Liebherr ICUNS 3324-20 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Liebherr ICUNS 3324-20 (12 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 6 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Liebherr ICUNS 3324-20 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Liebherr |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | ICUNS 3324-20 |
Handleiding Liebherr ICUNS 3324-20 – volledige tekst
Inhoudsopgave1 Het apparaat in vogelvlucht. 21. 1 Apparaten- en uitrustingsoverzicht. 21. 2 Toepassingsgebied van het apparaat. 21. 3 Conformiteit. 31. 4 Energie sparen. 32 Algemene veiligheidsvoorschriften. 33 Bedienings- en controle-elementen. 53. 1 Bedienings- en controle-elementen. 53. 2 Temperatuurweergave. 54 In gebruik nemen. 54. 1 Apparaat inschakelen. 55 Bediening. 55. 1 Kinderbeveiliging. 55. 2 Deuralarm. 65. 3 Temperatuuralarm. 65. 4 Koelgedeelte. 65. 5 Vriesgedeelte. 86 Onderhoud. 96. 1 handmatig ontdooien. 96. 2 Ontdooien met NoFrost. 106. 3 Apparaat reinigen. 106. 4 Technische Dienst. 107 Storingen. 108 Uitzetten. 118. 1 Apparaat uitschakelen. 118. 2 Buiten werking stellen. 119 Apparaat afdanken. 11De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkelingvan alle typen en modellen.
Daarom vragen wij om uw begripvoor het feit dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniekmoeten voorbehouden. Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, deinstructies in deze handleiding aandachtig doorlezen a. u. b. De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingen zijnmogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparaten vantoepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*). Gebruiksaanwijzingen zijn gekenmerkt met een ,gebruiksresultaten met een. 1 Het apparaat in vogelvlucht1. 1 Apparaten- en uitrustingsoverzichtFig. 1 (1) Bedienings- encontrole-elementen(7) Groentevak(2) (8)Plateau, gedeeld Conservenrek(3) (9)Plateau Flessenrek(4) LED-binnenverlichting Flessenhouder(10)(5) (11)Afvoeropening Diepvrieslade(6) Koudste zone Typeplaatje(12)AanwijzinguLevensmiddelen zoals in de afbeelding getoond sorteren. Zo werkt het apparaat energiebesparend.
bare, overeenkomstig de Europese richtlijn2007/47/EG medische hulpmiddelen, tengrondslag liggende stoffen en producten-Gebruik in explosiegevaarlijke gebiedenVerkeerd gebruik van het apparaat kan totbeschadigingen van de opgeslagen goederenof het bederf hiervan leiden. KlimaatklassenHet apparaat kan afhankelijk van de klimaat-klasse, bij begrensde omgevingstemperaturen,worden gebruikt. De voor uw apparaat betref-fende klimaatklasse staat op het typeplaatjevermeld. AanwijzinguOm een probleemloze werking te waar-borgen, moet de aangegeven omgevingstem-peratuur worden aangehouden. Klimaat-klassevoor omgevingstemperaturen vanSN 10 °C t/m 32 °CN 16 °C t/m 32 °CST 16 °C t/m 38 °CT 16 °C t/m 43 °C1. 3 ConformiteitHet koudemiddelcircuit is gecontroleerd op dichtheid.
Hetapparaat voldoet in de inbouwtoestand aan de desbetreffendeveiligheidsvoorschriften alsmede de richtlijnen 2014/35/EU,2014/30/EU, 2009/125/EG, 2011/65/EU en 2010/30/EU. 1. 4 Energie sparen-Let altijd op de be- en ontluchting. Dek de ventilatieope-ningen resp. -roosters niet af. -Houd de ventilatieluchtopeningen altijd vrij. *-Plaats het apparaat niet naast een fornuis, verwarming ofdergelijke, en stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht. -Het energieverbruik is afhankelijk van de plaatsingsconditieszoals bijv. de omgevingstemperatuur (zie 1. 2). Bij een vande normtemperatuur afwijkende omgevingstemperatuur van25° C kan het energieverbruik veranderen. -Open het apparaat, indien mogelijk zo kort mogelijk. -Hoe lager de temperatuur wordt ingesteld, hoe hoger hetenergieverbruik. -Levensmiddelen gesorteerd plaatsen (zie Het apparaat invogelvlucht).
-Als in het apparaat een dikke ijsaanslag aanwezig is: Appa-raat ontdooien. *2 Algemene veiligheidsvoor-schriftenGevaren voor de gebruiker:-Dit apparaat kan door kinderen alsmede doorpersonen met verminderde psychische,sensorische of mentale bekwaamheden ofeen gebrek aan ervaring en kennis wordengebruikt onder toezicht van een derde of metbetrekking tot het veilige gebruik van hetapparaat zijn onderwezen en de gevarenkennen en begrijpen. Kinderen mogen nietmet het apparaat spelen. De reiniging en hetonderhoud mag niet door kinderen zondertoezicht worden uitgevoerd. Kinderen van 3-8jaar mogen het apparaat inladen en uitladen. Kinderen jonger dan 3 jaar dienen uit de buurtvan het apparaat te worden gehouden, als hetapparaat niet continu onder toezicht staat. -Als u het stroomsnoer van het apparaat uithet stopcontact trekt, altijd bij de stekkernemen. Niet aan het snoer trekken.
-Trek, in geval van een storing, de stekker uithet stopcontact of schakel de beveiliging uit. -Beschadig het netsnoer niet. Gebruik hetapparaat niet wanneer het netsnoer defect is. -Reparaties, aanpassingen aan het apparaaten het vervangen van het netsnoer alleenlaten uitvoeren door de Technische Dienst ofander daarvoor opgeleid vakpersoneel. -Het apparaat alleen conform de beschrijvingin de handleiding inbouwen, aansluiten enafvoeren. -Het apparaat alleen in ingebouwde toestandin gebruik nemen. -Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldigen geef hem eventueel aan de volgende eige-naar door. -De lampen voor speciale doeleinden (gloei-lampen, led, TL-lampen) in het apparaat zijnbedoeld om de binnenruimte te verlichten enniet geschikt als kamerverlichting. Brandgevaar:-Het gebruikte koudemiddel R 600a is milieu-vriendelijk maar brandbaar. Uitstromend koel-middel kan ontbranden.
•Pijpleidingen van het koelcircuit nietbeschadigen. •Gebruik binnen in het apparaat nooit openvuur of ontstekingsbronnen. •Binnen het apparaat geen elektrischetoestellen gebruiken (bijv.
deren. Vertrek goed ventileren. Informeerde klantendienst. -Geen explosieve stoffen of spuitbussen metbrandbare drijfgassen, zoals b. v. butaan,propaan, pentaan enz. in het apparaatbewaren. Zulke spuitbussen zijn herkenbaaraan de op de verpakking vermelde inhouds-stoffen of een vlammensymbool. Eventueelontsnappende gassen kunnen door elektri-sche componenten vlam vatten. -Alkoholische dranken of andere verpakkingendie alcohol bevatten, mogen uitsluitend goedafgesloten worden bewaard. Eventueel uittre-dende alcohol kan door elektrische compo-nenten vlam vatten. Gevaar voor vallen en omkiepen:-Plint, laden, deuren enz. niet als voetensteunof om te leunen misbruiken. Dit geldt in hetbijzonder voor kinderen. Gevaar voor voedselvergiftiging:-Te lang opgeslagen levensmiddelen niet meernuttigen.
Gevaar voor bevriezingen, gevoelloosheiden pijn:-Langdurig huidcontact met koude opper-vlakken en gekoelde of ingevroren levensmid-delen vermijden of veiligheidsmaatregelentreffen, b. v. handschoenen dragen. Consumptie-ijs, met name waterijs ofijsblokjes niet onmiddellijk en niet te koudconsumeren. Gevaar voor verwonding en beschadiging:-Hete stoom kan letsel tot gevolg hebben. Voor het ontdooien geen elektrische kachel-tjes of stoomreinigers, open vuur of ontdoois-pray gebruiken. -IJs niet met scherpe voorwerpen verwijderen. Klemgevaar:-Bij het openen en sluiten van de deur niet inhet scharnier grijpen. Vingers kunnen inge-klemd raken. Symbolen op het apparaat:Het symbool kan zich op de compressorbevinden. Het heeft betrekking op de olie in decompressor en wijst op het volgende gevaar: Kanbij het inslikken en indringen in de luchtwegendodelijk zijn.
Deze aanwijzing is alleen voor hetrecyclingproces van belang. In de normale modusbestaat er geen gevaar. Neem de specifieke aanwijzingen in deoverige hoofdstukken in acht:GEVAAR duidt een direct gevaar aan, die dedood of ernstig lichamelijk letsel totgevolg kan hebben wanneer ditgevaar niet vermeden wordt.
WAAR-SCHUWINGduidt een gevaarlijke situatie aan,die de dood of ernstig lichamelijkletsel tot gevolg kan hebbenwanneer dit gevaar niet vermedenwordt. VOOR-ZICHTIGduidt een gevaarlijke situatie aan,die lichamelijk letsel tot gevolg kanhebben wanneer dit gevaar nietvermeden wordt. LET OP duidt een gevaarlijke situatie aan,die materiële schade tot gevolg kanhebben wanneer dit gevaar nietvermeden wordt. Aanwijzing geeft aan dat praktische aanwij-zingen en tips gegeven worden. Algemene veiligheidsvoorschriften4 * afhankelijk van model en uitvoering.
3 Bedienings- en controle-elementen3. 1 Bedienings- en controle-elementenFig. 2 (1) Toets On/Off Toets Alarm*(7)(2) Temperatuurdisplay Symbool Alarm*(8)(3) Werkingsindicator vries-gedeelte(9) Toets Ventilatie*(4) (10)Insteltoets Symbool Ventilatie*(5) Toets SuperFrost Symbool Menu(11)(6) Symbool SuperFrost Symbool Kinderbeveili-(12)ging3. 2 TemperatuurweergaveIn de normale modus worden:-en de ingestelde koeltemperatuur weergegevenDe volgende weergaven wijzen op een storing. De mogelijkeoorzaken en maatregelen voor het oplossen: (zie Storingen). -F0F0F0F0F0 F9F9F9F9F9 tot 4 In gebruik nemen4. 1 Apparaat inschakelenuOpen de deur. uAan/uit-toets Fig. 2 (1) indrukken. wHet temperatuurdisplay licht op. Bij het openenvan de deur gaat de binnenverlichting aan. Hetapparaat is ingeschakeld. wWanneer op het display „DEMO” wordt aange-geven, is de demonstratiemodus geactiveerd.
Ukunt contact opnemen met de TechnischeDienst. 5 Bediening5. 1 KinderbeveiligingMet de kinderbeveiliging zorgt u ervoor dat kinderenbij het spelen het apparaat niet onbedoeld uitscha-kelen. 5. 1. 1 Kinderbeveiliging instellenMoet de functie worden ingeschakeld:uInstelmodus activeren: Druk de toets SuperFrost Fig. 2 (5)gedurende ca. 5 seconden in. wOp de display wordt het symbool Menu Fig. 2 (11) weerge-geven. wOp de display knippert. cccccuMet de toets SuperFrost Fig. 2 (5) kort bevestigen. wOp het display verschijnt. c1c1c1c1c1uMet de toets SuperFrost Fig. 2 (5) kort bevestigen. wHet symbool Kinderbeveiliging Fig. 2 (12) op dedisplay gaat branden. wOp de display knippert. cccccwDe functie kinderbeveiliging is ingeschakeld. Wanneer de instelmodus moet worden beëindigd:uDruk de toets On/Off Fig. 2 (1) kort in. -of-u5 min. wachten.
wOp de temperatuurdisplay wordt weer de temperatuur weer-gegeven. Moet de functie worden uitgeschakeld:uInstelmodus activeren: Druk de toets SuperFrost Fig. 2 (5)gedurende ca. 5 seconden in. wOp de display wordt het symbool Menu Fig. 2 (11) weerge-geven.
wOp de display knippert. cccccuMet de toets SuperFrost Fig. 2 (5) kort bevestigen. wOp het display verschijnt. c0 c0 c0 c0 c0 uMet de toets SuperFrost Fig. 2 (5) kort bevestigen. wHet symbool Kinderbeveiliging Fig. 2 (12) gaat uit. wOp de display knippert. cccccwDe functie kinderbeveiliging is uitgeschakeld. Wanneer de instelmodus moet worden beëindigd:uDruk de toets On/Off Fig. 2 (1) kort in. -of-u5 min. wachten. wOp de temperatuurdisplay wordt weer de temperatuur weer-gegeven. Bedienings- en controle-elementen* afhankelijk van model en uitvoering 5.
5. 2 Deuralarm*Voor koel- en vriesgedeelteAls de deur langer dan 60 seconden open staat,klinkt er een geluidssignaal. Het geluidssignaal dooft automatisch, als de deurwordt gesloten. 5. 2. 1 Deuralarm deactiveren*Het akoestisch alarm kan bij geopende deur worden uitgescha-keld. Het deactiveren werkt zolang de deur open staat. uToets Alarm Fig. 2 (7) indrukken. wHet akoestisch alarm gaat uit. 5. 3 Temperatuuralarm*Wanneer de vriestemperatuur niet laag genoeg is,gaat het akoestisch alarm af. Tegelijkertijd knipperen de temperatuurdisplay enhet symbool Alarm Fig. 2 (8). De oorzaak voor een te hoge temperatuur kan zijn:-warme nieuwe levensmiddelen werden in de diepvriezergelegd-bij het herindelen en verwijderen van levensmiddelen isteveel warme kamerlucht naar binnen gestroomd.
-de stroom is voor langere tijd uitgevallen-het apparaat is defectHet akoestisch alarm stopt automatisch, het symbool AlarmFig. 2 (8) gaat uit en de temperatuurdisplay houdt op met knip-peren, wanneer de temperatuur weer laag genoeg is. Wanneer het alarm niet uitgaat: (zie Storingen). AanwijzingWanneer de temperatuur niet laag genoeg is, kunnen levens-middelen bederven. uDe kwaliteit van de levensmiddelen controleren. Bedorvenlevensmiddelen niet meer nuttigen. 5. 3. 1 Temperatuuralarm deactiveren*Het akoestisch alarm kan worden gedeactiveerd. Wanneer detemperatuur weer laag genoeg is, is de alarmfunctie weeractief. uToets Alarm Fig. 2 (7) indrukken. wHet akoestisch alarm is gedeactiveerd. 5. 4 KoelgedeelteDoor de natuurlijke luchtcirculatie in het koelgedeelte ontstaaner verschillende temperatuurbereiken. Direct boven de groente-lades en tegen de achterkant is het het koudste.
In het bovengedeelteen in de deur boter en conserven bewaren. (zie Het appa-raat in vogelvlucht)uGebruik om te verpakken herbruikbare dozen van kunststof,metaal, aluminium, glas en vershoudfolie. uLevensmiddelen die gemakkelijk geur of smaak opnemen ofafgeven, zoals vloeistoffen, altijd in gesloten verpakking ofafgedekt bewaren. uLevensmiddelen die veel ethyleengas afgeven of daargevoelig voor zijn, zoals fruit, groenten en salades, altijdapart bewaren of verpakken, om de bewaartijd niet teverkorten; bijv. tomaten niet samen bewaren met kiwi's ofkool. uhet gedeelte vooraan op de bodem van het koelgedeeltealleen gebruiken om producten korte tijd neer te zetten, bijv. bij het opruimen of sorteren. Levensmiddelen daar niet latenliggen, ze kunnen bij het sluiten van de deur naar achterworden geschoven of omvallen.
uLeg de levensmiddelen niet te dicht bij elkaar, zodat de luchtgoed kan circuleren. 5. 4. 2 Temperatuur instellenDe temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren:-hoe vaak de deur wordt geopend-de ruimtetemperatuur op de opstellocatie-de aard, temperatuur en hoeveelheid levensmiddelenAanbevolen temperatuurinstelling: 5 °CIn het vriesgedeelte ontstaat dan een gemiddelde temperatuurvan ca. -18 °C. De temperatuur kan doorlopend worden veranderd. Is deinstelling 1 °C bereikt, dan wordt weer met 9 °C begonnen. uTemperatuurfunctie oproepen: Druk de instel-toets Fig. 2 (4) in. wOp het temperatuurdisplay wordt de tot nog toeingestelde waarde knipperend aangegeven. uTemperatuur in 1 °C stappen wijzigen: Druk deinsteltoets Fig. 2 (4) net zo vaak in, totdat degewenste temperatuur op het temperatuurdis-play oplicht. uTemperatuur doorlopend veranderen: insteltoetsingedrukt houden.
wTijdens het instellen wordt de waarde knippe-rend weergegeven. wCa. 5 seconden nadat de toets voor de laatste keer werdingedrukt, wordt de nieuwe instelling overgenomen en deingestelde temperatuur weer aangegeven.
De temperatuurin de binnenruimte past zich langzaam aan de nieuwe instel-ling aan. 5. 4. 3 Ventilator*Met de ventilator kunt u grote hoeveelheden verselevensmiddelen snel afkoelen of een relatief gelijk-matige temperatuurverdeling op alle schappenbereiken. De circulatiekoeling is aan te bevelen:-bij hoge kamertemperatuur (hoger dan 33 °C )-bij hoge luchtvochtigheidDe circulatiekoeling heeft een iets hoger energieverbruik. Omenergie te besparen, gaat de ventilator bij geopende deur auto-matisch uit. Ventilator inschakelen*uDruk kort op de toets Ventilatie Fig. 2 (9). wHet symbool Ventilatie Fig. 2 (10) brandt. wDe ventilator is actief. Bij sommige apparaten wordt dezepas ingeschakeld, wanneer de compressor draait. Ventilator uitschakelen*uDruk kort op de toets Ventilatie Fig. 2 (9). wHet symbool Ventilatie Fig. 2 (10) gaat uit.
5.4.4 DraagplateausPlateaus verplaatsen of uitnemenDe plateaus zijn door uittrekstops beveiligd tegen ongewilduittrekken.Fig. 3 uTil het plateau op en trek het een stuk naar voren.uVerstel het plateau in de hoogte. Verschuif daarvoor deuitsparingen langs de geleiders.uOm het plateau helemaal uit te nemen, moet het schuinworden gezet en er naar voren toe uit worden getrokken.uDraagplateau inschuiven, met de aanslagrand aan deachterzijde en naar boven toe wijzend.wDe levensmiddelen vriezen niet aan de achterwand vast.Draagplateaus demonterenuDe plateaus kunnenworden gedemonteerdom te worden gereinigd.5.4.5 Deelbare draagplateau gebruikenFig. 4 uDe glasplaat met aanslagrand (2) moet achteraan liggen.uDe glasplaat (1) met de uittrekstoppers moet vooraanliggen, zodat de stoppers (3) naar beneden wijzen.5.4.6 OpbergvakkenOpbergvakken in de deur verplaatsenFig. 5 Opbergvakken demonterenFig.
6 uDe opbergvakken kunnen worden gedemonteerd om teworden gereinigd.5.4.7 Flessenhouder gebruikenuOm ervoor te zorgen dat deflessen niet omvallen, moetde flessenhouder wordenverschoven.5.4.8 EierhouderDe eierhouder kan eruit getrokken worden en is draaibaar. Debeide delen van de eierhouder kunnen bijvoorbeeld wordengebruikt om verschillen qua aankoopdatum aan te geven.uGebruik de bovenste zijde voor de opslag van kippeneieren.uGebruik de onderste zijde voor de opslag van kwarteleieren.5.4.9 BioCool-boxVocht regelenu Geringe luchtvochtig-heid: Regelaar naar vorenschuiven.u Hoge lucht-vochtigheid: Regelaarnaar achter schuiven.BioCool-box eruit halenBediening* afhankelijk van model en uitvoering 7
Fig. 7 uBioCool-box en rolplateaus kunnen voor het reinigen eruitworden gehaald. 5. 5 VriesgedeelteIn het vriesgedeelte kunt u diepvriesproducten of ingevrorenlevensmiddelen bewaren, ijsblokjes maken en verse levens-middelen invriezen. 5. 5. 1 Levensmiddelen invriezenU kunt maximaal zo veel kilo verse levensmiddelen binnen24 uur invriezen, als op het typeplaatje (zie Het apparaat invogelvlucht) onder „Invriescapaciteit. kg/24h” is aangegeven. De laden kunnen elk met max. 25 kg diepvriesproducten, deplateaus elk met max. 35 kg worden belast. Na het sluiten van de deur ontstaat er een vacuüm. Na hetsluiten ongeveer 1 min. wachten, dan is de deur gemakkelijkerte openen. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding door glasscherven. Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen. Ditgeldt met name voor koolzuurhoudend drinken. uFlessen en blikjes met drinken niet invriezen.
Om de levenmiddelen snel door en door te laten bevriezen,mag u de volgende hoeveelheden per verpakking niet over-schrijden:- fruit, groente max. 1 kg- vlees max. 2,5 kguVerdeel de levensmiddelen in porties en doe ze in diepvries-zakjes of in herbruikbare bakjes van kunststof, metaal ofaluminium. 5. 5. 2 BewaartijdenRichtwaardes voor de opslagduur van de verschillendelevensmiddelen in het vriesgedeelte:Consumptie-ijs 2 tot 6 maandenWorst, ham 2 tot 6 maandenBrood en banket 2 tot 6 maandenWild, varkensvlees 6 tot 10 maandenVis, vet 2 tot 6 maandenVis, mager 6 tot 12 maandenKaas 2 tot 6 maandenGevogelte, rundvlees 6 tot 12 maandenGroente, fruit 6 tot 12 maandenDe aangegeven bewaartijden zijn richtwaardes. 5. 5. 3 Levensmiddelen ontdooien- in het koelgedeelte- in een magnetron- in een oven/heteluchtoven- bij kamertemperatuuruNeem alleen zoveel levensmiddelen als u nodig heeft.
Het apparaat werkt metmaximaal koelvermogen, daardoor kunnen geluidenvan het koelaggregaat tijdelijk luider zijn. Bovendien bouwen reeds ingevroren levensmiddelen zo een„koudereserve op”. Daardoor blijven de levensmiddelen langerbevroren, wanneer u het apparaat ontdooit. *U kunt maximaal zoveel nieuwe levensmiddelen binnen 24 hinvriezen, als op het typeplaatje onder „invriescapaciteit. kg/24h” is aangegeven. De invriescapaciteit is afhankelijk van hetmodel en de klimaatklasse van het apparaat. Afhankelijk van de hoeveel nieuwe levensmiddelen die wordeningevroren, moet SuperFrost bijtijds worden ingeschakeld: bijeen kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen ca. 6h, bijde maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen 24hvoordat u de levensmiddelen in de vriezer legt. Verpak de levensmiddelen en leg ze zo breed mogelijk uit.
In tevriezen levensmiddelen niet met reeds ingevroren producten incontact brengen om ontdooien van deze producten te voor-komen. SuperFrost hoeft u in de volgende gevallen niet in te schakelen:-wanneer u reeds ingevroren waren in de diepvriezer legt-bij het invriezen van max. ca. 1 kg nieuwe levensmiddelenper dagMet SuperFrost invriezenuToets SuperFrost Fig. 2 (5) eenmaal kort indrukken. wHet symbool SuperFrost Fig. 2 (6) is verlicht. wDe temperatuur daalt, het apparaat werkt met maximalekoeling. Bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen:uCa. 6 u wachten. uApparaten met NoFrost: verpakte levensmiddelen in debovenste laden leggen. *uApparaten zonder NoFrost: verpakte levensmiddelen in deonderste laden leggen. *Bij de maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen:uCa. 24 u wachten.
uOm diepvriesproducten direct op de draagplateaus tebewaren: trek de schuiflade naar voren en haal de lade uit. 5. 5. 6 PlateausuPlateau uitnemen: vooraanoptillen en uittrekken. uPlateau terugplaatsen: totaanslag inschuiven. 5. 5. 7 VarioSpaceNaast de schuifladen kunt utevens de plateaus verwijderen. Zo creëert u plaats voor levens-middelen van groot formaat. Gevogelte, vlees, groot wild enhoog gebak kunnen geheel enal worden ingevroren en laterverder verwerkt. uDe laden kunnen elk metmax. 25 kg diepvriespro-ducten, de plateaus elk metmax. 35 kg worden belast. 5. 5. 8 IJsblokjeshouder*Fig. 8 Als het water is bevroren:uIJsblokjesbakje kort onder warm water houden. uDeksel eraf halen. uBeide uiteinden van de ijsblokjeshouder licht in tegenge-stelde richting draaien en de ijsblokjes eruit halen. IJsblokjeshouder uit elkaar halenFig.
9 uDe ijsblokjeshouder kan voor het reinigen uit elkaar wordengehaald. 6 Onderhoud6. 1 handmatig ontdooien*Koelgedeelte:Het ontdooit automatisch. Het dooiwaterkoelgedeelteverdampt door de vrijkomende warmte van de compressor. Waterdruppels op de achterwand zijn normaal en wijzen niet opeen storing. uAfvoeropening regelmatig reinigen, zodat het dooiwater wegkan lopen (zie 6. 3). Vriesgedeelte:In het vormt zich na langere gebruiksduur eenvriesgedeelterijp- resp. ijslaag. De vorming van een rijp- resp. ijslaag wordt in de hand gewerktdoor vaak de deur te openen of door warme levensmiddelen inte leggen. Een dikkere ijslaag verhoogt echter het energiever-bruik. Daarom moet u het apparaat regelmatig ontdooien. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding en beschadiginguGeen mechanische hulpmiddelen of andere middelengebruiken die niet door de fabrikant werden aanbevolen, omhet ontdooien te versnellen.
uVoor het ontdooien geen elektrische kacheltjes of stoomrei-nigers, open vuur of ontdooispray gebruiken. uIJs niet met scherpe voorwerpen verwijderen. uDe buisleidingen van het koudemiddelcircuit niet bescha-digen.
uSchakel één dag voor het ontdooien de SuperFrost-functiein. wDe diepvriesproducten krijgen een „koudereserve”. uSchakel het apparaat uit. wDe temperatuurdisplay gaat uit. wAls de temperatuurdisplay niet uitgaat, dan is de kinderbe-veiliging (zie 5. 1) geactiveerd. uTrek de stekker uit of schakel de beveiliging uit. uBewaar de ingevroren levensmiddelen evt. in een diepvries-lade, en in kranten of dekens gewikkeld, op een koeleplaats. uPlaats een pan met heet, niet kokendwater op een plateau in het midden. -of-uDe twee onderste lades half methandwarm water vullen en in hetapparaat plaatsen. wHet ontdooien wordt versneld. wDooiwater wordt in de lades opgevangen. uLaat tijdens het ontdooien de deur van het apparaat openstaan. uLosgeraakte ijsstukken uitnemen. uLet er op dat er geen dooiwater in de ombouw van het appa-raat terecht komt. uDooiwater evt.
6. 2 Ontdooien met NoFrost*Het NoFrost-systeem ontdooit het apparaat automatisch. Koelgedeelte:Het dooiwater verdampt door de warmte van de compressor. Waterdruppels op de achterwand zijn normaal en wijzen niet opeen storing. uAfvoeropening regelmatig reinigen, zodat het dooiwater kanweglopen (zie 6. 3). Vriesgedeelte:Het vocht slaat neer op de verdamper, wordt regelmatigontdooid en verdampt dan. uU hoeft het apparaat niet handmatig te ontdooien. 6. 3 Apparaat reinigenWAARSCHUWINGGevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom. Hete stoom kan brandwonden veroorzaken en de opper-vlakken beschadigen. uGebruik geen stoomreinigers. LET OPVerkeerd reinigen kan het apparaat beschadigen. uGebruik reinigingsmiddelen niet in geconcentreerde vorm. uGebruik geen schurende of krassende sponsjes of staalwol. uGeen scherpe, schurende, zand-, chloor- of zuurhoudendeschoonmaakmiddelen gebruiken.
uGebruik geen chemische oplosmiddelen. uBeschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkantvan het apparaat niet. Dit is belangrijk voor de TechnischeDienst. uKabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken ofbeschadigen. uLaat geen reinigingswater in de afvoergoot, de ventilatier-oosters en elektrische delen terecht komen. uGebruik zachte poetsdoeken en een allesreiniger met eenneutrale pH-waarde. uGebruik in de binnenruimte van het apparaat alleen levens-middelenvriendelijke reinigings- en onderhoudsproducten. uApparaat uitruimen. uTrek de stekker uit. uUit- en inwendige oppervlaktes van kunststof met lauw-warm water en een beetje afwasmiddel met de handreinigen. uAfvoeropening reinigen: afzettingenmet een dun hulpmiddel, bijv. eenwattenstaafje verwijderen. uDe meeste kunnen worden gedemonteerd omonderdelente worden gereinigd: zie het desbetreffende hoofdstuk.
uRolplaten van de groentelade kunnen eveneens in devaatwasmachine worden gereinigd. Na het reinigen:uApparaat en onderdelen droogwrijven. uApparaat weer aansluiten en inschakelen. uSuperFrost inschakelen (zie 5. 5. 4). Wanneer de temperatuur voldoende koud is:ude levensmiddelen er weer in leggen. 6. 4 Technische DienstProbeer eerst of u de storing zelf kunt verhelpen (zieStoringen). Mocht dit niet het geval zijn, neem dan contact opmet de Technische Dienst. Het adres vindt u in het bijgevoegdoverzicht. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door onvakkundige reparatie. uReparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroomaan-sluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden (zie Onder-houd), uitsluitend door de Technische Dienst latenuitvoeren. uApparaataanduidingFig. 10 (1), service-nr. Fig. 10 (2) en serie-nr. Fig. 10 (3) van hettypeplaatje aflezen.
Het typeplaatjebevindt zich aan delinkerkant binnen inhet apparaat. Fig. 10 uContact opnemen met de Technische Dienst en hetprobleem, apparaataanduiding Fig. 10 (1), service-nr. Fig. 10 (2) en serie-nr. Fig. 10 (3) mededelen. wDit maakt een snelle en doelgerichte service mogelijk. uHet apparaat gesloten laten, totdat de Technische Dienstkomt. wDe levensmiddelen blijven langer koel. uTrek de stekker uit het stopcontact (daarbij niet aan hetsnoer trekken) of de draai de zekering uit. 7 StoringenUw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veiligewerking en lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht erdesondanks een storing optreden, dan svp eerst controleren ofde storing door een bedieningsfout werd veroorzaakt. In ditgeval moeten wij de ontstane kosten ook in de garantieperiodein rekening brengen. Volgende storingen kunt u zelf verhelpen:Het apparaat functioneert niet.
→Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. →De stekker zit niet goed in het stopcontact. uStekker controleren. →De zekering van het stopcontact is niet in orde. uZekering controleren. De compressor blijft lopen.
→De compressor schakelt bij een verminderde koudebe-hoefte over op een lager toerental. Hoewel de looptijd daar-door langer is, wordt energie bespaard. uDat is bij energiebesparende modellen normaal. →SuperFrost is ingeschakeld. uOm de levensmiddelen snel af te koelen, draait decompressor langer. Dit is normaal. Een LED onder aan de achterkant van het apparaat (bij decompressor) knippert regelmatig om de 5 seconden*. →Het betreft een storing. uNeem contact op met de Technische Dienst (zie Onder-houd). Geluiden zijn te luid. →Toerentalgeregelde* compressoren kunnen naar aanleidingvan de verschillende draaisnelheden verschillende geluidenveroorzaken. Storingen10 * afhankelijk van model en uitvoering.
uHet geluid is normaal. Een borrelen en klateren→Dit geluid komt van het koelmiddel, dat door het koelcircuitstroomt. uHet geluid is normaal. Een zacht klikken→Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelenvan het koelaggregaat (de motor). uHet geluid is normaal. Een brommend geluid. Kan voor korte tijd iets luider zijn,wanneer het koelaggregaat (de motor) inschakelt. →Bij ingeschakelde SuperFrost, nieuw opgeslagen levens-middelen of na lang geopende deur wordt het koelver-mogen automatisch verhoogd. uHet geluid is normaal. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uOplossing: (zie 1. 2)Een lage bromtoon. *→Het geluid ontstaat door luchtstromingsgeluiden van deventilator. uHet geluid is normaal. Trilgeluiden→Het apparaat staat niet vast op de vloer. Daardoor gaanvoorwerpen en meubels in de buurt van het lopendekoelaggregaat trillen.
uDe inbouw controleren en eventueel het apparaat opnieuwuitlijnen. uFlessen en bakken uit elkaar drukken. In de temperatuurdisplay wordt aangegeven: tot F0F0F0F0F0 F9F9F9F9F9→Het betreft een storing. uNeem contact op met de Technische Dienst (zie Onder-houd). In de temperatuurdisplay brandt DEMO. →De demonstratie-modus is geactiveerd. uNeem contact op met de Technische Dienst (zie Onder-houd). Het apparaat is aan de buitenkant warm*. →De warmte van het koelmiddelcircuit wordt gebruikt omcondenswater te voorkomen. uDit is normaal. Temperatuur is niet laag genoeg. →De deur is niet goed gesloten. uDeur van het apparaat sluiten. →Niet voldoende be- en ontluchting. uVentilatieroosters vrijmaken en reinigen. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uOplossing: (zie 1. 2). →Het apparaat werd te vaak of te lang geopend. uAfwachten of de benodigde temperatuur weer vanzelf wordtbereikt.
uStel de temperatuur lager in en controleer deze na 24 uur. →Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron (fornuis,verwarming enz. ). uVerander de standplaats van het apparaat of van de warm-tebron. →Het apparaat werd niet juist in de nis ingebouwd. uControleer of het apparaat juist is ingebouwd en de deurgoed sluit. De binnenverlichting brandt niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. →De deur was langer dan 15 min. open. uDe binnenverlichting schakelt zich bij een geopende deurna ca. 15 min. automatisch uit. →De LED-verlichting is defect of de afdekking is beschadigd:WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door een elektrische schok. Onder de afdekking bevinden zich stroomgeleidende delen. uLED-binnenverlichting uitsluitend door de Technische Dienstof daarvoor geschoold personeel laten vervangen of repa-reren. WAARSCHUWINGRisico op letsel door LED-lamp.
De lichtintensiteit van de LED-verlichting komt overeen metlaserklasse 1/1M. Als de afdekkap defect is:uNiet met optische lensen uit directe nabijheid direct in deverlichting kijken. Hierdoor kan oogletsel ontstaan. 8 Uitzetten8. 1 Apparaat uitschakelenuDruk de On/Off-toets Fig. 2 (1) in gedurendeca. 2 seconden. wEr klinkt een lange pieptoon. Het temperatuurdis-play is uit. Het apparaat is uitgeschakeld. wWanneer het apparaat niet kan worden uitge-schakeld, is de kinderbeveiliging actief (zie 5. 1). 8. 2 Buiten werking stellenuApparaat leegmaken. uApparaat uitschakelen (zie Uitzetten). uNetstekker eruit halen. uApparaat reinigen (zie 6. 3). uLaat de deuren een stukje open staan zodat er geen onaan-gename geuren kunnen ontstaan. 9 Apparaat afdankenHet apparaat bevat nog waardevolle materialen enmag niet met het gewoon huis- of grofvuil wordenmeegegeven.
Let erop dat bij het afvoeren van het afgedankte apparaat hetkoelmiddelcircuit niet wordt beschadigd, zodat het koelmiddel(informatie op het typeplaatje) of de olie erin niet ongewild vrij-komen. uApparaat onbruikbaar maken. uTrek de stekker uit. uSnijd het aansluitsnoer door. Uitzetten* afhankelijk van model en uitvoering 11.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Liebherr ICUNS 3324-20 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Liebherr
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast