Liebherr SFFfg 4001 Performance Handleiding

Liebherr Vriezer SFFfg 4001 Performance

Bekijk gratis de handleiding van Liebherr SFFfg 4001 Performance (44 pagina’s), behorend tot de categorie Vriezer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen. Heb je een vraag over Liebherr SFFfg 4001 Performance of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/44
Gebruikshandleiding
Quality, Design and Innovation
home.liebherr.com/fridge-manuals

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Liebherr
Categorie: Vriezer
Model: SFFfg 4001 Performance

Handleiding Liebherr SFFfg 4001 Performance – volledige tekst

Inhoudsopgave1 Het apparaat in vogelvlucht. 31. 1 Leveringsomvang. 31. 2 Apparaat- en uitrustingsoverzicht. 31. 3 Speciale uitrusting. 31. 4 Toepassingsgebied van het apparaat. 31. 5 Geluidsemissie van het apparaat. 41. 6 Conformiteit. 41. 7 SVHC-stoffen volgens de REACH-verordening. 42 Algemene veiligheidsvoorschriften. 43 In gebruik nemen. 63. 1 Opstelvoorwaarden. 63. 2 Afmetingen apparaat. 73. 3 Apparaat transporteren. 73. 4 Apparaat uitpakken. 73. 5 Transportbeveiliging verwijderen. 73. 6 Deurgreep monteren. 73. 7 Kantelbeveiliging monteren. 73. 8 Apparaat opstellen. 83. 9 Apparaat uitlijnen. 83. 10 Plaatsen van meerdere apparaten. 93. 11 Na het plaatsen. 93. 12 Afvalverwerking van de verpakking. 93. 13 Deurscharnier verwisselen. 93. 14 Deur uitlijnen. 163. 15 Apparaat aansluiten. 173. 16 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling). 174 Opslag. 184. 1 Instructies voor opslag. 184.

Volledige gebruiksaanwijzing op internetU vindt de uitvoerige gebruiksaanwijzing opinternet via de QR-code aan de voorkant vande gebruiksaanwijzing, op door het service‐nummer in te voeren op home. liebherr. com/fridge-manuals. Het servicenummer vindt u op het typeplaatje:Fig. VoorbeeldApparaat controlerenControleer alle onderdelen op transportschade. Neem bij op- of aanmerkingen contact op metde distributeur of de klantenservice. AfwijkingenDe gebruiksaanwijzing geldt voor verschillendemodellen, afwijkingen zijn mogelijk. Secties diealleen van toepassing zijn op bepaalde appa‐raten worden met een sterretje (*) aangeduid. Instructies voor actie en resultaten van deactieInstructies voor actie worden aangeduid meteen. De resultaten van de actie worden aangeduidmet een. 2 * afhankelijk van model en uitvoering.

2 Voorbeeldweergaven achterkantUitrusting(1)LAN/WLAN-interface * (3) Draaghulp(2) Potentiaalvrije alarm‐uitgang1. 3 Speciale uitrustingAanwijzingAccessoires zijn verkrijgbaar via de klantenservice(zie 8. 3 Klantenservice) en in de Liebherr-Hausgeräte-shoponder home. liebherr. com/shop/de/deu/zubehor. html. SmartModuleHet apparaat kan worden uitgerust met een SmartModule. Dit is een WLAN/ en LAN-interface voor verbinding tussenhet apparaat en een extern documentatie- en alarmsys‐teem, zoals Liebherr SmartMonitoring. Laden achteraf aanbrengenBij het achteraf aanbrengen van ladesystemen in Liebherrkoel-/vrieskasten die worden gebruikt voor de bewaringvan temperatuurgevoelige materialen, zoals medicijnen diegekoeld moeten worden en gekoelde goederen waarvoorspeciale standaardvereisten gelden, is een temperatuur‐kwalificatie vereist.

Het achteraf aanbrengen van laden inkoel-/vrioeskasten kan leiden tot bederven of beschadigenvan de bewaarde producten. Daarom mag het achterafaanbrengen uitsluitend worden uitgevoerd door erkendedienstverleners van de koel/vrieskastfabrikant. 1.

4 Toepassingsgebied van het apparaatBeoogd gebruikDeze laboratoriumvrieskast, met een ontste‐kingsbronnenvrije binnenruimte is geschiktvoor de professionele opslag van lichtontvlambare producten in gesloten verpak‐kingen, bij temperaturen tussen -9 °C en-30 °C. Explosiebescherming binnenruimteDe voor uw apparaat geldende waarden zijnvermeld op het etiket op de deur van hetapparaat. Het apparaat in vogelvlucht* afhankelijk van model en uitvoering 3.

Fig. 3 Beschermingsklasse: II 3/-G Ex ec IIC T6 Gc/-De binnenruimte is goedgekeurd als eenplaats waar ontploffingsgevaar kan heersenzoals bedoeld in 2014/34/EU (ATEX-richt‐lijn). Typische producten die opgeslagenkunnen worden zijn monsters voor onderzoek,reagentia, laboratoriuminventaris enz. die inde overeenkomstige zone, explosiegroep entemperatuurklasse ingedeeld zijn. De explosiegroep van de producten dieopgeslagen moeten worden vindt u in hetveiligheidsinformatieblad. Neem in geval vantwijfel contact op met de leverancier van hetproduct. Bij de opslag van waardevolle of tempera‐tuurgevoelige stoffen of producten is hetgebruik van een onafhankelijk, permanentbewakend alarmsysteem vereist. Dit alarm‐systeem moet zodanig zijn ontworpen datelke alarmtoestand onmiddellijk wordt geregi‐streerd door een verantwoordelijke persoon,die dan passende maatregelen kan nemen.

Voorzienbaar verkeerd gebruikGebruik het apparaat niet voor de volgendetoepassingen:-Opslag en koeling van:•Chemisch onstabiele stoffen•Bloed, plasma of andere lichaamsvloei‐stoffen bestemd voor infusie, toedieningof inbrenging in het menselijk lichaam. -Gebruik in explosiegevaarlijke omgevingen. -Gebruik buiten of in vochtige bereiken enspatwaterbereiken. Ondeskundig gebruik van het toestel leidt totbeschadiging of bederf van de opgeslagenproducten. KlimaatklassenDe voor uw apparaat van toepassing zijndeklimaatklasse staat op het typeplaatje. Fig. 4 Typeplaatje(X)Deze klimaatklassegeeft aan bijwelke omgevingsvoor‐waarden het apparaatveilig kan wordengebruikt. Klimaat‐klasse (X)max. ruimte‐temperatuurmax. rel. lucht‐vochtigheid7 35 °C 75%AanwijzingDe minimaal toegestane ruimtetemperatuurop de plaats van opstelling is 10 °C. 1.

Het apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoor‐schriften en de EU-richtlijnen 2014/35/EU, 2014/30/EU,2014/34/EU en 2011/65/EU. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverkla‐ring is beschikbaar op het volgende internetadres:www. liebherr. com1. 7 SVHC-stoffen volgens de REACH-verordeningOnder de volgende link kunt u controlerenof uw apparaat SVHC-stoffen volgens de REACH-verordening bevat: home. liebherr. com/de/deu/de/liebherr-erleben/nachhaltigkeit/umwelt/scip/scip. html2 Algemene veiligheidsvoor‐schriftenBewaar deze handleiding zorgvuldig, zodat uhem te allen tijde kunt raadplegen. Als u het apparaat doorgeeft, geef dan ook dehandleiding door aan de volgende eigenaar. Om het apparaat goed en veilig te kunnengebruiken, moet u deze handleiding vóórgebruik aandachtig doorlezen. Volg altijdde instructies, veiligheidsvoorschriften enwaarschuwingen die hierin zijn opgenomen.

Deze zijn belangrijk om het apparaat veiligen probleemloos te kunnen installeren engebruiken. Gevaren voor de gebruiker:-Dit apparaat mag alleen gebruikt wordendoor technisch en laboratoriumpersoneeldat daarvoor opgeleid is en vertrouwd ismet alle veiligheidsmaatregelen voor hetwerken in een laboratorium. Kinderen enAlgemene veiligheidsvoorschriften4 * afhankelijk van model en uitvoering.

personen met verminderde lichamelijke,zintuiglijke of geestelijke vermogens ofgebrek aan ervaring en kennis mogen ditapparaat niet gebruik nemen of bedienen. -De contactdoos moet eenvoudig toeganke‐lijk zijn, zodat het apparaat in noodgevallensnel van de stroomvoorziening kan wordenlosgekoppeld. Deze moet zich buiten deachterkant van het apparaat bevinden. -Als het apparaat van het net wordtgescheiden, altijd bij de stekker vast‐houden. Niet aan de kabel trekken. -Bij storingen de netstekker uittrekken of dezekering uitschakelen. -WAARSCHUWING: Het netsnoer nietbeschadigen. Apparaat niet gebruiken, alshet netsnoer is beschadigd. -WAARSCHUWING: Meervoudige contact‐dozen/verdeeldozen en andere elektroni‐sche apparaten (zoals halogeentransforma‐toren) mogen niet aan de achterzijde vanapparaten worden geplaatst en gebruikt.

-WAARSCHUWING: ventilatieopeningen inhet apparaatbehuizing of in de inbouwbe‐huizing niet afsluiten. -WAARSCHUWING: Stofafzettingen op deventilatorvleugel. Gevaar voor vonkenvor‐ming door wrijving. Geen stoffige voorwerpen in het apparaatbewaren. De ventilatiesleuf van de ventilator maan‐delijks met stofzuiger reinigen. -Reparaties en ingrepen aan het apparaatalleen door de klantenservice of ander hier‐voor opgeleid vakpersoneel laten uitvoeren. -Apparaat alleen volgens de voorschriftenmonteren, aansluiten en afvoeren. Brandgevaar:-Het gebruikte koelmiddel (gegevens ophet typeplaatje) is milieuvriendelijk maarbrandbaar. Koelmiddel dat ontsnapt, kanontbranden. •WAARSCHUWING: Koelkringloop nietbeschadigen. •Vermijd het hanteren van ontstekings‐bronnen in de binnenkant van het appa‐raat.

•WAARSCHUWING: In het koelvak geenelektrische apparaten gebruiken die nietvan het door de fabrikant aanbevolentype zijn. •Indien koudemiddel uittreedt: Open vuurof ontstekingsbronnen in de buurt vanhet uittreedpunt vermijden. Ruimte goedventileren. Klantenservice informeren. -Het apparaat niet in de buurt van explo‐sieve gassen gebruiken.

-Geen benzine of andere brandbare gassenen vloeistoffen in de buurt van het appa‐raat bewaren of gebruiken. -Brandende kaarsen, lampen en anderevoorwerpen met open vuur uit de buurt vanhet apparaat houden, zodat ze het apparaatniet in brand kunnen steken. Val- en kantelgevaar:-WAARSCHUWING: Om gevaar door instabi‐liteit van het apparaat te voorkomen, moetdit volgens de instructies worden beves‐tigd. -Plinten, laden, deuren enz. niet als opstapjeof als steun gebruiken. Gevaar voor bevriezing, gevoelloosheid enpijn:-Permanent contact van de huid metkoude oppervlakken of gekoelde/bevrorenproducten vermijden of beschermendemaatregelen treffen, bijvoorbeeld hand‐schoenen gebruiken. Letsel- en beschadigingsgevaar:-WAARSCHUWING: Om het ontdooiproceste versnellen, geen mechanische hulpmid‐delen of andere middelen gebruiken die nietdoor de fabrikant worden aanbevolen.

-WAARSCHUWING: Letselgevaar door elek‐trische schok. Onder de afdekking bevindenzich onder spanning staande delen. -LET OP: Apparaat mag alleen met origineeltoebehoren van de fabrikant of met doorde fabrikant goedgekeurd toebehoren vanandere producenten worden gebruikt. Degebruiker draagt het risico bij gebruik vanniet-goedgekeurd toebehoren. Beknellingsgevaar:-Bij het openen en sluiten van de deur nietin het scharnier grijpen. De vingers kunneningeklemd raken. Kwalificatie deskundig personeel:Het apparaat mag uitsluitend geïnstalleerd,getest, onderhouden en in bedrijf gesteldworden door deskundig personeel datvertrouwd is met de montage, inbedrijfstel‐ling en bediening van het apparaat.

een opleiding, instructies en toestemminghebben om met het apparaat te werken. Symbolen op het apparaat:Het symbool kan zich op de compressorbevinden. Het heeft betrekking op deolie in de compressor en wijst op hetvolgende gevaar:Kan bij inslikkenen indringen in de luchtwegendodelijk zijn. Deze aanwijzing is alleenvan belang voor het recyclingproces. In denormale modus bestaat er geen gevaar. WAARSCHUWING: Brandgevaar /brandbare materialen. Het symbool bevindtzich op de compressor en wijst op hetgevaar van ontvlambare stoffen. De stickerniet verwijderen. Het symbool bevindt zich aan de achter‐zijde van het apparaat in het gedeelte vanhet alarmrelais en wijst op het volgendegevaar: Elektrische schok. Ook bijeen van het net gescheiden apparaat kanspanning aanwezig zijn. Sticker niet verwij‐deren. Deze of een vergelijkbare sticker kan opde achterkant van het apparaat zijn aange‐bracht.

Deze wijst erop dat er zich vacuüm-isolatiepanelen (VIP) of perlietpanelen inde deur en/of de behuizing bevinden. Deze aanwijzing is alleen van belang voorhet recyclingproces. De sticker niet verwij‐deren. Neem de specifieke waarschuwingen en deandere specifieke instructies in de anderehoofdstukken in acht:GEVAARWijst op een onmiddellijkegevaarlijke situatie die,indien deze niet wordtvermeden, tot de dood ofernstig letsel zal leiden. WAARSCHU‐WINGWijst op een gevaarlijkesituatie die, indien dezeniet wordt vermeden, tot dedood of ernstig letsel kanleiden. VOORZICHTIGWijst op een gevaarlijkesituatie die, indien deze nietwordt vermeden, kan leidentot licht of middelzwaarletsel. LET OPWijst op een gevaarlijkesituatie die, indien dezeniet wordt vermeden,tot aanzienlijke materiëleschade kan leiden. AanwijzingWijst op nuttige informatieen tips. 3 In gebruik nemen3.

Het apparaat niet buiten, in een vochtige omge‐ving of binnen bereik van spatwater plaatsen. 3. 1. 1 Plaats van opstellingWAARSCHUWINGVrijkomend koudemiddel en olie. Brand. Het gebruikte koelmiddel is milieuvriendelijk maarwel brandbaar. De gebruikte olie is ook brandbaar. Vrij‐komend koelmiddel en vrijkomende olie kunnen bij hogeconcentratie en in contact met een externe warmtebronontvlammen. uBuisleidingen van de koelmiddelkringloop en compressorniet beschadigen. -Plaats het apparaat niet naast een fornuis, verwarmingof dergelijke, en stel het apparaat niet bloot aan directzonlicht. -Een optimale opstelplaats is een droge en goed geventi‐leerde ruimte. -Wanneer het apparaat in een zeer vochtige omgevingwordt neergezet, kan zich aan de buitenkant van hetapparaat condenswater vormen. Let op de plaats van opstelling altijd op de be- enontluchting.

-Hoe meer koelmiddel in het apparaat aanwezig is, deste groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat staat. In te kleine ruimten kan bij een lek een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet deopstelruimte minstens 1 m3 groot zijn. Gegevens overhet gebruikte koelmiddel staan op het typeplaatje aan debinnenkant van het apparaat. -De vloer op de plaats van opstelling moet horizontaal envlak zijn. -De plaats van opstelling moet voor het apparaatgewichtinclusief de maximale belasting over voldoende draagver‐mogen beschikken. (zie 8. 1 Technische gegevens)3. 1. 2 Elektrische aansluitingWAARSCHUWINGBrandgevaar door verkeerd opstellen. Als een stroomkabel of stekker de achterkant van het appa‐raat raakt, kunnen de trillingen van het apparaat de stroom‐kabel of stekker beschadigen en kortsluiting veroorzaken.

uVoorkom bij het opstellen van het apparaat dat onder hetapparaat stroomkabels klem komen te zitten. uApparaat zo opstellen, dat stekker of netsnoer niet tegenhet apparaat liggen. uOp contactdozen in het apparaatacchterpaneel geenapparaten aansluiten.

Het apparaatniet op de stroomvoorziening aansluiten.uVerwijder alle materialen van de achterzijde of dezijwanden van het apparaat die een correcte plaatsingof ventilatie kunnen belemmeren.3.5 Transportbeveiliging verwijderenFig. 5 uTransportbeveiliging naar boven lostrekken.wBasishouder blijft op het apparaat.3.6 Deurgreep monterenFig. 6 uMeegeleverde greep met de meegeleverde schroevenFig. 6 (1) op de deur aanbrengen.uAfdekking Fig. 6 (2)plaatsen.3.7 Kantelbeveiliging monterenGereedschapFig. 7 Apparaat tegen kantelen beveiligen.In gebruik nemen* afhankelijk van model en uitvoering 7

Fig. 8 De kantelbeveiliging, bestaande uit twee vasthouddelen,twee borghaken en vier schroeven (4 x 14), wordt bij hetapparaat geleverd.Fig. 9 uVasthouddelen Fig. 9 (1) met meegeleverde schroeven ophet apparaat monteren.uApparaat met gemonteerde vasthouddelen tegen dewand schuiven.Fig. 10 uMarkeringen op de wand aanbrengen Fig. 10 (1).uApparaat verwijderen.Fig. 11 Afhankelijk van de eigenschappen van de wand (hout,beton) geschikt bevestigingsmateriaal (bijv. pluggen) envoldoende bevestigingspunten gebruiken .uBorghaken bevestigen.3.8 Apparaat opstellenVOORZICHTIGLetsel- en beschadigingsgevaar!uApparaat met 2 personen opstellen.VOORZICHTIGLetsel- en beschadigingsgevaar!De deur kan tegen de wand slaan en hierdoor wordenbeschadigd. Bij glazen deuren kan het beschadigde glas totletsel leiden!uDeur tegen het slaan tegen de wand beveiligen. Deur‐stopper, bijv.

van vilt, op de wand aanbrengen.uAlle benodigde onderdelen (bijv. netkabel) op de achter‐zijde van het apparaat aansluiten en naar de zijkantleiden.AanwijzingKabels kunnen beschadigd worden!uKabels bij het terugschuiven niet ingeklemd raken.Fig. 12 uApparaat zodanig tegen de wand schuiven dat de vast‐houddelen in de borghaken vergrendelen.wHet apparaat is nu tegen kantelen beveiligd.wDit kan door terugklappen van de borghaken weerworden losgemaakt.3.9 Apparaat uitlijnenLET OPVervorming van het apparaat en deur sluit niet.uApparaat horizontaal en verticaal uitlijnen.uOneffen ondergrond met stelvoeten compenseren.WAARSCHUWINGNiet-deskundige hoogteverstelling van de stelvoet!Zwaar tot dodelijk letsel. Door verkeerde hoogteverstellingkan het onderdeel van de stelvoet losraken en het apparaatkantelen.uDe stelvoet er niet te ver uitdraaien.In gebruik nemen8 * afhankelijk van model en uitvoering

Fig. 13 Apparaat optillen:uStelvoet rechtsom draaien. Apparaat neerlaten:uStelvoet linksom draaien. 3. 10 Plaatsen van meerdere apparatenLET OPBeschadigingsgevaar door condenswater tussen dezijwanden. uHet apparaat niet direct naast een ander koelapparaatplaatsen. uApparaat met afstand van 3 cm tussen de apparatenopstellen. uMeerdere apparaten alleen tot temperaturen van 35 °Cen 65 % luchtvochtigheid naast elkaar opstellen. uBij hoge luchtvochtigheid afstand tussen de apparatenvergroten. Fig. 14 Side-by-side-opstellingAanwijzingEen side-by-side-kit is als toebehoren via de Liebherr-klan‐tenservice verkrijgbaar. (zie 8. 3 Klantenservice)3. 11 Na het plaatsenuBeschermfolies van de buitenzijde van de behuizinglostrekken. uApparaat reinigen. (zie 7. 3 Apparaat reinigen)uIndien nodig: Apparaat desinfecteren.

uFactuur bewaren om voor servicediensten apparaat- endealergegevens beschikbaar te hebben. 3. 12 Afvalverwerking van de verpakkingWAARSCHUWINGGevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie. uKinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen. De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal:-Golfkarton/karton-Onderdelen uit geschuimd polystyreen-Folies en zakken uit polyetheen-Spanbanden uit polypropeen-Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met poly‐ethyleen*uBreng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inza‐melpunt. 3. 13 Deurscharnier verwisselenGereedschap WAARSCHUWINGLetselgevaar door niet-deskundige wissel van de deurschar‐nieren. uDeurscharnieren alleen door deskundig personeel latenwisselen. WAARSCHUWINGLetselgevaar en materiële schade door hoog deurgewicht. uOmbouw alleen uitvoeren, als u een gewicht van 25 kgkunt dragen.

Fig. 31 Geschuimde deuruGreep aan tegenoverliggende zijde schroeven.uPanelen aanbrengen.Fig. 32 uSluithoek naar de tegenoverliggende zijde verplaatsen.AanwijzingGaten zijn voorgemarkeerd en moeten met zelftappendeschroeven worden doorboord.Fig. 33 uScharnierhoek naar tegenoverliggende zijde verplaatsen.WAARSCHUWINGLetselgevaar en materiële schade door eruit kantelendedeur!uLagerbout met aangegeven aanhaalmoment vastdraaien.Fig. 34 uBouten Fig. 34 (1) naar de scharnierhoek verplaatsen.uBouten Fig. 34 (2) met aanhaalmoment van 12 Nm vast‐draaien.uScharnierhoek weer losschroeven.LET OPLetselgevaar door gespannen veer!uDeursluitsysteem niet uit elkaar halen Fig. 35 (1).In gebruik nemen* afhankelijk van model en uitvoering 13

Fig. 35 uSluitsysteem Fig. 35 (2) draaien tot het klikt.wVoorspanning van het sluitsysteem is losgezet.uScharnierhoek Fig. 35 (3) losschroeven.Fig. 36 uDeursluitsysteem naar de scharnierhoek verplaatsen.uLet erop dat bij het plaatsen de boutafschuiningFig. 36 (1) naar het ronde gat wijst.-of-AanwijzingVerkeerde plaatsing van de hoogte-instelschijven.Bevestiging van de moeren niet meer voldoende mogelijk.uSchijf moet aan de onderzijde van het sluitsysteemvergrendelen.Fig. 37 uMoer losmaken en deursluitsysteem verwijderenFig. 37 (1).uDe correcte uitlijning van de hoogte-instelschijven in achtnemen Fig. 37 (2).uDeursluitsysteem in de scharnierhoek verplaatsen en metde moer vastzetten Fig. 37 (3).uBij het plaatsen de correcte uitlijning van het deursluit‐systeem in acht nemen Fig. 37 (4).Fig. 38 uAfdekplaat naar de tegenoverliggende zijde verplaatsen.Fig.

AanwijzingDe correcte uitlijning en voorspanning is belangrijk voor dewerking van het sluitsysteem.Fig. 40 Links scharnierend (A) / rechts scharnierend (B)uSluitsysteem tegen de weerstand in draaien tot het schotvan het sluitsysteem Fig. 40 (1) naar buiten wijst.wSluitsysteem blijft vanzelf in deze positie staan.wSluitsysteem is uitgelijnd en voorgespannen.Fig. 41 uScharnierhoek in de deur plaatsen.Fig. 42 uKabel er voorzichtig doorsteken.LET OPLetselgevaar door eruit vallende deur!uDeur vasthouden.Fig. 43 uDeur met een tweede persoon van de grond tillen.uDeur in 90° geopende toestand voorzichtig op het sluit‐systeem plaatsen.LET OPMateriële schade door verkeerde montage!uKabel bij het monteren van de scharnierhoek nietklemmen.Fig. 44 uKabel door de uitsparing van de scharnierhoek leiden envoorzichtig monteren Fig. 44 (1).uScharnierhoek Fig. 44 (2) vastschroeven.Fig. 45 uStekker Fig.

Fig. 46 uStekker Fig. 46 (1) in printplaat steken.Fig. 47 uAfdekking plaatsen.Fig. 48 uSluithaak vastschroeven.Fig. 49 uDeur openen.Fig. 50 uMiddelste afdekking vergrendelen.Fig. 51 uVoorste afdekkingen Fig. 51 (1) zijdelings aanbrengen envan binnen vastklikken.uBovenste afdekking Fig. 51 (2) van boven vastklikken.uDeur sluiten.wDe deurscharnieren zijn gewisseld.3.14 Deur uitlijnenAls de deur niet recht is, kunt u de deur aan de onderstescharnierhoek afstellen.In gebruik nemen16 * afhankelijk van model en uitvoering

Fig. 52 uMiddelste schroef aan onderste scharnierhoek verwij‐deren.Fig. 53 uBeide schroeven iets losmaken en deur met scharnier‐hoek naar rechts of links verschuiven.uSchroeven tot de aanslag vastdraaien (middelste schroefis niet meer nodig).wDe deur is recht uitgelijnd.3.15 Apparaat aansluitenWAARSCHUWINGVerkeerd aansluiten!Brandgevaar.uGeen verlengkabel gebruiken.uGeen verdeeldozen gebruiken.LET OPVerkeerd aansluiten!Beschadiging van de elektronica.uSluit het apparaat niet aan op stand-alone-omvormerszoals zonne-energiesystemen en benzinegenerators.AanwijzingGebruik uitsluitend het meegeleverde netsnoer.Zorg ervoor dat aan de volgende vereisten is voldaan:- Het apparaat alleen met wisselstroom gebruiken.- De toegestane spanning en frequentie staan op het type‐plaatje. De positie van het typeplaatje is in het hoofd‐stuk Apparaatoverzicht zichtbaar.

(zie 1.2 Apparaat- enuitrustingsoverzicht)- Contactdoos is overeenkomstig de voorschriften geaarden elektrisch gezekerd.- Uitschakelstroom van de zekering ligt tussen 10 A en 16A.- De contactdoos is eenvoudig toegankelijk.uElektrische aansluiting controleren.uApparaatstekker aan de achterzijde van het apparaataanbrengen. Let op het correct vastklikken.uNetstekker op de voeding aansluiten.wWeergave wisselt naar stand-bysymbool.3.16 Apparaat inschakelen (eerste inbe‐drijfstelling)Zorg ervoor dat aan de volgende vereisten is voldaan:- Apparaat is opgesteld en aangesloten.- Alle plakstroken, plak- en beschermfolies en de trans‐portbeveiligingen in en aan het apparaat zijn verwijderd.Fig.

54 StartprocedureHet stand-bysymbool knippert tot de startprocedure isbeëindigd.Het display geeft het stand-bysymbool aan.Als het apparaat met fabrieksinstelling wordt geleverd,moet bij inbedrijfstelling eerst de beeldschermtaal wordengeselecteerd.3sFig. 55 uStappen (zie Fig. 55) uitvoeren.Fig. 56 wHet apparaat is ingeschakeld zodra de temperatuur ophet display verschijnt.In gebruik nemen* afhankelijk van model en uitvoering 17

4 Opslag4. 1 Instructies voor opslagFig. 57 Bij het bewaren in acht nemen:qIndien de legroosters Fig. 57 (1) verplaatsbaar zijn, dezeaan de hoogte aanpassen. qMaximale belading in acht nemen. (zie 8. 1 Technischegegevens)qApparaat pas beladen, zodra de opslagtemperatuur werdbereikt (inachtneming van koelketen). qKoelgoed mag de compressor aan de achterwand nietraken. qVloeistoffen in gesloten houders bewaren. qKoelgoed met tussenafstand bewaren zodat de luchtgoed kan circuleren. 4. 2 BewaartijdenDe op de verpakking aangegeven houdbaarheidsdatumgeldt als richtlijn voor de bewaartijd. 5 Bediening5. 1 Bedienings- en weergave-elementenHet display geeft een snel overzicht van de huidige statusvan het apparaat, de temperatuurinstelling, de status vanfuncties en instellingen, evenals alarm- en foutmeldingen. De bediening wordt uitgevoerd met navigatiepijlen enbevestigingssymbool.

Er kunnen functies worden geactiveerd of gedeactiveerd eninstellingswaarden worden gewijzigd. Fig. 58 Display(1)Statusweergave (3) Navigatiepijl vooruit(2) Navigatiepijl achteruit (4) Bevestigen5. 1. 1 StatusweergaveFig. 59 Statusweergave met werkelijke temperatuurDe statusweergave toont de werkelijke temperatuur en is deuitgangsweergave. Van daaruit vindt de navigatie naar defuncties en instellingen plaats. (zie 5. 2 Navigatie) De staus‐weergave kan verschillende weergavesymbolen weergeven. 5. 1. 2 WeergavesymbolenDe weergavesymbolen geven informatie over de actueletoestand van het apparaat. SymboolApparaattoestandStand-byApparaat is uitgeschakeld. Pulserend stand-bysymboolApparaat beweegt omhoog. Pulserende temperatuurDoeltemperatuur nog nietbereikt. Apparaat koelt af totde ingestelde temperatuur.

Symbool ApparaattoestandToenemende balkToets 3 seconden indrukkenom instelling te activeren. Afnemende balkToets 3 seconden indrukkenom instelling te deactiveren. Symbolen van de statusweergave5. 1. 3 Akoestische signalenIn de volgende gevallen klinkt een signaal:-Als een functie of waarde wordt bevestigd. -Als een functie of een waarde ofwel niet geactiveerdofwel niet gedeactiveerd kan worden. -Zodra een fout optreedt. -Bij een alarmmelding. De alarmtonen kunnen in het klantmenu worden in- enuitgeschakeld. 5. 2 NavigatieToegang tot de afzonderlijke functies door menunavigatie. Bediening via de toetsen naast het display. 5. 2. 1 Navigatie met toetsenWeergave en toetsBeschrijvingNavigatiepijl vooruitSpringt een menu (submenu)verder. Na de laatste menupagina wordtweer de eerste menupaginaweergegeven. Navigatiepijl achteruitKort indrukken: Springt eenmenu (submenu) terug.

Lang indrukken (3 seconden):Springt terug naar statusweer‐gave. Meerdere keren indrukkenNavigeert door menu. BevestigenActiveert/deactiveert functie. Bevestigt keuze. Opent submenu. TerugSpringt een menuniveau terug. 5. 2. 2 InstellingenmenuHet instellingenmenu maakt de toegang tot aanvullendeapparaatfuncties mogelijk. Instellingenmenu oproepenuNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven. Fig. 60 uHandelingsstappen volgens afbeelding uitvoeren. -of-uDe pincode van de toegangsbeveiliging van het instellin‐genmenu invoeren. (zie 5. 3. 5 Toegangsbeveiliging instel‐lingenmenu )wHet instellingenmenu is geopend. Toegangsbeveiliging instellingenmenu(zie 5. 3. 5 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )5. 2. 3 KlantmenuHet klantmenu is met de cijfercode 151 beveiligd. Het menumaakt de toegang tot aanvullende apparaatfuncties moge‐lijk.

Weergave en toets BeschrijvingVerlaagt een waarde.5.2.5 Algemene regelsNaast de beschikbare toetsen gelden de volgende algemeneregels:-Nadat een waarde werd geselecteerd, wordt de weergavegedurende 2 seconden weergegeven, voordat deze eenniveau terugspringt.-Als na 10 seconden geen selectie wordt uitgevoerd,wisselt de weergave naar de statusweergave.-Als een selectie in het submenu wordt bevestigd, wisseltde weergave terug naar het menu.5.3 Functies5.3.1 Functieoverzicht Apparaat in-/uitschakelen Temperatuurregistratie InstellingenDe toegang tot deze functie kan door een pincode wordengeblokkeerd.

(zie 5.3.5 Toegangsbeveiliging instellingen‐menu ) Info Temperatuur Temperatuuralarm Deuralarm Alarm simuleren Alarm doorsturen Sensor kalibreren Herinnering onderhoudsinterval Taal Temperatuureenheid Helderheid beeldscherm LAN * WLAN * Bedrijfsuren Software Blokkering instellingen Blokkeercode instellingen Toetstonen Alarmtonen DemoMode Fabrieksinstellingen resetten5.3.2 Apparaat in- en uitschakelen Met deze instelling kan het gehele apparaat worden in- enuitgeschakeld.Apparaat inschakelenZonder geactiveerde DemoMode:Fig. 62 uStappen uitvoeren.Met geactiveerde DemoMode:Fig. 63 uStappen uitvoeren.Bediening20 * afhankelijk van model en uitvoering

AanwijzingDemoMode voor aflopen van de countdown deactiveren. Fig. 64 wDe temperatuurweergave verschijnt op het display. Apparaat uitschakelenuInstellingenmenu oproepen. (zie 5. 2 Navigatie)uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven. Fig. 65 uStappen uitvoeren. wDisplay toont stand-bysymbool. wDisplay wordt na ongeveer 10 minuten uitgeschakeld. 5. 3. 3 Temperatuur De temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren:-hoe vaak de deur wordt geopend-hoe lang de deur geopend blijft-ruimtetemperatuur van de plaats van opstelling-type, temperatuur en hoeveelheid van het vriesgoedAanwijzingIn sommige delen van de binnenruimte kan de luchttempe‐ratuur van de temperatuurweergave afwijken. Temperatuur instellenuInstellingenmenu oproepen. (zie 5. 2 Navigatie)uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven. Fig.

66 Temperatuurwissel van -15,5 °C tot -16,9 °CuStappen (zie Fig. 66) uitvoeren. wTemperatuur is ingesteld. 5. 3. 4 Temperatuurregistratie Het apparaat geeft de minimum- en maximumtemperatuurin het apparaat aan. De registratie start automatisch nahet inschakelen van het apparaat met een interval van éénminuut. Na 999 uur (ca. 40 dagen) wordt erop gewezen dathet geheugen vol is. De temperatuurregistratie moet dangereset worden. AanwijzingAanbevolen wordt om de temperatuurregistratie bij inbe‐drijfstelling van het apparaat en na het bereiken vande ingestelde temperatuur eenmalig te resetten. Hierdoorwordt de relevante maximumtemperatuur aangegeven. Temperatuurregistratie tonenDe temperatuurregistratie toont de duur van de registratieen de gedurende die tijd gemeten minimum- en maximum‐temperatuur. Fig. 67 uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functies wordenweergegeven.

Fig. 68 uHandelingsstappen volgens afbeelding uitvoeren. wTemperatuurregistratie is gereset. wRegistratie-interval start opnieuw. 5. 3. 5 Toegangsbeveiliging instellingenmenuMet deze instelling kan de toegang tot het instellingenmenubeveiligd worden met een driecijferige pincode. Toepassing:-Onbedoeld wijzigen van instellingen en functiesvermijden. -Onbedoeld uitschakelen van het apparaat vermijden. -Onbedoelde temperatuurwijzigingen vermijden. Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu activerenuKlantmenu oproepen. (zie 5. 2 Navigatie)uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven. Fig. 69 uStappen uitvoeren. wToegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geacti‐veerd. Pincode voor de toegangsbeveiliging van het instellingen‐menu wijzigenZie: (zie 5. 3. 6 Toegangscodes)Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu deactiverenuKlantmenu oproepen. (zie 5.

2 Navigatie)uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven. Fig. 70 uStappen uitvoeren. wToegangsbeveiliging van het instellingenmenu is gedeac‐tiveerd. Beveiligd instellingenmenu openenAls de toegangsbeveiliging actief is, moet de pincode inge‐voerd worden om het instellingenmenu te openen. Na het invoeren van de juiste pincode blijft het instellingen‐menu gedurende 20 minuten gedeblokkeerd, tenzij u terug‐keert naar de statusweergave. AanwijzinguIn het volgende voorbeeld wordt de af fabriek ingesteldepincode: 1 1 1 gebruikt. De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu moetactief zijn. uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven. Fig. 71 uStappen uitvoeren. Pincode invoeren. wDe pincode is correct. wHet instellingenmenu verschijnt. 5. 3. 6 ToegangscodesVerschillende instellingen zijn mogelijk. Toepassing:-Wijzigen van de instellingscode.

Toegangsbeveiliging van het instellingsmenu Wijzigen van de instellingscodeDeze instelling maakt het wijzigen van de instellingscodevoor de toegangsbeveiliging van het instellingsmenu moge‐lijk. De instelling wordt in 3 stappen uitgevoerd:- Invoer van de instellingscode- Invoer van de nieuwe instellingscode- Bevestiging van de nieuwe instellingscodeAanwijzinguIn het volgende voorbeeld wordt de af fabriek ingesteldeinstellingscode 1 1 1 gewijzigd. uDe nieuwe instellingscode is: 2 3 4uKlantmenu oproepen. (zie 5. 2 Navigatie)De toegangsbeveiliging van het instellingsmenu moetactief zijn. (zie 5. 3. 5 Toegangsbeveiliging instellingen‐menu )Bediening22 * afhankelijk van model en uitvoering.

74 uStappen uitvoeren.wBevestiging van de nieuwe instellingscode succesvol.wDe instellingscode is gewijzigd.Resetten van de instellingscodeInstellingscode voor de toegangsbeveiliging van het instel‐lingsmenu vergeten of niet bekend.uApparaat op fabrieksinstellingen (zie 5.3.24 Fabrieks‐reset ) resetten.wHet apparaat is gereset naar de oorspronkelijke instel‐lingen.wDe instellingscode af fabriek is: 1 1 15.3.7 Herinnering onderhoudsinterval Instelling van de periode tot aan het onderhoud wordt herin‐nerd.De volgende waarden kunnen worden ingesteld:-7 dagen-14 dagen-30 dagen-60 dagen-90 dagen-180 dagen-360 dagen-720 dagen-1080 dagen-UitHerinnering onderhoudsinterval instellenDe volgende stappen beschrijven hoe de periode tot hetvolgende onderhoud ingesteld wordt.uInstellingenmenu oproepen.

Fig. 75 uStappen (zie Fig. 75) uitvoeren.wDe periode tot aan het volgende onderhoud wordt herin‐nerd is ingesteld.wDe resterende tijd wordt weergegeven.5.3.8 Taal Met deze instelling wordt de taal van de weergave inge‐steld.Taal instellenuInstellingsmenu oproepen (zie 5.2 Navigatie) .uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven.Fig. 76 uStappen uitvoeren.wDe geselecteerde taal is ingesteld.5.3.9 Temperatuureenheid Met deze instelling kan de temperatuureenheid van Celsiusnaar Fahrenheit en omgekeerd worden gewisseld.Temperatuureenheid instellenHet voorbeeld toont hoe u de temperatuureenheid vanCelsius naar Fahrenheit wijzigt.uInstellingsmenu oproepen (zie 5.2 Navigatie) .uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven.Fig.

77 uStappen uitvoeren.wDe temperatuureenheid Fahrenheit is ingesteld.5.3.10 Displayhelderheid Deze instelling maakt de trapsgewijze instelling van dedisplayhelderheid mogelijk.De volgende helderheidswaarden kunnen worden ingesteld:-40%-60%-80%-100% (voorinstelling)Displayhelderheid instellenDe volgende stappen beschrijven hoe u de displayhelder‐heid van bijv. 100 % tot 40 % verlaagt.uInstellingsmenu oproepen (zie 5.2 Navigatie) .uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven.Fig. 78 uStappen (zie Fig. 78) uitvoeren.wDe displayhelderheid is overeenkomstig gewijzigd.5.3.11 Alarm Sound Met deze functie kunnen alle alarmtonen, bijvoorbeeld deur‐alarm, worden in- en uitgeschakeld.Alarm Sound activerenuKlantmenu oproepen. (zie 5.2 Navigatie)uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven.Fig.

Fig. 80 uStappen uitvoeren. wAlarm Sound is gedeactiveerd. 5. 3. 12 Key Sound Met deze functie kunnen alle bevestigingstonen en de Start‐sound worden in- en uitgeschakeld. Key Sound activerenuKlantmenu oproepen. (zie 5. 2 Navigatie)uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven. Fig. 81 uStappen uitvoeren. wKey Sound is geactiveerd. Key Sound deactiverenuKlantmenu oproepen. (zie 5. 2 Navigatie)uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven. Fig. 82 uStappen uitvoeren. wKey Sound is gedeactiveerd. 5. 3. 13 WLAN-verbinding AanwijzingHet gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboardonder https://smartmonitoring. liebherr. com vereist eengeïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherr-account.

U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling directmet uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zichopnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken. Deze instelling brengt een snoerloze verbinding tussenapparaat en internet tot stand. De verbinding wordt via deSmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het LiebherrSmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïnte‐greerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijk‐heden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt. AanwijzingAccessoires zijn verkrijgbaar via de klantenservice(zie 8. 3 Klantenservice) en in de Liebherr-Hausgeräte-shoponder home. liebherr. com/shop/de/deu/zubehor. html. Fig. 83 Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:qSmartModule Fig. 83 (1) is geplaatst.

Verbinding makenDe inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doetu online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uwinternetcompatibele eindapparaat. Op het Liebherr SmartMonitoring Dashboard vindt u ookinformatie over de inbouw achteraf van de SmartModule. Fig. 84 uOpen het Liebherr SmartMonitoring Dashboard (zieFig. 84). Op het koel- of vriesapparaat:uInstellingenmenu oproepen (zie 5. 2 Navigatie).

uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven. Fig. 85 uStappen (zie Fig. 85) uitvoeren. uInrichtprocedure op uw internetcompatibele eindappa‐raat voortzetten: Liebherr SmartMonitoring DashboardFig. 86 uVerbinding wordt tot stand gebracht (zie Fig. 86). wWiFi connecting wordt weergegeven. Het symbool knip‐pert. uInstructies van het Liebherr SmartMonitoring Dashboardopvolgen. wVerbinding is gemaakt. Bediening* afhankelijk van model en uitvoering 25.

Verbinding verbrekenuInstellingenmenu oproepen (zie 5. 2 Navigatie). uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven. Fig. 87 uStappen (zie Fig. 87) uitvoeren. wVerbinding is verbroken. Verbinding resettenuInstellingenmenu oproepen (zie 5. 2 Navigatie). uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven. Fig. 88 uStappen (zie Fig. 88) uitvoeren. wDe WiFi-instellingen zijn teruggezet op de toestand vanlevering. 5. 3. 14 LAN-verbinding AanwijzingHet gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboardonder https://smartmonitoring. liebherr. com vereist eengeïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherr-account. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling directmet uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zichopnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.

Deze instelling zorgt voor een kabelgebonden verbindingtussen het apparaat en het internet tot stand. De verbin‐ding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kanvia het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browserworden geïntegreerd en met geavanceerde opties en indivi‐duele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewakingworden gebruikt. AanwijzingAccessoires zijn verkrijgbaar via de klantenservice(zie 8. 3 Klantenservice) en in de Liebherr-Hausgeräte-shoponder home. liebherr. com/shop/de/deu/zubehor. html. Fig. 89 Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:qSmartModule Fig. 89 (1) is geplaatst. qEen netwerkkabel is aangesloten. Verbinding makenDe inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doetu online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uwinternetcompatibele eindapparaat.

Op het Liebherr SmartMonitoring Dashboard vindt u ookinformatie over de inbouw achteraf van de SmartModule. Fig. 90 uOpen het Liebherr SmartMonitoring Dashboard (zieFig. 90). Op het koel- of vriesapparaat:uInstellingenmenu oproepen. (zie 5. 2 Navigatie)uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven. Fig. 91 uStappen (zie Fig.

91) uitvoeren. wVerbinding wordt gemaakt: LAN connecting wordt weer‐gegeven. Het symbool knippert. uInstructies van het Liebherr SmartMonitoring Dashboardopvolgen. wVerbinding is gemaakt. Verbinding verbrekenuInstellingenmenu oproepen. (zie 5. 2 Navigatie)uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven. Bediening26 * afhankelijk van model en uitvoering.

Fig. 92 uStappen (zie Fig. 92) uitvoeren.wVerbinding is verbroken.5.3.15 Info Deze weergave toont model, serienummer en service‐nummer van het apparaat.Info weergevenuNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven.Fig. 93 wDe apparaatinformatie verschijnt.5.3.16 Bedrijfsuren Deze weergave toont de bedrijfsuren van het apparaat.Bedrijfsuren weergevenuKlantmenu oproepen .Fig. 94 wDe bedrijfsuren verschijnen.5.3.17 Software Deze weergave toont de softwareversie van het apparaat.Softwareversie weergevenuKlantmenu oproepen .uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven.Fig.

96) uitvoeren.wSensor is gekalibreerd.5.3.19 Temperatuuralarm Het temperatuuralarm gaat af, zodra de binnentemperatuurhet instelbare temperatuurbereik verlaat en een eventueelingestelde vertragingstijd is verstreken.De volgende waarden kunnen worden ingesteld:-Onderste temperatuurgrens in stappen van 0,1 °C-Bovenste temperatuurgrens in stappen van 0,1 °C-Vertragingstijd van het alarm van 0 tot 60 minuten-Herhalingsfrequentie van het alarm van 0 tot 30 minutenTemperatuuralarm instellenuInstellingenmenu oproepen. (zie 5.2 Navigatie)uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven.Bediening* afhankelijk van model en uitvoering 27

Fig. 104 uStappen (zie Fig. 104) uitvoeren.uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven.Fig. 105 uStappen (zie Fig. 105) uitvoeren.wHet deuralarm is ingesteld.Deuralarm deactiverenDe volgende stappen beschrijven hoe u het deuralarm deac‐tiveert.uInstellingsmenu oproepen (zie 5.2 Navigatie) .uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven.Fig. 106 uStappen (zie Fig. 106) uitvoeren.uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven.Fig. 107 uStappen (zie Fig. 107) uitvoeren.wHet deuralarm is gedeactiveerd.5.3.21 Alarmsimulatie Deze instelling maakt een simulatie van een temperatuurs‐verandering in het apparaat mogelijk, om de werking vaneventueel aangesloten veiligheidssystemen te controleren.Alarmsimulatie startenuInstellingenmenu oproepen. (zie 5.2 Navigatie)uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven.Fig.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Liebherr SFFfg 4001 Performance stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden