. Het verschil in dehelling tussen twee tenminste300 mm lange railstukken mag maxi-maal 1 à 1,5 procent bedragen. 345Betrieb auf der Anlage Operation on a layout Exploitation sur réseau Bedrijf op een modelbaan.

Aandrijving en elektronica zijn weliswaar afge-schermd tegen spatwater maar rijden door het water is niet mogelijk. Het is aan te bevelen het model na het gebruik buiten te controleren op vuilen dit eventueel droog te verwijderen met een stofdoek of een zachte kwast. Nooit de loc onder stromend water reinigen. Opmerking: reinigingsmiddelen kunnen de lak en de opschriften op de locaantasten en beschadigen.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Marklin 55742 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden