Lincoln Electric NA-5 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Lincoln Electric NA-5 (50 pagina’s), behorend tot de categorie Lasapparaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Lincoln Electric NA-5 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Lincoln Electric |
| Categorie: | Lasapparaat |
| Model: | NA-5 |
Handleiding Lincoln Electric NA-5 – volledige tekst
Nederlands Nederlands II 12/05 WIJ DANKEN U voor uw keuze voor de KWALITEITSPRODUCTEN van Lincoln Electric. Controleer de verpakking en apparatuur op beschadiging. Claims over transportschade moeten direct aan de dealer of aan Lincoln Electric gemeld worden. Voor referentie in de toekomst is het verstandig hieronder de machinegegevens over te nemen. Modelnaam, code en serienummer staan op het typeplaatje van het apparaat. Modelnaam: ………………. ……………………………. …………………………………………………………………………………………. Code en serienummer: …………………. ………………………………………………. ……………………………………………………. ……………. Datum en plaats eerste aankoop: …………………………………………………………………. ………………………. …………………………………………. NEDERLANDSE INDEX Elektromagnetische compatibiliteit (EMC). 3Veiligheid. 4Mechanische installatie. 6Installatie elektrische bedrading. 21Bedieningsinstructies. 33Onderhoud. 47AEEA. 49.
Elektromagnetische compatibiliteit (EMC) 01/11 Deze machine is ontworpen in overeenstemming met alle relevante richtlijnen en normen. Toch kan de machine elektromagnetische interferentie opwekken die invloed kan hebben op andere systemen, onder meer voor telecommunicatie (telefoon, radio en televisie) en andere veiligheidssystemen. Deze interferentie kan in deze systemen veiligheidsproblemen veroorzaken. Zorg dat u dit hoofdstuk leest en begrijpt om deze elektromagnetische interferentie te verminderen of te elimineren. Deze machine is ontworpen voor gebruik in een industriële omgeving. Bij gebruik in een huiselijke omgeving zijn bijzondere maatregelen nodig om mogelijke elektromagnetische interferentie uit te sluiten. De gebruiker moet deze apparatuur installeren en bedienen zoals in deze handleiding wordt beschreven.
Als er elektromagnetische interferentie wordt vastgesteld, moet de gebruiker maatregelen nemen om die te elimineren, zo nodig in samenspraak met Lincoln Electric. Voordat het apparaat wordt geïnstalleerd, moet de gebruiker het werkgebied controleren op apparatuur die door interferentie slecht werkt. Let hierbij op: Ingaande en uitgaande kabels, stuur-/bedieningskabels en telefoonkabels in de directe en nabije omgeving van het werkgebied en het apparaat. Radio- en/of televisiezenders en -ontvangers. Computers of computergestuurde apparatuur. Beveiligings- en regelsystemen voor industriële processen. Meet- en ijkapparaat. Persoonlijke medische apparatuur, zoals pacemakers en gehoorapparaten. Controleer de elektromagnetische immuniteit van apparatuur in of nabij het werkgebied. De gebruiker moet er zeker van zijn dat alle apparatuur in de omgeving immuun is.
Dit kan betekenen dat er aanvullende maatregelen moeten worden genomen. De afmetingen van het werkgebied hangen af van de constructie en andere activiteiten die plaatsvinden. Neem de volgende richtlijnen in acht om de elektromagnetische emissies van het apparaat te beperken.
Sluit het apparaat op het net aan zoals beschreven in deze gebruikershandleiding. Wanneer er storing optreedt, kan het nodig zijn om aanvullende maatregelen te nemen zoals het filteren van de ingangsvoeding. De uitgangsvermogenskabels moeten zo kort mogelijk naast elkaar liggen. Verbind het werkstuk waar mogelijk met aarde om elektromagnetische emissies te beperken. De gebruiker moet controleren of het met aarde verbinden van het werkstuk gevolgen heeft voor het functioneren van de apparatuur en de veiligheid van personen. Wanneer de kabels in het werkgebied worden afgeschermd, kunnen de elektromagnetische emissies worden beperkt. Dit kan bij speciale toepassingen nodig zijn.
WAARSCHUWING EMC-classificatie van dit product is klasse A conform de elektromagnetische compatibiliteitsnorm EN 60974-10 en om die reden is het product gemaakt om alleen in een industriële omgeving te worden gebruikt. WAARSCHUWING Apparatuur van klasse A is niet bedoeld voor gebruik in woongebieden waar de stroom door het openbare laagspanningsnetwerk wordt geleverd. Er kan sprake zijn van potentiële moeilijkheden bij het garanderen van de elektromagnetische compatibiliteit door geleide en radiofrequentiestoring op die locaties.
Nederlands Nederlands 4 Veiligheid 11/04 WAARSCHUWING Deze apparatuur moet gebruikt worden door gekwalificeerd personeel. Zorg ervoor dat installatie, gebruik, onderhoud en reparatie alleen uitgevoerd worden door gekwalificeerd personeel. Lees deze gebruiksaanwijzing goed alvorens te lassen. Negeren van waarschuwingen en aanwijzingen uit deze gebruiksaanwijzingen kunnen lijden tot verwondingen, letsel, dood of schade aan het apparaat. Lees en begrijp de volgende verklaringen bij de waarschuwingssymbolen. Lincoln Electric is niet verantwoordelijk voor schade veroorzaakt door verkeerde installatie, slecht onderhoud of abnormale toepassingen. WAARSCHUWING: Dit symbool geeft aan dat alle navolgende instructies uitgevoerd moeten worden om letsel, dood of schade aan de apparatuur te voorkomen. Bescherm jezelf en anderen tegen letsel.
LEES DE INSTRUCTIES GOED: Lees deze gebruiksaanwijzing alvorens het apparaat te gebruiken. Elektrische lassen kunnen gevaarlijk zijn. Het niet opvolgen van de instructies uit deze gebruiksaanwijzing kan letsel, dood of schade aan de apparatuur tot gevolg hebben. ELEKTRISCHE SPANNING KAN DODELIJK ZIJN: Lasapparatuur genereert hoge spanning. Raak daarom de elektrode, werkstukklem en aangesloten werkstuk niet aan. Isoleer jezelf van elektrode, werkstukklem en aangesloten werkstukken. ELEKTRISCHE APPARATUUR: Schakel de voedingsspanning af m. b. v. de schakelaar aan de zekeringkast als u aan de machine gaat werken. Aard de machine conform de nationaal (lokaal) geldende normen. ELEKTRISCHE APPARATUUR: Controleer regelmatig de aansluit-, de las- en de werkstukkabel. Vervang kabels waarvan de isolatie beschadigd is.
Leg de elektrodehouder niet op het werkstuk of een ander oppervlak dat in verbinding met de werkstukklem staat om ongewenst ontsteken van de boog te voorkomen. ELEKTRISCHE EN MAGNETISCHE VELDEN KUNNEN GEVAARLIJK ZIJN: Elektrische stroom, vloeiend door een geleider, veroorzaakt een lokaal elektrisch- en magnetisch veld (EMF).
EMF-velden kunnen de werking van pacemakers beïnvloeden. Personen met een pacemaker dienen hun arts te raadplegen alvorens met lassen te beginnen. CE OVEREENSTEMMING: Deze machine voldoet aan de Europese richtlijnen. DAMPEN EN GASSEN KUNNEN GEVAARLIJK ZIJN: Lassen produceert dampen en gassen die gevaarlijk voor de gezondheid kunnen zijn. Voorkom inademing van dampen of gassen. Om deze gevaren te voorkomen moet er voldoende ventilatie of een afzuigsysteem zijn om dampen en gassen bij de lasser vandaan te houden. BOOGSTRALING KAN VERBRANDING VEROORZAKEN: Gebruik een lasscherm met de juiste lasglazen om de ogen te beschermen tegen straling en spatten. Draag geschikte kleding van een vlamvertragend materiaal om de huid te beschermen. Bescherm anderen in de omgeving door afscherming van de lasboog en zeg dat men niet in de lasboog moet kijken.
LASSPATTEN KUNNEN BRAND OF EXPLOSIES VEROORZAKEN: Verwijder brandbare stoffen uit de omgeving en houd een geschikte brandblusser paraat. Lasvonken en hete materialen uit het lasproces kunnen gemakkelijk door kleine scheurtjes en openingen doordringen tot in naastgelegen gebieden. Niet lassen op tanks, vaten, containers of materiaal tot de juiste stappen zijn genomen om ervoor te zorgen dat er geen brandbare of giftige dampen aanwezig zijn. Deze apparatuur nooit gebruiken als er brandbare gassen, dampen of vloeibare brandbare stoffen in de buurt zijn. AAN GELASTE MATERIALEN KUNT U ZICH BRANDEN: Lassen genereert veel warmte. Aan hete oppervlakken en materialen in de werkomgeving kunt u zich lelijk branden. Gebruik handschoenen en tangen om werkstukken en materialen in de werkomgeving vast te pakken of te verplaatsen.
VEILIGHEIDSMARKERING: Deze machine is geschikt voor gebruik als voedingsbron voor lasstroom in omgevingen met een verhoogd risico en kans op elektrische aanraking.
Nederlands Nederlands 5 GASFLESSEN KUNNEN EXPLODEREN BIJ BESCHADIGING: Gebruik alleen gasflessen die het juiste beschermgas voor uw lasproces bevatten en gebruik bijbehorende reduceerventielen. Houd gasflessen altijd verticaal en zet ze vast op een onderstel of een andere daarvoor geschikte plaats. Verplaats of transporteer geen flessen zonder kraanbeschermdop. Voorkom dat elektrode, elektrodehouder of andere elektrisch hete delen in aanraking komen met de fles. Plaats flessen zodanig dat geen kans bestaat op omverrijden of blootstelling aan andere materiële beschadiging en een veilige afstand tot las- of snijwerkzaamheden en andere warmtebronnen, vonken of spatten gewaarborgd is. LAWAAI DAT HET GEVOLG IS VAN EN OPTREEDT TIJDENS HET LASSEN KAN SCHADELIJK ZIJN. Booglassen kan lawaai veroorzaken met een hoog niveau van 85 dB gedurende een werkdag van 8 uur.
Bestuurders die werken met lasmachines moeten verplicht goede oorbeschermers dragen (bijlage nr. 2 voor het Decreet van de Secretary of Labor en Social Policy van 17-06-1998 – Dz.U. No. 79 pos. 513). Volgens het decreet van de Secretary of Health en Social Welfare van 09-07-1996 (Dz.U. No. 68 pos. 194) zijn werkgevers verplicht om onderzoek en metingen te verrichten naar factoren die schadelijk zijn voor de gezondheid. BEWEGENDE ONDERDELEN ZIJN GEVAARLIJK: In deze machine zitten bewegende mechanische`onderdelen die ernstig letsel kunnen veroorzaken. Houd uw handen, lichaam en kleding uit de buurt van deze onderdelen tijdens het starten, bedienen van en onderhoud aan de machine . APPARAAT ZWAARDER DAN 30 kg: Verplaats deze apparatuur voorzichtig en samen met een andere persoon. Optillen kan gevaarlijk zijn voor uw gezondheid.
Nederlands Nederlands 8Zoals verzonden Par. T2. 2. 2 (Opslaan als Par. L2. 2. 2 voor IM-278) Installatie van de kop A. ALGEMENE VEREISTEN (alle modellen) Beugels en armaturen — Ontwerp de installatie met de afstelmogelijkheden die voor de lastoepassing vereist zijn. Zorg voor voldoende speling voor het afstellen van de kop, beschreven in par. T3. 2. 3. Om bogen het beste te kunnen ontsteken, gebruikt u een stugge beugel die voorkomt dat de kop beweegt wanneer de elektrode het werkstuk ontsteekt. Isolatie — De kop en de elektrode zijn elektrisch “heet” tijdens het lassen. Ze moeten van de grond worden geïsoleerd. B. SPECIFIEKE VEREISTEN VOOR NA-3N, NA-3S, NA-4 EN NA-5 Het bevestigingsmateriaal en de isolatie van de kop wordt bij deze koppen meegeleverd. Als u een optionele verticale hefafsteller of horizontale afsteller installeert, gaat u respectievelijk naar par. T2. 2. 11 of par. T2. 2.
12. Ga naar par. T2. 2. 4. als u de koppen op de standaard loopkat wilt monteren. Wilt u de koppen op een aparte armatuur bevestigen, dan moet u de montagegaten gebruiken die in de afmetingstekening zijn aangegeven. C. SPECIFIEKE VEREISTEN VOOR DE NA-3NF EN NA-3SF, NA-5NF EN NA-5SF Deze modellen beschikken niet over de montage-onderdelen van de kop en kunnen niet worden geïnstalleerd op de standaard loopkat. Ontwerp de montage- en isolatie-onderdelen zodat deze op de bevestiging passen. Zie de juiste afmetingstekening. D. DRAADAANVOERMECHANISME Alle koppen worden geleverd met de overbrengingsverhouding in de tandwielkast van de draadaanvoereenheid die is opgegeven voor het bestelde model. Wanneer u deze verhouding wilt wijzigen, gaat u naar par. T6. 2. 2. Alle koppen die worden geleverd, kunnen de draadmaten aanvoeren die op de bestelling zijn vermeld.
Pas de drukafstelschroef aan van de stationaire rol voor de draaddiameter die bij de productie wordt gebruikt. Zoals weergegeven op de indicator, zijn er twee instellingen — 0,035-3/32" en 0,120-7/32". Breng deze aanpassing alleen aan als u de juiste draadmaat hebt tussen de aandrijfrol en de stationaire rollen. Op een aantal kernelektroden of zachte elektroden is het wellicht nodig een lagere druk in te stellen om verplettering te voorkomen. Bij levering draait de aandrijfrol naar rechts om de elektrode omlaag te voeren (zie foto). Indien gewenst, kan de spanplaat 180° worden gedraaid en kunnen de draadrichter en contacteenheidslocaties worden omgewisseld. De draairichting van de aandrijfrol moet worden omgekeerd door draad #626 en #627 van de draadaanvoermotorstekker op de contactstrip in het bedieningskastje om te wisselen. E.
CONTACTEENHEDEN Er zijn diverse verschillende contacteenheden beschikbaar. Zie par. T2. 2. 6, T2. 2. 7, T2. 5. 3 of T2. 5. 4 voor installatie-instructies. F. DRAADHASPEL Als er Speed-Feed®-haspels of Speed-Feed®-trommels van 300 tot 1000 pond moeten worden gebruikt, gaat u naar par. T2. 5. 7. Indien besteld, worden de haspels voor spoelen van 22,68 of 27,22 kg (50 of 60 lb) geleverd met de benodigde montageas, bevestigingsmateriaal en isolatie. Vereisten voor montagegaten voor de as zijn te vinden op de afmetingstekeningen van de kop. Installeer de montage-as van de haspel op de armatuur of loopkat zodanig, dat de draad zo direct mogelijk naar de draadrichter loopt zonder dat deze hoekjes omgaat of geaard metalen materiaal raakt. Als deze een langere afstand moet afleggen, moet u geïsoleerde, wrijvingsvrije geleiders gebruiken in plaats van lange buizen. G.
DRAADRICHTER Model NA-3S, NA-3SF, NA-4, NA-5S en NA-5SF wordt geleverd met een richter voor massieve-elektrodedraad-richter voor draden met maat 5/64'' en groter. Model NA-3N, NA-3NF, NA-5N en NA-5NF wordt geleverd met een van de onderstaande items: 1.
Een richter voor draden met fluxkern voor elektroden met fluxkern van 0,045 t/m 5/32''. Deze kan ook worden gebruikt voor massieve draden van 5/64" en 3/32". Voor massieve draden dikker dan 3/32" gebruikt u de M8269-1 richter voor massieve draden. 2. Een draadgeleider met strak gespannen veer voor massieve draden van 0,035 t/m 1/16". De diverse optionele Twinarc®-eenheden bevatten indien nodig ook een dubbele draadrichter of draadgeleider. Nadat de kop is geïnstalleerd, plaatst u de draadrichter of draadgeleider over de ingaande geleidebuis boven op de aandrijfrolkast. (De ingaande geleider heeft een radius op de ingangsschouder — de uitgaande geleider is afgeschuind. ) De ingaande (radius) geleidebuis MOET worden gebruikt bij de draadrichter. Draai de richter zodanig dat deze naar de draadhaspel wijst. Zet de twee bijgeleverde klemmen vast om deze op zijn plaats te houden.
Nederlands Nederlands 9 Juli 1992 Par. T2.2.3 Installatie bedieningskastje Het bedieningskastje kan op de standaard loopkat of op een aparte armatuur worden gemonteerd. Het is elektrisch geaard via een draad in de ingangskabel. Wanneer u het kastje op de loopkat wilt monteren, gebruikt u montageset T14469. Bevestig de adapterplaat met het bijgeleverde bevestigingsmateriaal aan de bovenkant van de loopkat. Het NA-5-bedieningskastje wordt dan met vier bouten en borgringen op de adapterplaat gemonteerd, twee aan de onderkant en twee aan de achterkant. Ga voor volledige gegevens over de werking van de loopkat naar par. T2.2.4. Als u het bedieningskastje op een armatuur monteert, moet u de montagegaten op de onder- en/of aan de achterkant van het kastje gebruiken. Zie de afmetingstekening S16717.
Het bedieningskastje moet zodanig worden gemonteerd dat de bedieningselementen en meters gebruiksvriendelijk zijn geplaatst voor de operator. Februari 1982 Voor massieve elektroden van 5/64" en groter. Voor elektrode met fluxkern. Voor massieve elektroden van 0,035-1/16".M-13945-adapterplaat 1/4"-20 × 3/4" Zeskantkopschroef (1) NA-5 Bediening Borgringen E106A-2 (4) 1/4"-20 × .62 Zeskantkopschroeven (4) TC-3-loopkat1/4"-20 × 3/4" zeskantkopschroef (2) 1/4"-20 zeskante moer (2) E106A-2-borgringen (2)
Nederlands Nederlands 10Par. T2. 2. 4-C (Opslaan als par. L2. 2. 4-C voor IM-278) Installatie van de K325-loopkat (codes is verstreken 8000) De loopkat is beschikbaar in twee versies: een standaard loopkat voor normale lasten en een hoge-capaciteitenloopkat (HC) voor zware lasten. De standaard loopkat kan worden veranderd in een loopkat met hoge capaciteiten en andersom door de lagers en een paar afstandsstukken te veranderen. In de onderstaande tabellen ziet u de maximale apparatuur die bij elk type loopkat gebruikt mag worden. K325 STANDAARD LOOPKAT (breedte loopkatlager 0,472) Eéndraadsbediening Tweedraadsbediening 1. Enkele kop en bedieningskastje 2. Enkele draadhaspel 3. Verticale afsteller 4. Horizontale afsteller 5. Fluxhopper 6. 34 kg hulpapparatuur centraal boven loopkat geplaatst 1. Enkele kop en bedieningskastje 2. Twee draadhaspels 3. Verticale afsteller 4.
Horizontale afsteller 5. Fluxhopper 6. Geen hulpapparatuur K325HC-LOOPKAT MET HOGE CAPACITEIT (Breedte loopkatlager 0,866) Werking met meerdere bogen Tandem Twinarc 1. Twee koppen en bedienings-kastjes 2. Twee draadhaspels 3. Verticale afsteller 4. Horizontale afsteller 5. Fluxhopper 6. 68 kg hulpappara-tuur dat centraal boven loopkat is geplaatst 1. Drie koppen en bedienings-kastjes 2. Drie draadhas-pels 3. Verticale afsteller 4. Horizontale afsteller 5. Fluxhopper 6. Geen hulpapparat- uur 1. Twee koppen en bedienings-kastjes 2. Vier draadhaspels die centraal boven loopkat zijn geplaatst 3. Verticale afsteller 4. Horizontale afsteller 5. Fluxhopper 6. Geen hulpappara- tuur. Het is belangrijk dat de koppen, bedieningskastjes, draadhaspels en andere apparatuur zodanig worden gemonteerd dat het overhangende gedeelte minimaal is.
Afbeelding 1 Installatie Alle loopkatten zijn in de fabriek gemonteerd om te passen op een balk van 8"; ga voor balken van 10'' en 12" naar G1458 (NA-3, NA-4 en NA-5) voor instructies voor de juiste opvulling met vulstukken. OPMERKING: Deze loopkatten (boven code 8427) zijn uitgerust met een T13586-1-aandrijfwiel met schroeftand die geschikt zijn om te rijden op een gladde aandrijfrail. Als de loopkat moet worden gebruikt met een balkaandrijfrail met een rechte kartel, moet de aandrijfrol worden vervangen door een T13586-aandrijfrol (rechte tand) die apart moet worden besteld. De ontkoppelingshendel, de draadhaspelbeugel en de kopbeugel worden niet in de fabriek gemonteerd. Deze drie items moeten op de loopkat worden bevestigd voordat deze op de balk wordt geplaatst (zie instructieblad M13297).
Na installatie van de draadhaspelashouder en de kopbeugel moet u nagaan of beide items elektrisch zijn geïsoleerd van het loopkatframe. Zorg dat de ontkoppelingshendel van de loopkat volledig omlaag is gedrukt, wanneer u de loopkat op de balk plaatst. Deze moet vrijelijk over de volledige lengte van de balk kunnen bewegen. Met de hendel in de hoogste positie moet de tandwielkast ingrijpen in het spoor en de loopkat stevig op zijn positie houden. Monteer het bedieningskastje boven op de loopkat (zie instructieblad (M13297). Steek de drietandsstekker (bij codes hoger dan 8300 gebruikt u een viertandsstekker) van de kabel van de loopkataandrijfmotor in de bijbehorende aansluiting aan de kant van het bedieningskastje. De loopkat vereist 250 voltampère (115 volt, 50 of 60 hertz) wisselstroomvermogen. Zorg dat de last op de loopkat zo gelijk mogelijk verdeeld is.
Nederlands Nederlands 11Par. T2. 2. 4-C (vervolg) De loopkataandrijfeenheid wordt in de fabriek zorgvuldig afgevlakt, zodat de voorkant van de tandwielkast plat tegen een 0,88 dikke balkflens is geplaatst wanneer de ontkoppelingshendel in de hoogste stand staatt. Als de flens een andere dikte heeft dan 0,88 moeten de opvulstukken onder montagebeugels van de tandwielkast worden veranderd zoals afbeelding 2 aangeeft. Rail loopkatlagers De lagerrails kunnen worden gecontroleerd door een strook wit papier over het gebied te plaatsen waarover elke lagerset beweegt. Ontkoppel de ontkoppelingshendel en laat de loopkat over de papieren stroken bewegen. Als de loopkat goed is geïnstalleerd, laat het spoor op elk papier een gelijkvormig spoor zien dat door het steunvlak wordt achtergelaten. Februari 1982 Par. T2. 2. 4-C (vervolg) (Opslaan als par. L2. 2.
4-C voor IM-278) De buitenhaaksheid tussen de loopkat en de balk kan worden gecorrigeerd door de onderste lagerstang op te vullen: Schuine bediening van loopkat 1. Balk moet gekartelde aandrijfflens hebben. 2. Wanneer de kanteling 5° of minder is, is er geen contragewichtsysteem nodig voor de last op de loopkataandrijfmotor. Zie echter de inzet 'let op' hieronder. 3. Balkkantelhoeken van meer dan 5° vereisen wel een contragewichtsysteem, zoals weergegeven. De hoeveelheid tegengewicht hangt af van de kantelhoek en de last van de loopkat. 4. Balkkantelhoeken moeten worden beperkt tot 10° of minder. WAARSCHUWING Wanneer de loopkat wordt gebruikt bij een schuine bewerking, kan de eenheid vrijuit rollen wanneer de loopontkoppelingshendel omlaag wordt geduwd.
Dit kan gebeuren zelfs als er een tegenbalans wordt gebruikt, tenzij de draadhaspel en fluxhopper (indien gebruikt) van de loopkat zijn afgemonteerd in welk geval hun wisselende gewicht het tegengewicht niet beïnvloedt. Bij de levering van een loopkat wordt de overbrengingsverhouding voor het bestelde model opgegeven.
Het bereik van de rijsnelheid wordt hieronder weergegeven. Hoewel de loopkatten werken met snelheden tot nul, neemt de snelheid bij ongelijkmatige lasten snel toe wanneer er rijsnelheden onder de vermelde minimumwaarden worden gebruikt. Loopkat (standaard of met hoge capaciteit) Overbrengingsverhouding tandwielkast Loopkatsnelheid in inches per minuut K325S 952-1 5-75 K325F 254-1 15-270 Onderhoud Periodiek: 1. Ontkoppel de ontkoppelingshendel en laat dat de loopkat vrijelijk langs de balk bewegen. 2. Voeg aan elk van de lagers van het kophijstoestel een paar druppels machineolie toe. Dit is mogelijk via de opening in de loopkat. 3. Voeg een paar druppels olie toe aan de lagers van de koppelingshendel. 4. Voeg een paar druppels olie toe in elk oliedopje op het loopscharnierpunt. (Er is geen smeerwijziging vereist bij werking in koude temperaturen. ) Eenmaal per jaar: 1.
Controleer de motorborstels. Als deze 0,25 of korter zijn, moet u ze vervangen. 2. Controleer de aandrijftandwielen van de loopkat. Als de tanden zijn versleten, moet u de tandwielkast vervangen. 3. Na 5000 uur moeten de motor en het eerste reductietandwiel uit de tandwielkast worden verwijderd en moeten alle tandwielen opnieuw worden gesmeerd met grafiefvet van goede kwaliteit. Februari 1982 Voeg in dit gebied opvulstukken toe indien nodig Katrol Balk Loopkat Gewicht Kabelklem Opvulstukken Volledig contactmet vlakBalkflens Verkeerd VOEG opvulstukken toe Verkeerd VERWIJDER opvulstukken Balkaandrijfrail BalkaandrijfrailJUIST PATROON Volledig contact met lagervlak VERKEERD PATROON Lager loopt niet vlak tegen oppervlak VERKEERD PATROONLager loopt niet vlak tegen oppervlak Afbeelding 2.
Nederlands Nederlands 12Par. L2. 2. 6 Contacteenheden onder poederdek lassen (Zie ook par. L2. 2. 7 voor het K-148-mondstuk bij gebruik van hoge stroomsterktes of lange Linc-Fill-uitsteekprocedures. ) Par. T2. 2. 6 (Opslaan als par. L2. 2. 6 voor IM-278) (Opslaan als par. 2. 7. 1 voor IM-198) A. K231-contactmondstuk (Voor NA-modellen) Voor onder poederdek lassen met stroomsterktes die over het algemeen onder de 600 ampère liggen. Er kunnen hogere stroomsterktes worden gebruikt, maar deze resulteren in een snellere tipslijtage. De buitenste fluxkegel stort direct rondom de boog fluxpoeder uit voor een volledige dekking met een minimaal fluxverbruik. Bij elk mondstuk worden contacttips geleverd voor de elektrodediameter die op de bestelling (5/64 t/m 7/32") is opgegeven. Er is voor elke elektrodemaat die u gebruikt, een andere contacttip nodig.
Mondstukken besteld voor 5/64 en 3/32" elektrodes bevatten ook een contacttipadapter. Schroef de adapter in het mondstuk en de tip in de adapter. Installatie — Mondstukken besteld om 5/64" en 3/32" elektrodediameters te voorzien van draad, beschikken over een voering. Plaats de voering zoals weergegeven op de volgende foto. Gebruik de voering NIET wanneer de binnendiameter van de uitgaande buis groter is dan 0,125". De geleidebuizen met grotere binnendiameter worden geleverd bij een aantal draadaanvoereenheden die zijn ontwikkeld om 3/32" te voorzien van draad en bij alle draadaanvoereenheden die zijn ontwikkeld om grotere elektrodes van draad te voorzien. OPMERKING: Wanneer u overschakelt naar een draad met een andere diameter, moet u mogelijk de aandrijfrollen en de ingaande en uitgaande geleidebuizen vervangen. Zie P-100-D voor de juiste onderdelen.
Schuif het ene uiteinde van de rubberen fluxslang die bij het mondstuk wordt geleverd, op de klepbuis onder de fluxhopper. Plaats de korte isolatiebuis daarna in het andere uiteinde van de slang en steek deze in het gat in de mondstukbehuizing.
U moet de buis niet zover induwen dat deze het mondstuk raakt. Sluit de elektrodekabel van het bedieningskastje aan op het contactmondstuk. Plaats één kabel aan de bovenkant en een andere onder het aansluitlipje met de schoentjes plat tegen het lipje en draai de bout en de moer vast. Bediening — De elektrode mag NIET volledig recht zijn. Er is een lichte kromming in de elektrode nodig om voor een goed elektrisch contact te zorgen in de contacttip. Verlengstukken — Indien vereist, kan het mondstuk worden verlengd door verlengstukken te maken op basis van onderstaande tekening. Schroef de verlengstukken in de mondstukbehuizing en schroef de contacttip of kleine draadadapter in het verlengstuk. Er moet een fluxbuis met de juiste lengte voor de installatie worden gemaakt.
Bij The Lincoln Electric Company is een 5" verlengstuk beschikbaar • Bestel onderdeel # S12003 Onderhoud — Vervang de contacttip wanneer deze geen nauwkeurige draadlocatie of goed elektrisch contact meer biedt. Door roestige en smerige draden of hoge stroomsterktes slijt de tip sneller. Zorg altijd dat u vervangingstips op voorraad hebt. U vervangt de contacttip door de borgvleugelschroef los te draaien en vervolgens de fluxkegel te verwijderen. Daarna draait u de tip los en vervangt u deze. De speciale inbusbout (item 118 van P-101-M) bevestigt de mondstukbehuizing met de isolator. Als de behuizing losraakt, moet u deze van de kop verwijderen, de schroef vastdraaien en het mondstuk opnieuw monteren.
Nederlands Nederlands 13B. K226-contactwangeenheid (Voor model NA-3, NA-4 en NA-5) Bij het onder poederdek lassen worden over het algemeen stroomsterktes gebruikt van 600 tot 1000 amps. Model K266T met twee conische wangen zorgt voor draadaanvoer voor 3/32" en 1/8" elektrodes. K226R met één conische en één rechthoekige wang zorgt voor draadaanvoer voor 1/8" t/m 7/32" elektrodes. De gevlochten shunt wordt niet met de K226T meegeleverd. lnstallatie — Steek de uitgaande draadgeleider van het draadaanvoermechanisme in de bovenkant van de contactbehuizing.
Installeer de eenheid op zijn plaats op de onderkant van het draadaanvoermechanisme met de drukveer, zoals weergegeven op de afbeelding en vergrendel deze in positie met de twee schroeven die bij de eenheid zijn meegeleverd (Opmerking: Door de vier schroeven te verwijderen waarmee de behuizing aan het montageblok is bevestigd, kunt u de wangen naar de juiste van de vier posities draaien die 90 van elkaar liggen. ) Sluit twee elektrodekabels van het bedieningskastje aan op de contactwangen door er één onder elke van de 1/2-13 moeren op de eenheid te plaatsen (zie de pijltjes op de foto) met de kabelschoentjes plat tegen het koper en draai de moeren vast. Schuif de rubberen buis die bij de contacteenheid wordt meegeleverd, op de klep onder de fluxhopper. (Als u nog andere rubberen buizen installeert, moet u er zeker van zijn dat deze niet-geleidend zijn.
) Plaats de koperen buis in het andere uiteinde door de klem op de wangeenheid. Onderhoud — Roestige of smerige draden en extreem hoge stroomsterktes versnellen de wangslijtage. Wanneer er vonkvorming in de wangen optreedt of als de draad losraakt in de wangen, moet u de wangen verwijderen en dunner maken door ze te vijlen. Wanneer er een overmatige hoeveelheid materiaal versleten is, moet u de wangen vervangen. Contactwangen gemaakt na april 1979 hebben vervangbare contactingangen (zie P-101-N).
K233-contactmondstuk met kleine draad (Voor model NA-3, NA-4 en NA-5) Voor onder poederdek lassen met elektrodes met een diameter van 0,035" t/m 3/32". Tenzij u een aparte K219-fluxhopperset hebt besteld, moet u een T10642-11-fluxslang aanschaffen. Ook moet u apart een S7748-35-slanguiteinde aanschaffen. lnstallatie — Afhankelijk van de elektrodemaat die is opgegeven bij de bestelling van het mondstuk, wordt er een voering voor elektrode 0,035 t/m 0,052" elektrode of voor 1/16" t/m 3/32" met de eenheid meegeleverd. Plaats de juiste voering in de mondstukbehuizing met de adapterring bovenop. Steek de uitgaande draadgeleider vanaf het draadaanvoermechanisme in de bovenkant van de mondstukbehuizing en plaats het mondstuk op zijn plaats op de onderkant van het draadaandrijfmechanisme.
Bediening — Een drukschoentje en contacttips voor de elektrodediameter die op de bestelling zijn opgegeven, worden met elke eenheid meegeleverd. Er is voor elke gebruikte elektrodemaat een andere contacttip vereist. De elektrode wordt automatisch tegen de mondstukcontacttip gehouden met een vooraf ingestelde druk om een goed elektrisch contact te garanderen.
Aangezien de elektrode tegen de tip wordt gehouden, kan deze een groef in de tip slijten. Wanneer de groef te diep wordt om een goed elektrisch contact te houden, moet de tip worden vervangen. Er wordt ook een groef in de contactdrukschoen gesleten. Deze schoen heeft twee schuine randen die 90 van elkaar liggen. Wanneer er een groef in een bepaalde richting is ontstaan, moet u de schoen verwijderen, 90° draaien en terugplaatsen, zodat de tweede schuine rand in de contacttip past. Dit zorgt voor een nieuw slijtvlak. Wanneer beide slijtvlakken gegroefd zijn, moet de schoen worden vervangen. Oktober 1997 K233 K226 Contactveer MONDSTUK BEWEGINGBEWEGINGWERKSTUK.
Met K-149 Linc-Fill-hulpstuk Innershield of onder poederdek boog 1100 amps, 100% inschakelduur, geen waterkoeling Hulpstuk waterkoeling Bij het gebruik van stroomsterktes van meer dan 600 ampère met hoogwaardige cycli, zal de waterkoeling altijd de levensduur van de contacttips verhogen. Het koelhulpstuk is apart verkrijgbaar, onderdeelnummer T12928. Installatie-instructies zijn in de set opgenomen. De Magnum Water Cooler 20 bespaart water en wordt aanbevolen voor de meest toepassingen. De andere oplossing is om het hulpstuk aan te sluiten op de watertoevoer en de afvoerbuis met rubberen buizen die lokaal zijn verkregen. De waterstroom moet liggen tussen 1,9 en 3,8 liter (1/2 – 1 gallon) kraanwater per minuut. Installatie van K149 1. Installeer het K149-hulpstuk voordat u het K148-mondstuk op de lasser monteert. 2. Plaats een kleine C-klem op de door veren ondersteunde delen (A) en (B).
Plaats deze zodanig dat de veer kan worden ingedrukt. Zoek het gat in het uiteinde van de contacttip en zet de C-klem vast totdat de achteruitbeweegangel het oppervlak omhoog heft. 3. Verwijder de 9,5 mm (3/8") stelschroef (C) uit de behuizing (A). 4. Verwijder de klemmoer van de contacttip (D) en de contacttip. 5.
Verwijder de bronzen kraag (E) die de schroefdraad beschermt. 6. Verwijder de vensterbedekking (F) van de eenheid. 7. Schuif de middelste geleider (G) omhoog en uit de scharnierhuis totdat de angel hoger is dan het venster. 8. Plaats de Linc-Fill-geleidereenheid in het mondstukvenster en laat de middelste geleider (G) weer terugzakken naar zijn oorspronkelijke positie. 9. Lijn de stip boven aan de middelste geleidebuis (G) uit met het tapgat van 9,5 mm (3/8") in het bovenste scharnierblok (A) en plaats de stelschroef van 9,5 mm (3/8") (C) terug in het gat en draai deze stevig vast. 10. Lijn de onderste stip in de middelste geleidebuis (G) uit met de stelschroef van 9,5 mm (3/8") (item 4) en draai deze stevig vast. 11. Plaats de bronzen kraag (E) terug die de schroefdraad beschermt.
Het is belangrijk dat deze beschermende kraag omhoog wordt getrokken ten opzichte van de richtschouder, anders zal de tipvergrendelmoer de tip niet stevig vastklemmen. K148 K148 met water koeling hulpstuk K148 & K149.
Nederlands Nederlands 1512. Plaats de contacttip en de bijbehorende klemmoer (D) terug en draai deze stevig vast. 13. Monteer de juiste combinatie verlenggeleiders (item 12, 13 en 14) met de borgmoer (item 11) voor de lasprocedure die u wilt gebruiken. 14. Als u onder poederdek lassen toepast, moet u de fluxslangklem (item 10) op de extensiebehuizing schroeven. Installatie K148-mondstuk U installeert het mondstuk op de kop door de uitgaande draadgeleider van de kop in het mondstuk te steken. Plaats de gecombineerde eenheid op zijn plaats op de bodem van de draadaanvoerrolkast. Klem deze op zijn plaats met de twee klemmen die bij de kop zijn geleverd. Voordat u de klemmen goed omhoog haalt, moet het mondstuk relatief ten opzichte van de bewegingsrichting worden geplaatst, zoals weergegeven op afbeelding 1.
Deze positie is zo ingesteld dat toevallig contact tussen het werkstuk en het mondstuk de contactaandrukveer niet zal indrukken. Als het anders wordt geplaatst, kan dergelijk toevallig contact vonkvorming veroorzaken in de contacttip. Nadat het mondstuk in de juiste verhouding is geplaatst met de bewegingsrichting, kan het connectorlipje voor de elektrodekabels worden verplaatst naar een van de vier posities die 90° van elkaar liggen. U verandert het lipje door de twee 1/4-20 zeskantkopschroeven te verwijderen. Tik op het connectorlipje om deze los te maken van de conische kraag op de mondstukbehuizing. Draai het lipje naar de gewenste positie. Plaats de 1/4-20-schroeven terug en draai ze vast. Afbeelding1 Bediening Dezelfde contacttip, S13763, wordt gebruikt voor elektroden met een diameter van 2,4 mm (3/32") t/m 4,8 mm (3/16").
S16388 wordt gebruikt voor elektroden van 1,6 mm (0,062) en 2,0 mm (5/64"). Draad aanvoeren Trek minstens 20 cm van het begin van de spoel recht en voer het uiteinde door de juiste draadrichter. Voer de draad door de draadaanvoermachine en het mondstuk.
Wanneer u een Innershield-elektrode gebruikt van 1,6 mm (0,062) of 2,0 mm (5/64") met een K148-C-mondstuk, moet u controleren of de draad zich in de V-groef bevindt van de drukangel. Drukinstellingen voor stationaire rollen moeten worden gemaakt conform de markeringen op de arm van de stationaire rol, met uitzondering van de elektroden met een kleinere diameter. Bij draadmaat 1,6 mm (0,062) en 2,0 mm (5/64") moet u de druk van de stationaire rol verlagen zodat de draad weinig of niet wordt platgedrukt. Aangezien de elektrode tegen één punt van de contacttip wordt gehouden, kan deze een groef in de tip slijten. Wanneer de groef ongeveer de helft van de diameter van de elektrode beslaat, moet u de contacttip naar een nieuwe positie draaien conform onderstaande instructies.
Door de contacttip voorzichtig te draaien, kunt u vier tot zes slijtageplekken krijgen afhankelijk van de elektrodemaat. Wanneer u met elektroden met kleinere diameters last, is het noodzakelijk de contactpositie vaker te wisselen omdat de mate van slijtage van de tip die getolereerd wordt, een stuk minder is. De angel mag nooit de binnenkant van de contacttip raken. Gebeurt dit wel, dan kan de lasstroom door de angel gaan, wat elektrische slijtage en oververhitting van de angel en de contacttip veroorzaakt. Als de groef mag slijten totdat de angel de binnenkant van de contacttip raakt, gaat de lasstroom door de angel. Dit veroorzaakt elektrische slijtage en oververhitting van de angel en de contacttip. U draait de tip door het uiteinde van de elektrode te klemmen en omhoog te bewegen totdat deze loskomt van de contacttip.
Draai de borgmoer ongeveer een halve slag los en trek aan de mondstukbehuizing om de druk van de angel te verlagen tegen de binnenkant van het gat van de contacttip. Op dit moment moet u de tip een juiste hoeveelheid draaien en de borgmoer opnieuw vastdraaien. U installeert als volgt een nieuwe contacttip: 1.
Knip het uiteinde van de elektrode bij en beweeg deze omhoog totdat deze loskomt van de tip. 2. Verwijder de borgmoer van de contacttip. 3. Ontlast de veerdruk van de contacttip tegen de stalen angel in het gat van de contacttip. U doet dit door zodanig tegen de mondstukbehuizing te duwen dat de stalen angel ongeveer in het midden van het gat van 9,5 mm (3/8") in de contacttip wordt geplaatst. Onder deze omstandigheden kan de contacttip eenvoudig uit de mondstukbehuizing worden verwijderd. 4. A. Voordat u de nieuwe tip installeert, moet u nagaan of de schroefdraden en het onderste oppervlak van het mondstuk schoon en helder is. Deze oppervlakken zijn namelijk stroomvoerende gebieden die schoon moeten zijn. 4. B. Duw de mondstukbehuizing naar een kant en plaats de nieuwe contacttip. 5. A. Controleer of de borgringschroefdraden vrij zijn van vreemd materiaal.
Door een kleine hoeveelheid anti-vastloopmiddel bij hoge temperaturen op deze schroefdraden aan te brengen, zorgt u voor een langere levensduur van de twee parende delen. Voorbeelden van anti-vastloopmiddelen zijn grafietvet conform de Lincoln-specificaties E-2067, en “anti-vastloop- en smeermiddel” geproduceerd door Never Seez Compound Corporation, 2910A. 18th Ave. , Broad-view in Illinois. MONDSTUKSCHARNIER CONTACTAANDRUKVEER CONNECTORLIPJE MONDSTUK RICHTING RICHTING WERKSTUK ContacttipElektrodeAngelNieuwTijd om te draaien Te laatof.
Nederlands Nederlands 165. B. Plaats de borgring terug en draai deze stevig vast. 6. Controleer of de contacttip goed vastzit in de mondstukbehuizing. Is dit niet het geval, dan vindt er vonkvorming plaats tussen het contactvlak van de tip en dat van het mondstuk, waardoor de mondstukbehuizing beschadigd raakt. April 1988 Par. T2. 2. 8 (Opslaan als par. L2. 2. 8 for IM-278) Concentrische fluxconus K285 voor onder poederdek lassen De concentrische fluxconus is ontworpen om alleen op het mondstuk K148 te passen, op K148 met een K149, op K129 en K391. (De maximale elektrische uitsteking bij het gebruik van de K149 is 10 cm. ). Bij gebruik van dit hulpstuk wordt de flux concentrisch rondom de elektroden gevoed. De eenheid bestaat uit twee leden die elektrisch geïsoleerd zijn van elkaar. Een van de leden is bevestigd aan de mondstukbehuizing met twee wormslangklemmen.
Het tweede lid wordt omhoog of omlaag op het stilstaande lid op de gewenste hoogte afgesteld en vervolgens met een vleugelschroef op de positie vergrendeld. Het bewegende lid ondersteunt de fluxslang en de concentrische koperen fluxconus. OPMERKING: De concentrische fluxconus heeft geen geschikte isolatie voor gebruik bij starten met hoge frequentie. I. Installatie A. K148-mondstuk 1. Neem de veerdruk op de middelste geleidebuis weg door een C-klem te gebruiken, zoals weergegeven op afbeelding 1. Oefen slechts voldoende klemkracht uit om de angeldruk te ontlasten van de binnenkant van de tip. Afbeelding 1 2. Verwijder de moer waarmee de contacttip op zijn plaats wordt gehouden. Verwijder de contacttip. 3. Verwijder de secundaire schroefdraadkraag die ervoor zorgt dat het vuilschild van de loop van het mondstuk loskomt. 4.
Schroef de slangklemmen volledig los zodat de open uiteinden rondom de behuizing van het mondstuk kunnen worden geplaatst. Zet de slangklemmen weer in elkaar en zet ze vast met het stilstaande deel van de conusmontage die de opening in de mondstukbehuizing bedekt. 7. Plaats het bewegende lid op de gewenste hoogte van de fluxdekking en draai de vleugelschroef in het bovenste tapgat. Zie afbeelding 2. Afbeelding 2 8. Sluit de fluxslang aan tussen de hopper en de fluxingangspoort van de concentrische fluxconusarm (knip de slang af op de juiste lengte). B. K149 Linc-Fill-mondstuk 1. Schroef de slangklemmen volledig los zodat u de open uiteinden om de mondstukbehuizing kunt plaatsen. Plaats het stilstaande lid van de eenheid direct tegenover de arm die uit het raam van het mondstuk komt, zet de slangklemmen weer in elkaar en sluit ze.
Het stilstaande lid moet worden geplaatst zoals weergegeven in afbeelding 3. Afbeelding 3 2. De onderste slangklem moet op een positie worden geplaatst waar deze de externe, lange uitsteekarm van het K149-mondstuk niet raakt. BewegingRichtingK148Mondstuk.
Nederlands Nederlands 173. Plaats het bewegende lid naar de gewenste fluxdekking en draai de vleugelschroef vast. (Gebruik de middelste of onderste tapgat – afhankelijk van E.S.O.) De arm kan worden verlaagd om een elektrische uitsteking van 10 cm (4 inch) te beslaan. 4. Sluit de fluxslang aan tussen de hopper en de fluxingangspoort van de concentrische fluxconusarm (knip de slang af op de juiste lengte). C. K129 Type Twinarc-mondstuk 1. Schroef de slangklemmen voldoende los dat ze over de klemmoer van de tiphouder kunnen worden geschoven. 2. Plaats het bewegende deel zoals weergegeven in afbeelding 4 en draai de slangklemmen los. 3. Plaats het bewegende deel naar de gewenste hoogte en draai de vleugelschroef vast. 4. Aangezien de tips en de draad bij 7° uit het mondstuk komen, zullen er situaties zijn waarbij de conus gekanteld moet worden, zoals is afgebeeld.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Lincoln Electric NA-5 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Lasapparaat Lincoln Electric
Handleiding Lasapparaat
Nieuwste handleidingen voor Lasapparaat