Liebherr GP 1386-20 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Liebherr GP 1386-20 (14 pagina’s), behorend tot de categorie Vriezer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 12 mensen. Heb je een vraag over Liebherr GP 1386-20 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Liebherr |
| Categorie: | Vriezer |
| Model: | GP 1386-20 |
Handleiding Liebherr GP 1386-20 – volledige tekst
Inhoudsopgave1 Het apparaat in vogelvlucht. 21. 1 Apparaat- en uitrustingsoverzicht. 21. 2 Toepassingsgebied van het apparaat. 21. 3 Conformiteit. 31. 4 EPREL-database. 31. 5 Opstelmaten. 31. 6 Energie sparen. 32 Algemene veiligheidsvoorschriften. 33 Bedienings- en controle-elementen. 53. 1 Bedienings- en controle-elementen. 53. 2 Temperatuurweergave. 54 In gebruik nemen. 54. 1 Apparaat transporteren. 54. 2 Apparaat opstellen. 54. 3 Draairichting deur veranderen. 64. 4 In het keukenblok schuiven. 64. 5 Afvalverwerking van de verpakking. 74. 6 Apparaat aansluiten. 74. 7 Apparaat inschakelen. 75 Bediening. 75. 1 Helderheid van het temperatuurdisplay. 75. 2 Kinderbeveiliging. 75. 3 Temperatuuralarm. 85. 4 Levensmiddelen invriezen. 85. 5 Levensmiddelen ontdooien. 85. 6 Temperatuur instellen. 85. 7 SuperFrost. 85. 8 Laden. 95. 9 Plateaus. 95. 10 VarioSpace. 95. 11 Info-systeem. 95.
12 Koelaccu. 96 Onderhoud. 96. 1 Handmatig ontdooien. 96. 2 Apparaat reinigen. 106. 3 Technische Dienst. 107 Storingen. 118 Uitzetten. 118. 1 Apparaat uitschakelen. 118. 2 Buiten werking stellen. 119 Apparaat afdanken. 12De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkelingvan alle typen en modellen. Daarom vragen wij om uw begripvoor het feit dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniekmoeten voorbehouden. Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, deinstructies in deze handleiding aandachtig doorlezen a. u. b. De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingen zijnmogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparaten vantoepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*). Handelingsinstructies zijn gemarkeerd met een , hande-lingsresultaten met een. 1 Het apparaat in vogelvlucht1.
1 (1) Bedienings- encontrole-elementen(4) Typeplaatje(2) VarioSpace* Verstelbare poten(5)(3) (6)Schuiflade Info-systeem1. 2 Toepassingsgebied van het appa-raatGebruik volgens de voorschriftenHet apparaat is uitsluitend geschikt voor hetkoelen van levensmiddelen voor huishoudelijkeof soortgelijke doeleinden. Hieronder valt bijv. het gebruik-in privékeukens, ontbijtgelegenheden,-door gasten in landhuizen, hotels, motels enandere accommodaties,-bij catering en vergelijkbare service in degroothandel. Alle andere toepassingen zijn niet toegestaan.
Voorzienbaar verkeerd gebruikDe volgende toepassingen zijn uitdrukkelijkverboden:-Opslag en koeling van medicijnen, bloed-plasma, laboratoriumpreparaten of vergelijk-bare, overeenkomstig de Europese richtlijn2007/47/EG medische hulpmiddelen, tengrondslag liggende stoffen en producten-Gebruik in explosiegevaarlijke gebiedenVerkeerd gebruik van het apparaat kan totbeschadigingen van de opgeslagen goederenof het bederf hiervan leiden. KlimaatklassenHet apparaat kan afhankelijk van de klimaat-klasse, bij begrensde omgevingstemperaturen,worden gebruikt. De voor uw apparaat betref-fende klimaatklasse staat op het typeplaatjevermeld. Het apparaat in vogelvlucht2 * afhankelijk van model en uitvoering.
AanwijzinguOm een probleemloze werking te waar-borgen, moet de aangegeven omgevingstem-peratuur worden aangehouden. Klimaatklasse voor omgevingstemperaturenSN, N t/m 32 °CST t/m 38 °CT t/m 43 °CEen probleemloze werking van het apparaatis gewaarborgd tot een omgevingstemperatuurvan -15 °C. 1. 3 ConformiteitDe koudemiddelkringloop is op dichtheid gecontroleerd. Hetapparaat voldoet aan de toepasbare veiligheidsbepalingenen de richtlijnen 2014/35/EU, 2014/30/EU, 2009/125/EG,2011/65/EU, 2010/30/EU en 2014/53/EU. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring isbeschikbaar op het volgende internetadres: www. Liebherr. com1. 4 EPREL-databaseVanaf 1 maart 2021 zijn informatie over etikettering inzakeenergieverbruik en vereisten inzake ecologisch ontwerpte vinden in de Europese productdatabase (EPREL). Ukrijgt toegang tot de productdatabase via de link https://eprel. ec. europa. eu/.
Bij eenwarmere omgevingstemperatuur kan het energieverbruiktoenemen. -Open het apparaat, indien mogelijk zo kort mogelijk. -Hoe lager de temperatuur wordt ingesteld, hoe hoger hetenergieverbruik.
-Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt bewaren. Condensvorming wordt voorkomen. -Warme gerechten plaatsen: eerst tot op kamertemperatuurlaten afkoelen. -Als in het apparaat een dikke ijsaanslag aanwezig is: Appa-raat ontdooien. Stof verhoogt het energieverbruik:-De koelmachine met warmtewisselaar- metalen roosters aan de achterkantvan het apparaat - eenmaal jaarlijksafstoffen. 2 Algemene veiligheidsvoor-schriftenGevaren voor de gebruiker:-Dit apparaat kan door kinderen alsmededoor personen met verminderde psychische,sensorische of mentale bekwaamheden ofeen gebrek aan ervaring en kennis wordengebruikt onder toezicht van een derde ofmet betrekking tot het veilige gebruik vanhet apparaat zijn onderwezen en de gevarenkennen en begrijpen. Kinderen mogen nietmet het apparaat spelen. De reiniging en hetonderhoud mag niet door kinderen zondertoezicht worden uitgevoerd.
Kinderen van 3-8jaar mogen het apparaat inladen en uitladen. Kinderen jonger dan 3 jaar dienen uit de buurtvan het apparaat te worden gehouden, als hetapparaat niet continu onder toezicht staat. -Als u het stroomsnoer van het apparaat uithet stopcontact trekt, altijd bij de stekkernemen. Niet aan het snoer trekken. -Trek, in geval van een storing, de stekker uithet stopcontact of schakel de beveiliging uit. -Beschadig het netsnoer niet. Gebruik hetapparaat niet wanneer het netsnoer defect is. -Reparaties en ingrepen aan het apparaat enhet vervangen van de netaansluiting magalleen worden uitgevoerd door de klantenser-Algemene veiligheidsvoorschriften* afhankelijk van model en uitvoering 3.
vice of ander vakpersoneel dat hiervoor isopgeleid. -Het apparaat alleen conform de beschrijvingin de handleiding monteren, aansluiten enafvoeren. -Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldigen geef hem eventueel aan de volgende eige-naar door. Brandgevaar:-Het gebruikte koelmiddel (gegevens ophet typeplaatje) is milieuvriendelijk maarbrandbaar. Koelmiddel dat ontsnapt kanontbranden. •Pijpleidingen van het koelcircuit nietbeschadigen. •Vermijd het hanteren van ontstekings-bronnen in de binnenkant van het apparaat. •Binnen het apparaat geen elektrischetoestellen gebruiken (bijv. stoomreinigers,verwarmingen, ijsmakers, enz. ). •Als koudemiddel weglekt: Open vuur ofontstekingsbronnen vlakbij het lek verwij-deren. Vertrek goed ventileren. Informeerde klantendienst. -Geen explosieve stoffen of spuitbussen metbrandbare drijfgassen, zoals b. v. butaan,propaan, pentaan enz. in het apparaatbewaren.
Zulke spuitbussen zijn herkenbaaraan de op de verpakking vermelde inhouds-stoffen of een vlammensymbool. Eventueelontsnappende gassen kunnen door elektri-sche componenten vlam vatten. -Houd brandende kaarsen, lampen en anderevoorwerpen met open vlammen uit de buurtvan het apparaat, zodat ze geen brandveroorzaken. -Alkoholische dranken of andere verpakkingendie alcohol bevatten, mogen uitsluitend goedafgesloten worden bewaard. Eventueel uittre-dende alcohol kan door elektrische compo-nenten vlam vatten. Gevaar voor vallen en omkiepen:-Plint, laden, deuren enz. niet als voetensteunof om te leunen misbruiken. Dit geldt in hetbijzonder voor kinderen. -Kantelgevaar bij geopende deur als het appa-raat nog niet correct werd ingebouwd. Gevaar voor voedselvergiftiging:-Te lang opgeslagen levensmiddelen niet meernuttigen.
Gevaar voor verwonding en beschadiging:-Hete stoom kan letsel tot gevolg hebben. Voor het ontdooien geen elektrische kachel-tjes of stoomreinigers, open vuur of ontdoois-pray gebruiken. -IJs niet met scherpe voorwerpen verwijderen. Klemgevaar:-Bij het openen en sluiten van de deur nietin het scharnier grijpen. Vingers kunnen inge-klemd raken. Symbolen op het apparaat:Het symbool kan zich op de compressorbevinden. Het heeft betrekking op de oliein de compressor en wijst op het volgendegevaar: Kan bij het inslikken en indringen inde luchtwegen dodelijk zijn. Deze aanwijzingis alleen voor het recyclingproces van belang. In de normale modus bestaat er geen gevaar. Het symbool bevindt zich op de compressoren wijst op het gevaar van ontvlambarestoffen. De sticker niet verwijderen. Deze of een vergelijkbare sticker kan op deachterkant van het apparaat zijn aangebracht.
Deze heeft betrekking op de schuimpanelenin de deur en/of de behuizing. Deze aanwij-zing is alleen voor het recyclingproces vanbelang. De sticker niet verwijderen. Neem de specifieke aanwijzingen in deoverige hoofdstukken in acht:GEVAAR duidt een direct gevaar aan, diede dood of ernstig lichamelijk letseltot gevolg kan hebben wanneer ditgevaar niet vermeden wordt. WAAR-SCHUWINGduidt een gevaarlijke situatie aan,die de dood of ernstig lichame-lijk letsel tot gevolg kan hebbenwanneer dit gevaar niet vermedenwordt. VOORZICHTIGduidt een gevaarlijke situatie aan,die licht of middelzwaar lichame-lijk letsel tot gevolg kan hebbenwanneer dit gevaar niet vermedenwordt. LET OP duidt een gevaarlijke situatie aan,die materiële schade tot gevolg kanhebben wanneer dit gevaar nietvermeden wordt. Aanwijzing duidt op nuttige informatie en tips.
3 Bedienings- en controle-elementen3. 1 Bedienings- en controle-elementenFig. 3 (1) (6)Aan/uit-toets Symbol alarm(2) (7)Insteltoets Symbool menu(3) Temperatuurdisplay Symbool kinderbeveiliging(8)(4) SuperFrost-toets Alarm-toets(9)(5) Symbool SuperFrost Symbool stroomstoring(10)3. 2 TemperatuurweergaveIn de normale modus worden:-de warmste vriestemperatuurDe temperatuurweergave knippert:-de temperatuurinstelling wordt veranderd;-na het inschakelen is de temperatuur nog niet koud genoeg;-de temperatuur is met meerdere graden gestegen. In de weergave knipperen strepen:-de vriestemperatuur is boven de 0 °C. De volgende weergaven wijzen op een storing. De mogelijkeoorzaken en maatregelen voor het oplossen: (zie 7 Storingen). -F0F0F0F0F0 F5F5F5F5F5 tot -Het symbool stroomuitval knippert. 4 In gebruik nemen4. 1 Apparaat transporterenuHet apparaat verpakt transporteren.
uHet apparaat rechtop transporteren. uHet apparaat niet in uw eentje transporteren. 4. 2 Apparaat opstellenWAARSCHUWINGBrandgevaar door vocht. Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluitingvochtig worden, kan dat leiden tot kortsluiting. uHet apparaat is ontworpen voor gebruik in een geslotenruimte. Het apparaat niet buiten, in een vochtige omgevingof binnen bereik van spatwater plaatsen. WAARSCHUWINGOndeskundig gebruik. Brand. Als een netkabel/-stekker het achterpaneel van hetapparaat raakt, kunnen de netkabel/-stekker beschadigd rakendoor de trillingen van het apparaat, waardoor kortsluiting kanontstaan. uApparaat zo opstellen, dat stekker of netsnoer niet tegen hetapparaat liggen. uOp contactdozen in het apparaatacchterpaneel geen appa-raten aansluiten. uMeervoudige contactdozen/verdeeldozen en andere elektro-nische apparaten (bijv.
halogeen trafo’s) mogen niet aanhet achterpaneel van apparaten worden aangebracht engebruikt. WAARSCHUWINGVrijkomend koudemiddel en olie. Brand. Het gebruikte koelmiddel is milieuvriendelijk maar welbrandbaar. De gebruikte olie is ook brandbaar.
Vrijkomendkoelmiddel en vrijkomende olie kunnen bij hoge concentratieen in contact met een externe warmtebron ontvlammen. uBuisleidingen van de koelmiddelkringloop en compressorniet beschadigen. WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging. uPlaats geen warmte afgevende apparaten, bijv. magnetron,toaster enz. op het apparaat. LET OPAfgedekte ventilatieopeningen. Beschadigingen. Het apparaat kan oververhit raken, wat delevensduur van diverse onderdelen van het toestel kan vermin-deren en kan leiden tot functiebeperkingen. uLet altijd op de be- en ontluchting. uVentilatieopeningen of - roosters in de apparaatbehuizingen in het keukenmeubel (inbouwapparaat) moeten altijd vrijworden gehouden. LET OPGevaar voor beschadiging door condenswater. uhet apparaat niet strak naast een ander koel-/vriesapparaatzetten.
qBij schade aan het apparaat onmiddellijk vóór het aansluitencontact met de leverancier opnemen. qDe vloer op de standplaats moet horizontaal en vlak zijn. qPlaats het apparaat niet naast een fornuis, verwarming ofdergelijke, en stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht. qEen optimale standplaats is een droge en goed geventi-leerde ruimte. qHet apparaat met de achterkant en het gebruik van demeegeleverde wandafstandhouders (zie onder) altijd directtegen de wand plaatsen. qHet apparaat mag alleen in onbeladen toestand wordenverplaatst. qDe ondergrond van het apparaat moet dezelfde hoogtehebben als de omgeven bodem. qHet apparaat niet zonder hulp plaatsen. qDes te meer koelmiddel in het apparaat aanwezig is, deste groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat staat. In te kleine ruimten kan bij een lek een brandbaar gas-lucht-mengsel ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet de ruimteminimaal 1 m3 groot zijn. Gegevens over het gebruikte koel-middel staan op het typeplaatje aan de binnenkant van hetapparaat. Bedienings- en controle-elementen* afhankelijk van model en uitvoering 5.
uHaal het aansluitsnoer van de achterzijde van het apparaat. Verwijder hierbij de snoerhouder, anders kunnen trillingsge-luiden ontstaan. uHaal de beschermfolie van de buitenzijde van het apparaat. *uVerwijder alle transportbeveiligingsonderdelen. Om ervoor te zorgen dat het opgegeven energieverbruik wordtbereikt, moeten de afstandhouders worden gebruikt die bijsommige apparaten zijn gevoegd. Hierdoor wordt de appa-raatdiepte ca. 35 mmgroter. Het apparaat functioneert zondergebruik van de afstandhouders goed en volledig, maar heefteen iets hoger energieverbruik. uBij een apparaat met meegele-verde wandafstandhouders dezewandafstandhouders links enrechts boven aan de achterkantvan het apparaat monteren. uVoer de verpakking af (zie 4. 5 Afvalverwerking van deverpakking). uStel het apparaat met demeegeleverde steeksleutel enmet behulp van de stelpootjes(A) en een waterpas stevig envlak op.
AanwijzinguApparaat reinigen (zie 6. 2 Apparaat reinigen). Als het apparaat in een erg vochtige omgeving staat, kan ercondens worden gevormd op de buitenkant van het apparaat. uZorg altijd goed voor een goede ventilatie van de plaatsings-ruimte. 4. 3 Draairichting deur veranderenIndien nodig is kan het scharnierpunt worden verwisseld. Zorg ervoor dat het volgende gereedschap klaarligt:qTorx® 25qTorx® 15qmeegeleverde steeksleutelqevt. tweede persoon voor de montageVOORZICHTIGGevaar voor verwonding wanneer de deur eruit valt. uDeur goed vasthouden. uDeur voorzichtig neerzetten. Fig. 4 bij apparaten met handgreepuGa te werk in de volgorde van de nummering in de afbeel-ding. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door eruit vallende deur. Als de lageronderdelen niet goed zijn vastgeschroefd, kande deur eruit vallen. Dit kan zwaar letsel tot gevolg hebben. Bovendien sluit de deur evt.
niet, zodat het apparaat niet goedkoelt. uDe lagerbussen/lagerbouten goed (met 4 Nm) vast-schroeven. uAlle schroeven controleren en evt. aandraaien. 4. 4 In het keukenblok schuivenFig.
5 (1) (3)Opbouwkast Keukenkast(2) (4)Apparaat Wandx Bij apparaten met bijgeleverde wandafstandshouders wordtde maat 35 mm (zie 4. 2 Apparaat opstellen) groter. Het apparaat kan in keukenkasten worden ingebouwd. Om hetapparaat Fig. 5 (2) aan de hoogte van het keukenblok aante passen, kan boven het apparaat een opzetkast Fig. 5 (1)worden aangebracht. In gebruik nemen6 * afhankelijk van model en uitvoering.
Bij een ombouw met keukenkasten (diepte max. 580 mm) kanhet apparaat direct naast de keukenkast Fig. 5 (3) wordengeplaatst. Het apparaat staat aan de zijkant 34 mm x en in hetmidden van het apparaat 50 mm x tegenover de voorkant vande keukenkast. LET OPRisico op beschadiging door oververhitting als gevolg vanonvoldoende ventilatie. Bij te weinig ventilatie kan de compressor worden beschadigd. uLet op voldoende ventilatie. uNeem de ventilatie-eisen in acht. Ventilatievereisten:-Aan de achterkant van de opzetkast moet een luchtafvoer-kanaal van minimaal 50 mm diep, over de volledige breedtevan de opzetkast, aanwezig zijn. -De ontluchtingsdoorsnede onder het plafond moet minimaal300 cm2 bedragen. -Hoe groter de ontluchtingsdiameter hoe zuiniger het appa-raat werkt. Wanneer het apparaat met de scharnieren naast een wandFig.
5 (4) wordt geplaatst, moet de afstand tussen het apparaaten de wand minimaal 40 mm bedragen. Dit komt overeen metde uitsteekmaat van de handgreep bij geopende deur. 4. 5 Afvalverwerking van de verpakkingWAARSCHUWINGGevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie. uKinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen. De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal:-Golfkarton/karton-Onderdelen uit geschuimd polystyreen-Folies en zakken uit polyetheen-Spanbanden uit polypropeen-Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met polyethy-leen*uBreng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamel-punt. 4. 6 Apparaat aansluitenLET OPVerkeerd aansluiten. Beschadiging van de elektronica. uGeen omvormer gebruiken. uGeen energiespaarstekker gebruiken. WAARSCHUWINGVerkeerd aansluiten. Brandgevaar. uGeen verlengkabel gebruiken. uGeen verdeeldozen gebruiken.
Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats vanbestemming moeten met de informaties op het typeplaatje(zie 1 Het apparaat in vogelvlucht) overeenstemmen. Het stopcontact moet volgens de voorschriften zijn geaard eneen elektrische beveiliging bevatten.
De afschakelstroom vande zekering moet liggen tussen 10 A en 16 A. Het stopcontact moet gemakkelijk toegankelijk zijn, zodat destroomvoorziening van het apparaat in geval van nood snel kanworden onderbroken. Het mag zich niet achter het apparaatbevinden. uElektrische aansluiting controleren. uSteek de stekker in het stopcontact. 4. 7 Apparaat inschakelenuToets On/Off Fig. 3 (1) indrukken. wHet apparaat is ingeschakeld. Het temperatuurdisplay enhet symbool Alarm Fig. 3 (6) knipperen tot de temperatuurkoud genoeg is. wWanneer op het display „DEMO” wordt aangegeven, is dedemonstratiemodus geactiveerd. U kunt contact opnemenmet de Technische Dienst. 5 Bediening5. 1 Helderheid van het temperatuurdis-playU kunt de helderheid van het temperatuurdisplay aanpassenaan het omgevingslicht. 5. 1.
1 Helderheid instellenDe helderheid is instelbaar tussen (minimale verlichting) enh 0h 0h 0h 0h 0h 5h 5h 5h 5h 5 (maximale lichtsterkte). uInstelmodus activeren: toets SuperFrost Fig. 3 (4) ca. 5 sindrukken. wOp de display wordt het symbool Menu Fig. 3 (7) weerge-geven. wOp de display knippert. cccccuMet de Insteltoets Fig. 3 (2) selecteren. hhhhhuMet de toets SuperFrost Fig. 3 (4) kort bevestigen. wOp de display verschijnt de laatst ingesteldehelderheidswaarde. uMet de Insteltoets Fig. 3 (2) de gewenste waarde tussen h 0h 0h 0h 0h 0en selecteren. h 5h 5h 5h 5h 5uMet de toets SuperFrost Fig. 3 (4) de nieuw ingesteldehelderheidswaarde kort bevestigen. wOp de display knippert. hhhhhwDe helderheid is ingesteld. uInstelmodus na de verandering deactiveren: Aan/uit-toetsFig. 3 (1) één keer indrukken. wOp de temperatuurdisplay wordt weer de temperatuur weer-gegeven.
Is de instelmodus al geactiveerd, maar moet de oude helder-heidswaarde worden gehandhaafd:uAan/uit-toets Fig. 3 (1)twee keer indrukken, om de instel-modus de deactiveren. wOp de temperatuurdisplay wordt weer de temperatuur weer-gegeven. 5.
2 KinderbeveiligingMet de kinderbeveiliging zorgt u ervoor dat kinderenbij het spelen het apparaat niet onbedoeld uitscha-kelen. 5. 2. 1 Kinderbeveiliging instellenMoet de functie worden ingeschakeld:uInstelmodus activeren: Druk de toets SuperFrost Fig. 3 (4)gedurende ca. 5 seconden in. wOp de display wordt het symbool Menu Fig. 3 (7) weerge-geven. wOp de display knippert. cccccBediening* afhankelijk van model en uitvoering 7.
uMet de toets SuperFrost Fig. 3 (4) kort bevestigen. wOp het display verschijnt. c1c1c1c1c1uMet de toets SuperFrost Fig. 3 (4) kort bevestigen. wHet symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (8) op dedisplay gaat branden. wOp de display knippert. cccccwDe functie kinderbeveiliging is ingeschakeld. Wanneer de instelmodus moet worden beëindigd:uDruk de toets On/Off Fig. 3 (1) kort in. -of-u5 min. wachten. wOp de temperatuurdisplay wordt weer de temperatuur weer-gegeven. Moet de functie worden uitgeschakeld:uInstelmodus activeren: Druk de toets SuperFrost Fig. 3 (4)gedurende ca. 5 seconden in. wOp de display wordt het symbool Menu Fig. 3 (7) weerge-geven. wOp de display knippert. cccccuMet de toets SuperFrost Fig. 3 (4) kort bevestigen. wOp het display verschijnt. c0 c0 c0 c0 c0 uMet de toets SuperFrost Fig. 3 (4) kort bevestigen. wHet symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (8) gaat uit.
wOp de display knippert. cccccwDe functie kinderbeveiliging is uitgeschakeld. Wanneer de instelmodus moet worden beëindigd:uDruk de toets On/Off Fig. 3 (1) kort in. -of-u5 min. wachten. wOp de temperatuurdisplay wordt weer de temperatuur weer-gegeven. 5. 3 TemperatuuralarmWanneer de vriestemperatuur niet laag genoeg is,gaat het akoestisch alarm af. Tegelijkertijd knipperen de temperatuurdisplay enhet symbool Alarm Fig. 3 (6). De oorzaak voor een te hoge temperatuur kan zijn:-warme nieuwe levensmiddelen werden in de diepvriezergelegd-bij het sorteren en uitnemen van de levensmiddelen is teveelwarme lucht binnengekomen-de stroom is langer uitgevallen-het apparaat is defectHet akoestisch alarm stopt automatisch, het symbool AlarmFig. 3 (6) gaat uit en de temperatuurdisplay houdt op met knip-peren, wanneer de temperatuur weer laag genoeg is. Wanneer het alarm niet uitgaat (zie 7 Storingen).
1 Temperatuuralarm deactiverenHet akoestisch alarm kan worden gedeactiveerd. Wanneer detemperatuur weer laag genoeg is, is de alarmfunctie weeractief. uToets Alarm Fig. 3 (9) indrukken. wHet akoestisch alarm is gedeactiveerd. 5. 4 Levensmiddelen invriezenU kunt maximaal zo veel kilo verse levensmiddelen binnen24 uur invriezen, als op het typeplaatje (zie 1 Het apparaat invogelvlucht) onder „Invriescapaciteit. kg/24h” is aangegeven. De schuifladen kunnen met max. 25 kg diepvriesproductenworden belast. De plateaus kunnen elk met 35 kg diepvriesproducten wordenbelast. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding door glasscherven. Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen. Ditgeldt met name voor koolzuurhoudend drinken. uFlessen en blikjes met drinken niet invriezen.
Om ervoor te zorgen dat de levensmiddelen door en door inge-vroren worden, dient u de volgende hoeveelheden per verpak-king niet te overschrijden:- Groente, fruit tot 1 kg- Vlees tot 2,5 kguLevensmiddelen in diepvrieszakjes, her te gebruiken kunst-stof, metalen of aluminium bakjes in porties verpakken. 5. 5 Levensmiddelen ontdooien- in het koelgedeelte- in een magnetron- in een oven/heteluchtoven- bij kamertemperatuuruNeem alleen zoveel levensmiddelen als u nodig heeft. Ontdooide levensmiddelen zo snel mogelijk verwerken. uOntdooide levensmiddelen alleen bij wijze van uitzonderingweer invriezen. 5.
6 Temperatuur instellenDe temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren:-hoe vaak de deur wordt geopend-de duur van het openen van de deur-de ruimtetemperatuur op de opstellocatie-de aard, temperatuur en hoeveelheid levensmiddelenAanbevolen temperatuurinstelling: -18 °CDe Temperatuur kan doorlopend gewijzigd worden. Is de instel-ling -28 °C bereikt, wordt weer bij -14 °C begonnen. uTemperatuurfunctie oproepen: Eenmaal Instel-toets Fig. 3 (2) indrukken. wOp het temperatuurdisplay wordt de tot nog toeingestelde waarde knipperend aangegeven.
uTemperatuur wijzigen in stappen van 1 °C: Drukde insteltoets Fig. 3 (2) net zo vaak in totdatde gewenste temperatuur op het temperatuur-display oplicht. uTemperatuur doorlopend veranderen: insteltoets ingedrukthouden. wTijdens het instellen wordt de waarde knipperend weerge-geven. wCa. 5 seconden nadat de toets voor de laatste keer werdingedrukt, wordt de nieuwe instelling overgenomen en dedaadwerkelijke temperatuur weer aangegeven. De tempera-tuur in de binnenruimte past zich langzaam aan de nieuweinstelling aan. 5. 7 SuperFrostMet deze functie kunt u nieuwe levensmiddelen sneltot op de kern invriezen. Het apparaat werkt metmaximaal koelvermogen, daardoor kunnen geluidenvan het koelaggregaat tijdelijk luider zijn. Bediening8 * afhankelijk van model en uitvoering.
Bovendien bouwen reeds ingevroren levensmiddelen zo een„koudereserve op”. Daardoor blijven de levensmiddelen langerbevroren, wanneer u het apparaat ontdooit. U kunt maximaal zoveel kilogram aan verse levensmiddeleninvriezen binnen 24 uur, zoals aangegeven op het typeplaatjeonder „vriescapaciteit. kg/24u”. Deze maximale invriescapa-citeit is afhankelijk van het model en de klimaatklasse. Afhankelijk van de hoeveel nieuwe levensmiddelen die wordeningevroren, moet SuperFrost bijtijds worden ingeschakeld: bijeen kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen ca. 6h,bij de maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen 24hvoordat u de levensmiddelen in de vriezer legt. Verpak de levensmiddelen en leg ze zo breed mogelijk uit. Inte vriezen levensmiddelen niet met reeds ingevroren productenin contact brengen om ontdooien van deze producten te voor-komen.
SuperFrost hoeft u in de volgende gevallen niet in te schakelen:-wanneer u reeds ingevroren waren in de diepvriezer legt-bij het invriezen van max. ca. 1 kg nieuwe levensmiddelenper dag5. 7. 1 Met SuperFrost invriezenuToets SuperFrost Fig. 3 (4) eenmaal kort indrukken. wHet symbool SuperFrost Fig. 3 (5) is verlicht. wDe temperatuur daalt, het apparaat werkt met maximalekoeling. AanwijzinguBij het indrukken van de toets SuperFrost kan het voor-komen dat de compressor door de ingebouwde inschakel-vertraging maximaal 8 minuten later wordt ingeschakeld. Deze vertraging verhoogt de levensduur van de compressor. Bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen:uCa. 6 u wachten. uVerpakte levensmiddelen in de onderste laden leggen. Bij de maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen:uCa. 24 u wachten.
uLevensmiddelen in de laden legen en deze weer inschuiven. wHet apparaat werkt in de energiebesparende normalemodus verder. 5. 8 LadenuOm de diepvriespro-ducten direct op dedraagplateaus op tebergen: Schuifladenaar voren trekken eneruit halen. 5. 9 Plateaus5. 9. 1 Plateaus verplaatsenuPlateau uitnemen: vooraan optillen enuittrekken. uPlateau terugplaatsen: tot aanslaginschuiven. 5. 10 VarioSpaceU kunt naast de schuifladen ook dedraagplateaus eruit halen. Zo maaktu plaats voor grotere levensmid-delen zoals gevogelte, vlees, groterwild en kunnen hoge producten vande bakkerij volledig worden inge-vroren en verder worden klaarge-maakt. uDe schuifladen kunnen met max. 25 kg diepvriesproductenworden belast. uDe plateaus kunnen elk met 35 kg diepvriesproductenworden belast. 5. 11 Info-systeemFig.
6 (1) Kant-en-klaregerechten, ijs(4) Vleeswaren, brood(2) Varkensvlees, vis Wild, paddestoelen(5)(3) (6)Fruit, groenten Gevogelte, rund-/kalfs-vleesDe getallen geven telkens voor meerdere soorten ingevrorenlevensmiddelen de bewaartijd in maanden aan. De vermeldebewaartijden zijn richtwaarden. 5. 12 KoelaccuDe koelaccu's verhinderen bij stroomuitval dat de temperatuurte snel stijgt. 5. 12. 1 Koelaccu's gebruikenuDe bevroren koelaccu's in hetbovenste, voorste bereik van devriesruimte op de diepvriespro-ducten leggen. *6 Onderhoud6. 1 Handmatig ontdooienIn het apparaat vormt zich na langere gebruiksduur eenrijpresp. ijslaag. De vorming van een rijp- resp. ijslaag wordt in de hand gewerktdoor vaak de deur te openen of door warme levensmiddelenin te leggen. Een dikke ijslaag doet echter het energieverbruikstijgen. Daarom moet u het apparaat regelmatig ontdooien.
IJs tegen bovenwand in het apparaat verwijderen:In het midden van de bovenwand van het apparaat vormtzich een ijslaag. Dit komt door de fysische omstandighedenin het apparaat. uHet ijs regelmatig met een ijskrabber verwijderen. Het appa-raat hoeft daarvoor niet te worden ontdooid.
WAARSCHUWINGApparaat op de verkeerde manier ontdooid. Verwondingen en beschadigingen. uOm het ontdooiproces te versnellen, geen mechanischehulpmiddelen of andere middelen gebruiken die niet doorde fabrikant worden aanbevolen. uGebruik voor het ontdooien geen elektrische verwarmings-of stoomreinigingsapparaten, open vuur of ontdooisprays. uIJs niet met scherpe voorwerpen verwijderen. uSchakel één dag voor het ontdooien de SuperFrost-functiein. wHet diepvriesproduct bevat een „koelreserve”. uApparaat uitschakelen. wDe temperatuurdisplay gaat uit. wAls de temperatuurdisplay niet uitgaat, is de kinderbeveili-ging ingeschakeld. (zie 5. 2 Kinderbeveiliging). uTrek de stekker uit of schakel de beveiliging uit. uKoudeaccu´s boven op de ingevroren levensmiddelenplaatsen. uBewaar de ingevroren levensmiddelen evt. in een diepvries-lade, en in kranten of dekens gewikkeld, op een koeleplaats.
uPlaats een pan met heet, niet kokendwater op een plateau in het midden. wHet ontdooien wordt versneld. uLaat de deur van het apparaat open tijdens het ontdooien. uLosgeraakte ijsstukken uitnemen. uIndien nodig neemt u het dooiwater enkele keren op met eenspons of doek. uHet apparaat reinigen. (zie 6. 2 Apparaat reinigen)6. 2 Apparaat reinigenHet apparaat regelmatig reinigen. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom. Hete stoom kan brandwonden veroorzaken en de opper-vlakken beschadigen. uGebruik geen stoomreinigers. LET OPVerkeerd reinigen kan het apparaat beschadigen. uGebruik reinigingsmiddelen niet in geconcentreerde vorm. uGebruik geen schurende of krassende sponsjes of staalwol. uGeen scherpe, schurende, zand-, chloor- of zuurhoudendeschoonmaakmiddelen gebruiken. uGebruik geen chemische oplosmiddelen.
uBeschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkantvan het apparaat niet. Dit is belangrijk voor de TechnischeDienst. uKabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken ofbeschadigen.
uLaat geen reinigingswater in de afvoergoot, de ventilatie-roosters en elektrische delen terecht komen. uGebruik zachte poetsdoeken en een allesreiniger met eenneutrale pH-waarde. uGebruik in de binnenruimte van het apparaat alleen levens-middelenvriendelijke reinigings- en onderhoudsproducten. uApparaat uitruimen. uTrek de stekker uit. uLuchttoe- en -afvoerroosters regelmatig reinigen. wStof verhoogt het energieverbruik. uUit- en inwendige oppervlaktes van kunststof met lauw-warm water en een beetje afwasmiddel met de handreinigen. uGelakte zijwanden mogen uitsluitend met een zachteschone doek worden afgeveegd. Bij hardnekkig vuil lauw-warm water met allesreiniger gebruiken. *uGelakte deuroppervlakken uitsluitend met een zachte,schone doek afvegen. Bij hardnekkig vuil een beetje waterof allesreiniger gebruiken. Naar keuze kan ook een microve-zeldoek worden gebruikt.
*RVS onderhoudsmiddel niet op glazen of kunststof opper-vlakken aanbrengen om krassen te vermijden. Donkereplekken in het begin en een intensievere kleur van het edel-stalen oppervlak zijn normaal. *uDe kan met speciale in debuitenkant van roestvrijstaalhandel verkrijgbare roestvrijstaalreiniger worden gereinigd. Vervolgens het meegeleverde rvs onderhoudsmiddel gelijk-matig in slijprichting aanbrengen. *uDe met lauw water en een beetje afwasmiddel hand-ladenmatig reinigen. uAndere onderdelen met lauwwarm water en een beetjeafwasmiddel met de hand reinigen. Na het reinigen:uApparaat en onderdelen droogwrijven. uApparaat weer aansluiten en inschakelen. uSuperFrost inschakelen (zie 5. 7 SuperFrost). Wanneer de temperatuur voldoende koud is:ude levensmiddelen er weer in leggen. 6. 3 Technische DienstControleer eerst of u de fout zelf kunt oplossen(zie 7 Storingen).
Als dit niet het geval is, dient u contact op tenemen met de klantenservice. Het adres vindt u in bijgevoegdoverzicht. WAARSCHUWINGOndeskundige reparatie. Verwondingen.
uReparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroomaan-sluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden (zie 6 Onder-houd) , uitsluitend door de Technische Dienst latenuitvoeren. uBeschadigde netaansluiting alleen door de fabrikant, deklantenservice of een dergelijk gekwalificeerde persoonlaten vervangen. uBij apparaten met stekker voor koelapparaten mag ook deklant zelf de vervanging uitvoeren. uApparaataanduidingFig. 7 (1), servi-cenr. Fig. 7 (2) enserienr. Fig. 7 (3)van het typeplaatjeaflezen. Het type-plaatje bevindt zichaan de linkerkantbinnen in het appa-raat. Fig. 7 uContact opnemen met de Technische Dienst en hetprobleem, apparaataanduiding Fig. 7 (1), servicenr. Fig. 7 (2) en serienr. Fig. 7 (3) mededelen. wDit maakt een snelle en doelgerichte service mogelijk. uHet apparaat gesloten laten, totdat de Technische Dienstkomt. wDe levensmiddelen blijven langer koel.
7 StoringenUw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veiligewerking en lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht erdesondanks een storing optreden, dan svp eerst controlerenof de storing door een bedieningsfout werd veroorzaakt. In ditgeval moeten wij de ontstane kosten ook in de garantieperiodein rekening brengen. Volgende storingen kunt u zelf verhelpen:Het apparaat functioneert niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. →De stekker zit niet goed in het stopcontact. uStekker controleren. →De zekering van het stopcontact is niet in orde. uZekering controleren. De compressor blijft lopen. →De compressor schakelt bij een verminderde koudebe-hoefte over op een lager toerental. Hoewel de looptijd daar-door langer is, wordt energie bespaard. uDat is bij energiebesparende modellen normaal. →SuperFrost is ingeschakeld.
uOm de levensmiddelen snel af te koelen, draait decompressor langer. Dit is normaal. Een led aan de onderachterkant van het apparaat (bij decompressor) knippert regelmatig om de 15 seconden*. →De inverter is met een foutdiagnose led uitgevoerd. uHet knipperen is normaal. Geluiden zijn te luid. →Toerentalgeregelde* compressoren kunnen naar aanleidingvan de verschillende draaisnelheden verschillende geluidenveroorzaken. uHet geluid is normaal. Een borrelen en klateren→Dit geluid komt van het koelmiddel, dat door het koelcircuitstroomt. uHet geluid is normaal. Een zacht klikken→Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelenvan het koelaggregaat (de motor). uHet geluid is normaal. Een brommend geluid. Kan voor korte tijd iets luider zijn,wanneer het koelaggregaat (de motor) inschakelt.
→Bij ingeschakelde SuperFrost, nieuw opgeslagen levens-middelen of na lang geopende deur wordt het koelver-mogen automatisch verhoogd. uHet geluid is normaal. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uOplossing: (zie 1. 2 Toepassingsgebied van het apparaat)Trilgeluiden→Het apparaat staat niet vast op de vloer.
Daardoor gaanvoorwerpen en meubels in de buurt van het lopendekoelaggregaat trillen. uLijn het apparaat via de stelvoeten uit. In de temperatuurdisplay wordt aangegeven: tot. F0F0F0F0F0 F5F5F5F5F5→Het betreft een storing. uNeem contact op met de Technische Dienst (zie 6 Onder-houd). Op het temperatuurdisplay knippert stroomuitval. Ophet temperatuurdisplay wordt de warmste temperatuurweergegeven, die tijdens de stroomuitval werd bereikt. →De vriestemperatuur was door stroomuitval of een stroom-onderbreking in de afgelopen uren of dagen te hoog. Zodrade stroomonderbreking voorbij is, werkt het apparaat weerverder met de laatste temperatuurinstelling. uAanduiding van de warmste temperatuur wissen: toetsAlarm Fig. 3 (9) indrukken. uDe kwaliteit van de levensmiddelen controleren. Bedorvenlevensmiddelen niet meer nuttigen. Ontdooide levensmid-delen niet meer opnieuw invriezen.
In de temperatuurdisplay brandt DEMO. →De demonstratie-modus is geactiveerd. uNeem contact op met de Technische Dienst (zie 6 Onder-houd). Het apparaat is aan de buitenkant warm*. →De warmte van het koelmiddelcircuit wordt gebruikt omcondenswater te voorkomen. uDit is normaal. Temperatuur is niet laag genoeg. →De deur is niet goed gesloten. uDeur van het apparaat sluiten. →Niet voldoende be- en ontluchting. uVentilatieroosters vrijmaken en reinigen. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uOplossing: (zie 1. 2 Toepassingsgebied van het apparaat). →Het apparaat werd te vaak of te lang geopend. uAfwachten of de benodigde temperatuur weer vanzelf wordtbereikt. Zo niet, contact opnemen met de TechnischeDienst (zie 6 Onderhoud). →U heeft teveel nieuwe levensmiddelen zonder SuperFrostopgeslagen. uOplossing: (zie 5. 7 SuperFrost)→De temperatuur is verkeerd ingesteld.
uStel de temperatuur lager in en controleer deze na 24 uur. →Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron (fornuis,verwarming enz. ). uVerander de standplaats van het apparaat of van de warm-tebron.
Op het display worden streepjes ( ) weergegeven. „- -”→De vriestemperatuur is door een stroomuitval of eenstroomonderbreking boven de nul graden gestegen. uZie ook “stroomuitval” en “ ”Geconcentreerde ijsvorming in het midden van de boven-wand in het apparaat. →Deze ijsvorming is normaal. Op basis van de fysischeomstandigheden vormt het ijs zich geconcentreerd tegende bovenwand van het apparaat. uHet ijs met een ijskrabber verwijderen. 8 Uitzetten8. 1 Apparaat uitschakelenuToets On/Off Fig. 3 (1) indrukken, totdat het display donkerwordt. Toets loslaten. wWanneer het apparaat niet kan worden uitgeschakeld, is dekinderbeveiliging actief (zie 5. 2 Kinderbeveiliging). 8. 2 Buiten werking stellenuApparaat leegmaken. uApparaat uitschakelen (zie 8 Uitzetten). uNetstekker eruit halen. uApparaat reinigen (zie 6. 2 Apparaat reinigen).
9 Apparaat afdankenWAARSCHUWINGInsluitgevaar voor kinderen!Voordat u oude koel- en vrieskasten afvoert:uDeuren demonteren.uLegplateaus in het apparaat laten, zodat kinderen nieteenvoudig in het apparaat kunnen klimmen.Het apparaat bevat nog waardevolle materialen enmag niet met het gewoon huis- of grofvuil wordenmeegegeven. Het recyclen van afgedankte appa-raten moet vakkundig gebeuren overeenkomstig deplaatselijk geldende voorschriften en wetten.WAARSCHUWINGVrijkomend koudemiddel en olie!Brand. Het gebruikte koelmiddel is milieuvriendelijk maar welbrandbaar. De gebruikte olie is ook brandbaar.
Vrijkomendkoelmiddel en vrijkomende olie kunnen bij hoge concentratieen in contact met een externe warmtebron ontvlammen.uBuisleidingen van de koelmiddelkringloop en compressorniet beschadigen.Het afgedankte apparaat tijdens het transport niet beschadigenaan het koelmiddelcircuit zodat het koelmiddel dat het bevat(gegevens op het typeplaatje ) en de olie niet ongecontroleerdkunnen ontsnappen.Voor Duitsland:bij de plaatselijke recycling- / materiaalverwerkingsbedrijvenkan het apparaat gratis via de verzamelcontainer, klasse 1,worden afgevoerd. Bij de aanschaf van een nieuw koel- / vries-apparaat en een verkoopoppervlak > 400 m2 wordt het oudeapparaat ook gratis via de winkel ingenomen.Apparaat onbruikbaar maken:uTrek de stekker uit.uSnijd het aansluitsnoer door.Apparaat afdanken12 * afhankelijk van model en uitvoering
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Liebherr GP 1386-20 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Vriezer Liebherr
Handleiding Vriezer
Nieuwste handleidingen voor Vriezer