Liebherr UK 1524 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Liebherr UK 1524 (12 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Liebherr UK 1524 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/12
Gebruikshandleiding
Onderbouwkoelkast
20221121 7086076 - 01
UK1720/ UK1524/ UK1414

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Liebherr
Categorie: Koelkast
Model: UK 1524
Apparaatplaatsing: Ingebouwd
Soort bediening: Niet beschikbaar
Kleur van het product: Wit
Deurscharnieren: Rechts
Ingebouwd display: Nee
Breedte: 597 mm
Diepte: 570 mm
Hoogte: 820 mm
Netbelasting: - W
Geluidsniveau: 36 dB
Energie-efficiëntieklasse: F
Jaarlijks energieverbruik: 179 kWu
Brutocapaciteit vriezer: - l
Nettocapaciteit vriezer: 16 l
Vriescapaciteit: 2 kg/24u
Materiaal behuizing: Staal
Geschikt voor paneelaanpassing: Ja
Nettocapaciteit koelkast: 116 l
Brutocapaciteit koelkast: 125 l
No Frost (koelkast): Nee
Koelkast binnenverlichting: Ja
Soort lamp: LED
Aantal planken koelkast: 3
Aantal groente lades: 2
Vriezer positie: Boven
No Frost (vriezer): Nee
Bewaartijd bij stroomuitval: 12 uur
Aantal planken vriezer: 1
Aantal sterren: 4*
Totale nettocapaciteit: 132 l
Eierenrekje: Ja
Flessenrek: Ja
Automatisch ontdooien (koelkast): Ja
Totale brutocapaciteit: - l
Installatie compartiment breedte: 600 mm
Installatie compartiment diepte: 570 mm
Installatie compartiment hoogte: 820 mm
Plankmateriaal: Gehard glas
Super Cool functie: Nee
Koelkastdeurvakken: 3
Vers zone compartiment: Ja
Stroomgebruik per dag: 0.483 kWh/24u
Deurpaneel inbegrepen: Nee
Klimaatklasse: N
Geluidsemissieklasse: C
Energie-efficiëntieschaal: A tot G

Handleiding Liebherr UK 1524 – volledige tekst

Inhoudsopgave1 Het apparaat in vogelvlucht. 21. 1 Apparaten- en uitrustingsoverzicht. 21. 2 Toepassingsgebied van het apparaat. 21. 3 Conformiteit. 31. 4 EPREL-database. 31. 5 Energie sparen. 32 Algemene veiligheidsvoorschriften. 33 Bedienings- en controle-elementen. 53. 1 Bedienings- en controle-elementen. 54 In gebruik nemen. 54. 1 Apparaat transporteren. 54. 2 Apparaat opstellen. 54. 3 Afvalverwerking van de verpakking. 64. 4 Apparaat aansluiten. 64. 5 Apparaat inschakelen. 65 Bediening. 65. 1 Koelgedeelte. 65. 2 Vriesvak*. 76 Onderhoud. 86. 1 Ontdooien. 86. 2 Apparaat reinigen. 86. 3 Binnenverlichting vervangen. 86. 4 Technische Dienst. 96. 5 Energie-effici ntieklasse verlichting. 9ë7 Storingen. 98 Uitzetten. 118. 1 Apparaat uitschakelen. 118. 2 Buiten werking stellen. 119 Afvalverwijdering. 119. 1 Apparaat op afvoer voorbereiden. 119. 2 Apparaat volgens milieuvoorschriften afvoeren.

11De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikke‐ling van alle typen en modellen. Daarom vragen wij om uwbegrip voor het feit dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering entechniek moeten voorbehouden. Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen,de instructies in deze handleiding aandachtig doorlezena. u. b. De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingenzijn mogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparatenvan toepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*). Handelingsinstructies zijn gemarkeerd met een , hande‐lingsresultaten met een. 1 Het apparaat in vogelvlucht1. 1 Apparaten- en uitrustingsoverzichtAanwijzinguLevensmiddelen zoals in de afbeelding getoond sorteren. Zo werkt het apparaat energiebesparend. uPlateaus, schuifladen of manden zijn in de geleverdetoestand voor een optimale energie-effici ntie ingedeeld. ëFig.

1 (1) Vriesvak* Groentelade(7)(2) (8)Conservenrek Plateau deelbaar(3) (9)Flessenhouder Koudste zone(4) (10)Flessenrek Typeplaatje(5) Temperatuurregelaaren LED-binnenverlich‐ting(11) Stelpootjes vooraan(6) (12)Plateau Afvoeropening1. 2 Toepassingsgebied van het apparaatGebruik volgens de voorschriftenHet apparaat is uitsluitend geschikt voor hetkoelen van levensmiddelen voor huishoude‐lijke of soortgelijke doeleinden. Hieronder valtbijv. het gebruik-in priv keukens, ontbijtgelegenheden,é-door gasten in landhuizen, hotels, motelsen andere accommodaties,-bij catering en vergelijkbare service in degroothandel. Het apparaat is niet geschikt voor hetinvriezen van levensmiddelen. *Het apparaat is geschikt voor ge ntegreerdeïonderbouw. Alle andere toepassingen zijn niet toege‐staan.

delen, ten grondslag liggende stoffen enproducten-Gebruik in explosiegevaarlijke gebiedenVerkeerd gebruik van het apparaat kan totbeschadigingen van de opgeslagen goederenof het bederf hiervan leiden. KlimaatklassenHet apparaat kan afhankelijk van de klimaat‐klasse, bij begrensde omgevingstempera‐turen, worden gebruikt. De voor uw apparaatbetreffende klimaatklasse staat op het type‐plaatje vermeld. AanwijzinguOm een probleemloze werking te waar‐borgen, moet de aangegeven omgevings‐temperatuur worden aangehouden. Klimaatklasse voor omgevingstemperaturen vanSN 10 °C t/m 32 °CN 16 °C t/m 32 °CST 16 °C t/m 38 °CT 16 °C t/m 43 °C1. 3 ConformiteitDe koelmiddelkringloop is gecontroleerd op lekkage. Hetapparaat voldoet in ingebouwde toestand aan de geldendeveiligheidsvoorschriften en de desbetreffende richtlijnen. Voor EU-markt:het apparaat voldoet aan de richtlijn2014/53/EU.

Voor GB-markt:het apparaat voldoet aan de Radio Equi‐pment Regulations 2017 SI 2017 No. 1206. De volledige tekst van de EU-verklaring van overeen‐stemming is beschikbaar op het volgende internetadres:www. Liebherr. com1. 4 EPREL-databaseVanaf 1 maart 2021 zijn informatie over etikettering inzakeenergieverbruik en vereisten inzake ecologisch ontwerpte vinden in de Europese productdatabase (EPREL). Ukrijgt toegang tot de productdatabase via de link https://eprel. ec. europa. eu/. Hier wordt u gevraagd de modelidenti‐ficatie in te voeren. De modelidentificatie vindt u op hettypeplaatje. 1. 5 Energie sparen-Let altijd op de be- en ontluchting. Dek de ventilatieope‐ningen resp. -roosters niet af. -Plaats het apparaat niet naast een fornuis, verwarmingof dergelijke en stel het apparaat niet bloot aan directzonlicht.

-Open het apparaat, indien mogelijk zo kort mogelijk. -Hoe lager de temperatuur wordt ingesteld, hoe hoger hetenergieverbruik. -Levensmiddelen gesorteerd rangschikken:home. liebherr. com/food. -Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt bewaren. Condensvorming wordt voorkomen. -Levensmiddelen zolang als nodig eruit halen, zodat zeniet te warm worden. -Warme gerechten plaatsen: eerst tot op kamertempera‐tuur laten afkoelen. -Diepvriesproducten in de koelruimte ontdooien. *-Als in het apparaat een dikke ijsaanslag aanwezig is:Apparaat ontdooien. *2 Algemene veiligheidsvoor‐schriftenBewaar deze handleiding zorgvuldig, zodat uhem te allen tijde kunt raadplegen. Als u het apparaat doorgeeft, geef dan ook dehandleiding door aan de volgende eigenaar. Om het apparaat goed en veilig te kunnengebruiken, moet u deze handleiding v róógebruik aandachtig doorlezen.

Volg altijdde instructies, veiligheidsvoorschriften enwaarschuwingen die hierin zijn opgenomen. Deze zijn belangrijk om het apparaat veiligen probleemloos te kunnen installeren engebruiken. Gevaren voor de gebruiker:-Dit apparaat kan door kinderen alsmededoor personen met verminderde psychi‐sche, sensorische of mentale bekwaam‐heden of een gebrek aan ervaring enkennis worden gebruikt onder toezichtvan een derde of met betrekking tot hetveilige gebruik van het apparaat zijn onder‐wezen en de gevaren kennen en begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaatspelen. De reiniging en het onderhoud magniet door kinderen zonder toezicht wordenuitgevoerd. Kinderen van 3-8 jaar mogenhet apparaat inladen en uitladen. Kinderenjonger dan 3 jaar dienen uit de buurt vanhet apparaat te worden gehouden, als hetapparaat niet continu onder toezicht staat.

-De contactdoos moet eenvoudig toeganke‐lijk zijn, zodat het apparaat in noodgevallensnel van de stroomvoorziening kan wordenlosgekoppeld. Deze moet zich buiten deachterkant van het apparaat bevinden.

-Beschadig het netsnoer niet. Gebruik hetapparaat niet wanneer het netsnoer defectis. -Reparaties en ingrepen aan het apparaat enhet vervangen van de netaansluiting magalleen worden uitgevoerd door de klanten‐service of ander vakpersoneel dat hiervooris opgeleid. -Het apparaat alleen conform de beschrij‐ving in de handleiding inbouwen,aansluiten en afvoeren. -Het apparaat alleen in ingebouwdetoestand in gebruik nemen. Brandgevaar:-Het gebruikte koelmiddel (gegevens ophet typeplaatje) is milieuvriendelijk maarbrandbaar. Koelmiddel dat ontsnapt kanontbranden. •Pijpleidingen van het koelcircuit nietbeschadigen. •Vermijd het hanteren van ontstekings‐bronnen in de binnenkant van het appa‐raat. •Binnen het apparaat geen elektrischetoestellen gebruiken (bijv. stoomreini‐gers, verwarmingen, ijsmakers, enz. ). •Als koudemiddel weglekt: Open vuurof ontstekingsbronnen vlakbij het lekverwijderen.

Vertrek goed ventileren. Informeer de klantendienst. -Geen explosieve stoffen of spuitbussenmet brandbare drijfgassen, zoals b. v. butaan, propaan, pentaan enz. in hetapparaat bewaren. Zulke spuitbussen zijnherkenbaar aan de op de verpakkingvermelde inhoudsstoffen of een vlammen‐symbool. Eventueel ontsnappende gassenkunnen door elektrische componenten vlamvatten. -Brandende kaarsen, lampen en anderevoorwerpen met open vuur uit de buurt vanhet apparaat houden, zodat ze het apparaatniet in brand kunnen steken. -Alkoholische dranken of andere verpak‐kingen die alcohol bevatten, mogen uitslui‐tend goed afgesloten worden bewaard. Eventueel uittredende alcohol kan doorelektrische componenten vlam vatten. Gevaar voor vallen en omkiepen:-Plint, laden, deuren enz. niet als voeten‐steun of om te leunen misbruiken. Dit geldtin het bijzonder voor kinderen.

Gevaar voor bevriezingen, gevoelloosheid enpijn:-Vermijd permanent contact van de huid metkoude oppervlakken of gekoelde/bevrorenproducten of tref beschermende maatre‐gelen, gebruik bijvoorbeeld handschoenen. Gevaar voor verwonding en beschadiging:-Hete stoom kan letsel tot gevolg hebben. Voor het ontdooien geen elektrischekacheltjes of stoomreinigers, open vuur ofontdooispray gebruiken. -IJs niet met scherpe voorwerpen verwij‐deren. Knelgevaar:-Bij het openen en sluiten van de deur nietin het scharnier grijpen. De vingers kunneningeklemd raken. Symbolen op het apparaat:Het symbool kan zich op de compressorbevinden. Het heeft betrekking op de oliein de compressor en wijst op het volgendegevaar: Kan bij het inslikken en indringenin de luchtwegen dodelijk zijn. Deze aanwij‐zing is alleen voor het recyclingproces vanbelang. In de normale modus bestaat ergeen gevaar.

Het symbool bevindt zich op de compressoren wijst op het gevaar van ontvlambarestoffen. De sticker niet verwijderen. Deze of een vergelijkbare sticker kanop de achterkant van het apparaat zijnaangebracht. Deze heeft betrekking op deschuimpanelen in de deur en/of de behui‐zing. Deze aanwijzing is alleen voor hetrecyclingproces van belang. De sticker nietverwijderen. Neem de specifieke waarschuwingen en deandere specifieke instructies in de anderehoofdstukken in acht:GEVAAR duidt een direct gevaar aan, die dedood of ernstig lichamelijk letseltot gevolg kan hebben wanneer ditgevaar niet vermeden wordt. WAAR‐SCHUWINGduidt een gevaarlijke situatie aan,die de dood of ernstig lichame‐lijk letsel tot gevolg kan hebbenwanneer dit gevaar niet vermedenwordt.

VOORZICHTIGduidt een gevaarlijke situatie aan,die licht of middelzwaar lichame‐lijk letsel tot gevolg kan hebbenwanneer dit gevaar niet vermedenwordt. LET OP duidt een gevaarlijke situatie aan,die materi le schade tot gevolgëkan hebben wanneer dit gevaarniet vermeden wordt. Algemene veiligheidsvoorschriften4 * afhankelijk van model en uitvoering.

Aanwijzing duidt op nuttige informatie en tips. 3 Bedienings- en controle-elementen3. 1 Bedienings- en controle-elementenFig. 2 (1) Temperatuurregelaar4 In gebruik nemen4. 1 Apparaat transporterenuHet apparaat verpakt transporteren. uHet apparaat rechtop transporteren. uHet apparaat niet in uw eentje transporteren. 4. 2 Apparaat opstellenWAARSCHUWINGBrandgevaar door verkeerd opstellen. Als een stroomkabel of stekker de achterkant van het appa‐raat raakt, kunnen de trillingen van het apparaat de stroom‐kabel of stekker beschadigen en kortsluiting veroorzaken. uVoorkom bij het opstellen van het apparaat dat onder hetapparaat stroomkabels klem komen te zitten. uApparaat zo opstellen, dat stekker of netsnoer niet tegenhet apparaat liggen. uOp contactdozen in het apparaatacchterpaneel geenapparaten aansluiten. uMeervoudige contactdozen of verdeeldozen en andereelektronische apparaten (bijv.

halogeen-transformatoren)mogen aan het achterpaneel van apparaten wordennietaangebracht en gebruikt. WAARSCHUWINGBrandgevaar door vocht. Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluitingvochtig worden, kan dat leiden tot kortsluiting. uHet apparaat is ontworpen voor gebruik in een geslotenruimte. Het apparaat niet buiten, in een vochtige omge‐ving of binnen bereik van spatwater plaatsen. uHet apparaat alleen in ingebouwde toestand in gebruiknemen. WAARSCHUWINGVrijkomend koudemiddel en olie. Brand. Het gebruikte koelmiddel is milieuvriendelijk maarwel brandbaar. De gebruikte olie is ook brandbaar. Vrij‐komend koelmiddel en vrijkomende olie kunnen bij hogeconcentratie en in contact met een externe warmtebronontvlammen. uBuisleidingen van de koelmiddelkringloop en compressorniet beschadigen. WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging. uPlaats geen warmte afgevende apparaten, bijv.

Het apparaat kan oververhit raken, watde levensduur van diverse onderdelen van het toestel kanverminderen en kan leiden tot functiebeperkingen. uLet altijd op de be- en ontluchting. uVentilatieopeningen of - roosters in de apparaatbehuizingen in het keukenmeubel (inbouwapparaat) moeten altijdvrij worden gehouden. LET OPGevaar voor beschadiging door condenswater. uhet apparaat niet strak naast een ander koel-/vriesappa‐raat zetten. qBij schade aan het apparaat onmiddellijk vóór hetaansluiten contact met de leverancier opnemen. qDe vloer op de standplaats moet horizontaal en vlak zijn. qPlaats het apparaat niet naast een fornuis, verwarmingof dergelijke, en stel het apparaat niet bloot aan directzonlicht. qHet apparaat is geschikt voor ge ntegreerde onderbouw. ïqDe be- en ontluchting vindt via de poot van het apparaatplaats. qHet apparaat niet zonder hulp plaatsen.

qDes te meer koelmiddel in het apparaat aanwezig is,des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaatstaat. In te kleine ruimten kan bij een lek een brandbaargas-lucht-mengsel ontstaan. Per 8 g koelmiddel moetde ruimte minimaal 1 m3 groot zijn. Gegevens over hetgebruikte koelmiddel staan op het typeplaatje aan debinnenkant van het apparaat. uHaal het aansluitsnoer van de achterzijde van het appa‐raat. Verwijder hierbij de snoerhouder, anders kunnentrillingsgeluiden ontstaan. na de inbouw:uTrek de beschermfolie van de sierlijsten. uVerwijder alle transportbeveiligingsonderdelen. uVoer de verpakking af (zie 4. 3 Afvalverwerking van deverpakking). AanwijzinguApparaat reinigen (zie 6. 2 Apparaat reinigen). Als het apparaat in een erg vochtige omgeving staat, kaner condens worden gevormd op de buitenkant van het appa‐raat.

4. 3 Afvalverwerking van de verpakkingWAARSCHUWINGGevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie. uKinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen. De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal:-Golfkarton/karton-Onderdelen uit geschuimd polystyreen-Folies en zakken uit polyetheen-Spanbanden uit polypropeen-Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met poly‐ethyleen*uBreng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inza‐melpunt. 4. 4 Apparaat aansluitenLET OPVerkeerd aansluiten. Beschadiging van de elektronica. uSluit het apparaat niet aan op stand-alone-omvormerszoals zonne-energiesystemen en benzinegenerators. uGeen energiespaarstekker gebruiken. WAARSCHUWINGVerkeerd aansluiten. Brandgevaar. uGeen verlengkabel gebruiken. uGeen verdeeldozen gebruiken.

Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats vanbestemming moeten met de informaties op het typeplaatje(zie 1 Het apparaat in vogelvlucht) overeenstemmen. Het stopcontact moet volgens de voorschriften zijn geaarden een elektrische beveiliging bevatten. De afschakelstroomvan de zekering moet liggen tussen 10 A en 16 A. Het stopcontact moet gemakkelijk toegankelijk zijn, zodatde stroomvoorziening van het apparaat in geval van noodsnel kan worden onderbroken. Het mag zich niet achter hetapparaat bevinden. uElektrische aansluiting controleren. uSteek de stekker in het stopcontact. 4. 5 Apparaat inschakelenSchakel het apparaat in ongeveer 2 uur voor u er voor heteerst diepvriesproducten in legt. *uTemperatuurregelaar Fig. 2 (1) naar rechts van stand 0naar stand 3 draaien. wDe binnenverlichting brandt. wHet kan tot 10 minuten duren voordat de compressorstart. 5 Bediening5.

1 KoelgedeelteDoor de natuurlijke luchtcirculatie in het koelgedeelteontstaan er verschillende temperatuurbereiken. Directboven de groentelades en tegen de achterkant is het hetkoudste. Voorin aan de bovenkant en in de deur is het hetwarmste. 5. 1.

1 Levensmiddelen koelenVlak boven de groenteschuifladen en aan de achterwand ishet het koudste. In de bovenste voorste zone en in de deuris de temperatuur het hoogst. *AanwijzingHet energieverbruik stijgt en het koelvermogen neemt af alsde ontluchting niet toereikende is. uHoud de luchtopening altijd vrij. uLicht bederfelijke levensmiddelen zoals klaargemaaktemaaltijden, vleeswaren en worsten in de koudste zoneopslaan. In het bovenste bereik en in de deur boteren conservenblikken neerzetten. (zie 1 Het apparaat invogelvlucht)uVoor het inpakken herbruikbare kunststof, metalen,aluminium of glazen bakken en vershoudfolie gebruiken. uRauw vlees of vis altijd in schone, afgesloten bakjes opde onderste plank van het koelgedeelte bewaren, zodatze niet in contact komen met ander voedsel en er geenvloeistof van vlees of vis op ander voedsel kan druipen.

uLevensmiddelen, die gemakkelijk een geur of smaakaannemen of afgeven, zoals vloeistoffen, altijd ingesloten reservoirs of afgedekt bewaren. uLevensmiddelen niet te dicht opslaan, zodat de luchtgoed kan circuleren. 5. 1. 2 Temperatuur instellenDe temperatuur is instelbaar tussen de eerste stand(warmste temperatuur, laagste koelvermogen) en “max. ”(koudste temperatuur, hoogste koelvermogen). Wij raden u de middelste stand aan, zodat de gemiddeldetemperatuur in de koelruimte ca. 5 °C bedraagt. In het vriesvak is de gemiddelde temperatuur dan ca. –18 °C. *uTemperatuurregelaar draaien. Fig. 2 (1)Binnen een temperatuurzone, b. v. 4 tot 5 of tussen tweestanden van de regelaar, kan de temperatuur iets kouderworden ingesteld.

De temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren:- hoe vaak de deur wordt geopend- de duur van het openen van de deur- de temperatuur van de ruimte waar het apparaat staat- soort, temperatuur en hoeveelheid ingevroren levensmid‐delenuEventueel de temperatuur met de regelaar aanpassen. 5. 1.

3 DraagplateausPlateaus verplaatsen of uitnemenDe draagplateaus moeten worden beveiligd tegen het perongelijk omlaag vallen door uittrekaanslagen. uTil het plateau op en trek het er naar voren toe uit. uDraagplateau inschuiven, met de aanslagrand aan deachterzijde en naar boven toe wijzend. wDe levensmiddelen vriezen niet aan de achterwand vast. Bediening6 * afhankelijk van model en uitvoering.

5. 1. 4 Deelbare draagplateau gebruikenuDeelbaar draagplateau volgens deafbeelding onderschuiven. uDe glasplaat met aanslagrand (2) moet achteraan liggen. uDe glasplaat (1) met de uittrekstoppers moet vooraanliggen, zodat de stoppers (3) naar beneden wijzen. 5. 1. 5 OpbergvakkenOpbergvakken in de deur verplaatsenuVakken uitnemen volgens de afbeel‐ding. Opbergvakken demonterenuDe opbergvakken kunnen worden gedemonteerd om teworden gereinigd. 5. 1. 6 Flessenhouder uitnemenuFlessenhouder volgens afbeeldinguitnemen. uFlessenhouder altijd bij het kunst‐stof gedeelte vastnemen. 5. 2 Vriesvak*In het vriesvak kunt u bij een temperatuur van -18 °Cen lager diepvriesproducten en ingevroren levensmiddelenmeerdere maanden bewaren, ijsblokjes maken en verselevensmiddelen invriezen. De luchttemperatuur in het vak, gemeten met een thermo‐meter of andere meetapparatuur, kan schommelen. 5. 2.

1 Levensmiddelen invriezenU kunt maximaal zo veel kilo verse levensmiddelen binnen24 uur invriezen, als op het typeplaatje (zie 1 Het apparaatin vogelvlucht) onder Invriescapaciteit. kg/24h” is aange‐„geven. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding door glasscherven. Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen. Dit geldt met name voor koolzuurhoudend drinken. uFlessen en blikjes met drinken niet invriezen. u24 uur voor het invriezen de temperatuur op de middelsteof koudste stand instellen. Bij het invriezen van de maximale hoeveelheid aan diep‐vriesproducten (zie typeplaatje):u24 uur voor het invriezen temperatuurregelaar op dekoudste stand instellen. wDe vriestemperatuur daalt, het apparaat werkt op hetgrootst mogelijke koelvermogen.

uLevensmiddelen verspreidt op de bodem leggen en nietin contact laten komen met reeds bevroren producten,zodat deze niet beginnen te ontdooien. *uTemperatuur 24 uur na het erin plaatsen van de levens‐middelen weer terugzetten. 5. 2. 2 BewaartijdenRichtwaarden voor de houdbaarheid van verschillendelevensmiddelen in het vriesvak:Consumptieijs 2 tot 6 maandenWorst, ham 2 tot 6 maandenBrood, bakkerijproducten 2 tot 6 maandenWild, varkensvlees 6 tot 10 maandenVette vis 2 tot 6 maandenMagere vis 6 tot 12 maandenKaas 2 tot 6 maandenPluimgedierte, rundvlees 6 tot 12 maandenGroente, fruit 6 tot 12 maandenDe vermelde bewaartijden zijn richtwaarden. 5. 2. 3 Levensmiddelen ontdooien- in het koelgedeelte- in een magnetron- in een oven/heteluchtoven- bij kamertemperatuuruNeem alleen zoveel levensmiddelen als u nodig heeft. Ontdooide levensmiddelen zo snel mogelijk verwerken.

6 Onderhoud6. 1 Ontdooien6. 1. 1 Koelgedeelte ontdooienHet koelgedeelte ontdooit automatisch. Het dooiwaterverdampt. Waterdruppels maar ook een dunne rijp- ofijslaag op de achterkant zijn functioneel en derhalvevolledig normaal. uAfvoeropening regelmatig reinigen, zodat het dooiwaterkan weglopen. (zie 6. 2 Apparaat reinigen)6. 1. 2 Vriesvak ontdooien*In het vriesvak vormt zich na verloop van tijd een rijp- resp. ijslaag. Dat is heel normaal. De rijp- resp. ijslaag wordtsneller gevormd, indien de deur vaak wordt geopend ofindien de ingelegde levensmiddelen warm zijn. Een dikkeijslaag doet echter het energieverbruik stijgen. Daarom moetu het apparaat regelmatig ontdooien. WAARSCHUWINGApparaat op de verkeerde manier ontdooid. Verwondingen en beschadigingen.

uOm het ontdooiproces te versnellen, geen mechanischehulpmiddelen of andere middelen gebruiken die niet doorde fabrikant worden aanbevolen. uGebruik voor het ontdooien geen elektrische verwar‐mings- of stoomreinigingsapparaten, open vuur ofontdooisprays. uIJs niet met scherpe voorwerpen verwijderen. uApparaat uitschakelen. uNetstekker uit het stopcontact halen. uWikkel de diepvriesproducten in krantenpapier of in eendeken en bewaar de producten op een koele plek. uLaat de deur van het vak en van het apparaat opentijdens het ontdooien. uLosgeraakte ijsstukken uitnemen. uLet erop, dat er geen dooiwater in de ombouw loopt. uIndien nodig neemt u het dooiwater enkele keren op meteen spons of doek. uHet vak reinigen. (zie 6. 2 Apparaat reinigen)6. 2 Apparaat reinigenHet apparaat regelmatig reinigen. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom.

uGebruik geen chemische oplosmiddelen. uBeschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkantvan het apparaat niet. Dit is belangrijk voor de Techni‐sche Dienst. uKabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken ofbeschadigen. uLaat geen reinigingswater in de afvoergoot, de ventilatie‐roosters en elektrische delen terecht komen. uGebruik zachte poetsdoeken en een allesreiniger met eenneutrale pH-waarde. uGebruik in de binnenruimte van het apparaat alleenlevensmiddelenvriendelijke reinigings- en onderhouds‐producten. uApparaat uitruimen. uTrek de stekker uit. uLuchttoe- en -afvoerroosters regelmatig reinigen. wStof verhoogt het energieverbruik. uUit- en inwendige oppervlaktes van kunststof met lauw‐warm water en een beetje afwasmiddel met de handreinigen. uAfvoeropening reinigen: afzet‐tingen met een dun hulpmiddel,bijv. een wattenstaafje verwijderen.

uDe meeste kunnen worden gedemonteerd omonderdelen te worden gereinigd: zie het desbetreffende hoofdstuk. uDe met lauw water en een beetje afwasmiddelladenhandmatig reinigen. uAndere onderdelen met lauwwarm water en een beetjeafwasmiddel met de hand reinigen. Na het reinigen:uApparaat en onderdelen droogwrijven. uApparaat weer aansluiten en inschakelen. Wanneer de temperatuur voldoende koud is:ude levensmiddelen er weer in leggen. 6. 3 Binnenverlichting vervangenIn het apparaat is standaard een LED-lamp aangebrachtvoor de verlichting van de binnenruimte. Bij gebruik van een gloeilamp:qEen gloeilamp met max. 15 W en fitting E14 gebruiken. qStroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats vanopstelling moeten overeenkomen met de informatie ophet typeplaatje (zie 1 Het apparaat in vogelvlucht).

Bij gebruik van een LED-lamp:qUitsluitend de originele LED-lamp van de fabrikant magworden gebruikt. De lamp kan worden verkregen viade klantenservice of de vakhandel (zie 6. 4 TechnischeDienst). Onderhoud8 * afhankelijk van model en uitvoering.

WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door LED-lamp. De lichtintensiteit van de led-verlichting komt overeen metrisicogroep RG 2. Wanneer de afdekking wordt verwijderd:uNiet met optische lenzen vanuit de directe nabijheiddirect in de verlichting kijken. Daarbij kunnen de ogenworden beschadigd. WAARSCHUWINGBrandgevaar door LED-lamp. Bij het gebruik van andere LED-lampen bestaat oververhit‐tings- resp. brandgevaar. uGebruik de originele LED van de fabrikant. Als de lamp defect is, moet deze op de volgende wijzeworden vervangen:uSchakel het apparaat uit. uTrek de stekker uit of schakelde beveiliging uit. uAfdekkapje volgens afbeelding,binnen, aan de voorkant uitelkaar drukken en zijdelingswegtrekken. uDe lamp vervangen. uSchuif het afdekkapje terug tothet vastklikt. 6. 4 Technische DienstControleer eerst of u de fout zelf kunt oplossen(zie 7 Storingen).

Als dit niet het geval is, dient u contactop te nemen met de klantenservice. Het adres vindt u inbijgevoegd overzicht. WAARSCHUWINGOndeskundige reparatie. Verwondingen. uReparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroom‐aansluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden(zie 6 Onderhoud) , uitsluitend door de Technische Dienstlaten uitvoeren. uBeschadigde netaansluiting alleen door de fabrikant, deklantenservice of een dergelijk gekwalificeerde persoonlaten vervangen. uBij apparaten met stekker voor koelapparaten mag ook deklant zelf de vervanging uitvoeren. uApparaataanduidingFig. 3 (1), servi‐cenr. en Fig. 3 (2) serienr. Fig. 3 (3)van het typeplaatjeaflezen. Het type‐plaatje bevindt zichaan de linkerkantbinnen in het appa‐raat. Fig. 3 uContact opnemen met de Technische Dienst en hetprobleem, apparaataanduiding servicenr. Fig. 3 (1), Fig. 3 (2) en serienr. mededelen. Fig.

uTrek de stekker uit het stopcontact (daarbij niet aan hetsnoer trekken) of de draai de zekering uit. 6. 5 Energie-effici ntieklasse verlichtingëVerlichtingEnergie-effici ntieklasseë1LichtbronDit product bevat een lichtbron met energie-effici ntieklasse GëLed1 Het apparaat kan lichtbronnen met verschillende energie-efficiëntieklassen bevatten. De laagste energie-efficiëntie‐klasse is aangegeven. 7 StoringenUw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veiligewerking en lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht erdesondanks een storing optreden, dan svp eerst controlerenof de storing door een bedieningsfout werd veroorzaakt. Indit geval moeten wij de ontstane kosten ook in de garantie‐periode in rekening brengen. Volgende storingen kunt u zelfverhelpen:Probleem Oorzaak OplossingHet apparaat func‐tioneert niet. → Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen.

→ De stekker zit niet goed in het stop‐contact. uStekker controleren. → De zekering van het stopcontact isniet in orde. uZekering controleren. De compressorblijft lopen. → De compressor schakelt bij eenverminderde koudebehoefte overop een lager toerental. Hoewel deuDat is bij energiebesparende modellen normaal. Storingen* afhankelijk van model en uitvoering 9.

Probleem Oorzaak Oplossinglooptijd daardoor langer is, wordtenergie bespaard. Een led aan deonderachterkantvan het appa‐raat (bij decompressor) knip‐pert regelmatig omde 15 seconden*. → De inverter is met een foutdiag‐nose led uitgevoerd. uHet knipperen is normaal. Geluiden zijn teluid. → Toerentalgeregelde* compressorenkunnen naar aanleiding vande verschillende draaisnelhedenverschillende geluiden veroor‐zaken. uHet geluid is normaal. Een borrelen enklateren→ Dit geluid komt van het koelmiddel,dat door het koelcircuit stroomt. uHet geluid is normaal. Een zacht klikken → Het geluid ontstaat bij het automa‐tisch in- en uitschakelen van hetkoelaggregaat (de motor). uHet geluid is normaal. Een brommendgeluid. Kanvoor korte tijdiets luider zijn,wanneer hetkoelaggregaat (demotor) inschakelt.

→ Bij nieuw opgeslagen levensmid‐delen of na lang geopende deurwordt het koelvermogen automa‐tisch verhoogd. uHet geluid is normaal. → De omgevingstemperatuur is tehoog. uOplossing: (zie 1. 2 Toepassingsgebied van het apparaat)Trilgeluiden → Het apparaat staat niet vast op devloer. Daardoor gaan voorwerpenen meubels in de buurt van hetlopende koelaggregaat trillen. uDe inbouw controleren en eventueel het apparaatopnieuw uitlijnen. uFlessen en bakken uit elkaar drukken. Het apparaat isaan de buitenkantwarm*. → De warmte van het koelmiddelcir‐cuit wordt gebruikt om condens‐water te voorkomen. uDit is normaal. Temperatuur isniet laag genoeg. → De deur is niet goed gesloten. uDeur van het apparaat sluiten. → Niet voldoende be- en ontluchting. uVentilatieroosters vrijmaken en reinigen. → De omgevingstemperatuur is tehoog. uOplossing: (zie 1. 2 Toepassingsgebied van het apparaat).

uVerander de standplaats van het apparaat of van dewarmtebron. → Het apparaat werd niet juist in denis ingebouwd. uControleer of het apparaat juist is ingebouwd en de deurgoed sluit. De binnenverlich‐ting brandt niet. → Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. → Het lampje (levering met LED-lamp)is defect. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door LED-lamp. De lichtintensiteit van de led-verlichting komt overeen metrisicogroep RG 2. Wanneer de afdekking wordt verwijderd:uNiet met optische lenzen vanuit de directe nabijheiddirect in de verlichting kijken. Daarbij kunnen de ogenworden beschadigd. Storingen10 * afhankelijk van model en uitvoering.

Probleem Oorzaak OplossinguLampje vervangen (zie 6 Onderhoud). 8 Uitzetten8. 1 Apparaat uitschakelenuTemperatuurregelaar op 0 draaien. Fig. 2 (1)8. 2 Buiten werking stellenuApparaat leegmaken. uApparaat uitschakelen (zie 8 Uitzetten). uNetstekker eruit halen. uApparaat reinigen (zie 6. 2 Apparaat reinigen). uLaat de deuren een stukje open staan zodat er geenonaangename geuren kunnen ontstaan. 9 Afvalverwijdering9. 1 Apparaat op afvoer voorbereidenLiebherr maakt bij sommige apparaten gebruikvan batterijen. In de EU is het nu voor deconsument wettelijk verplicht deze batterijenvoor de afvoer van apparaten te verwijderen. Als uw apparaat batterijen bevat, wordt dit ophet apparaat aangegeven. Lampen Als u lampen zelfstandig en zonder kapot temaken kunt verwijderen, verwijder deze daneveneens voor het voeren. uApparaat buiten bedrijf stellen. 8.

2 Buiten werking(ziestellen)uApparaat met batterijen: verwijder batterijen. Beschrij‐ving zie hoofdstuk. OnderhouduIndien mogelijk: verwijder lampen zonder deze kapot temaken. 9. 2 Apparaat volgens milieuvoor‐schriften afvoerenHet apparaat bevat waardevollematerialen en moet gescheidenvan het ongesorteerde, huishou‐delijke afval worden afgevoerd. Voer batterijen gescheiden vanhet apparaat af. Batterijenkunnen gratis worden ingeleverdbij de winkel en bij andere inle‐verpunten zoals het gemeente‐lijk depot en de chemokar. Lampen Lever gedemonteerde lampen inbij een daarvoor bestemd inle‐verpunt. Voor Duitsland: U kunt het apparaat gratis inle‐veren bij de milieustraat. Bij deaankoop van een nieuwe koel‐kast of vriezer en een verkoop‐oppervlak > 400 m2 neemt dedealer het oude apparaat ookgratis terug. WAARSCHUWINGVrijkomend koudemiddel en olie. Brand.

Het gebruikte koelmiddel is milieuvriendelijk maarwel brandbaar. De gebruikte olie is ook brandbaar. Vrij‐komend koelmiddel en vrijkomende olie kunnen bij hogeconcentratie en in contact met een externe warmtebronontvlammen.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Liebherr UK 1524 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden