Liebherr ICUNS 3013 Handleiding

Liebherr Koelkast ICUNS 3013

Bekijk gratis de handleiding van Liebherr ICUNS 3013 (12 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 10 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Liebherr ICUNS 3013 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/12
Gebruiks- en montagehandleiding
Koel-vriescombinatie, integreerbaar, Sleepdeur
171210 7084368 - 01
ICUS/ICUNS ... 3

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Liebherr
Categorie: Koelkast
Model: ICUNS 3013
Apparaatplaatsing: Ingebouwd
Kleur van het product: Wit
Deurscharnieren: Rechts
Breedte: 550 mm
Diepte: 540 mm
Hoogte: 1770 mm
Jaarlijks energieverbruik: 335.8 kWu
Brutocapaciteit vriezer: 81 l
Nettocapaciteit vriezer: 62 l
Vriescapaciteit: 4 kg/24u
Geschikt voor paneelaanpassing: Nee
Nettocapaciteit koelkast: 200 l
Brutocapaciteit koelkast: 206 l
Koelkast binnenverlichting: Ja
Bewaartijd bij stroomuitval: 20 uur
Aantal sterren: 4*
Totale nettocapaciteit: 262 l
No Frost system: Nee
Totale brutocapaciteit: 287 l
Ingebouwde vriezer: Ja
Deur open alarm: Ja
Aantal compressors koelkast: 1

Handleiding Liebherr ICUNS 3013 – volledige tekst

Inhoudsopgave1 Het apparaat in vogelvlucht. 21. 1 Overzicht apparaat en uitrusting. 21. 2 Toepassingen van het apparaat. 21. 3 Conformiteit. 31. 4 Energie sparen. 32Algemene veiligheidsvoorschriften. 33Bedienings- en controle-elementen. 43. 1 Bedienings- en controle-elementen. 43. 2 Temperatuurdisplay. 44In gebruik nemen. 44. 1 Apparaat transporteren. 44. 2 Apparaat opstellen. 44. 3 Draairichting deur veranderen. 44. 4 Inbouw. 54. 5 Afvalverwerking van de verpakking. 74. 6 Apparaat aansluiten. 74. 7 Apparaat inschakelen. 75Bediening. 75. 1 Temperatuuralarm. 75. 2 Koelgedeelte. 75. 3 Vriesgedeelte. 86Onderhoud. 106. 1 Ontdooien met NoFrost. 106. 2 handmatig ontdooien. 106. 3 Apparaat reinigen. 106. 4 Binnenverlichting vervangen. 116. 5 Technische Dienst. 117 Storingen. 118 Afzetten. 128. 1 Schakel het apparaat uit. 128. 2 Buiten werking stellen. 129 Apparaat afdanken.

12De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkelingvan alle typen en modellen. Daarom vragen wij om uw begripvoor het feit dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniekmoeten voorbehouden. Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, deinstructies in deze handleiding aandachtig doorlezen a. u. b. De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingen zijnmogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparaten vantoepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*). Gebruiksaanwijzingen zijn gekenmerkt met een ,gebruiksresultaten met een. 1 Het apparaat in vogelvlucht1. 1 Overzicht apparaat en uitrustingAanwijzinguLevensmiddelen zoals in de afbeelding getoond sorteren. Zo werkt het apparaat energiebesparend. uPlateaus, schuifladen of manden zijn in de geleverdetoestand voor een optimale energie-efficiëntie ingedeeld. Fig.

1 (1) Bedienings- encontrole-elementen(8) Dooiwaterafvoer(2) Boter- en kaasvak (9) Groentevak(3) Ventilator* (10) Bergvak voor hogeflessen en dranken(4) Verplaatsbareschappen(11) Koudeaccu(5) Conservenopbergvak,verstelbaar(12) VarioSpace(6) Deelbare en onder-schuifbare* schap(13) Info-systeem(7) Verlichting (14) Typeplaatje1. 2 Toepassingen van het apparaatHet apparaat is alleen geschikt voor het koelen van levensmid-delen in huishoudelijke of soortgelijke omgeving. Hiertoebehoort bijvoorbeeld het gebruik-in personeelskeukens, bed and breakfasts,-door gasten in landhuizen, hotels, motels, en andere onder-komens,-voor catering en soortgelijke diensten in de groothandelGebruik het apparaat alleen voor huishoudelijke toepassingen. Alle andere toepassingen zijn niet toegestaan.

middelen 2007/47/EG. Misbruik van het apparaat kan leiden totschade aan bewaarde producten of tot bederf ervan. Daar-naast is het apparaat niet geschikt voor gebruik op plaatsenwaar ontploffingsgevaar kan heersen. Het apparaat is volgens de klimaatklasse gebouwd voorgebruik bij bepaalde omgevingstemperaturen. De klimaat-klasse van uw apparaat vindt u op het typeplaatje. AanwijzinguRespecteer de opgegeven omgevingstemperaturen, zonietvermindert de koelprestatie. Klimaat-klassevoor omgevingstemperaturen vanSN 10 °C tot 32 °CN 16 °C tot 32 °CST 16 °C tot 38 °CT 16 °C tot 43 °C1. 3 ConformiteitHet koelmiddelcircuit werd op lekkages gecontroleerd. Hetapparaat voldoet in de inbouwstaat aan de van toepassingzijnde veiligheidsbepalingen evenals de EG-richtlijnen2006/95/EG en 2004/108/EG. 1. 4 Energie sparen-Zorg altijd voor een goede luchttoevoer en -afvoer. Ventila-tieopeningen resp.

-roosters niet afdekken. -Ventilatorluchtspleten altijd vrij houden. *-Stel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naasteen fornuis, verwarming of dergelijke. -Het energieverbruik is afhankelijk van opstellingsomstandig-heden b. v. de omgevingstemperatuur (zie 1. 2). -Open het apparaat zo kort mogelijk. -Hoe lager de temperatuur wordt ingesteld, des te hoger ishet energieverbruik. -Zet de levensmiddelen soort bij soort. (zie Het apparaat invogelvlucht). -Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt opslaan. Rijpvorming wordt vermeden. -Levensmiddelen slechts zolang als nodig buiten het appa-raat laten staat, zodat ze niet te warm worden. -Warme gerechten inleggen: eerst laten afkoelen tot kamer-temperatuur. -Diepvriesproducten in de koelruimte laten ontdooien. -Wanneer het apparaat een dikke rijplaag heeft: apparaatontdooien.

Tenzij zij door een persoon, die voor hun veilig-heid verantwoordelijk is, in het gebruik van het apparaatworden onderwezen en die aanvankelijk toezicht uitoefent. Erop toezien, dat kinderen niet met het apparaat spelen. -In geval van storing stekker uit het stopcontact trekken(daarbij niet aan het netsnoer trekken) of zekering uitscha-kelen. -Reparaties, aanpassingen aan het apparaat en hetvervangen van het netsnoer alleen laten uitvoeren door deTechnische Dienst of ander daarvoor opgeleid vakperso-neel. -Als u het stroomsnoer van het apparaat uittrekt, altijd bij destekker nemen. Niet aan het snoer trekken. -Apparaat alleen conform de beschrijving in de handleidingmonteren en aansluiten. -Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef hemeventueel aan de volgende eigenaar door.

-De lampen voor speciale doeleinden (gloeilampen, led, TL-lampen) in het apparaat zijn bedoeld om de binnenruimte teverlichten en niet geschikt als kamerverlichting. Brandgevaar:-Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maarbrandbaar. Ontsnappend koelmiddel kan vlam vatten. •De buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet bescha-digen. •Binnenin het apparaat geen open vuur of ontstekings-bronnen gebruiken. •Binnenin het apparaat geen elektrische apparatengebruiken (b. v. stoomreinigers, verwarmingsapparatuur,ijsmachines enz. ). •Wanneer koelmiddel ontsnapt: open vuur of ontstekings-bronnen in de nabijheid van het lekpunt verwijderen. Stekker uit het stopcontact trekken. Ruimte goed venti-leren. Contact opnemen met de Technische Dienst. -Geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijf-gassen, zoals b. v. butaan, propaan, pentaan enz. in hetapparaat bewaren.

Eventueel uittredende alcohol kan door elektrischecomponenten vlam vatten. Gevaar voor vallen en omkiepen:-Plint, laden, deuren enz. niet als voetensteun of om teleunen misbruiken. Dit geldt in het bijzonder voor kinderen. Gevaar voor voedselvergiftiging:-Te lang opgeslagen levensmiddelen niet meer nuttigen. Gevaar voor bevriezingen, gevoelloosheid en pijn:-Langdurig huidcontact met koude oppervlakken engekoelde of ingevroren levensmiddelen vermijden of veilig-heidsmaatregelen treffen, b. v. handschoenen dragen. Consumptie-ijs, met name waterijs of ijsblokjes niet onmid-dellijk en niet te koud consumeren. Neem de specifieke aanwijzingen in de overige hoofd-stukken in acht:GEVAAR duidt een direct gevaar aan, die dedood of ernstig lichamelijk letsel totgevolg kan hebben wanneer ditgevaar niet vermeden wordt.

WAAR-SCHUWINGduidt een gevaarlijke situatie aan,die de dood of ernstig lichamelijkletsel tot gevolg kan hebbenwanneer dit gevaar niet vermedenwordt. VOOR-ZICHTIGduidt een gevaarlijke situatie aan,die lichamelijk letsel tot gevolg kanhebben wanneer dit gevaar nietvermeden wordt. LET OP duidt een gevaarlijke situatie aan,die materiële schade tot gevolg kanhebben wanneer dit gevaar nietvermeden wordt. Aanwijzing geeft aan dat praktische aanwij-zingen en tips gegeven worden. Algemene veiligheidsvoorschriften3.

3 Bedienings- en controle-elementen3. 1 Bedienings- en controle-elementenFig. 2 (1) Temperatuurregelaar (4) controlelampjes voorwerking vriesgedeelte*(2) SuperFrost-toets (5) Toets temperatuuralarm*(3) Temperatuurdisplaykoelgedeelte3. 2 TemperatuurdisplayBij normale werking wordt aangegeven:-de ingestelde koeltemperatuur4 In gebruik nemen4. 1 Apparaat transporterenVOORZICHTIGGevaar voor verwonding en beschadiging door verkeerd trans-port. uHet apparaat verpakt transporteren. uHet apparaat overeind transporteren. uHet apparaat niet alleen transporteren. 4. 2 Apparaat opstellenNeem bij beschadiging van het apparaat onmiddellijk - nogvoor het aansluiten - contact op met de leverancier. De vloer waar het apparaat komt te staan moet waterpas envlak zijn. Stel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naast eenfornuis, verwarming of dergelijke. Stel het apparaat niet op zonder hulp.

De plaatsingsruimte van uw apparaat moet volgens de normEN 378 per 8 g R 600a koelmiddel over een volume van 1 m3beschikken. Indien de plaatsingsruimte te klein is, kan in gevalvan een lek in het koelmiddelcircuit een ontvlambaar gas-lucht-mengsel ontstaan. Informatie over de hoeveelheid koelmiddelvindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. Het apparaat alleen inbouwen in een stabiel meubel. Respecteer altijd de afstanden voor ventilatie:qde ventilatieruimte aan de achterkant van het meubel moetminstens 38 mm diep zijn. qVoor de aan- en afvoer van lucht in de sokkel en meubelom-bouw is minstens 200 cm2 vereist. qIn principe geldt het volgende: hoe meer ventilatieruimte,hoe energiezuiniger het apparaat werkt. WAARSCHUWINGBrandgevaar door vocht. Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluitingvochtig worden, kan dat leiden tot kortsluiting.

uHet apparaat is ontworpen voor gebruik in een geslotenruimte. Het apparaat niet buiten, in een vochtige omgevingof binnen bereik van spatwater plaatsen. WAARSCHUWINGBrandgevaar door koelmiddel.

Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maarbrandbaar. Ontsnappend koelmiddel kan vlam vatten. uDe buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet bescha-digen. WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging. uPlaats geen warmte afgevende apparaten, bijv. magnetron,toaster enz. op het apparaat. uHaal het aansluitsnoer van de achterzijde van het apparaat. Verwijder hierbij de snoerhouder, anders kunnen trillingsgel-uiden ontstaan. na de inbouw:uTrek de beschermfolie van de sierlijsten en van de lade-fronten. uVerwijder alle transportbeveiligingsonderdelen. uDoe de verpakking weg (zie 4. 5). AanwijzinguApparaat reinigen (zie 6. 3). Als het apparaat in een erg vochtige omgeving staat, kan ercondens worden gevormd op de buitenkant van het apparaat. uZorg altijd goed voor een goede verluchting van de plaat-singsruimte. 4.

Fig. 3 uAfdekkingen Fig. 3 (1,2,3,4,5) verwijderen. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding wanneer de deur eruit valt. uDeur goed vasthouden. uDeur voorzichtig neerzetten. uLagerbout boven Fig. 3 (6) uit de deur van het koelgedeelteFig. 3 (7) schroeven. uDeur van het koelgedeelte Fig. 3 (7) iets naar voren kiepenen naar boven eruit tillen. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding wanneer de deur eruit valt. uDeur goed vasthouden. uDeur voorzichtig neerzetten. uLagerbout midden Fig. 3 (8) verwijderen. uDeur van het diepvriesgedeelte Fig. 3 (9) verwijderen. uLagerbus boven Fig. 3 (10) en lagerbus midden Fig. 3 (11)afschroeven en aan de andere kant met dezelfde schroevenweer goed (met 4 Nm) vastschroeven. uLagerbout onder Fig. 3 (12) met plaatje Fig. 3 (13) omzetten. uDeur van het diepvriesgedeelte onder op lagerboutFig. 3 (12) en plaatje Fig. 3 (13) zetten. Detail ZuLagerbout midden Fig.

3 (8) door de lagerbus middenFig. 3 (11) in de deurlager plaatsen. Detail YuDeur van het koelgedeelte op de lagerbout midden Fig. 3 (8)zetten. Detail YuLagerbout boven Fig. 3 (6) door buitenste gat in delagerbus Fig. 3 (10) in de deurlager van de deur van hetkoelgedeelte Fig. 3 (7) aanbrengen en goed (met 4 Nm)vastschroeven. Detail XuAfdekkingen Fig. 3 (1,2,3,4,5) aan de andere kant 180°omgedraaid weer aanbrengen. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door eruit vallende deur. Als de lageronderdelen niet goed zijn vastgeschroefd, kan dedeur eruit vallen. Dit kan zwaar letsel tot gevolg hebben. Bovendien sluit de deur evt. niet, zodat het apparaat niet goedkoelt. uDe lagerbussen/lagerbouten goed (met 4 Nm) vast-schroeven. uAlle schroeven controleren en evt. aandraaien. 4. 4 InbouwAlle bevestigingselementen zijn bij het apparaat gevoegd. Fig.

A C DICUS 29 1571,5 mm 523 mm 1574 mm - 1590 mmICUS 30 1769,5 mm 669 mm 1772 mm - 1788 mmICUNS 30 1769,5 mm 669 mm 1772 mm - 1788 mm4. 4. 1 Apparaat installerenFig. 6 uDe aansluitkabel van de achterkant van het apparaatnemen. Daarbij tevens de kabelhouder verwijderen omvibratiegeluiden te vermijden. uAansluitkabel met behulp vaneen snoerje zo bevestigen, dathet apparaat na de inbouwmakkelijk kan worden aange-sloten. uHet apparaat voor 2/3 in de nisschuiven. Fig. 7 uOpvulstrookFig. 8 (20) aan dekant van de deur-greep sluitend |←met de zijwand vanhet apparaatmonteren: in delijving schuiven ende sleutelgateninhaken. Fig. 8 uLijm afdekprofiel Fig. 9 (21) aan de kantvan de deurgreep vast, in één lijn met dezijwand van het apparaat: Beschermfolieverwijderen en afdekprofiel vastkleven. uAfdekprofiel Fig. 9 (21) indien nodiginkorten op maat van de nishoogte. uHet afdekprofiel Fig.

9 (21) precies onderde bevestigingshoek Fig. 6 (22)aanbrengen. Fig. 9 uAfdekking Fig. 10 (2) verwij-deren. Bij eerste montage:uAfdekking Fig. 6 (3) van hetlagerblok midden Fig. 10 (11)verwijderen. Fig. 10 uBevestigingshoek Fig. 11 (22)met schroeven Fig. 11 (23) vast-schroeven. Fig. 11 uApparaat in de nis schuiven en daarbij op het snoer letten. uApparaat in de diepte uitlijnen:voorkant van het lagerblokFig. 12 (24), lagerblokFig. 12 (25) en bevestigings-hoek Fig. 12 (22) sluitend metde voorkant van de onderkanten zijwand van het kastjeuitlijnen. Fig. 12 uApparaat qua hoogteuitlijnen: met behulp van destelschroeven Fig. 13 (26) inde lagerblokkenFig. 13 (24,25). Fig. 13 LET OPGevaar voor beschadigingen van de meubelwand. uDraai de stelschroef voorzichtig in de gewenste stand. uDe stelschroef Fig. 14 (27) in hetlagerblok midden Fig. 14 (11) totaanslag met de kastwandbrengen. Fig.

uZijgedeelte van de bevestigings-hoek Fig. 17 (22) inklappen. uAfdekking Fig. 17 (2) weeraanbrengen. uAlle gaten met stoppenFig. 17 (30,5) sluiten. Fig. 17 uOp het middelste lagerblok Fig. 18 (11)de afdekking Fig. 18 (3) vastklikken. Fig. 18 uDeurkoppeldeel Fig. 19 (31) metschroef Fig. 19 (32) monteren,daarbij letten op de positie van dedeurgreep. Bij geheel geopende deur:udeurkoppelingsrails Fig. 19 (33)inschuiven en de kastdeur metschroeven Fig. 19 (34) vast-schroeven. Daarbij afstand d(wanddikte van de keukenkast)aanhouden. Fig. 19 uStel het deurkoppeldeel zodanig af, dat de kastdeur aan dekant van de deurgreep niet tegen het ombouwmeubel aanligt (ca. 1 mm afstand). uMonteer bij grote of meerdeligekastdeuren indien nodig een extradeurkoppeling. Fig. 20 4. 5 Afvalverwerking van de verpakkingWAARSCHUWINGGevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie.

uKinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen. De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal:-Golfkarton/karton-Onderdelen uit geschuimd polystyreen-Folies en zakken uit polyetheen-Spanbanden uit polypropeen-Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met poly-ethyleen*uBreng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamel-punt. 4. 6 Apparaat aansluitenLET OPGevaar voor beschadiging van de elektronische componenten. uGebruik geen omvormer (omzetten van gelijkstroom naarwisselstroom) of spaarstekker. WAARSCHUWINGBrand- en oververhittingsgevaar. uGebruik geen verlengsnoer of verdeeldoos. Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats vanbestemming moeten met de informaties op het typeplaatje (zieHet apparaat in vogelvlucht) overeenstemmen. Het apparaat alleen aansluiten op een volgens devoorschriften geïnstalleerd stopcontact. Het stopcon-tact moet d. m. v.

7 Apparaat inschakelenSchakel het apparaat met het vriesvak ongeveer 4 uur voordatu de eerste levensmiddelen erin plaatst in. Plaats de in te vriezen levensmiddelen pas, wanneer de alarm-toets gedoofd is. *uTemperatuurregelaar Fig. 2 (1) met een munt naar rechtsdraaien. wDe temperatuurdisplay brandt. wDe binnenverlichting brandt. wDe toets alarm Fig. 2 (5) brandt. *uTemperatuuralarm mute zettem: Toets alarm Fig. 2 (5)indrukken. *Wanneer de toets alarm Fig. 2 (5) niet meer brandt:ukan er met het invriezen begonnen worden. *5 Bediening5. 1 Temperatuuralarm*Wanneer de vriestemperatuur niet laag genoeg is, gaat hetakoestisch alarm af. Tegelijkertijd knippert de rode toets alarm.

De oorzaak voor een te hoge temperatuur kan zijn:-warme nieuwe levensmiddelen werden in de diepvriezergelegd-bij het sorteren en uitnemen van de levensmiddelen isteveel warme lucht binnengekomen-de stroom is voor langere tijd uitgevallen-het apparaat is defectHet akoestisch alarm stopt automatisch, de toets alarmFig. 2 (5) gaat uit en de temperauurdisplay stopt met knip-peren, wanneer de temperatuur weer voldoende laag isWanneer het alarm niet uitgaat (zie Storingen). AanwijzingWanneer de temperatuur niet laag genoeg is, kunnen levens-middelen bederven. uDe kwaliteit van de levensmiddelen controleren. Bedorvenlevensmiddelen niet meer nuttigen. 5. 1. 1 Temperatuuralarm deactiveren*Het akoestisch alarm kan worden gedeactiveerd. Wanneer detemperatuur weer laag genoeg is, is de alarmfunctie weeractief. uToets Alarm Fig. 2 (5) indrukken. wHet akoestisch alarm is gedeactiveerd. 5.

groentelades en tegen de achterkant is het het koudste. Voorinaan de bovenkant en in de deur is het het warmste. 5. 2. 1 Levensmiddelen koelenAanwijzing*Het energieverbruik stijgt en de koelprestatie vermindert bijonvoldoende ventilatie. uVentilatieluchtspleten altijd vrijlaten. uBederfelijke etenswaren, bereide gerechten, vlees en vlees-waren bewaart u in de koudste zone. In het bovengedeelteen in de deur boter en conserven bewaren. (zie Het appa-raat in vogelvlucht)*uGebruik om te verpakken herbruikbare dozen van kunststof,metaal, aluminium, glas en vershoudfolie. uhet gedeelte vooraan op de bodem van het koelgedeeltealleen gebruiken om producten korte tijd neer te zetten, bijv. bij het opruimen of sorteren. Levensmiddelen daar niet latenliggen, ze kunnen bij het sluiten van de deur naar achterworden geschoven of omvallen.

uLeg de levensmiddelen niet te dicht bij elkaar, zodat de luchtgoed kan circuleren. uFlessen tegen omvallen beveiligen: de flessenhouderverschuiven. 5. 2. 2 Temperatuur instellenDe temperatuur is instelbaar tussen de eerste stand (warmstetemperatuur, laagste koelvermogen) en max. (koudste tempe-ratuur, maximaal koelvermogen). Aanbevolen worden:5 °C resp. de middelste stand. In het vriesgedeelte is de gemiddelde temperatuur dan ca. –18 °C. uTemperatuurregelaar Fig. 2 (1) met een munt draaien tot opde display de gewenste temperatuur wordt aangegeven. Binnen een temperatuurbereik, b. v. 5 °C tot 7 °C of tussentwee standen van de regelaar, kan de temperatuur iets kouderworden ingesteld. uZo nodig de temperatuurregelaar langzaam verder draaien. wDe verlichte balk van het temperatuurbereik b. v. 5 °C tot7 °C knippert even. De temperatuur binnen het temperatuur-bereik werd lager ingesteld.

3 Draagplateaus verplaatsenDe plateaus zijn door uittrekstops beveiligd tegen ongewilduittrekken. uTil het draagplateau op en trek hetnaar voren uit. uDraagplateau met de aanslagrand achter naar bovenwijzend inschuiven. wDe levensmiddelen vriezen niet aan de achterwand vast. 5. 2. 4 Deelbare draagplateaus gebruikenFig. 21 uDe glasplaat met aanslagrand (2) moet achteraan liggen. 5. 2. 5 Opbergvakken in de deur verplaatsenuVakken uitnemen volgens de afbeel-ding. Boter- en kaasvak altijd tegelijkertijdmet het deksel verwijderen. uDeksel verwijderen: een zijkant vanhet boter- en kaasvak naar buitendrukken, tot de dekseltap vrij is, dandeksel zijdelings verwijderen. 5. 2. 6 Flessenhouder uitnemenuFlessenhouder volgens afbeeldinguitnemen. 5. 3 VriesgedeelteIn het vriesgedeelte kunt u diepvriesproducten of ingevrorenlevensmiddelen bewaren, ijsblokjes maken en verse levens-middelen invriezen. 5.

3. 1 Levensmiddelen invriezenU kunt maximaal zo veel kilo verse levensmiddelen binnen24 uur invriezen, als op het typeplaatje (zie Het apparaat invogelvlucht) onder "Invriescapaciteit. kg/24h" is aangegeven. De laden kunnen elk met max. 25 kg diepvriesproducten, deplateaus elk met max. 35 kg worden belast. Na het sluiten van de deur ontstaat er een vacuüm. Na hetsluiten ongeveer 1 min. wachten, dan is de deur gemakkelijkerte openen. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding door glasscherven. Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen. Dit geldt met name voor koolzuurhoudend drinken. uFlessen en blikjes met drinken niet invriezen. Om de levenmiddelen snel door en door te laten bevriezen,mag u de volgende hoeveelheden per verpakking niet over-schrijden:- fruit, groente max. 1 kgBediening8.

- vlees max. 2,5 kguVerdeel de levensmiddelen in porties en doe ze in diepvries-zakjes of in herbruikbare bakjes van kunststof, metaal ofaluminium. 5. 3. 2 Levensmiddelen ontdooien- in het koelgedeelte- bij kamertemperatuur- in een magnetron- in een oven/heteluchtovenuOntdooide levensmiddelen alleen bij wijze van uitzonderingweer invriezen. 5. 3. 3 SuperFrostMet deze functie kunt u nieuwe levensmiddelen snel tot op dekern invriezen. Het apparaat werkt met maximaal koelver-mogen, daardoor kunnen geluiden van de koelaggregaat tijde-lijk luider zijn. Bovendien bouwen reeds ingevroren levensmiddelen zo een"koudereserve op". Daardoor blijven de levensmiddelen langerbevroren, wanneer u het apparaat ontdooit. *U kunt maximaal zoveel nieuwe levensmiddelen binnen 24 hinvriezen, als op het typeplaatje onder "invriescapaciteit. kg/24h" is aangegeven.

De invriescapaciteit is afhankelijk van hetmodel en de klimaatklasse van het apparaat. SuperFrost hoeft u in de volgende gevallen niet in te scha-kelen:-wanneer u reeds ingevroren waren in de diepvriezer legt-bij het invriezen van tot ca. 2 kg verse levensmiddelen perdagMet SuperFrost invriezenuToets SuperFrost Fig. 2 (2) kort indrukken. wDe toets SuperFrost is verlicht. wDe temperatuur daalt; het apparaat werkt met maximalekoeling. Bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen:uca. 6 u wachten. uDe nieuwe levensmiddelen in de bovenste vakken leggen. Bij de maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen(zie typeplaatje):uca. 24 u wachten. uverpakte levenmiddelen direct op de draagplateaus leggenen eerst na het invriezen in de schuifladen leggen. wSuperFrost schakelt na ca. 65 u automatisch uit. wDe toets SuperFrost is donker.

Bij apparaten met NoFrost:uLaat de onderste schuiflade in het apparaat zitten. uHoud de luchtspleet binnen aan de achterkant steeds vrij. uOm diepvriesgoed direct op de draagplateaus te bewaren:trek de schuiflade naar voren en haal de lade uit. 5. 3. 5 PlateausuPlateau uitnemen: vooraan optillen enuittrekken. uPlateau terugplaatsen: tot aanslaginschuiven. 5. 3. 6 VarioSpaceNaast de schuifladen kunt utevens de plateaus verwijderen. Zo creëert u plaats voor levens-middelen van groot formaat. Gevogelte, vlees, groot wild enhoog gebak kunnen geheel en alworden ingevroren en laterverder verwerkt. uDe laden kunnen elk metmax. 25 kg diepvriespro-ducten, de plateaus elk metmax. 35 kg worden belast. 5. 3. 7 Info-systeemFig.

wanneer de bovenste ladeuitgenomen is:uKoudeaccu´s uitnemen:koudeaccu´s aan dezijkant vastpakken en naaronder uitdrukken. Koudeaccu's gebruiken*uDe koudeaccu's ruimtebespa-rend in het bovenste vriesvakleggen. uDe bevroren koudeaccu's bovenin het voorste vriesgedeelte opde ingevroren levensmiddelenleggen. 6 Onderhoud6. 1 Ontdooien met NoFrost*Het NoFrost-systeem ontdooit het apparaat automatisch. Koelgedeelte:Het dooiwater verdampt door de warmte van de compressor. Waterdruppels op de achterwand zijn normaal en wijzen nietop een storing. uAfvoeropening regelmatig reinigen, zodat het dooiwater kanweglopen (zie 6. 3). Vriesgedeelte:Het vocht slaat neer op de verdamper, wordt regelmatigontdooid en verdampt dan. uU hoeft het apparaat niet handmatig te ontdooien. 6. 2 handmatig ontdooien*Het koelgedeelte ontdooit automatisch. Het dooiwaterverdampt door de vrijkomende warmte van de compressor.

Waterdruppels op de achterwand zijn normaal en wijzen nietop een storing. uAfvoeropening regelmatig reinigen, zodat het dooiwater wegkan lopen (zie 6. 3). In het vriesgedeelte vormt zich na langere gebruiksduur eenrijp- resp. ijslaag. De vorming van een rijp- resp. ijslaag wordt in de hand gewerktdoor vaak de deur te openen of door warme levensmiddelen inte leggen. Een dikkere ijslaag verhoogt echter het energiever-bruik. Daarom moet u het apparaat regelmatig ontdooien. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom. uVoor het ontdooien geen elektrische kacheltjes of stoomrei-nigers, open vuur of ontdooispray gebruiken. uGebruik geen scherpe voorwerpen om ijs te verwijderen. uSchakel één dag voor het ontdooien de SuperFrost-functiein. wDe diepvriesproducten krijgen een "koudereserve". uSchakel het apparaat uit. wDe temperatuurdisplay gaat uit.

in een diepvries-lade, en in kranten of dekens gewikkeld, op een koeleplaats. uPlaats een pan met heet, niet kokendwater op een plateau in het midden. -of-uDe twee onderste lades half methandwarm water vullen en in hetapparaat plaatsen. wHet ontdooien wordt versneld. wDooiwater wordt in de lades opgevangen. uLaat tijdens het ontdooien de deur van het apparaat openstaan. uLosgeraakte ijsstukken uitnemen. uLet er op dat er geen dooiwater in de ombouw van het appa-raat terecht komt. uDooiwater evt. meerdere keren met een spons of doekopnemen. uHet apparaat reinigen (zie 6. 3) en afdrogen. 6. 3 Apparaat reinigenVoor het reinigen:VOORZICHTIGGevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom. Hete stoom kan de oppervlakken beschadigen en brand-wonden veroorzaken. uGebruik geen stoomreinigers. LET OPVerkeerd reinigen kan het apparaat beschadigen.

uGebruik reinigingsmiddelen niet in geconcentreerde vorm. uGebruik geen schurende of krassende sponsjes of staalwol. uGebruik geen schoonmaakmiddelen die zand, chloor,chemicaliën of zuren bevatten. uGebruik geen chemische oplosmiddelen. uBeschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkantvan het apparaat niet. Dit is belangrijk voor de TechnischeDienst. uKabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken ofbeschadigen. uLaat geen reinigingswater in de afvoergoot, de ventilatier-oosters en elektrische delen terecht komen. uApparaat leegmaken. uTrek de stekker uit. - Gebruik zachte poetsdoeken en een allesreinigermet een neutrale pH-waarde. - Gebruik in de binnenruimte van het apparaatenkel levensmiddelenvriendelijke reinigings- enonderhoudsproducten. uRoosters voor luchtaan- en afvoer regelmatig reinigen. wStof verhoogt het energieverbruik.

uPlateaus uit elkaar nemen: lijsten enzijkanten afhalen. uDeurvakken volgens de afbeeldinguit elkaar nemen. Na het reinigen:uApparaat en onderdelen droogwrijven. uApparaat weer aansluiten en inschakelen. uSuperFrost inschakelen (zie 5. 3. 3). Wanneer de temperatuur voldoende koud is:ude levensmiddelen er weer in leggen. 6. 4 Binnenverlichting vervangenType gloeilampqmax. 25 WqFitting: E14qType stroom en spanning moeten overeenkomen met deinformatie op het typeplaatjeuSchakel het apparaat uit. uTrek de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering inde meterkast uit. uHet afdekkapje van de lampboven en onder vastpakkenFig. 23 (1). uHet afdekkapje achter losklikkenen verwijderen Fig. 23 (2). uVervang de gloeilamp Fig. 23 (3). Gebruik bij het draaien iets meerkracht om de wrijving van de afdich-ting te compenseren. Erop lettendat de afdichting goed in de sokkelvan de lamp zit.

uZet het afdekkapje achter terugen klik de zijkanten vast. Fig. 23 6. 5 Technische DienstProbeer eerst of u de storing zelf kunt verhelpen (zieStoringen). Mocht dit niet het geval zijn, neem dan contact opmet de Technische Dienst. Het adres vindt u in het bijgevoegdoverzicht. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door onvakkundige reparatie. uReparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroomaan-sluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden (zie Onder-houd), uitsluitend door de Technische Dienst latenuitvoeren. uApparaataanduidingFig. 24 (1), service-nr. Fig. 24 (2) enserie-nr. Fig. 24 (3)van het typeplaatjeaflezen. Het type-plaatje bevindt zichaan de linkerkantbinnen in het appa-raat. Fig. 24 uContact opnemen met de Technische Dienst en hetprobleem, apparaataanduiding Fig. 24 (1), service-nr. Fig. 24 (2) en serie-nr. Fig. 24 (3) mededelen.

uTrek de stekker uit het stopcontact (daarbij niet aan hetsnoer trekken) of de draai de zekering uit. 7 StoringenUw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veiligewerking en lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht deson-danks storing optreden, eerst controleren of de storing dooreen bedieningsfout werd veroorzaakt. In dit geval moeten wijde ontstane kosten ook in de garantieperiode in rekeningbrengen. Volgende storingen kunt u zelf verhelpen:Het apparaat functioneert niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. →De stekker zit niet goed in het stopcontact. uStekker controleren. →De zekering in het stopcontact is niet in orde. uZekering controleren. De compressor blijft lopen. →De compressor schakelt bij een verminderde koudebe-hoefte over op een lager toerental. Hoewel de looptijd daar-door langer is, wordt energie bespaard.

uDat is bij energiebesparende modellen normaal. →SuperFrost is ingeschakeld. uOm de levensmiddelen snel af te koelen, draait decompressor langer. Dit is normaal. Geluiden zijn te luid. →Op toerental gestuurde* compressoren kunnen naar aanlei-ding van de verschillende draaisnelheden verschillendegeluiden veroorzaken. uHet geluid is normaal. Een borrelen en klateren→Dit geluid stamt van het koelmiddel, dat door het koelcircuitstroomt. uHet geluid is normaal. Een zacht klikken→Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelenvan de koelaggregaat (de motor). uHet geluid is normaal. Een brommend geluid. Kan voor korte tijd iets luider zijn,wanneer de koelaggregaat (de motor) inschakelt. →Bij ingeschakelde SuperFrost, nieuw opgeslagen levens-middelen of na lang geopende deur wordt het koelver-mogen automatisch verhoogd. uHet geluid is normaal. →De omgevingstemperatuur is te hoog.

De buitenkant van het apparaat voelt warm aan. *→De warmte van het koelmiddelcircuit wordt gebruikt omcondenswater te voorkomen. uDit is normaal. Temperatuur is niet laag genoeg. →De deur is niet goed gesloten. uDeur van het apparaat sluiten. →Niet voldoende be- en ontluchting. uLuchtrooster schoonmaken. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uOplossing: (zie 1. 2). →Het apparaat werd te vaak of te lang geopend. uAfwachten of de benodigde temperatuur weer vanzelfwordt bereikt. Zo niet, contact opnemen met de TechnischeDienst. (zie Onderhoud). →U heeft teveel nieuwe levensmiddelen zonder SuperFrostopgeslagen. uOplossing: (zie 5. 3. 3)→Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron. uOplossing: (zie In gebruik nemen). →Het apparaat werd niet juist in de nis ingebouwd. uControleer of het apparaat juist is ingebouwd en de deurgoed sluit. De binnenverlichting brandt niet.

→Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. →De deur was langer dan 15 min. open. uDe binnenverlichting schakelt bij geopende deur naca. 15 min. automatisch uit. →Wanneer de binnenverlichting niet brandt terwijl de tempe-ratuurdisplay wel verlicht is, is de gloeilamp stuk. uVervang de gloeilamp. (zie Onderhoud). 8 Afzetten8. 1 Schakel het apparaat uituTemperatuurregelaar Fig. 2 (1) met een munt naar 0draaien. wDe temperatuurdisplay gaat uit. 8. 2 Buiten werking stellenuApparaat leegmaken. uStekker uittrekken. uApparaat reinigen (zie 6. 3). uLaat de deur wat open staan zodat er geen onaangenamegeuren kunnen ontstaan. 9 Apparaat afdankenHet apparaat bevat nog waardevolle materialen enmag niet met het gewoon huis- of grofvuil wordenmeegegeven. Het recyclen van afgedankte appa-raten moet vakkundig gebeuren overeenkomstigde plaatselijk geldende voorschriften en wetten.

Let erop dat bij het afvoeren van het afgedankte apparaat hetkoelmiddelcircuit niet wordt beschadigd, zodat het koelmiddel(informatie op het typeplaatje) of de olie erin niet ongewild vrij-komen.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Liebherr ICUNS 3013 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden