Liebherr LCexv 4010 MediLine Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Liebherr LCexv 4010 MediLine (16 pagina’s), behorend tot de categorie Vriezer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 94 mensen. Heb je een vraag over Liebherr LCexv 4010 MediLine of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Liebherr |
| Categorie: | Vriezer |
| Model: | LCexv 4010 MediLine |
Foutcodes Liebherr LCexv 4010 MediLine
Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.
| Code | Betekenis | Oplossing |
|---|---|---|
| AFr | Temperatuur in het gedeelte van de productsensor < 0 °C | Contact opnemen met de technische dienst |
| dOr | De deur van het apparaat te lang open | De deur van het apparaat sluiten |
| E0 | Temperatuursensor defect | Contact opnemen met de technische dienst |
| E1 | Temperatuursensor defect | Contact opnemen met de technische dienst |
| E2 | Temperatuursensor defect | Contact opnemen met de technische dienst |
| EE | Fout in de stuurelektronica | Contact opnemen met de technische dienst |
| EF | Fout in de stuurelektronica | Contact opnemen met de technische dienst |
| Etc | Real-time-klok fout | De real-time-klok opnieuw instellen |
| HA | Langere stroomuitval of ongeschikte binnenruimtetemperatuur | Zie paragraaf Oproepen van de opgeslagen alarmtoestanden en uitlezen van het temperatuurverloop |
| HF | Langere stroomuitval of ongeschikte binnenruimtetemperatuur | Zie paragraaf Oproepen van de opgeslagen alarmtoestanden en uitlezen van het temperatuurverloop |
| HI | Temperatuur in het apparaat te hoog (warm) | Controleren of de deur wel correct gesloten is. Wanneer de temperatuur niet daalt, contact opnemen met de technische dienst |
| LO | Temperatuur in het apparaat te laag (koud) | Contact opnemen met de technische dienst |
| rE | Temperatuursensor defect | Contact opnemen met de technische dienst |
Handleiding Liebherr LCexv 4010 MediLine – volledige tekst
26InhoudGradatie van de waarschuwingen. 26Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 26Symbolen op het apparaat. 27Doelmatig gebruik. 27Voorspelbaar misbruik. 27Conformiteitsverklaring. 27EPREL-database. 27Klimaatklasse. 28Geluidsemissie van het apparaat. 28Beschrijving van het apparaat. 28Opstellen. 28Het apparaat uitlijnen. 28Elektrische aansluiting. 28Veiligheidsslot. 28Bedienings- en controleelementen. 29Apparaat in- en uitschakelen. 29Temperatuur instellen. 29Temperatuurweergavemodus. 29Alarm bij openen deur. 30Instellen van de vertragingstijd voor het alarm bij openen deur. 30Instellingen van het geluidssignaal. 30Geluidssignaalfunctie op inactief zetten. 30Alarm-test. 30Alarmmeldingen. 31Instellen van de alarmparameters. 31Oproepen van de opgeslagen alarmtoestanden en uitlezen van het temperatuurverloop. 31Geregistreerde alarmtoestanden HAn terugzetten.
31Waarde van het geregistreerde temperatuurverloop rt terugzetten. 31Voorbeeld van een alarmopvraag 32. Kalibratie van de regelsensor. 32Productsensor (leverbaar accessoire). 32Kalibratie van de productsensor. 32Omschakelen van de temperatuurindicatie tussen regelsensor en productsensor. 32Blokkering van de toetsen. 33Netwerkadres wijzigen. 33Parameter op fabrieksinstelling terugzetten. 33Real-time-klok instellen. 33Wisselen tussen zomertijd/wintertijd. 33Automatische wisseling zomertijd/wintertijd deactiveren/activeren. 33Reinigen. 34Buiten werking stellen. 34Aanwijzing m. b. t. afdanken. 34Storingen. 35Mogelijke foutmeldingen op het display. 35Extern alarm. 35Doorvoering voor een externe temperatuursensor. 36Draairichting deur veranderen.
36Gradatie van de waarschuwingen GEVAAR duidt een direct gevaar aan, die de dood of ernstig licha-melijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt. WAARSCHUWING duidt een gevaarlijke situatie aan, die de dood of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt.
VOORZICHTIG duidt een gevaarlijke situatie aan, die licht of middelzwaar lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt. LET OP duidt een gevaarlijke si-tuatie aan, die materi-ele schade tot gevolg kan hebben wanneer dit ge-vaar niet vermeden wordt. Aanwijzing geeft aan dat praktische aanwijzingen en tips gege-ven worden. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen- WAARSCHUWING: ventilatieope-ningen van de behuizing van het apparaat of de inbouwruimte niet sluiten. - WAARSCHUWING: om het ont-dooien te versnellen, mogen er geen andere mechanische voor-zieningen of andere middelen worden gebruikt dan de door de fabrikant aanbevolen middelen. - WAARSCHUWING: koelmiddelcircuit niet be-schadigen. - WAARSCHUWING: geen elektrische apparaten in het koelvak gebruiken die niet overeenkomen met de door de fabrikant aanbevolen constructie.
- WAARSCHUWING: de netkabel mag bij het plaatsen van het apparaat niet beschadigd raken. - WAARSCHUWING: meervoudige contactdozen/verdeelstrips evenals andere elektronische ap-paraten (zoals bijv. halogeentrafo's) mogen niet aan de achterkant van apparaten geplaatst en gebruikt worden. - WAARSCHUWING: dit apparaat moet volgens de gebruiksaanwijzing worden bevestigd om gevaren door onvoldoende stabiliteit uit te sluiten. - Om letselschade en materiële schade te voor-komen, het plaatsen van het apparaat door 2 personen uit laten voeren.
27NL- Dit apparaat kan door kinderen vanaf 8 jaar en ouder, evenals door personen met beperkte fysische, sensorische of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis worden ge-bruikt, wanneer ze onder toezicht staan of m. b. t. het veilige gebruik van het apparaat instructies hebben gekregen en de daaruit voortvloeiende gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Kinderen mogen het apparaat niet zonder toezicht reinigen en onderhouden. - Na het uitpakken, het apparaat op beschadigin-gen controleren. Bij beschadigingen contact met de leverancier opnemen. Het apparaat niet op de spanningsvoorziening aansluiten. - Langdurig huidcontact met koude oppervlakken (bijv. te koelen/te bevriezen levensmiddelen) voorkomen. Indien nodig veiligheidsmaatregelen nemen (bijv. handschoenen).
- Reparaties en ingrepen aan het apparaat mo-gen enkel door de technische dienst of speciaal daarvoor opgeleid vakpersoneel worden uitge-voerd. Hetzelfde geldt voor het vervangen van het aansluitsnoer. - Reparaties en ingrepen aan het apparaat uit-sluitend uitvoeren, wanneer de netstekker er zichtbaar uitgetrokken is. - Het apparaat uitsluitend volgens de informatie in de gebruiksaanwijzing monteren, aansluiten en verwijderen. - Bij een storing de netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. - Het netsnoer uitsluitend door aan de stekker te trekken van het net loskoppelen. Niet aan de kabel trekken. - In de binnenruimte van het apparaat geen open vuur of ontstekingsbronnen gebruiken. WAARSCHUWINGGevaar van vonkvorming door wrijving als gevolg van stofopeenhopingen op de ventilatorvleugels. Geen stoge voorwerpen in het apparaat bewaren.
Het heeft betrekking op de olie in de compressor en wijst op het volgende gevaar: Kan bij het inslikken en indringen in de luchtwe-gen dodelijk zijn. Deze aanwijzing is alleen voor het recyclingproces van belang. In de normale modus bestaat er geen gevaar. Waarschuwing voor ontvlambare stoen. Deze of een vergelijkbare sticker kan op de achterkant van het apparaat zijn aangebracht. Deze heeft betrekking op de schuimpanelen in de deur en/of de behuizing. Deze aanwijzing is alleen voor het recyclingproces van belang. De sticker niet verwijderen. ConformiteitsverklaringHet koudemiddelcircuit is gecontroleerd op dichtheid. Het appa-raat voldoet aan alle van toepassing zijnde veiligheidsbepalingen en de EU-richtlijnen 2006/42/EG, 2014/30/EU, 2009/125/EG en 2011/65/EU.
Doelmatig gebruikDit apparaat, met een binnenruimte zonder ontstekingsbronnen voor professioneel gebruik, is geschikt voor de opslag van licht ontvlambare producten in gesloten houders, bij temperaturen tus-sen 3 °C en 16 °C (koelgedeelte), -9 °C en -30 °C (vriesgedeelte). De binnenruimte is als explosief gebied van de zone 2 toegelaten conform 2014/34/EU (ATEX-richtlijn). Typische producten om op te slaan zijn onderzoeksmonsters, reagentia, laboratoriuminventaris enz. , die in de explosiegroep IIB+H2 en de temperatuurklasse T6 volgens 2014/34/EU (ATEX-richtlijn) zijn ingedeeld. De explosiegroep is te vinden in het veiligheidsgegevensblad van het product dat moet worden opgeslagen. Neem bij twijfel contact op met de leverancier van het betreende product. Bij opslag van waardevolle resp.
temperatuurgevoelige stoen of producten is het gebruik van een onafhankelijk, permanent bewaakt alarmsysteem noodzakelijk. Dit alarmsysteem moet dusdanig worden gebruikt, dat elke alarm-toestand direct geregistreerd wordt door een bevoegde persoon, die vervolgens passende maatregelen nemen kan.
Voorspelbaar misbruikHet apparaat niet voor de volgende toepassingen gebruiken:• Opslag en koeling van - chemisch instabiele- bloed, plasma of andere lichaamsvloeistoffen voor infusie, toepassing of invoer in het menselijk lichaam. • Toepassing in explosiegevaarlijke omgevingen. • Gebruik buiten of in vochtige en spatwaterzones. Ondeskundig gebruik van het apparaat leidt tot schade of bederf van de opgeslagen producten. EPREL-databaseVanaf 1 maart 2021 zijn informatie over etikettering inzake ener-gieverbruik en vereisten inzake ecologisch ontwerp te vinden in de Europese productdatabase (EPREL). U krijgt toegang tot de productdatabase via de link https://eprel. ec. europa. eu/. Hier wordt u gevraagd de modelidenticatie in te voeren. De modeli-denticatie vindt u op het typeplaatje.
28Elektrische aansluitingHet apparaat uitsluitend met gebruiken. wisselstroomDe toelaatbare spanning en frequentie staan op het typeplaatje. De positie van het typeplaatje is in het hoofdstuk Beschrijving van het apparaat te vinden. Het stopcontact moet correct geaard en elektrisch beveiligd zijn. De uitschakelstroom van de zekering moet tussen 10 A en 16 A liggen. Het stopcontact mag zich niet achter het apparaat bevinden en moet gemakkelijk toegankelijk zijn. Het apparaat niet door middel van een ver-lengkabel of aftakcontactdoos aansluiten. Gebruik geen omvormer (omzetten van ge-lijkstroom naar wisselstroom) of spaarstekker. Gevaar voor beschadiging van de elektroni-sche componenten. Het apparaat uitlijnenBodemoneenheden met de stelpoten com-penseren. LET OPHet apparaat moet horizontaal en verticaal uit-gelijnd worden.
Wanneer het apparaat schuin staat, kan de body van het apparaat vervormen en de deur sluit niet meer juist. Opstellen• Stel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naast een verwarming of dergelijke. • Des te meer koelmiddel in het apparaat aanwezig is, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat staat. In te kleine ruimten kan bij een lek een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet de ruimte minimaal 1 m³ groot zijn. Gegevens over het gebruikte koelmiddel staan op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. • Stel het apparaat altijd tegen een wand op. (1) Bedienings- en controleelementen(2) Typeplaatje(3) Verplaatsbare draagplateaus(4) Dooiwaterschaal(5) Laden(6) StelpotenLET OPDe maximale belasting per draag-plateau bedraagt 40 kg. De maximale belasting per lade bedraagt 20 kg.
Beschrijving van het apparaatGeluidsemissie van het apparaatHet geluidsniveau tijdens het gebruik van het apparaat ligt onder 70 dB(A) (rel. geluidsvermogen 1 pW). Verdere uitrustingskenmerken- Akoestisch en optisch temperatuuralarm. - Akoestisch en optisch alarm bij openen deur.
- Potentiaalvrije contact voor de aansluiting op een bewakings-systeem op afstand. - Seriële interface (RS485) voor de externe temperatuur- en alarmdocumentatie. - Opslag van de minimaal/maximaal opgetreden temperatuur van de binnenruimte. - Opslag van de laatste 3 x temperatuuralarm met tijd, datum en duur van het alarm. - Opslag van de laatste 3 x stroomuitval met tijd, datum en duur van de stroomuitval. - Veiligheidsthermostaat ter voorkoming van temperaturen onder +2 °C. Deze veiligheidstechnische uitrusting moet absoluut wor-den gebruikt om schade aan de opgeslagen koelwaren te voorkomen. Er mag geen deactivering of buitenbedrijfstel-ling van deze uitrustingsonderdelen worden uitgevoerd. Afmetingen van het apparaatVeiligheidsslotHet slot in de deur van het apparaat is met een veiligheidsmechanisme uitgerust. Apparaat afsluiten• Sleutel in de richting naar binnen duwen.
1• Sleutel 90° draaien. Om het apparaat weer te ontgrendelen moet in dezelfde volgorde te werk worden gegaan. KlimaatklasseDe klimaatklasse geeft aan, bij welke omgevingstemperatuur het apparaat gebruikt mag worden om het volledig koelvermogen te bereiken en van welke maximale luchtvochtigheid in de opstellings-ruimte van het apparaat sprake mag zijn opdat zich geen condensaat aan de buitenkant van het apparaat vormt. U vindt de klimaatklasse van het apparaat op het typeplaatje. Klimaatklasse Max. omgevings- temperatuurMax. relatieve luchtvochtigheid3 25 °C 60 %4 30 °C 55 %5 40 °C 40 %7 75 %35 °CDe minimaal toegestane omgevingstemperatuur op de opstel-lingsplaats is 10 °C.
29NLTemperatuur instellen1 sec. op drukken. Het temperatuurdisplay knippert. Temperatuur verhogen (warmer) - op drukken. Temperatuur verlagen (kouder) - op drukken. Opnieuw op toets drukken. De gewenste temperatuurinstelling wordt opgeslaan. AanwijzingIn het warmste deel van de binnenruimte kan de temperatuur hoger zijn dan de ingestelde temperatuur. Wanneer de deur langere tijd geopend wordt, kan de temperatuur in de vakken van het apparaat aanzienlijk stijgen. Algemene beschrijvingTijd- resp. temperatuurgegevens die achter het woord Melding = staan, zijn voorbeelden. In de volgende hoofdstukken wordt de bediening voor het koelge-deelte beschreven. De bediening van het vriesgedeelte is identiek. Apparaat in- en uitschakelenStekker in het stopcontact steken. Melding = OFF. Apparaat inschakelen 5 sec. drukken. Melding =. ONBij de eerste inbedrijfstelling is er geen alarmmelding.
Wordt het apparaat na de eerste inbedrijfstelling gedurende langere tijd van het net gescheiden en de temperatuur in de binnenruimte stijgt tot boven de bovenste alarmgrens, wordt dit door de elektronica als fout herkend ( knippert op het display). Wanneer het apparaat opnieuw in bedrijf gesteld wordt, moet deze melding als hieronder weergegeven teruggezet worden. drukken. + 5 sec. indrukken. Melding = De -LED schijnt nu opnieuw permanent. 5 sec. drukken. De elektronica schakelt terug naar het normale regelbedrijf. Apparaat uitschakelen 5 sec. drukken. Melding = Bedienings- en controleelementen ON/OFF-toets (apparaat in- en uitschakelen) Keuzetoetsen Blokkering van de toetsen Toets voor het opvragen van opgeslagen alarmtoestanden Alarm Uit-toets Enter-toetsTemperatuurweergavemodus De temperatuurweergave kan tussen graden Celsius en graden Fahrenheit gekozen worden.
De elektronica schakelt terug naar het normale regelbedrijf. Symbole im Display Compressor werkt LED knippert - inschakelvertraging van het aggregaat. Na drukcompensatie in het koelmiddelcircuit start de com-pressor automatisch. Ventilator werkt Het apparaat is in de ontdooifase Temperatuurindicatie m. b. v. productsensor is actief LED knippert en wordt aangegeven. De real-time-klok moet opnieuw ingesteld worden. De melding betekent dat de stroomvoorziening en de binnentemperatuur van het apparaat worden geregistreerd. Als op het display knippert, is de stroom uitgevallen of bevindt zich de temperatuur in het apparaat in een ontoelaatbaar bereik. Alarmfunctie Er is sprake van een storing van het apparaat. Neem contact op met de technische dienst. koelgedeelte vriesgedeelte.
30Alarm-testMet deze test wordt de goede werking van de interne en van een eventueel extern aangesloten alarminstallatie gecontroleerd. De koeling van het apparaat wordt tijdens deze test niet onder-broken. + 5 sec. indrukken. • Het display toont nu een temperatuurwaarde van 0,2 °C onder de ingestelde bovenste alarmgrens. • De temperatuurwaarde stijgt nu om de 2 seconden met 0,1 °C. • Bij het bereiken van de bovenste alarmgrens verschijnt op het display. Een op de potentiaalvrije alarmuitgang aangesloten externe alarmeenheid wordt nu geactiveerd. • De temperatuurwaarde stijgt verder tot 0,2 °C boven de bovenste alarmgrens. • Dezelfde procedure voltrekt zich voor de onderste alarmgrens. Op het display verschijnt. Tijdens de test brandt de LED. De elektronica schakelt terug naar het normale regelbedrijf. Test voortijdig afbreken 5 sec. indrukken.
OpmerkingWanneer de waarden van de bovenste en onderste alarmgrens (AL en AH in het hoofdstuk "Instellen van de alarmparameters") op 0 gezet zijn, verschijnen bij deze test op het display en. OpmerkingBij een reële temperatuuralarmtest geldt naast de instelbare alarmparameters AL, AH en Ad een toegevoegde vertragingstijd (60 min). Na het openen van een deur of na ontdooien wordt de alarmver-traging Ad met een extra vertragingstijd verlengd (60 min). Deze extra vertragingstijd mag niet worden veranderd. Zodoende komt een temperatuuralarm na het openen van een deur of na ontdooien later dan met de parameter Ad is ingesteld. Geluidssignaalfunctie op inactief zettenDe geluidssignaalfunctie kan, indien vereist, volledig gedeacti-veerd worden. 5 sec. indrukken. Melding = indrukken tot op het display verschijnt. indrukken. Melding = Met de toetsen of de gewenste instelling selecteren.
Instellingen van het geluidssignaalHet geluidssignaal blijft na het drukken op de toets voor het actuele alarmgeval uitgeschakeld. Wanneer het geluidssignaal weer zelfstandig geactiveerd moet worden, de volgende stappen ondernemen. 5 sec. indrukken. Melding = indrukken tot op het display verschijnt. indrukken. Melding = indrukken. Melding = indrukken. Melding = Het automatisch reactiveren van het geluidssignaal is nu actief. De tijd tot wanneer het geluidssignaal weer klinkt moet worden ingesteld. indrukken. Melding = indrukken. Melding = Instelbereik = 1 - 120 minuten. Met de toetsen of de gewenste instelling selecteren. indrukken. Melding = 5 sec. indrukken. De elektronica schakelt terug naar het normale regelbedrijf. Instellen van de vertragingstijd voor het alarm bij openen deurDe tijd tot het geluidssignaal klinkt na het openen van de deur kan worden veranderd. 5 sec. indrukken.
Melding = indrukken tot op het display verschijnt. indrukken. Melding = Instelbereik = 1 - 5 minuten. Met de toetsen of de gewenste instelling selecteren. indrukken. Melding = 5 sec. indrukken. De elektronica schakelt terug naar het normale regelbedrijf. Alarm bij openen deurWanneer de deur geopend wordt, brandt de LED en de tem -peratuurindicatie begint te knipperen. Wanneer de deur langer dan 60 seconden geopend is, begint de LED te knipperen en op het display knippert en de temperatuurindicatie afwisselend. Het geluidssignaal klinkt (indien de geluidssignaalfunctie niet gedeactiveerd is). Wanneer de deur voor het opslaan van koelwaar langer geopend moet zijn, het geluidssignaal uitschakelen door op de toets te drukken.
31NLOproepen van de opgeslagen alarmtoestanden en uitlezen van het temperatuurverloop indrukken. Melding = Met de toetsen of in de lijst bladeren. Aantal opgetreden temperatuuralarms Actueelst temperatuuralarm Voorlaatst temperatuuralarm Temperatuuralarm voor Aantal stroomuitvallen Actueelste stroomuitval Voorlaatste stroomuitval Stroomuitval voor De periode in uren, waarin de maximaal en minimaal opgetreden binnentemperaturen werden gemeten De hoogst (warmst) gemeten temperatuur De laagst gemeten temperatuurMet de toets het gewenste punt activeren. Wordt deze toets nogmaals ingedrukt, geraakt men terug in de lijst. Het menu kan voortijdig worden verlaten doordat men gedurende 5 sec. op de toets drukt. Wordt binnen 60 seconden op geen toets gedrukt, schakelt de elektronica automatisch terug. Waarde van het geregistreerde temperatuur-verloop rt terugzetten indrukken.
Melding = De toets of indrukken tot op het display verschijnt. indrukken. Melding = - 5 sec. indrukken. Melding = De waarden voor en (hoogst resp. laagst gemeten bin-nentemperatuur) worden daarbij op de op dat moment in de bin-nenruimte heersende temperatuur teruggezet. 5 sec. indrukken. De elektronica schakelt terug naar het normale regelbedrijf. Instellen van de alarmparametersDe alarmgrenzen (verschil ten opzichte van de ingestelde tem-peratuur) en de alarmvertraging (vertraging voordat het alarm afgaat) kunnen ingesteld worden. OpmerkingNa het openen van een deur of na ontdooien wordt de alarmver-traging Ad met een extra vertragingstijd verlengd (60 min). Deze extra vertragingstijd mag niet worden veranderd. Zodoende komt een temperatuuralarm na het openen van een deur of na ontdooien later dan met de parameter Ad is ingesteld. 5 sec. indrukken.
Melding = Bovenste alarmgrens indrukken. Melding = temperatuurverschil in °CMet de toetsen of de gewenste instelling selecteren. Alleen positieve waarden instellen. indrukken. Melding = indrukken. Melding = indrukken. Melding = vertraging van het alarm in minutenMet de toetsen of de gewenste instelling selecteren. indrukken. Melding = 5 sec. indrukken. De elektronica schakelt terug naar het normale regelbedrijf. Alarmmeldingen1. LED knippert op het displayVerschijnt op het display de melding dan heeft zich een sto-ring voorgedaan. Neem a. u. b. contact op met de dichtstbijzijnde technische dienst. 2. LED knippert op het display - melding HI of LOIn de binnenruimte is het te warm (HI) of te koud (LO). Het geluidssignaal klinkt (indien de geluidssignaalfunctie niet gedeactiveerd is). OpmerkingDe alarmparameters kunnen worden ingesteld. Zie paragraaf Instellen van de alarmparameters. 3.
HA / HF / knippert op het displayEr was een langere stroomuitval ( ) of in de binnenruimte was HFhet gedurende een bepaalde periode te warm of te koud (HA). Maximaal drie alarmtoestanden worden opgeslagen en kunnen worden opgeroepen. Geregistreerde alarmtoestanden HAn terug-zetten indrukken. Melding = + 5 sec. indrukken. Melding = 5 sec. indrukken. De elektronica schakelt terug naar het normale regelbedrijf.
32Productsensor (leverbaar accessoire) Met de productsensor kan de temperatuur op een willekeurige plaats in de binnenruimte gemeten resp. geregistreerd worden. • Sensor aansluiten (zie hoofdstuk )Extern alarmSensor activeren 5 sec. drukken. Melding =. Melding = drukken. Melding = drukken. Melding = drukken. Melding = drukken 5 sec. drukken. De elektronica schakelt terug naar het normale regelbedrijf. Wanneer op het display verschijnt, is de productsensor niet geactiveerd. Wenn in der Anzeige verschijnt, is de productsensor niet aangesloten of defect. Kalibratie van de regelsensor (standaard sensor voor de temperatuurregeling)Eventuele toleranties van de regelsensor (weergegeven tempe-ratuur v. w. b. de werkelijke binnentemperatuur) kunnen met deze functie gecompenseerd worden. 5 sec. indrukken. Melding = indrukken tot op het display verschijnt. indrukken.
Melding = fabrieksmatig ingestelde correctiewaardeMet de toetsen of de correctiewaarde in stappen van 0,1 °C verhogen of verlagen. indrukken. Melding = actuele (gecorrigeerde) binnentempera-tuur indrukken. Melding = 5 sec. indrukken. De elektronica schakelt terug naar het normale regelbedrijf. Voorbeeld van een alarmopvraagSituatie: HA/HF/ knippert op het display. indrukken. Melding = indrukken. Melding = Er is geen alarmtoestand met een te hoge of te lage temperatuur opgetreden. Er moet worden overgegaan naar de melding. indrukken. Melding = indrukken tot op het display verschijnt. indrukken. Melding = Er is 1 stroomuitval opgetreden. indrukken. Melding = indrukken. Melding = Actueelste opgetreden stroomuitval. indrukken. Melding = (jaar) indrukken. Melding = (maand 1-12) indrukken. Melding = (dag 1-31) indrukken. Melding = (uur 0-23) indrukken. Melding = (minuut 0-59) indrukken.
De elektronica schakelt terug naar het normale regelbedrijf. Omschakelen van de temperatuurindicatie tussen regelsensor en productsensor 5 sec. indrukken. Melding = indrukken tot op het display verschijnt. indrukken. Melding = (regelsensor) indrukken. Melding = (productsensor)Wanneer de productsensor actief is, verschijnt op het display. indrukken. Melding = 5 sec. indrukken. De elektronica schakelt terug naar het normale regelbedrijf. Kalibratie van de productsensorEventuele toleranties van de productsensor (weergegeven tem-peratuur v. w. b. de werkelijke binnentemperatuur) kunnen met deze functie gecompenseerd worden. 5 sec. indrukken. Melding = indrukken tot op het display verschijnt. indrukken. Melding = Met de toetsen of de correctiewaarde in stappen van 0,1 °C verhogen of verlagen. indrukken. Melding = actuele (gecorrigeerde) productsen-sortemperatuur indrukken. Melding = 5 sec.
33NLReal-time-klok instellenDe real-time-klok is vooraf ingesteld (Midden-Europese tijd). De tijd voor een andere tijdzone moet handmatig worden ingesteld. 5 sec. indrukken. Melding = indrukken. Melding = indrukken. Melding = (jaar) indrukken. Melding = Met de toetsen het jaar instellen. indrukken. indrukken. Melding = (maand 1-12) indrukken. Melding = Met de toetsen de maand instellen. indrukken. indrukken. Melding = (dag 1-31) indrukken. Melding = Met de toetsen de dag instellen. indrukken. indrukken. Melding = (weekdag) (1 = maandag, 7 = zondag) indrukken. Melding = Met de toetsen de weekdag instellen. indrukken. indrukken. Melding = (uur 0-23) indrukken. Melding = Met de toetsen het uur instellen. indrukken. indrukken. Melding = (minuut 0-59) indrukken. Melding = Met de toetsen de minuten instellen. indrukken. 5 sec. indrukken.
De elektronica schakelt terug naar het normale regelbedrijf. Verschijnt op het display, moet de real-time-klok opnieuw ingesteld worden. Blokkering van de toetsenMet de blokkering van de toetsen kan de elektronica tegen on-bedoelde veranderingen worden beveiligd. PIN-code voor de toetsblokkeringsfunctie vastleggen 5 sec. indrukken. Melding = indrukken tot op het display verschijnt. indrukken. Melding = Met de toetsen of een PIN-code tussen 0 en 999 kiezen. indrukken. Melding = 5 sec. indrukken. De elektronica schakelt terug naar het normale regelbedrijf. Blokkering van de toetsen activeren 5 sec. indrukken. Melding = Met de toetsen of de PIN-code kiezen. indrukken. Melding = Alle functies behalve en zijn geblokkeerd. Wanneer een verkeerde PIN-code wordt ingevoerd, schakelt de elektronica naar het normale regelbedrijf terug, zonder de toetsblokkering te activeren.
Parameter op fabrieksinstelling terugzettenMet deze functie kunnen de alarmgrenzen en waarden van de sensorkalibratie op de fabrieksinstelling worden teruggezet. Trek de stekker uit het stopcontact. ingedrukt houden en de netstekker insteken. Melding = drücken. Melding = De elektronica schakelt terug naar het normale regelbedrijf. Netwerkadres wijzigenBij een netwerk van meerdere apparaten via de RS485-interface moet elk apparaat een eigen netwerkadres krijgen. 5 sec. indrukken. Melding = indrukken tot op het display verschijnt. indrukken. Melding = Met de toetsen of het netwerkadres wijzigen (1-207). indrukken. Melding = 5 sec. indrukken. De elektronica schakelt terug naar het normale regelbedrijf. Wisselen tussen zomertijd/wintertijdDe omstelling naar de zomertijd volgt in de elektronica automatisch op de laatste zondag in maart om 2 uur 's morgens.
De omstelling naar de wintertijd volgt in de elektronica automatisch op de laatste zondag in oktober om 2 uur 's morgens. Om de nieuwe tijd te activeren, moet het apparaat na de hierboven vermelde tijdstippen uit- en ingeschakeld worden. Automatische wisseling zomertijd/wintertijd deactiveren/activeren 5 sec. indrukken. Melding = indrukken tot op het display verschijnt. indrukken. Melding = Met de toetsen of de gewenste instelling selecteren. 0 = gedeactiveerd 1 = geactiveerd indrukken. Melding = 5 sec. indrukken. De elektronica schakelt terug naar het normale regelbedrijf.
34Buiten werking stellenWanneer het apparaat het langere tijd leegstaat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en drogen en de deur open houden om schimmelvorming te voorkomen. Aanwijzing m. b. t. afdankenHet apparaat bevat waardevolle materialen en mag niet met het gewoon huis- of grofvuil worden meege-geven. Het recyclen van afgedankte apparaten moet vakkundig gebeuren overeenkomstig de plaatselijk geldende voorschriften en wetten. Beschadig het koelmiddelcircuit van het afgedankte apparaat niet, wanneer u het afvoert. Dit apparaat bevat brandbare gassen in het koelmiddelcircuit en het isolatieschuim. Informatie over correcte verwijdering is verkrijgbaar bij het gemeentehuis/de gemeenteadministratie of een afvalverwer-kingsbedrijf. Reinigen WAARSCHUWINGVoor het reinigen moet het apparaat in elk geval van het net worden losgekoppeld.
De netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. WAARSCHUWINGGevaar voor elektrostatische lading. Kunststofonderdelen enkel met vochtige doek reinigen. VOORZICHTIGGevaar voor beschadiging van onderdelen van het apparaat en verwondingsgevaar door hete damp. Het apparaat niet in met stoomreinigingsappara-tuur reinigen. LET OPAlle oppervlakken in het apparaat moeten regel-matig worden gereinigd. • Reinig de binnenkant, de delen van het interieur en de buitenwand van het apparaat met lauw water waaraan een beetje afwasmiddel is toegevoegd. Geen zand- of zuurhoudende schoonmaakpro-ducten resp. chemische oplosmiddelen gebruiken. • Om kortsluiting te voorkomen, bij het reinigen van het apparaat erop letten dat er geen reinigingswater in de elektrische com-ponenten dringt. • Maak alles goed droog met een doek.
• Maak het aggregaat en de warmtewisselaar (het metalen rooster aan de achterkant van het apparaat) minimaal één keer per jaar stofvrij en schoon. • Beschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat nooit: het is belangrijk voor onze technische dienst.
VriesgedeelteOp de wanden van de vriesruimte wordt na een langere bedrijfstijd een laag rijp resp. ijs gevormd. Hierdoor stijgt het energieverbruik. Ontdooi daarom regelmatig. • Schakel het apparaat uit om het te laten ontdooien. • Neem de laden eruit. • De koelproducten in andere apparaten bewaren. • Laat de deur van het apparaat tijdens het ontdooien open staan. Neem het laatste restje dooiwater met een doek op en maak het apparaat vervolgens schoon. OntdooienKoelgedeelteHet koelgedeelte ontdooit automatisch. 1 Het dooiwater drupt in een schaal onder de verdamper. Deze schaal moet af en toe worden geleegd. De schaal naar voren uittrekken en leegma-ken. 2 Om de dooiwater-schaal niet zo vaak te moeten leegmaken, kan een opvangre-servoir onder de afvoeropening van de dooiwaterschaal worden gesteld. De dooiwaterschaal mag er alleen in de onderste draagrib ingeschoven worden.
35StoringenDe volgende storingen kunt u zelf opsporen en verhelpen:• Het apparaat werkt niet. Controleer:– of het apparaat is ingeschakeld;– of de stekker goed in het stopcontact zit;– of de zekering in de meterkast nog goed is.• De temperatuur is niet laag genoeg. Controleer:– of u de temperatuur goed hebt ingesteld (zie onder "Temperatuur instellen");– of de losse thermometer de juiste waarde aangeeft;– of de ventilatie in orde is;– of het apparaat te dicht bij een warmtebron staat.• Temperatuuralarmtest functioneert niet zoals gewenst.– Zie paragraaf „Alarm-test” en „Instellen van de alarmpa-rameters”Neem, indien geen van de bo-vengenoemde oorzaken van toepassing zijn en u de storing niet zelf verhelpen kunt, con-tact op met de dichtstbijzijnde technische dienst van de leve-rancier van het apparaat.
Geef de volgende gegevens op het typeplaatje door: typeaandui-ding 1, servicenummer 2en apparaatnummer 3. De positie van het typeplaatje is te vinden in het hoofdstuk Be-schrijving van het apparaat.NLMogelijke foutmeldingen op het displayFout-codeFout MaatregelE0, E1, E2, rETemperatuursensor defectContact opnemen met de technische dienstEE, EF Fout in de stuurelektronicaContact opnemen met de technische dienstdOr De deur van het apparaat te lang openDe deur van het apparaat sluitenHI Temperatuur in het apparaat te hoog (warm)Controleren of de deur wel correct gesloten is.
Wanneer de temperatuur niet daalt, contact opnemen met de technische dienst.LO Temperatuur in het apparaat te laag (koud)Contact opnemen met de technische dienstEtc De real-time-klok opnieuw instellen (zie paragraaf "Re-al-time-klok instellen")HF, HA Er was een langere stroomuitval of in de binnenruimte was het gedurende een bepaalde periode te warm of te koud.Zie paragraaf Oproepen van de opgesla-gen alarmtoestanden en uitlezen van het tempera-tuurverloopAFr Temperatuur in het gedeelte van de pro-ductsensor
361. Onderste scharnier afschroe-ven.Opgelet: Het deurlager heeft een veermechanisme voor het auto-matisch sluiten van de deur. Bij het losmaken van de schroeven draait het scharnier naar links.2. Vriesdeur naar beneden weg-nemen.3. Scharnierpen van het scharnier naar de andere kant overzetten.Draairichting deur veranderen4. Scharnierpen van het middelste scharnier afschroeven.5. Koeldeur naar voren trekken en naar beneden wegnemen.4.5.6. Middelste scharnier af-schroeven.Doorvoering van de sensor voor het koel-gedeelteDe gemarkeerde plaats aan de achterzijde van het apparaat openboren.Doorvoering voor een externe temperatuursensorDe trekontlasting eruit trekken.
De trekontlasting bevindt zich in de binnenruimte van het ap-paraat.Koelgedeelte - links bovenaanVriesgedeelte - rechts onderaanDe sensor door de opening bren-gen en de sensorkabel met de trekontlasting beveiligen.Belangrijk!De doorvoeringen van de sensoren aan de achterzijde van het apparaat met het bijgevoegde afdichtingsmateriaal afsluiten!Doorvoering van de sensor voor het vriesgedeelteAfdichtingsmateriaal verwijderen.Doorvoering van de sensor voor het koelgedeelteDoorvoering van de sensor voor het vriesgedeelteDe wisseling van de deurscharniering mag alleen door opgeleid vakpersoneel worden doorgevoerd.Voor de ombouw zijn twee personen noodzakelijk.
37NL18. Stopjes op beide deuren omzetten.7. Bovenste scharnierdelen omzetten.9. Onderste afdekplaatje naar de andere kant overzetten.8. Middelste afdekplaatje naar de andere kant overzetten.12. Koeldeur over scharnierpen schui-ven en sluiten.16. Onderste scharnier aanbren-gen.17. Scharnier 90° draaien - de veer wordt gespannen. Scharnier vastschroeven.15. Vriesdeur over scharnierpen schuiven en sluiten.10. Middelste scharnier aan de linker kant weer monteren.11. Veermechanisme uit de koeldeur trekken en naar de andere kant overzetten.13. Met bijgeleverde steeksleutel het veermechanisme van de koeldeur linksom draaien, tot de zeskant in de proelopening van het middelste scharnier vastklikt.14. Scharnierpen in het middelste scharnier schroeven.19. Greepen vastschroeven. 20. -Drukplaten erop schuiven, tot ze vastklikken.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Liebherr LCexv 4010 MediLine stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Vriezer Liebherr
Handleiding Vriezer
Nieuwste handleidingen voor Vriezer