Liebherr IKBP 3550-20 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Liebherr IKBP 3550-20 (12 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Liebherr IKBP 3550-20 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Liebherr |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | IKBP 3550-20 |
| Apparaatplaatsing: | Vrijstaand |
| Kleur van het product: | Wit |
| Deurscharnieren: | Rechts |
| Breedte: | 559 mm |
| Diepte: | 544 mm |
| Hoogte: | 1770 mm |
| Netbelasting: | - W |
| Geluidsniveau: | 35 dB |
| Jaarlijks energieverbruik: | 89 kWu |
| Breedte verpakking: | 572 mm |
| Diepte verpakking: | 622 mm |
| Hoogte verpakking: | 1829 mm |
| Energie-efficiëntieklasse (oud): | A+++ |
| Draairichting deur verwisselbaar: | Ja |
| Nettocapaciteit koelkast: | 301 l |
| Brutocapaciteit koelkast: | - l |
| Vers zone compartiment: | Ja |
| Klimaatklasse: | SN-T |
| Vers zone compartiment netto capaciteit: | 90 l |
Handleiding Liebherr IKBP 3550-20 – volledige tekst
Inhoudsopgave1 Het apparaat in vogelvlucht. 21. 1 Apparaten- en uitrustingsoverzicht. 21. 2 Toepassingen van het apparaat. 21. 3 Conformiteit. 31. 4 Energie sparen. 32 Algemene veiligheidsvoorschriften. 33 Bedienings- en controle-elementen. 43. 1 Bedienings- en controle-elementen. 43. 2 Temperatuurdisplay. 44 In gebruik nemen. 44. 1 Apparaat inschakelen. 45 Bediening. 55. 1 Kinderbeveiliging. 55. 2 Deuralarm. 55. 3 Koelgedeelte. 55. 4 BioFresh-gedeelte. 75. 5 Vriesvak. 86 Onderhoud. 96. 1 Ontdooien. 96. 2 Apparaat reinigen. 96. 3 Technische Dienst. 107 Storingen. 108 Uitzetten. 118. 1 Apparaat uitschakelen. 118. 2 Buiten werking stellen. 119 Apparaat afdanken. 11De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkelingvan alle typen en modellen. Daarom vragen wij om uw begripvoor het feit dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniekmoeten voorbehouden.
Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, deinstructies in deze handleiding aandachtig doorlezen a. u. b. De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingen zijnmogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparaten vantoepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*). Gebruiksaanwijzingen zijn gekenmerkt met een ,gebruiksresultaten met een. 1 Het apparaat in vogelvlucht1. 1 Apparaten- en uitrustingsoverzichtFig. 1 (1) Bedienings- encontrole-elementen(11) Flessenrek(2) (12)Vriesvak Flessenhouder(3) (13)Ventilator LED-verlichting BioFresh-gedeelte(4) LED-lichtzuil, aan beidekanten(14) DrySafe(5) (15)Plateau Vochtreguleringsplaat(6) (16)Plateau, deelbaar HydroSafe(7) (17)VarioSafe* Afvoeropening(8) Geïntegreerd flessen-plateau*(18) Sluitdemper(9) (19)Boxenopbergvak Typeplaatje(10) ConservenrekAanwijzinguLevensmiddelen zoals in de afbeelding getoond sorteren.
Gebruik het apparaat alleen voor huishoudelijketoepassingen. Alle andere toepassingen zijnniet toegestaan. Het apparaat is niet geschiktvoor het bewaren en koelen van medicijnen,bloedplasma, laboratoriumpreparaten en derge-lijke stoffen en producten als genoemd in derichtlijn inzake medische hulpmiddelen2007/47/EG. Misbruik van het apparaat kanleiden tot schade aan bewaarde producten oftot bederf ervan. Daarnaast is het apparaat nietgeschikt voor gebruik op plaatsen waar ontplof-fingsgevaar kan heersen. Het apparaat is volgens de klimaatklassegebouwd voor gebruik bij bepaalde omgevings-temperaturen. De klimaatklasse van uw appa-raat vindt u op het typeplaatje. AanwijzinguRespecteer de opgegeven omgevingstempe-raturen, zoniet vermindert de koelprestatie. Klimaat-klassevoor omgevingstemperaturen vanSN 10 °C tot 32 °CN 16 °C tot 32 °CST 16 °C tot 38 °CT 16 °C tot 43 °C1.
3 ConformiteitHet koelmiddelcircuit werd op lekkages gecontroleerd. Hetapparaat voldoet in de inbouwstaat aan de van toepassingzijnde veiligheidsbepalingen en de EG-richtlijnen 2006/95/EG,2004/108/EG, 2009/125/EG en 2010/30/EU. De BioFresh-lade voldoet aan de eisen van een koelladevolgens EN ISO 15502. Aanwijzing voor keuringsinstituten:De keuringen moeten worden uitgevoerd volgens degeldende normen en richtlijnen. De voorbereiding en keuring van de apparaten moeten metinachtneming van de beladingsschema's van de fabri-kant aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing en deworden uitgevoerd. 1. 4 Energie sparen-Zorg altijd voor een goede luchttoevoer en -afvoer. Ventila-tieopeningen resp. -roosters niet afdekken. -Ventilatorluchtspleten altijd vrij houden. -Stel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naasteen fornuis, verwarming of dergelijke.
-Zet de levensmiddelen soort bij soort. (zie Het apparaat invogelvlucht). -Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt opslaan. Rijpvorming wordt vermeden. -Levensmiddelen slechts zolang als nodig buiten het appa-raat laten staat, zodat ze niet te warm worden. -Warme gerechten in de kast plaatsen: eerst laten afkoelentot kamertemperatuur. -Diepvriesproducten in de koelruimte laten ontdooien. *-Wanneer het apparaat een dikke rijplaag heeft: apparaatontdooien. *2 Algemene veiligheidsvoor-schriftenGevaren voor de gebruiker:-Dit apparaat kan door kinderen vanaf 8 jaaren ouder, evenals door personen metbeperkte fysische, sensorische of mentalecapaciteiten of gebrek aan ervaring en kennisworden gebruikt, wanneer ze onder toezichtstaan of m. b. t. het veilige gebruik van hetapparaat instructies hebben gekregen en dedaaruit voortvloeiende gevaren begrijpen.
Kinderen mogen niet met het apparaatspelen. Kinderen mogen het apparaat nietzonder toezicht reinigen en onderhouden. -Als u het stroomsnoer van het apparaat uithet stopcontact trekt, altijd bij de stekkernemen. Niet aan het snoer trekken. -Trek, in geval van een storing, de stekker uithet stopcontact of schakel de beveiliging uit. -Beschadig het netsnoer niet. Gebruik hetapparaat niet wanneer het netsnoer defect is. -Reparaties, aanpassingen aan het apparaaten het vervangen van het netsnoer alleenlaten uitvoeren door de Technische Dienst ofander daarvoor opgeleid vakpersoneel. -Het apparaat alleen conform de beschrijvingin de handleiding inbouwen, aansluiten enafvoeren. -Het apparaat alleen in ingebouwde toestandin gebruik nemen. -Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldigen geef hem eventueel aan de volgende eige-naar door.
•De buisleidingen van het koelmiddelcircuitniet beschadigen. •Binnenin het apparaat geen open vuur ofontstekingsbronnen gebruiken. •Binnenin het apparaat geen elektrischeapparaten gebruiken (b. v. stoomreinigers,verwarmingsapparatuur, ijsmachines enz. ). Algemene veiligheidsvoorschriften* afhankelijk van model en uitvoering 3.
•Wanneer er koelmiddel weglekt: Zorg datzich geen open vuur of ontstekingsbronnenin de buurt van de lekkage bevinden. Ruimte goed ventileren. Contact opnemenmet de Technische Dienst. -Geen explosieve stoffen of spuitbussen metbrandbare drijfgassen, zoals b. v. butaan,propaan, pentaan enz. in het apparaatbewaren. Zulke spuitbussen zijn herkenbaaraan de op de verpakking vermelde inhouds-stoffen of een vlammensymbool. Eventueelontsnappende gassen kunnen door elektri-sche componenten vlam vatten. -Alkoholische dranken of andere verpakkingendie alcohol bevatten, mogen uitsluitend goedafgesloten worden bewaard. Eventueel uittre-dende alcohol kan door elektrische compo-nenten vlam vatten. Gevaar voor vallen en omkiepen:-Plint, laden, deuren enz. niet als voetensteunof om te leunen misbruiken. Dit geldt in hetbijzonder voor kinderen.
Gevaar voor voedselvergiftiging:-Te lang opgeslagen levensmiddelen nietmeer nuttigen. Gevaar voor bevriezingen, gevoelloosheiden pijn:-Langdurig huidcontact met koude opper-vlakken en gekoelde of ingevroren levens-middelen vermijden of veiligheidsmaatre-gelen treffen, b. v. handschoenen dragen. Consumptie-ijs, met name waterijs ofijsblokjes niet onmiddellijk en niet te koudconsumeren. Gevaar voor verwonding en beschadiging:-Hete stoom kan letsel tot gevolg hebben. Voor het ontdooien geen elektrische kachel-tjes of stoomreinigers, open vuur of ontdoois-pray gebruiken. -IJs niet met scherpe voorwerpen verwijderen. Gevaar voor inklemmen-Niet in de sluitdemper grijpen. Bij het sluitenvan de deur kunnen de vingers worden inge-klemd.
Neem de specifieke aanwijzingen in deoverige hoofdstukken in acht:GEVAAR duidt een direct gevaar aan, die dedood of ernstig lichamelijk letsel totgevolg kan hebben wanneer ditgevaar niet vermeden wordt. WAAR-SCHUWINGduidt een gevaarlijke situatie aan,die de dood of ernstig lichamelijkletsel tot gevolg kan hebbenwanneer dit gevaar niet vermedenwordt.
VOOR-ZICHTIGduidt een gevaarlijke situatie aan,die lichamelijk letsel tot gevolg kanhebben wanneer dit gevaar nietvermeden wordt. LET OP duidt een gevaarlijke situatie aan,die materiële schade tot gevolg kanhebben wanneer dit gevaar nietvermeden wordt. Aanwijzing geeft aan dat praktische aanwij-zingen en tips gegeven worden. 3 Bedienings- en controle-elementen3. 1 Bedienings- en controle-elementenFig. 2 (1) (6)Toets On/Off Symbool SuperCool(2) (7)Temperatuurdisplay Toets Alarm(3) (8)Insteltoets Up Symbool Menu(4) (9)Insteltoets Down Symbool Kinderbeveili-ging(5) Toets SuperCool3. 2 TemperatuurdisplayBij normale werking wordt aangegeven:-de gemiddelde koeltemperatuurDe volgende aanduidingen wijzen op een storing. Mogelijkeoorzaken en maatregelen voor het oplossen (zie Storingen). -F0F0F0F0F0 F9F9F9F9F9 tot 4 In gebruik nemen4.
1 Apparaat inschakelenSchakel het apparaat in ongeveer 2 uur voordat u ervoor het eerst diepvriesproducten inlegt. *uOpen de deur. uToets On/Off Fig. 2 (1) indrukken. wHet temperatuurdisplay geeft de actuele temperatuur weer. wDe binnenverlichting brandt wanneer de deur open is. wWanneer op het display „DEMO” wordt aangegeven, is dedemonstratiemodus geactiveerd. U kunt contact opnemenmet de Technische Dienst. Bedienings- en controle-elementen4 * afhankelijk van model en uitvoering.
5 Bediening5. 1 KinderbeveiligingMet de kinderbeveiliging zorgt u ervoor dat kinderenbij het spelen het apparaat niet onbedoeld uitscha-kelen. 5. 1. 1 Kinderbeveiliging instellenuInstelmodus activeren: toets SuperCool Fig. 2 (5) ca. 5 sindrukken. wOp de display wordt aangegeven. cccccwHet symbool Menu Fig. 2 (8) is verlicht. uDruk kort op de toets SuperCool Fig. 2 (5) om te bevestigen. Als in de display wordt aangegeven:c1c1c1c1c1uom de kinderbeveiliging in te schakelen,drukt u kort op de toets SuperCool Fig. 2 (5). wHet symbool kinderbeveiliging Fig. 2 (9) brandt. Op dedisplay knippert. cccccAls in de display wordt aangegeven:c0c0c0c0c0uom de kinderbeveiliging uit te schakelen, drukt u kort op detoets SuperCool Fig. 2 (5). wHet symbool kinderbeveiliging Fig. 2 (9) dooft. Op dedisplay knippert. cccccuInstelmodus deactiveren: toets On/Off Fig. 2 (1) indrukken. -of-u5 min. wachten.
wOp de temperatuurdisplay wordt opnieuw de temperatuurweergegeven. 5. 2 DeuralarmWanneer de deur langer dan 60 seconden geopendis, gaat het akoestisch alarm af. Het akoestisch alarm stopt automatisch, zodra dedeur gesloten wordt. 5. 2. 1 Deuralarm deactiverenHet akoestisch alarm kan bij geopende deur worden uitgescha-keld. Het deactiveren werkt zolang de deur open staat. uToets Alarm Fig. 2 (7) indrukken. wHet akoestisch alarm gaat uit. 5. 3 KoelgedeelteDoor de natuurlijke luchtcirculatie in het koelgedeelte ontstaaner verschillende temperatuurbereiken. Direct boven de afschei-ding tussen de BioFresh zone en de achterzijde is het hetkoudste. Voorin aan de bovenkant en in de deur is het hetwarmste. 5. 3. 1 Levensmiddelen koelenuIn het bovengedeelte en in de deur boter en conservenbewaren.
uLevensmiddelen die veel ethyleengas afgeven of daargevoelig voor zijn, zoals fruit, groenten en salades, altijdapart bewaren of verpakken, om de bewaartijd niet teverkorten; bijv. tomaten niet samen bewaren met kiwi's ofkool. uhet gedeelte vooraan op de bodem van het koelgedeeltealleen gebruiken om producten korte tijd neer te zetten, bijv. bij het opruimen of sorteren. Levensmiddelen daar niet latenliggen, ze kunnen bij het sluiten van de deur naar achterworden geschoven of omvallen. uLeg de levensmiddelen niet te dicht bij elkaar, zodat de luchtgoed kan circuleren. 5. 3. 2 Temperatuur instellenDe temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren:-hoe vaak de deur wordt geopend-de ruimtetemperatuur op de opstellocatie-de aard, temperatuur en hoeveelheid levensmiddelenDe temperatuur is instelbaar van 9 °C tot 3 °C, aanbevolenwordt 5 °C.
In het diepvriesvak wordt een gemiddelde temperatuur vanca. –18 °C bereikt. *AanwijzingWanneer de temperatuur lager dan 3 °C moet zijn:uKoeltemperatuur op 3 °C instellen. uBioFresh-temperatuur op een waarde tussen (ietsb4b4b4b4b4kouder) en (het koudst) instellen (zie 5. 4)b1b1b1b1b1uTemperatuur hoger instellen: insteltoets Up Fig. 2 (3)indrukken. uTemperatuur lager instellen: insteltoets Down Fig. 2 (4)indrukken. wBij de eerste keer indrukken geeft de temperatuurdisplay detot dusver ingestelde waarde knipperend aan. uTemperatuur in 1 °C -stappen veranderen: toets kortindrukken. uTemperatuur blijvend veranderen: toets ingedrukt houden. wTijdens het instellen wordt de temperatuur knipperendaangegeven. wCa. 5 s na het indrukken van de toets wordt de daadwerke-lijke temperatuur aangegeven. De temperatuur past zichlangzaam aan de nieuwe instelling aan. 5. 3.
3 SuperCoolMet SuperCool schakelt u het hoogste afkoelver-mogen in. Daarmee bereikt u lagere koeltempera-turen. Gebruik SuperCool om grote hoeveelheidenlevensmiddelen snel af te koelen. SuperCool heeft een iets hoger energieverbruik.
3 uDe glasplaat (1) met de uittrekstoppers moet vooraanliggen, zodat de stoppers (3) naar beneden wijzen.uBreng geleiders en deelbare plateaus bij apparaten met eenvriesvak niet aan vóór de ventilator.*5.3.6 Geïntegreerd flessenrek gebruikenOp de bodem van het koelgedeelte kan naar keuze het geïnte-greerde flessenrek of de glasplaat worden gebruikt:uFlessenrek gebruiken: deglasplaat ruimtebesparendonder het flessenrekplaatsen.uFlessen met de onderkantnaar achter tegen de achter-wand leggen.Indien de flessen uit het fles-senrek steken:uDe onderste opbergvakkenin de deur een positie hogerzetten.5.3.7 VarioSafe*De VarioSafe biedt ruimte voor kleine levensmiddelen enverpakkingen, tubes en glazen potten.VarioSafe gebruiken*Fig.
4 uDe schuiflade van de VarioSafe kan er worden uitgenomenen er op twee verschillende hoogtes worden ingeschoven.uDe VarioSafe kan bovendienals geheel in hoogte wordenversteld.VarioSafe demonteren*Fig. 5 uDe VarioSafe kan worden gedemonteerd om te wordengereinigd.5.3.8 OpbergvakkenOpbergvakken in de deur verplaatsenFig. 6 De boxen kunnen wordenuitgenomen en zo op tafelworden gezet.Men kan zowel slechts één als beide boxen gebruiken.Wanneer er hele hoge flessen moeten worden opgeborgen,moet er slechts één box boven het flessenrek worden opge-hangen.uBoxen omzetten: naarboven uitnemen en op degewenste plaats terug-zetten.Bediening6 * afhankelijk van model en uitvoering
Opbergvakken demonterenFig. 7 Fig. 8 uDe opbergvakken kunnen worden gedemonteerd om teworden gereinigd. 5. 3. 9 Flessenhouder gebruikenuOm ervoor te zorgen dat deflessen niet omvallen, moetde flessenhouder wordenverschoven. 5. 4 BioFresh-gedeelteIn het BioFresh-gedeelte unnen sommige levensmiddelen totdrie maal langer worden bewaard dan bij traditioneel koelen enblijft de kwaliteit behouden. Voor levensmiddelen met een vervaldatum geldt altijd dedatum vermeld op de verpakking. 5. 4. 1 DrySafeDe DrySafe is geschikt voor het bewaren van droge of verpaktelevensmiddelen (bijv. zuivelproducten, vlees, vis, vleeswaren). Hier ontstaat een relatief droog bewaarklimaat. 5. 4. 2 HydroSafeDe HydroSafe is bij een instelling op hoge luchtvochtigheidgeschikt voor het bewaren van onverpakte sla, groenten enfruit die zelf veel vocht bevatten.
Bij een goed gevulde schuif-lade ontstaat een dauwfris klimaat met een luchtvochtigheid totmaximaal 90 %. De luchtvochtigheid in het vak hangt af van hetvochtgehalte van de ingelegde producten en van hoe vaak hetvak wordt geopend. U kunt de vochtigheid zelf instellen. 5. 4. 3 De vochtigheid instellen in de HydroSafeuuhoge luchtvochtigheid: schuifre-gelaar naar rechts schuiven. 5. 4. 4 Levensmiddelen bewarenAanwijzinguNiet in het BioFresh-gedeelte horen koudegevoeligegroenten als komkommers, aubergines, halfrijpe tomaten,courgettes en alle koudegevoelige zuidvruchten. uZorg ervoor dat levensmiddelen niet bederven door overge-dragen bacteriën: bewaar onverpakte dierlijke en plantaar-dige levensmiddelen gescheiden van elkaar in de laden. Datgeldt ook voor verschillende soorten vlees. Als u levensmiddelen omwille van plaatsgebrek samen moetbewaren:ude levensmiddelen verpakken. 5. 4.
Richtwaarden voor de bewaartijd bij hoge luchtvochtig-heidKropsla tot 13 dagenKruiden tot 13 dagenPrei tot 29 dagenChampignons tot 7 dagenRadijsjes tot 10 dagenSpruitjes tot 20 dagenAsperges tot 18 dagenSpinazie tot 13 dagenSavooikool tot 20 dagenFruitAbrikozen tot 13 dagenAppels tot 80 dagenPeren tot 55 dagenBraambessen tot 3 dagenDadels tot 180 dagenAardbeien tot 7 dagenVijgen tot 7 dagenBosbessen tot 9 dagenFrambozen tot 3 dagenAalbessen tot 7 dagenKersen, zoet tot 14 dagenKiwi's tot 80 dagenPerziken tot 13 dagenPruimen tot 20 dagenVossenbessen tot 60 dagenRabarber tot 13 dagenKruisbessen tot 13 dagenDruiven tot 29 dagen5. 4. 6 Temperatuur instellen in het BioFresh-gedeelteDe temperatuur wordt automatisch geregeld. Bij een tempera-tuur in het koelgedeelte van 5 °C ligt de temperatuur in hetBioFresh-gedeelte tussen 0 °C en 3 °C. U kunt de temperatuur lichtjes lager of hoger instellen.
uRails weer inschuiven. Fig. 10 uRails inschuiven. uSchuiflade op de rails plaatsen en inschuiven tot deze aande achterkant hoorbaar vastklikt. 5. 4. 8 VochtreguleringsplaatFig. 11 uVochtreguleringsplaat verwijderen: plaat bij verwijderdeschuifladen voorzichtig naar voren trekken en naar benedeneruit lichten. uVochtreguleringsplaat terugplaatsen: dekselranden van deplaat van onder in de achterste houder Fig. 11 (1) plaatsenen aan de voorkant in de houder Fig. 11 (2) vastklikken. 5. 5 Vriesvak*In het vriesvak kunt u bij een temperatuur van -18 °C en lagerdiepvriesproducten en ingevroren levensmiddelen meerderemaanden bewaren, ijsblokjes maken en verse levensmiddeleninvriezen. De luchttemperatuur in het vak, gemeten met een thermometerof andere meetapparatuur, kan schommelen. 5. 5. 1 Levensmiddelen invriezen*U kunt maximaal 2 kg verse levensmiddelen per 24 u invriezen.
u4 u voor het invriezen zet u de temperatuur op 5 °C ofkouder. uSchakel SuperCool in, wanneer u de levensmiddelen in hetvriesvak legt. (zie 5. 3. 3). Om de levenmiddelen snel door en door te laten bevriezen,mag u de volgende hoeveelheden per verpakking niet over-schrijden:- fruit, groente max. 1 kg- vlees max. 2,5 kguVerdeel de levensmiddelen in porties en doe ze in diepvries-zakjes of in herbruikbare bakjes van kunststof, metaal ofaluminium. 5. 5. 2 Bewaartijden*Richtwaarden voor de houdbaarheid van verschillendelevensmiddelen in het vriesvak:Consumptieijs 2 tot 6 maandenWorst, ham 2 tot 6 maandenBrood, bakkerijproducten 2 tot 6 maandenWild, varkensvlees 6 tot 10 maandenVette vis 2 tot 6 maandenMagere vis 6 tot 12 maandenKaas 2 tot 6 maandenPluimgedierte, rundvlees 6 tot 12 maandenGroente, fruit 6 tot 12 maandenDe vermelde bewaartijden zijn richtwaarden. 5. 5.
3 Levensmiddelen ontdooien*- in het koelgedeelte- bij kamertemperatuur- in een magnetron- in een oven/heteluchtovenuNeem alleen zoveel levensmiddelen als u nodig heeft. Ontdooide levensmiddelen zo snel mogelijk verwerken. uOntdooide levensmiddelen alleen bij wijze van uitzonderingweer invriezen. 6 Onderhoud6. 1 Ontdooien6. 1. 1 Koelgedeelte ontdooienHet koelgedeelte ontdooit automatisch. Het dooiwaterverdampt. Waterdruppels op de achterwand zijn normaal enwijzen niet op een storing. uAfvoeropening regelmatig reinigen, zodat het dooiwater kanweglopen (zie 6. 2). 6. 1. 2 Vriesvak ontdooien*In het vriesvak vormt zich na verloop van tijd een rijp- resp. ijslaag. Dat is heel normaal. De rijp- resp. ijslaag wordt snellergevormd, indien de deur vaak wordt geopend of indien de inge-legde levensmiddelen warm zijn. Een dikke ijslaag doet echterhet energieverbruik stijgen.
Daarom moet u het apparaat regel-matig ontdooien. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom. uVoor het ontdooien geen elektrische kacheltjes of stoomrei-nigers, open vuur of ontdooispray gebruiken.
uGebruik geen scherpe voorwerpen om ijs te verwijderen. uSchakel het apparaat uit. wDe temperatuurdisplay gaat uit. wAls de temperatuurdisplay niet uitgaat, is de kinderbeveili-ging ingeschakeld (zie 5. 1). uTrek de stekker uit. uWikkel de diepvriesproducten in krantenpapier of in eendeken en bewaar op een koele plek. uLaat de deur van het vak en van het apparaat open tijdenshet ontdooien. uLosgeraakte ijsstukken uitnemen. uLet erop, dat er geen dooiwater in de ombouw loopt. uIndien nodig neemt u het dooiwater enkele keren op meteen spons of doek. uHet vak reinigen (zie 6. 2). 6. 2 Apparaat reinigenWAARSCHUWINGGevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom. Hete stoom kan brandwonden veroorzaken en de opper-vlakken beschadigen. uGebruik geen stoomreinigers. LET OPVerkeerd reinigen kan het apparaat beschadigen. uGebruik reinigingsmiddelen niet in geconcentreerde vorm.
uGebruik geen schurende of krassende sponsjes of staalwol. uGeen bijtende, schurende, chloor- resp. oplosmiddelbevat-tende schoonmaakproducten gebruiken. uGebruik geen chemische oplosmiddelen. uBeschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkantvan het apparaat niet. Dit is belangrijk voor de TechnischeDienst. uKabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken ofbeschadigen. uLaat geen reinigingswater in de afvoergoot, de ventilatie-roosters en elektrische delen terecht komen. uGebruik zachte poetsdoeken en een allesreiniger met eenneutrale pH-waarde. uGebruik in de binnenruimte van het apparaat alleen levens-middelenvriendelijke reinigings- en onderhoudsproducten. uApparaat uitruimen. uTrek de stekker uit. uUit- en inwendige oppervlaktes van kunststof met lauw-warm water en een beetje afwasmiddel met de handreinigen.
uDe meeste kunnen worden gedemonteerd omonderdelente worden gereinigd: zie het desbetreffende hoofdstuk. uDe kunnen in de vaatwasmachineonderdelen in de deurworden gereinigd. Maar de bedrukking kan in de loop derjaren loslaten. uAndere onderdelen met lauwwarm water en een beetjeafwasmiddel met de hand reinigen. uTelescooprails alleen met een vochtige doek reinigen. Hetvet in de geleiders dient ter smering en mag niet wordenverwijderd. Na het reinigen:uApparaat en onderdelen droogwrijven. uApparaat weer aansluiten en inschakelen. uDe levensmiddelen weer inleggen. 6. 3 Technische DienstProbeer eerst of u de storing zelf kunt verhelpen (zieStoringen). Mocht dit niet het geval zijn, neem dan contact opmet de Technische Dienst. Het adres vindt u in het bijgevoegdoverzicht. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door onvakkundige reparatie.
uReparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroomaan-sluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden (zie Onder-houd), uitsluitend door de Technische Dienst latenuitvoeren. uApparaataanduidingFig. 12 (1), service-nr. Fig. 12 (2) en serie-nr. Fig. 12 (3) van hettypeplaatje aflezen. Het typeplaatjebevindt zich aan delinkerkant binnen inhet apparaat. Fig. 12 uContact opnemen met de Technische Dienst en hetprobleem, apparaataanduiding Fig. 12 (1), service-nr. Fig. 12 (2) en serie-nr. Fig. 12 (3) mededelen. wDit maakt een snelle en doelgerichte service mogelijk. uHet apparaat gesloten laten, totdat de Technische Dienstkomt. wDe levensmiddelen blijven langer koel. uTrek de stekker uit het stopcontact (daarbij niet aan hetsnoer trekken) of de draai de zekering uit. 7 StoringenUw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veiligewerking en lange levensduur gegarandeerd zijn.
Mocht erdesondanks een storing optreden, dan svp eerst controleren ofde storing door een bedieningsfout werd veroorzaakt. In ditgeval moeten wij de ontstane kosten ook in de garantieperiodein rekening brengen.
Volgende storingen kunt u zelf verhelpen:Het apparaat functioneert niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. →De stekker zit niet goed in het stopcontact. uStekker controleren. →De zekering van het stopcontact is niet in orde. uZekering controleren. De compressor blijft lopen. →De compressor schakelt bij een verminderde koudebe-hoefte over op een lager toerental. Hoewel de looptijd daar-door langer is, wordt energie bespaard. uDat is bij energiebesparende modellen normaal. →SuperCool is ingeschakeld. uOm de levensmiddelen snel af te koelen, draait decompressor langer. Dit is normaal. Een LED onder aan de achterkant van het apparaat (bij decompressor) knippert regelmatig om de 5 seconden*. →Het betreft een storing. uNeem contact op met de Technische Dienst (zie Onder-houd). Geluiden zijn te luid.
→Toerentalgeregelde* compressoren kunnen naar aanleidingvan de verschillende draaisnelheden verschillendegeluiden veroorzaken. uHet geluid is normaal. Een borrelen en klateren→Dit geluid komt van het koelmiddel, dat door het koelcircuitstroomt. uHet geluid is normaal. Een zacht klikken→Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelenvan het koelaggregaat (de motor). uHet geluid is normaal. Een brommend geluid. Kan voor korte tijd iets luider zijn,wanneer het koelaggregaat (de motor) inschakelt. →Bij ingeschakelde SuperCool, nieuw opgeslagen levens-middelen of na lang geopende deur wordt het koelver-mogen automatisch verhoogd. uHet geluid is normaal. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uOplossing: (zie 1. 2)Een lage bromtoon. →Het geluid ontstaat door luchtstromingsgeluiden van deventilator. uHet geluid is normaal. Vibratiegeluiden. →Het apparaat staat niet stabiel op de grond.
Door het draai-ende koelaggregaat beginnen aangrenzende meubels envoorwerpen te trillen. uControleer de inbouw en stel het apparaat opnieuw af indiennodig. uFlessen en containers uit elkaar zetten. Een stromingsgeluid aan de sluitdemper.
→Het geluid ontstaat bij het openen en sluiten van de deur. uHet geluid is normaal. In de temperatuurdisplay wordt aangegeven: tot F0F0F0F0F0 F9F9F9F9F9→Het betreft een storing. uNeem contact op met de Technische Dienst (zie Onder-houd). In de temperatuurdisplay brandt DEMO. →De demonstratie-modus is geactiveerd. uNeem contact op met de Technische Dienst (zie Onder-houd). Het apparaat is aan de buitenkant warm*. →De warmte van het koelmiddelcircuit wordt gebruikt omcondenswater te voorkomen. uDit is normaal. Temperatuur is niet laag genoeg. →De deur is niet goed gesloten. uDeur van het apparaat sluiten. →Niet voldoende be- en ontluchting. uLuchtrooster schoonmaken. →De omgevingstemperatuur is te hoog. Storingen10 * afhankelijk van model en uitvoering.
uOplossing: (zie 1. 2). →Het apparaat werd te vaak of te lang geopend. uAfwachten of de benodigde temperatuur weer vanzelfwordt bereikt. Zo niet, contact opnemen met de TechnischeDienst (zie Onderhoud). →De temperatuur is verkeerd ingesteld. uStel de temperatuur lager in en controleer deze na 24 uur. →Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron (fornuis,verwarming enz. ). uVerander de standplaats van het apparaat of van de warm-tebron. →Het apparaat werd niet juist in de nis ingebouwd. uControleer of het apparaat juist is ingebouwd en de deurgoed sluit. De binnenverlichting brandt niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. →De deur was langer dan 15 min. open. uDe binnenverlichting schakelt bij geopende deur naca. 15 min. automatisch uit. →De LED-verlichting is defect of de afdekkap is beschadigd:WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door een elektrische schok.
1 Apparaat uitschakelenuDruk de On/Off-toets Fig. 2 (1) in gedurendeca. 2 seconden. wEr klinkt een lange pieptoon. Het temperatuurdis-play is uit. Het apparaat is uitgeschakeld.
wWanneer het apparaat niet kan worden uitge-schakeld, is de kinderbeveiliging actief (zie 5. 1). 8. 2 Buiten werking stellenuApparaat leegmaken. uStekker uittrekken. uApparaat reinigen (zie 6. 2). uLaat de deuren een stukje open staan zodat er geen onaan-gename geuren kunnen ontstaan. 9 Apparaat afdankenHet apparaat bevat nog waardevolle materialen enmag niet met het gewoon huis- of grofvuil wordenmeegegeven. Het recyclen van afgedankte appa-raten moet vakkundig gebeuren overeenkomstigde plaatselijk geldende voorschriften en wetten. Let erop dat bij het afvoeren van het afgedankte apparaat hetkoelmiddelcircuit niet wordt beschadigd, zodat het koelmiddel(informatie op het typeplaatje) of de olie erin niet ongewild vrij-komen. uApparaat onbruikbaar maken. uTrek de stekker uit. uSnijd het aansluitsnoer door. Uitzetten* afhankelijk van model en uitvoering 11.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Liebherr IKBP 3550-20 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Liebherr
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast