Marklin 55033 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Marklin 55033 (88 pagina’s), behorend tot de categorie Modelbouw. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 7 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Marklin 55033 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Marklin |
| Categorie: | Modelbouw |
| Model: | 55033 |
Handleiding Marklin 55033 – volledige tekst
Informatie van het voorbeeldDe Pruisische tenderlocomotief voor reizigerstreinen van het type T 18 die in1912 voor de eerste keer in dienst gesteld werd, was als vervanging voor detenderlocomotieven van de types T 10, T 11 en T 12 ontwikkeld. De eerste462 modellen werden door de Stettiner Vulcan-Werken gebouwd. Dankzij degoede bedrijfseigenschappen werd deze constructie echter ook door anderespoorwegdirecties overgenomen. Zo werden 20 stuks in licentie voor deKöniglich Württembergische Staats-Eisenbahn geproduceerd. Maar ook deSaarbahnen en de Eutin-Lübecker Eisenbahn hadden dit locomotieftype inhun bestand. Daardoor was deze locomotief in de volgende 6 decennia vannoord tot zuid en van oost tot west te vinden. Als een van de weinige loco-motiefconstructies uit de Länderbahn-tijd was dit locomotieftype zelfs nog intijdperk IV vanaf 1968 in dienst.
Door de gekozen aandrijfwielen en diameter van de gekoppelde wielen van1650 mm ontstond een maximumsnelheid van 100 km/h. Door de twee-assige voor- en naloopwielstellen kon deze snelheid probleemloos zowelvooruit als achteruit gereden worden. Tot in de jaren 50 reden de diverse coupérijtuigtypen achter deze tenderloco-motief. Na de ombouw van deze drie- en vierassige rijtuigtypen tot de zoge-naamde Umbau-rijtuigen was de serie 78 ook voortaan een typische treinlo-comotief voor deze rijtuigtypen. Hoewel de serie 78 nog zeer lang in dienst was, zijn tegenwoordig nogslechts enkele exemplaren bewaard. Een loc bijvoorbeeld, die in 1985 bij hetjubileum 150 jaar spoorwegen in Duitsland door de Deutsche Bundesbahnweer gerestaureerd werd, staat tegenwoordig in het Verkehrsmuseum inNürnberg.
2.1 WerkingDeze loc met ingebouwde systems-/digitaal-elektronica biedt u:• Naar keuze conventioneel bedrijf(wisselstroom met de Transformer32 VA of gelijkstroom [max +/– 18 Volt=]), bedrijf metMärklin Delta (alleen het Delta Station 6607), Märklin Digital(Control Unit) of het MärklinSystems (Mobile Station of Central Station). Het bedrijf metrijregelaars van andere systemen(bijv. impulsbreedte sturing,gebruik van de Central-Control 1(6030) of een dergelijk systeem) isniet mogelijk.• Automatische herkenning tussenhet conventionele en het meer-treinen-bedrijf. De keuze tussenwissel- of gelijkspanning in hetconventionele bedrijf moet hand-matig op de print worden ingesteld.• 80 Märklin Systems / Digital- (4 Delta-) adressen instelbaar metde codeerschakelaar.
Vanaf defabriek is het adres 78 ingesteld.• Instelbare maximumsnelheid.• Instelbare optrek- afremvertraging.Afremvertraging werkt niet bij conventioneel bedrijf.• Rijrichtingafhankelijke verlichting, inhet bedrijf met de Control Unit, hetMobile Station of Central Station,in- en uitschakelbaar. Bij conven-tioneel bedrijf is de intensiteit van de verlichting afhankelijk vande snelheid. Bij het bedrijf metDelta Station is de frontverlichtingcontinu ingeschakeld.• Alleen in het digitale bedrijf met deControl Unit, het Mobile Station ofCentral Station: schakelbaar bedri-jfsgeluid van een tenderlocomotiefalsmede apart schakelbaar geluidvan een locomotieffluit of luidklok.• Berijdbare minimumradius: 1020 mm. • Het model is ontwikkeld voor hetgebruik op het Märklin Spoor 1railsysteem.
Het gebruik op eenander railsysteem geschied opeigen risico.• Ingebouwde rookgenerator is inhet bedrijf met MärklinSystems/Digital ook uitschakel-baar 232Exploitatie
2.2 Locomotief parameterinstellenHet bedrijfssysteem en het meer-trei-nen adres wordt met de 10-voudigecodeerschakelaar op de meer-treinenelektronica ingesteld.Pas op! De 10-voudige codeer-schakelaar voor het bedrijfs-systeem en voor het adres op deprintplaat niet verwisselen met de8-voudige codeerschakelaar op degeluidsgenerator printplaat.2.2.1 Instellen van het bedrijfssysteem1. Kap verwijderen (zie pag. 41).2. Codeerschakelaar instellen.Schakelaar 10 (0) op off: wisselspanningsbedrijf.Schakelaar 10 (0) op on: gelijkspanningsbedrijf.Het meer-treinen bedrijf (Digital / Delta / Märklin Systems)wordt automatisch herkend.2.2.2 Meer-treinen adres instellen1. Kap verwijderen (zie pag. 41).2. Met de schakelaars 1 t/m 8 van decodeerschakelaar het gewensteadres instellen.Voorbeeld: gewenst adres 78.Schakelaar 1 op on en.
Daarom bij enige weer-stand, de potentiometers, niet metgeweld doordraaien.P1: Optrek- / afremvertraging(gemeenschappelijk)Linkeraanslag: minimale vertraging.Rechteraanslag: maximale vertraging.P2: MaximumsnelheidLinkeraanslag: minimale maximumsnelheid.Rechteraanslag: maximale maximumsnelheid.Opmerking: de beide potentiometers voor hetinstellen van het rijgedrag op deprintplaat niet verwisselen met depotentiometer voor het geluids-volume op de printplaat.2.3 Het bedrijf met de ver-schillende bedrijfssystemenDit model is geschikt voor het bedrijf met het Märklin Systems(Mobile Station of Central Station),Märklin Digital (alleen met de Control Unit als centrale), MärklinDelta, wisselstroom (alleen met deMärklin Transformer 32 VA) of gelijk-stroom (rijregelaar met een maximalespanning van +/– 18 Volt=).
Schade,ontstaan bij het gebruik op anderebedrijfssystemen, zijn terug te voerenop een niet toegestane bedrijfstoe-stand en vallen daarom niet onder deverantwoordelijkheid van de fabrikantof de fabrieksgarantie. Voor alle daa-ruit ontstane schade is de gebruikerverantwoordelijk.2.3.1 Het bedrijf met het MobileStation / Central StationLees voor het opnemen van dezelocomotief in de locomotieflijst a.u.b.eerst de gebruiksaanwijzing van hetMobile Station of het Central Station.Voor het kiezen van de locomotief uitde databank gebruikt u het artikel-nummer dat u bijv. op de locomotief-verpakking kunt vinden. De volgendeschakelfuncties staan u ter beschik-king:• Rijrichtingafhankelijke verlichtingaan / uit.• Bedrijfsgeluiden (motor, neven-aggregaten e.d.) aan / uit.• Geluid van de locfluit aan / uit.• Geluid van de luidklok aan/uit• Rookgenerator aan/uitP1P2
236Exploitatie2. 3. 2 Bedrijf met DigitalOpmerking:voor het rijden kunnen alle Märklincentrales met het Motorolaformaatgebruikt worden. Het benutten vanalle mogelijkheden is alleen met deControl Unit 6021 mogelijk. Bij het ge-bruik van de oudere Central Unit 6020of een gelijkwaardige versie kunnende functies f1 t/m f4 niet geschakeldworden. Tevens ontbreekt derijrichtingsweergave. Om zonder problemen alle functiesaan te kunnen sturen, moeten deschakelaars op de achterzijde van deControl Unit op de volgende wijzeingesteld worden:Schakelaar: 1234Stand: on on on offRijden met de Control Unit 6021:Loc adres invoeren. Door de regel-knop naar rechts, tot aan de aanslag,te draaien wordt de snelheid van delocomotief verhoogt. Het verdraaienvan de regelknop naar links, tot aande stand „0” verminderd de snelheidvan de loc.
Opmerking: afhankelijk van de ingestelde optrek-/afremvertraging, reageert de loc ver-traagd op de verdraaiing van deregelknop naar de nieuwe stand. Het verdraaien van de regelknopnaar links, door de stand „0”: omkeren van de rijrichting. Opmerking:de rijrichting wordt bij de Control Unit6021 via de rijrichtingspijlen, naasthet adres, weergegeven. Pijl naar boven: loc rijdt vooruit. Pijl naar beneden: loc rijdt achteruit. Druk op de toets „function”: inschakelen van de verlichting. Druk op de toets „off”: uitschakelen van de verlichting. Als het ingestelde decoderadres vande rijtuigverlichting overeenstemt methet locomotiefadres (seriematig), danwordt met de toets “function” gelijktij-dig de verlichting in de rijtuigen in- ofuitgeschakeld. De extra functietoetsen f1, f2, f3 enf4 schakelen bij het indrukken deovereenkomstige aangesloten funties van de loc in.
De volgende fun-cties kunnen bij deze loc in- en uitge-schakeld worden:f1: rookgeneratorf2: geluid van de luidklokf3: geluid van de locfluitf4: in- en uitschakelen van de geluidsgenerator voor het weer-geven van de bedrijfsgeluiden van een stoomlocomotief. Opmerking: Rookgenerator nooit inschakelenzonder rookvloeistof. 2. 3. 3 Rijden van de loc met DeltaOm met de loc binnen Märklin Deltate kunnen rijden, wordt op de hand-regelaar Delta Mobil het ingesteldelocadres gekozen. Door draaien aande rijregelaar vanuit de middenstandnaar rechts rijdt de loc vooruit.
Door draaien aan de rijregelaar venuitde middenstand naar links rijdt de locachteruit. De rijrichtingafhankelijkeverlichting is constant ingeschakeld. Het maximale uitgangsvermogen vanhet Delta Station is voldoende omtegelijk met 2 à 3 eenmotorige loco-motieven te laten rijden. Bij het bedrijf met het Delta-station isde rookgenerator altijd ingeschakeld. De andere functies zijn uitgescha-keld. De rookgenerator mag nooitzonder rookvloeistof gebruikt wor-den. Verwijder daarom de rookgene-rator als u langere tijd zonder rook-vloeistof wilt rijden. Het ingestelde digitaaladres 78 voorde loc en de rijtuigen komt overeenmet het Delta adres 1. Hierdoor kande trein direct met het Delta stationgebruikt worden. De verlichting vande rijtuigen is ingeschakeld, voorzo-ver het ingestelde adres overeen-stemt met het loc adres. 2. 3. 4 Rijden van wisselspanningBij het wisselstroombedrijf kan de locbijv.
met de transformator 32 VA(nr. 6645, 6646, 6648 of 76648)bestuurd worden. Door de rijregelaarnaar rechts te draaien versnelt de locen naar links vermindert de snelheid. Als de rijregelaar door de stand „0”heen verder naar links gedraaidwordt, dan wordt de rijrichting omge-schakeld. Het omschakelbevel voorde rijrichting mag nooit aan een rij-dende loc, maar altijd alleen aan eenstilstaande loc gegeven worden. Bij het bedrijf met wisselstroom is derookgenerator altijd ingeschakeld. Deandere functies zijn uitgeschakeld. De rookgenerator mag nooit zonderrookvloeistof gebruikt worden. Verwi-jder daarom de rookgenerator als ulangere tijd zonder rookvloeistof wiltrijden. 2. 3. 5 Rijden van gelijkspanningRijregelaars voor gelijkspanning wor-den door Märklin niet voor spoor1-modellen aangeboden. Geschikterijregelaars voor gelijkspanning lever-en een maximale spanning van ±18volt.
Instellen van het volume Draai de potentiometer naar links -het geluid wordt zachterDraai de potentiometer naar rechts -het geluid wordt harder.De potentiometer heeft zowel aan de linker- als aan de rechterzijde eeneindaanslag. Daarom niet proberenmet extra krachtsinspanning depotentiometer over de eindaanslag te draaien.Instellingen op de codeerschakelaarvan de geluidselektronica.Let op: de codeerschakelaar magniet met de codeerschakelaar op deloc-decoder voor het instellen vanhet loc adres verwisseld worden! Bijfoutieve instellingen op de codeer-schakelaar van de geluidselektronicakan de geluidselektronica bescha-digd raken.Het met de codeerschakelaar inge-steld geluidsbeeld is optimaal afge-stemd op het geluid van het grotevoorbeeld, de BR 78. Daarom is hetaan te bevelen deze instelling niet tewijzigen.
Desondanks is onder-staand, als extra informatie, de werking van de schakelaars weer-gegeven.Om een indrukwekkend geluidsbeeldte krijgen is het aan te bevelen demaximumsnelheid niet te hoog te kie-zen en de optrek- /afremvertragingmet gevoel in te stellen.238Exploitatie
2Exploitatie39Schakelaar Functie Standaardstand 1 Altijd op on On2 Altijd op on On3 On: automatisch uitschakelen van de geluidselektronica On45 sec. nadat de loc stilstaat en alle functies zijn uitgeschakeld (rust toestand).Off: automatische uitschakeling niet actief 4 On: geluid van de luchtpomp geactiveerd OnOff: geluid van de luchtpomp niet actief5 Altijd op on! On6 On: geluidsweergave van een bakschuif OffOff: geluidsweergave van een draaischuif 7 On: volume en klankbeeld van de uitlaatslagen is Onafhankelijk van de bedrijfssituatieOff: volume en klankbeeld van de uitlaatslagen is altijd hetzelfde. (speelsituatie) 8 On: 4 uitlaatslagen per omwenteling van het drijfwiel On(originele voorbeeld) Off: 2 uitlaatslagen per omwenteling van het drijfwiel (speelbedrijf)
2 Franchissement des côtesContrairement à l’original, la maquet-te est également en mesure de fran-chir des côtes assez importantes. En temps normal, une côte devraitétre de l’ordre de 3% maximum. A l’extrême limite, 5% sont envisage-ables avec une puis-sance du trainréduite en conséquence. Le début etla fin de la côte doivent en tous casétre arrondis. La différence de penteentre deux éléments de voie d’aumoins 300 mm de longueur doit étrede 1 à 1,5% maximum. 3. 1 Aansluiting van de sporenOm spanningsverlies op de model-baan te voorkomen moeten de rail-lassen altijd goed op elkaar aansluiten. Om de 2 à 3 meter moet de voedingopnieuw op de rails gezet worden. Daarbij zijn de aansluitklemmen 5654aan te raden. 3. 2 Berijden van hellingenIn tegenstelling tot het grote voor-beeld kunnen met een modelbaanook grotere hellingen bereden wor-den. Normaal moet een helling maxi-maal 3 procent zijn.
In extreme geval-len is maximaal 5 procent mogelijk,maar dan moet reke-ning gehoudenworden met een even-redig verliesaan vermogen. Het begin en heteinde van de helling moeten altijdgerond worden. Het verschil in dehelling tussen twee tenminste300 mm lange railstukken mag maxi-maal 1 à 1,5 procent bedragen. 340Betrieb auf der Anlage Operation on a layout Exploitation sur réseau Bedrijf op een modelbaan.
Aandrijving en elektronica zijn weliswaar afge-schermd tegen spatwater maar rijden door het water is niet mogelijk. Het is aan te bevelen het model na het gebruik buiten te controleren op vuilen dit eventueel droog te verwijderen met een stofdoek of een zachte kwast. Nooit de loc onder stromend water reinigen. Opmerking: reinigingsmiddelen kunnen de lak en de opschriften op de locaantasten en beschadigen.
V100In het eerste typenprogramma van de Deutsche Bundesbahn van 1955 werden verschillende lokmodellen gedefinieerd, die in de volgende jarengerealiseer moesten worden:V 60 voor de rangeerdienstV 100 voor de diensten op de zijlijnenV 160 voor de lichte dienst op hoofdlijnenV 200 voor de middelzware dienst op hoofdlijnenV 320 voor de zware dienst op hoofdlijnenMet de ontwikkeling van de V 100 werd in 1956 begonnen. Vanaf 1958 wer-den er in totaal 364 lokomotieven van de serie V 10010(de latere serie BR 211)afgeleverd. Aansluitend werd dit loktype van een sterke motor voorzien enmet enkele modificaties als V 10020(de latere serie BR 212) verder gepro-duceerd.In het kader van de herstructurering bij de DB moest de V 100 vooral destroomlokomotieven van de series 64, 74 en 86 vervangen. Hij werd bijnaoveral in Duitsland oip niet-geëlektrificeerde trajecten ondergebracht.
Met een vermogen van 808 kW (1100 pk) bereikte de lok een maximum snelheid van 100 km/h.Vanwege zijn rustige loop en de verbeterde loop in de bogen werd de V 100als draaistellokomotief ontworpen. De middencabine is met tweee regeltafelsuitgevoerd.Als meisje voor alle dag heeft dit loktype zich bij de DB uitstekend bewezen.In de jaren tachtig begon de verkoop van diverse van deze machines aan buitenlandse en particuliere spoorwegmaatschappijen. Heden ten dage isalleen de BR 212 nog in het lokbestand van de Deutsche Bahn AG aanwezig.Een groot aantal van deze locomotieven is intussen aan een tweede carrièrebegonnen bij geprivatiseerde spoorwegmaatschappijen of spoorwegbouw-bedrijven.71Grootbedrijf
2.1 WerkingDeze loc met ingebouwde digitaal-elektronica biedt u:• Naar keuze conventioneel bedrijf(wisselstroom met de Transformer32 VA of gelijkstroom [max +/– 18 Volt=]), bedrijf metMärklin Delta (alleen het Delta Station 6607), Märklin Digital(Control Unit) of het MärklinSystems (Mobile Station of Central Station). Het bedrijf metrijregelaars van andere systemen(bijv. impulsbreedte sturing,gebruik van de Central-Control 1(6030) of een dergelijk systeem) isniet mogelijk.• Automatische herkenning tussenhet conventionele en het meer-treinen-bedrijf. De keuze tussenwissel- of gelijkspanning in hetconventionele bedrijf moet hand-matig op de print worden ingesteld.• 80 Märklin Systems / Digital- (4 Delta-) adressen instelbaar metde codeerschakelaar.
Vanaf defabriek is het adres 20 ingesteld.• Instelbare maximumsnelheid.• Instelbare optrek- afremvertraging.Afremvertraging werkt niet bij conventioneel bedrijf.• Rijrichtingafhankelijke verlichting, inhet bedrijf met de Control Unit, hetMobile Station of Central Station,in- en uitschakelbaar. Bij conven-tioneel bedrijf is de intensiteit van de verlichting afhankelijk vande snelheid. Bij het bedrijf metDelta Station is de frontverlichtingcontinu ingeschakeld.• Ingebouwde geluidselektronica,waarbij alleen in het bedrijf met deControl Unit, het Mobile Station ofCentral Station, het bedrijfsgeluiden/of het geluid van een signaal-hoorn apart ingeschakeld kanworden.• In het bedrijf met de Control Unit,het Mobile Station of Central Stationkan de ingestelde optrek- enafremvertraging als schakelfunctiein het spelbedrijf geminimaliseerdworden.
Hierdoor is bijvoorbeeldeen nauwkeurige besturing moge-lijk bij het rangeren. • Berijdbare minimumradius: 1020 mm. • Het model is ontwikkeld voor hetgebruik op het Märklin Spoor 1railsysteem. Het gebruik op eenander railsysteem geschied opeigen risico.229Exploitatie
2.2 Locomotief parameterinstellenHet bedrijfssysteem en het meer-trei-nen adres wordt met de 10-voudigecodeerschakelaar op de meer-treinenelektronica ingesteld.Pas op! De 10-voudige codeer-schakelaar voor het bedrijfs-systeem en voor het adres op deonderste printplaat niet ver-wisselen met de 8-voudigecodeerschakelaar op de bovenstegeluidsgenerator printplaat.2.2.1 Instellen van het bedrijfssysteem1. Kap verwijderen (zie pag. 38).2. Codeerschakelaar instellen.Schakelaar 10 (0) op off: wisselspanningsbedrijf.Schakelaar 10 (0) op on: gelijkspanningsbedrijf.Het meer-treinen bedrijf (Digital / Delta / Märklin Systems)wordt automatisch herkend.2.2.2 Meer-treinen adres instellen1. Kap verwijderen (zie pag. 38).2. Met de schakelaars 1 t/m 8 van decodeerschakelaar het gewensteadres instellen.Voorbeeld: gewenst adres 20.Schakelaar 3, 7 op on en.
Daarom bij enige weer-stand, de potentiometers, niet metgeweld doordraaien.P1: Optrek- / afremvertraging(gemeenschappelijk)Linkeraanslag: minimale vertraging.Rechteraanslag: maximale vertraging.P2: MaximumsnelheidLinkeraanslag: minimale maximumsnelheid.Rechteraanslag: maximale maximumsnelheid.Opmerking: de beide potentiometers voor hetinstellen van het rijgedrag op deonderste printplaat niet verwisse-len met de potentiometer voor hetgeluidsvolume op de bovensteprintplaat.2.3 Het bedrijf met de ver-schillende bedrijfssystemenDit model is geschikt voor het bedrijf met het Märklin Systems(Mobile Station of Central Station),Märklin Digital (alleen met de Control Unit als centrale), MärklinDelta, wisselstroom (alleen met deMärklin Transformer 32 VA) of gelijk-stroom (rijregelaar met een maximalespanning van +/– 18 Volt=).
Schade,ontstaan bij het gebruik op anderebedrijfssystemen, zijn terug te voerenop een niet toegestane bedrijfstoe-stand en vallen daarom niet onder deverantwoordelijkheid van de fabrikantof de fabrieksgarantie. Voor alle daa-ruit ontstane schade is de gebruikerverantwoordelijk.2.3.1 Het bedrijf met het MobileStation / Central StationLees voor het opnemen van dezelocomotief in de locomotieflijst a.u.b.eerst de gebruiksaanwijzing van hetMobile Station of het Central Station.Voor het kiezen van de locomotief uitde databank gebruikt u het artikel-nummer dat u bijv. op de locomotief-verpakking kunt vinden. De volgendeschakelfuncties staan u ter beschik-king:• Rijrichtingafhankelijke verlichtingaan / uit.• Bedrijfsgeluiden (motor, neven-aggregaten e.d.) aan / uit.• Geluid van een signaalhoorn aan / uit.• Minimaliseren van de optrek- /afremvertraging.P2P1
233Exploitatie2. 3. 2 Bedrijf met DigitalOpmerking:voor het rijden kunnen alle Märklincentrales met het Motorola-formaatgebruikt worden. Het benutten vanalle mogelijkheden is alleen met deControl Unit 6021 mogelijk. Bij het ge-bruik van de oudere Central Unit 6020of een gelijkwaardige versie kunnende functies f1 t/m f4 niet geschakeldworden. Tevens ontbreekt derijrichtingsweergave. Om zonder problemen alle functiesaan te kunnen sturen, moeten deschakelaars op de achterzijde van deControl Unit op de volgende wijzeingesteld worden:Schakelaar: 1234Stand: on on on offRijden met de Control Unit 6021:Loc adres invoeren. Door de regelknop naar rechts, totaan de aanslag, te draaien wordt desnelheid van de locomotief verhoogt. Het verdraaien van de regelknopnaar links, tot aan de stand „0” ver-minderd de snelheid van de loc.
Opmerking: afhankelijk van de ingestelde optrek-/afremvertraging, reageert de loc ver-traagd op de verdraaiing van deregelknop naar de nieuwe stand. Het verdraaien van de regelknopnaar links, door de stand „0”: omkeren van de rijrichting. Opmerking:de rijrichting wordt bij de Control Unit6021 via de rijrichtingspijlen, naasthet adres, weergegeven. Pijl naar boven: loc rijdt vooruit. Pijl naar beneden: loc rijdt achteruit. Druk op de toets „function”: inschakelen van de verlichting. Druk op de toets „off”: uitschakelen van de verlichting. Indrukken van toets “f2“: inschakelen van de geluidelektronica(bedrijfsgeluiden). Door nogmaals opde toets “f2“ te drukken wordt hetgeluid weer uitgeschakeld. Indrukken van toets “f3“: inschakelenvan het geluid van een signaalhoorn. Aansluitend beslist nogmaals op detoets “f3“ drukken om de functieweer uit te schakelen.
draaien aan de rijregelaar venuit demiddenstand naar links rijdt de locachteruit. De rijrichtingafhankelijkeverlichting is constant ingeschakeld. Het maximale uitgangsvermogen vanhet Delta-Station is voldoende omtegelijk met 2 à 3 eenmotorige loco-motieven te laten rijden. Alle andere functies (geluid) zijn inDelta-bedrijf altijd uitgeschakeld. 2. 3. 4 Rijden met wisselspanningBij het wisselstroombedrijf kan de locbijv. met de transformator 32VA(nr. 6645, 6646, 6648 of 76648)bestuurd worden. Door de rijregelaarnaar rechts te draaien versnelt de locen naar links vermindert de snelheid. Als de rijregelaar door de stand „0”heen verder naar links gedraaidwordt, dan wordt de rijrichting omge-schakeld. Het omschakelbevel voorde rijrichting mag nooit aan een rij-dende loc, maar altijd alleen aan eenstilstaande loc gegeven worden.
Bij gebruik met wisselspanning is derijrichtingafhankelijke verlichting inge-schakeld. De helderheid van de ver-lichting is afhankelijk van de snelheid. Alle andere functies (geluid) zijn inwisselspanningsbedrijf altijd uitge-schakeld. 2. 3. 5 Rijden met gelijkspanning Rijregelaars voor gelijkspanning wor-den door Märklin niet voor spoor 1-modellen aangeboden. Geschikterijregelaars voor gelijkspanning lever-en een maximale spanning van ±18volt. De wisseling van de rijrichtingwordt door ompolen bewerksstelligd. De bediening van uw arijregelaar leestu in de handleiding van de fabrikant. Opmerking: H0-gelijkspanningsapparaten geveneen maximale spanning van ±12 voltaf. De loc bereikt zijn volle vermogenechter pas bij ±16 volt. H0-gelijkspanningsapparaten zijndaardoor slechts beperkt abruikbaar. Bij gebruik met gelijkspanning is derijrichtingafhankelijke verlichting inge-schakeld.
Draai de potentiometer naar links:zachterDraai de potentiometer naar rechts:luiderDe potentiometers hebben op deeindpunten een aanslag. Probeer nietmet kracht door deze aanslag heente draaien.2.4.2 Codeerschakelaar op de geluidsprintplaatDe geluidselektronica wordt met de8-voudige codeerschakelaar afge-stemd op het model. De juisteinstelling voor uw model is in defabriek reeds optimaal ingesteld.Daarom is wijziging van deze instellingniet noodzakelijk.Opmerking: de 8-voudige codeerschakelaarbevindt zich op de bovensteprintplaat. Verwissel dezecodeerschakelaar in geen gevalmet de 10-voudigecodeerschakelaar op de ondersteprintplaat voor het instellen vanhet bedrijfssysteem/ digitaaladres.De seriematige instelling van de 8 codeerschakelaars is:Schakelaar 1 2 3 4 5 6 7 8Stand On On Off Off On On On On2Exploitatie35
2 Franchissement des côtesContrairement à l’original, la maquet-te est également en mesure de fran-chir des côtes assez importantes. En temps normal, une côte devraitétre de l’ordre de 3% maximum. A l’extrême limite, 5% sont envisage-ables avec une puis-sance du trainréduite en conséquence. Le début etla fin de la côte doivent en tous casétre arrondis. La différence de penteentre deux éléments de voie d’aumoins 300 mm de longueur doit étrede 1 à 1,5% maximum. 3. 1 Aansluiting van de sporenOm spanningsverlies op de model-baan te voorkomen moeten de rail-lassen altijd goed op elkaar aansluiten. Om de 2 à 3 meter moet de voedingopnieuw op de rails gezet worden. Daarbij zijn de aansluitklemmen 5654aan te raden. 3. 2 Berijden van hellingenIn tegenstelling tot het grote voor-beeld kunnen met een modelbaanook grotere hellingen bereden wor-den. Normaal moet een helling maxi-maal 3 procent zijn.
In extreme geval-len is maximaal 5 procent mogelijk,maar dan moet reke-ning gehoudenworden met een even-redig verliesaan vermogen. Het begin en heteinde van de helling moeten altijdgerond worden. Het verschil in dehelling tussen twee tenminste300 mm lange railstukken mag maxi-maal 1 à 1,5 procent bedragen. 336Betrieb auf der Anlage Operation on a layout Exploitation sur réseau Bedrijf op een modelbaan.
438Wartung Maintenance Entretien Onderhoud4.1 Enlever le carter• Retirez les quatre vis de fixationqui se trouvent sur la face inférieu-re de la maquette.• Le carter entier peut à présent êtreenlevé.Important:• Ne pas saisir le carter au niveaudes deux portes.• Lors de l’installation de la caisse,veiller impérativement à ce que lesampoules à incandescence nesoient pas tordues ou détruitespar la cloison située dans la caisse.4.1 Huis afnemen• Verwijder de vier bevestigings-schroeven aan de onderzijde vanhet model.• Nu kan het complete huis afgeno-men worden.Belangrijk!• Het huis niet ter hoogte van detwee deuren beetpakken.• Bij het terugplaatsen van het huismoet er onvoorwaasdelijk op geletworden dat de gloeilampen nietdoor de scheidingswand in het huisverbogen en beschadigt worden.
Aandrijving en elektronica zijn weliswaar afge-schermd tegen spatwater maar rijden door het water is niet mogelijk. Het is aan te bevelen het model na het gebruik buiten te controleren op vuilen dit eventueel droog te verwijderen met een stofdoek of een zachte kwast. Nooit de loc onder stromend water reinigen. Opmerking: reinigingsmiddelen kunnen de lak en de opschriften op de locaantasten en beschadigen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Marklin 55033 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Modelbouw Marklin
Handleiding Modelbouw
Nieuwste handleidingen voor Modelbouw