Liebherr KBPes 3864 Handleiding

Liebherr Koelkast KBPes 3864

Bekijk gratis de handleiding van Liebherr KBPes 3864 (14 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 19 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Liebherr KBPes 3864 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/14
Gebruiks- en montagehandleiding
Vrijstaande koelkast met BioFresh-gedeelte
261109 7084516 - 00
KB/KBes 3864 ... 6

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Liebherr
Categorie: Koelkast
Model: KBPes 3864

Handleiding Liebherr KBPes 3864 – volledige tekst

Inhoudsopgave1 Het apparaat in vogelvlucht. 21. 1 Toepassingen van het apparaat. 21. 2 Conformiteit. 21. 3 Overzicht apparaat en uitrusting. 21. 4 Opstelafmetingen. 31. 5 Energie sparen. 31. 6 HomeDialog. 32 Algemene veiligheidsvoorschriften. 33 Bedienings- en controle-elementen. 43. 1 Bedienings- en controlepaneel. 43. 2 Temperatuurdisplay. 44 In gebruik nemen. 44. 1 Draairichting deur veranderen. 44. 2 Inbouw in het keukenblok. 64. 3 Apparaat transporteren. 64. 4 Apparaat opstellen. 64. 5 Afvalverwerking van de verpakking. 74. 6 Apparaat aansluiten. 74. 7 Apparaat inschakelen. 75 Bediening. 75. 1 Helderheid van het temperatuurdisplay. 75. 2 Kinderbeveiliging. 75. 3 Deuralarm. 75. 4 Koelgedeelte. 75. 5 BioFresh-gedeelte. 95. 6 Vriesvak 10. 6 Onderhoud. 116. 1 Ontdooien 11. 6. 2 Apparaat reinigen 11. 6. 3 Technische Dienst 12. 7 Storingen 12. 8 Afzetten 13. 8. 1 Apparaat uitschakelen 13.

8. 2 Buiten werking stellen 13. 9 Apparaat afdanken 13. De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling vanalle typen en modellen. Daarom vragen wij om uw begrip voorhet feit dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniek moetenvoorbehouden. Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, deinstructies in deze handleiding aandachtig doorlezen a. u. b. De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingen zijnmogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparaten vantoepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*). Gebruiksaanwijzingen zijn gekenmerkt met een ,gebruiksresultaten met een. 1 Het apparaat in vogelvlucht1. 1 Toepassingen van het apparaatHet apparaat is uitsluitend geschikt voor het koelen van levens-middelen. In het geval van het industriële koelen van levensmiddelenmoeten de geldige wettelijke bepalingen in acht wordengenomen.

Het apparaat is niet bedoeld voor het bewaren enkoelen van geneesmiddelen, bloedplasma, laboratoriumsprepa-raten of eendere aan de Europese Richtlijn medische hulpmid-delen 2007/47/EG ten grondslag liggende stoffen en producten. Een abusievelijk gebruik van het apparaat kan schade aan debewaarde producten of het bederf ervan veroorzaken. Boven-dien is het apparaat niet geschikt voor werking in explosiege-vaarlijke omgevingen. Het apparaat is volgens de klimaatklasse gebouwd voor gebruikbij bepaalde omgevingstemperaturen. De klimaatklasse van uwapparaat vindt u op het typeplaatje. AanwijzinguRespecteer de opgegeven omgevingstemperaturen, zonietvermindert de koelprestatie. Klimaat-klassevoor omgevingstemperaturen vanSN 10 °C tot 32 °CN 16 °C tot 32 °CST 16 °C tot 38 °CT 16 °C tot 43 °C1. 2 ConformiteitHet koelmiddelcircuit werd op lekkages gecontroleerd.

(7) Conservenrek,verplaatsbaar(15) Stelpoten vooraan(8) Plateaus, deelbaar,verplaatsbaar1. 4 OpstelafmetingenFig. 2 Model H (mm)KB/KBes 38 18411. 5 Energie sparen-Zorg altijd voor een goede luchttoevoer en -afvoer. Ventila-tieopeningen resp. -roosters niet afdekken. -Ventilatorluchtspleten altijd vrij houden. -Stel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naasteen fornuis, verwarming of dergelijke. -Het energieverbruik is afhankelijk van opstellingsomstandig-heden b. v. de omgevingstemperatuur (zie 1. 1). -Open het apparaat zo kort mogelijk. -Zet de levensmiddelen soort bij soort. -Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt opslaan. Rijpvorming wordt vermeden. -Warme gerechten inleggen: eerst laten afkoelen tot kamer-temperatuur. -Diepvriesproducten in de koelruimte laten ontdooien. -Wanneer het apparaat een dikke rijplaag heeft: apparaatontdooien.

Stof doet het energieverbruik toenemen:-de koelmachine met warmtewisselaar -metalen rooster aan de achterkant vanhet apparaat - eens per jaar afstoffen. 1. 6 HomeDialogAfhankelijk van model en uitvoering kan het appa-raat met de afzonderlijk verkrijgbare modulesvoor het HomeDialog systeem of de seriële inter-face (RS 232) worden uitgerust. De modulen zijnverkrijgbaar bij uw speciaalzaak. Meer informatie vindt u op internet onderwww. liebherr. com. 2 Algemene veiligheidsvoor-schriftenGevaren voor de gebruiker:-Dit apparaat is niet bestemd voor personen (ook kinderen)met fysieke, sensorische of mentale beperkingen ofpersonen, die niet over voldoende ervaring en kennisbeschikken. Tenzij zij door een persoon, die voor hun veilig-heid verantwoordelijk is, in het gebruik van het apparaatworden onderwezen en die aanvankelijk toezicht uitoefent.

Erop toezien, dat kinderen niet met het apparaat spelen. -In geval van storing stekker uit het stopcontact trekken (daarbijniet aan het netsnoer trekken) of zekering uitschakelen.

-Reparaties, aanpassingen aan het apparaat en het vervangenvan het netsnoer alleen laten uitvoeren door de TechnischeDienst of ander daarvoor opgeleid vakpersoneel. -Als u het stroomsnoer van het apparaat uittrekt, altijd bij destekker nemen. Niet aan het snoer trekken. -Apparaat alleen conform de beschrijving in de handleidingmonteren en aansluiten. -Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef hemeventueel aan de volgende eigenaar door. Brandgevaar:-Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maarbrandbaar. Ontsnappend koelmiddel kan vlam vatten. •De buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet bescha-digen. •Binnenin het apparaat geen open vuur of ontstekings-bronnen gebruiken. •Binnenin het apparaat geen elektrische apparatengebruiken (b. v. stoomreinigers, verwarmingsapparatuur,ijsmachines enz. ).

•Wanneer koelmiddel ontsnapt: open vuur of ontstekings-bronnen in de nabijheid van het lekpunt verwijderen. Stekker uit het stopcontact trekken. Ruimte goed venti-leren. Contact opnemen met de Technische Dienst. -Geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijf-gassen, zoals b. v. butaan, propaan, pentaan enz. in het appa-raat bewaren. Zulke spuitbussen zijn herkenbaar aan de opde verpakking vermelde inhoudsstoffen of een vlammensym-bool. Eventueel uittredende gassen kunnen door elektrischecomponenten vlam vatten. -Geen brandende kaarsen, lampen of andere voorwerpen metopen vlammen op of in het apparaat plaatsen. -Sterke alcohol alleen goed gesloten en overeind staandopslaan. Eventueel uittredende alcohol kan door elektrischecomponenten vlam vatten. Gevaar voor vallen en omkiepen:-Plint, laden, deuren enz. niet als voetensteun of om te leunenmisbruiken.

met name waterijs of ijsblokjes niet onmiddellijk en niet te koudconsumeren. Neem de specifieke aanwijzingen in de overige hoofd-stukken in acht:GEVAAR duidt een direct gevaar aan, die dedood of ernstig lichamelijk letsel totgevolg kan hebben wanneer ditgevaar niet vermeden wordt. WAAR-SCHUWINGduidt een gevaarlijke situatie aan, diede dood of ernstig lichamelijk letseltot gevolg kan hebben wanneer ditgevaar niet vermeden wordt. VOOR-ZICHTIGduidt een gevaarlijke situatie aan, dielichamelijk letsel tot gevolg kanhebben wanneer dit gevaar nietvermeden wordt. LET OP duidt een gevaarlijke situatie aan, diemateriële schade tot gevolg kanhebben wanneer dit gevaar nietvermeden wordt. Aanwijzing geeft aan dat praktische aanwij-zingen en tips gegeven worden. 3 Bedienings- en controle-elementen3. 1 Bedienings- en controlepaneelFig.

3 (1) (8)Toets alarm Toets SuperFrost(2) (9)Toets SuperCool Temperatuurdisplay(3) (10)Toets On/Off Symbool HomeDialog(4) (11)Symbool alarm Symbool SuperCool(5) (12)Symbool menu Symbool kinderbeveiliging(6) (13)Insteltoets Down Symbool SuperFrost(7) Insteltoets Up3. 2 TemperatuurdisplayBij normale werking wordt aangegeven:-de gemiddelde koeltemperatuurDe volgende aanduidingen wijzen op een storing. Mogelijkeoorzaken en maatregelen voor het oplossen (zie Storingen). -F0 F9 tot 4 In gebruik nemen4. 1 Draairichting deur veranderenIndien nodig kunt u de draairichting van de deur veranderen:controleer of volgend gereedschap klaar ligt:qTorx 25qTorx 15qschroevendraaierqeventueel accuschroevendraaierqeventueel een tweede persoon voor de montage4. 1. 1 Deur afnemenAanwijzinguVerwijder levensmiddelen uit de opbergvakken voordat dedeur wordt afgenomen, zodat er geen levenmiddelen uitvallen. Fig.

8 (22) terugin te steken. De groef moetnaar voren wijzen. uAfdekking Fig. 7 (27) aan detegenoverliggende kantplaatsen. *Fig. 8 VOORZICHTIGGevaar voor verwonding wanneer de deur eruit valt. uDe beveiliging (21) moet aan de zijkant van de lagerbusinklikken, zodat de lagerbus en dus ook de deur is geborgd. uuBeveiliging (21) op lagerbus weer inklikken. uScharnierbus Fig. 7 (20) opzetten. 4. 1. 4 Greep omzettenuKlik de veerklem Fig. 9 (34) uit de deur en plaats hem naar deandere scharnierkant om. uTil de stop Fig. 9 (30) uit de deurlagerbus en plaats hem om. Fig. 9 uMonteer deurgreep Fig. 9 (31), stop Fig. 9 (32) en druk-platen Fig. 9 (33) af en monteer ze aan de tegenoverliggendekant. uLet bij het monteren van de drukplaten aan de andere kant ophet juiste inklikken. 4. 1. 5 Deur monterenuPlaats de deur van boven op de lagerbout benedenFig. 7 (22). uSluit de deur.

Steek de schroefgatenindien nodig voor of gebruik de accuschroevendraaier. uAfdekking Fig. 4 (10) en afdekking Fig. 4 (11) telkens op detegenoverliggende zijde vastklikken. 4. 1. 6 Deur uitlijnenuDe deur eventueel via de beide langsgaten in de lagerbusonder Fig. 7 (23) ten opzichte van de kast uitlijnen. Daartoemiddelste schroef uitdraaien. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door naar voren kiepende deur. Wanneer de lagerdelen niet goed zijn vastgeschroefd, kan dedeur naar voren kiepen. Bovendien sluit de deur evt. niet, zodathet apparaat niet goed koelt. uDe lagerbussen met min. 4 Nm goed vastschroeven. uAlle schroeven controleren en evt. aandraaien. In gebruik nemen5.

4. 2 Inbouw in het keukenblokFig. 10 (1) (3)Opbouwkast Keukenkast(2) (4)Apparaat WandBij ombouw met standaard keukenkasten (max. diepte 580 mm) kan het apparaat direct naast de keukenkastFig. 10 (3) worden opgesteld. De apparaatdeur springt opzij34 mm en in het midden van het apparaat 50 mm uit ten opzichtevan het keukenkastfront. Hierdoor is de deur zonder problemente openen en sluiten. Belangrijk voor de ventilatie:-houd achter de gehele breedte van de opbouwkast een ruimtevan minstens 50 mm diepte vrij voor luchtafvoer. -De ventilatieruimte onder het plafond moet minstens300 cm2 bedragen. -Hoe groter de ventilatieruimte, hoe energiezuiniger het appa-raat werkt. Plaatst u het apparaat met de scharnierkant naast een muurFig. 10 (4), dan moet de afstand tussen apparaat en muurminstens 36 mm bedragen. Dit in verband met het uitsteken vande deurgreep bij een geopende deur. 4.

3 Apparaat transporterenVOORZICHTIGGevaar voor verwonding en beschadiging door verkeerd trans-port. uHet apparaat verpakt transporteren. uHet apparaat overeind transporteren. uHet apparaat niet alleen transporteren. 4. 4 Apparaat opstellenNeem bij beschadiging van het apparaat onmiddellijk - nog voorhet aansluiten - contact op met de leverancier. De vloer waar het apparaat komt te staan moet waterpas en vlakzijn. Stel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naast eenfornuis, verwarming of dergelijke. Stel het apparaat altijd tegen een wand op. Stel het apparaat niet op zonder hulp. De plaatsingsruimte van uw apparaat moet volgens de normEN 378 per 8 g R 600a koelmiddel over een volume van van1 m3 beschikken. Indien de plaatsingsruimte te klein is, kan ingeval van een lek in het koelmiddelcircuit een ontvlambaar gas-lucht-mengsel ontstaan.

uHet apparaat is ontworpen voor gebruik in een geslotenruimte. Het apparaat niet buiten, in een vochtige omgeving ofbinnen bereik van spatwater plaatsen. WAARSCHUWINGBrandgevaar door koelmiddel. Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maarbrandbaar. Ontsnappend koelmiddel kan vlam vatten. uDe buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet beschadigen. WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging. uPlaats geen warmte afgevende apparaten, bijv. magnetron,toaster enz. op het apparaat. WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging door verstopte luchtroos-ters. uDe luchtroosters regelmatig schoonmaken. Zorg altijd vooreen goede luchttoevoer en -afvoer. uHaal het aansluitsnoer van de achterzijde van het apparaat. Verwijder hierbij de snoerhouder, anders kunnen trillings-geluiden ontstaan. uHaal de beschermfolie van de buitenzijde van het apparaat.

*LET OP*De edelstalen deuren zijn voorzien van een hoogwaardigeoppervlaktecoating en mogen niet met het bijgevoegde reini-gingsmiddel worden behandeld. Dit zou het oppervlak kunnen aantasten. uDe gecoate mogen uitsluitend met eendeuroppervlakkenzachte schone doek worden afgeveegd. uBreng alleen op de een verzor-roestvrijstalen zijwandengingsmiddel gelijkmatig en in slijprichting aan. De reiniging opeen later tijdstip wordt daardoor eenvoudiger. uGelakte zijwanden mogen uitsluitend met een zachteschone doek worden afgeveegd. uTrek de beschermfolie van de sierlijsten. *uVerwijder alle transportbeveiligingsonderdelen. uDoe de verpakking weg (zie 4. 5). LET OPGevaar voor beschadiging door condenswater. uhet apparaat niet direct naast een ander koel-/vriesapparaatzetten. uStel het apparaat met de meegele-verde steeksleutel en met behulpvan de stelvoetjes (A) en eenwaterpas stevig en vlak op.

Als het apparaat in een erg vochtige omgeving staat, kan ercondens worden gevormd op de buitenkant van het apparaat. uZorg altijd goed voor een goede verluchting van de plaat-singsruimte. 4. 5 Afvalverwerking van de verpakkingWAARSCHUWINGGevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie. uKinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen. De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal:-Golfkarton/karton-Voorgevormde delen uit geschuimd polystyreen-Folies en zakken uit polyetheen-Spanbanden uit polypropeenuBreng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamel-punt. 4. 6 Apparaat aansluitenLET OPGevaar voor beschadiging van de elektronische componenten. uGebruik geen omvormer (omzetten van gelijkstroom naarwisselstroom) of spaarstekker. WAARSCHUWINGBrand- en oververhittingsgevaar. uGebruik geen verlengsnoer of verdeeldoos.

Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats vanbestemming moeten met de informaties op het typeplaatje (zieHet apparaat in vogelvlucht) overeenstemmen. Het apparaat alleen aansluiten op een volgens devoorschriften geïnstalleerd stopcontact. Het stopcon-tact moet d. m. v. een zekering van 10 A of zwaarderbeveiligd zijn. Het moet eenvoudig toegankelijk zijn, zodat het appa-raat in urgentiegevallen snel van de stroomvoorzie-ning gescheiden kan worden. uElektrische aansluiting controleren. uApparaat reinigen (zie 6. 2). uSteek de stekker in het stopcontact. 4. 7 Apparaat inschakelenSchakel het apparaat in ongeveer 2 uur voor u er voor het eerstdiepvriesproducten in legt. uToets On/Off Fig. 3 (3) indrukken. wHet temperatuurdisplay geeft de actuele temperatuur weer. wDe binnenverlichting brandt wanneer de deur open is. 5 Bediening5.

1 Helderheid van het temperatuurdis-playU kunt de helderheid van het temperatuurdisplay aanpassen aanhet omgevingslicht. 5. 1. 1 Helderheid instellenDe helderheid is instelbaar tussen (geen verlichting) en h0 h5(maximale lichtsterkte). uInstelmodus activeren: druk gedurende ca. 5 sec.

op de toetsSuperCool Fig. 3 (2). wOp de display wordt aangegeven. cwHet symbool menu Fig. 3 (5) brandt. uMet insteltoets Up Fig. 3 (7) en insteltoets Down Fig. 3 (6)hkiezen. uBevestigen: druk kort op de toets SuperCool Fig. 3 (2). uDisplay helderder instellen: druk op de instel-toets Up Fig. 3 (7). uDisplay donkerder instellen: druk op deinstel-toets Down Fig. 3 (6). uBevestigen: druk op detoets SuperCoolFig. 3 (2). wDe helderheid is op de nieuwe waarde ingesteld. uInstelmodus deactiveren: druk op de toets On/Off Fig. 3 (3). -of-u5 min. wachten. wOp de temperatuurdisplay wordt weer de temperatuur aange-geven. 5. 2 KinderbeveiligingMet de kinderbeveiliging zorgt u ervoor dat kinderen bij hetspelen het apparaat niet onbedoeld uitschakelen. 5. 2. 1 Kinderbeveiliging instellenuInstelmodus activeren: toets SuperCool Fig. 3 (2) ca. 5 sindrukken. wOp de display wordt aangegeven.

cwHet symbool Menu Fig. 3 (5) is verlicht. uDruk kort op de toets SuperCool Fig. 3 (2) om te bevestigen. Als in de display wordt aangegeven:c1uom de kinderbeveiliging in te schakelen, druktu kort op de toets SuperCool Fig. 3 (2). wHet symbool kinderbeveiliging Fig. 3 (12) brandt. Op dedisplay knippert. cAls in de display wordt aangegeven:c0uom de kinderbeveiliging uit te schakelen, drukt u kort op detoets SuperCool Fig. 3 (2). wHet symbool kinderbeveiliging Fig. 3 (12) dooft. Op de displayknippert. cuInstelmodus deactiveren: toets On/Off Fig. 3 (3) indrukken. -of-u5 min. wachten. wOp de temperatuurdisplay wordt opnieuw de temperatuurweergegeven. 5. 3 DeuralarmWanneer de deur langer dan 60 s geopend is, gaat het akoes-tisch alarm af. Het akoestisch alarm stopt automatisch, zodra de deur geslotenwordt. 5. 3.

koudste. Voorin aan de bovenkant en in de deur is het hetwarmste. 5. 4. 1 Levensmiddelen koelenAanwijzingHet energieverbruik stijgt en de koelprestatie vermindert bijonvoldoende ventilatie. uVentilatieluchtspleten altijd vrijlaten. uIn het bovengedeelte en in de deur boter, eieren en conservenbewaren (zie Het apparaat in vogelvlucht). uGebruik om te verpakken herbruikbare dozen van kunststof,metaal, aluminium, glas en vershoudfolie. voor apparaten vanaf hoogte 1216 mm geldt:uhet gedeelte vooraan op de bodem van het koelgedeeltealleen gebruiken om producten korte tijd neer te zetten, bijv. bij het opruimen of sorteren. Levensmiddelen daar niet latenliggen, ze kunnen bij het sluiten van de deur naar achterworden geschoven of omvallen. uLeg de levensmiddelen niet te dicht bij elkaar, zodat de luchtgoed kan circuleren. uFlessen tegen omvallen beveiligen: de flessenhouderverschuiven.

Op de bodem van het koelgedeelte kan naar keuze het geïnte-greerde flessenrek of de glasplaat worden gebruikt:uFlessenrek gebruiken: deglasplaat ruimtebespa-rend onder het flessenrekplaatsen. uFlessen met de onder-kant naar achter tegen deachterwand leggen. Indien de flessen uit hetflessenrek steken:uDe onderste opberg-vakken in de deur eenpositie hoger zetten. 5. 4. 2 Temperatuur instellenDe temperatuur is instelbaar van 9 °C tot 3 °C, aanbevolen wordt5 °C. In het diepvriesvak wordt een gemiddelde temperatuur vanca. –18 °C bereikt. uTemperatuur hoger instellen: insteltoets Up Fig. 3 (7)indrukken. uTemperatuur lager instellen: insteltoets Down Fig. 3 (6)indrukken. wBij de eerste keer indrukken geeft de temperatuurdisplay detot dusver ingestelde waarde aan. uTemperatuur in 1 °C -stappen veranderen: toets kortindrukken. uTemperatuur blijvend veranderen: toets ingedrukt houden.

wTijdens het instellen wordt de temperatuur knipperend aange-geven. wCa. 5 s na het indrukken van de toets wordt de daadwerkelijketemperatuur aangegeven.

De temperatuur past zich lang-zaam aan de nieuwe instelling aan. 5. 4. 3 SuperCoolMet SuperCool schakelt u het hoogste afkoelvermogen in. Daarmee bereikt u lagere koeltemperaturen. Gebruik SuperCoolom grote hoeveelheiden levensmiddelen snel af te koelen. SuperCool heeft een iets hoger energieverbruik. Met SuperCool koelenuToets SuperCool Fig. 3 (2) kort indrukken. wHet symbool SuperCool Fig. 3 (11) is verlicht in de display. wDe koeltemperatuur daalt tot op de koudste waarde. Super-Cool is ingeschakeld. wSuperCool schakelt na 6 tot 12 uur automatisch uit. Het appa-raat werkt in de energiebesparende normale modus verder. SuperCool voortijdig uitschakelenuToets SuperCool Fig. 3 (2) kort indrukken. wHet symbool SuperCool Fig. 3 (11) in de display gaat uit. wSuperCool is uitgeschakeld. 5. 4. 4 Draagplateaus verplaatsenDe plateaus zijn door uittrekstops beveiligd tegen ongewilduittrekken.

uTil het draagplateau op en trek het naarvoren uit. uDraagplateau met de aanslagrand achter naar boven wijzendinschuiven. wDe levensmiddelen vriezen niet aan de achterwand vast. 5. 4. 5 Deelbare draagplateaus gebruikenFig. 11 uDe glasplaat met aanslagrand (2) moet achteraan liggen. 5. 4. 6 Opbergvakken in de deur verplaatsenuVakken uitnemen volgens de afbeel-ding. De boxen kunnen worden uitgenomen en zo op tafel wordengezet. U kunt één of beide boxen gebruiken. Wanneer u heel hogeflessen in de deur wil zetten, hang dan alleen de brede box bovenhet flessenvak. Via de Technische Dienst kunt u drie kleine boxen verkrijgen, inplaats van de standaarduitrusting met één brede en één kleinebox. uBoxen omzetten: naar boven uitnemenen op de gewenste plaats terugzetten. uDeksel afhalen: 90° openen en naarboven losklikken. Bediening8.

5. 4. 7 Flessenhouder uitnemenuFlessenhouder altijd bij het kunststofgedeelte vastnemen. 5. 5 BioFresh-gedeelteIn het BioFresh-gedeelte unnen sommige levensmiddelen totdrie maal langer worden bewaard dan bij traditioneel koelen enblijft de kwaliteit behouden. Voor levensmiddelen met een vervaldatum geldt altijd de datumvermeld op de verpakking. 5. 5. 1 HydroSafeDe HydroSafe is bij een instelling op hoge luchtvochtigheidgeschikt voor het bewaren van onverpakte sla, groenten en fruitdie zelf veel vocht bevatten. Bij een goed gevulde schuifladeontstaat een dauwfris klimaat met een luchtvochtigheid tot maxi-maal 90 %. De luchtvochtigheid in het vak hangt af van het vocht-gehalte van de ingelegde producten en van hoe vaak het vakwordt geopend. U kunt de vochtigheid zelf instellen. 5. 5. 2 DrySafeDe DrySafe is geschikt voor het bewaren van droge of verpaktelevensmiddelen (bijv.

zuivelproducten, vlees, vis, vleeswaren). Hier ontstaat een relatief droog bewaarklimaat. 5. 5. 3 Levensmiddelen bewarenAanwijzinguNiet in het BioFresh-gedeelte horen kougevoelige groentenals komkommers, aubergines, halfrijpe tomaten, courgettesen alle kougevoelige zuidvruchten. uZorg ervoor dat levensmiddelen niet bederven door overge-dragen bacteriën: bewaar onverpakte dierlijke en plantaar-dige levensmiddelen gescheiden van elkaar in de laden. Datgeldt ook voor verschillende soorten vlees. Als u levensmiddelen omwille van plaatsgebrek samen moetbewaren:ude levensmiddelen verpakken. 5. 5.

U kunt de temperatuur lichtjes lager of hoger instellen. De tempe-ratuur is regelbaar van (laagste temperatuur) tot (hoogsteb1 b9temperatuur). De waarde is vooringesteld. Bij de waardenb5 b1tot b4 kan de temperatuur lager dan 0 ° C zijn, zodat de etens-waren licht kunnen aanvriezen. AanwijzingTip voor testinstituten: om in het koelgedeelte temperaturenvan minder dan 3 °C te bereiken:ustel de temperatuur in het BioFresh-gedeelte in op b1-b4. uInstelmodus activeren: gedurende ca. 5 sec. op toets Super-Cool Fig. 3 (2) drukken. wHet symbool menu Fig. 3 (5) licht op. Op de temperatuurdis-play wordt aangegeven. cuMet insteltoets Up Fig. 3 (7) en insteltoets Down Fig. 3 (6)bkiezen. uBevestigen: kort op detoets SuperCool Fig. 3 (2) drukken. uTemperatuur hoger instellen: druk op insteltoets UpFig. 3 (7). uTemperatuur lager instellen: druk op insteltoets DownFig. 3 (6).

uBevestigen: druk op de toets SuperCoolFig. 3 (2). wDe temperatuur past zich langzaam aan denieuwe instelling aan. uInstelmodus deactiveren: druk op toets On/Off Fig. 3 (3). -of-uWacht 5 minuten. wOp de temperatuurdisplay wordt weer de temperatuur aange-geven. 5. 5. 6 De vochtigheid instellen in de HydroSafeuuhoge luchtvochtigheid: schuifrege-laar naar rechts schuiven. 5. 5. 7 LadenFig. 12 uSchuifladen (1) tot aan de aanslag uittrekken. uDaarna de schuiflade achteraan optillen, naar voren trekkenen uitnemen. wBij de onderste schuiflade komt daarbij de ladebeveiliging losen kunt u de schuiflade uitnemen. uSchuifladedeksel (2) met vochtigheidsregeling bij uitge-nomen schuifladen naar boven uitklikken, naar vorenuittrekken. Fig. 13 uSchuifladedeksel (2) terugplaatsen: dekselpen van het schuif-ladedeksel langs onderen in de achterste houder steken,vooraan in de houder klikken.

6 VriesvakIn het vriesvak kunt u bij een temperatuur van -18 °C en lagerdiepvriesproducten en ingevroren levensmiddelen meerderemaanden bewaren, ijsblokjes maken en verse levensmiddeleninvriezen. De luchttemperatuur in het vak, gemeten met een thermometerof andere meetapparatuur, kan schommelen. 5. 6. 1 Levensmiddelen invriezenVOORZICHTIGGevaar voor verwonding door glasscherven. Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen. Ditgeldt met name voor koolzuurhoudend drinken. uFlessen en blikjes met drinken niet invriezen. wDe temperatuur daalt; het apparaat werkt met maximalekoeling. uVerpakte levensmiddelen direct op de draagplateaus leggenen eerst na het invriezen in de schuifladen leggen. Om de levenmiddelen snel door en door te laten bevriezen, magu de volgende hoeveelheden per verpakking niet overschrijden:- fruit, groente max. 1 kg- vlees max.

2,5 kguVerdeel de levensmiddelen in porties en doe ze in diepvries-zakjes of in herbruikbare bakjes van kunststof, metaal ofaluminium. uLeg de levensmiddelen breed op de grond van het vak enbreng ze niet in aanraking met reeds bevroren producten,zodat deze niet beginnen te dooien. uStel de temperatuur 24 u na het invriezen opnieuw hoger in. 5. 6. 2 BewaartijdenRichtwaarden voor de houdbaarheid van verschillendelevensmiddelen in het vriesvak:Consumptieijs 2 tot 6 maandenWorst, ham 2 tot 6 maandenBrood, bakkerijproducten 2 tot 6 maandenWild, varkensvlees 6 tot 10 maandenVette vis 2 tot 6 maandenMagere vis 6 tot 12 maandenKaas 2 tot 6 maandenPluimgedierte, rundvlees 6 tot 12 maandenGroente, fruit 6 tot 12 maandenDe vermelde bewaartijden zijn richtwaarden. 5. 6.

3 Levensmiddelen ontdooien- in het koelgedeelte- bij kamertemperatuur- in een magnetron- in een oven/heteluchtovenuOntdooide levensmiddelen alleen bij wijze van uitzonderingweer invriezen. Bediening10.

5. 6. 4 SuperFrostMet deze functie kunt u nieuwe levensmiddelen snel tot op dekern invriezen. Het apparaat werkt met maximaal koelvermogen,daardoor kunnen geluiden van de koelaggregaat tijdelijk luiderzijn. Bovendien bouwen reeds ingevroren levensmiddelen zo een"koudereserve op". Daardoor blijven de levensmiddelen langerbevroren, wanneer u het apparaat ontdooit. U kunt maximaal zoveel nieuwe levensmiddelen binnen 24 hinvriezen, als op het typeplaatje onder "invriescapaciteit. kg/24h" is aangegeven. De invriescapaciteit is afhankelijk van hetmodel en de klimaatklasse van het apparaat. Met SuperFrost invriezenSuperFrost hoeft u in de volgende gevallen niet in te schakelen:- wanneer u reeds ingevroren waren in de diepvriezer legt- bij het invriezen van max. ca. 2 kg nieuwe levensmiddelendagelijksuToets SuperFrost Fig. 3 (8) eenmaal kort indrukken. wHet symbool SuperFrost Fig.

3 (13) is verlicht. wDe vriestemperatuur daalt, het apparaat werkt met maximaalkoelvermogen. Bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen:uca. 6 u wachten. uDe nieuwe levensmiddelen in de vakken leggen. Bij de maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen:uca. 24 u wachten. wSuperFrost schakelt automatisch uit. Naargelang hoeveel-heid nieuwe levensmiddelen op zijn vroegst na 30 h uiterlijkna 65 h. wHet symbool SuperFrost Fig. 3 (13) gaat uit. wHet apparaat werkt in de energiebesparende normale modusverder. 6 Onderhoud6. 1 Ontdooien6. 1. 1 Koelgedeelte ontdooienHet koelgedeelte ontdooit automatisch. Het dooiwater verdampt. Waterdruppels op de achterwand zijn normaal en wijzen niet opeen storing. uAfvoeropening regelmatig reinigen, zodat het dooiwater kanweglopen (zie 6. 2). 6. 1. 2 Vriesvak ontdooienIn het vriesvak vormt zich na verloop van tijd een rijp- resp. ijslaag.

Dat is heel normaal. De rijp- resp. ijslaag wordt snellergevormd, indien de deur vaak wordt geopend of indien de inge-legde levensmiddelen warm zijn. Een dikke ijslaag doet echterhet energieverbruik stijgen.

Daarom moet u het apparaat regel-matig ontdooien. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom. uVoor het ontdooien geen elektrische kacheltjes of stoomrei-nigers, open vuur of ontdooispray gebruiken. uGebruik geen scherpe voorwerpen om ijs te verwijderen. uSchakel één dag voor het ontdooien de SuperFrost-functie in. uSchakel het apparaat uit. wDe temperatuurdisplay gaat uit. wAls de temperatuurdisplay niet uitgaat, is de kinderbeveiligingingeschakeld (zie 5. 2). uTrek de stekker uit. uWikkel de diepvriesproducten in krantenpapier of in eendeken en bewaar op een koele plek. uPlaats een pan met heet, niet kokendwater op de bodem van het vak. wHet ontdooien wordt versneld. uLaat de deur van het vak en van hetapparaat open tijdens het ontdooien. uLosgeraakte ijsstukken uitnemen. uIndien nodig neemt u het dooiwater enkele keren op met eenspons of doek.

uHet vak reinigen (zie 6. 2). 6. 2 Apparaat reinigenVoor het reinigen:VOORZICHTIGGevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom. Hete stoom kan de oppervlakken beschadigen en brandwondenveroorzaken. uGebruik geen stoomreinigers. LET OPVerkeerd reinigen kan het apparaat beschadigen. uGebruik reinigingsmiddelen niet in geconcentreerde vorm. uGebruik geen schurende of krassende sponsjes of staalwol. uGebruik geen schoonmaakmiddelen die zand, chloor, chemi-caliën of zuren bevatten. uGebruik geen chemische oplosmiddelen. uBeschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkant vanhet apparaat niet. Dit is belangrijk voor de Technische Dienst. uKabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken ofbeschadigen. uLaat geen reinigingswater in de afvoergoot, de ventilatieroos-ters en elektrische delen terecht komen. uApparaat leegmaken. uTrek de stekker uit.

- Gebruik zachte poetsdoeken en een allesreinigermet een neutrale pH-waarde. - Gebruik in de binnenruimte van het apparaat enkellevensmiddelenvriendelijke reinigings- en onder-houdsproducten.

Buitenwanden en binnenruimte:uRoosters voor luchtaan- en afvoer regelmatig reinigen. wStof verhoogt het energieverbruik. uBuiten- en binnenwanden van kunststof met lauwwarm wateren een beetje afwasmiddel met de hand reinigen. LET OP*De edelstalen deuren zijn voorzien van een hoogwaardigeoppervlaktecoating en mogen niet met het bijgevoegde reini-gingsmiddel worden behandeld. Dit zou het oppervlak kunnen aantasten. uDe gecoate mogen uitsluitend met eendeuroppervlakkenzachte schone doek worden afgeveegd. Bij sterke vervuilingkunt u wat water of een neutraal schoonmaakmiddelgebruiken. Naar wens kan ook een microvezeldoek wordengebruikt. uRoestvrijstalen zijwanden bij vervuiling met een gebruike-lijke roestvrijstaalreiniger reinigen. Vervolgens het meegele-verde rvs onderhoudsmiddel gelijkmatig in slijprichtingaanbrengen.

uGelakte zijwanden mogen uitsluitend met een zachteschone doek worden afgeveergd. Bij sterke vervuiling kunt uwat water of een neutraal schoonmaakmiddel gebruiken. Naar wens kan ook een microvezeldoek worden gebruikt. RVS onderhoudsmiddel niet op glazen of kunststof oppervlakkenaanbrengen om krassen te vermijden. Donkere plekken in hetbegin en een intensievere kleur van het edelstalen oppervlak zijnnormaal. Onderhoud11.

uAfvoeropening reinigen: vuil met eendun hulpmiddeltje, bijv. een watten-staafje, verwijderen. Onderdelen:uOnderdelen met lauwwarm water en een beetje afwasmiddelmet de hand reinigen. uOm schoon te maken de geleiders voor de halve glasplatenafnemen. uPlateaus uit elkaar nemen: lijsten enzijkanten afhalen. uDeurvakken uit elkaar nemen:beschermfolie van de sierlijst afhalen. uBoxen uitnemen en het deksel dooroptillen weghalen. Na het reinigen:uApparaat en onderdelen droogwrijven. uApparaat weer aansluiten en inschakelen. uSuperFrost inschakelen (zie 5. 6. 4). uDe levensmiddelen weer inleggen. 6. 3 Technische DienstProbeer eerst of u de storing zelf kunt verhelpen (zieStoringen). Mocht dit niet het geval zijn, neem dan contact opmet de Technische Dienst. Het adres vindt u in het bijgevoegdoverzicht. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door onvakkundige reparatie.

uReparaties en aanpassingen aan apparaat en netsnoer dieniet uitdrukkelijk vermeld worden (zie Onderhoud), alleendoor de Technische Dienst laten uitvoeren. uApparaataanduidingFig. 14 (1), service-nr. Fig. 14 (2) en serie-nr. Fig. 14 (3) van het type-plaatje aflezen. Hettypeplaatje bevindtzich aan de linkerkantbinnen in het apparaat. Fig. 14 uContact opnemen met de Technische Dienst en het probleem,apparaataanduiding Fig. 14 (1), service-nr. Fig. 14 (2) enserie-nr. Fig. 14 (3) mededelen. wDit maakt een snelle en doelgerichte service mogelijk. uHet apparaat gesloten laten, totdat de Technische Dienstkomt. wDe levensmiddelen blijven langer koel. uTrek de stekker uit het stopcontact (daarbij niet aan het snoertrekken) of de draai de zekering uit. 7 StoringenUw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veiligewerking en lange levensduur gegarandeerd zijn.

Volgende storingen kunt u zelf verhelpen:Het apparaat functioneert niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. →De stekker zit niet goed in het stopcontact. uStekker controleren. →De zekering in het stopcontact is niet in orde. uZekering controleren. De compressor blijft lopen. →De compressor schakelt bij een verminderde koudebehoefteover op een lager toerental. Hoewel de looptijd daardoorlanger is, wordt energie bespaard. uDat is bij energiebesparende modellen normaal. →SuperFrost is ingeschakeld. uOm de levensmiddelen snel af te koelen, draait decompressor langer. Dit is normaal. →SuperCool is ingeschakeld. uOm de levensmiddelen snel af te koelen, draait decompressor langer. Dit is normaal. Geluiden zijn te luid. →Op toerental gestuurde* compressoren kunnen naar aanlei-ding van de verschillende draaisnelheden verschillendegeluiden veroorzaken.

uHet geluid is normaal. Een borrelen en klateren→Dit geluid stamt van het koelmiddel, dat door het koelcircuitstroomt. uHet geluid is normaal. Een zacht klikken→Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelenvan de koelaggregaat (de motor). uHet geluid is normaal. Een brommend geluid. Kan voor korte tijd iets luider zijn,wanneer de koelaggregaat (de motor) inschakelt. →Bij ingeschakelde SuperFrost, nieuw opgeslagen levensmid-delen of na lang geopende deur wordt het koelvermogenautomatisch verhoogd. uHet geluid is normaal. →Bij ingeschakelde SuperCool, nieuw opgeslagen levensmid-delen of na lang geopende deur wordt het koelvermogenautomatisch verhoogd. uHet geluid is normaal. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uOplossing: (zie 1. 1)Een lage bromtoon. →Het geluid ontstaat door luchtstromingsgeluiden van deventilator. uHet geluid is normaal. Vibratiegeluiden.

uFlessen en containers uit elkaar zetten. In de temperatuurdisplay wordt aangegeven: tot F0 F9→Het betreft een storing. uContact opnemen met de Technische Dienst (zie Onder-houd). In de temperatuurdisplay brandt DEMO. →De demonstratie-modus is geactiveerd. uContact opnemen met de Technische Dienst (zie Onder-houd). Temperatuur is niet laag genoeg. →De deur is niet goed gesloten. uDeur van het apparaat sluiten. Storingen12.

→Niet voldoende be- en ontluchting. uLuchtrooster schoonmaken. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uOplossing: (zie 1. 1). →Het apparaat werd te vaak of te lang geopend. uAfwachten of de benodigde temperatuur weer vanzelf wordtbereikt. Zo niet, contact opnemen met de Technische Dienst(zie Onderhoud). →U heeft teveel nieuwe levensmiddelen zonder SuperFrostopgeslagen. uOplossing: (zie 5. 6. 4)→De temperatuur is verkeerd ingesteld. uStel de temperatuur lager in en controleer na 24 u. →Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron. uOplossing: (zie In gebruik nemen). De binnenverlichting brandt niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. →De deur was langer dan 15 min. open. uDe binnenverlichting schakelt bij geopende deur naca. 15 min. automatisch uit.

→De LED-verlichting is defect of de afdekking is beschadigd:WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door een elektrische schok. Onder de afdekking bevinden zich stroomgeleidende delen. uLED-binnenverlichting uitsluitend door de Technische Dienstof daarvoor geschoold personeel laten vervangen of repa-reren. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door laserstraling klasse 1M. uKijk niet naar binnen als de afdekking open is. 8 Afzetten8. 1 Apparaat uitschakelenuToets On/Off Fig. 3 (3) ca. 2 s indrukken. wHet temperatuurdisplay is uit. 8. 2 Buiten werking stellenuApparaat leegmaken. uStekker uittrekken. uApparaat reinigen (zie 6. 2). uLaat de deur wat open staan zodat er geen onaangenamegeuren kunnen ontstaan. 9 Apparaat afdankenHet apparaat bevat nog waardevolle materialen enmag niet met het gewoon huis- of grofvuil wordenmeegegeven.

Het recyclen van afgedankte appa-raten moet vakkundig gebeuren overeenkomstig deplaatselijk geldende voorschriften en wetten. Let erop dat bij het afvoeren van het afgedankte apparaat hetkoelmiddelcircuit niet wordt beschadigd, zodat het koelmiddel(informatie op het typeplaatje) of de olie erin niet ongewild vrij-komen. uApparaat onbruikbaar maken.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Liebherr KBPes 3864 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden