Liebherr GNP 3013 Comfort NoFrost Handleiding

Liebherr Vriezer GNP 3013 Comfort NoFrost

Bekijk gratis de handleiding van Liebherr GNP 3013 Comfort NoFrost (14 pagina’s), behorend tot de categorie Vriezer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 22 mensen. Heb je een vraag over Liebherr GNP 3013 Comfort NoFrost of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/14
Gebruiksaanwijzing
Diepvrieskast
200514 7085598 - 01
GN ... 3
Downloaded from www.vandenborre.be

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Liebherr
Categorie: Vriezer
Model: GNP 3013 Comfort NoFrost
Apparaatplaatsing: Vrijstaand
Soort bediening: Knoppen
Kleur van het product: Wit
Deurscharnieren: Rechts
Ingebouwd display: Ja
Gewicht: 81 g
Breedte: 600 mm
Diepte: 630 mm
Hoogte: 1841 mm
Netbelasting: 259 W
Geluidsniveau: 41 dB
Energie-efficiëntieklasse: F
Jaarlijks energieverbruik: 307 kWu
Gewicht verpakking: 86400 g
Breedte verpakking: 615 mm
Diepte verpakking: 709 mm
Hoogte verpakking: 1909 mm
Nettocapaciteit vriezer: 269 l
Vriescapaciteit: 20 kg/24u
Materiaal behuizing: Staal
Draairichting deur verwisselbaar: Ja
Bewaartijd bij stroomuitval: 24 uur
Aantal planken vriezer: 8
Aantal sterren: 4*
No Frost system: Ja
Plankmateriaal: Gehard glas
Deur open alarm: Ja
Stroomgebruik per dag: 0.67 kWh/24u
Stroom: 1.3 A
Klimaatklasse: SN-T
Automatische ontdooiing ( diepvries ): Ja
Geluidsemissieklasse: C
AC-ingangsspanning: 220 - 240 V
AC-ingangsfrequentie: 50 Hz
Type product: Staand
Energie-efficiëntieschaal: A tot G

Handleiding Liebherr GNP 3013 Comfort NoFrost – volledige tekst

Inhoudsopgave 1 Het apparaat in vogelvlucht. 2 1. 1 Apparaten- en uitrustingsoverzicht. 2 1. 2 Toepassingen van het apparaat. 2 1. 3 Conformiteit. 3 1. 4 Opstelafmetingen. 3 1. 5 Energie sparen. 3 1. 6 Isolatieplaat. 3 2 Algemene veiligheidsvoorschriften. 3 3 Bedienings- en controle-elementen. 5 3. 1 Bedienings- en controle-elementen. 5 3. 2 Temperatuurdisplay. 5 4 In gebruik nemen. 5 4. 1 Apparaat transporteren. 5 4. 2 Apparaat opstellen. 5 4. 3 Draairichting deur veranderen. 6 4. 4 Inbouw in het keukenblok. 7 4. 5 Afvalverwerking van de verpakking. 7 4. 6 Apparaat aansluiten. 8 4. 7 Apparaat inschakelen. 8 5 Bediening. 8 5. 1 Helderheid van het temperatuurdisplay. 8 5. 2 Kinderbeveiliging. 8 5. 3 Deuralarm. 9 5. 4 Temperatuuralarm. 9 5. 5 Levensmiddelen invriezen. 9 5. 6 Levensmiddelen ontdooien. 9 5. 7 Temperatuur instellen. 9 5. 8 SuperFrost. 9 5. 9 Laden. 10 5. 10 Plateaus. 10 5.

11 VarioSpace. 10 5. 12 Info-systeem. 10 5. 13 Kruiden- en bessenlade. 10 5. 14 Koudeaccu's. 10 6 Onderhoud. 10 6. 1 Ontdooien met NoFrost. 10 6. 2 Apparaat reinigen. 10 6. 3 Technische Dienst. 11 7 Storingen. 11 8 Uitzetten. 12 8. 1 Apparaat uitschakelen. 12 8. 2 Buiten werking stellen. 12 9 Apparaat afdanken. 12 De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkelingvan alle typen en modellen. Daarom vragen wij om uw begripvoor het feit dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniekmoeten voorbehouden. Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, deinstructies in deze handleiding aandachtig doorlezen a. u. b. De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingen zijn mogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparaten vantoepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*). Gebruiksaanwijzingen zijn gekenmerkt met een ,gebruiksresultaten met een.

1 (1) (6)Transportgreep achter Typeplaatje (2) Bedienings- en contro-lepaneel (7) Lades (3) (8)NoFrost-installatie Info-systeem* (4) (9)Kruiden- en bessenvak VarioSpace* (5) (10)Koudeaccu* Stelpootjes, transport-grepen voor, transport-wieltjes achter 1. 2 Toepassingen van het apparaatGebruik volgens de voorschriftenHet apparaat is alleen geschikt voor het koelen van levensmiddelen in huishoudelijke of soort- gelijke omgeving. Hiertoe behoort bijvoorbeeldhet gebruik-in personeelskeukens, bed and breakfasts,- door gasten in landhuizen, hotels, motels enandere onderkomens,- voor catering en soortgelijke diensten in degroothandel. Gebruik het apparaat alleen voor huishoudelijke toepassingen. Alle andere toepassingen zijnniet toegestaan.

- het bewaren en koelen van medicijnen, bloedplasma, laboratoriumpreparaten endergelijke stoffen en producten als genoemd in de richtlijn inzake medische hulpmiddelen2007/47/EG,-het gebruik in explosiegevaarlijke gebieden,Misbruik van het apparaat kan leiden tot schadeaan bewaarde producten of tot bederf ervan. Klimaatklassen Het apparaat is volgens de klimaatklassegebouwd voor gebruik bij bepaalde omgevings- temperaturen. De klimaatklasse van uw appa-raat vindt u op het typeplaatje. AanwijzinguRespecteer de opgegeven omgevingstempe-raturen, zoniet vermindert de koelprestatie. Klimaat-klassevoor omgevingstemperaturen SN, N tot 32 °C ST tot 38 °C T tot 43 °CEen storingsvrije werking van het apparaat is gewaarborgd tot een minimum omgevingstem-peratuur van 5 °C. 1. 3 Conformiteit Het koelmiddelcircuit werd op lekkages gecontroleerd.

Het apparaat voldoet aan de van toepassing zijnde veiligheidsbe- palingen en de EG-richtlijnen 2006/95/EG, 2004/108/EG,2009/125/EG en 2010/30/EU. Aanwijzing voor keuringsinstituten: De keuringen moeten worden uitgevoerd volgens degeldende normen en richtlijnen. De voorbereiding en keuring van de apparaten moeten met inachtneming van de beladingsschema's van de fabri- kant aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing en deworden uitgevoerd. 1. 4 OpstelafmetingenFig. 2 Model Apparaathoogte H (mm) GN/GNP 19. 1250 GN/GNP 23. 1447 GN/GNP 27. 1644 GN/GNP 30. 1841x Bij apparaten met meegeleverde wandafstandhouders wordtde afmeting 35 mm (zie 4. 2) groter. 1. 5 Energie sparen-Zorg altijd voor een goede luchttoevoer en -afvoer. Ventila-tieopeningen resp. -roosters niet afdekken. -Stel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naasteen fornuis, verwarming of dergelijke.

(zie Het apparaat invogelvlucht). - Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt opslaan. Rijpvorming wordt vermeden. - Warme gerechten in de kast plaatsen: eerst laten afkoelentot kamertemperatuur. Stof doet het energieverbruik toenemen:- de koelmachine met warmtewisselaar - metalen rooster aan de achterkant vanhet apparaat - eens per jaar afstoffen. 1. 6 Isolatieplaat De isolatieplaat, waarmee u slechts een gedeelte van hetapparaat gebruikt, is apart te verkrijgen bij de vakhandelaar. Wanneer u niet veel levensmiddelen in de vrieskast heeft, kunt u met behulp van de isolatieplaat het energieverbruik tot 50% verlagen. Afhankelijk van het model, kunnen er tot 5 schuilfaden worden uitge- schakeld. Om te koelen zijn minstens 3schuifladen nodig. Meer informatie vindt uop de bijsluiter van de isolatieplaat.

2 Algemene veiligheidsvoor-schriftenGevaren voor de gebruiker:- Dit apparaat kan door kinderen vanaf 8 jaar en ouder, evenals door personen met beperkte fysische, sensorische of mentalecapaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis worden gebruikt, wanneer ze onder toezicht staan of m. b. t. het veilige gebruik van het apparaat instructies hebben gekregen en de daaruit voortvloeiende gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaatAlgemene veiligheidsvoorschriften * afhankelijk van model en uitvoering 3Downloaded from www. vandenborre. be.

spelen. Kinderen mogen het apparaat nietzonder toezicht reinigen en onderhouden. - Als u het stroomsnoer van het apparaat uit het stopcontact trekt, altijd bij de stekkernemen. Niet aan het snoer trekken. -Trek, in geval van een storing, de stekker uithet stopcontact of schakel de beveiliging uit. - Beschadig het netsnoer niet. Gebruik hetapparaat niet wanneer het netsnoer defect is. - Reparaties, aanpassingen aan het apparaat en het vervangen van het netsnoer alleenlaten uitvoeren door de Technische Dienst ofander daarvoor opgeleid vakpersoneel. - Het apparaat alleen conform de beschrijving in de handleiding monteren, aansluiten enafvoeren. - Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldigen geef hem eventueel aan de volgende eige-naar door. Brandgevaar:- Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieu- vriendelijk, maar brandbaar. Ontsnappendkoelmiddel kan vlam vatten.

• De buisleidingen van het koelmiddelcircuitniet beschadigen. • Binnenin het apparaat geen open vuur ofontstekingsbronnen gebruiken. • Binnenin het apparaat geen elektrische apparaten gebruiken (b. v. stoomreinigers,verwarmingsapparatuur, ijsmachines enz. ). • Wanneer er koelmiddel weglekt: Zorg datzich geen open vuur of ontstekingsbronnen in de buurt van de lekkage bevinden. Ruimte goed ventileren. Contact opnemenmet de Technische Dienst. - Geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen, zoals b. v. butaan, propaan, pentaan enz. in het apparaat bewaren. Zulke spuitbussen zijn herkenbaar aan de op de verpakking vermelde inhouds- stoffen of een vlammensymbool. Eventueel ontsnappende gassen kunnen door elektri-sche componenten vlam vatten. -Houd brandende kaarsen, lampen en andere voorwerpen met open vlammen uit de buurt van het apparaat, zodat ze geen brandveroorzaken.

Gevaar voor vallen en omkiepen:-Plint, laden, deuren enz. niet als voetensteun of om te leunen misbruiken. Dit geldt in hetbijzonder voor kinderen. Gevaar voor voedselvergiftiging:- Te lang opgeslagen levensmiddelen nietmeer nuttigen. Gevaar voor bevriezingen, gevoelloosheiden pijn:- Langdurig huidcontact met koude opper- vlakken en gekoelde of ingevroren levens- middelen vermijden of veiligheidsmaatre- gelen treffen, b. v. handschoenen dragen. Consumptie-ijs, met name waterijs of ijsblokjes niet onmiddellijk en niet te koudconsumeren. Gevaar voor verwonding en beschadiging:- Hete stoom kan letsel tot gevolg hebben. Voor het ontdooien geen elektrische kachel-tjes of stoomreinigers, open vuur of ontdoois-pray gebruiken. -IJs niet met scherpe voorwerpen verwijderen.

Neem de specifieke aanwijzingen in deoverige hoofdstukken in acht: GEVAAR duidt een direct gevaar aan, die dedood of ernstig lichamelijk letsel totgevolg kan hebben wanneer ditgevaar niet vermeden wordt. WAAR-SCHUWINGduidt een gevaarlijke situatie aan,die de dood of ernstig lichamelijkletsel tot gevolg kan hebbenwanneer dit gevaar niet vermedenwordt. VOOR-ZICHTIGduidt een gevaarlijke situatie aan,die lichamelijk letsel tot gevolg kanhebben wanneer dit gevaar nietvermeden wordt. LET OP duidt een gevaarlijke situatie aan,die materiële schade tot gevolg kanhebben wanneer dit gevaar nietvermeden wordt. Aanwijzing geeft aan dat praktische aanwij-zingen en tips gegeven worden. Algemene veiligheidsvoorschriften 4 * afhankelijk van model en uitvoeringDownloaded from www. vandenborre. be.

3 Bedienings- en controle-elementen 3. 1 Bedienings- en controle-elementenFig. 3 (1) (6)Toets On/Off Insteltoets (2) (7)Toets SuperFrost Toets Alarm (3) (8)Symbool Helderheid Symbool Kinderbeveili-ging (4) (9)Symbool SuperFrost Symbool Menu (5) (10)Temperatuurdisplay Symbool Alarm 3. 2 TemperatuurdisplayBij normale werking wordt aangegeven:-de ingestelde vriestemperatuurDe temperatuurdisplay knippert:-de temperatuurinstelling wordt gewijzigd- na het inschakelen is de temperatuur nog niet voldoendekoud-de temperatuur is meerdere graden gestegen4 In gebruik nemen 4. 1 Apparaat transporterenVOORZICHTIGGevaar voor verwonding en beschadiging door verkeerd trans-port. uHet apparaat verpakt transporteren. uHet apparaat rechtop transporteren. uHet apparaat niet alleen transporteren. 4. 2 Apparaat opstellenWAARSCHUWINGBrandgevaar door vocht.

Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluitingvochtig worden, kan dat leiden tot kortsluiting. u Het apparaat is ontworpen voor gebruik in een geslotenruimte. Het apparaat niet buiten, in een vochtige omgevingof binnen bereik van spatwater plaatsen. WAARSCHUWINGBrandgevaar door kortsluiting. Wanneer netsnoer/stekker van het apparaat of een ander apparaat en de achterzijde van het apparaat tegen elkaar liggen, kunnen netsnoer/stekker door trillen van het apparaatworden beschadigd, wat tot kortsluiting kan leiden. uApparaat zo opstellen, dat stekker of netsnoer niet tegen hetapparaat liggen. uStopcontacten die zich aan de achterzijde van het apparaat bevinden niet gebruiken om het apparaat of andere appa-raten aan te sluiten. WAARSCHUWINGBrandgevaar door koelmiddel. Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maarbrandbaar. Ontsnappend koelmiddel kan vlam vatten.

u De buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet bescha-digen. WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging. uPlaats geen warmte afgevende apparaten, bijv. magnetron,toaster enz. op het apparaat.

WAARSCHUWING Gevaar voor brand en beschadiging door verstopte ventilatie-openingen. uDe ventilatieopeningen regelmatig schoonmaken. Zorg altijdvoor een goede luchttoevoer en -afvoer. LET OPGevaar voor beschadiging door condenswater. uhet apparaat niet strak naast een ander koel-/vriesapparaatzetten. qNeem bij beschadiging van het apparaat onmiddellijk - nogvoor het aansluiten - contact op met de leverancier. qDe vloer waar het apparaat komt te staan moet waterpas envlak zijn. qStel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naasteen fornuis, verwarming of dergelijke. q Optimale standplaats is een droge en goed geventileerderuimte. qHet apparaat met de achterkant en indien gewenst inclusiefde meegeleverde wandafstandhouders (zie beneden) directtegen de muur plaatsen. q Het apparaat mag alleen in onbeladen toestand wordenverschoven. qStel het apparaat niet op zonder hulp.

q Hoe meer koelmiddel R 600a er in het apparaat is, des te groter moet de ruimte zijn, waarin het apparaat staat. In te kleine ruimtes kan bij een lek een brandbaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Volgens de norm EN 378 moet per11 g koelmiddel R 600a de plaatsingsruimte ten minste 1 m3groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel van uw apparaat staatop het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. uHaal het aansluitsnoer van de achterzijde van het apparaat. Verwijder hierbij de snoerhouder, anders kunnen trillingsge-luiden ontstaan. uVerwijder alle transportbeveiligingsonderdelen. Bedienings- en controle-elementen * afhankelijk van model en uitvoering 5Downloaded from www. vandenborre. be.

Om ervoor te zorgen dat het opgegeven energieverbruik wordt bereikt, moeten de afstandhouders worden gebruikt die bijsommige apparaten zijn gevoegd. Hierdoor wordt de apparaat- diepte ca. 35 mmgroter. Het apparaat functioneert zonder gebruik van de afstandhouders goed en volledig, maar heefteen iets hoger energieverbruik. u Bij een apparaat met meegele- verde wandafstandhouders deze wandafstandhouders links en rechts boven aan de achterkantvan het apparaat monteren. uVoer de verpakking af (zie 4. 5). u Stel het apparaat met demeegeleverde steeksleutel enmet behulp van de stelpootjes(A) en een waterpas stevig envlak op. AanwijzinguApparaat reinigen (zie 6. 2). Als het apparaat in een erg vochtige omgeving staat, kan ercondens worden gevormd op de buitenkant van het apparaat. uZorg altijd goed voor een goede ventilatie van de plaatsings-ruimte. 4.

3 Draairichting deur veranderenIndien nodig kunt u de draairichting van de deur veranderen:Controleer of volgend gereedschap klaar ligt:qTorx 25qTorx 15qSteeksleutel SW 6qSchroevendraaierqmeegeleverde steeksleutelqeventueel een tweede persoon voor de montageVOORZICHTIGGevaar voor verwonding wanneer de deur eruit valt. uDeur goed vasthouden. uDeur voorzichtig neerzetten. uRechts onder aan de lagerbus deborgschroef Fig. 4 (1) uitdraaien. uDeur openen. uDeur aan de greepzijde en onder-kant vastpakken en optillen. wDe lagerbout Fig. 4 (21) komt uitde lagerbus Fig. 5 (2) los. u Indien de lagerbout Fig. 4 (21) niet los komt, de bout van ondernaar boven drukken. Fig. 4 uDeur aan de onderkant uitdraaien en loshalen. Fig. 5 uLagerbus Fig. 5 (2) losschroeven. uLagerdeel Fig. 5 (3) losschroeven en in het tegenoverlig-gende opnamegat van de lagerbus omzetten en weer vast-schroeven. uStop Fig.

5 (5) weer terugplaatsen. uLagerbus Fig. 5 (2) aan de nieuwe scharnierzijde evt. met behulp van een accuschroevendraaier weer goed (met4 Nm) vastschroeven. Fig. 6 u Aan de bovenkant afdekking Fig. 6 (7) en afdekking Fig. 6 (8) met een schroevendraaier losklikken en schuinnaar beneden verwijderen. uLagerbout Fig. 6 (9) uitdraaien en aan de andere kant goed(min. 4 Nm) vastschroeven. uAfdekking Fig. 6 (7) aan de kant van de lagerbout weeraanbrengen: achteraan inzetten, vooraan vastklikken. uAfdekking Fig. 6 (8) op de tegenoverliggende kantmonteren: achteraan inzetten, vooraan vastklikken. In gebruik nemen 6 * afhankelijk van model en uitvoeringDownloaded from www. vandenborre. be.

Fig. 7 uTil de stop Fig. 7 (12) uit de deurlagerbus en plaats hem om. u Monteer deurgreep, stop Fig. 7 (10) en drukplatenFig. 7 (11) af en monteer ze aan de tegenoverliggende kant. uLet er bij het monteren van de drukplaten op, dat deze goedvastklikken. uVeerklem Fig. 8 (20) verplaatsen: Sluitnok omlaag drukken, veerklem eroverheen en eraftrekken. u Veerklem aan de nieuwe scharnierkant weer erinschuiven totdat hij inklikt. uLagerbout Fig. 8 (21) uit de deurbus nemen en samen met het plaatje aan de tegenoverliggende kant aanbrengen. De sluitnok moet naar de binnenkantvan de deur wijzen, de kerfnaar de buitenkant. Fig. 8 uDeur boven in de lagerbout Fig. 6 (9) hangen. u Deur aan de onderkant vastzetten en de lagerbout Fig. 8 (21) in de lagerbus aanbrengen. Evt. de lagerboutdraaien om deze te laten vastklikken. uBorgschroef Fig. 4 (1) onder in de lagerbout draaien envastschroeven.

(met 4 Nm)u De deur eventueel via de beide langsgaten in de lagerbusten opzichte van de kast uitlijnen. Daartoe middelste schroefuitdraaien. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door eruit vallende deur. Als de lageronderdelen niet goed zijn vastgeschroefd, kan de deur eruit vallen. Dit kan zwaar letsel tot gevolg hebben. Bovendien sluit de deur evt. niet, zodat het apparaat niet goedkoelt. u De lagerbussen/lagerbouten goed (met 4 Nm) vast-schroeven. uAlle schroeven controleren en evt. aandraaien. 4. 4 Inbouw in het keukenblokFig. 9 (1) (3)Opbouwkast Keukenkast (2) (4)Apparaat Wandx Bij apparaten met meegeleverde wandafstandhouders wordtde afmeting 35 mm groter. (zie 4. 2). Het apparaat Fig. 9 (2) kan worden ingebouwd in de keuken. Om het apparaat aan de hoogte van het keukenblok aan te passen, kunt u er een passende opbouwkast Fig. 9 (1) opplaatsen.

Bij een ombouw met keukenkasten (diepte max. 580 mm) kan het apparaat direct naast de keukenkast Fig. 9 (3) wordengeplaatst. Het apparaat steekt aan de zijkant 34 mmx en in hetmidden 50 mmx uit ten opzichte van het keukenkastfront.

Ventilatie-eisen:- Houd achter de gehele breedte van de opbouwkast eenruimte van minstens 50 mm diepte vrij voor luchtafvoer. - De ventilatieruimte onder het plafond moet minstens300 cm2 bedragen. - Hoe groter de ventilatieruimte, hoe energiezuiniger hetapparaat werkt. Plaatst u het apparaat met de scharnierkant naast een muur Fig. 9 (4) , dan moet de afstand tussen apparaat en muur minstens 40 mm bedragen. Dit in verband met het uitstekenvan de deurgreep bij een geopende deur. 4. 5 Afvalverwerking van de verpakkingWAARSCHUWINGGevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie. uKinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen. De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal:-Golfkarton/karton-Onderdelen uit geschuimd polystyreenIn gebruik nemen * afhankelijk van model en uitvoering 7Downloaded from www. vandenborre. be.

-Folies en zakken uit polyetheen-Spanbanden uit polypropeen- Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met poly-ethyleen*u Breng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamel-punt. 4. 6 Apparaat aansluitenLET OPGevaar voor beschadiging van de elektronische componenten. uGebruik geen omvormer (omzetten van gelijkstroom naarwisselstroom) of spaarstekker. WAARSCHUWINGBrand- en oververhittingsgevaar. uGebruik geen verlengsnoer of verdeeldoos. Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats vanbestemming moeten met de informaties op het typeplaatje (zieHet apparaat in vogelvlucht) overeenstemmen. Het stopcontact moet volgens de voorschriften zijn geaard en een elektrische beveiliging bevatten. De afschakelstroom vande zekering moet liggen tussen 10 A en 16 A.

Het stopcontact moet gemakkelijk toegankelijk zijn, zodat destroomvoorziening van het apparaat in geval van nood snel kan worden onderbroken. Het mag zich niet achter het apparaatbevinden. uElektrische aansluiting controleren. uSteek de stekker in het stopcontact. 4. 7 Apparaat inschakelenuToets On/Off Fig. 3 (1) indrukken. w Het apparaat is ingeschakeld. Het temperatuurdisplay enhet symbool Alarm Fig. 3 (10) knipperen tot de temperatuurkoud genoeg is. w Wanneer op het display „DEMO” wordt aangegeven, is de demonstratiemodus geactiveerd. U kunt contact opnemenmet de Technische Dienst. 5 Bediening 5. 1 Helderheid van het temperatuurdis-play U kunt de helderheid van het temperatuurdisplay aanpassenaan het omgevingslicht. 5. 1. 1 Helderheid instellenDe achtergrondverlichting kan worden uitgeschakeld of op een van de 5 lichtsterktes worden ingesteld.

Bij levering is deachtergrondverlichting uitgeschakeld. u Instelmodus activeren: toets SuperFrost Fig. 3 (2) ca. 5 sindrukken. w Het symbool Menu Fig. 3 (9) is verlicht en het symboolKinderbeveiliging Fig. 3 (8) knippert. uInsteltoets Fig. 3 (6) indrukken om de helderheidsfunctie opte roepen. w Het symbool Kinderbeveiliging Fig.

3 (8) gaat uit en hetsymbool Helderheid Fig. 3 (3) knippert. uBevestigen: toets SuperFrost Fig. 3 (2) kort indrukken. wHet symbool Helderheid Fig. 3 (3) is verlicht. u Met de insteltoets Fig. 3 (6) uitschakelen of de gewenste helderheid kiezen. Hoe meer velden van het temperatuur-display oplichten, hoe feller de verlichting. Geen enkel veldverlicht betekent "uit". uBevestigen: toets SuperFrost Fig. 3 (2) indrukken. wHet symbool Helderheid Fig. 3 (3) knippert. wDe helderheid is op de nieuwe waarde ingesteld. uInstelmodus deactiveren: toets On/Off Fig. 3 (1) indrukken. -of-u5 min. wachten. w Het symbool Helderheid Fig. 3 (3) en het symbool MenuFig. 3 (9) gaan uit. w Op het temperatuurdisplay wordt weer de temperatuuraangegeven. 5. 2 KinderbeveiligingMet de kinderbeveiliging zorgt u ervoor dat kinderen bij het spelen het apparaat niet onbedoeld uitscha-kelen. 5. 2.

1 Kinderbeveiliging inschakelenu Instelmodus activeren: toets SuperFrost Fig. 3 (2) ca. 5 sindrukken. w Het symbool Menu Fig. 3 (9) is verlicht en het symboolKinderbeveiliging Fig. 3 (8) knippert. uDe toets SuperFrost Fig. 3 (2) kort indrukken om de functieKinderbeveiliging op te roepen. wHet symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (8) brandt. In het temperatuurdisplay zijn de LED's -15 °C en-21 °C verlicht. uDe toets SuperFrost Fig. 3 (2) kort indrukken om de kinder-beveiliging in te schakelen. wHet symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (8) knippert. De LED's-15 °C en -21 °C gaan uit. uInstelmodus deactiveren: toets On/Off Fig. 3 (1) indrukken. -of-u5 min. wachten. wHet symbool Menu Fig. 3 (9) gaat uit en in het temperatuur-display wordt de temperatuur weer aangeven. Het symboolKinderbeveiliging Fig. 3 (8) brandt. 5. 2. 2 Kinderbeveiliging uitschakelenu Instelmodus activeren: toets SuperFrost Fig.

wHet symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (8) brandt. Inhet temperatuurdisplay is de LED -18 °C verlicht. uDe toets SuperFrost Fig. 3 (2) kort indrukken om de kinder-beveiliging uit te schakelen. wHet symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (8) knippert. uInstelmodus deactiveren: toets On/Off Fig. 3 (1) indrukken. -of-u5 min. wachten. wHet symbool Menu Fig. 3 (9) gaat uit en in het temperatuur-display wordt de temperatuur weer aangeven. Het symboolKinderbeveiliging Fig. 3 (8) is niet meer verlicht. Bediening 8 * afhankelijk van model en uitvoeringDownloaded from www. vandenborre. be.

5. 3 DeuralarmWanneer de deur langer dan 60 seconden geopendis, gaat het akoestisch alarm af. Het akoestisch alarm stopt automatisch, zodra dedeur gesloten wordt. 5. 3. 1 Deuralarm deactiverenHet akoestisch alarm kan bij geopende deur worden uitgescha-keld. Het deactiveren werkt zolang de deur open staat. uToets Alarm Fig. 3 (7) indrukken. 5. 4 Temperatuuralarm Wanneer de vriestemperatuur niet laag genoeg is,gaat het akoestisch alarm af. Tegelijkertijd knipperen de temperatuurdisplay enhet symbool Alarm Fig. 3 (10). De oorzaak voor een te hoge temperatuur kan zijn:- warme nieuwe levensmiddelen werden in de diepvriezergelegd- bij het sorteren en uitnemen van de levensmiddelen isteveel warme lucht binnengekomen-de stroom is voor langere tijd uitgevallen-het apparaat is defectHet akoestisch alarm stopt automatisch, het symbool AlarmFig.

3 (10) gaat uit en de temperatuurdisplay houdt op metknipperen, wanneer de temperatuur weer laag genoeg is. Wanneer het alarm niet uitgaat (zie Storingen). Aanwijzing Wanneer de temperatuur niet laag genoeg is, kunnen levens-middelen bederven. u De kwaliteit van de levensmiddelen controleren. Bedorvenlevensmiddelen niet meer nuttigen. 5. 4. 1 Temperatuuralarm deactiverenHet akoestisch alarm kan worden gedeactiveerd. Wanneer de temperatuur weer laag genoeg is, is de alarmfunctie weeractief. uToets Alarm Fig. 3 (7) indrukken. wHet akoestisch alarm is gedeactiveerd. 5. 5 Levensmiddelen invriezen De laden kunnen elk met max. 25 kg diepvriesproducten, deplateaus elk met max. 35 kg worden belast. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding door glasscherven. Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen. Dit geldt met name voor koolzuurhoudend drinken.

2,5 kguVerdeel de levensmiddelen in porties en doe ze in diepvries-zakjes of in herbruikbare bakjes van kunststof, metaal ofaluminium. 5. 6 Levensmiddelen ontdooien - in het koelgedeelte - in een magnetron - in een oven/heteluchtoven - bij kamertemperatuuruOntdooide levensmiddelen alleen bij wijze van uitzonderingweer invriezen. 5. 7 Temperatuur instellenAanbevolen temperatuurinstelling: -18 °CU kunt de temperatuur doorlopend veranderen. Is de instelling-32 °C bereikt dan wordt opnieuw bij -15 °C begonnen. u Temperatuurverstelling oproepen: druk eenmaal op deinsteltoets Fig. 3 (6). w In het temperatuurdisplay knippert de LED van de huidigetemperatuur. uDruk net zo vaak op de insteltoets Fig. 3 (6) tot de LEDs degewenste temperatuur aangeven. Aanwijzingu Door de insteltoets lang in te drukken wordt binnen eenkleine temperatuurzone (b. v.

: tussen -15 °C en -18 °C) eeniets koudere waarde ingesteld. In het temperatuurdisplay is dan de LED van de eerstvolgende lagere temperatuurzoneverlicht. 5. 8 SuperFrostMet deze functie kunt u nieuwe levensmiddelen snel tot op de kern invriezen. Het apparaat werkt met maximaal koelvermogen, daardoor kunnen geluidenvan het koelaggregaat tijdelijk luider zijn. U kunt maximaal zoveel nieuwe levensmiddelen binnen 24 hinvriezen, als op het typeplaatje onder „invriescapaciteit. kg/24h” is aangegeven. De invriescapaciteit is afhankelijk van hetmodel en de klimaatklasse van het apparaat. Afhankelijk van de hoeveel nieuwe levensmiddelen die worden ingevroren, moet SuperFrost bijtijds worden ingeschakeld: bijeen kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen ca. 6h, bij de maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen 24hvoordat u de levensmiddelen in de vriezer legt.

SuperFrost hoeft u in de volgende gevallen niet in te scha-kelen:-wanneer u reeds ingevroren waren in de diepvriezer legt- bij het invriezen van max. ca. 2 kg nieuwe levensmiddelenper dag 5. 8. 1 Met SuperFrost invriezenuToets SuperFrost Fig. 3 (2) kort indrukken. wHet symbool SuperFrost Fig. 3 (4) is verlicht. w De temperatuur daalt; het apparaat werkt met maximalekoeling. Bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen:uCa. 6 u wachten. u Verpakte levensmiddelen in de diepe onderste ladenleggen. Bij de maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen(zie typeplaatje):uca. 24 u wachten. u Onderste diepe laden uitschuiven en de levensmiddelendirect op de onderste plateaus leggen. wSuperFrost schakelt na ca. 65 u automatisch uit. wHet symbool SuperFrost Fig. 3 (4) gaat uit, wanneer hetinvriezen is afgesloten. Bediening * afhankelijk van model en uitvoering 9Downloaded from www.

uLevensmiddelen in de laden legen en deze weer inschuiven. w Het apparaat werkt in de energiebesparende normalemodus verder. 5. 9 LadenAanwijzing Het energieverbruik stijgt en de koelprestatie vermindert bijonvoldoende ventilatie. Bij apparaten met NoFrost:uLaat de onderste schuiflade in het apparaat zitten. uHoud de luchtspleet binnen aan de achterkant steeds vrij. u Om diepvriesproducten direct op de draagplateaus tebewaren: trek de schuiflade naar voren en haal de lade uit. 5. 10 Plateausu Plateau uitnemen: vooraan optillen enuittrekken. u Plateau terugplaatsen: tot aanslaginschuiven. 5. 11 VarioSpace Naast de schuifladen kunt u tevens de plateaus verwijderen. Zo creëert u plaats voor levensmiddelen van groot formaat. Gevogelte, vlees, groot wild en hoog gebak kunnen geheel en al worden ingevroren enlater verder verwerkt. u De laden kunnen elk met max.

1 Koudeaccu's gebruiken*uDe koudeaccu's ruimtebespa- rend in het kruiden- enbessenvak leggen. u De bevroren koudeaccu's boven in het voorste vriesge- deelte op de ingevrorenlevensmiddelen leggen. 6 Onderhoud 6. 1 Ontdooien met NoFrostHet NoFrost-systeem ontdooit het apparaat automatisch. Het vocht slaat neer op de verdamper, wordt regelmatigontdooid en verdampt dan. uU hoeft het apparaat niet handmatig te ontdooien. 6. 2 Apparaat reinigenWAARSCHUWINGGevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom. Hete stoom kan brandwonden veroorzaken en de opper-vlakken beschadigen. uGebruik geen stoomreinigers. LET OPVerkeerd reinigen kan het apparaat beschadigen. uGebruik reinigingsmiddelen niet in geconcentreerde vorm. uGebruik geen schurende of krassende sponsjes of staalwol. u Geen bijtende, schurende, chloor- resp. oplosmiddelbevat-tende schoonmaakproducten gebruiken.

uGebruik geen chemische oplosmiddelen. u Beschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat niet. Dit is belangrijk voor de TechnischeDienst. u Kabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken ofbeschadigen. u Laat geen reinigingswater in de afvoergoot, de ventilatie-roosters en elektrische delen terecht komen. u Gebruik zachte poetsdoeken en een allesreiniger met eenneutrale pH-waarde. uGebruik in de binnenruimte van het apparaat alleen levens-middelenvriendelijke reinigings- en onderhoudsproducten. Onderhoud 10 * afhankelijk van model en uitvoeringDownloaded from www. vandenborre. be.

uApparaat uitruimen. uTrek de stekker uit. uUit- en inwendige oppervlaktes van kunststof met lauw- warm water en een beetje afwasmiddel met de handreinigen. u Onderdelen met lauwwarm water en een beetje afwas-middel met de hand reinigen. Na het reinigen:uApparaat en onderdelen droogwrijven. uApparaat weer aansluiten en inschakelen. uSuperFrost inschakelen (zie 5. 8). Wanneer de temperatuur voldoende koud is:ude levensmiddelen er weer in leggen. 6. 3 Technische Dienst Probeer eerst of u de storing zelf kunt verhelpen (zieStoringen). Mocht dit niet het geval zijn, neem dan contact opmet de Technische Dienst. Het adres vindt u in het bijgevoegdoverzicht. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door onvakkundige reparatie. uReparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroomaan- sluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden (zie Onder- houd), uitsluitend door de Technische Dienst latenuitvoeren.

uApparaataanduidingFig. 11 (1), service-nr. Fig. 11 (2) en serie-nr. Fig. 11 (3) van het typeplaatje aflezen. Het typeplaatje bevindt zich aan de linkerkant binnen inhet apparaat. Fig. 11 u Contact opnemen met de Technische Dienst en het probleem, apparaataanduiding Fig. 11 (1) , service-nr. Fig. 11 (2) en serie-nr. Fig. 11 (3) mededelen. wDit maakt een snelle en doelgerichte service mogelijk. u Het apparaat gesloten laten, totdat de Technische Dienstkomt. wDe levensmiddelen blijven langer koel. u Trek de stekker uit het stopcontact (daarbij niet aan hetsnoer trekken) of de draai de zekering uit. 7 Storingen Uw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veilige werking en lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht erdesondanks een storing optreden, dan svp eerst controleren ofde storing door een bedieningsfout werd veroorzaakt.

In ditgeval moeten wij de ontstane kosten ook in de garantieperiodein rekening brengen. Volgende storingen kunt u zelf verhelpen:Het apparaat functioneert niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen.

→De stekker zit niet goed in het stopcontact. uStekker controleren. →De zekering van het stopcontact is niet in orde. uZekering controleren. De compressor blijft lopen. → De compressor schakelt bij een verminderde koudebe-hoefte over op een lager toerental. Hoewel de looptijd daar-door langer is, wordt energie bespaard. uDat is bij energiebesparende modellen normaal. →SuperFrost is ingeschakeld. u Om de levensmiddelen snel af te koelen, draait decompressor langer. Dit is normaal. Een led aan de onderachterkant van het apparaat (bij decompressor) knippert regelmatig om de 15 seconden*. →De inverter is met een foutdiagnose led uitgevoerd. uHet knipperen is normaal. Geluiden zijn te luid. →Toerentalgeregelde* compressoren kunnen naar aanleiding van de verschillende draaisnelheden verschillendegeluiden veroorzaken. uHet geluid is normaal.

Een borrelen en klateren→Dit geluid komt van het koelmiddel, dat door het koelcircuitstroomt. uHet geluid is normaal. Een zacht klikken→ Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelenvan het koelaggregaat (de motor). uHet geluid is normaal. Een brommend geluid. Kan voor korte tijd iets luider zijn,wanneer het koelaggregaat (de motor) inschakelt. →Bij ingeschakelde SuperFrost, nieuw opgeslagen levens- middelen of na lang geopende deur wordt het koelver-mogen automatisch verhoogd. uHet geluid is normaal. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uOplossing: (zie 1. 2)Vibratiegeluiden. →Het apparaat staat niet stabiel op de grond. Door het draai- ende koelaggregaat beginnen aangrenzende meubels envoorwerpen te trillen. uStel het apparaat af m. b. v. de stelpootjes. uFlessen en containers uit elkaar zetten. Het symbool SuperFrost Fig.

u Neem contact op met de Technische Dienst (zie Onder-houd). Het apparaat is aan de buitenkant warm*. → De warmte van het koelmiddelcircuit wordt gebruikt omcondenswater te voorkomen. uDit is normaal. Temperatuur is niet laag genoeg. →De deur is niet goed gesloten. uDeur van het apparaat sluiten. →Niet voldoende be- en ontluchting. uLuchtrooster schoonmaken. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uOplossing: (zie 1. 2). →Het apparaat werd te vaak of te lang geopend. u Afwachten of de benodigde temperatuur weer vanzelfwordt bereikt. Zo niet, contact opnemen met de TechnischeDienst (zie Onderhoud). → U heeft teveel nieuwe levensmiddelen zonder SuperFrostopgeslagen. uOplossing: (zie 5. 8)Storingen * afhankelijk van model en uitvoering 11Downloaded from www. vandenborre. be.

→ Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron (fornuis,verwarming enz.).uVerander de standplaats van het apparaat of van de warm-tebron.8 Uitzetten 8.1 Apparaat uitschakelenuToets On/Off Fig. 3 (1) indrukken, totdat het display donkerwordt. Toets loslaten.wWanneer het apparaat niet kan worden uitgeschakeld, is dekinderbeveiliging actief (zie 5.2) . 8.2 Buiten werking stellenuApparaat leegmaken.uStekker uittrekken.uApparaat reinigen (zie 6.2) .uLaat de deuren een stukje open staan zodat er geen onaan-gename geuren kunnen ontstaan.9 Apparaat afdankenHet apparaat bevat nog waardevolle materialen en mag niet met het gewoon huis- of grofvuil worden meegegeven. Het recyclen van afgedankte appa- raten moet vakkundig gebeuren overeenkomstigde plaatselijk geldende voorschriften en wetten.

Let erop dat bij het afvoeren van het afgedankte apparaat het koelmiddelcircuit niet wordt beschadigd, zodat het koelmiddel(informatie op het typeplaatje) of de olie erin niet ongewild vrij-komen.uApparaat onbruikbaar maken.uTrek de stekker uit.uSnijd het aansluitsnoer door.Uitzetten 12 * afhankelijk van model en uitvoeringDownloaded from www.vandenborre.be

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Liebherr GNP 3013 Comfort NoFrost stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden