Liebherr MRFvg 3511 Perfection Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Liebherr MRFvg 3511 Perfection (40 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Liebherr MRFvg 3511 Perfection of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Liebherr |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | MRFvg 3511 Perfection |
| Apparaatplaatsing: | Vrijstaand |
| Soort bediening: | Touch |
| Kleur van het product: | Zwart |
| Deurscharnieren: | Rechts |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Gewicht: | 74000 g |
| Breedte: | 597 mm |
| Diepte: | 654 mm |
| Hoogte: | 1684 mm |
| Snoerlengte: | 2 m |
| Geluidsniveau: | 50 dB |
| Energie-efficiëntieklasse: | C |
| Jaarlijks energieverbruik: | 389.56 kWu |
| Gewicht verpakking: | 78000 g |
| Materiaal behuizing: | Staal |
| Nettocapaciteit koelkast: | 250 l |
| Brutocapaciteit koelkast: | 347 l |
| No Frost (koelkast): | Ja |
| Koelkast binnenverlichting: | Ja |
| Soort lamp: | LED |
| Aantal planken koelkast: | 4 |
| Totale nettocapaciteit: | 250 l |
| Automatisch ontdooien (koelkast): | Ja |
| Totale brutocapaciteit: | 347 l |
| Controle positie: | Extern |
| Stroom: | 2 A |
| Materiaal deur: | Glas |
| Koelend medium: | R 600a |
| Aantal uitneembare platen: | 4 |
| Geluidsemissieklasse: | A |
| Kleur handvat: | Zwart |
| Met slot: | Ja |
| Koelsysteem: | Dynamisch (door de ventilator ondersteund) |
| Flessen-capaciteit: | 207 fles(sen) |
| Aantal temperatuur zones: | 1 |
| Temperatuur bereik (zone 1): | -2 - 15 °C |
| Binnenmateriaal: | Kunststof |
| Koelkast temperatuurbereik: | -2 - 15 °C |
| AC-ingangsspanning: | 220 - 240 V |
| AC-ingangsfrequentie: | 50 Hz |
| Type product: | Vitrine-koelkast |
| Type beeldscherm: | LCD |
| Energie-efficiëntieschaal: | A tot G |
| Laadcapaciteit plank: | 45 kg |
| Hoogste omgevingstemperatuur: | 32 °C |
| Kan capaciteit: | 0.5 kan(nen) |
Handleiding Liebherr MRFvg 3511 Perfection – volledige tekst
Inhoudsopgave1 Het apparaat in vogelvlucht. 31. 1 Leveringsomvang. 31. 2 Apparaat- en uitrustingsoverzicht. 31. 3 Speciale uitrusting. 31. 4 Toepassingsgebied van het apparaat. 31. 5 Geluidsemissie van het apparaat. 41. 6 Conformiteit. 41. 7 SVHC-stoffen volgens de REACH-verordening. 41. 8 EPREL-database. 42 Algemene veiligheidsvoorschriften. 43 Werking van het Touch-display. 63. 1 Navigatie en verklaring van symbolen. 63. 2 Menu's. 73. 3 Slaapstand. 74 In gebruik nemen. 74. 1 Opstelvoorwaarden. 74. 2 Apparaatafmetingen. 84. 3 Apparaat transporteren. 84. 4 Apparaat uitpakken. 84. 5 Transportbeveiliging verwijderen. 84. 6 Apparaat opstellen. 94. 7 Apparaat uitlijnen. 94. 8 Plaatsen van meerdere apparaten. 94. 9 Na het plaatsen. 94. 10 Afvalverwerking van de verpakking. 94. 11 Deurscharnier verwisselen. 94. 12 Deur uitlijnen. 174. 13 Apparaat aansluiten. 184.
Volledige gebruiksaanwijzing op internetU vindt de uitvoerige gebruiksaanwijzing opinternet via de QR-code aan de voorkant vande gebruiksaanwijzing, op door het service‐nummer in te voeren op home. liebherr. com/fridge-manuals. Het servicenummer vindt u op het typeplaatje:Fig. VoorbeeldApparaat controlerenControleer alle onderdelen op transportschade. Neem bij op- of aanmerkingen contact op metde distributeur of de klantenservice. AfwijkingenDe gebruiksaanwijzing geldt voor verschillendemodellen, afwijkingen zijn mogelijk. Secties diealleen van toepassing zijn op bepaalde appa‐raten worden met een sterretje (*) aangeduid. Instructies voor actie en resultaten van deactieInstructies voor actie worden aangeduid meteen. De resultaten van de actie worden aangeduidmet een. Video’sVideo’s over de apparaten vindt u op hetYouTube-kanaal van Liebherr-Hausgeräte.
SmartModuleHet apparaat kan worden uitgerust met een SmartModule. Dit is een WLAN/ en LAN-interface voor verbinding tussenhet apparaat en een extern documentatie- en alarmsys‐teem, zoals Liebherr SmartMonitoring. Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landenverkrijgbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code(zie 6. 2. 15 WLAN-verbinding ) door uw model in te voeren. Digitale ingang voor elektronisch slotHet apparaat kan achteraf van een digitale ingang voor hetelektronische slot worden voorzien. Dit is een interface tussen het apparaat en een externsysteem waarmee het elektronisch slot kan wordenbediend. 1. 4 Toepassingsgebied van het apparaatBeoogd gebruikDit koelapparaat is geschikt voor professio‐neel gebruik in commerciële en detailhan‐delsomgevingen. Het mag worden gebruiktvoor de opslag, presentatie en verkoopvan gekoelde, verpakte levensmiddelen endranken.
Het is geschikt voor het uitnemenvan de gekoelde producten door klanten. Het apparaat is ontworpen voor gebruik ingesloten ruimtes. Alle andere toepassingen zijn niet toege‐staan.
Voorzienbaar verkeerd gebruikDe volgende toepassingen zijn uitdrukkelijkverboden:-Opslag en koeling van:•Chemisch onstabiele, brandbare ofbijtende stoffen•Geneesmiddelen, bloedplasma, laborato‐riumpreparaten of soortgelijke stoffen enproducten die onder Richtlijn 2007/47/EGinzake medische hulpmiddelen vallen-Gebruik in explosiegevaarlijke omgevingen-Gebruik buiten of in vochtige ruimten en ofomgevingen met spatwaterOndeskundig gebruik van het toestel leidt totbeschadiging of bederf van de opgeslagenproducten. KlimaatklassenDe voor uw apparaat van toepassing zijndeklimaatklasse staat op het typeplaatje. Het apparaat in vogelvlucht* afhankelijk van model en uitvoering 3.
Fig. 2 Typeplaatje(X) Deze klimaatklassegeeft aan bijwelke omgevingsvoor‐waarden het apparaatveilig kan wordengebruikt. (Z) De temperatuurklassegeeft aan bij welketemperatuurinstellinghet apparaat correctfunctioneert. (Y) Deze klimaatklassegeeft de maximalerandvoorwaarden voorcorrecte werking vanhet apparaat aan. Klimaat‐klasse (X)Max. ruimte‐temperatuurMax. rel. vochtigheid3 +25°C 60%4 +30°C 55%5 +40°C 40%7 +35°C 75%AanwijzingDe minimaal toegestane ruimtetemperatuurop de plaats van opstelling is +10°C. Onder grensomstandigheden kan zich lichtecondensatie vormen op de glazen deur en opde zijwanden. Klimaat‐klasse (Y)Max. ruimte‐temperatuurMax. rel. vochtigheidCC1 +25,5°C 60%CC2 +32,2°C 65%CC3 +40,6°C 75%Aanbevolen temperatuurinstelling:Temperatuurklasse(Z)Temperatuurinstel‐lingK1 +3,5°CK2 +2,5°CK3 -1°CK4 +5°CM1 +5°CM2 +7°C1.
5 Geluidsemissie van het apparaatHet A-gewogen geluidsdrukniveau tijdens de werking vanhet toestel is lager dan 70 dB(A) (geluidsvermogen rel. 1pW). 1. 6 ConformiteitHet koudemiddelcircuit is gecontroleerd op lekkages. Het apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoor‐schriften en de EU-richtlijnen 2006/42/EG, 2014/30/EU,2009/125/EG en 2011/65/EU. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverkla‐ring is beschikbaar op het volgende internetadres:www. liebherr. com1. 7 SVHC-stoffen volgens de REACH-verordeningOnder de volgende link kunt u controlerenof uw apparaat SVHC-stoffen volgens de REACH-verordening bevat: home. liebherr. com/de/deu/de/liebherr-erleben/nachhaltigkeit/umwelt/scip/scip. html1. 8 EPREL-databaseVanaf 1 maart 2021 zijn informatie over etikettering inzakeenergieverbruik en vereisten inzake ecologisch ontwerpte vinden in de Europese productdatabase (EPREL).
Hier wordt u gevraagd de modelidenti‐ficatie in te voeren. De modelidentificatie vindt u op hettypeplaatje. 2 Algemene veiligheidsvoor‐schriftenBewaar deze handleiding zorgvuldig, zodat uhem te allen tijde kunt raadplegen. Als u het apparaat doorgeeft, geef dan ook dehandleiding door aan de volgende eigenaar. Om het apparaat goed en veilig te kunnengebruiken, moet u deze handleiding vóórgebruik aandachtig doorlezen. Volg altijdde instructies, veiligheidsvoorschriften enwaarschuwingen die hierin zijn opgenomen. Deze zijn belangrijk om het apparaat veiligen probleemloos te kunnen installeren engebruiken.
Gevaren voor de gebruiker:-Dit apparaat kan gebruikt worden doorkinderen vanaf 8 jaar en door personenmet verminderde lichamelijke, zintuiglijkeof geestelijke vermogens of gebrek aanervaring en kennis, indien deze personenonder toezicht staan of instructies hebbengekregen over het gebruik van het apparaatop een veilige manier en deze personende gevaren begrijpen. Kinderen mogenniet met het apparaat spelen. Reinigingen onderhoud mogen niet door kinderenzonder toezicht worden uitgevoerd. -De contactdoos moet eenvoudig toegan‐kelijk zijn, zodat het apparaat in nood‐gevallen snel van de stroomvoorzieningkan worden losgekoppeld. Deze moet zichbuiten de achterkant van het apparaatbevinden. -Als het apparaat van het net wordtgescheiden, altijd bij de stekker vast‐houden. Niet aan de kabel trekken. -Bij storingen de netstekker uittrekken of dezekering uitschakelen.
-WAARSCHUWING: Het netsnoer nietbeschadigen. Apparaat niet gebruiken, alshet netsnoer is beschadigd. -WAARSCHUWING: Meervoudige contact‐dozen/verdeeldozen en andere elektroni‐sche apparaten (zoals halogeentransforma‐toren) mogen niet aan de achterzijde vanapparaten worden geplaatst en gebruikt. -WAARSCHUWING: ventilatieopeningen inhet apparaatbehuizing of in de inbouwbe‐huizing niet afsluiten. -Reparaties en ingrepen aan het apparaatalleen door de klantenservice of ander hier‐voor opgeleid vakpersoneel laten uitvoeren. -Apparaat alleen volgens de voorschriftenmonteren, aansluiten en afvoeren. Brandgevaar:-Het gebruikte koelmiddel (gegevens ophet typeplaatje) is milieuvriendelijk maarbrandbaar. Koelmiddel dat ontsnapt, kanontbranden. •WAARSCHUWING: Koelkringloop nietbeschadigen. •Vermijd het hanteren van ontstekings‐bronnen in de binnenkant van het appa‐raat.
•WAARSCHUWING: In het koelvak geenelektrische apparaten gebruiken die nietvan het door de fabrikant aanbevolentype zijn. •Indien koudemiddel uittreedt: Open vuurof ontstekingsbronnen in de buurt vanhet uittreedpunt vermijden. Ruimte goedventileren. Klantenservice informeren. -Het apparaat niet in de buurt van explo‐sieve gassen gebruiken. -Geen benzine of andere brandbare gassenen vloeistoffen in de buurt van het appa‐raat bewaren of gebruiken. -Geen explosieve stoffen, zoals spuitbussenmet brandbaar drijfgas, in het appa‐raat bewaren. Deze spuitbussen zijn teherkennen aan de opgedrukte inhoud ofeen vlamsymbool. Alle uittredende gassenkunnen worden ontstoken door elektrischecomponenten. -Brandende kaarsen, lampen en anderevoorwerpen met open vuur uit de buurt vanhet apparaat houden, zodat ze het apparaatniet in brand kunnen steken.
niet als opstapjeof als steun gebruiken. Gevaar voor bevriezing, gevoelloosheid enpijn:-Permanent contact van de huid metkoude oppervlakken of gekoelde/bevrorenproducten vermijden of beschermendemaatregelen treffen, bijvoorbeeld hand‐schoenen gebruiken. Letsel- en beschadigingsgevaar:-WAARSCHUWING: Om het ontdooiproceste versnellen, geen mechanische hulpmid‐delen of andere middelen gebruiken die nietdoor de fabrikant worden aanbevolen. -WAARSCHUWING: Letselgevaar door elek‐trische schok. Onder de afdekking bevindenzich onder spanning staande delen. Led-binnenverlichting alleen door de klan‐tenservice of hiervoor opgeleid deskundigpersoneel laten vervangen of repareren. -LET OP: Apparaat mag alleen met origineeltoebehoren van de fabrikant of met doorde fabrikant goedgekeurd toebehoren vanandere producenten worden gebruikt.
Degebruiker draagt het risico bij gebruik vanniet-goedgekeurd toebehoren. Beknellingsgevaar:-Bij het openen en sluiten van de deur nietin het scharnier grijpen. De vingers kunneningeklemd raken. Kwalificatie deskundig personeel:Deskundig personeel zijn personen die doorhun technische opleiding, kennis en erva‐ring en hun kennis van de relevante normenin staat zijn het aan hun opgedragen werkte beoordelen en uit te voeren en moge‐lijke gevaren te onderkennen. Ze moeteneen opleiding, instructies en toestemminghebben om met het apparaat te werken. Symbolen op het apparaat:Het symbool kan zich op de compressorbevinden. Het heeft betrekking op deolie in de compressor en wijst op hetvolgende gevaar:Kan bij inslikkenen indringen in de luchtwegendodelijk zijn. Deze aanwijzing is alleenvan belang voor het recyclingproces. In denormale modus bestaat er geen gevaar.
Deze of een vergelijkbare sticker kan opde achterkant van het apparaat zijn aange‐bracht. Deze wijst erop dat er zich vacuüm-isolatiepanelen (VIP) of perlietpanelen inde deur en/of de behuizing bevinden. Deze aanwijzing is alleen van belang voorhet recyclingproces. De sticker niet verwij-deren. Neem de specifieke waarschuwingen en deandere specifieke instructies in de anderehoofdstukken in acht:GEVAARWijst op een onmiddellijkegevaarlijke situatie die,indien deze niet wordtvermeden, tot de dood ofernstig letsel zal leiden. WAARSCHU‐WINGWijst op een gevaarlijkesituatie die, indien dezeniet wordt vermeden, tot dedood of ernstig letsel kanleiden. VOORZICHTIGWijst op een gevaarlijkesituatie die, indien deze nietwordt vermeden, kan leidentot licht of middelzwaarletsel. LET OPWijst op een gevaarlijkesituatie die, indien dezeniet wordt vermeden,tot aanzienlijke materiëleschade kan leiden.
AanwijzingWijst op nuttige informatieen tips. 3 Werking van het Touch-displayU bedient uw apparaat met het Touch-display. Met hetTouch-display (verder display genoemd) selecteert u defuncties van het apparaat door te tikken. Als u gedurende10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat hetdisplay terug naar het bovenliggende menu of rechtstreeksnaar de statusweergave. 3. 1 Navigatie en verklaring vansymbolenIn de afbeeldingen worden verschillende symbolen voornavigatie op het display gebruikt. Deze symbolen wordenin de volgende tabel beschreven. SymboolBeschrijvingOp de navigatiepijl vooruitdrukken:In het menu één stap verder‐gaan. Op de navigatiepijl achteruitdrukken:In het menu één stap terug‐gaan. Symbool Beschrijving3 seconden op de naviga‐tiepijl achteruit drukken:In het hoofdmenu of vanuithet instellingenmenu terug‐springen naar de statusweer‐gave.
Tegelijk op het bevestigings‐symbool en het terugsym‐bool drukken:Eén menuniveau terug‐springen. Pijl met klok:Het duurt meer dan10 seconden voordat devolgende weergave op hetdisplay verschijnt. Pijl met tijdweergave:Het duurt de aangegeventijd voordat de volgendeweergave op het displayverschijnt. Symbool "Instellingsmenu"openen:Naar het instellingsmenunavigeren en het instellings‐menu openen. Indien vereist: In het instel‐lingsmenu naar de gewenstefunctie navigeren. (zie 3. 2. 1 Instellingenmenuopenen)Symbool "Uitgebreid menu"openen:Naar het uitgebreide menunavigeren en het uitgebreidemenu openen. Indien vereist: In het uitge‐breide menu naar degewenste functie navigeren. (zie 3. 2. 2 Uitgebreid menuopenen)Geen actie gedurende10secondenAls u gedurende 10 secondengeen actie op het displayuitvoert, gaat het displayterug naar het bovenliggendemenu of rechtstreeks naar destatusweergave.
Symbool BeschrijvingDeur openen en sluiten Als u de deur opent endirect weer sluit, springt hetdisplay direct terug naar destatusweergave. Opmerking: Afbeeldingen van het display worden metEngelse begrippen weergegeven. 3. 2 Menu'sDe functies van het apparaat zijn over verschillende menu'sverdeeld. MenuBeschrijvingHoofdmenu Wanneer u het apparaat inschakelt,bevindt u zich automatisch in het hoofd‐menu. Vanaf hier navigeert u naar de belang‐rijkste functies van het apparaat, hetinstellingenmenu en het uitgebreidemenu. Instellingen‐menuHet instellingenmenu bevat de overigeapparaatfuncties voor het instellen vanuw apparaat. (zie 3. 2. 1 Instellingenmenu openen)UitgebreidmenuHet uitgebreide menu bevat specialeapparaatfuncties voor het instellen vanuw apparaat. De toegang tot het uitge‐breide menu wordt beveiligd met decijfercode 151. (zie 3. 2. 2 Uitgebreid menu openen)3. 2.
1 Instellingenmenu openenFig. 3 VoorbeelduStappen volgens de afbeelding uitvoeren. wInstellingenmenu is geopend. uIndien vereist: Naar de gewenste functie navigeren. 3. 2. 2 Uitgebreid menu openenFig. 4 Toegang met cijfercode 151uStappen volgens de afbeelding uitvoeren. wGeavanceerd menu is geopend. uIndien vereist: Naar de gewenste functie navigeren. 3. 3 SlaapstandAls u het display 1 minuut niet aanraakt, schakelt hetdisplay over naar de slaapstand. In de slaapstand is dehelderheid van het display gedimd. 3. 3. 1 Slaapstand beëindigenuOp een willekeurige navigatietoets drukken. wSlaapstand is beëindigd. 4 In gebruik nemen4. 1 OpstelvoorwaardenWAARSCHUWINGBrandgevaar door vocht. Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluitingvochtig worden, kan dat leiden tot kortsluiting. uHet apparaat is ontworpen voor gebruik in een geslotenruimte.
Het apparaat niet buiten, in een vochtige omge‐ving of binnen bereik van spatwater plaatsen. 4. 1. 1 Plaats van opstellingWAARSCHUWINGVrijkomend koudemiddel en olie. Brand.
Het gebruikte koelmiddel is milieuvriendelijk maarwel brandbaar. De gebruikte olie is ook brandbaar. Vrijko‐mend koelmiddel en vrijkomende olie kunnen bij hogeconcentratie en in contact met een externe warmtebronontvlammen. uBuisleidingen van de koelmiddelkringloop en compressorniet beschadigen. -Plaats het apparaat niet naast een fornuis, verwarmingof dergelijke, en stel het apparaat niet bloot aan directzonlicht. In gebruik nemen* afhankelijk van model en uitvoering 7.
-Een optimale opstelplaats is een droge en goed geventi‐leerde ruimte. -Wanneer het apparaat in een zeer vochtige omgevingwordt neergezet, kan zich aan de buitenkant van hetapparaat condenswater vormen. Let op de plaats van opstelling altijd op de be- enontluchting. -Hoe meer koelmiddel in het apparaat aanwezig is, deste groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat staat. In te kleine ruimten kan bij een lek een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet deopstelruimte minstens 1 m3 groot zijn. Gegevens overhet gebruikte koelmiddel staan op het typeplaatje aan debinnenkant van het apparaat. -De vloer op de plaats van opstelling moet horizontaal envlak zijn. -De plaats van opstelling moet voor het apparaatgewichtinclusief de maximale belasting over voldoende draagver‐mogen beschikken. (zie 9.
1 Technische gegevens)-Het gebruik in explosiegevaarlijke omgevingen is niettoegestaan. 4. 1. 2 Elektrische aansluitingWAARSCHUWINGBrandgevaar door verkeerd opstellen. Als een stroomkabel of stekker de achterkant van het appa‐raat raakt, kunnen de trillingen van het apparaat de stroom‐kabel of stekker beschadigen en kortsluiting veroorzaken. uVoorkom bij het opstellen van het apparaat dat onder hetapparaat stroomkabels klem komen te zitten. uApparaat zo opstellen, dat stekker of netsnoer niet tegenhet apparaat liggen. uOp contactdozen in het apparaatacchterpaneel geenapparaten aansluiten. uMeervoudige contactdozen of verdeeldozen en andereelektronische apparaten (bijv. halogeen-transformatoren)mogen niet aan het achterpaneel van apparaten wordenaangebracht en gebruikt. 4. 2 ApparaatafmetingenFig.
3 Apparaat transporterenWAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door glasscherven. *Tijdens transport op een hoogte van meer dan 1500 m kanhet glas van de deur breken. De scherven zijn scherp enkunnen ernstige verwondingen veroorzaken. uNavenante veiligheidsmaatregelen treffen. WAARSCHUWINGGevaar voor letsel en beschadigingen door omkantelendapparaat. uLet tijdens het transport van apparaten op oneffenvloeren en hellingen. Bij het transport van het apparaat het volgende in achtnemen:uApparaat rechtop transporteren. uApparaat met twee personen transporteren. Bij eerste ingebruikname:uHet apparaat verpakt transporteren. Bij het transport van het apparaat na de eerste ingebruik‐name (bijv. verhuizing of reiniging):uApparaat leegmaken. uDeur beveiligen tegen ongewenst openen. 4. 4 Apparaat uitpakkenuControleer of het apparaat en de verpakking op trans‐portschade.
Neem onmiddellijk contact met de leveran‐cier op, als u een beschadiging opmerkt. Het apparaatniet op de stroomvoorziening aansluiten. uVerwijder alle verpakkingsmaterialen van de achterzijdeof de zijwanden van het apparaat die een correcte plaat‐sing of ventilatie kunnen belemmeren. 4. 5 Transportbeveiliging verwijderenFig. 6uTransportbeveiliging naar boven lostrekken. wBasishouder blijft op het apparaat. In gebruik nemen8 * afhankelijk van model en uitvoering.
4. 6 Apparaat opstellenVOORZICHTIGLetsel- en beschadigingsgevaar. uApparaat met 2 personen opstellen. VOORZICHTIGLetsel- en beschadigingsgevaar. De deur kan tegen de wand slaan en hierdoor wordenbeschadigd. Bij glazen deuren kan het beschadigde glas totletsel leiden. uDeur tegen het slaan tegen de wand beveiligen. Deur‐stopper, bijv. van vilt, op de wand aanbrengen. uAlle benodigde onderdelen (bijv. netkabel) op de achter‐zijde van het apparaat aansluiten en naar de zijkantleiden. AanwijzingKabels kunnen beschadigd worden. uKabels bij het terugschuiven niet ingeklemd raken. Fig. 7uApparaat ofwel vrij in de ruimte of direct tegen een wandmet een minimumafstand van 5mm Fig. 7(1) opstellen. 4. 7 Apparaat uitlijnenLET OPVervorming van het apparaat en deur sluit niet. uApparaat horizontaal en verticaal uitlijnen. uOneffen ondergrond met stelvoeten compenseren.
WAARSCHUWINGNiet-deskundige hoogteverstelling van de stelvoet. Zwaar tot dodelijk letsel. Door verkeerde hoogteverstellingkan het onderdeel van de stelvoet losraken en het apparaatkantelen. uDe stelvoet er niet te ver uitdraaien. Fig. 8Apparaat optillen:uStelvoet rechtsom draaien. Apparaat neerlaten:uStelvoet linksom draaien. 4. 8 Plaatsen van meerdere apparatenLET OPBeschadigingsgevaar door condenswater tussen dezijwanden. uHet apparaat niet direct naast een ander koelapparaatplaatsen. uApparaat met afstand van 3 cm tussen de apparatenopstellen. uMeerdere apparaten alleen tot temperaturen van klimaat‐klasse CC2 (32,2 °C, 65 % luchtvochtigheid) naast elkaarplaatsen. uBij hoge luchtvochtigheid afstand tussen de apparatenvergroten. Fig. 9 Side-by-side-opstellingAanwijzingEen side-by-side-kit is als toebehoren via de Liebherr-klan‐tenservice verkrijgbaar. (zie 9. 3 Klantenservice)4.
uFactuur bewaren om voor servicediensten apparaat- endealergegevens beschikbaar te hebben. 4. 10 Afvalverwerking van de verpakkingWAARSCHUWINGGevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie. uKinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen. De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal:-Golfkarton/karton-Onderdelen uit geschuimd polystyreen-Folies en zakken uit polyetheen-Spanbanden uit polypropeen-Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met polyethyleen*uBreng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inza‐melpunt. 4. 11 Deurscharnier verwisselenGereedschapIn gebruik nemen* afhankelijk van model en uitvoering 9.
Fig. 19uScharnierhoek Fig. 19(1) losschroeven.uDeur inclusief scharnierhoek Fig. 19 (2) circa 200 mmrecht omhoog tillen en verwijderen.uDeur voorzichtig op een zachte ondergrond leggen.Fig.20uKabel voorzichtig eruit trekken.Fig.21uScharnierhoek eruit trekken.Fig.22uScharnierbus Fig.22(1) met de vingers eruit trekken.uAfdekstop Fig. 22 (2) voorzichtig met een sleufschroeven‐draaier optillen en eruit trekken.Fig.23uScharnierbus en afdekstop steeds aan tegenoverliggendezijde plaatsen (de afgeschuinde zijden omhoog).In gebruik nemen12 * afhankelijk van model en uitvoering
Fig. 24Geschuimde deur*Fig.25Glasdeur*AanwijzinguAls de greep moeilijk van de deur kan worden losge‐maakt, dan de greep bij het eruit nemen iets in elkaardrukken.uGreep losschroeven.Fig. 26AanwijzinguAls de afdekking moeilijk kan worden losgemaakt, danvoorzichtig met een hulpmiddel, bijv. een schroeven‐draaier, eruit tillen.uAfdekking naar de tegenoverliggende zijde verplaatsen.Fig.27Geschuimde deur*In gebruik nemen* afhankelijk van model en uitvoering 13
Fig.28Glasdeur*uGreep aan tegenoverliggende zijde schroeven.Fig.29uSluithaak naar de tegenoverliggende zijde verplaatsen.AanwijzingGaten zijn voorgemarkeerd en moeten met zelftappendeschroeven worden doorboord.Fig.30uScharnierhoek naar tegenoverliggende zijde verplaatsen.WAARSCHUWINGLetselgevaar en materiële schade door eruit kantelendedeur!uLagerbout met aangegeven aanhaalmoment vastdraaien.Fig.31uBouten Fig.31(1) naar de scharnierhoek verplaatsen.uBouten Fig. 31 (2) met aanhaalmoment van 12 Nm vast‐draaien.uScharnierhoek weer losschroeven.LET OPLetselgevaar door gespannen veer!uDeursluitsysteem Fig.32(1) niet uit elkaar halen.In gebruik nemen14 * afhankelijk van model en uitvoering
Fig.32uSluitsysteem Fig.32(2) draaien tot het klikt.wVoorspanning van het sluitsysteem is losgemaakt.uScharnierhoek losschroeven Fig.32(3).Fig.33uDeursluitsysteem naar de scharnierhoek verplaatsen.uLet erop dat bij het plaatsen de boutafschuiningFig.33(1) naar het ronde gat wijst.-of-AanwijzingVerkeerde plaatsing van de hoogte-instelschijven.Bevestiging van de moeren niet meer voldoende mogelijk.uSchijf moet aan de onderzijde van het sluitsysteemvergrendelen.Fig.34uMoer losmaken en deursluitsysteem verwijderenFig.34(1).uDe correcte uitlijning van de hoogte-instelschijven in achtnemen Fig.34(2).uDeursluitsysteem in de scharnierhoek verplaatsen en metde moer vastzetten Fig.34(3).uBij het plaatsen de correcte uitlijning van het deursluit‐systeem in acht nemen Fig.34(4).Fig.35uAfdekplaat naar de tegenoverliggende zijde verplaatsen.Fig.36uScharnierhoek aan tegenoverliggende zijde schroeven.In gebruik nemen* afhankelijk van model en uitvoering 15
AanwijzingDe correcte uitlijning en voorspanning is belangrijk voor defunctie van het sluitsysteem.Fig. 37 Links scharnierend (A) / rechts scharnierend (B)uSluitsysteem tegen de weerstand in draaien tot het schotvan het sluitsysteem Fig.37(1) naar buiten wijst.wSluitsysteem blijft zelfstandig in deze positie staan.wSluitsysteem is uitgelijnd en voorgespannen.Fig.38uScharnierhoek in de deur plaatsen.Fig. 39uKabel er voorzichtig doorsteken.LET OPLetselgevaar door eruit vallende deur!uDeur vasthouden.Fig.40uDeur met een tweede persoon van de grond optillen.uDeur in 90° geopende toestand voorzichtig op het sluit‐systeem plaatsen.LET OPMateriële schade door verkeerde montage!uKabel bij het monteren van de scharnierhoek nietklemmen.Fig. 41uKabel door de uitsparing van de scharnierhoek leiden envoorzichtig monteren Fig. 41(1).uScharnierhoek Fig. 41(2) vastschroeven.Fig. 42uStekker Fig.
Fig.43uStekker Fig.43(1) in printplaat steken.Fig.44uAfdekking plaatsen.Fig.45uMiddelste afdekking vergrendelen.Fig.46uVoorste afdekkingen Fig. 46 (1) zijdelings bevestigen envastklikken.uBovenste afdekking Fig.46(2) van boven vastklikken.uDeur sluiten.wDe deurscharnieren zijn gewisseld.4.12 Deur uitlijnenAls de deur niet recht is, kunt u de deur aan de onderstescharnierhoek afstellen.Fig. 47uMiddelste schroef aan onderste scharnierhoek verwij-deren.Fig.48uBeide schroeven iets losmaken en deur met scharnier‐hoek naar rechts of links verschuiven.uSchroeven tot de aanslag vastdraaien (middelste schroefis niet meer nodig).wDe deur is recht uitgelijnd.In gebruik nemen* afhankelijk van model en uitvoering 17
4. 13 Apparaat aansluitenWAARSCHUWINGBrandgevaar door verkeerd aansluiten. Brandwonden. Beschadigingen van het apparaat. uGeen verlengkabel gebruiken. uGeen verdeeldozen gebruiken. LET OPGevaar voor beschadiging door verkeerd aansluiten. Beschadigingen van het apparaat. uSluit het apparaat niet aan op stand-alone-omvormerszoals zonne-energiesystemen en benzinegenerators. AanwijzingGebruik uitsluitend het meegeleverde netsnoer. uEen langer netsnoer kan bij de klantenservice wordenbesteld. (zie 9. 3 Klantenservice)Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:- Het apparaat alleen met wisselstroom gebruiken. - De toegestane spanning en frequentie staan op het type‐plaatje. De positie van het typeplaatje is in het hoofd‐stuk Apparaatoverzicht zichtbaar. (zie 1. 2 Apparaat- enuitrustingsoverzicht)- Contactdoos is overeenkomstig de voorschriften geaarden elektrisch gezekerd.
- Uitschakelstroom van de zekering ligt tussen 10 A en 16A. - De contactdoos is eenvoudig toegankelijk. uElektrische aansluiting controleren. uApparaatstekker aan de achterzijde van het apparaataanbrengen. Let op het correct vastklikken. uNetstekker op de voeding aansluiten. wWeergave wisselt naar stand-bysymbool. 4. 14 Apparaat inschakelen (eerste inbe‐drijfstelling)Zorg ervoor dat aan de volgende vereisten is voldaan:- Apparaat is opgesteld en aangesloten. - Alle plakstroken, plak- en beschermfolies en de trans‐portbeveiligingen in en aan het apparaat zijn verwijderd. Fig. 49 VoorbeeldHet stand-bysymbool knippert tot de startprocedure isbeëindigd. Het display geeft het stand-bysymbool aan. Als het apparaat met fabrieksinstelling wordt geleverd,moet bij inbedrijfstelling eerst de beeldschermtaal wordengeselecteerd. 3sFig. 50uStappen volgens de afbeelding uitvoeren. Fig.
1 Instructies voor opslagAanwijzingHet niet opvolgen van deze gegevens kan leiden tot bederfvan levensmiddelen. Fig. 52 Voorbeeld Fig. 53Bij het bewaren in acht nemen:qIndien de legroosters Fig. 52 (1) verplaatsbaar zijn, dezeaan de hoogte aanpassen. qMaximale belading in acht nemen. (zie 9. 1 Technischegegevens)qApparaat pas beladen, zodra de opslagtemperatuur werdbereikt (inachtneming van koelketen). qVentilatiesleuf Fig. 53 (2) van de ventilator in de binnen‐ruimte vrijhouden. qGekoelde goederen mogen de achterwand niet raken. qGeen gekoelde goederen voorbij de aanslag aan deachterkant van de oplegroosters bewaren. qKoelgoed goed verpakken. qKoelgoed die gemakkelijk geur of smaak aannemen ofafgeven in gesloten houders verpakken of afdekken. qVloeistoffen in gesloten houders bewaren. Opslag18 * afhankelijk van model en uitvoering.
qRauw vlees of rauwe vis in schone, gesloten containersbewaren. Zo voorkomt u dat vlees of vis in contact komenmet andere levensmiddelen. qKoelgoed met tussenafstand bewaren zodat de luchtgoed kan circuleren. 5. 2 BewaartijdenDe op de verpakking aangegeven houdbaarheidsdatumgeldt als richtlijn voor de bewaartijd. 6 Bediening6. 1 Bedienings- en weergave-elementenHet display geeft een snel overzicht van de huidige statusvan het apparaat, de temperatuurinstelling, de status vanfuncties en instellingen, evenals alarm- en foutmeldingen. De bediening wordt uitgevoerd met navigatiepijlen enbevestigingssymbool. Er kunnen functies worden geactiveerd of gedeactiveerd eninstellingswaarden worden gewijzigd. Fig. 54Display(1)Statusweergave (3) Navigatiepijl vooruit(2) Navigatiepijl achteruit (4) Bevestigen6. 1. 1 StatusweergaveFig.
Symbolen van de statusweergave6. 1. 3 Akoestische signalenIn de volgende gevallen klinkt een signaal:-Als een functie of waarde wordt bevestigd. -Als een functie of een waarde ofwel niet geactiveerdofwel niet gedeactiveerd kan worden. -Zodra een fout optreedt. -Bij een alarmmelding. Bediening* afhankelijk van model en uitvoering 19.
De alarmtonen kunnen in het klantmenu worden in- enuitgeschakeld. 6. 2 Apparaatfuncties6. 2. 1 Opmerkingen over de functies van hetapparaatDe apparaatfuncties zijn af fabriek zo ingesteld dat uwapparaat volledig functioneel is. Voordat u de functies van het apparaat wijzigt, activeert ofdeactiveert, controleert u of aan de volgende voorwaardenis voldaan:qU hebt de beschrijvingen over de werking van het displaygelezen en begrepen. qU hebt kennisgemaakt met de bedienings- en weergave-elementen van uw apparaat. (zie6. 1 Bedienings- en weer‐gave-elementen)6. 2. 2 Apparaat in- en uitschakelen Met deze instelling kan het gehele apparaat worden in- enuitgeschakeld. Apparaat inschakelenZonder geactiveerde DemoMode:Fig. 56uStappen volgens de afbeelding uitvoeren. Met geactiveerde DemoMode:Fig. 57uStappen volgens de afbeelding uitvoeren.
AanwijzingDemoMode voor aflopen van de countdown deactiveren. Fig. 58wDe temperatuurweergave verschijnt op het display. Apparaat uitschakelenFig. 59uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven. Fig. 60uStappen volgens de afbeelding uitvoeren. wDisplay toont stand-bysymbool. wDisplay wordt na ongeveer 10 minuten uitgeschakeld. 6. 2. 3 Temperatuur De temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren:-hoe vaak de deur wordt geopend-hoe lang de deur geopend blijft-ruimtetemperatuur van de plaats van opstelling-type, temperatuur en hoeveelheid van het koelgoedAanwijzingIn sommige delen van de binnenruimte kan de luchttempe‐ratuur van de temperatuurweergave afwijken. Aanbevolen temperatuurinstelling: zie temperatuurklasseop het typeplaatje. (zie1. 4 Toepassingsgebied van het appa‐raat)Temperatuur instellenuNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven.
4 Eco-modus Deze functie is bedoeld om het energieverbruik te vermin‐deren. In het apparaat is een hogere temperatuur voorafingesteld waardoor het apparaat minder koelt. De Eco-modus wordt onderbroken als de deur wordt geopend, Deingestelde vertragingstijd begint dan weer van voren. Er zijntwee niveaus van de energiespaarmodus:Bediening20 * afhankelijk van model en uitvoering.
62uStappen volgens de afbeelding uitvoeren.wEco-modus is geactiveerd.wHet Eco-symbool verschijnt in de statusweergave.EcoPlus-modus activerenuNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven.Fig.63uStappen volgens de afbeelding uitvoeren.wEcoPlus-modus is geactiveerd.wHet EcoPlus-symbool verschijnt in de statusweergave.Vertragingstijd voor de start van de Eco- of EcoPlus-modusinstellenMet deze functie kan het starttijdstip na een deuropeningvoor de Eco-modus of EcoPlus-modus worden ingesteld.
Ukunt de volgende starttijdstippen instellen:- 0,5 h- 1 h- 1,5 h- 2 h- 12 h- 24 hHet voorbeeld toont dat het apparaat pas twee uur na delaatste deuropening naar de Eco- of EcoPlus-modus wisselt.Fig.64uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven.Fig.65uStappen volgens de afbeelding uitvoeren.wHet starttijdstip voor Eco- of EcoPlus-modus is ingesteld.Duur van de Eco- of EcoPlus-modus instellenAanwijzingBij deuropening of wijziging van de instelwaarde wisselt hetapparaat automatisch naar normaal bedrijf.Met deze functie kan de tijdsduur worden ingesteld waarinhet apparaat in de Eco- of EcoPlus-modus wordt gebruikt,voordat het weer naar normaal bedrijf wisselt.
Fig. 67uStappen volgens de afbeelding uitvoeren.wDe duur van de Eco- of EcoPlus-modus is ingesteld.6.2.5 Verlichting Het apparaat is van een binnenverlichting voorzien.U kunt de binnenverlichting continu inschakelen.(zie Verlichting inschakelen*) *Als u de deur van het apparaat opent, wordt de binnenver‐lichting ingeschakeld.U kunt deze functie ook deactiveren. (zie Verlichting bijdeuropening uitschakelen*) *Verlichting uitschakelen*uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven.Fig.68uStappen volgens de afbeelding uitvoeren.wVerlichting is uitgeschakeld.Verlichting inschakelen*uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven.Fig.
69uStappen volgens de afbeelding uitvoeren.wVerlichting is ingeschakeld.Verlichting bij deuropening uitschakelen*uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven.Fig.70uStappen volgens de afbeelding uitvoeren.wVerlichting bij deuropening is uitgeschakeld.Verlichting bij deuropening inschakelen*uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven.Fig.71uStappen volgens de afbeelding uitvoeren.wVerlichting bij deuropening is ingeschakeld.6.2.6 Verlichtingsintensiteit *Met deze instelling kan de helderheid van de binnenruimtetrapsgewijs worden ingesteld.De volgende helderheidswaarden kunnen worden ingesteld:-20%-40%-60%-80%-100% (voorinstelling)Verlichtingsintensiteit instellenuNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven.Bediening22 * afhankelijk van model en uitvoering
Fig.72uStappen volgens de afbeelding uitvoeren.wDe verlichtingsintensiteit neemt dienovereenkomstig toeof af.6.2.7 Deurvergrendeling Het apparaat heeft een elektronische deurvergrendeling. Bijeerste inbedrijfstelling is de deur ontgrendeld en kunt udeze openen.Met deze functie kan het apparaat tegen ongewenst leeg‐halen worden beveiligd.Hiervoor heeft u de volgende instelmogelijkheden:-Deur met deurcode vergrendelen.-Deur met deurcode ontgrendelen.-Automatische vergrendeling activeren.-Automatische vergrendeling deactiveren.-Tijdsvertraging van de automatische vergrendelinginstellen.-Wijzigen van de deurcode. (zie 6.2.9 Toegangscodes)-Resetten van de deurcode. (zie 6.2.9 Toegangscodes)-Afstandsbediening koppelen. (zie 6.2.10 Afstandsbedie‐ning )Deur met deurcode vergrendelenDe deurcode-invoer start vanuit de statusweergave.Fig.
80 De volgende waarden kunnen worden ingesteld: 5,15, 60, 90, 120, 180 en 240 secondenuStappen volgens de afbeelding uitvoeren.wTijdsvertraging is ingesteld.Deurcode wijzigen(zie 6.2.9 Toegangscodes)Deurcode resetten(zie 6.2.9 Toegangscodes)Afstandsbediening koppelen(zie 6.2.10 Afstandsbediening )6.2.8 Displayblokkering Deze instelling vermijdt onbedoelde bediening van hetapparaat.Toepassing:-Onbedoeld wijzigen van instellingen en functiesvermijden.-Onbedoeld uitschakelen van het apparaat vermijden.-Onbedoelde temperatuurinstelling vermijden.AanwijzingHet deurslot kan ondanks geactiveerde displayblokkeringaltijd met de pincode (zie 6.2.9 Toegangscodes) wordengeopend en vergrendeld.Displayblokkering activerenFig.81uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven.Fig.82uStappen volgens de afbeelding uitvoeren.wDe displayblokkering is geactiveerd.wDe statusweergave verschijnt.Displayblokkering deactiverenFig.83uStappen volgens de afbeelding uitvoeren.wDe displayblokkering is gedeactiveerd.wDe statusweergave verschijnt.6.2.9 ToegangscodesVerschillende instellingen zijn mogelijk.Toepassing:-Wijzigen van de deurcode.-Resetten van de deurcode.Deurcode Deurcode wijzigenDeze instelling maakt het wijzigen van de deurcode van dedeurvergrendeling mogelijk.De instelling wordt in 3 stappen uitgevoerd:- Invoer van de oude deurcode- Invoer van de nieuwe deurcode- Bevestiging van de nieuwe deurcodeBediening24 * afhankelijk van model en uitvoering
Fig.89uStappen volgens de afbeelding uitvoeren.uEen toets op de afstandsbediening twee keer indrukken.wDe statusled op de afstandsbediening knippert drie keer.wDe afstandsbediening is met het apparaat verbonden.Afstandsbediening scheidenFig.90uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven.Fig. 91uStappen volgens de afbeelding uitvoeren.wDe afstandsbediening is van het apparaat gescheiden.6.2.11 Taal Met deze instelling wordt de taal van de weergave inge‐steld.Taal instellenFig.92uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven.Fig.
93uStappen volgens de afbeelding uitvoeren.wDe geselecteerde taal is ingesteld.6.2.12 Temperatuureenheid Met deze instelling kan de temperatuureenheid van Celsiusnaar Fahrenheit en omgekeerd worden gewisseld.Temperatuureenheid instellenHet voorbeeld toont hoe u de temperatuureenheid vanCelsius naar Fahrenheit wijzigt.Fig. 94uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven.Fig.95uStappen volgens de afbeelding uitvoeren.wDe temperatuureenheid Fahrenheit is ingesteld.6.2.13 Displayhelderheid Deze instelling maakt de trapsgewijze instelling van dedisplayhelderheid mogelijk.De volgende helderheidswaarden kunnen worden ingesteld:-40%-60%-80%-100% (voorinstelling)Displayhelderheid instellenDe volgende stappen beschrijven hoe u de displayhelder‐heid van bijv. 100% tot 40% verlaagt.Bediening26 * afhankelijk van model en uitvoering
Fig. 96uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven. Fig. 97uStappen volgens de afbeelding uitvoeren. wDe displayhelderheid is overeenkomstig gewijzigd. 6. 2. 14 Alarm Sound Met deze functie kunnen alle alarmtonen, bijvoorbeeld deur‐alarm, worden in- en uitgeschakeld. Alarm Sound activerenFig. 98uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven. Fig. 99uStappen volgens de afbeelding uitvoeren. wAlarm Sound is geactiveerd. Alarm Sound deactiverenFig. 100uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven. Fig. 101uStappen volgens de afbeelding uitvoeren. wAlarm Sound is gedeactiveerd. 6. 2. 15 WLAN-verbinding AanwijzingLiebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landenbeschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-codedoor uw model in te voeren.
AanwijzingHet gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboardonder https://smartmonitoring. liebherr. com vereist eengeïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherr-account. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling directmet uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zichopnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken. Deze instelling brengt een snoerloze verbinding tussenapparaat en internet tot stand. De verbinding wordt via deSmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het LiebherrSmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïnte‐greerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijk‐heden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt. AanwijzingAccessoires zijn verkrijgbaar via de klantenservice(zie 9. 3 Klantenservice) en in de Liebherr-Hausgeräte-shoponder home. liebherr. com/shop/de/deu/zubehor. html. Fig.
uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven. Fig. 105uStappen volgens de afbeelding uitvoeren. uInrichtprocedure op uw internetcompatibele eindappa‐raat voortzetten: Liebherr SmartMonitoring DashboardFig. 106uVerbinding wordt gemaakt. wWiFi connecting wordt weergegeven. Het symbool knip‐pert. uInstructies van het Liebherr SmartMonitoring Dashboardopvolgen. wVerbinding is gemaakt. Verbinding verbrekenFig. 107uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven. Fig. 108uStappen volgens de afbeelding uitvoeren. wVerbinding is verbroken. Verbinding resettenFig. 109uNavigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven. Fig. 110uStappen volgens de afbeelding uitvoeren. wDe WiFi-instellingen zijn teruggezet op de toestand vanlevering. 6. 2. 16 LAN-verbinding AanwijzingLiebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landenbeschikbaar.
Controleer de beschikbaarheid via de QR-codedoor uw model in te voeren. AanwijzingHet gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboardonder https://smartmonitoring. liebherr. com vereist eengeïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherr-account. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling directmet uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zichopnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken. Deze instelling zorgt voor een kabelgebonden verbindingtussen het apparaat en het internet tot stand. De verbin‐ding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kanvia het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browserworden geïntegreerd en met geavanceerde opties en indivi‐duele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewakingworden gebruikt. AanwijzingAccessoires zijn verkrijgbaar via de klantenservice(zie 9. 3 Klantenservice) en in de Liebherr-Hausgeräte-shoponder home. liebherr.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Liebherr MRFvg 3511 Perfection stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Liebherr
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast