Marklin 54564 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Marklin 54564 (28 pagina’s), behorend tot de categorie Modelbouw. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 6 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Marklin 54564 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Marklin |
| Categorie: | Modelbouw |
| Model: | 54564 |
Handleiding Marklin 54564 – volledige tekst
Vorbild • Prototype • Exploitation dans le réel • Grootbedrijf5Informatie van het voorbeeldEen van de populairste stoomlocomotieven is voor vele spoorwegvrienden de Beierse sneltreinlocomotief van de serie S 3/6. Volgens de Beierse lezing van de locomotief typeaanduiding betekent dat het hier gaat om, een sneltrein-locomotief met 3 aangedreven assen van in totaal 6 assen. De assen van de tender worden bij deze wijze van typeaan-duiding niet meegerekend.De S 3/6 verenigde drie voortreffelijke eigenschappen in zich. Het was niet alleen een mooie en elegante verschijning, maar blonk ook uit in zeer goede rijeigenschappen bij een voorbeeldig kolenverbruik. Daardoor is het niet verwonder-lijk dat dit model voortdurend verder ontwikkeld werd. De Reichsbahn kocht tot in 1931 nog dergelijke verder ontwik-kelde modellen aan.
Na de eerste Wereldoorlog belanden een deel van deze Beierse locomotieven bij Franse en Belgische spoorwegen. Daardoor werd deze geslaagde con-structie ver over de Beierse grens bekend. Naast de in de diverse tijdperken ontstane varianten van deze loc met Bayerischer Länderbahn-, Deutsche Reichs-bahn- en Deutsche Bundesbahn kleurstelling zijn er ook nog andere speciale uitvoeringen bekend en beroemd.Een van de beroemdste, bijzondere variant van de S 3/6, is de uitvoering die bij de Deutsche Reichsbahn voor de beroemde luxueuze “Rheingold” trein ingezet en optisch overeenkomstig opgewaardeerd werd.Uit het Beierse gebied zijn vooral 2 bijzondere uitvoerin-gen bekend. De ene variant is de okergele versie voor de Beierse hoftrein.
Niet minder indrukwekkend is echter de blauwe variant, die naar aanleiding van een tentoonstelling in München aan het begin van de twintigste eeuw te bewonde-ren was.In 1960 werd het laatste exemplaar van de oorspronkelijke S 3/6- versie met het spitse machinistenhuis buiten dienst gesteld. Latere versies bleven nog tot het einde van de zesti-ger jaren in dienst.
Betrieb • Operation • Fonctionnement • Exploitatie18WerkingDeze loc met ingebouwde digitaalelektronica biedt u:• Naar keuze conventioneel bedrijf (wisselstroom met de Transformer 32 VA of gelijkstroom [max +/– 18 Volt=] ), bedrijf met Märklin Delta (alleen het Delta Station 6607), Märklin Digital (Control Unit) of het Märklin Systems (Mo-bile Station of Central Station). Het bedrijf met rijregelaars van andere systemen (bijv. impulsbreedte sturing, gebruik van de Central-Control 1 (6030) of een dergelijk systeem) is niet mogelijk. • Het bedrijfssysteem wordt automatisch herkend. • 80 meertreinen-adressen (4 daarvan voor het Delta-sys-teem) instelbaar. Ingesteld adres vanaf de fabriek: 36 + 37. • Instelbare optrekvertraging. • Instelbare afremvertraging. • Instelbare maximumsnelheid.
• Elektronische instelling van de locomotiefparameters via de Control Unit, Mobile Station of Central Station. • Ingebouwde geluidselektronica, alleen bruikbaar in het bedrijf met de Control Unit of Märklin Systems. Extra schakelbare geluiden. • Het model is ontwikkeld voor het gebruik op het Märklin Spoor 1 railsysteem. Het gebruik op een ander railsys-teem geschied op eigen risico. • Berijdbare minimumradius: 1020 mm. • Voor en achter, Märklin klauwkoppelingen. Bij het gebru-ik van koppelingssystemen van andere fabrikanten zijn storingen niet uit te sluiten. De in het normale bedrijf voorkomende onderhouds-werkzaamheden zijn verderop beschreven. Voor reparatie of onderdelen kunt u zich tot uw Märklin winkelier wenden.
De aantoonplicht en de bewijslijst daaromtrent, dat de inbouw van vreemde onderdelen in Märklin-producten of de ombouw van Märklin-producten niet de oorzaak van opgetreden defecten en / of schade is geweest, berust bij de voor de inbouw en/of ombouw verantwoor-delijke persoon en / of firma danwel bij de klant. Veiligheidsvoorschriften• De loc mag alleen met een daarvoor bestemd bedrjfssys-teem (Märklin wisselstroom transformator 6647, Mär-klin Delta, Märklin digitaal of Märklin Systems) gebruikt worden. • De loc mag niet vanuit meer dan één stroomvoorziening-gelijktijdig gevoed worden. • Lees ook aandachtig de veiligheidsvoorschriften in de gebruiksaanwijzing van uw bedrijfssysteem.
Betrieb • Operation • Fonctionnement • Exploitatie19Schakelbare functies6647 6021STOPmobile stationsystems60652 60212Frontverlichting rijrichtingafhankelijk Continu aan 1)36/function + off 2) Verlichtingstoets 2)Toets bij het symbool f0 Rookgenerator Continu aan 1)36/f1 2) Toets bij het symbool Toets bij het symbool f1Geluid: locfluit - 36/f2 2) Toets bij het symbool Toets bij het symbool f2Geluid stoom aandrijving-36/f3 2) Toets bij het symbool Toets bij het symbool f3 Rangeerstand (alleen ABV) -36/f4 2) Toets bij het symbool Toets bij het symbool f4Geluid: perslucht-37/f2 2) Toets bij het symbool Toets bij het symbool f5 Geluid: kolenscheppen-37/f3 2) Toets bij het symbool Toets bij het symbool f61) => Intensiteit afhankelijk van de hoogte van de voedingsspanning.2) => 36 = eerste adres, 37 = tweede adres
Betrieb • Operation • Fonctionnement • Exploitatie20Locparameters instellen met de Control Unit1. Voorwaarde: opbouw zoals tekening 1. Alleen de loc die gewijzigd moet worden op de rails.2. ”Stop”- en ”Go”-toets gelijktijdig indrukken tot ”99” in het display oplicht.3. ”Stop”-toets indrukken.4. Adres „80“ invoeren.5. Omschakelcommando met de rijregelaar continu bedienen. Daarbij de ”Go”-toets indrukken. De verlichting van de loc knippert. Als dit niet het geval is, vanaf stap 2 herhalen.6. Het registernummer van de te wijzigen parameter invoeren (=> lijst 1).7. Rijrichtingomschakeling bedienen.8. Nieuwe waarde invoeren (=> lijst 1).9. Rijrichtingomschakeling bedienen.10. Programmering beëin-digen door het indrukken van de ”Stop”-toets. Aansluitend de ”Go”-toets indrukken.Opmerking: het eerste adres kan altijd worden gewijzigd. Het tweede adres is altijd het daarop volgendeadres.
Betrieb • Operation • Fonctionnement • Exploitatie21Locparameter wijzigen met het Mobile Station1. Loc uit de loclijst kiezen.2. Ga naar het nevenmenu ”WYZIG LOC”.3. Ga naar het nevenmenu ”ADRES”, ”MAX.SNELH.”,”OPTREKKEN” of ”VOL”.4. Nieuwe waarde invoeren en overnemen.Opmerking: bij het omprogrammeren van de locparame-ter mogen geen andere locomotieven of andere verbruikers door het Mobile Station van stroom worden voorzien. Lees ook de opmerkingen in de gebruiksaanwijzing van het Mobile Station.Locparameter met het Central Station wijzigen. Neem de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van het Central Station in acht. De loc 54564 is aanwezig in de databank van het Central Station. Opmerking: bij het omprogrammeren van de locparameter mogen geen andere locomotieven of andere verbruikers door het Central Station van stroom worden voorzien.
Franchissement des côtesContrairement à l’original, la maquette est également en mesure de franchir des côtes assez importantes. En temps normal, une côte devrait étre de l’ordre de 3% maximum. A l’extrême limite, 5% sont envisageables avec une puissance du train réduite en consequence. Le début et la fin de la côte doivent en tous cas étre arrondis. La différence de penteentre deux éléments de voie d’au moins 300 mm de lon-gueur doit étre de 1 à 1,5% maximum. Aansluiting van de sporenOm spanningsverlies op de modelbaan te voorkomen moeten de raillassen altijd goed op elkaar aansluiten. Om de 2 à 3 meter moet de voeding opni-euw op de rails gezet worden. Daarbij zijn de aansluitklemmen 5654 aan te raden. Berijden van hellingenIn tegenstelling tot het grote voorbeeld kunnen met een modelbaan ook grotere hellin-gen bereden worden. Normaal moet een helling maximaal 3 procent zijn.
In extreme gevallen is maximaal 5 procent mogelijk, maar dan moet reke-ning gehouden worden met een evenredig verlies aan vermo-gen. Het begin en het einde van de helling moeten altijd gerond worden. Het verschil in de helling tussen twee tenminste 300 mm lange railstukken mag maxi-maal 1 à 1,5 procent bedragen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Marklin 54564 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Modelbouw Marklin
Handleiding Modelbouw
Nieuwste handleidingen voor Modelbouw