Liebherr GNP 2313 Comfort NoFrost Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Liebherr GNP 2313 Comfort NoFrost (14 pagina’s), behorend tot de categorie Vriezer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen. Heb je een vraag over Liebherr GNP 2313 Comfort NoFrost of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Liebherr |
| Categorie: | Vriezer |
| Model: | GNP 2313 Comfort NoFrost |
| Apparaatplaatsing: | Vrijstaand |
| Soort bediening: | Knoppen |
| Kleur van het product: | Wit |
| Deurscharnieren: | Rechts |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Breedte: | 600 mm |
| Diepte: | 630 mm |
| Hoogte: | 1447 mm |
| Geluidsniveau: | 41 dB |
| Jaarlijks energieverbruik: | 207 kWu |
| Energie-efficiëntieklasse (oud): | A++ |
| Brutocapaciteit vriezer: | 226 l |
| Nettocapaciteit vriezer: | 188 l |
| Vriescapaciteit: | 16 kg/24u |
| Materiaal behuizing: | Staal |
| Bewaartijd bij stroomuitval: | 24 uur |
| Aantal planken vriezer: | 6 |
| No Frost system: | Ja |
| Plankmateriaal: | Gehard glas |
| Deur open alarm: | Ja |
| Stroomgebruik per dag: | 0.567 kWh/24u |
| Klimaatklasse: | SN-T |
| Automatische ontdooiing ( diepvries ): | Ja |
| Type product: | Staand |
| Type beeldscherm: | LCD |
Handleiding Liebherr GNP 2313 Comfort NoFrost – volledige tekst
Inhoudsopgave1 Het apparaat in vogelvlucht. 21. 1 Apparaten- en uitrustingsoverzicht. 21. 2 Toepassingsgebied van het apparaat. 21. 3 Conformiteit. 31. 4 EPREL-database. 31. 5 Opstelafmetingen. 31. 6 Energie sparen. 31. 7 Isolatieplaat. 32 Algemene veiligheidsvoorschriften. 33 Bedienings- en controle-elementen. 53. 1 Bedienings- en controle-elementen. 53. 2 Temperatuurweergave. 54 In gebruik nemen. 54. 1 Apparaat transporteren. 54. 2 Apparaat opstellen. 54. 3 Draairichting deur veranderen. 64. 4 In het keukenblok schuiven. 84. 5 Afvalverwerking van de verpakking. 84. 6 Apparaat aansluiten. 84. 7 Apparaat inschakelen. 85 Bediening. 85. 1 Helderheid van het temperatuurdisplay. 85. 2 Kinderbeveiliging. 95. 3 Deuralarm. 95. 4 Temperatuuralarm. 95. 5 Levensmiddelen invriezen. 95. 6 Bewaartijden. 105. 7 Levensmiddelen ontdooien. 105. 8 Temperatuur instellen. 105. 9 SuperFrost. 105. 10 Laden.
105. 11 Plateaus. 115. 12 VarioSpace. 115. 13 Kruiden- en bessenlade. 116 Onderhoud. 116. 1 Ontdooien met NoFrost. 116. 2 Apparaat reinigen. 116. 3 Technische Dienst. 127 Storingen. 128 Uitzetten. 138. 1 Apparaat uitschakelen. 138. 2 Buiten werking stellen. 139 Apparaat afdanken. 13De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkelingvan alle typen en modellen. Daarom vragen wij om uw begripvoor het feit dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniekmoeten voorbehouden. Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, deinstructies in deze handleiding aandachtig doorlezen a. u. b. De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingen zijnmogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparaten vantoepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*). Handelingsinstructies zijn gemarkeerd met een , hande-lingsresultaten met een. 1 Het apparaat in vogelvlucht1.
1 (1) Transportgreep achter Typeplaatje(6)(2) Bedienings- en contro-lepaneel(7) Lades(3) NoFrost-installatie VarioSpace(8)(4) Kruiden- en bessenvak Stelpootjes, transport-(9)grepen voor, transport-wieltjes achter(5) Koelaccu*1. 2 Toepassingsgebied van het appa-raatGebruik volgens de voorschriftenHet apparaat is uitsluitend geschikt voor hetkoelen van levensmiddelen voor huishoudelijkeof soortgelijke doeleinden. Hieronder valt bijv. het gebruik-in privékeukens, ontbijtgelegenheden,-door gasten in landhuizen, hotels, motels enandere accommodaties,-bij catering en vergelijkbare service in degroothandel. Het apparaat is niet bestemd voor gebruik alsinbouwapparaat. Alle andere toepassingen zijn niet toegestaan.
Verkeerd gebruik van het apparaat kan totbeschadigingen van de opgeslagen goederenof het bederf hiervan leiden. KlimaatklassenHet apparaat kan afhankelijk van de klimaat-klasse, bij begrensde omgevingstemperaturen,worden gebruikt. De voor uw apparaat betref-fende klimaatklasse staat op het typeplaatjevermeld. AanwijzinguOm een probleemloze werking te waar-borgen, moet de aangegeven omgevingstem-peratuur worden aangehouden. Klimaatklasse voor omgevingstemperaturenSN, N t/m 32 °CST t/m 38 °CT t/m 43 °CEen probleemloze werking van het apparaatis gewaarborgd tot een omgevingstemperatuurvan 5 °C. 1. 3 ConformiteitDe koudemiddelkringloop is op dichtheid gecontroleerd. Hetapparaat voldoet aan de toepasbare veiligheidsbepalingenen de richtlijnen 2014/35/EU, 2014/30/EU, 2009/125/EG,2011/65/EU, 2010/30/EU en 2014/53/EU.
De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring isbeschikbaar op het volgende internetadres: www. Liebherr. com1. 4 EPREL-databaseVanaf 1 maart 2021 zijn informatie over etikettering inzakeenergieverbruik en vereisten inzake ecologisch ontwerpte vinden in de Europese productdatabase (EPREL). Ukrijgt toegang tot de productdatabase via de link https://eprel. ec. europa. eu/. Hier wordt u gevraagd de modelidentifi-catie in te voeren. De modelidentificatie vindt u op het type-plaatje. 1. 5 OpstelafmetingenFig. 2 H (mm)GN 1923,GNP 1913, GNw1360-51250GN(sl) 2323,GN 2303,GNP(ef) 2313, GNw1460-6, GNP 23031447x Bij apparaten met meegeleverde wandafstandhouders wordtde afmeting 35 mm groter. (zie 4. 2 Apparaat opstellen). 1. 6 Energie sparen-Let altijd op de be- en ontluchting. Dek de ventilatieope-ningen resp. -roosters niet af.
-Plaats het apparaat niet naast een fornuis, verwarming ofdergelijke en stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht. -Het energieverbruik is afhankelijk van de plaatsings-omstandigheden zoals bijv. de omgevingstemperatuur(zie 1. 2 Toepassingsgebied van het apparaat).
Bij eenwarmere omgevingstemperatuur kan het energieverbruiktoenemen. -Open het apparaat, indien mogelijk zo kort mogelijk. -Hoe lager de temperatuur wordt ingesteld, hoe hoger hetenergieverbruik. -Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt bewaren. Condensvorming wordt voorkomen. -Warme gerechten plaatsen: eerst tot op kamertemperatuurlaten afkoelen. Stof verhoogt het energieverbruik:-De koelmachine met warmtewisselaar- metalen roosters aan de achterkantvan het apparaat - eenmaal jaarlijksafstoffen. 1. 7 IsolatieplaatDe isolatieplaat, waarmee u slechts een gedeelte van hetapparaat gebruikt, is apart te verkrijgen bij de vakhandelaar. Wanneer u niet veel levensmiddelen inde vrieskast heeft, kunt u met behulpvan de isolatieplaat het energieverbruik tot50% verlagen. Afhankelijk van het model,kunnen er tot 5 schuilfaden worden uitge-schakeld. Om te koelen zijn minstens 3schuifladen nodig.
Meer informatie vindt uop de bijsluiter van de isolatieplaat. 2 Algemene veiligheidsvoor-schriftenGevaren voor de gebruiker:-Dit apparaat kan door kinderen alsmededoor personen met verminderde psychische,sensorische of mentale bekwaamheden ofeen gebrek aan ervaring en kennis wordengebruikt onder toezicht van een derde ofmet betrekking tot het veilige gebruik vanhet apparaat zijn onderwezen en de gevarenkennen en begrijpen. Kinderen mogen nietAlgemene veiligheidsvoorschriften* afhankelijk van model en uitvoering 3.
met het apparaat spelen. De reiniging en hetonderhoud mag niet door kinderen zondertoezicht worden uitgevoerd. Kinderen van 3-8jaar mogen het apparaat inladen en uitladen. Kinderen jonger dan 3 jaar dienen uit de buurtvan het apparaat te worden gehouden, als hetapparaat niet continu onder toezicht staat. -Als u het stroomsnoer van het apparaat uithet stopcontact trekt, altijd bij de stekkernemen. Niet aan het snoer trekken. -Trek, in geval van een storing, de stekker uithet stopcontact of schakel de beveiliging uit. -Beschadig het netsnoer niet. Gebruik hetapparaat niet wanneer het netsnoer defect is. -Reparaties en ingrepen aan het apparaat enhet vervangen van de netaansluiting magalleen worden uitgevoerd door de klantenser-vice of ander vakpersoneel dat hiervoor isopgeleid. -Het apparaat alleen conform de beschrijvingin de handleiding monteren, aansluiten enafvoeren.
-Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldigen geef hem eventueel aan de volgende eige-naar door. Brandgevaar:-Het gebruikte koelmiddel (gegevens ophet typeplaatje) is milieuvriendelijk maarbrandbaar. Koelmiddel dat ontsnapt kanontbranden. •Pijpleidingen van het koelcircuit nietbeschadigen. •Vermijd het hanteren van ontstekings-bronnen in de binnenkant van het apparaat. •Binnen het apparaat geen elektrischetoestellen gebruiken (bijv. stoomreinigers,verwarmingen, ijsmakers, enz. ). •Als koudemiddel weglekt: Open vuur ofontstekingsbronnen vlakbij het lek verwij-deren. Vertrek goed ventileren. Informeerde klantendienst. -Geen explosieve stoffen of spuitbussen metbrandbare drijfgassen, zoals b. v. butaan,propaan, pentaan enz. in het apparaatbewaren. Zulke spuitbussen zijn herkenbaaraan de op de verpakking vermelde inhouds-stoffen of een vlammensymbool.
-Alkoholische dranken of andere verpakkingendie alcohol bevatten, mogen uitsluitend goedafgesloten worden bewaard. Eventueel uittre-dende alcohol kan door elektrische compo-nenten vlam vatten. Gevaar voor vallen en omkiepen:-Plint, laden, deuren enz. niet als voetensteunof om te leunen misbruiken. Dit geldt in hetbijzonder voor kinderen. Gevaar voor voedselvergiftiging:-Te lang opgeslagen levensmiddelen niet meernuttigen. Gevaar voor bevriezingen, gevoelloosheiden pijn:-Vermijd permanent contact van de huid metkoude oppervlakken of gekoelde/bevrorenproducten of tref beschermende maatre-gelen, gebruik bijvoorbeeld handschoenen. Gevaar voor verwonding en beschadiging:-Hete stoom kan letsel tot gevolg hebben. Voor het ontdooien geen elektrische kachel-tjes of stoomreinigers, open vuur of ontdoois-pray gebruiken. -IJs niet met scherpe voorwerpen verwijderen.
Klemgevaar:-Bij het openen en sluiten van de deur nietin het scharnier grijpen. Vingers kunnen inge-klemd raken. Symbolen op het apparaat:Het symbool kan zich op de compressorbevinden. Het heeft betrekking op de oliein de compressor en wijst op het volgendegevaar: Kan bij het inslikken en indringen inde luchtwegen dodelijk zijn. Deze aanwijzingis alleen voor het recyclingproces van belang. In de normale modus bestaat er geen gevaar. Het symbool bevindt zich op de compressoren wijst op het gevaar van ontvlambarestoffen. De sticker niet verwijderen. Deze of een vergelijkbare sticker kan op deachterkant van het apparaat zijn aangebracht. Deze heeft betrekking op de schuimpanelenin de deur en/of de behuizing. Deze aanwij-zing is alleen voor het recyclingproces vanbelang. De sticker niet verwijderen.
VOORZICHTIGduidt een gevaarlijke situatie aan,die licht of middelzwaar lichame-lijk letsel tot gevolg kan hebbenwanneer dit gevaar niet vermedenwordt. LET OP duidt een gevaarlijke situatie aan,die materiële schade tot gevolg kanhebben wanneer dit gevaar nietvermeden wordt. Aanwijzing duidt op nuttige informatie en tips. 3 Bedienings- en controle-elementen3. 1 Bedienings- en controle-elementenFig. 3 (1) Toets On/Off Insteltoets(6)(2) Toets SuperFrost Toets Alarm(7)(3) (8)Symbool Helderheid Symbool Kinderbeveili-ging(4) Symbool SuperFrost Symbool Menu(9)(5) Temperatuurdisplay Symbool Alarm(10)3. 2 TemperatuurweergaveIn de normale modus worden:-de ingestelde vriestemperatuurDe temperatuurweergave knippert:-de temperatuurinstelling wordt veranderd;-na het inschakelen is de temperatuur nog niet koud genoeg;-de temperatuur is met meerdere graden gestegen.
De volgende weergaven wijzen op een storing. De mogelijkeoorzaken en maatregelen voor het oplossen: (zie 7 Storingen). -Het symbool SuperFrost Fig. 3 (4) knippert tegelijkertijd metde temperatuurdisplay. 4 In gebruik nemen4. 1 Apparaat transporterenuHet apparaat verpakt transporteren. uHet apparaat rechtop transporteren. uHet apparaat niet in uw eentje transporteren. 4. 2 Apparaat opstellenWAARSCHUWINGBrandgevaar door vocht. Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluitingvochtig worden, kan dat leiden tot kortsluiting. uHet apparaat is ontworpen voor gebruik in een geslotenruimte. Het apparaat niet buiten, in een vochtige omgevingof binnen bereik van spatwater plaatsen. WAARSCHUWINGOndeskundig gebruik. Brand.
Als een netkabel/-stekker het achterpaneel van hetapparaat raakt, kunnen de netkabel/-stekker beschadigd rakendoor de trillingen van het apparaat, waardoor kortsluiting kanontstaan. uApparaat zo opstellen, dat stekker of netsnoer niet tegen hetapparaat liggen. uOp contactdozen in het apparaatacchterpaneel geen appa-raten aansluiten.
uMeervoudige contactdozen/verdeeldozen en andere elektro-nische apparaten (bijv. halogeen trafo’s) mogen niet aanhet achterpaneel van apparaten worden aangebracht engebruikt. WAARSCHUWINGVrijkomend koudemiddel en olie. Brand. Het gebruikte koelmiddel is milieuvriendelijk maar welbrandbaar. De gebruikte olie is ook brandbaar. Vrijkomendkoelmiddel en vrijkomende olie kunnen bij hoge concentratieen in contact met een externe warmtebron ontvlammen. uBuisleidingen van de koelmiddelkringloop en compressorniet beschadigen. WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging. uPlaats geen warmte afgevende apparaten, bijv. magnetron,toaster enz. op het apparaat. LET OPAfgedekte ventilatieopeningen. Beschadigingen. Het apparaat kan oververhit raken, wat delevensduur van diverse onderdelen van het toestel kan vermin-deren en kan leiden tot functiebeperkingen. uLet altijd op de be- en ontluchting.
uVentilatieopeningen of - roosters in de apparaatbehuizingen in het keukenmeubel (inbouwapparaat) moeten altijd vrijworden gehouden. LET OPGevaar voor beschadiging door condenswater. uhet apparaat niet strak naast een ander koel-/vriesapparaatzetten. AanwijzingWorden meerdere apparaten naast elkaar geplaatst, moet eenafstand van 100 mm tussen de apparaten worden gelaten. Wordt deze afstand niet aangehouden, vormt zich condens-water tussen de zijwanden van de apparaten. Bedienings- en controle-elementen* afhankelijk van model en uitvoering 5.
Fig. 4 qBij schade aan het apparaat onmiddellijk vóór het aansluitencontact met de leverancier opnemen. qDe vloer op de standplaats moet horizontaal en vlak zijn. qPlaats het apparaat niet naast een fornuis, verwarming ofdergelijke, en stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht. qEen optimale standplaats is een droge en goed geventi-leerde ruimte. qHet apparaat met de achterkant en het gebruik van demeegeleverde wandafstandhouders (zie onder) altijd directtegen de wand plaatsen. qHet apparaat mag alleen in onbeladen toestand wordenverplaatst. qDe ondergrond van het apparaat moet dezelfde hoogtehebben als de omgeven bodem. qHet apparaat niet zonder hulp plaatsen. qDes te meer koelmiddel in het apparaat aanwezig is, deste groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat staat. In te kleine ruimten kan bij een lek een brandbaar gas-lucht-mengsel ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet de ruimteminimaal 1 m3 groot zijn. Gegevens over het gebruikte koel-middel staan op het typeplaatje aan de binnenkant van hetapparaat. uHaal het aansluitsnoer van de achterzijde van het apparaat. Verwijder hierbij de snoerhouder, anders kunnen trillingsge-luiden ontstaan. uHaal de beschermfolie van de buitenzijde van het apparaat. *LET OPGevaar voor beschadiging door onderhoudsmiddel voor roest-vrij staal. *De en zijnroestvrijstalen deuren roestvrijstalen zijwandenbehandeld met een hoogwaardige oppervlaktecoating. Onderhoudsmiddel voor roestvrij staal tast de oppervlakkenaan. uVeeg de gecoate en uitslui-deuroppervlakken zijwandentend af met een zachte, schone doek. uVerwijder alle transportbeveiligingsonderdelen. Om ervoor te zorgen dat het opgegeven energieverbruik wordtbereikt, moeten de afstandhouders worden gebruikt die bijsommige apparaten zijn gevoegd.
uBij een apparaat met meegele-verde wandafstandhouders dezewandafstandhouders links enrechts boven aan de achterkantvan het apparaat monteren. uVoer de verpakking af (zie 4. 5 Afvalverwerking van deverpakking). uStel het apparaat met demeegeleverde steeksleutel enmet behulp van de stelpootjes(A) en een waterpas stevig envlak op. AanwijzinguApparaat reinigen (zie 6. 2 Apparaat reinigen). Als het apparaat in een erg vochtige omgeving staat, kan ercondens worden gevormd op de buitenkant van het apparaat. uZorg altijd goed voor een goede ventilatie van de plaatsings-ruimte. 4. 3 Draairichting deur veranderenIndien nodig kunt u de draairichting van de deur veranderen:Controleer of volgend gereedschap klaar ligt:qTorx 25qTorx 15qSchroevendraaierqmeegeleverde steeksleutelqeventueel een tweede persoon voor de montageVOORZICHTIGGevaar voor verwonding wanneer de deur eruit valt.
Fig. 6 uLagerbus Fig. 6 (2) losschroeven. uLagerdeel Fig. 6 (3) losschroeven en in het tegenoverlig-gende opnamegat van de lagerbus omzetten en weer vast-schroeven. uStop Fig. 6 (4) uit de lagerbus verwijderen en in de tegen-overliggende opening van de lagerbus omzetten. uAfdekking Fig. 6 (5) aan kant van de greep voorzichtigwegnemen. uSchroef Fig. 6 (6) uitdraaien en aan de andere kant weerindraaien. uAfdekking Fig. 6 (5) weer terugplaatsen. uLagerbus Fig. 6 (2) aan de nieuwe scharnierzijde evt. metbehulp van een accuschroevendraaier weer goed (met4 Nm) vastschroeven. Fig. 7 uAan de bovenkant afdekking Fig. 7 (7) en afdekkingFig. 7 (8) met een schroevendraaier losklikken en schuinnaar beneden verwijderen. uLagerbout Fig. 7 (9) uitdraaien en aan de andere kant goed(min. 4 Nm) vastschroeven. uAfdekking Fig.
7 (7) aan de kant van de lagerbout weeraanbrengen: achteraan inzetten, vooraan vastklikken. uAfdekking Fig. 7 (8) op de tegenoverliggende kantmonteren: achteraan inzetten, vooraan vastklikken. Fig. 8 uTil de stop Fig. 8 (12) uit de deurlagerbus en plaats hem om. uMonteer deurgreep, stop Fig. 8 (10) en drukplatenFig. 8 (11) af en monteer ze aan de tegenoverliggende kant. uLet er bij het monteren van de drukplaten op, dat deze goedvastklikken. uVeerklem Fig. 9 (20)verplaatsen: Sluitnokomlaag drukken, veer-klem eroverheen en eraftrekken. uVeerklem aan de nieuwescharnierkant weer erinschuiven totdat hij inklikt. uLagerbout Fig. 9 (21) uitde deurbus nemen ensamen met het plaatje aande tegenoverliggende kantaanbrengen. De sluitnokmoet naar de binnenkantvan de deur wijzen, de kerfnaar de buitenkant. Fig. 9 uDeur boven in de lagerbout Fig. 7 (9) hangen.
Daartoe middelste schroefuitdraaien. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door eruit vallende deur. Als de lageronderdelen niet goed zijn vastgeschroefd, kande deur eruit vallen. Dit kan zwaar letsel tot gevolg hebben. Bovendien sluit de deur evt. niet, zodat het apparaat niet goedkoelt. uDe lagerbussen/lagerbouten goed (met 4 Nm) vast-schroeven. uAlle schroeven controleren en evt. aandraaien. In gebruik nemen* afhankelijk van model en uitvoering 7.
4. 4 In het keukenblok schuivenFig. 10 (1) (3)Opbouwkast Keukenkast(2) (4)Apparaat Wandx Bij apparaten met bijgeleverde wandafstandshouders wordtde maat 35 mm (zie 4. 2 Apparaat opstellen) groter. Het apparaat kan in keukenkasten worden ingebouwd. Om hetapparaat Fig. 10 (2) aan de hoogte van het keukenblok aante passen, kan boven het apparaat een opzetkast Fig. 10 (1)worden aangebracht. Bij een ombouw met keukenkasten (diepte max. 580 mm) kanhet apparaat direct naast de keukenkast Fig. 10 (3) wordengeplaatst. Het apparaat staat aan de zijkant 34 mm x en in hetmidden van het apparaat 50 mm x tegenover de voorkant vande keukenkast. LET OPRisico op beschadiging door oververhitting als gevolg vanonvoldoende ventilatie. Bij te weinig ventilatie kan de compressor worden beschadigd. uLet op voldoende ventilatie. uNeem de ventilatie-eisen in acht.
Ventilatievereisten:-Aan de achterkant van de opzetkast moet een luchtafvoer-kanaal van minimaal 50 mm diep, over de volledige breedtevan de opzetkast, aanwezig zijn. -De ontluchtingsdoorsnede onder het plafond moet minimaal300 cm2 bedragen. -Hoe groter de ontluchtingsdiameter hoe zuiniger het appa-raat werkt. Wanneer het apparaat met de scharnieren naast een wandFig. 10 (4) wordt geplaatst, moet de afstand tussen het appa-raat en de wand minimaal 40 mm bedragen. Dit komt overeenmet de uitsteekmaat van de handgreep bij geopende deur. 4. 5 Afvalverwerking van de verpakkingWAARSCHUWINGGevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie. uKinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen.
WAARSCHUWINGVerkeerd aansluiten. Brandgevaar. uGeen verlengkabel gebruiken. uGeen verdeeldozen gebruiken. Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats vanbestemming moeten met de informaties op het typeplaatje(zie 1 Het apparaat in vogelvlucht) overeenstemmen. Het stopcontact moet volgens de voorschriften zijn geaard eneen elektrische beveiliging bevatten. De afschakelstroom vande zekering moet liggen tussen 10 A en 16 A. Het stopcontact moet gemakkelijk toegankelijk zijn, zodat destroomvoorziening van het apparaat in geval van nood snel kanworden onderbroken. Het mag zich niet achter het apparaatbevinden. uElektrische aansluiting controleren. uSteek de stekker in het stopcontact. 4. 7 Apparaat inschakelenuToets On/Off Fig. 3 (1) indrukken. wHet apparaat is ingeschakeld. Het temperatuurdisplay enhet symbool Alarm Fig. 3 (10) knipperen tot de temperatuurkoud genoeg is.
wWanneer op het display „DEMO” wordt aangegeven, is dedemonstratiemodus geactiveerd. U kunt contact opnemenmet de Technische Dienst. 5 Bediening5. 1 Helderheid van het temperatuurdis-playU kunt de helderheid van het temperatuurdisplay aanpassenaan het omgevingslicht. Bediening8 * afhankelijk van model en uitvoering.
5. 1. 1 Helderheid instellenDe achtergrondverlichting kan uitgeschakeld zijn of op een vande 5 standen worden ingesteld. Af-fabriek is de achtergrond-verlichting uitgeschakeld. uInstelmodus activeren: toets SuperFrost Fig. 3 (2) ca. 5 sindrukken. wHet symbool Menu Fig. 3 (9) is verlicht en het symboolKinderbeveiliging Fig. 3 (8) knippert. uInsteltoets Fig. 3 (6) indrukken om de helderheidsfunctie opte roepen. wHet symbool kinderbeveiliging Fig. 3 (8) gaat uit en hetsymbool helderheid Fig. 3 (3) knippert. uBevestigen: toets SuperFrost Fig. 3 (2) kort indrukken. wHet symbool Helderheid Fig. 3 (3) is verlicht. uMet de insteltoets Fig. 3 (6) uitschakelen of de gewenstehelderheid kiezen. Hoe meer velden van het temperatuurdis-play oplichten, hoe feller de verlichting. Geen enkel veldverlicht betekent "uit". uBevestigen: toets SuperFrost Fig. 3 (2) indrukken. wHet symbool Helderheid Fig.
3 (3) knippert. wDe helderheid is op de nieuwe waarde ingesteld. uInstelmodus deactiveren: toets On/Off Fig. 3 (1) indrukken. -of-u5 min. wachten. wHet symbool Helderheid Fig. 3 (3) en het symbool MenuFig. 3 (9) gaan uit. wOp het temperatuurdisplay wordt weer de temperatuuraangegeven. 5. 2 KinderbeveiligingMet de kinderbeveiliging zorgt u ervoor dat kinderenbij het spelen het apparaat niet onbedoeld uitscha-kelen. 5. 2. 1 Kinderbeveiliging inschakelenuInstelmodus activeren: toets SuperFrost Fig. 3 (2) ca. 5 sindrukken. wHet symbool Menu Fig. 3 (9) is verlicht en het symboolKinderbeveiliging Fig. 3 (8) knippert. uDe toets SuperFrost Fig. 3 (2) kort indrukken om de functieKinderbeveiliging op te roepen. wHet symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (8) brandt. In het temperatuurdisplay zijn de LED's -15 °C en-21 °C verlicht. uDe toets SuperFrost Fig.
wHet symbool Menu Fig. 3 (9) gaat uit en in het temperatuur-display wordt de temperatuur weer aangeven. Het symboolKinderbeveiliging Fig. 3 (8) brandt. 5. 2. 2 Kinderbeveiliging uitschakelenuInstelmodus activeren: toets SuperFrost Fig. 3 (2) ca. 5 sindrukken. wHet symbool Menu Fig. 3 (9) is verlicht en het symboolKinderbeveiliging Fig. 3 (8) knippert. uDe toets SuperFrost Fig. 3 (2) kort indrukken om de functieKinderbeveiliging op te roepen. wHet symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (8) brandt. Inhet temperatuurdisplay is de LED -18 °C verlicht. uDe toets SuperFrost Fig. 3 (2) kort indrukken om de kinder-beveiliging uit te schakelen. wHet symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (8) knippert. uInstelmodus deactiveren: toets On/Off Fig. 3 (1) indrukken. -of-u5 min. wachten. wHet symbool Menu Fig. 3 (9) gaat uit en in het temperatuur-display wordt de temperatuur weer aangeven.
Het symboolKinderbeveiliging Fig. 3 (8) is niet meer verlicht. 5. 3 DeuralarmAls de deur langer dan 60 seconden open staat,klinkt er een geluidssignaal. Het geluidssignaal dooft automatisch, als de deurwordt gesloten. 5. 3. 1 Deuralarm deactiverenHet akoestisch alarm kan bij geopende deur worden uitgescha-keld. Het deactiveren werkt zolang de deur open staat. uToets Alarm Fig. 3 (7) indrukken. wHet akoestisch alarm gaat uit. 5. 4 TemperatuuralarmWanneer de vriestemperatuur niet laag genoeg is,gaat het akoestisch alarm af. Tegelijkertijd knipperen de temperatuurdisplay enhet symbool Alarm Fig. 3 (10).
De oorzaak voor een te hoge temperatuur kan zijn:-warme nieuwe levensmiddelen werden in de diepvriezergelegd-bij het sorteren en uitnemen van de levensmiddelen is teveelwarme lucht binnengekomen-de stroom is langer uitgevallen-het apparaat is defectHet akoestisch alarm stopt automatisch, het symbool AlarmFig. 3 (10) gaat uit en de temperatuurdisplay houdt op metknipperen, wanneer de temperatuur weer laag genoeg is. Wanneer het alarm niet uitgaat (zie 7 Storingen).
AanwijzingWanneer de temperatuur niet laag genoeg is, kunnen levens-middelen bederven. uDe kwaliteit van de levensmiddelen controleren. Bedorvenlevensmiddelen niet meer nuttigen. 5. 4. 1 Temperatuuralarm deactiverenHet akoestisch alarm kan worden gedeactiveerd. Wanneer detemperatuur weer laag genoeg is, is de alarmfunctie weeractief. uToets Alarm Fig. 3 (7) indrukken. wHet akoestisch alarm is gedeactiveerd. 5. 5 Levensmiddelen invriezenU kunt maximaal zo veel kilo verse levensmiddelen binnen24 uur invriezen, als op het typeplaatje (zie 1 Het apparaat invogelvlucht) onder „Invriescapaciteit. kg/24h” is aangegeven. De schuifladen kunnen met max. 25 kg diepvriesproductenworden belast. Bediening* afhankelijk van model en uitvoering 9.
De plateaus kunnen elk met 35 kg diepvriesproducten wordenbelast. Indien de deur na het sluiten niet weer onmiddellijk kan wordengeopend, ca. 2 min. wachten, totdat de ontstane onderdruk isopgeheven. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding door glasscherven. Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen. Ditgeldt met name voor koolzuurhoudend drinken. uFlessen en blikjes met drinken niet invriezen. Om ervoor te zorgen dat de levensmiddelen door en door inge-vroren worden, dient u de volgende hoeveelheden per verpak-king niet te overschrijden:- Groente, fruit tot 1 kg- Vlees tot 2,5 kguLevensmiddelen in diepvrieszakjes, her te gebruiken kunst-stof, metalen of aluminium bakjes in porties verpakken. 5.
6 BewaartijdenRichtwaardes voor de opslagduur van de verschillendelevensmiddelen:Consumptie-ijs 2 tot 6 maandenWorst, ham 2 tot 6 maandenBrood en banket 2 tot 6 maandenWild, varkensvlees 6 tot 10 maandenVis, vet 2 tot 6 maandenVis, mager 6 tot 12 maandenKaas 2 tot 6 maandenGevogelte, rundvlees 6 tot 12 maandenGroente, fruit 6 tot 12 maandenDe aangegeven bewaartijden zijn richtwaardes. 5. 7 Levensmiddelen ontdooien- in het koelgedeelte- in een magnetron- in een oven/heteluchtoven- bij kamertemperatuuruNeem alleen zoveel levensmiddelen als u nodig heeft. Ontdooide levensmiddelen zo snel mogelijk verwerken. uOntdooide levensmiddelen alleen bij wijze van uitzonderingweer invriezen. 5. 8 Temperatuur instellenAanbevolen temperatuurinstelling: -18 °CU kunt de temperatuur doorlopend veranderen. Is de instelling-32 °C bereikt dan wordt opnieuw bij -15 °C begonnen.
In het temperatuurdisplay isdan de LED van de eerstvolgende lagere temperatuurzoneverlicht. 5. 9 SuperFrostMet deze functie kunt u nieuwe levensmiddelen sneltot op de kern invriezen. Het apparaat werkt metmaximaal koelvermogen, daardoor kunnen geluidenvan het koelaggregaat tijdelijk luider zijn. U kunt maximaal zoveel kilogram aan verse levensmiddeleninvriezen binnen 24 uur, zoals aangegeven op het typeplaatjeonder „vriescapaciteit. kg/24u”. Deze maximale invriescapa-citeit is afhankelijk van het model en de klimaatklasse. Afhankelijk van de hoeveel nieuwe levensmiddelen die wordeningevroren, moet SuperFrost bijtijds worden ingeschakeld: bijeen kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen ca. 6h,bij de maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen 24hvoordat u de levensmiddelen in de vriezer legt. Verpak de levensmiddelen en leg ze zo breed mogelijk uit.
Inte vriezen levensmiddelen niet met reeds ingevroren productenin contact brengen om ontdooien van deze producten te voor-komen. SuperFrost hoeft u in de volgende gevallen niet in te schakelen:-wanneer u reeds ingevroren waren in de diepvriezer legt-bij het invriezen van max. ca. 2 kg nieuwe levensmiddelenper dag5. 9. 1 Met SuperFrost invriezenuToets SuperFrost Fig. 3 (2) kort indrukken. wHet symbool SuperFrost Fig. 3 (4) is verlicht. wDe temperatuur daalt; het apparaat werkt met maximalekoeling. AanwijzinguBij het indrukken van de toets SuperFrost kan de inge-bouwde inschakelvertraging ervoor zorgen dat het inscha-kelen van de compressor maximaal 8 minuten vertraagdwordt. Deze vertraging verhoogt de levensduur van decompressor. Bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen:uCa. 6 u wachten. uVerpakte levensmiddelen in de diepe onderste ladenleggen.
wHet symbool SuperFrost Fig. 3 (4) gaat uit, wanneer hetinvriezen is afgesloten. wIn de temperatuurdisplay is het temperatuurbereik verlicht,dat is ingesteld voor normaal bedrijf. uLevensmiddelen in de laden legen en deze weer inschuiven. wHet apparaat werkt in de energiebesparende normalemodus verder. 5. 10 LadenAanwijzingHet energieverbruik stijgt en de koelprestatie vermindert bijonvoldoende ventilatie. Bij apparaten met NoFrost:uLaat de onderste schuiflade in het apparaat zitten. uHoud de luchtspleet binnen aan de achterkant steeds vrij. Bediening10 * afhankelijk van model en uitvoering.
uOm de diepvriespro-ducten direct op dedraagplateaus op tebergen: Schuifladenaar voren trekken eneruit halen. 5. 11 Plateaus5. 11. 1 Plateaus verplaatsenuPlateau uitnemen: vooraan optillen enuittrekken. uPlateau terugplaatsen: tot aanslaginschuiven. 5. 12 VarioSpaceU kunt naast de schuifladen ook dedraagplateaus eruit halen. Zo maaktu plaats voor grotere levensmid-delen zoals gevogelte, vlees, groterwild en kunnen hoge producten vande bakkerij volledig worden inge-vroren en verder worden klaarge-maakt. uDe schuifladen kunnen met max. 25 kg diepvriesproductenworden belast. uDe plateaus kunnen elk met 35 kg diepvriesproductenworden belast. 5. 13 Kruiden- en bessenladeDankzij de kruiden- en bessenlade kunt u bessen, kruiden,groenten en andere kleine diepvriesproducten invriezen zonderdat ze aan elkaar vriezen.
De diepvriesproducten behoudenhun vorm en zijn later makkelijker in porties te verdelen. 5. 13. 1 Het kruiden- en bessenvak gebruikenuVerdeel de diepvriespro-ducten losjes over hetkruiden- en bessenvak. uLaat de diepvriesproducten10 tot 12 uur invriezen. uDoe de diepvriesproductenover in diepvrieszakjes of -bakjes. uDiepvrieszakjes of -bakjes in een lade plaatsen. uOm te ontdooien spreidt u de ingevroren diepvriesproductenlosjes naast elkaar uit. 6 Onderhoud6. 1 Ontdooien met NoFrostHet NoFrost-systeem ontdooit het apparaat automatisch. Het vocht staat op de verdamper neer, wordt periodiek ontdooiten verdampt. uHet apparaat hoeft niet handmatig te worden ontdooid. 6. 2 Apparaat reinigenHet apparaat regelmatig reinigen. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom. Hete stoom kan brandwonden veroorzaken en de opper-vlakken beschadigen. uGebruik geen stoomreinigers.
uGebruik geen chemische oplosmiddelen. uBeschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkantvan het apparaat niet. Dit is belangrijk voor de TechnischeDienst. uKabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken ofbeschadigen. uLaat geen reinigingswater in de afvoergoot, de ventilatie-roosters en elektrische delen terecht komen. uGebruik zachte poetsdoeken en een allesreiniger met eenneutrale pH-waarde. uGebruik in de binnenruimte van het apparaat alleen levens-middelenvriendelijke reinigings- en onderhoudsproducten. uApparaat uitruimen. uTrek de stekker uit. uUit- en inwendige oppervlaktes van kunststof met lauw-warm water en een beetje afwasmiddel met de handreinigen. uGelakte zijwanden mogen uitsluitend met een zachteschone doek worden afgeveegd. Bij hardnekkig vuil lauw-warm water met allesreiniger gebruiken.
*uGelakte deuroppervlakken uitsluitend met een zachte,schone doek afvegen. Bij hardnekkig vuil een beetje waterof allesreiniger gebruiken. Naar keuze kan ook een microve-zeldoek worden gebruikt. *LET OPGevaar voor beschadiging door onderhoudsmiddel voor roest-vrij staal. *De roestvrijstalen deuren roestvrijstalen zijwanden en zijnbehandeld met een hoogwaardige oppervlaktecoating. Onderhoudsmiddel voor roestvrij staal tast de oppervlakkenaan. uVeeg de gecoate en deuroppervlakken zijwanden uitslui-tend af met een zachte, schone doek. Gebruik bij hard-nekkig vuil wat water of een neutraal schoonmaakmiddel. Eventueel kan ook een microvezeldoek worden gebruikt. uDe met lauw water en een beetje afwasmiddel hand-ladenmatig reinigen. uAndere onderdelen met lauwwarm water en een beetjeafwasmiddel met de hand reinigen. Na het reinigen:uApparaat en onderdelen droogwrijven.
6. 3 Technische DienstControleer eerst of u de fout zelf kunt oplossen(zie 7 Storingen). Als dit niet het geval is, dient u contact op tenemen met de klantenservice. Het adres vindt u in bijgevoegdoverzicht. WAARSCHUWINGOndeskundige reparatie. Verwondingen. uReparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroomaan-sluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden (zie 6 Onder-houd) , uitsluitend door de Technische Dienst latenuitvoeren. uBeschadigde netaansluiting alleen door de fabrikant, deklantenservice of een dergelijk gekwalificeerde persoonlaten vervangen. uBij apparaten met stekker voor koelapparaten mag ook deklant zelf de vervanging uitvoeren. uApparaataanduidingFig. 11 (1), servi-cenr. Fig. 11 (2) enserienr. Fig. 11 (3)van het typeplaatjeaflezen. Het type-plaatje bevindt zichaan de linkerkantbinnen in het appa-raat. Fig.
11 uContact opnemen met de Technische Dienst en hetprobleem, apparaataanduiding Fig. 11 (1), servicenr. Fig. 11 (2) en serienr. Fig. 11 (3) mededelen. wDit maakt een snelle en doelgerichte service mogelijk. uHet apparaat gesloten laten, totdat de Technische Dienstkomt. wDe levensmiddelen blijven langer koel. uTrek de stekker uit het stopcontact (daarbij niet aan hetsnoer trekken) of de draai de zekering uit. 7 StoringenUw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veiligewerking en lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht erdesondanks een storing optreden, dan svp eerst controlerenof de storing door een bedieningsfout werd veroorzaakt. In ditgeval moeten wij de ontstane kosten ook in de garantieperiodein rekening brengen. Volgende storingen kunt u zelf verhelpen:Het apparaat functioneert niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen.
→De stekker zit niet goed in het stopcontact. uStekker controleren. →De zekering van het stopcontact is niet in orde. uZekering controleren. De compressor blijft lopen. →De compressor schakelt bij een verminderde koudebe-hoefte over op een lager toerental.
Hoewel de looptijd daar-door langer is, wordt energie bespaard. uDat is bij energiebesparende modellen normaal. →SuperFrost is ingeschakeld. uOm de levensmiddelen snel af te koelen, draait decompressor langer. Dit is normaal. Een led aan de onderachterkant van het apparaat (bij decompressor) knippert regelmatig om de 15 seconden*. →De inverter is met een foutdiagnose led uitgevoerd. uHet knipperen is normaal. Geluiden zijn te luid. →Toerentalgeregelde* compressoren kunnen naar aanleidingvan de verschillende draaisnelheden verschillende geluidenveroorzaken. uHet geluid is normaal. Een borrelen en klateren→Dit geluid komt van het koelmiddel, dat door het koelcircuitstroomt. uHet geluid is normaal. Een zacht klikken→Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelenvan het koelaggregaat (de motor). uHet geluid is normaal. Een brommend geluid.
Kan voor korte tijd iets luider zijn,wanneer het koelaggregaat (de motor) inschakelt. →Bij ingeschakelde SuperFrost, nieuw opgeslagen levens-middelen of na lang geopende deur wordt het koelver-mogen automatisch verhoogd. uHet geluid is normaal. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uOplossing: (zie 1. 2 Toepassingsgebied van het apparaat)Trilgeluiden→Het apparaat staat niet vast op de vloer. Daardoor gaanvoorwerpen en meubels in de buurt van het lopendekoelaggregaat trillen. uLijn het apparaat via de stelvoeten uit. Het symbool SuperFrost Fig. 3 (4) knippert tegelijkertijd metde temperatuurdisplay. →Het betreft een storing. uNeem contact op met de Technische Dienst (zie 6 Onder-houd). In de temperatuurdisplay brandt DEMO. →De demonstratie-modus is geactiveerd. uNeem contact op met de Technische Dienst (zie 6 Onder-houd). Het apparaat is aan de buitenkant warm*.
→De warmte van het koelmiddelcircuit wordt gebruikt omcondenswater te voorkomen. uDit is normaal. Temperatuur is niet laag genoeg. →De deur is niet goed gesloten. uDeur van het apparaat sluiten. →Niet voldoende be- en ontluchting.
uVentilatieroosters vrijmaken en reinigen. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uOplossing: (zie 1. 2 Toepassingsgebied van het apparaat). →Het apparaat werd te vaak of te lang geopend. uAfwachten of de benodigde temperatuur weer vanzelf wordtbereikt. Zo niet, contact opnemen met de TechnischeDienst (zie 6 Onderhoud). →U heeft teveel nieuwe levensmiddelen zonder SuperFrostopgeslagen. uOplossing: (zie 5. 9 SuperFrost)→De temperatuur is verkeerd ingesteld. uStel de temperatuur lager in en controleer deze na 24 uur. →Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron (fornuis,verwarming enz. ). uVerander de standplaats van het apparaat of van de warm-tebron. Het deurrubber is defect of moet om een andere redenworden vervangen. *→Het deurrubber kan worden vervangen. Er kan zondergereedschap een nieuw deurrubber worden geplaatst.
uDe deurafdichting controleren op juiste bevestiging in desleuf.8 Uitzetten8.1 Apparaat uitschakelenuToets On/Off Fig. 3 (1) indrukken, totdat het display donkerwordt. Toets loslaten.wWanneer het apparaat niet kan worden uitgeschakeld, is dekinderbeveiliging actief (zie 5.2 Kinderbeveiliging) .8.2 Buiten werking stellenuApparaat leegmaken.uApparaat uitschakelen (zie 8 Uitzetten) .uNetstekker eruit halen.uApparaat reinigen (zie 6.2 Apparaat reinigen) .uLaat de deuren een stukje open staan zodat er geen onaan-gename geuren kunnen ontstaan.9 Apparaat afdankenWAARSCHUWINGInsluitgevaar voor kinderen!Voordat u oude koel- en vrieskasten afvoert:uDeuren demonteren.uLegplateaus in het apparaat laten, zodat kinderen nieteenvoudig in het apparaat kunnen klimmen.Het apparaat bevat nog waardevolle materialen enmag niet met het gewoon huis- of grofvuil wordenmeegegeven.
Het recyclen van afgedankte appa-raten moet vakkundig gebeuren overeenkomstig deplaatselijk geldende voorschriften en wetten.WAARSCHUWINGVrijkomend koudemiddel en olie!Brand. Het gebruikte koelmiddel is milieuvriendelijk maar welbrandbaar. De gebruikte olie is ook brandbaar. Vrijkomendkoelmiddel en vrijkomende olie kunnen bij hoge concentratieen in contact met een externe warmtebron ontvlammen.uBuisleidingen van de koelmiddelkringloop en compressorniet beschadigen.Het afgedankte apparaat tijdens het transport niet beschadigenaan het koelmiddelcircuit zodat het koelmiddel dat het bevat(gegevens op het typeplaatje ) en de olie niet ongecontroleerdkunnen ontsnappen.Voor Duitsland:bij de plaatselijke recycling- / materiaalverwerkingsbedrijvenkan het apparaat gratis via de verzamelcontainer, klasse 1,worden afgevoerd.
Bij de aanschaf van een nieuw koel- / vries-apparaat en een verkoopoppervlak > 400 m2 wordt het oudeapparaat ook gratis via de winkel ingenomen.Apparaat onbruikbaar maken:uTrek de stekker uit.uSnijd het aansluitsnoer door.Uitzetten* afhankelijk van model en uitvoering 13
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Liebherr GNP 2313 Comfort NoFrost stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Vriezer Liebherr
Handleiding Vriezer
Nieuwste handleidingen voor Vriezer