Marklin 55712 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Marklin 55712 (52 pagina’s), behorend tot de categorie Modelbouw. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 11 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Marklin 55712 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Marklin |
| Categorie: | Modelbouw |
| Model: | 55712 |
Handleiding Marklin 55712 – volledige tekst
WerkingDeze loc met ingebouwde digitaal-elektronica biedt u:• Keuze uit de volgende bedrijfs-systemen:I. Conventioneel wisselspannings-bedrijf met bijv. een transformator32 VA.II. Conventioneel gelijkspannings-bedrijf (max. 18 V=).III. Meer-treinenbedrijf met het Märklin-Delta-systeem (alleen met het Delta-Station 6607).IV.Meer-treinenbedrijf met het Märklin-digitaal-systeem (alleen Control-Unit 6021).Het gebruik met andere systemenzoals bijv. impulsbreedte sturing ofde oudere Märklin centrale eenheid Central-control 1 (art. nr. 6030) is niet mogelijk.• Automatische herkenning tussenconventioneel en digitaal / Deltabedrijf. De keuze tussen wissel- ofgelijkspanning in het conventionelebedrijf moet handmatig op de printworden ingesteld.• 80 digitale- (4 Delta-) adresseninstelbaar met de codeerschake-laar.
Vanaf de fabriek is het adres21 ingesteld.• Instelbare maximumsnelheid.• Instelbare optrek- afremvertraging.Afremvertraging werkt niet bij conventioneel bedrijf.• Rijrichtingsafhankelijke frontver-lichting, bij digitaal bedrijf in- enuitschakelbaar. Bij conventioneelbedrijf is de intensiteit van de ver-lichting afhankelijk van de snelheid.Bij het bedrijf met Delta-Stationis de frontverlichting continu inge-schakeld.Alleen in bedrijf met de Control-Unit 6021: • Schakelbare bedrijfsgeluiden vaneen diesellocomotief. Schakelbaargeluid van een tyfoon. Naar wenskan uit het geluid van twee ver-schillende tyfoonversies gekozenworden.• Voor en achter, Märklin klauwkop-pelingen, deze kunnen vervangenworden door de meegeleverdeschroefkoppelingen.• Kleinste berijdbare minimale radiusmet gemonteerde klauwkoppeling:1020 mm.
De schroefkoppelingenzijn niet bedoelt om er mee te rijden.• Het model is ontwikkeld voor hetgebruik op het Märklin-Profi 1- rail-systeem. Het gebruik op een anderrailsysteem geschied op eigen risico.282Exploitatie
Instellen van het bedrijfssysteem1. Kap verwijderen (zie pag. 41/42).2. Codeerschakelaar instellen.Schakelaar 10 (0) op off: wisselspanningsbedrijf.Schakelaar 10 (0) op on: gelijkspanningsbedrijf.Het digitale / Delta bedrijf wordt altijdautomatisch herkend.Instellen van het digitale adres1. Kap verwijderen (zie pag. 41/42).2. Met de schakelaars 1 t/m 8 van decodeerschakelaar het gewensteadres instellen.Voorbeeld: gewenst adres 21.Schakelaar 1, 4 en 7 op on en. Schakelaar 2, 3, 5, 6 en 8 op off.Opmerking: Schakelaar 9 moet altijdop off staan.Instellen van de rij-parameters1. Kap verwijderen (zie pag. 41/42).2. Door het verdraaien van de instel-ling van de potentiometers deovereenkomstige parameter wijzi-gen. De potentiometers hebbenaan beide eindposities een ein-daanslag.
231ExploitatieHet bedrijf met de verschillendebedrijfssystemenDigitaalOpmerking: voor het rijden kunnenalle Märklin centrales met hetMotorola-formaat gebruikt worden.Het benutten van alle mogelijkhedenis alleen met de Control-Unit 6021mogelijk. Bij het gebruik van de oudereCentral-Unit 6020 of een gelijkwaar-dige versie kunnen de functies f1 t/mf4 niet geschakeld worden. Tevensontbreekt de rijrichtingsweergave. Om zonder problemen alle functiesaan te kunnen sturen, moeten deschakelaars op de achterzijde van deControl-Unit op de volgende wijzeingesteld worden:Schakelaar: 1 2 3 4Stand: on on on offRijden met de Control-Unit 6021:Loc adres invoeren. Door de regel-knop naar rechts, tot aan de aanslag,te draaien wordt de snelheid van delocomotief verhoogt. Het verdraaienvan de regelknop naar links, tot aande stand „0” verminderd de snelheidvan de loc.
Opmerking: afhankelijk van de inge-stelde optrek- / afremvertraging, reageert de loc vertraagd op de ver-draaiing van de regelknop naar denieuwe stand. Het verdraaien van deregelknop naar links, door de stand„0”: omkeren van de rijrichting. Opmerking: de rijrichting wordt bij deControl-Unit 6021 via de rijrichting-spijlen, naast het adres, weergegeven.Pijl naar boven: loc rijdt vooruit.Pijl naar beneden: loc rijdt achteruit.Druk op de toets „function”: inschakelen van de verlichting.Druk op de toets „off”: uitschakelen van de verlichting.Indrukken van de toets „f2”: Inschakelen van de geluidsgeneratorvoor het weergeven van de snelheids-afhankelijke rij geluiden. Nog een keerindrukken van de toets „f2” schakeltde geluidsgenerator weer uit.Druk op de toets „f3”: Bij de eerste keer indrukken schakeltde signaalhoorn in. Het nogmaalsindrukken schakelt de extra functieweer uit.
Rijden van de loc met DeltaOm met de loc binnen Märklin-Deltate kunnen rijden, wordt op de handre-gelaar Delta-Mobil het ingesteldelocadres gekozen. Door draaien aande rijregelaar vanuit de middenstandnaar rechts rijdt de loc vooruit. Doordraaien aan de rijregelaar venuit demiddenstand naar links rijdt de locachteruit. De rijrichtingafhankelijkeverlichting is constant ingeschakeld. Het maximale uitgangsvermogen vanhet Delta-Station is voldoende omtegelijk met 2 à 3 eenmotorige loco-motieven te laten rijden. Alle andere functies van deze loc zijnuitgeschakeld. Rijden van wisselspanningBij het wisselstroombedrijf kan de locbijv. met de transformator 32 VA(nr. 6645, 6646, 6648 of 6648)bestuurd worden. Door de rijregelaarnaar rechts te draaien versnelt de locen naar links vermindert de snelheid.
Als de rijregelaar door de stand „0”heen verder naar links gedraaidwordt, dan wordt de rijrichting omge-schakeld. Het omschakelbevel voorde rijrichting mag nooit aan een rij-dende loc, maar altijd alleen aan eenstilstaande loc gegeven worden. Bij gebruik met wisselspanning is derijrichtingafhankelijke verlichting inge-schakeld. De helderheid van de ver-lichting is afhankelijk van de snelheid. Alle andere functies van deze loc zijnuitgeschakeld. Rijden van gelijkspanningRijregelaars voor gelijkspanning wor-den door Märklin niet voor spoor 1-modellen aangeboden. Geschikterijregelaars voor gelijkspanning lever-en een maximale spanning van ±18volt. De wisseling van de rijrichtingwordt door ompolen bewerksstelligd. De bediening van uw arijregelaarleest u in de handleiding van de fabri-kant. Opmerking: H0-gelijkspanningsappa-raten geven een maximale spanningvan ±12 volt af.
De ingebouwde dieselgeluids-electronica.Deze locomotief heeft fabrieksmatigeen ingebouwde geluidselectronicadie alleen via Märklin-digitaal, bijgebruik van de Control-Unit 6021,ingeschakeld kan worden.Het „grote” voorbeeld heeft 1 motoren 2 luchthoorns waarvan het geluidook in het model kan worden inge-schakeld. Naast het normale motor-geluid zijn in de elektronica ook bijgeluiden opgenomen die op ver-schillende plaatsen in het geluids-beeld aanwezig zijn.De geluidselectronica is in de fabriekaangepast aan het loctype.
Aanbevolen wordt de opbouwvan een kleine testbaan (railcirkel ofovaal met een minimale radius van1020 mm) of een rollen-proefstandmet aangesloten Control-Unit.Het is aan te bevelen om tijdens deinstelwerkzaamheden de optrekenafremvertraging op de minimalewaarde in te stellen.Opmerking: Het justeren (instellen)van de geluidselectronica kan door U zelf uitgevoerd worden. Beschadi-gingen die ontstaan door het uitoefe-nen van een te hoge kracht op deinstelpotentiometer (instelschroefje„potmeter") vallen niet onder garantie.Opmerking: Controleer de stand vande jumper (brugstekker) op degeluidsprint. De jumper moet in destand „EIN" (in) geplaatst zijn.233ExploitatieJumperAus/EinP1P2P3LED
Voor het volledig afstellen van de geluidselectronica worden devolgende stappen doorlopen:• Afnemen van de loc kap (blad-zijde 41/42). • Plaats de loc op de testbaan. Stelop de Control-Unit het locomotief-adres in. Alle functies zijn uitge-schakeld. De rijregelaar staat opstand „0". De LED op de geluid-selectronica licht op in deze situa-tie. (bedrijfsspanning aanwezig)Indien de LED niet oplicht dient Ude spanningsvoorziening van detestbaan en de bedrijfstoestandvan de Control-Unit te controleren. • Met potmeter P1 kan het totale volume van het geluid gewijzigd worden. Bedenk wel dat het geluidluider klinkt als de locomotiefkap -gemonteerd is. • Met potmeter P2 kan de verhou-ding in de geluidsterkte tussen hetmotorgeluid en de locfluit gewij-zigd worden.
Het draaien van depotmeter naar links geeft een lui-der klinkende functie Bij het naarrechts draaien neemt de geluids-sterkte van de functie af. In debeide eindstanden van de potme-ter hoort U, of alleen nog hetmotorgeluid of alleen nog de locfluit. • Indien de geluidselectronica op dejuiste wijze is afgesteld zal bij hetwegrijden van de loc de LED opde print doven. Kort voor de eind-stand van de rijregelaar (rege-laarinstelling „200") licht de LEDweer op. – Licht de LED bij maximale snel-heid van de loe niet op, dan dient potmeter P3 naar rechts gedraaid te worden. – Licht de LED eerder op dan dient men de potmeter P3 naar links te draaien. • Plaats de locomotiefkap weer ophet onderstel en controleer nogeen keer de gekozen instellingen. Let op de volgende punten bij hetgebruik van de geluidselectronica. • De geluidselectronica heeft een voedingsspanning nodig van minstens 12 Volt.
Als de voedings-spanning onder deze waarde daaltkan het geluid vervormd of zachtklinken of geheel wegvallen. Ookhet bedienen van de functietoetsenbrengt hierin geen verandering. Door eerst op de Control-Unit de"stop"-en aansluitend de „go"toets te drukken kan deze toe-stand opgeheven worden.
Indien deze toestand op eenbepaald baandeel optreedt dientmen de stoomtoevoer naar ditbaandeel te controleren. • Het opgenomen vermogen van degeluidselectronica bedraagt onge-veer 12 VA. Hierdoor verminderthet maximaal aantal locomotievendie per stroomkring kunnen rijden. • Indien er continu op conventionelegelijk- of wisselstroom baan gere-den wordt met deze locomotief, ishet raadzaam de jumper op de geluidsprint in de stand "AUS" (uit)te plaatsen. 342Exploitatie.
383Bedrijf op een modelbaanAansluiting van de sporenOm spanningsverlies op de model-baan te voorkomen moeten de rail-lassen altijd goed op elkaar aansluiten.Om de 2 meter à 3 meter moet devoeding opnieuw op de rails gezetworden. Daarbij zijn de aansluitklem-men 5654 aan te raden.Berijden van hellingenIn tegenstelling tot het grote voorbeeldkunnen met een modelbaan ook grotere hellingen bereden worden.Normaal moet een helling maximaal3 procent zijn. In extreme gevallen ismaximaal 5 procent mogelijk, maardan moet rekening gehouden wor-den met een evenredig verlies aanvermogen. Het begin en het eindevan de helling moeten altijd gerondworden. Het verschil in de helling tussen twee tenminste 300 mmlange railstukken mag maximaal 1 à1,5 procent bedragen.Berijden van gebogen railsDeze loc rijdt in bogen met een straalvan tenminste 1020 mm.
La cloison doit se trouver entre les deuxampoules à incandescence.• Serrer ensuite les quatre vis de fixation et remonter les attelages.Kap monteren• Belangrijk! Bij het terugplaatsen van het huis moet er onvoorwaardelijk opgelet worden dat de gloeilampen niet door de scheidingswand in het huisverbogen en beschadigd worden! De scheidingswand moet zich tussen de twee gloeilampen bevinden.• Vervolgens de vier bevestigingsschroeven vastdraaien en de koppelingenweer monteren.543Wartung Maintenance Entretien Onderhoud
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Marklin 55712 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Modelbouw Marklin
Handleiding Modelbouw
Nieuwste handleidingen voor Modelbouw