Marklin 55025 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Marklin 55025 (46 pagina’s), behorend tot de categorie Modelbouw. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Marklin 55025 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Marklin |
| Categorie: | Modelbouw |
| Model: | 55025 |
Handleiding Marklin 55025 – volledige tekst
La série V 200 est équipée de deux moteurs qui sont mis en marche séparé-ment ou ensemble selon la demande en puissance désirée. Information sur le modèle réduitLe modèle est équipé d’un bruiteur électronique qui, en exploitation avec MärklinDigital, restitue le bruit d’un ou de deux moteurs diesels. Grâce à ce bruiteurélectronique, les différents bruits – collectés sur le terrain, retravaillés et enregis-trés numériquement – sont restitués en fonction de l’état opérationnel du modèle. Informatie over het voorbeeldKorte tijd na het oprichten van de Deutschen Bundesbahn (Duitse spoorwegen) werd een nieuwe weg ingeslagen voor de toekomstigeontwikkeling. Stond vroeger de stoomloc in het middelpunt van de locplan-ning, nu hadden elektrische en diesellocomotieven de voorkeur. Reeds in 1953 werd het eerste prototype aan het publiek gepresenteerd, deV 200, een machine voor het zware werk.
De versie uit de serieproduktiewerd vanaf 1956 uitgeleverd. Samen met het TEE-treinstel was deze locdestijds een van de “voorbeeld-treinen” van de DB.
De V 200 bewees zich niet alleen voor de zgn F- en D-treinen doch verrichtteook in de goederendienst uitstekende prestaties. De serie V 200 had 2 motoren die, afhankelijk van het benodigde vermogenafzonderlijk of gezamenlijk, ingeschakeld werden. Informatie over het modelHet model is uitgerust met een geluidselektronica die, bij het gebruik met Märklin digitaal, het geluid van één of twee dieselmotoren weer-geeft. Bij deze geluidselektronica worden de geluidsopnamen, die digitaalopgenomen, bewerkt en opgeslagen zijn, overeenkomstig de bedrijfssituatievan het model weergegeven. 61Exploitation dans le réel Grootbedrijf.
2.1 WerkingDeze loc met ingebouwde digitaal-elektronica biedt u:• Naar keuze conventioneel bedrijf(wisselstroom met de Transformer32 VA of gelijkstroom [max +/– 18 Volt=]), bedrijf metMärklin Delta (alleen het Delta Station 6607), Märklin Digital(Control Unit) of het MärklinSystems (Mobile Station of Central Station). Het bedrijf metrijregelaars van andere systemen(bijv. impulsbreedte sturing,gebruik van de Central-Control 1(6030) of een dergelijk systeem) isniet mogelijk.• Automatische herkenning tussenhet conventionele en het meer-treinen-bedrijf. De keuze tussenwissel- of gelijkspanning in hetconventionele bedrijf moet hand-matig op de print worden ingesteld.• 80 Märklin Systems / Digital- (4 Delta-) adressen instelbaar metde codeerschakelaar.
Vanaf defabriek is het adres 20 ingesteld.• Instelbare maximumsnelheid.• Instelbare optrek- afremvertraging.Afremvertraging werkt niet bij conventioneel bedrijf.• Rijrichtingafhankelijke verlichting, inhet bedrijf met de Control Unit, hetMobile Station of Central Station,in- en uitschakelbaar. Bij conven-tioneel bedrijf is de intensiteit van de verlichting afhankelijk vande snelheid. Bij het bedrijf metDelta Station is de frontverlichtingcontinu ingeschakeld.• Ingebouwde geluidselektronica,waarbij alleen in het bedrijf met deControl Unit, het Mobile Station ofCentral Station, het bedrijfsgeluiden/of het geluid van een signaal-hoorn apart ingeschakeld kanworden.• Ingebouwde cabineverlichting in beide cabines.• Berijdbare minimumradius: 1020 mm. • Het model is ontwikkeld voor hetgebruik op het Märklin Spoor 1railsysteem.
2.2 Instellen van het bedrijfs-systeem1. Kap verwijderen (zie pag. 41).2. Codeerschakelaar instellen.Schakelaar 10 (0) op off: wisselspanningsbedrijf.Schakelaar 10 (0) op on: gelijkspanningsbedrijf.Het digitale / Delta bedrijf wordt altijdautomatisch herkend.2.3 Instellen van het digitale adres1. Kap verwijderen (zie pag. 41).2. Met de schakelaars 1 t/m 8 van decodeerschakelaar het gewensteadres instellen.Voorbeeld: gewenst adres 20.Schakelaar 3 en 7 op on. Schakelaar 1, 2, 4, 5, 6 en 8 op off.Opmerking: Schakelaar 9 moet altijd op off staan.2.4 Instellen van de rij-parameters1. Kap verwijderen (zie pag. 41).2. Door het verdraaien van de instel-ling van de potentiometers deovereenkomstige parameter wijzi-gen. De potentiometers hebbenaan beide eindposities een ein-daanslag.
342Exploitatie2. 5 Het bedrijf met de ver-schillende bedrijfssystemenDit model is geschikt voor het bedrijf met het Märklin Systems(Mobile Station of Central Station),Märklin Digital (alleen met de Control Unit als centrale), MärklinDelta, wisselstroom (alleen met deMärklin Transformer 32 VA) of gelijk-stroom (rijregelaar met een maximalespanning van +/– 18 Volt=). Schade,ontstaan bij het gebruik op anderebedrijfssystemen, zijn terug te voerenop een niet toegestane bedrijfstoe-stand en vallen daarom niet onder deverantwoordelijkheid van de fabrikantof de fabrieksgarantie. Voor alle daa-ruit ontstane schade is de gebruikerverantwoordelijk. 2. 5. 1 Het bedrijf met het MobileStation / Central StationLees voor het opnemen van dezelocomotief in de locomotieflijst a. u. b. eerst de gebruiksaanwijzing van hetMobile Station of het Central Station.
Voor het kiezen van de locomotief uitde databank gebruikt u het artikel-nummer dat u bijv. op de locomotief-verpakking kunt vinden. De volgendeschakelfuncties staan u ter beschik-king:• Rijrichtingafhankelijke verlichtingaan / uit. • Cabineverlichting aan / uit. • Bedrijfsgeluiden (motor 1) aan / uit. • Geluid van een signaalhoorn aan / uit. • Bedrijfsgeluiden (motor 2) aan / uit. 2. 5. 2 Bedrijf met DigitalOpmerking:voor het rijden kunnen alle Märklincentrales met het Motorola-formaatgebruikt worden. Het benutten vanalle mogelijkheden is alleen met deControl Unit 6021 mogelijk. Bij het ge-bruik van de oudere Central Unit 6020of een gelijkwaardige versie kunnende functies f1 t/m f4 niet geschakeldworden. Tevens ontbreekt derijrichtingsweergave.
235ExploitatieOpmerking:de rijrichting wordt bij de Control Unit6021 via de rijrichtingspijlen, naasthet adres, weergegeven. Pijl naar boven: loc rijdt vooruit. Pijl naar beneden: loc rijdt achteruit. Druk op de toets „function”: inschakelen van de verlichting. Druk op de toets „off”: uitschakelen van de verlichting. Indrukken van toets “f1“: inschakelen van de cabineverlichting. Door nogmaals op de toets “f1“ tedrukken wordt de cabineverlichtingweer uitgeschakeld. Indrukken van toets “f2“: bedrijfsgeluiden (motor 1) aan. Door nogmaals op de toets “f2“ tedrukken wordt het geluid weeruitgeschakeld. Indrukken van toets “f3“: inschakelenvan het geluid van een signaalhoorn. Aansluitend beslist nogmaals op detoets “f3“ drukken om de functieweer uit te schakelen. Anders kan erfunctieverstoring ontstaan. Indrukken van toets “f4“: bedrijfsgeluiden (motor 2) aan.
Door nogmaals op de toets “f4“ tedrukken wordt het geluid weeruitgeschakeld. 2. 5. 3 Rijden van de loc met DeltaOm met de loc binnen Märklin Deltate kunnen rijden, wordt op de hand-regelaar Delta-Mobil het ingesteldelocadres gekozen. Door draaien aande rijregelaar vanuit de middenstandnaar rechts rijdt de loc vooruit. Doordraaien aan de rijregelaar venuit demiddenstand naar links rijdt de locachteruit. De rijrichtingafhankelijkeverlichting is constant ingeschakeld. Het maximale uitgangsvermogen vanhet Delta-Station is voldoende omtegelijk met 2 à 3 eenmotorige loco-motieven te laten rijden. Van de functie „f1“ tot „f4“ is, bij hetDelta gebruik, de functie „f1“ altijdingeschakeld. De andere functies zijnaltijd uitgeschakeld. Hierdoor rijdtdeze loc, op een baan welke aange-stuurd wordt met een Delta-Station,altijd met ingeschakelde cabinever-lichting en zonder dieselgeluid. 2. 5.
Door de rijregelaar naarrechts te draaien versnelt de loc ennaar links vermindert de snelheid. Alsde rijregelaar door de stand „0” heenverder naar links gedraaid wordt, danwordt de rijrichting omgeschakeld. Het omschakelbevel voor de rijrichtingmag nooit aan een rijdende loc, maaraltijd alleen aan een stilstaande locgegeven worden. Bij gebruik met wisselspanning is derijrichtingafhankelijke verlichting inge-schakeld. De helderheid van de ver-lichting is afhankelijk van de snelheid.
Van de functie „f1“ tot „f4“ is, bij hetconventionele gebruik, de functie „f1“altijd ingeschakeld. De andere func-ties zijn altijd uitgeschakeld. Hierdoorrijdt deze loc, op een baan welkeaangestuurd wordt met een conven-tionele wisselstroom transformator,altijd met ingeschakelde cabinever-lichting en zonder dieselgeluid. 2. 5. 5 Rijden van gelijkspanningRijregelaars voor gelijkspanning wor-den door Märklin niet voor spoor 1-modellen aangeboden. Geschikte rij-regelaars voor gelijkspanning levereneen maximale spanning van ±18 volt. De wisseling van de rijrichting wordtdoor ompolen bewerksstelligd. Debediening van uw arijregelaar leest uin de handleiding van de fabrikant. Opmerking: H0-gelijkspanningsappa-raten geven een maximale spanningvan ±12 volt af. De loc bereikt zijnvolle vermogen echter pas bij ±16 volt. H0-gelijkspanningsapparaten zijndaardoor slechts beperkt abruikbaar.
Bij gebruik met gelijkspanning is derijrichtingafhankelijke verlichting inge-schakeld. De helderheid van de ver-lichting is afhankelijk van de snelheid. Van de functie „f1“ tot „f4“ is, bij hetgelijkstroom gebruik, de functie „f1“altijd ingeschakeld. De andere func-ties zijn altijd uitgeschakeld. Hierdoorrijdt deze loc, op een baan welkeaangestuurd wordt met gelijkstroom,altijd met ingeschakelde cabinever-lichting en zonder dieselgeluid. 2. 6 De ingebouwde diesel-geluids-electronicaDe geluidselectronica is in de fabriekaangepast aan het loctype. De vol-gende instellingen kunnen door Uveranderd worden:• Totale geluidsvolume. • Volume verhouding tussen diesel-geluid en de locfluit. • Afstelling van de geluidselectronicaaan de op de digitaaldecoderingestelde maximale snelheid.
De afstelling van de geluidselectronicadient door het rijden met de loc uit-getest te worden. Voor de besturingmoet de Control Unit / Mobile Station /Central Station gebruikt worden. Aanbevolen wordt de opbouw van eenkleine testbaan (railcirkel of ovaal meteen minimale radius van 1020 mm) of een rollen-proefstand met aange-sloten Control Unit / Mobile Station /Central Station. Het is aan te bevelen om tijdens deinstelwerkzaamheden de optrekenafremvertraging op de minimalewaarde in te stellen. Opmerking: Het justeren (instellen)van de geluidselectronica kan door U zelf uitgevoerd worden. Beschadi-gingen die ontstaan door het uitoefe-nen van een te hoge kracht op deinstelpotentiometer (instelschroefje„potmeter") vallen niet onder garantie. 362Exploitatie.
Opmerking: Controleer de stand vande jumper (brugstekker) op degeluidsprint. De jumper moet in destand „EIN" (in) geplaatst zijn.Voor het volledig afstellen van de geluidselectronica worden devolgende stappen doorlopen:• Afnemen van de loc kap (blad-zijde 41).• Plaats de loc op de testbaan. Kiesde loc op de rijregelaar. Alle func-ties zijn uitgeschakeld. De rijrege-laar staat op stand „0". De LED opde geluidselectronica licht op indeze situatie. (bedrijfsspanningaanwezig) Indien de LED nietoplicht dient U de spanningsvoor-ziening van de testbaan en debedrijfstoestand van de Control Unit / Mobile Station /Central Station te controleren.• Met potmeter P1 kan het totale volume van het geluid gewijzigd worden. Bedenk wel dat het geluidluider klinkt als de locomotiefkapgemonteerd is.• Met potmeter P2 kan de verhou-ding in de geluidsterkte tussen hetmotorgeluid en de locfluit gewij-zigd worden.
Het draaien van depotmeter naar links geeft een lui-der klinkende functie Bij het naarrechts draaien neemt de geluids-sterkte van de functie af. In debeide eindstanden van de potme-ter hoort U, of alleen nog hetmotorgeluid of alleen nog de locfluit.• Indien de geluidselectronica op dejuiste wijze is afgesteld zal bij hetwegrijden van de loc de LED opde print doven. Kort voor de eind-stand van de rijregelaar (rege-laarinstelling „200") licht de LEDweer op.– Licht de LED bij maximale snel-heid van de loe niet op, dan dient potmeter P3 naar rechts gedraaid te worden.– Licht de LED eerder op dan dient men de potmeter P3 naar links te draaien.• Plaats de locomotiefkap weer ophet onderstel en controleer nogeen keer de gekozen instellingen.237Exploitatie
2ExploitatieLet op de volgende punten bij hetgebruik van de geluidselectronica.• De geluidselectronica heeft een voedingsspanning nodig van minstens 12 Volt. Als de voedings-spanning onder deze waarde daaltkan het geluid vervormd of zachtklinken of geheel wegvallen. Ookhet bedienen van de functietoetsenbrengt hierin geen verandering.Deze toestand wordt pas beëin-digd na het uitvoeren van eennoodstop (spanning op de railsenkele seconden uitschakelen).Indien deze toestand op eenbepaald baandeel optreedt dientmen de stoomtoevoer naar ditbaandeel te controleren.• Het opgenomen vermogen van degeluidselectronica bedraagt onge-veer 12 VA.
3 Circulation sur des voies courbesCette locomotive fonctionne sur desvoies courbes d'un rayon d'au moins1020 mm. Les accessoires joints à lalocomotive (2 échelles, boyaux defrein, attelages à vis) ne peuvent êtreutilisés lors d'une exploitation sur desvoies courbes d'un rayon de 1020 mmou de 1176 mm. 3. 1 Aansluiting van de sporenOm spanningsverlies op de model-baan te voorkomen moeten de rail-lassen altijd goed op elkaar aansluiten. Om de 3 à 5 meter moet de voedingopnieuw op de rails gezet worden. Daarbij zijn de aansluitklemmen 5654aan te raden. 3. 2 Berijden van hellingenIn tegenstelling tot het grote voor-beeld kunnen met een modelbaanook grotere hellingen bereden wor-den. Normaal moet een helling maxi-maal 3 procent zijn. In extreme geval-len is maximaal 5 procent mogelijk,maar dan moet reke-ning gehoudenworden met een even-redig verliesaan vermogen.
Het begin en heteinde van de helling moeten altijdgerond worden. Het verschil in dehelling tussen twee tenminste300 mm lange railstukken mag maxi-maal 1 à 1,5 procent bedragen. 3. 3 Berijden van gebogen railsDeze loc rijdt in bogen met een straalvan tenminste 1020 mm.
Enlevez les quatre vis de fixationsituées sur la face inférieure dumodèle.4.1 Huis afnemenOm te voorkomen dat de uitstekendedelen op het dak van de lok bescha-digen, wordt de lok met de dakkantnaar beneden in het bovenste gedeeltevan de verpakking gelegd.1. Verwijder de koppelingen voor enachter.2. Verwijder de vier bevestigings-schroeven aan de onderzijde vanhet model.➁➀
Aandrijving en elektronica zijn weliswaar afge-schermd tegen spatwater maar rijden door het water is niet mogelijk. Het is aan te bevelen het model na het gebruik buiten te controleren op vuilen dit eventueel droog te verwijderen met een stofdoek of een zachte kwast. Nooit de loc onder stromend water reinigen. Opmerking: reinigingsmiddelen kunnen de lak en de opschriften op de locaantasten en beschadigen. 464Wartung Maintenance Entretien Onderhoud.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Marklin 55025 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Modelbouw Marklin
Handleiding Modelbouw
Nieuwste handleidingen voor Modelbouw