Marklin 54292 E 44 DRG Electric Handleiding

Marklin Modelbouw 54292 E 44 DRG Electric

Bekijk gratis de handleiding van Marklin 54292 E 44 DRG Electric (32 pagina’s), behorend tot de categorie Modelbouw. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 7 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Marklin 54292 E 44 DRG Electric of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/32
Modell der
Baureihe E 44 (144)

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Marklin
Categorie: Modelbouw
Model: 54292 E 44 DRG Electric

Handleiding Marklin 54292 E 44 DRG Electric – volledige tekst

Vorbild • Prototype • Exploitation dans le réel • Grootbedrijf5Informatie van het voorbeeldDe economische crisis aan het eind van de jaren twintig in de 20e eeuw leidde tot een voorbijgaand verflauwen van de activiteiten van de Deutsche Reichsbahn bij de verdere elektrificatie van de trajecten. Tegelijk werd ook de aanschaf van nieuwe elektrische locomotieven onderbroken. Dit gat werd door de drie locomotieffabrieken Bergmann-Elektrizi-täts-Werke AG, Maffei- Schwartzkopf-Werke GmbH en Siemens-Schuckert-Werke AG door de eigen ontwikkeling van een nieuwe eloc opgevuld. Elke fabriek ontwikkelde haar eigen oplossing, die door van de Deutsche Reichsbahn onder de serie E 44 (SSW-versie), E 445 (MSW-versie) en E 4420 (BEW-versie) ingevoerd werd.

Terwijl de E 4420 een enkeling bleef en de E 445 slechts in twee kleine bouwseries met ieder 4 exem-plaren geproduceerd werd, was de E 44 van Siemens de onmiskenbaar meest succesvolle ontwikkeling met een aantal van meer dan 180 exemplaren. Daarbij werden de laatste locomotieven van deze serie zelfs nog door de DB aangeschaft, waardoor bij deze loc een totale bouwtijd van ca. 20 jaar ontstaan is. Deze locomotieven werden met concentratie op het vanaf 1933 geëlektrifi-ceerde traject Stuttgart-Augsburg ingezet. Van de 174 voor de oorlog gepro-duceerde versies bleven 45 stuks bij de Deutsche Reichsbahn en werden daar later als serie 244 aange-duid. De overige modellen werden door de Deutsche Bundesbahn overgenomen en vanaf 1968 als serie 144 gevoerd. Enkele van deze voertuigen werden voor het keertreinbedrijf technisch aangepast.

Een van de kenmerkende verschillen met de vroe-gere eloc-constructies is het gebruik van twee draai-stellen zonder voorloopassen. Daarmee vormt deze loc de oervoorouder van de moderne constructies. Met een maximumsnelheid van 90 km/h en een ver-mogen van maximaal 2200 kW kon deze geslaagde constructie aan eisen van het bedrijf tot in tijdperk IV voldoen.

Betrieb • Operation • Fonctionnement • Exploitatie18WerkingDeze loc met ingebouwde digitaalelektronica biedt u:• Naar keuze conventioneel bedrijf (wisselstroom met de Transformer 32 VA of gelijkstroom [max +/– 18 Volt=] ), bedrijf met Märklin Delta (alleen het Delta Station 6607), Märklin Digital (Control Unit) of het Märklin Systems (Mo-bile Station of Central Station). Het bedrijf met rijregelaars van andere systemen (bijv. impulsbreedte sturing, gebruik van de Central-Control 1 (6030) of een dergelijk systeem) is niet mogelijk. • Het bedrijfssysteem wordt automatisch herkend. • 80 meertreinen-adressen (4 daarvan voor het Delta-sys-teem) instelbaar. Ingesteld adres vanaf de fabriek: 44 + 45. • Instelbare optrekvertraging. • Instelbare afremvertraging. • Instelbare maximumsnelheid.

• Elektronische instelling van de locomotiefparameters via de Control Unit, Mobile Station of Central Station. • Ingebouwde geluidselektronica, alleen bruikbaar in het bedrijf met de Control Unit of Märklin Systems. Extra schakelbare geluiden. • Het model is ontwikkeld voor het gebruik op het Märklin Spoor 1 railsysteem. Het gebruik op een ander railsys-teem geschied op eigen risico. • Berijdbare minimumradius: 600 mm. • Het model beschikt zowel voor als achter over een telex-koppeling. Hiermee kunnen in digitaal/ systems bedrijf Märklin 1- modellen voorzien van klauwkoppellingen met een schakelcommando afgekoppeld worden. Bij het ge-bruik van koppelingssystemen van andere fabrikanten zijn storingen niet uit te sluiten. De in het normale bedrijf voorkomende onderhouds-werkzaamheden zijn verderop beschreven. Voor reparatie of onderdelen kunt u zich tot uw Märklin winkelier wenden.

de ombouw oorzaak van nadien opgetreden defecten en / of schade was. De aantoonplicht en de bewijslijst daaromtrent, dat de inbouw van vreemde onderdelen in Märklin-producten of de ombouw van Märklin-producten niet de oorzaak van opgetreden defecten en / of schade is geweest, berust bij de voor de inbouw en/of ombouw verantwoor-delijke persoon en / of firma danwel bij de klant. Veiligheidsvoorschriften• De loc mag alleen met een daarvoor bestemd bedrjfssys-teem (Märklin wisselstroom transformator 6647, Mär-klin Delta, Märklin digitaal of Märklin Systems) gebruikt worden. • De loc mag niet vanuit meer dan één stroomvoorziening-gelijktijdig gevoed worden. • Lees ook aandachtig de veiligheidsvoorschriften in de gebruiksaanwijzing van uw bedrijfssysteem.

Betrieb • Operation • Fonctionnement • Exploitatie19Schakelbare functies6647 6021STOPmobile stationsystems60652 60212Frontverlichting rijrichtingafhankelijk Continu aan 1)44/ function + off2)Verlichtingstoets Toets bij het symbool Bedrijfsgeluid van een E-loc - 44/f22)Toets bij het symbool Toets bij het symboolGeluid locfluit - 44/f32)Toets bij het symbool Toets bij het symboolTelexkoppeling-44/f42)Toets bij het symbool Toets bij het symbool Rangeerstand (alleen ABV) -45/f12)Toets bij het symbool Toets bij het symboolGeluid van de hoofdschakelaar-45/f22)Toets zonder symbool Toets bij het symbool Geluid: schakelklik-45/f32)Toets bij het symbool Toets bij het symboolGeluid perslucht-44/f12)Toets bij het symbool Toets bij het symbool1) => Intensiteit afhankelijk van de hoogte van de voedingsspanning.2) => 44 = eerste adres, 45 = tweede adres

Betrieb • Operation • Fonctionnement • Exploitatie20Locparameters in-stellen met de Cont-rol Unit1. Voorwaarde: opbouw zoals tekening 1. Alleen de loc die gewijzigd moet worden op de rails.2. ”Stop”- en ”Go”-toets gelijktijdig indrukken tot ”99” in het display oplicht.3. ”Stop”-toets indrukken.4. Adres „80“ invoeren.5. Omschakelcommando met de rijregelaar continu bedienen. Daarbij de ”Go”-toets indrukken. De verlichting van de loc knippert. Als dit niet het geval is, vanaf stap 2 herhalen.6. Het registernummer van de te wijzigen parameter invoeren (=> lijst 1).7. Rijrichtingomschakeling bedienen.8. Nieuwe waarde invoeren (=> lijst 1).9. Rijrichtingomschakeling bedienen.10. Programmering beëin-digen door het indrukken van de ”Stop”-toets. Aansluitend de ”Go”-toets indrukken.Opmerking: het eerste adres kan altijd worden gewijzigd. Het tweede adres is altijd het daarop volgendeadres.

Betrieb • Operation • Fonctionnement • Exploitatie21Locparameter met het Mobile Station wijzigen 1. Loc uit de loclijst kiezen.2. Ga naar het nevenmenu ”WYZIG LOC”.3. Ga naar het nevenmenu ”ADRES”, ”MAX.SNELH.”, ”OPTREKKEN”, ”AFREM-MEN” of „VOL“.4. Nieuwe waarde invoeren en overnemen.Lees ook de opmerkingen in de gebruiksaanwijzing van het Mobile Station.Locparameter met het Central Station wijzigen. Neem de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van het Central Station in acht. De loc 54292 is aanwezig in de databank van het Central Station. Opmerking: bij het omprogrammeren van de locparameter mogen geen andere locomotieven of andere verbruikers door het Central Station van stroom worden voorzien.

Franchissement des côtesContrairement à l’original, la maquette est également en mesure de franchir des côtes assez importantes. En temps normal, une côte devrait étre de l’ordre de 3% maximum. A l’extrême limite, 5% sont envisageables avec une puissance du train réduite en consequence. Le début et la fin de la côte doivent en tous cas étre arrondis. La différence de penteentre deux éléments de voie d’au moins 300 mm de lon-gueur doit étre de 1 à 1,5% maximum. Aansluiting van de sporenOm spanningsverlies op de modelbaan te voorkomen moeten de raillassen altijd goed op elkaar aansluiten. Om de 2 à 3 meter moet de voeding opni-euw op de rails gezet worden. Daarbij zijn de aansluitklemmen 5654 aan te raden. Berijden van hellingenIn tegenstelling tot het grote voorbeeld kunnen met een modelbaan ook grotere hellin-gen bereden worden. Normaal moet een helling maximaal 3 procent zijn.

In extreme gevallen is maximaal 5 procent mogelijk, maar dan moet reke-ning gehouden worden met een evenredig verlies aan vermo-gen. Het begin en het einde van de helling moeten altijd gerond worden. Het verschil in de helling tussen twee tenminste 300 mm lange railstukken mag maxi-maal 1 à 1,5 procent bedragen.

Aandrijving en elektro-nica zijn weliswaar afge-schermd tegen spatwater maar rijden door het water is niet mogelijk. Het is aan te bevelen het model na het gebruik buiten te controleren op vuil en dit eventueel droog te verwij-deren met een stofdoek of een zachte kwast. Nooit de loc onder stromend water reinigen. Opmerking: reinigings-middelen kunnen de lak en de opschriften op de loc aantasten en beschadigen.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Marklin 54292 E 44 DRG Electric stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden