Liebherr CUef 3331-21 Handleiding

Liebherr Koelkast CUef 3331-21

Bekijk gratis de handleiding van Liebherr CUef 3331-21 (14 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 15 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Liebherr CUef 3331-21 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/14
Gebruiksaanwijzing
Koel-vriescombinatie
20181024 7082858 - 02
CU(el)(ef)(no)(kw)(fb) 2331/2831/3331

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Liebherr
Categorie: Koelkast
Model: CUef 3331-21
Apparaatplaatsing: Vrijstaand
Kleur van het product: Zilver
Deurscharnieren: Rechts
Ingebouwd display: Nee
Gewicht: 63000 g
Breedte: 550 mm
Diepte: 630 mm
Hoogte: 1812 mm
Netbelasting: - W
Ijsmaker: Nee
Geluidsniveau: 38 dB
Energie-efficiëntieklasse: F
Jaarlijks energieverbruik: 280 kWu
Gewicht verpakking: 68000 g
Breedte verpakking: 567 mm
Diepte verpakking: 711 mm
Hoogte verpakking: 1864 mm
Brutocapaciteit vriezer: 86 l
Nettocapaciteit vriezer: 84 l
Vriescapaciteit: 4 kg/24u
Materiaal behuizing: Staal
Draairichting deur verwisselbaar: Ja
Geschikt voor paneelaanpassing: Ja
Nettocapaciteit koelkast: 212 l
Brutocapaciteit koelkast: 219 l
Koelkast binnenverlichting: Ja
Soort lamp: LED
Aantal planken koelkast: 4
Aantal groente lades: 2
Vriezer positie: Onder
Bewaartijd bij stroomuitval: 27 uur
Aantal planken vriezer: 3
Aantal sterren: 4*
Totale nettocapaciteit: 296 l
Flessenrek: Ja
Automatisch ontdooien (koelkast): Ja
Totale brutocapaciteit: 305 l
Plankmateriaal: Glas
Stroomgebruik per dag: 0.576 kWh/24u
Stroom: 1.4 A
Klimaatklasse: SN-ST
Automatische ontdooiing ( diepvries ): Nee
Geluidsemissieklasse: C
IJsblokjes-lade: Ja
AC-ingangsspanning: 220-240 V
AC-ingangsfrequentie: 50 Hz
Energie-efficiëntieschaal: A tot G
Ijsblokjeshouder: Ja

Handleiding Liebherr CUef 3331-21 – volledige tekst

Inhoudsopgave 1 Het apparaat in vogelvlucht. 2 1. 1 Apparaat- en uitrustingsoverzicht. 2 1. 2 Toepassingsgebied van het apparaat. 2 1. 3 Conformiteit. 3 1. 4 Productgegevens. 3 1. 5 Opstelmaten. 3 1. 6 Energie sparen. 3 2 Algemene veiligheidsvoorschriften. 3 3 Bedienings- en controle-elementen. 5 3. 1 Bedienings- en controle-elementen. 5 4 In gebruik nemen. 5 4. 1 Apparaat transporteren. 5 4. 2 Apparaat opstellen. 5 4. 3 Draairichting deur veranderen. 6 4. 4 Inbouw in het keukenblok. 7 4. 5 Afvalverwerking van de verpakking. 7 4. 6 Apparaat aansluiten. 8 4. 7 Apparaat inschakelen. 8 5 Bediening. 8 5. 1 Koelgedeelte. 8 5. 2 Vriesgedeelte. 9 6 Onderhoud. 10 6. 1 handmatig ontdooien. 10 6. 2 Apparaat reinigen. 10 6. 3 Binnenverlichting vervangen. 10 6. 4 Technische Dienst. 11 7 Storingen. 11 8 Uitzetten. 12 8. 1 Apparaat uitschakelen. 12 8. 2 Buiten werking stellen. 12 9 Apparaat afdanken.

12De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling van alle typen en modellen. Daarom vragen wij om uw begripvoor het feit dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniekmoeten voorbehouden. Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, deinstructies in deze handleiding aandachtig doorlezen a. u. b. De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingen zijn mogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparaten vantoepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*). Gebruiksaanwijzingen zijn gekenmerkt met een , gebruiksresultaten met een. 1 Het apparaat in vogelvlucht 1. 1 Apparaat- en uitrustingsoverzichtAanwijzingu Levensmiddelen zoals in de afbeelding getoond sorteren. Zo werkt het apparaat energiebesparend. u Plateaus, schuifladen of manden zijn in de geleverdetoestand voor een optimale energie-efficiëntie ingedeeld. Fig.

1 (1) (7)Schappen, verstelbaar De koudste zone van dekoelruimte, voor gevoeligeen licht bederfelijkelevensmiddelen (2) (8)Eiervakje Laden voor groenten, sla,fruit (3) (9)Deurvak, verstelbaar Typeplaatje (4) Aan-/uit- en tempera-tuurregelaar en binnen-verlichting (10) Hoge diepvriesladen (5) Dooiwaterafvoer Stelvoeten voor(11) (6) (12)Flessenrooster IJsblokjesbakje 1. 2 Toepassingsgebied van het appa-raatGebruik volgens de voorschriften Het apparaat is uitsluitend geschikt voor het koelen van levensmiddelen voor huishoudelijke of soortgelijke doeleinden. Hieronder valt bijv. het gebruik-in privékeukens, ontbijtgelegenheden,- door gasten in landhuizen, hotels, motels enandere accommodaties,- bij catering en vergelijkbare service in degroothandel. Alle andere toepassingen zijn niet toegestaan.

Voorzienbaar verkeerd gebruik De volgende toepassingen zijn uitdrukkelijkverboden:- Opslag en koeling van medicijnen, bloed-plasma, laboratoriumpreparaten of vergelijk- bare, overeenkomstig de Europese richtlijn 2007/47/EG medische hulpmiddelen, tengrondslag liggende stoffen en producten-Gebruik buiten bij zeer hoge luchtvochtigheid. -Gebruik in explosiegevaarlijke gebieden Verkeerd gebruik van het apparaat kan totbeschadigingen van de opgeslagen goederenof het bederf hiervan leiden. Het apparaat in vogelvlucht 2 * afhankelijk van model en uitvoering.

Klimaatklassen Het apparaat kan afhankelijk van de klimaat- klasse, bij begrensde omgevingstemperaturen, worden gebruikt. De voor uw apparaat betref- fende klimaatklasse staat op het typeplaatjevermeld. Aanwijzingu Om een probleemloze werking te waar-borgen, moet de aangegeven omgevingstem-peratuur worden aangehouden. Klimaatklasse voor omgevingstemperaturen van SN 10 °C t/m 32 °C N 16 °C t/m 32 °C ST 16 °C t/m 38 °C T 16 °C t/m 43 °C 1. 3 Conformiteit Het koudemiddelcircuit is gecontroleerd op dichtheid. Het apparaat voldoet aan de desbetreffende veiligheidsvoor- schriften alsmede de richtlijnen 2014/35/EU, 2014/30/EU,2009/125/EG, 2011/65/EU en 2010/30/EU. 1. 4 Productgegevens De productgegevens zijn conform de richtlijn van de (EU)2017/1369 bij het apparaat gevoegd. Het volledige productge- gevensblad kunt op de website van Liebherr in het download-bereik downloaden. 1.

5 OpstelmatenFig. 2 H CU(el) 2331 1372 CU(el)(no)(fb)(kw) 2831 1612 CU(el)(ef) 3331 1812x Bij apparaten waarbij wandafstandhouders worden meegele-verd, ligt de maat 35 mm hoger (zie 4. 2). 1. 6 Energie sparen- Let altijd op de be- en ontluchting. Dek de ventilatieope-ningen resp. -roosters niet af. - Plaats het apparaat niet naast een fornuis, verwarming ofdergelijke, en stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht. -Het energieverbruik is afhankelijk van de plaatsingscondities zoals bijv. de omgevingstemperatuur (zie 1. 2). Bij een vande normtemperatuur afwijkende omgevingstemperatuur van25° C kan het energieverbruik veranderen. -Open het apparaat, indien mogelijk zo kort mogelijk. - Hoe lager de temperatuur wordt ingesteld, hoe hoger hetenergieverbruik. -Levensmiddelen gesorteerd plaatsen (zie 1). - Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt bewaren.

-Als in het apparaat een dikke ijsaanslag aanwezig is: Appa-raat ontdooien. Stof verhoogt het energieverbruik:- De koelmachine met warmtewisselaar -metalen roosters aan de achterkant van het apparaat - eenmaal jaarlijksafstoffen. 2 Algemene veiligheidsvoor-schriftenGevaren voor de gebruiker:-Dit apparaat kan door kinderen alsmede door personen met verminderde psychische, sensorische of mentale bekwaamheden ofeen gebrek aan ervaring en kennis wordengebruikt onder toezicht van een derde of met betrekking tot het veilige gebruik van het apparaat zijn onderwezen en de gevaren kennen en begrijpen. Kinderen mogen nietmet het apparaat spelen. De reiniging en het onderhoud mag niet door kinderen zondertoezicht worden uitgevoerd. Kinderen van 3-8jaar mogen het apparaat inladen en uitladen.

Kinderen jonger dan 3 jaar dienen uit de buurtvan het apparaat te worden gehouden, als hetapparaat niet continu onder toezicht staat. - Als u het stroomsnoer van het apparaat uit het stopcontact trekt, altijd bij de stekkernemen. Niet aan het snoer trekken. - Trek, in geval van een storing, de stekker uithet stopcontact of schakel de beveiliging uit. - Beschadig het netsnoer niet. Gebruik hetapparaat niet wanneer het netsnoer defect is. Algemene veiligheidsvoorschriften * afhankelijk van model en uitvoering 3.

- Reparaties en ingrepen aan het apparaat en het vervangen van de netaansluiting magalleen worden uitgevoerd door de klantenser- vice of ander vakpersoneel dat hiervoor isopgeleid. - Het apparaat alleen conform de beschrijving in de handleiding monteren, aansluiten enafvoeren. - Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldigen geef hem eventueel aan de volgende eige-naar door. - Speciale lampen zoals LED-lampen in hetapparaat dienen voor de verlichting van de binnenruimte van het apparaat en zijn nietgeschikt voor de verlichting van de ruimte. Brandgevaar:- Het gebruikte koudemiddel R 600a is milieu-vriendelijk maar brandbaar. Uitstromend koel-middel kan ontbranden. • Pijpleidingen van het koelcircuit nietbeschadigen. • Gebruik binnen in het apparaat nooit openvuur of ontstekingsbronnen. • Binnen het apparaat geen elektrische toestellen gebruiken (bijv.

stoomreinigers,verwarmingen, ijsmakers, enz. ). • Als koudemiddel weglekt: Open vuur of ontstekingsbronnen vlakbij het lek verwij- deren. Vertrek goed ventileren. Informeerde klantendienst. - Geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen, zoals b. v. butaan, propaan, pentaan enz. in het apparaat bewaren. Zulke spuitbussen zijn herkenbaar aan de op de verpakking vermelde inhouds- stoffen of een vlammensymbool. Eventueel ontsnappende gassen kunnen door elektri-sche componenten vlam vatten. -Houd brandende kaarsen, lampen en andere voorwerpen met open vlammen uit de buurt van het apparaat, zodat ze geen brandveroorzaken. -Alkoholische dranken of andere verpakkingendie alcohol bevatten, mogen uitsluitend goedafgesloten worden bewaard. Eventueel uittre-dende alcohol kan door elektrische compo-nenten vlam vatten. Gevaar voor vallen en omkiepen:-Plint, laden, deuren enz.

Gevaar voor bevriezingen, gevoelloosheiden pijn:- Langdurig huidcontact met koude opper-vlakken en gekoelde of ingevroren levensmid- delen vermijden of veiligheidsmaatregelen treffen, b. v. handschoenen dragen. Consumptie-ijs, met name waterijs of ijsblokjes niet onmiddellijk en niet te koudconsumeren. Gevaar voor verwonding en beschadiging:- Hete stoom kan letsel tot gevolg hebben. Voor het ontdooien geen elektrische kachel-tjes of stoomreinigers, open vuur of ontdoois-pray gebruiken. -IJs niet met scherpe voorwerpen verwijderen. Klemgevaar:- Bij het openen en sluiten van de deur niet in het scharnier grijpen. Vingers kunnen inge-klemd raken. Symbolen op het apparaat: Het symbool kan zich op de compressor bevinden. Het heeft betrekking op de olie in decompressor en wijst op het volgende gevaar: Kan bij het inslikken en indringen in de luchtwegen dodelijk zijn.

Deze aanwijzing is alleen voor hetrecyclingproces van belang. In de normale modusbestaat er geen gevaar. Neem de specifieke aanwijzingen in deoverige hoofdstukken in acht: GEVAAR duidt een direct gevaar aan, die de dood of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer ditgevaar niet vermeden wordt. WAAR-SCHUWING duidt een gevaarlijke situatie aan, die de dood of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermedenwordt. VOORZICHTIG duidt een gevaarlijke situatie aan, die lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar nietvermeden wordt. LET OP duidt een gevaarlijke situatie aan, die materiële schade tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar nietvermeden wordt. Aanwijzing geeft aan dat praktische aanwij-zingen en tips gegeven worden. Algemene veiligheidsvoorschriften 4 * afhankelijk van model en uitvoering.

3 Bedienings- en controle-elementen 3. 1 Bedienings- en controle-elementenFig. 3 (1) Temperatuurregelaar Schakelaar Cool-Plus(2)4 In gebruik nemen 4. 1 Apparaat transporterenVOORZICHTIGGevaar voor verwonding en beschadiging door verkeerd trans-port. uHet apparaat verpakt transporteren. uHet apparaat rechtop transporteren. uHet apparaat niet alleen transporteren. 4. 2 Apparaat opstellenWAARSCHUWINGBrandgevaar door vocht. Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluitingvochtig worden, kan dat leiden tot kortsluiting. u Het apparaat is ontworpen voor gebruik in een gesloten ruimte. Het apparaat niet buiten, in een vochtige omgevingof binnen bereik van spatwater plaatsen. WAARSCHUWINGBrandgevaar door kortsluiting.

Wanneer netsnoer/stekker van het apparaat of een ander apparaat en de achterzijde van het apparaat tegen elkaar liggen, kunnen netsnoer/stekker door trillen van het apparaatworden beschadigd, wat tot kortsluiting kan leiden. uApparaat zo opstellen, dat stekker of netsnoer niet tegen hetapparaat liggen. uStopcontacten die zich aan de achterzijde van het apparaat bevinden niet gebruiken om het apparaat of andere appa-raten aan te sluiten. WAARSCHUWINGBrandgevaar door koelmiddel. Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maarbrandbaar. Ontsnappend koelmiddel kan vlam vatten. u De buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet bescha-digen. WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging. u Plaats geen warmte afgevende apparaten, bijv. magnetron,toaster enz. op het apparaat. WAARSCHUWING Gevaar voor brand en beschadiging door verstopte ventilatie-openingen.

uDe ventilatieopeningen regelmatig schoonmaken. Zorg altijdvoor een goede luchttoevoer en -afvoer. LET OPGevaar voor beschadiging door condenswater. Wanneer uw apparaat geen Side-by-Side (SBS) model is:uhet apparaat niet strak naast een ander koel-/vriesapparaatzetten. q Neem bij beschadiging van het apparaat onmiddellijk - nogvoor het aansluiten - contact op met de leverancier.

qDe vloer waar het apparaat komt te staan moet waterpas envlak zijn. qStel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naasteen fornuis, verwarming of dergelijke. qHet apparaat met de achterkant en indien gewenst inclusiefde meegeleverde wandafstandhouders (zie beneden) directtegen de muur plaatsen. q Het apparaat mag alleen in onbeladen toestand wordenverschoven. q De ondergrond van het apparaat moet dezelfde hoogtehebben als de omgeven bodem. qStel het apparaat niet op zonder hulp. q Hoe meer koudemiddel R 600a in het apparaat zit, des te groter moet de ruimte zijn waarin het staat. In te kleine ruimten kan bij een lekkage een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan. Volgens norm EN 378 moet per 11 g koudemiddel R 600a de plaatsingsruimte tenminste 1 m3groot zijn. De hoeveelheid koudemiddel in uw apparaat staatop het typeplaatje binnenin het apparaat.

uHaal het aansluitsnoer van de achterzijde van het apparaat. Verwijder hierbij de snoerhouder, anders kunnen trillingsge-luiden ontstaan. LET OP De edelstalen deuren zijn voorzien van een hoogwaardige oppervlaktecoating en mogen niet met het bijgevoegde reini-gingsmiddel worden behandeld. Dit zou het oppervlak kunnen aantasten. uDe gecoate mogen uitsluitend met eendeuroppervlakkenzachte schone doek worden afgeveegd. u Breng alleen op de een verzor-roestvrijstalen zijwanden gingsmiddel gelijkmatig en in slijprichting aan. De reinigingop een later tijdstip wordt daardoor eenvoudiger. u Gelakte zijwanden mogen uitsluitend met een zachteschone doek worden afgeveegd. uTrek de beschermfolie van de sierlijsten. uVerwijder alle transportbeveiligingsonderdelen.

Om ervoor te zorgen dat het opgegeven energieverbruik wordt bereikt, moeten de afstandhouders worden gebruikt die bijsommige apparaten zijn gevoegd. Hierdoor wordt de apparaat- diepte ca. 35 mmgroter. Het apparaat functioneert zonder gebruik van de afstandhouders goed en volledig, maar heefteen iets hoger energieverbruik.

u Bij een apparaat met meegeleverde wandafstandhouders moeten deze wandafstandhouders aan de achterkant van het apparaat links en rechts boven de compressor wordengemonteerd. uVoer de verpakking af (zie 4. 5). u Stel het apparaat met demeegeleverde steeksleutel enmet behulp van de stelpootjes(A) en een waterpas stevig envlak op. u Vervolgens de deur onder- steunen: stelvoet bij lagerbus (B) uitdraaien tot deze op devloer komt, daarna 90° verderdraaien. AanwijzinguApparaat reinigen (zie 6. 2). Als het apparaat in een erg vochtige omgeving staat, kan ercondens worden gevormd op de buitenkant van het apparaat. uZorg altijd goed voor een goede ventilatie van de plaatsings-ruimte. 4.

4 Onderste lagerdelen omplaatsenFig. 6 uBevestigingsbouten Fig. 6 (21) losschroeven. u Lagerbok onder Fig. 6 (23) volledig met lagerbouten Fig. 6 (24), schijf Fig. 6 (26) en stelvoet Fig. 6 (22), verwij-deren. uLagerbouten Fig. 6 (24) volledig met schijf Fig. 6 (26)losschroeven, terugplaatsen in het tegenoverliggende opna-megat van het lagerbok en weer vastschroeven. In gebruik nemen 6 * afhankelijk van model en uitvoering.

Eventueel een accuboormachinegebruiken. uAfdekking Fig. 4 (1) aan de andere kant buiten plaatsen envastklikken. uAfdekking Fig. 4 (2) steeds aan de andere kant van bovenafplaatsen en vastklikken. uStelpoot Fig. 6 (22) van onderste scharnierblok Fig. 6 (23)eruit draaien, tot deze de vloer raakt. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door eruit vallende deur. Als de lageronderdelen niet goed zijn vastgeschroefd, kan de deur eruit vallen. Dit kan zwaar letsel tot gevolg hebben. Bovendien sluit de deur evt. niet, zodat het apparaat niet goedkoelt. uDe lagerbussen met 4 Nm goed vastschroeven. uAlle schroeven controleren en evt. aandraaien. 4. 4 Inbouw in het keukenblokFig. 7 (1) (3)Opbouwkast Keukenkast (2) (4)Apparaat Wandx Bij apparaten met meegeleverde wandafstandhouders wordtde afmeting 35 mm groter. (zie 4. 2). Het apparaat kan in keukenkasten worden ingebouwd. Om hetapparaat Fig.

7 (2) aan de hoogte van het keukenblok aan te passen, kan boven het apparaat een opzetkast Fig. 7 (1)worden aangebracht. Bij een ombouw met keukenkasten (diepte max.

580 mm) kan het apparaat direct naast de keukenkast Fig. 7 (3) wordengeplaatst. Het apparaat steekt aan de zijkant 34 mm x en in hetmidden 50 mm x uit ten opzichte van het keukenkastfront. Ventilatie-eisen:- Houd achter de gehele breedte van de opbouwkast eenruimte van minstens 50 mm diepte vrij voor luchtafvoer. -De ontluchtingsdoorsnede onder het plafond moet minimaal300 cm2 bedragen. - Hoe groter de ventilatieruimte, hoe energiezuiniger hetapparaat werkt. Plaatst u het apparaat met de scharnierkant naast een muur Fig. 7 (4) , dan moet de afstand tussen apparaat en muur minstens 40 mm bedragen. Dit in verband met het uitstekenvan de deurgreep bij een geopende deur. 4. 5 Afvalverwerking van de verpakkingWAARSCHUWINGGevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie. uKinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen.

-Onderdelen uit geschuimd polystyreen-Folies en zakken uit polyetheen-Spanbanden uit polypropeen-Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met polyethy-leen*u Breng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamel-punt. 4. 6 Apparaat aansluitenLET OPVerkeerd aansluiten. Beschadiging van de elektronica. uGeen omvormer gebruiken. uGeen energiespaarstekker gebruiken. WAARSCHUWINGVerkeerd aansluiten. Brandgevaar. uGeen verlengkabel gebruiken. uGeen verdeeldozen gebruiken. Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats van bestemming moeten met de informaties op het typeplaatje(zie 1) overeenstemmen. Het stopcontact moet volgens de voorschriften zijn geaard en een elektrische beveiliging bevatten. De afschakelstroom vande zekering moet liggen tussen 10 A en 16 A.

Het stopcontact moet gemakkelijk toegankelijk zijn, zodat destroomvoorziening van het apparaat in geval van nood snel kan worden onderbroken. Het mag zich niet achter het apparaatbevinden. uElektrische aansluiting controleren. uSteek de stekker in het stopcontact. 4. 7 Apparaat inschakelen Neem het apparaat ca. 2 uur voor de eerste vulling met diep-vriesproducten in bedrijf. uTemperatuurregelaar Fig. 3 (1) naar rechts van stand 0 naarstand 3 draaien. wDe binnenverlichting brandt. 5 Bediening 5. 1 KoelgedeelteDoor de natuurlijke luchtcirculatie in het koelgedeelte ontstaaner verschillende temperatuurbereiken. Direct boven de groente-lades en tegen de achterkant is het het koudste. Voorin aan debovenkant en in de deur is het het warmste. 5. 1. 1 Levensmiddelen koelenuBederfelijke etenswaren, bereide gerechten, vlees en vlees- waren bewaart u in de koudste zone.

u het gedeelte vooraan op de bodem van het koelgedeeltealleen gebruiken om producten korte tijd neer te zetten, bijv. bij het opruimen of sorteren. Levensmiddelen daar niet laten liggen, ze kunnen bij het sluiten van de deur naar achterworden geschoven of omvallen. uLeg de levensmiddelen niet te dicht bij elkaar, zodat de luchtgoed kan circuleren. 5. 1. 2 Temperatuur instellen De temperatuur is instelbaar tussen 1 (warmste temperatuur, laagste koelvermogen) en 7 (koudste temperatuur, hoogstekoelvermogen). Wij raden u de middelste stand aan, zodat de gemiddeldetemperatuur in de koelruimte ca. 5 °C bedraagt. Als er diepvriesproducten worden bewaard en de lage diep- vriestemperaturen gegarandeerd moeten zijn, is het aan teraden de temperatuurregelaar op stand „4” tot „7” in te stellen.

Bij de instelling „7” is het mogelijk in de koudste zone van hetkoelgedeelte temperaturen onder 0 °C te bereiken. In het vriesvak is de gemiddelde temperatuur dan ca. –18 °C. uTemperatuurregelaar Fig. 3 (1) draaien. De temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren: - hoe vaak de deur wordt geopend - de temperatuur van de ruimte waar het apparaat staat - soort, temperatuur en hoeveelheid ingevroren levensmid-delenuEventueel de temperatuur met de regelaar aanpassen. 5. 1. 3 Functie CoolPlusBij lage kamertemperaturen van 18 °C of minder:uSchakelaar Cool-Plus Fig. 3 (2) indrukken. wDe lage temperaturen in het vriesvak worden gegarandeerd. Als de kamertemperatuur weer hoger is dan 18 °C:uschakelaar Cool-Plus Fig. 3 (2) handmatig uitschakelen. Aanwijzingu Bij normale ruimtetemperaturen, hoger dan 18 °C, is het inschakelen nodig, de Cool-Plus-schakelaar moet dannietuitgeschakeld zijn. 5.

1. 4 DraagplateausPlateaus verplaatsen of uitnemen De draagplateaus moeten worden beveiligd tegen het perongelijk omlaag vallen door uittrekaanslagen. Fig. 8 u Draagplateau omhoog tillen en een beetje naar vorentrekken. u Draagplateau qua hoogte instellen.

Schuif hiervoor deuitsparingen langs de steunen. u Om het plateau helemaal uit te nemen, moet het schuinworden gezet en er naar voren toe uit worden getrokken. u Draagplateau inschuiven, met de aanslagrand aan deachterzijde en naar boven toe wijzend. wDe levensmiddelen vriezen niet aan de achterwand vast. Bediening 8 * afhankelijk van model en uitvoering.

Draagplateaus demonterenu De draagplateaus kunnen voor het reinigen gedemon-teerd worden. 5. 1. 5 OpbergvakkenOpbergvakken in de deur verplaatsenu Vakken uitnemen volgens de afbeel-ding. 5. 2 Vriesgedeelte In het vriesgedeelte kunt u diepvriesproducten of ingevroren levensmiddelen bewaren, ijsblokjes maken en verse levens-middelen invriezen. 5. 2. 1 Levensmiddelen invriezen U kunt maximaal zo veel kilo verse levensmiddelen binnen24 uur invriezen, als op het typeplaatje (zie 1) onder „Invriesca-paciteit. kg/24h” is aangegeven. De schuifladen kunnen met max. 25 kg diepvriesproductenworden belast. De plateaus kunnen elk met 35 kg diepvriesproducten wordenbelast. Na het sluiten van de deur ontstaat er een vacuüm. Na hetsluiten ongeveer 1 min. wachten, dan is de deur gemakkelijkerte openen. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding door glasscherven.

Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen. Ditgeldt met name voor koolzuurhoudend drinken. uFlessen en blikjes met drinken niet invriezen. u24 u voor het invriezen zet u de temperatuur op een gemid-delde tot koude stand. uCool-Plus inschakelen: toets Cool-Plus Fig. 3 (2) indrukken. w De temperatuur daalt; het apparaat werkt met maximalekoeling. Om de levenmiddelen snel door en door te laten bevriezen, mag u de volgende hoeveelheden per verpakking niet over-schrijden: - fruit, groente max. 1 kg - vlees max. 2,5 kguVerdeel de levensmiddelen in porties en doe ze in diepvries-zakjes of in herbruikbare bakjes van kunststof, metaal ofaluminium. u Leg de levensmiddelen breed op de grond van het vak en breng ze niet in aanraking met reeds bevroren producten,zodat deze niet beginnen te dooien. uTemperatuur 24 uur na het erin plaatsen van de levensmid-delen weer terugzetten.

2 Bewaartijden Richtwaardes voor de opslagduur van de verschillendelevensmiddelen in het vriesgedeelte: Consumptie-ijs 2 tot 6 maanden Richtwaardes voor de opslagduur van de verschillendelevensmiddelen in het vriesgedeelte: Worst, ham 2 tot 6 maanden Brood en banket 2 tot 6 maanden Wild, varkensvlees 6 tot 10 maanden Vis, vet 2 tot 6 maanden Vis, mager 6 tot 12 maanden Kaas 2 tot 6 maanden Gevogelte, rundvlees 6 tot 12 maanden Groente, fruit 6 tot 12 maandenDe aangegeven bewaartijden zijn richtwaardes. 5. 2. 3 Levensmiddelen ontdooien - in het koelgedeelte - in een magnetron - in een oven/heteluchtoven - bij kamertemperatuuru Neem alleen zoveel levensmiddelen als u nodig heeft. Ontdooide levensmiddelen zo snel mogelijk verwerken. u Ontdooide levensmiddelen alleen bij wijze van uitzonderingweer invriezen. 5. 2.

4 Ladenu Om diepvriesproducten direct op de draagplateaus tebewaren: trek de schuiflade naar voren en haal de lade uit. 5. 2. 5 PlateausPlateaus verplaatsenu Plateau uitnemen: vooraan optillen enuittrekken. u Plateau terugplaatsen: tot aanslaginschuiven. 5. 2. 6 VarioSpace U kunt naast de schuifladen ook dedraagplateaus eruit halen. Zo maakt u plaats voor grotere levensmid- delen zoals gevogelte, vlees, groterwild en kunnen hoge producten van de bakkerij volledig worden inge- vroren en verder worden klaarge-maakt. De schuifladen kunnen met max. 25 kg diepvriesproductenworden belast. u De plateaus kunnen elk met 35 kg diepvriesproductenworden belast. Bediening * afhankelijk van model en uitvoering 9.

6 Onderhoud 6. 1 handmatig ontdooienKoelgedeelte: Het ontdooit automatisch. Het dooiwaterkoelgedeelte verdampt door de vrijkomende warmte van de compressor. Waterdruppels op de achterwand zijn normaal en wijzen niet opeen storing. uAfvoeropening regelmatig reinigen, zodat het dooiwater wegkan lopen (zie 6. 2). Vriesgedeelte: In het vormt zich na langere gebruiksduur eenvriesgedeelterijp- resp. ijslaag. De vorming van een rijp- resp. ijslaag wordt in de hand gewerktdoor vaak de deur te openen of door warme levensmiddelen in te leggen. Een dikkere ijslaag verhoogt echter het energiever-bruik. Daarom moet u het apparaat regelmatig ontdooien. Ontdooiprocedure:WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding en beschadigingu Geen mechanische hulpmiddelen of andere middelengebruiken die niet door de fabrikant werden aanbevolen, omhet ontdooien te versnellen.

uVoor het ontdooien geen elektrische kacheltjes of stoomrei-nigers, open vuur of ontdooispray gebruiken. uIJs niet met scherpe voorwerpen verwijderen. uDe buisleidingen van het koudemiddelcircuit niet bescha-digen. uSchakel het apparaat uit. uTrek de stekker uit of schakel de beveiliging uit. uBewaar de ingevroren levensmiddelen evt. in een diepvries- lade, en in kranten of dekens gewikkeld, op een koeleplaats. uPlaats een pan met heet, niet kokendwater op een plateau in het midden. wHet ontdooien wordt versneld. wDooiwater wordt in de lades opgevangen. u Laat tijdens het ontdooien de deur van het apparaat openstaan. uLosgeraakte ijsstukken uitnemen. u Dooiwater evt. meerdere keren met een spons of doekopnemen. uHet apparaat reinigen (zie 6. 2). 6. 2 Apparaat reinigenWAARSCHUWINGGevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom.

u Geen scherpe, schurende, zand-, chloor- of zuurhoudendeschoonmaakmiddelen gebruiken. uGebruik geen chemische oplosmiddelen. u Beschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat niet. Dit is belangrijk voor de TechnischeDienst. u Kabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken ofbeschadigen. uLaat geen reinigingswater in de afvoergoot, de ventilatie-roosters en elektrische delen terecht komen. u Gebruik zachte poetsdoeken en een allesreiniger met eenneutrale pH-waarde. uGebruik in de binnenruimte van het apparaat alleen levens-middelenvriendelijke reinigings- en onderhoudsproducten. uApparaat uitruimen. uTrek de stekker uit. uLuchttoe- en -afvoerroosters regelmatig reinigen. wStof verhoogt het energieverbruik. uUit- en inwendige oppervlaktes van kunststof met lauw- warm water en een beetje afwasmiddel met de handreinigen.

LET OP De RVS deuren zijn behandeld met een hoogwaardige opper- vlaktecoating en mogen niet met een onderhoudsmiddel voorRVS worden behandeld. Dit zou het oppervlak kunnen aantasten. uGecoate deuroppervlakten gelakte zijwanden en uitslui- tend met een zachte, schone doek afvegen. Bij sterkevervuiling een beetje water of een neutraal reinigingsmiddel gebruiken. Optioneel kan ook een microvezeldoek wordengebruikt. uRoestvrijstalen zijwanden bij vervuiling met een gebruike-lijke roestvrijstaalreiniger reinigen. Vervolgens het meegele- verde rvs onderhoudsmiddel gelijkmatig in slijprichtingaanbrengen. uAfvoeropening reinigen: afzettingen met een dun hulpmiddel, bijv. eenwattenstaafje verwijderen. u De meeste kunnen worden gedemonteerd omonderdelente worden gereinigd: zie het desbetreffende hoofdstuk. uDe met lauw water en een beetje afwasmiddel hand-ladenmatig reinigen.

q Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats van opstelling moeten overeenkomen met de informatie op hettypeplaatje (zie 1). Bij gebruik van een LED-lamp:q Uitsluitend de originele LED-lamp van de fabrikant mag worden gebruikt. De lamp kan worden verkregen via deklantenservice of de vakhandel (zie 6. 4). WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door LED-lamp. De lichtintensiteit van de led-verlichting komt overeen met risi-cogroep RG 2. Wanneer de afdekking wordt verwijderd:uNiet met optische lenzen vanuit de directe nabijheid direct in de verlichting kijken. Daarbij kunnen de ogen wordenbeschadigd. WAARSCHUWINGBrandgevaar door LED-lamp. Bij het gebruik van andere LED-lampen bestaat oververhittings-resp. brandgevaar. uGebruik de originele LED van de fabrikant. Als de lamp defect is, moet deze op de volgende wijzeworden vervangen:uSchakel het apparaat uit.

u Trek de stekker uit of schakel debeveiliging uit. u Afdekkapje volgens afbeelding, binnen, aan de voorkant uit elkaar drukken en zijdelingswegtrekken. uDe lamp vervangen. u Schuif het afdekkapje terug tothet vastklikt. 6. 4 Technische DienstProbeer eerst of u de storing zelf kunt verhelpen (zie 7). Mochtdit niet het geval zijn, neem dan contact op met de TechnischeDienst. Het adres vindt u in het bijgevoegd overzicht. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door onvakkundige reparatie. uReparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroomaan- sluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden (zie 6) ,uitsluitend door de Technische Dienst laten uitvoeren. uApparaataanduiding Fig. 9 (1), service-nr. Fig. 9 (2) en serie-nr. Fig. 9 (3) van het typeplaatje aflezen. Het typeplaatje bevindt zich aan de linkerkant binnen inhet apparaat. Fig.

9 u Contact opnemen met de Technische Dienst en het probleem, apparaataanduiding Fig. 9 (1) , service-nr. Fig. 9 (2) en serie-nr. Fig. 9 (3) mededelen. wDit maakt een snelle en doelgerichte service mogelijk. u Het apparaat gesloten laten, totdat de Technische Dienstkomt.

wDe levensmiddelen blijven langer koel. u Trek de stekker uit het stopcontact (daarbij niet aan hetsnoer trekken) of de draai de zekering uit. 7 Storingen Uw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veilige werking en lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht erdesondanks een storing optreden, dan svp eerst controleren of de storing door een bedieningsfout werd veroorzaakt. In ditgeval moeten wij de ontstane kosten ook in de garantieperiodein rekening brengen. Volgende storingen kunt u zelf verhelpen:Het apparaat functioneert niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. →De stekker zit niet goed in het stopcontact. uStekker controleren. →De zekering van het stopcontact is niet in orde. uZekering controleren. De compressor blijft lopen. → De compressor schakelt bij een verminderde koudebe-hoefte over op een lager toerental.

Hoewel de looptijd daar-door langer is, wordt energie bespaard. uDat is bij energiebesparende modellen normaal. Een led aan de onderachterkant van het apparaat (bij decompressor) knippert regelmatig om de 15 seconden*. →De inverter is met een foutdiagnose led uitgevoerd. uHet knipperen is normaal. Geluiden zijn te luid. →Toerentalgeregelde* compressoren kunnen naar aanleidingvan de verschillende draaisnelheden verschillende geluidenveroorzaken. uHet geluid is normaal. Een borrelen en klateren→Dit geluid komt van het koelmiddel, dat door het koelcircuitstroomt. uHet geluid is normaal. Een zacht klikken→ Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelenvan het koelaggregaat (de motor). uHet geluid is normaal. Een brommend geluid. Kan voor korte tijd iets luider zijn,wanneer het koelaggregaat (de motor) inschakelt.

→Bij nieuw opgeslagen levensmiddelen of na lang geopendedeur wordt het koelvermogen automatisch verhoogd. uHet geluid is normaal. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uOplossing: (zie 1. 2)Trilgeluiden→ Het apparaat staat niet vast op de vloer.

Daardoor gaan voorwerpen en meubels in de buurt van het lopendekoelaggregaat trillen. uLijn het apparaat via de stelvoeten uit. uFlessen en bakken uit elkaar drukken. Het apparaat is aan de buitenkant warm*. → De warmte van het koelmiddelcircuit wordt gebruikt omcondenswater te voorkomen. uDit is normaal. Temperatuur is niet laag genoeg. →De deur is niet goed gesloten. uDeur van het apparaat sluiten. →Niet voldoende be- en ontluchting. uVentilatieroosters vrijmaken en reinigen. →De omgevingstemperatuur is te hoog. Storingen * afhankelijk van model en uitvoering 11.

uOplossing: (zie 1.2) .→Het apparaat werd te vaak of te lang geopend.uAfwachten of de benodigde temperatuur weer vanzelf wordt bereikt. Zo niet, contact opnemen met de TechnischeDienst (zie 6) .→ Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron (fornuis,verwarming enz.).uVerander de standplaats van het apparaat of van de warm-tebron.De binnenverlichting brandt niet.→Het apparaat is niet ingeschakeld.uApparaat inschakelen.→Het lampje (levering met LED-lamp) is defect.WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door LED-lamp!De lichtintensiteit van de led-verlichting komt overeen met risi-cogroep RG 2.Wanneer de afdekking wordt verwijderd:uNiet met optische lenzen vanuit de directe nabijheid direct in de verlichting kijken.

Daarbij kunnen de ogen wordenbeschadigd.uLampje vervangen (zie 6) .Bij omgevingstemperaturen lager dan 18 °C wordt hetapparaat bij het rechter zijwandvlak van de koelruimteplaatselijk licht verwarmd.→Dat gebeurt bij deze functie automatisch.uDit is normaal.8 Uitzetten 8.1 Apparaat uitschakelenuTemperatuurregelaar Fig. 3 (1) op 0 draaien. 8.2 Buiten werking stellenuApparaat leegmaken.uApparaat uitschakelen (zie 8) .uNetstekker eruit halen.uApparaat reinigen (zie 6.2) .uLaat de deuren een stukje open staan zodat er geen onaan-gename geuren kunnen ontstaan.9 Apparaat afdankenHet apparaat bevat nog waardevolle materialen en mag niet met het gewoon huis- of grofvuil worden meegegeven. Het recyclen van afgedankte appa-raten moet vakkundig gebeuren overeenkomstig deplaatselijk geldende voorschriften en wetten.

Let erop dat bij het afvoeren van het afgedankte apparaat het koelmiddelcircuit niet wordt beschadigd, zodat het koelmiddel(informatie op het typeplaatje) of de olie erin niet ongewild vrij-komen.uApparaat onbruikbaar maken.uTrek de stekker uit.uSnijd het aansluitsnoer door.Uitzetten 12 * afhankelijk van model en uitvoering

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Liebherr CUef 3331-21 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden