Marklin 55565 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Marklin 55565 (32 pagina’s), behorend tot de categorie Modelbouw. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 28 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Marklin 55565 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Marklin |
| Categorie: | Modelbouw |
| Model: | 55565 |
Handleiding Marklin 55565 – volledige tekst
8Vorbild • Prototype Exploitation dans le réelle • GrootbedrijfDe Krokodillen Wat is een Krokodil. Liefhebbers hebben de zware elektrische locomotieven van het type Ce 6/8 met de naam van dit exotische reptiel gedoopt. Ze zijn in Zwitserland vanaf 1919 voornamelijk voor de Gotthardlijn gebouwd. De locs zijn inmiddels tot mythe verheven en hebben daarmee iets bereikt, wat anders alleen aan stoomlocomotieven gegund is: de afstand tussen mens en machine werd minder. Niet alleen spoorwegmensen, maar ook technici en historici hebben deze locomotieven als mijlpaal in de geschiedenis van de techniek en als symbool van de vooruitgang waardig geacht. Toen de machines gebouwd werden, golden ze als overtuigende oplossing van een ernstig spoorwegtechnisch probleem. Over het wanneer en waarom de locs hun bijnaam kregen, zijn de geleerden het nog niet eens.
Of het de lange snuit was, de kracht die van hen uitging, de gelede opbouw of zelfs de kleur – eerst bruin, later groen –, daar kunnen ze nauwelijks meer achter komen. Gedwongen door moeilijkheden bij de aanschaffing van voldoende materiaal en brandstof, besloten de Zwitserse Spoorwegen (SBB) in augustus 1918 de electrificatie op alle veel bereden trajecten van hun gehele spoorwegnet uit te breiden. Capaciteitsproblemen, welke het belangrijke Gotthard-traject aan de machines stelde, b. v. twee heen- en terugritten Arth - Goldau - Chi-asso binnen 28 uur met een getrokken last van ca. 430 ton op steile hellingen en ca. 850 ton op daltrajecten met maximaal 10 ‰ steiging, hebben voor het goederenverkeer geleid tot de ontwikkeling van de beroemde “Krokodillen“ Ce 6/8 II.
De aandrijving van elk van de beide draaistellen werd verzorgd door elk twee motoren, die via raderwerk op een gemeenschappelijke tussenas werkten, waarvan de krukken aan het ene einde van de driehoek-koppelstang lagerden en aan het andere einde een kruk in beweging bracht aan een oorspronkelijk slingerend geplaatste hulpas. Het voornaamste voordeel van de gekozen wijze van aandrijving lag overeenkomstig de rendementseisen daarin, dat in tegenstelling met de gebruikelijke schuine drijfstangkrachtoverbrenging nu horizontale krachten van de tussendrijfas op de wielen werden overgebracht. Het vermogen van dit type Ce 6/8II kon met 1. 648 kW (2. 240 pk) aange-geven worden bij 36 km/u, en de maximumsnelheid bedroeg 65 km/h. Als dienstgewicht werd 128 t genoemd. Opvallende details in de uitvoering van de historische locomotief Ce 6/8 II, nr.
14 253, welke heden nog regelmatig voor speciale ritten wordt inge- zet in het gebied van zijn thuisstation Erstfeld (Zwitser-land), zijn behalve de bruine kleur voor middenbouw en vooren ach-teruitbouw, zwartgelakte drijfwerken, freems en omlopen alsmede 4 opengaande deuren voor de bestuurderscabines. Het remmen werd verzorgd door elk 2 remblokken per drijfas, die via een dubbele Westinghouse-drukluchtrem of met de hand bediend konden worden. Daarbij werkte de handrem per bestuurderscabine op de daarvoor liggende drijfassen. Ieder drijfstel kreeg ter verhoging van de trekkracht bij grensgevallen van de belasting elk twee voor en achter de drijfwielen aangebrachte zandkisten. De tot 1922 door SLM en MFO gebouwde 33 locomotieven van het type Ce 6/8 II namen jarenlang de zware goederentreindienst over het Gotthard-traject voor hun rekening.
9Vorbild • Prototype Exploitation dans le réelle • Grootbedrijfaan de 4 rijmotoren maakten echter het ombouwen van voorloping 13 eenheden noodzakelijk. Zo werden in de jaren 1942 – 1947 behalve het inbouwen van nieuwe rijmotoren en freemversterkingen enige detailwijzigingen doorgevoerd. De niet omgehouwde locomotieven werden successievelijk voor de rangeerdienst op grote rangeerem-placementen gebruikt. Door verdere ontwikkelingen bij de bouw van electromotoren kon een hoger vermogen (niettegenstaande lichtere motoren) van zegge en schijve 70% worden bereikt. Dat betekende voor de inzet van de machines bij toegenomen vervoereisen bij de Gottharddienst een welkom winstpunt. De vermogensgegevens voor de sedertdien onder de aanduiding Be 6/8 II rijdende machines konden nu met 2. 679 kW (3. 640 pk) bij 45 km/h en de maximumsnelheid met 75 km/h aangeduid worden.
Verder verminderde het dienstgewicht met noemenswaardi-ge 2 t, niettegenstaande toch enige veranderingen voor de verster-king van bepaalde onderdelen waren doorgevoerd. De voor- en achteruitbouw kregen verder door extra balken voor-gezette bufferbalken, die met cilinderbuffers volgens oud model en overstapplaten bleven uitgerust. De tussenassen van de sleuf-koppelstangaandrijving konden in tegenstelling tot de oorspron-kelijk geveerde ophanging nu onbeweeglijk gelagerd worden. De kopdeuren naar de omlopen van de uitbouw werden dichtgemaakt en de deurkrukken verwijderd. Aan de vier deuren van de bestuur-derscabines werd niets veranderd. Een verdere vernieuwing is een aansluiting voor treinverwarming met stekers, draad en stopcontact op beide bufferbalken, want de locomotieven zouden voortaan ook voor het verkeer van reizigerstreinen worden ingezet.
Een frontseinverlichting van de loc met het signaleren van de ver-keerstaak, een treinbeveiligingssysteem Signum alsmede mecha-nisme voor een snelheidsmeter en een veiligheidscontrole werden daardoor even onontbeerlijk als een meer uitgebreide remuitrusting met regelbare remwerking. In het kader van de voortschrijdende technische ontwikkeling en de toenemende bedrijfseisen waren de sedert 1947 ingezette omge-bouwde “Krokodillen“ van de serie Be 6/8 II in de loop der jaren aan verdere wijzigingsmaatregelen onderworpen. Na nog enige veranderingen aan de bufferbalk, nu met kokerbuffers en het verwijderen van de overstapplaten werden nu ook nieuwe rangeeropstappen met bredere treeplanken en dubbele, gele grijp-stangen aangebracht. Een verdere opvallende verandering in het aanzien was het wegval-len van een cabinedeur aan iedere kant met bijbehorende opstaplad-ders en grijpstangen.
16Betrieb • Operation Fonctionnement • ExploitatieWerking • Naar keuze conventioneel bedrijf, (wisselstroom met de Transfor-mer 32 VA of gelijkstroom (max +/– 18 Volt =), bedrijf met Märklin Delta (alleen het Delta Station 6607), Märklin Digital (Control Unit, Central Station) of het Märklin Systems (Mobile Station of Central Station). Het bedrijf met rijregelaars van andere systemen (bijv. impulsbreedte sturing, gebruik van de Central-Control 1 (6030) of een dergelijk systeem) is niet mogelijk. • Het bedrijfssysteem wordt automatisch herkend. • Mfx-technologie voor het Mobile Station / Central Station. Ingesteld adres vanaf de fabriek: 68 Naam af de fabriek: Ce 6/8 II• Instelbare optrekvertraging/afremvertraging (ABV). • Instelbare maximumsnelheid. • Volume van de geluiden instelbaar. • Het model is ontwikkeld voor het gebruik op het Märklin Spoor 1 railsysteem.
Het gebruik op een ander railsysteem geschied op eigen risico. • Berijdbare minimumradius: 1020 mm. • Voor en achter, Märklin klauwkoppelingen. Bij het gebruik van koppelingssystemen van andere fabrikanten zijn storingen niet uit te sluiten. De in het normale bedrijf voorkomende onderhoudswerkzaamheden zijn verderop beschreven. Voor reparatie of onderdelen kunt u zich tot uw Märklin winkelier wenden. Elke aanspraak op garantie en schadevergoeding is uitgesloten, wanneer in Märklin-producten niet door Märklin vrijgegeven vreemde onderdelen ingebouwd en / of Märklin-producten omgebouwd worden en de ingebouwde vreemde onderdelen resp. de ombouw oorzaak van nadien opgetreden defec-ten en / of schade was.
Veiligheidsvoorschriften • De loc mag alleen met een daarvoor bestemd bedrijfssysteem (Märklin wisselstroom transformator 6647, Märklin Delta, Märklin digitaal of Märklin Systems) gebruikt worden. • Lees ook aandachtig de veiligheidsvoorschriften in de gebruiksa-anwijzing van uw bedrijfssysteem. • Voor het conventionele bedrijf met de het treinstel dient de aanslui-trail te worden ontstoort. Hiervoor dient men de ontstoor-set 104770 te gebruiken. Voor het digitale bedrijf is deze ontstoor-set niet geschikt. • Voorzichtig: ongeacht of het model stilstaat of rijdt. Nooit met de vingers aan de aandrijfstangen komen. Er bestaat gevaar voor kneuzingen of verwondingen. • LET OP. Dit product bevat magneten. Het inslikken van meer dan één magneet kan onder bepaalde omstandigheden de dood tot gevolg hebben. Waarschuw direct een arts.
Franchissement des côtes Contrairement à l’original, la ma-quette est également en mesure de franchir des côtes assez im-portantes. En temps normal, une côte devrait étre de l’ordre de 3% maximum. A l’extrême limite, 5% sont envisageables avec une puissance du train réduite en consequence. Le début et la fin de la côte doivent en tous cas étre arrondis. La différence de pente entre deux éléments de voie d’au moins 300 mm de longueur doit étre de 1 à 1,5% maximum. Aansluiting van de sporen Om spanningsverlies op de modelbaan te voorkomen moe-ten de raillassen altijd goed op elkaar aansluiten. Om de 2 à 3 meter moet de voeding opnieuw op de rails gezet worden. Daarbij zijn de aansluitklemmen 5654 aan te raden. Berijden van hellingen In tegenstelling tot het grote voorbeeld kunnen met een modelbaan ook grotere hellingen bereden worden. Normaal moet een helling maximaal 3 procent zijn.
In extreme gevallen is ma-ximaal 5 procent mogelijk, maar dan moet rekening gehouden worden met een evenredig ver-lies aan vermogen. Het begin en het einde van de helling moeten altijd gerond worden. Het verschil in de helling tussen twee tenminste 300 mm lange railstukken mag maximaal 1 à 1,5 procent bedragen.
Het gebruik bij slecht weer (sneeuw of regen) is niet aan te raden. Aandrijving en elektronica zijn weliswaar afgeschermd tegen spatwater maar rijden door het water is niet mogelijk. Het is aan te bevelen het model na het gebruik buiten te cont-roleren op vuil en dit eventueel droog te verwijderen met een stofdoek of een zachte kwast. Nooit de loc onder stromend water reinigen. Opmerking: reinigingsmiddelen kunnen de lak en de opschriften op de loc aantasten en bescha-digen.
Op de rails plaatsen van de locomotief bij het rijden via bovenleidingDe locomotief moet med de gemerkte kant op de railstaaf staan, die de terugleiding voor de bovenleiding vormt. Aan deze railstaaf is bij de aansluitrail de bruine draad naar transformator of regelaar gezamenlijk met de benedenleiding verbonden. Met 2 trafo‘s resp.
Koppelingen verwisselenBij het opstellen van de loco-motief als vitrinemodel kunnen de automatische koppelingen worden verwijderd. Met de meegeleverde schroef-koppeling en remslangen komt deze locomotief als vitrinemodel echt tot zijn recht.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Marklin 55565 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Modelbouw Marklin
Handleiding Modelbouw
Nieuwste handleidingen voor Modelbouw