Marklin 54291 E 44 DB Electric Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Marklin 54291 E 44 DB Electric (43 pagina’s), behorend tot de categorie Modelbouw. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Marklin 54291 E 44 DB Electric of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Marklin |
| Categorie: | Modelbouw |
| Model: | 54291 E 44 DB Electric |
Handleiding Marklin 54291 E 44 DB Electric – volledige tekst
De elektrische locomotief van de serie E 44 (144)De economische crisis aan het eind van de jaren twintig in de 20e eeuw leidde tot een voorbijgaand verflauwen van de activiteiten van de DeutscheReichsbahn bij de verdere elektrificatie van de trajecten. Tegelijk werd ook deaanschaf van nieuwe elektrische locomotieven onderbroken. Dit gat werddoor de drie locomotieffabrieken Bergmann-Elektrizitäts-Werke AG, Maffei-Schwartzkopf-Werke GmbH en Siemens-Schuckert-Werke AG door de eigenontwikkeling van een nieuwe eloc opgevuld. Elke fabriek ontwikkelde haareigen oplossing, die door van de Deutsche Reichsbahn onder de serie E 44(SSW-versie), E 445(MSW-versie) en E 4420(BEW-versie) ingevoerd werd.
Terwijl de E 4420 een enkeling bleef en de E 445 slechts in twee kleine bouw-series met ieder 4 exemplaren geproduceerd werd, was de E 44 van Siemensde onmiskenbaar meest succesvolle ontwikkeling met een aantal van meerdan 180 exemplaren. Daarbij werden de laatste locomotieven van deze seriezelfs nog door de DB aangeschaft, waardoor bij deze loc een totale bouwtijdvan ca. 20 jaar ontstaan is. Deze locomotieven werden met concentratie op het vanaf 1933 geëlektrifi-ceerde traject Stuttgart-Augsburg ingezet. Van de 174 voor de oorlog gepro-duceerde versies bleven 45 stuks bij de Deutsche Reichsbahn en werdendaar later als serie 244 aangeduid. De overige modellen werden door deDeutsche Bundesbahn overgenomen en vanaf 1968 als serie 144 gevoerd. Enkele van deze voertuigen werden voor het keertreinbedrijf technisch aan-gepast.
Een van de kenmerkende verschillen met de vroegere eloc-construc-ties is het gebruik van twee draaistellen zonder voorloopassen. Daarmeevormt deze loc de oervoorouder van de moderne constructies. Met een maximumsnelheid van 90 km/h en een vermogen van maximaal2200 kW kon deze geslaagde constructie aan eisen van het bedrijf tot in tijd-perk IV voldoen. De E 44 werd bij de Deutsche Bundesbahn in 1982 buitendienst gesteld.
2. 1 WerkingDeze loc met ingebouwde digitaal-elektronica biedt u:• Naar keuze, conventioneel wissel-spannings- (transformator 32 VA) ofgelijkspannings-bedrijf (max. 18 V=),alsmede Märklin Delta (alleenDelta-Station 6607) of Märklin digitaal (Motorola formaat). Het bedrijf met rijregelaars vanandere systemen (bijv. impulsbre-edte sturing, gebruik van de Cen-tral-Control 1 (6030) of een derge-lijk systeem) is niet mogelijk. • Automatische herkenning tussenconventioneel en digitaal/Deltabedrijf. De keuze tussen wissel- ofgelijkspanning in het conventionelebedrijf moet handmatig op de printworden ingesteld. • 80 digitale- (4 Delta-) adresseninstelbaar met de codeerschakelaar. Vanaf de fabriek is het adres 44ingesteld. • Instelbare maximumsnelheid. • Rijrichtingsafhankelijke frontver-lichting, bij digitaal bedrijf in- enuitschakelbaar.
Bij conventioneelbedrijf is de intensiteit van de ver-lichting afhankelijk van de snelheid. Bij het bedrijf met Delta-station isde frontverlichting continu inge-schakeld. • Alleen bij het gebruik met deControl-Unit 6021: inschakelbaregeluidselektronica voor het latenklinken van snelheidsafhankelijke,voorbeeldgetrouwe locomotief-geluiden. • Alleen bij het gebruik van deControl-Unit 6021: schakelbaargeluid van een signaalhoorn. • Het model beschikt zowel voor alsachter over een telexkoppeling. Hiermee kunnen in digitaal bedrijfmet de Control-Unit 6021 MärklinMaxi- of Profi 1- modellen voorzienvan klauwkoppellingen met eenschakelcommando afgekoppeldworden. Bij het gebruik van kop-pelingssystemen van andere fabrikanten zijn storingen niet uit te sluiten. • Berijdbare minimale radius: 600 mm. Aanbevolen minimaleradius: 1020 mm.
Het automatischaan- en afkoppelen van wagens inbogen is niet mogelijk. Bij het berij-den van bogen of wissels met eenradius van 600 mm. dient de snel-heid overeenkomstig te wordenaangepast, anders kan dit tot eenontsporing leiden.
2.2 Instellen van het bedrijfssysteem of het digitale-/Delta adres.Stap 1: Dak verwijderen (fluiten er afdraaien,dak naar achteren schuiven en daner afnemen. => pagina 39).Het bedrijfssysteem of het digitale-Delta adres wordt op de 10-voudigecodeerschakelaar op de elektronica-print ingesteld.Pas op!
De 10-voudige codeer-schakelaar voor het bedrijfs-systeem en voor het adres op deonderste printplaat niet ver-wisselen met de 8-voudigecodeerschakelaar op de bovenstegeluidsgenerator printplaat.2.2.1 Bedrijfssysteem instellenStap 2: het analoge bedrijfssysteem wordtmet schakelaar 10 (gemerkt met “0“)op de 10-voudige codeerschakelaaringesteld.schakelaar 10 (0) op off: wisselspanningschakelaar 10 (0) op on: gelijkspanningHet bedrijfssysteem Märklin digitaal,dan wel Delta wordt automatischdoor de elektronica herkend.Opmerking: schakelaar 9 moet altijd in de stand“off” staan.2.2.2 Digitaal-/Delta-adres instellen Stap 2:Het digitale-/Delta adres wordt metde schakelaars 1 t/m 8 van de 10-voudige codeerschakelaar inge-steld.Voorbeeld: gewenst adres “44“ Schakelaar 6, 8: stand onSchakelaar 1, 2, 3, 4, 5, 7: stand ofOpmerking: de digitale adressen 24, 60, 72 en 78komen overeen met de vier Deltaadressen.231Exploitatie
233Exploitatie2.3 Instellen van de rij-parameters1. Dak verwijderen (fluiten er af-draaien, dak naar achteren schuivenen dan er afnemen. => pagina 39).2. Door het wijzigen van de standvan de potentiometers op de onder-ste printplaat kunt u het rijgedragveranderen. De potentiometers heb-ben aan beide eindposities een ein-daanslag. Daarom bij enige weer-stand, de potentiometers, niet metgeweld doordraaien.P1: optrek-/afremvertraging(gemeenschappelijk)linkeraanslag: minimale vertraging.rechteraanslag: maximale vertraging.P2: maximumsnelheidlinkeraanslag: minimale maximum-snelheid.rechteraanslag: maximale maximum-snelheid.Opmerking: de beide potentiometers voor hetinstellen van het rijgedrag op deonderste printplaat niet verwisse-len met de potentiometer voor hetgeluidsvolume op de bovensteprintplaat.P2P1
2. 4 Het bedrijf met de verschillende bedrijfssystemen2. 4. 1 DigitaalOpmerking:voor het rijden kunnen alle Märklincentrales met het Motorola-formaatgebruikt worden. Het benutten vanalle mogelijkheden is alleen met deControl Unit 6021 mogelijk. Bij hetgebruik van de oudere Central Unit6020 of een gelijkwaardige versiekunnen de functies f1 t/m f4 nietgeschakeld worden. Tevens ontbre-ekt de rijrichtingsweergave. Om zonder problemen alle functiesaan te kunnen sturen, moeten de schakelaars op de achterzijde van deControl Unit op de volgende wijzeingesteld worden:Schakelaar: 1 2 3 4Stand: on on on offRijden met de Control Unit 6021:Loc adres invoeren. Door de regelknop naar rechts, totaan de aanslag, te draaien wordt desnelheid van de locomotief verhoogt. Het verdraaien van de regelknopnaar links, tot aan de stand „0” ver-minderd de snelheid van de loc.
Opmerking: afhankelijk van de ingestelde optrek-/afremvertraging, reageert de loc ver-traagd op de verdraaiing van deregelknop naar de nieuwe stand. Het verdraaien van de regelknopnaar links, door de stand „0”: omkeren van de rijrichting. Opmerking:de rijrichting wordt bij de Control Unit6021 via de rijrichtingspijlen, naasthet adres, weergegeven. Pijl naar boven: loc rijdt vooruit. Pijl naar beneden: loc rijdt achteruit. Druk op de toets „function”: inschakelen van de verlichting. Druk op de toets „off”: uitschakelen van de verlichting. Indrukken van toets “f2“: inschakelen van de geluidelektronica(bedrijfsgeluiden). Door nogmaals opde toets “f2“ te drukken wordt hetgeluid weer uitgeschakeld. Indrukken van toets “f3“: inschakelenvan het geluid van een signaalhoorn. Aansluitend beslist nogmaals op detoets “f3“ drukken om de functieweer uit te schakelen.
2. 4. 2 Rijden van de loc met DeltaOm met de loc binnen Märklin Deltate kunnen rijden, wordt op de hand-regelaar Delta-Mobil het ingesteldelocadres gekozen. Door draaien aande rijregelaar vanuit de middenstandnaar rechts rijdt de loc vooruit. Doordraaien aan de rijregelaar venuit demiddenstand naar links rijdt de locachteruit. De rijrichtingafhankelijkeverlichting is constant ingeschakeld. Het maximale uitgangsvermogen vanhet Delta-Station is voldoende omtegelijk met 2 à 3 eenmotorige loco-motieven te laten rijden. Alle andere functies (geluid, telex) zijnin Delta-bedrijf altijd uitgeschakeld. 2. 4. 3 Rijden van wisselspanningBij het wisselstroombedrijf kan de locbijv. met de transformator 32VA(nr. 6645, 6646, 6648 of 76648)bestuurd worden. Door de rijregelaarnaar rechts te draaien versnelt de locen naar links vermindert de snelheid.
Als de rijregelaar door de stand „0”heen verder naar links gedraaidwordt, dan wordt de rijrichting omge-schakeld. Het omschakelbevel voorde rijrichting mag nooit aan een rij-dende loc, maar altijd alleen aan eenstilstaande loc gegeven worden. Bij gebruik met wisselspanning is derijrichtingafhankelijke verlichting inge-schakeld. De helderheid van de ver-lichting is afhankelijk van de snelheid. Alle andere functies (geluid, telex) zijnin wisselspanningsbedrijf altijd uitge-schakeld. 2. 4. 4 Rijden van gelijkspanningRijregelaars voor gelijkspanning wor-den door Märklin niet voor spoor 1-modellen aangeboden. Geschikterijregelaars voor gelijkspanning lever-en een maximale spanning van ±18volt. De wisseling van de rijrichtingwordt door ompolen bewerksstelligd. De bediening van uw arijregelaar leestu in de handleiding van de fabrikant.
2.5 Instellen van de geluidselektronicaVoor het volgende instelwerk dienteerst het dak verwijderd te worden (=> pagina 39). De bovenste van de beiden printplaten is de geluids-generator waarop u de volgendeinstellingen kunt uitvoeren.2.5.1 Geluidsvolume instellenOpmerking: de potentiometer be-vindt zich op de bovenste print-plaat. Verwissel deze potentio-meter in geen geval met één vande potentiometers op de ondersteprintplaat voor het instellen vanhet rijgedrag. Draai de potentiometer naar links: luiderDraai de potentiometer naar rechts:zachterDe potentiometers hebben op deeindpunten een aanslag. Probeer nietmet kracht door deze aanslag heente draaien.2.5.2 Codeerschakelaar op de geluidsprintplaatPas op: het wijzigen van defabrieksmatige instellingen kan tot een defecte geluidselektronicaleiden.De geluidselektronica wordt met de8-voudige codeerschakelaar afge-stemd op het model.
De juiste instel-ling voor uw model is in de fabriekreeds optimaal ingesteld. Daarom iswijziging van deze instelling nietnoodzakelijk.Opmerking: de 8-voudige codeerschakelaarbevindt zich op de bovenste print-plaat. Verwissel deze codeerscha-kelaar in geen geval met de 10-voudige codeerschakelaar op deonderste printplaat voor het instel-len van het bedrijfssysteem/ digi-taaladres.De seriematige instelling van de 8 codeerschakelaars is:Schakelaar 1 2 3 4 5 6 7 8Stand On On On On On On On On2Exploitatie36
2 Franchissement des côtesContrairement à l’original, la maquet-te est également en mesure de fran-chir des côtes assez importantes. En temps normal, une côte devraitétre de l’ordre de 3% maximum. A l’extrême limite, 5% sont envisage-ables avec une puis-sance du trainréduite en conséquence. Le début etla fin de la côte doivent en tous casétre arrondis. La différence de penteentre deux éléments de voie d’aumoins 300 mm de longueur doit étrede 1 à 1,5% maximum. 3. 1 Aansluiting van de sporenOm spanningsverlies op de model-baan te voorkomen moeten de rail-lassen altijd goed op elkaar aansluiten. Om de 2 à 3 meter moet de voedingopnieuw op de rails gezet worden. Daarbij zijn de aansluitklemmen 5654aan te raden. 3. 2 Berijden van hellingenIn tegenstelling tot het grote voor-beeld kunnen met een modelbaanook grotere hellingen bereden wor-den. Normaal moet een helling maxi-maal 3 procent zijn.
In extreme geval-len is maximaal 5 procent mogelijk,maar dan moet reke-ning gehoudenworden met een even-redig verliesaan vermogen. Het begin en heteinde van de helling moeten altijdgerond worden. Het verschil in dehelling tussen twee tenminste300 mm lange railstukken mag maxi-maal 1 à 1,5 procent bedragen. 337Betrieb auf der Anlage Operation on a layout Exploitation sur réseau Bedrijf op een modelbaan.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Marklin 54291 E 44 DB Electric stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Modelbouw Marklin
Handleiding Modelbouw
Nieuwste handleidingen voor Modelbouw