Liebherr GP 2433-21 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Liebherr GP 2433-21 (14 pagina’s), behorend tot de categorie Vriezer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 41 mensen. Heb je een vraag over Liebherr GP 2433-21 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Liebherr |
| Categorie: | Vriezer |
| Model: | GP 2433-21 |
| Apparaatplaatsing: | Vrijstaand |
| Soort bediening: | Knoppen |
| Kleur van het product: | Wit |
| Deurscharnieren: | Rechts |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Gewicht: | 59800 g |
| Breedte: | 600 mm |
| Diepte: | 632 mm |
| Hoogte: | 1447 mm |
| Netbelasting: | - W |
| Kinderslot: | Ja |
| Geluidsniveau: | 39 dB |
| Energie-efficiëntieklasse: | F |
| Jaarlijks energieverbruik: | 249 kWu |
| Gewicht verpakking: | 64300 g |
| Breedte verpakking: | 617 mm |
| Diepte verpakking: | 711 mm |
| Hoogte verpakking: | 1509 mm |
| Brutocapaciteit vriezer: | 197 l |
| Nettocapaciteit vriezer: | 192 l |
| Vriescapaciteit: | 22 kg/24u |
| Materiaal behuizing: | Staal |
| Draairichting deur verwisselbaar: | Ja |
| Bewaartijd bij stroomuitval: | 26 uur |
| Aantal planken vriezer: | 6 |
| Aantal sterren: | 4* |
| Plankmateriaal: | Glas |
| Stroomgebruik per dag: | 0.522 kWh/24u |
| Stroom: | 1.3 A |
| Klimaatklasse: | SN-T |
| Automatische ontdooiing ( diepvries ): | Nee |
| Geluidsemissieklasse: | C |
| VarioSpace-systeem: | Ja |
| SuperFrost-functie: | Ja |
| Vriezer temperatuur (min): | -15 °C |
| Diepte wanneer de deur open is: | 1178 mm |
| AC-ingangsspanning: | 220-240 V |
| AC-ingangsfrequentie: | 50 Hz |
| Type beeldscherm: | LCD |
| Energie-efficiëntieschaal: | A tot G |
Handleiding Liebherr GP 2433-21 – volledige tekst
Inhoudsopgave 1 Het apparaat in vogelvlucht. 2 1. 1 Apparaten- en uitrustingsoverzicht. 2 1. 2 Toepassingsgebied van het apparaat. 2 1. 3 Conformiteit. 3 1. 4 EPREL-database. 3 1. 5 Opstelafmetingen. 3 1. 6 Energie sparen. 3 2 Algemene veiligheidsvoorschriften. 3 3 Bedienings- en controle-elementen. 5 3. 1 Bedienings- en controle-elementen. 5 3. 2 Temperatuurweergave. 5 4 In gebruik nemen. 5 4. 1 Apparaat transporteren. 5 4. 2 Apparaat opstellen. 5 4. 3 Draairichting deur veranderen. 6 4. 4 In het keukenblok schuiven. 7 4. 5 Afvalverwerking van de verpakking. 8 4. 6 Apparaat aansluiten. 8 4. 7 Apparaat inschakelen. 8 5 Bediening. 8 5. 1 Helderheid van het temperatuurdisplay. 8 5. 2 Kinderbeveiliging. 8 5. 3 Temperatuuralarm. 9 5. 4 Levensmiddelen invriezen. 9 5. 5 Bewaartijden. 9 5. 6 Levensmiddelen ontdooien. 9 5. 7 Temperatuur instellen. 9 5. 8 SuperFrost. 9 5. 9 Laden. 10 5.
10 Plateaus. 10 5. 11 VarioSpace. 10 6 Onderhoud. 10 6. 1 Handmatig ontdooien. 10 6. 2 Apparaat reinigen. 11 6. 3 Technische Dienst. 11 7 Storingen. 11 8 Uitzetten. 12 8. 1 Apparaat uitschakelen. 12 8. 2 Buiten werking stellen. 12 9 Apparaat afdanken. 12 De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling van alle typen en modellen. Daarom vragen wij om uw begripvoor het feit dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniekmoeten voorbehouden. Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, deinstructies in deze handleiding aandachtig doorlezen a. u. b. De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingen zijn mogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparaten vantoepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*). Handelingsinstructies zijn gemarkeerd met een , hande-lingsresultaten met een. 1 Het apparaat in vogelvlucht 1.
1 (1) Transportgreep achter Typeplaatje(4) (2) Bedienings- en contro-lepaneel (5) VarioSpace (3) (6)Lades Stelpootjes, transportwiel-tjes achter 1. 2 Toepassingsgebied van het appa-raatGebruik volgens de voorschriften Het apparaat is uitsluitend geschikt voor het koelen van levensmiddelen voor huishoudelijke of soortgelijke doeleinden. Hieronder valt bijv. het gebruik-in privékeukens, ontbijtgelegenheden,- door gasten in landhuizen, hotels, motels enandere accommodaties,- bij catering en vergelijkbare service in degroothandel. Het apparaat is niet bestemd voor gebruik alsinbouwapparaat. Alle andere toepassingen zijn niet toegestaan.
Voorzienbaar verkeerd gebruik De volgende toepassingen zijn uitdrukkelijkverboden:- Opslag en koeling van medicijnen, bloed- plasma, laboratoriumpreparaten of vergelijk- bare, overeenkomstig de Europese richtlijn 2007/47/EG medische hulpmiddelen, tengrondslag liggende stoffen en producten-Gebruik in explosiegevaarlijke gebieden Verkeerd gebruik van het apparaat kan tot beschadigingen van de opgeslagen goederenof het bederf hiervan leiden. Klimaatklassen Het apparaat kan afhankelijk van de klimaat- klasse, bij begrensde omgevingstemperaturen,Het apparaat in vogelvlucht 2 * afhankelijk van model en uitvoering.
worden gebruikt. De voor uw apparaat betref- fende klimaatklasse staat op het typeplaatjevermeld. Aanwijzingu Om een probleemloze werking te waar-borgen, moet de aangegeven omgevingstem-peratuur worden aangehouden. Klimaatklasse voor omgevingstemperaturen SN, N t/m 32 °C ST t/m 38 °C T t/m 43 °C Een probleemloze werking van het apparaat is gewaarborgd tot een omgevingstemperatuurvan -15 °C. 1. 3 Conformiteit De koudemiddelkringloop is op dichtheid gecontroleerd. Het apparaat voldoet aan de toepasbare veiligheidsbepalingen en de richtlijnen 2014/35/EU, 2014/30/EU, 2009/125/EG,2011/65/EU, 2010/30/EU en 2014/53/EU. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring isbeschikbaar op het volgende internetadres: www. Liebherr. com 1.
4 EPREL-database Vanaf 1 maart 2021 zijn informatie over etikettering inzake energieverbruik en vereisten inzake ecologisch ontwerp te vinden in de Europese productdatabase (EPREL). U krijgt toegang tot de productdatabase via de link https:// eprel. ec. europa. eu/. Hier wordt u gevraagd de modelidentifi- catie in te voeren. De modelidentificatie vindt u op het type-plaatje. 1. 5 OpstelafmetingenFig. 2 H (mm) GP 2033 1250 GP 2433 1447 GP 2733 1644x Bij apparaten met meegeleverde wandafstandhouders wordtde afmeting 35 mm (zie 4. 2 Apparaat opstellen) groter. 1. 6 Energie sparen- Let altijd op de be- en ontluchting. Dek de ventilatieope-ningen resp. -roosters niet af. - Plaats het apparaat niet naast een fornuis, verwarming ofdergelijke en stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht. - Het energieverbruik is afhankelijk van de plaatsings- omstandigheden zoals bijv.
de omgevingstemperatuur (zie 1. 2 Toepassingsgebied van het apparaat). Bij een warmere omgevingstemperatuur kan het energieverbruiktoenemen. -Open het apparaat, indien mogelijk zo kort mogelijk. - Hoe lager de temperatuur wordt ingesteld, hoe hoger hetenergieverbruik. - Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt bewaren. Condensvorming wordt voorkomen.
- Warme gerechten plaatsen: eerst tot op kamertemperatuurlaten afkoelen. -Als in het apparaat een dikke ijsaanslag aanwezig is: Appa-raat ontdooien. Stof verhoogt het energieverbruik:- De koelmachine met warmtewisselaar - metalen roosters aan de achterkant van het apparaat - eenmaal jaarlijksafstoffen. 2 Algemene veiligheidsvoor-schriftenGevaren voor de gebruiker:- Dit apparaat kan door kinderen alsmede door personen met verminderde psychische, sensorische of mentale bekwaamheden of een gebrek aan ervaring en kennis worden gebruikt onder toezicht van een derde of met betrekking tot het veilige gebruik van het apparaat zijn onderwezen en de gevaren kennen en begrijpen. Kinderen mogen nietmet het apparaat spelen. De reiniging en het onderhoud mag niet door kinderen zondertoezicht worden uitgevoerd. Kinderen van 3-8jaar mogen het apparaat inladen en uitladen.
Kinderen jonger dan 3 jaar dienen uit de buurtvan het apparaat te worden gehouden, als hetapparaat niet continu onder toezicht staat. - Als u het stroomsnoer van het apparaat uit het stopcontact trekt, altijd bij de stekkernemen. Niet aan het snoer trekken. - Trek, in geval van een storing, de stekker uithet stopcontact of schakel de beveiliging uit. - Beschadig het netsnoer niet. Gebruik hetapparaat niet wanneer het netsnoer defect is. - Reparaties en ingrepen aan het apparaat en het vervangen van de netaansluiting magalleen worden uitgevoerd door de klantenser- vice of ander vakpersoneel dat hiervoor isopgeleid. Algemene veiligheidsvoorschriften * afhankelijk van model en uitvoering 3.
- Het apparaat alleen conform de beschrijving in de handleiding monteren, aansluiten enafvoeren. - Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldigen geef hem eventueel aan de volgende eige-naar door. Brandgevaar:- Het gebruikte koelmiddel (gegevens op het typeplaatje) is milieuvriendelijk maar brandbaar. Koelmiddel dat ontsnapt kanontbranden. • Pijpleidingen van het koelcircuit nietbeschadigen. • Vermijd het hanteren van ontstekings-bronnen in de binnenkant van het apparaat. • Binnen het apparaat geen elektrische toestellen gebruiken (bijv. stoomreinigers,verwarmingen, ijsmakers, enz. ). • Als koudemiddel weglekt: Open vuur of ontstekingsbronnen vlakbij het lek verwij- deren. Vertrek goed ventileren. Informeerde klantendienst. - Geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen, zoals b. v. butaan, propaan, pentaan enz. in het apparaat bewaren.
Zulke spuitbussen zijn herkenbaar aan de op de verpakking vermelde inhouds- stoffen of een vlammensymbool. Eventueel ontsnappende gassen kunnen door elektri-sche componenten vlam vatten. -Houd brandende kaarsen, lampen en andere voorwerpen met open vlammen uit de buurt van het apparaat, zodat ze geen brandveroorzaken. -Alkoholische dranken of andere verpakkingen die alcohol bevatten, mogen uitsluitend goedafgesloten worden bewaard. Eventueel uittre- dende alcohol kan door elektrische compo-nenten vlam vatten. Gevaar voor vallen en omkiepen:-Plint, laden, deuren enz. niet als voetensteun of om te leunen misbruiken. Dit geldt in hetbijzonder voor kinderen. Gevaar voor voedselvergiftiging:-Te lang opgeslagen levensmiddelen niet meernuttigen.
Voor het ontdooien geen elektrische kachel-tjes of stoomreinigers, open vuur of ontdoois-pray gebruiken. -IJs niet met scherpe voorwerpen verwijderen. Klemgevaar:- Bij het openen en sluiten van de deur nietin het scharnier grijpen. Vingers kunnen inge-klemd raken. Symbolen op het apparaat: Het symbool kan zich op de compressor bevinden. Het heeft betrekking op de olie in de compressor en wijst op het volgende gevaar: Kan bij het inslikken en indringen inde luchtwegen dodelijk zijn. Deze aanwijzingis alleen voor het recyclingproces van belang. In de normale modus bestaat er geen gevaar. Het symbool bevindt zich op de compressor en wijst op het gevaar van ontvlambarestoffen. De sticker niet verwijderen. Deze of een vergelijkbare sticker kan op deachterkant van het apparaat zijn aangebracht. Deze heeft betrekking op de schuimpanelen in de deur en/of de behuizing.
Deze aanwij- zing is alleen voor het recyclingproces vanbelang. De sticker niet verwijderen. Neem de specifieke aanwijzingen in deoverige hoofdstukken in acht: GEVAAR duidt een direct gevaar aan, die de dood of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer ditgevaar niet vermeden wordt. WAAR-SCHUWING duidt een gevaarlijke situatie aan, die de dood of ernstig lichame- lijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermedenwordt. VOORZICHTIG duidt een gevaarlijke situatie aan, die licht of middelzwaar lichame- lijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermedenwordt. LET OP duidt een gevaarlijke situatie aan, die materiële schade tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar nietvermeden wordt. Aanwijzing duidt op nuttige informatie en tips. Algemene veiligheidsvoorschriften 4 * afhankelijk van model en uitvoering.
3 Bedienings- en controle-elementen 3. 1 Bedienings- en controle-elementenFig. 3 (1) Toets On/Off Insteltoets(6) (2) Toets SuperFrost Toets Alarm(7) (3) (8)Symbool Helderheid Symbool Kinderbeveili-ging (4) Symbool SuperFrost Symbool Menu(9) (5) Temperatuurdisplay Symbool Alarm(10) 3. 2 TemperatuurweergaveIn de normale modus worden:-de ingestelde vriestemperatuurDe temperatuurweergave knippert:-de temperatuurinstelling wordt veranderd;-na het inschakelen is de temperatuur nog niet koud genoeg;-de temperatuur is met meerdere graden gestegen. De volgende weergaven wijzen op een storing. De mogelijkeoorzaken en maatregelen voor het oplossen: (zie 7 Storingen). -Het symbool SuperFrost Fig. 3 (4) knippert tegelijkertijd metde temperatuurdisplay. 4 In gebruik nemen 4. 1 Apparaat transporterenuHet apparaat verpakt transporteren. uHet apparaat rechtop transporteren.
uHet apparaat niet in uw eentje transporteren. 4. 2 Apparaat opstellenWAARSCHUWINGBrandgevaar door vocht. Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluitingvochtig worden, kan dat leiden tot kortsluiting. u Het apparaat is ontworpen voor gebruik in een gesloten ruimte. Het apparaat niet buiten, in een vochtige omgevingof binnen bereik van spatwater plaatsen. WAARSCHUWINGOndeskundig gebruik. Brand. Als een netkabel/-stekker het achterpaneel van hetapparaat raakt, kunnen de netkabel/-stekker beschadigd raken door de trillingen van het apparaat, waardoor kortsluiting kanontstaan. uApparaat zo opstellen, dat stekker of netsnoer niet tegen hetapparaat liggen. u Op contactdozen in het apparaatacchterpaneel geen appa-raten aansluiten. uMeervoudige contactdozen/verdeeldozen en andere elektro- nische apparaten (bijv.
halogeen trafo’s) mogen niet aan het achterpaneel van apparaten worden aangebracht engebruikt. WAARSCHUWINGVrijkomend koudemiddel en olie. Brand. Het gebruikte koelmiddel is milieuvriendelijk maar wel brandbaar. De gebruikte olie is ook brandbaar.
Vrijkomend koelmiddel en vrijkomende olie kunnen bij hoge concentratieen in contact met een externe warmtebron ontvlammen. u Buisleidingen van de koelmiddelkringloop en compressorniet beschadigen. WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging. u Plaats geen warmte afgevende apparaten, bijv. magnetron,toaster enz. op het apparaat. LET OPAfgedekte ventilatieopeningen. Beschadigingen. Het apparaat kan oververhit raken, wat delevensduur van diverse onderdelen van het toestel kan vermin-deren en kan leiden tot functiebeperkingen. uLet altijd op de be- en ontluchting. u Ventilatieopeningen of - roosters in de apparaatbehuizingen in het keukenmeubel (inbouwapparaat) moeten altijd vrijworden gehouden. LET OPGevaar voor beschadiging door condenswater. uhet apparaat niet strak naast een ander koel-/vriesapparaatzetten.
AanwijzingWorden meerdere apparaten naast elkaar geplaatst, moet een afstand van 100 mm tussen de apparaten worden gelaten. Wordt deze afstand niet aangehouden, vormt zich condens-water tussen de zijwanden van de apparaten. Fig. 4 qBij schade aan het apparaat onmiddellijk vóór het aansluitencontact met de leverancier opnemen. qDe vloer op de standplaats moet horizontaal en vlak zijn. q Plaats het apparaat niet naast een fornuis, verwarming ofdergelijke, en stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht. Bedienings- en controle-elementen * afhankelijk van model en uitvoering 5.
q Een optimale standplaats is een droge en goed geventi-leerde ruimte. q Het apparaat met de achterkant en het gebruik van de meegeleverde wandafstandhouders (zie onder) altijd directtegen de wand plaatsen. q Het apparaat mag alleen in onbeladen toestand wordenverplaatst. q De ondergrond van het apparaat moet dezelfde hoogtehebben als de omgeven bodem. qHet apparaat niet zonder hulp plaatsen. q Des te meer koelmiddel in het apparaat aanwezig is, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat staat. In te kleine ruimten kan bij een lek een brandbaar gas-lucht-mengsel ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet de ruimteminimaal 1 m3 groot zijn. Gegevens over het gebruikte koel- middel staan op het typeplaatje aan de binnenkant van hetapparaat. uHaal het aansluitsnoer van de achterzijde van het apparaat. Verwijder hierbij de snoerhouder, anders kunnen trillingsge-luiden ontstaan.
uVerwijder alle transportbeveiligingsonderdelen. Om ervoor te zorgen dat het opgegeven energieverbruik wordt bereikt, moeten de afstandhouders worden gebruikt die bij sommige apparaten zijn gevoegd. Hierdoor wordt de appa- raatdiepte ca. 35 mmgroter. Het apparaat functioneert zonder gebruik van de afstandhouders goed en volledig, maar heefteen iets hoger energieverbruik. u Bij een apparaat met meegele- verde wandafstandhouders deze wandafstandhouders links en rechts boven aan de achterkantvan het apparaat monteren. u Voer de verpakking af (zie 4. 5 Afvalverwerking van deverpakking). u Stel het apparaat met de meegeleverde steeksleutel enmet behulp van de stelpootjes(A) en een waterpas stevig envlak op. AanwijzinguApparaat reinigen (zie 6. 2 Apparaat reinigen). Als het apparaat in een erg vochtige omgeving staat, kan ercondens worden gevormd op de buitenkant van het apparaat.
3 Draairichting deur veranderenIndien nodig kunt u de draairichting van de deur veranderen:Controleer of volgend gereedschap klaar ligt:qTorx 25qTorx 15qSteeksleutel SW 10qSchroevendraaierqmeegeleverde steeksleutelqeventueel een tweede persoon voor de montageVOORZICHTIGGevaar voor verwonding wanneer de deur eruit valt. uDeur goed vasthouden. uDeur voorzichtig neerzetten. uRechts onder aan de lagerbus deborgschroef Fig. 5 (1) uitdraaien. uDeur openen. uDeur aan de greepzijde en onder-kant vastpakken en optillen. w De lagerbout Fig. 5 (21) komt uitde lagerbus Fig. 6 (2) los. u Indien de lagerbout Fig. 5 (21) niet kan worden losgedraaid, de bout van onderaf naar buitendrukken. Fig. 5 uDeur aan de onderkant uitdraaien en loshalen. Fig. 6 uLagerbus Fig. 6 (2) losschroeven. uLagerdeel Fig. 6 (3) losschroeven en in het tegenoverlig-gende opnamegat van de lagerbus omzetten en weer vast-schroeven.
Fig. 7 u Aan de bovenkant afdekking Fig. 7 (7) en afdekking Fig. 7 (8) met een schroevendraaier losklikken en schuinnaar beneden verwijderen. uLagerbout Fig. 7 (9) uitdraaien en aan de andere kant goed(min. 4 Nm) vastschroeven. uAfdekking Fig. 7 (7) aan de kant van de lagerbout weeraanbrengen: achteraan inzetten, vooraan vastklikken. uAfdekking Fig. 7 (8) op de tegenoverliggende kantmonteren: achteraan inzetten, vooraan vastklikken. Fig. 8 uTil de stop Fig. 8 (12) uit de deurlagerbus en plaats hem om. u Monteer deurgreep, stop Fig. 8 (10) en drukplatenFig. 8 (11) af en monteer ze aan de tegenoverliggende kant. uLet er bij het monteren van de drukplaten op, dat deze goedvastklikken. uVeerklem Fig. 9 (20) verplaatsen: Sluitnok omlaag drukken, veer- klem eroverheen en eraftrekken. u Veerklem aan de nieuwe scharnierkant weer erinschuiven totdat hij inklikt. uLagerbout Fig.
9 (21) uit de deurbus nemen ensamen met het plaatje aande tegenoverliggende kant aanbrengen. De sluitnok moet naar de binnenkantvan de deur wijzen, de kerfnaar de buitenkant. Fig. 9 uDeur boven in de lagerbout Fig. 7 (9) hangen. u Deur aan de onderkant vastzetten en de lagerbout Fig. 9 (21) in de lagerbus aanbrengen. Evt. de lagerboutdraaien om deze te laten vastklikken. uBorgschroef Fig. 5 (1) onder in de lagerbout draaien envastschroeven. (met 4 Nm)u De deur eventueel via de beide langsgaten in de lagerbusten opzichte van de kast uitlijnen. Daartoe middelste schroefuitdraaien. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door eruit vallende deur. Als de lageronderdelen niet goed zijn vastgeschroefd, kan de deur eruit vallen. Dit kan zwaar letsel tot gevolg hebben. Bovendien sluit de deur evt. niet, zodat het apparaat niet goedkoelt. u De lagerbussen/lagerbouten goed (met 4 Nm) vast-schroeven.
2 Apparaat opstellen) groter. Het apparaat kan in keukenkasten worden ingebouwd. Om hetapparaat Fig. 10 (2) aan de hoogte van het keukenblok aan te passen, kan boven het apparaat een opzetkast Fig. 10 (1)worden aangebracht. Bij een ombouw met keukenkasten (diepte max. 580 mm) kan het apparaat direct naast de keukenkast Fig. 10 (3) wordengeplaatst. Het apparaat staat aan de zijkant 34 mm x en in het midden van het apparaat 50 mm x tegenover de voorkant vande keukenkast. LET OP Risico op beschadiging door oververhitting als gevolg vanonvoldoende ventilatie. Bij te weinig ventilatie kan de compressor worden beschadigd. uLet op voldoende ventilatie. uNeem de ventilatie-eisen in acht. Ventilatievereisten:- Aan de achterkant van de opzetkast moet een luchtafvoer-kanaal van minimaal 50 mm diep, over de volledige breedtevan de opzetkast, aanwezig zijn.
-De ontluchtingsdoorsnede onder het plafond moet minimaal300 cm2 bedragen. - Hoe groter de ontluchtingsdiameter hoe zuiniger het appa-raat werkt. Wanneer het apparaat met de scharnieren naast een wandFig. 10 (4) wordt geplaatst, moet de afstand tussen het appa-raat en de wand minimaal 40 mm bedragen. Dit komt overeenmet de uitsteekmaat van de handgreep bij geopende deur. 4. 5 Afvalverwerking van de verpakkingWAARSCHUWINGGevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie. uKinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen. De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal:-Golfkarton/karton-Onderdelen uit geschuimd polystyreen-Folies en zakken uit polyetheen-Spanbanden uit polypropeen-Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met polyethy-leen*u Breng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamel-punt. 4. 6 Apparaat aansluitenLET OPVerkeerd aansluiten.
Beschadiging van de elektronica. uGeen omvormer gebruiken. uGeen energiespaarstekker gebruiken. WAARSCHUWINGVerkeerd aansluiten. Brandgevaar. uGeen verlengkabel gebruiken. uGeen verdeeldozen gebruiken. Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats van bestemming moeten met de informaties op het typeplaatje(zie 1 Het apparaat in vogelvlucht) overeenstemmen. Het stopcontact moet volgens de voorschriften zijn geaard en een elektrische beveiliging bevatten. De afschakelstroom vande zekering moet liggen tussen 10 A en 16 A. Het stopcontact moet gemakkelijk toegankelijk zijn, zodat destroomvoorziening van het apparaat in geval van nood snel kan worden onderbroken. Het mag zich niet achter het apparaatbevinden. uElektrische aansluiting controleren. uSteek de stekker in het stopcontact. 4. 7 Apparaat inschakelenuToets On/Off Fig. 3 (1) indrukken. w Het apparaat is ingeschakeld.
Het temperatuurdisplay enhet symbool Alarm Fig. 3 (10) knipperen tot de temperatuurkoud genoeg is. w Wanneer op het display „DEMO” wordt aangegeven, is de demonstratiemodus geactiveerd.
U kunt contact opnemenmet de Technische Dienst. 5 Bediening 5. 1 Helderheid van het temperatuurdis-play U kunt de helderheid van het temperatuurdisplay aanpassenaan het omgevingslicht. 5. 1. 1 Helderheid instellenDe achtergrondverlichting kan uitgeschakeld zijn of op een van de 5 standen worden ingesteld. Af-fabriek is de achtergrond-verlichting uitgeschakeld. u Instelmodus activeren: toets SuperFrost Fig. 3 (2) ca. 5 sindrukken. w Het symbool Menu Fig. 3 (9) is verlicht en het symboolKinderbeveiliging Fig. 3 (8) knippert. uInsteltoets Fig. 3 (6) indrukken om de helderheidsfunctie opte roepen. w Het symbool kinderbeveiliging Fig. 3 (8) gaat uit en hetsymbool helderheid Fig. 3 (3) knippert. uBevestigen: toets SuperFrost Fig. 3 (2) kort indrukken. wHet symbool Helderheid Fig. 3 (3) is verlicht. u Met de insteltoets Fig. 3 (6) uitschakelen of de gewenstehelderheid kiezen.
Hoe meer velden van het temperatuurdis- play oplichten, hoe feller de verlichting. Geen enkel veldverlicht betekent "uit". uBevestigen: toets SuperFrost Fig. 3 (2) indrukken. wHet symbool Helderheid Fig. 3 (3) knippert. wDe helderheid is op de nieuwe waarde ingesteld. uInstelmodus deactiveren: toets On/Off Fig. 3 (1) indrukken. -of-u5 min. wachten. w Het symbool Helderheid Fig. 3 (3) en het symbool MenuFig. 3 (9) gaan uit. w Op het temperatuurdisplay wordt weer de temperatuuraangegeven. 5. 2 KinderbeveiligingMet de kinderbeveiliging zorgt u ervoor dat kinderen bij het spelen het apparaat niet onbedoeld uitscha-kelen. 5. 2. 1 Kinderbeveiliging inschakelenu Instelmodus activeren: toets SuperFrost Fig. 3 (2) ca. 5 sindrukken. w Het symbool Menu Fig. 3 (9) is verlicht en het symboolKinderbeveiliging Fig. 3 (8) knippert. uDe toets SuperFrost Fig.
3 (2) kort indrukken om de kinder-beveiliging in te schakelen. wHet symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (8) knippert. De LED's-15 °C en -21 °C gaan uit. uInstelmodus deactiveren: toets On/Off Fig. 3 (1) indrukken. -of-u5 min. wachten. wHet symbool Menu Fig. 3 (9) gaat uit en in het temperatuur- display wordt de temperatuur weer aangeven. Het symboolKinderbeveiliging Fig. 3 (8) brandt. Bediening 8 * afhankelijk van model en uitvoering.
5. 2. 2 Kinderbeveiliging uitschakelenu Instelmodus activeren: toets SuperFrost Fig. 3 (2) ca. 5 sindrukken. w Het symbool Menu Fig. 3 (9) is verlicht en het symboolKinderbeveiliging Fig. 3 (8) knippert. uDe toets SuperFrost Fig. 3 (2) kort indrukken om de functieKinderbeveiliging op te roepen. wHet symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (8) brandt. Inhet temperatuurdisplay is de LED -18 °C verlicht. uDe toets SuperFrost Fig. 3 (2) kort indrukken om de kinder-beveiliging uit te schakelen. wHet symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (8) knippert. uInstelmodus deactiveren: toets On/Off Fig. 3 (1) indrukken. -of-u5 min. wachten. wHet symbool Menu Fig. 3 (9) gaat uit en in het temperatuur- display wordt de temperatuur weer aangeven. Het symboolKinderbeveiliging Fig. 3 (8) is niet meer verlicht. 5. 3 Temperatuuralarm Wanneer de vriestemperatuur niet laag genoeg is,gaat het akoestisch alarm af.
Tegelijkertijd knipperen de temperatuurdisplay enhet symbool Alarm Fig. 3 (10). De oorzaak voor een te hoge temperatuur kan zijn:- warme nieuwe levensmiddelen werden in de diepvriezergelegd-bij het sorteren en uitnemen van de levensmiddelen is teveelwarme lucht binnengekomen-de stroom is langer uitgevallen-het apparaat is defect Het akoestisch alarm stopt automatisch, het symbool Alarm Fig. 3 (10) gaat uit en de temperatuurdisplay houdt op metknipperen, wanneer de temperatuur weer laag genoeg is. Wanneer het alarm niet uitgaat (zie 7 Storingen). Aanwijzing Wanneer de temperatuur niet laag genoeg is, kunnen levens-middelen bederven. u De kwaliteit van de levensmiddelen controleren. Bedorvenlevensmiddelen niet meer nuttigen. 5. 3. 1 Temperatuuralarm deactiveren Het akoestisch alarm kan worden gedeactiveerd. Wanneer de temperatuur weer laag genoeg is, is de alarmfunctie weeractief.
4 Levensmiddelen invriezen U kunt maximaal zo veel kilo verse levensmiddelen binnen 24 uur invriezen, als op het typeplaatje (zie 1 Het apparaat invogelvlucht) onder „Invriescapaciteit. kg/24h” is aangegeven. De schuifladen kunnen met max. 25 kg diepvriesproductenworden belast. De plateaus kunnen elk met 35 kg diepvriesproducten wordenbelast. Indien de deur na het sluiten niet weer onmiddellijk kan worden geopend, ca. 2 min. wachten, totdat de ontstane onderdruk isopgeheven. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding door glasscherven. Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen. Ditgeldt met name voor koolzuurhoudend drinken. uFlessen en blikjes met drinken niet invriezen.
Om ervoor te zorgen dat de levensmiddelen door en door inge-vroren worden, dient u de volgende hoeveelheden per verpak-king niet te overschrijden: - Groente, fruit tot 1 kg - Vlees tot 2,5 kgu Levensmiddelen in diepvrieszakjes, her te gebruiken kunst-stof, metalen of aluminium bakjes in porties verpakken. 5. 5 Bewaartijden Richtwaardes voor de opslagduur van de verschillendelevensmiddelen: Consumptie-ijs 2 tot 6 maanden Worst, ham 2 tot 6 maanden Brood en banket 2 tot 6 maanden Wild, varkensvlees 6 tot 10 maanden Vis, vet 2 tot 6 maanden Vis, mager 6 tot 12 maanden Kaas 2 tot 6 maanden Gevogelte, rundvlees 6 tot 12 maanden Groente, fruit 6 tot 12 maandenDe aangegeven bewaartijden zijn richtwaardes. 5. 6 Levensmiddelen ontdooien - in het koelgedeelte - in een magnetron - in een oven/heteluchtoven - bij kamertemperatuuru Neem alleen zoveel levensmiddelen als u nodig heeft.
w In het temperatuurdisplay knippert de LED van de huidigetemperatuur. uDruk net zo vaak op de insteltoets Fig. 3 (6) tot de LEDs degewenste temperatuur aangeven. Aanwijzingu Door de insteltoets lang in te drukken wordt binnen een kleine temperatuurzone (b. v. : tussen -15 °C en -18 °C) een iets koudere waarde ingesteld. In het temperatuurdisplay is dan de LED van de eerstvolgende lagere temperatuurzoneverlicht. 5. 8 SuperFrostMet deze functie kunt u nieuwe levensmiddelen snel tot op de kern invriezen. Het apparaat werkt metBediening * afhankelijk van model en uitvoering 9.
maximaal koelvermogen, daardoor kunnen geluidenvan het koelaggregaat tijdelijk luider zijn. Bovendien bouwen reeds ingevroren levensmiddelen zo een„koudereserve op”. Daardoor blijven de levensmiddelen langerbevroren, wanneer u het apparaat ontdooit. U kunt maximaal zoveel kilogram aan verse levensmiddelen invriezen binnen 24 uur, zoals aangegeven op het typeplaatje onder „vriescapaciteit. kg/24u”. Deze maximale invriescapa-citeit is afhankelijk van het model en de klimaatklasse. Afhankelijk van de hoeveel nieuwe levensmiddelen die worden ingevroren, moet SuperFrost bijtijds worden ingeschakeld: bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen ca. 6h,bij de maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen 24hvoordat u de levensmiddelen in de vriezer legt. Verpak de levensmiddelen en leg ze zo breed mogelijk uit.
Inte vriezen levensmiddelen niet met reeds ingevroren productenin contact brengen om ontdooien van deze producten te voor-komen. SuperFrost hoeft u in de volgende gevallen niet in te schakelen:-wanneer u reeds ingevroren waren in de diepvriezer legt- bij het invriezen van max. ca. 2 kg nieuwe levensmiddelenper dag 5. 8. 1 Met SuperFrost invriezenuToets SuperFrost Fig. 3 (2) kort indrukken. wHet symbool SuperFrost Fig. 3 (4) is verlicht. w De temperatuur daalt; het apparaat werkt met maximalekoeling. Aanwijzingu Bij het indrukken van de toets SuperFrost kan de inge- bouwde inschakelvertraging ervoor zorgen dat het inscha- kelen van de compressor maximaal 8 minuten vertraagd wordt. Deze vertraging verhoogt de levensduur van decompressor. Bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen:uCa. 6 u wachten. uVerpakte levensmiddelen in de onderste laden leggen.
w Het symbool SuperFrost Fig. 3 (4) gaat uit, wanneer hetinvriezen is afgesloten. w In de temperatuurdisplay is het temperatuurbereik verlicht,dat is ingesteld voor normaal bedrijf. uLevensmiddelen in de lade leggen en deze weer inschuiven. w Het apparaat werkt in de energiebesparende normalemodus verder. Om energie te besparen kan SuperFrost, ook voordat de volledige 65 uur invriestijd is verstreken, door het opnieuw indrukken van de toets SuperFrost Fig. 3 (2) uitgeschakeld worden. SuperFrost alleen uitschakelen als de temperatuur-18 °C of lager is. 5. 9 Ladenu Om de diepvriespro- ducten direct op de draagplateaus op te bergen: Schuiflade naar voren trekken eneruit halen. 5. 10 Plateaus 5. 10. 1 Plateaus verplaatsenu Plateau uitnemen: vooraan optillen enuittrekken. u Plateau terugplaatsen: tot aanslaginschuiven. 5.
11 VarioSpace U kunt naast de schuifladen ook dedraagplateaus eruit halen. Zo maakt u plaats voor grotere levensmid- delen zoals gevogelte, vlees, groterwild en kunnen hoge producten van de bakkerij volledig worden inge- vroren en verder worden klaarge-maakt. u De schuifladen kunnen met max. 25 kg diepvriesproductenworden belast. u De plateaus kunnen elk met 35 kg diepvriesproductenworden belast. 6 Onderhoud 6. 1 Handmatig ontdooien In het apparaat vormt zich na langere gebruiksduur eenrijpresp. ijslaag. De vorming van een rijp- resp. ijslaag wordt in de hand gewerkt door vaak de deur te openen of door warme levensmiddelenin te leggen. Een dikke ijslaag doet echter het energieverbruikstijgen. Daarom moet u het apparaat regelmatig ontdooien. IJs tegen bovenwand in het apparaat verwijderen: In het midden van de bovenwand van het apparaat vormtzich een ijslaag.
Dit komt door de fysische omstandighedenin het apparaat. uHet ijs regelmatig met een ijskrabber verwijderen. Het appa-raat hoeft daarvoor niet te worden ontdooid. Ontdooiprocedure:WAARSCHUWINGApparaat op de verkeerde manier ontdooid. Verwondingen en beschadigingen.
u Om het ontdooiproces te versnellen, geen mechanische hulpmiddelen of andere middelen gebruiken die niet doorde fabrikant worden aanbevolen. u Gebruik voor het ontdooien geen elektrische verwarmings-of stoomreinigingsapparaten, open vuur of ontdooisprays. uIJs niet met scherpe voorwerpen verwijderen. u Schakel één dag voor het ontdooien de SuperFrost-functiein. wHet diepvriesproduct bevat een „koelreserve”. uApparaat uitschakelen. wDe temperatuurdisplay gaat uit. w Als de temperatuurdisplay niet uitgaat, is de kinderbeveili-ging ingeschakeld. (zie 5. 2 Kinderbeveiliging). uTrek de stekker uit of schakel de beveiliging uit. uBewaar de ingevroren levensmiddelen evt. in een diepvries- lade, en in kranten of dekens gewikkeld, op een koeleplaats. Onderhoud 10 * afhankelijk van model en uitvoering.
uPlaats een pan met heet, niet kokendwater op een plateau in het midden. wHet ontdooien wordt versneld. uLaat de deur van het apparaat open tijdens het ontdooien. uLosgeraakte ijsstukken uitnemen. uIndien nodig neemt u het dooiwater enkele keren op met eenspons of doek. uHet apparaat reinigen. (zie 6. 2 Apparaat reinigen) 6. 2 Apparaat reinigenHet apparaat regelmatig reinigen. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom. Hete stoom kan brandwonden veroorzaken en de opper-vlakken beschadigen. uGebruik geen stoomreinigers. LET OPVerkeerd reinigen kan het apparaat beschadigen. uGebruik reinigingsmiddelen niet in geconcentreerde vorm. uGebruik geen schurende of krassende sponsjes of staalwol. u Geen scherpe, schurende, zand-, chloor- of zuurhoudendeschoonmaakmiddelen gebruiken. uGebruik geen chemische oplosmiddelen.
u Beschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat niet. Dit is belangrijk voor de TechnischeDienst. u Kabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken ofbeschadigen. u Laat geen reinigingswater in de afvoergoot, de ventilatie-roosters en elektrische delen terecht komen. u Gebruik zachte poetsdoeken en een allesreiniger met eenneutrale pH-waarde. uGebruik in de binnenruimte van het apparaat alleen levens-middelenvriendelijke reinigings- en onderhoudsproducten. uApparaat uitruimen. uTrek de stekker uit. uLuchttoe- en -afvoerroosters regelmatig reinigen. wStof verhoogt het energieverbruik. uUit- en inwendige oppervlaktes van kunststof met lauw- warm water en een beetje afwasmiddel met de handreinigen. u Gelakte zijwanden mogen uitsluitend met een zachte schone doek worden afgeveegd. Bij hardnekkig vuil lauw-warm water met allesreiniger gebruiken.
u Gelakte deuroppervlakken uitsluitend met een zachte, schone doek afvegen. Bij hardnekkig vuil een beetje waterof allesreiniger gebruiken. Naar keuze kan ook een microve-zeldoek worden gebruikt. uDe met lauw water en een beetje afwasmiddel hand-ladenmatig reinigen.
u Andere onderdelen met lauwwarm water en een beetjeafwasmiddel met de hand reinigen. Na het reinigen:uApparaat en onderdelen droogwrijven. uApparaat weer aansluiten en inschakelen. uSuperFrost inschakelen (zie 5. 8 SuperFrost). Wanneer de temperatuur voldoende koud is:ude levensmiddelen er weer in leggen. 6. 3 Technische Dienst Controleer eerst of u de fout zelf kunt oplossen(zie 7 Storingen). Als dit niet het geval is, dient u contact op tenemen met de klantenservice. Het adres vindt u in bijgevoegdoverzicht. WAARSCHUWINGOndeskundige reparatie. Verwondingen. uReparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroomaan-sluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden (zie 6 Onder- houd) , uitsluitend door de Technische Dienst latenuitvoeren. u Beschadigde netaansluiting alleen door de fabrikant, de klantenservice of een dergelijk gekwalificeerde persoonlaten vervangen.
u Bij apparaten met stekker voor koelapparaten mag ook deklant zelf de vervanging uitvoeren. uApparaataanduiding Fig. 11 (1) , servi-cenr. Fig. 11 (2) enserienr. Fig. 11 (3) van het typeplaatje aflezen. Het type- plaatje bevindt zich aan de linkerkant binnen in het appa-raat. Fig. 11 u Contact opnemen met de Technische Dienst en het probleem, apparaataanduiding Fig. 11 (1) , servicenr. Fig. 11 (2) en serienr. Fig. 11 (3) mededelen. wDit maakt een snelle en doelgerichte service mogelijk. u Het apparaat gesloten laten, totdat de Technische Dienstkomt. wDe levensmiddelen blijven langer koel. u Trek de stekker uit het stopcontact (daarbij niet aan hetsnoer trekken) of de draai de zekering uit. 7 Storingen Uw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veilige werking en lange levensduur gegarandeerd zijn.
Mocht er desondanks een storing optreden, dan svp eerst controleren of de storing door een bedieningsfout werd veroorzaakt. In ditgeval moeten wij de ontstane kosten ook in de garantieperiodein rekening brengen. Volgende storingen kunt u zelf verhelpen:Het apparaat functioneert niet.
→Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. →De stekker zit niet goed in het stopcontact. uStekker controleren. →De zekering van het stopcontact is niet in orde. uZekering controleren. De compressor blijft lopen. → De compressor schakelt bij een verminderde koudebe-hoefte over op een lager toerental. Hoewel de looptijd daar-door langer is, wordt energie bespaard. uDat is bij energiebesparende modellen normaal. →SuperFrost is ingeschakeld. u Om de levensmiddelen snel af te koelen, draait decompressor langer. Dit is normaal. Een led aan de onderachterkant van het apparaat (bij decompressor) knippert regelmatig om de 15 seconden*. →De inverter is met een foutdiagnose led uitgevoerd. uHet knipperen is normaal. Storingen * afhankelijk van model en uitvoering 11.
Geluiden zijn te luid. →Toerentalgeregelde* compressoren kunnen naar aanleidingvan de verschillende draaisnelheden verschillende geluidenveroorzaken. uHet geluid is normaal. Een borrelen en klateren→Dit geluid komt van het koelmiddel, dat door het koelcircuitstroomt. uHet geluid is normaal. Een zacht klikken→Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelenvan het koelaggregaat (de motor). uHet geluid is normaal. Een brommend geluid. Kan voor korte tijd iets luider zijn,wanneer het koelaggregaat (de motor) inschakelt. → Bij ingeschakelde SuperFrost, nieuw opgeslagen levens- middelen of na lang geopende deur wordt het koelver-mogen automatisch verhoogd. uHet geluid is normaal. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uOplossing: (zie 1. 2 Toepassingsgebied van het apparaat)Trilgeluiden→ Het apparaat staat niet vast op de vloer.
Daardoor gaan voorwerpen en meubels in de buurt van het lopendekoelaggregaat trillen. uLijn het apparaat via de stelvoeten uit. Het symbool SuperFrost Fig. 3 (4) knippert tegelijkertijd metde temperatuurdisplay. →Het betreft een storing. uNeem contact op met de Technische Dienst (zie 6 Onder-houd). In de temperatuurdisplay brandt DEMO. →De demonstratie-modus is geactiveerd. uNeem contact op met de Technische Dienst (zie 6 Onder-houd). Het apparaat is aan de buitenkant warm*. → De warmte van het koelmiddelcircuit wordt gebruikt omcondenswater te voorkomen. uDit is normaal. Temperatuur is niet laag genoeg. →De deur is niet goed gesloten. uDeur van het apparaat sluiten. →Niet voldoende be- en ontluchting. uVentilatieroosters vrijmaken en reinigen. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uOplossing: (zie 1. 2 Toepassingsgebied van het apparaat). →Het apparaat werd te vaak of te lang geopend.
8 SuperFrost)→De temperatuur is verkeerd ingesteld. uStel de temperatuur lager in en controleer deze na 24 uur. → Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron (fornuis,verwarming enz. ). uVerander de standplaats van het apparaat of van de warm-tebron. Geconcentreerde ijsvorming in het midden van de boven-wand in het apparaat. → Deze ijsvorming is normaal. Op basis van de fysische omstandigheden vormt het ijs zich geconcentreerd tegende bovenwand van het apparaat. uHet ijs met een ijskrabber verwijderen. 8 Uitzetten 8. 1 Apparaat uitschakelenuToets On/Off Fig. 3 (1) indrukken, totdat het display donkerwordt. Toets loslaten. wWanneer het apparaat niet kan worden uitgeschakeld, is dekinderbeveiliging actief (zie 5. 2 Kinderbeveiliging). 8. 2 Buiten werking stellenuApparaat leegmaken. uApparaat uitschakelen (zie 8 Uitzetten). uNetstekker eruit halen. uApparaat reinigen (zie 6.
2 Apparaat reinigen). uLaat de deuren een stukje open staan zodat er geen onaan-gename geuren kunnen ontstaan. 9 Apparaat afdankenWAARSCHUWINGInsluitgevaar voor kinderen. Voordat u oude koel- en vrieskasten afvoert:uDeuren demonteren. u Legplateaus in het apparaat laten, zodat kinderen nieteenvoudig in het apparaat kunnen klimmen. Het apparaat bevat nog waardevolle materialen en mag niet met het gewoon huis- of grofvuil worden meegegeven. Het recyclen van afgedankte appa-raten moet vakkundig gebeuren overeenkomstig deplaatselijk geldende voorschriften en wetten. WAARSCHUWINGVrijkomend koudemiddel en olie. Brand. Het gebruikte koelmiddel is milieuvriendelijk maar wel brandbaar. De gebruikte olie is ook brandbaar. Vrijkomend koelmiddel en vrijkomende olie kunnen bij hoge concentratieen in contact met een externe warmtebron ontvlammen.
Het afgedankte apparaat tijdens het transport niet beschadigen aan het koelmiddelcircuit zodat het koelmiddel dat het bevat(gegevens op het typeplaatje ) en de olie niet ongecontroleerdkunnen ontsnappen. Voor Duitsland: bij de plaatselijke recycling- / materiaalverwerkingsbedrijven kan het apparaat gratis via de verzamelcontainer, klasse 1,worden afgevoerd. Bij de aanschaf van een nieuw koel- / vries- apparaat en een verkoopoppervlak > 400 m2 wordt het oudeapparaat ook gratis via de winkel ingenomen. Apparaat onbruikbaar maken:uTrek de stekker uit. uSnijd het aansluitsnoer door. Uitzetten 12 * afhankelijk van model en uitvoering.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Liebherr GP 2433-21 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Vriezer Liebherr
Handleiding Vriezer
Nieuwste handleidingen voor Vriezer