Liebherr CUe 3331 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Liebherr CUe 3331 (16 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 15 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Liebherr CUe 3331 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Liebherr |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | CUe 3331 |
Handleiding Liebherr CUe 3331 – volledige tekst
Inhoudsopgave1 Het apparaat in vogelvlucht. 21. 1 Apparaat- en uitrustingsoverzicht. 21. 2 Toepassingsgebied van het apparaat. 21. 3 Conformiteit. 31. 4 SVHC-stoffen volgens de REACH-verordening. 31. 5 EPREL-database. 31. 6 Opstelmaten. 31. 7 Energie sparen. 32 Algemene veiligheidsvoorschriften. 43 Bedienings- en controle-elementen. 53. 1 Bedienings- en controle-elementen. 54 In gebruik nemen. 54. 1 Apparaat transporteren. 54. 2 Apparaat opstellen. 54. 3 Draairichting deur veranderen. 74. 4 In het keukenblok schuiven. 84. 5 Afvalverwerking van de verpakking. 84. 6 Apparaat aansluiten. 84. 7 Apparaat inschakelen. 95 Bediening. 95. 1 Koelgedeelte. 95. 2 Vriesgedeelte. 106 Onderhoud. 106. 1 Handmatig ontdooien. 106. 2 Apparaat reinigen. 116. 3 Lamp van de binnenverlichting vervangen. 116. 4 Technische Dienst. 126. 5 Energie-efficiëntieklasse verlichting. 127 Storingen. 128 Uitzetten. 148.
1 Apparaat uitschakelen. 148. 2 Buiten werking stellen. 149 Afvalverwijdering. 149. 1 Apparaat op afvoer voorbereiden. 149. 2 Apparaat volgens milieuvoorschriften afvoeren. 14De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikke‐ling van alle typen en modellen. Daarom vragen wij om uwbegrip voor het feit dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering entechniek moeten voorbehouden. Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen,de instructies in deze handleiding aandachtig doorlezena. u. b. De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingenzijn mogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparatenvan toepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*). Handelingsinstructies zijn gemarkeerd met een , hande‐lingsresultaten met een. 1 Het apparaat in vogelvlucht1. 1 Apparaat- en uitrustingsoverzichtAanwijzinguLevensmiddelen zoals in de afbeelding getoond sorteren.
1(1)Schappen, verstelbaar (8) Laden voor groenten, sla,fruit(2) Eiervakje (9) Typeplaatje(3) Deurvak, verstelbaar (10) Hoge diepvriesladen(4) Aan-/uit- en tempe‐ratuurregelaar enbinnenverlichting(11) Stelvoeten voor(5) Dooiwaterafvoer (12) IJsblokjesbakje(6) Flessenrooster (13) Verzonken handgreep(7) De koudste zone vande koelruimte, voorgevoelige en lichtbederfelijke levensmid‐delen1. 2 Toepassingsgebied van het apparaatGebruik volgens de voorschriftenHet apparaat is uitsluitend geschikt voor hetkoelen van levensmiddelen voor huishoude‐lijke of soortgelijke doeleinden. Hieronder valtbijv. het gebruik-in privékeukens, ontbijtgelegenheden,-door gasten in landhuizen, hotels, motelsen andere accommodaties,-bij catering en vergelijkbare service in degroothandel. Het apparaat is niet bestemd voor gebruik alsinbouwapparaat. Alle andere toepassingen zijn niet toege‐staan.
delen, ten grondslag liggende stoffen enproducten-Gebruik in explosiegevaarlijke gebiedenVerkeerd gebruik van het apparaat kan totbeschadigingen van de opgeslagen goederenof het bederf hiervan leiden. KlimaatklassenHet apparaat kan afhankelijk van de klimaat‐klasse, bij begrensde omgevingstempera‐turen, worden gebruikt. De voor uw apparaatbetreffende klimaatklasse staat op het type‐plaatje vermeld. AanwijzinguOm een probleemloze werking te waar‐borgen, moet de aangegeven omgevings‐temperatuur worden aangehouden. Klimaatklasse voor omgevingstemperaturen vanSN 10°C tot 32°CN 16°C tot 32°CST 16°C tot 38°CT 16°C tot 43°CSN-ST 10°C tot 38°CSN-T 10°C tot 43°C1. 3 ConformiteitDe koelmiddelkringloop is gecontroleerd op lekkage. Hetapparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriftenen de desbetreffende richtlijnen. Voor EU-markt:het apparaat voldoet aan de richtlijn2014/53/EU.
Voor GB-markt:het apparaat voldoet aan de Radio Equi‐pment Regulations 2017 SI 2017 No. 1206. De volledige tekst van de EU-verklaring van overeen‐stemming is beschikbaar op het volgende internetadres:www. Liebherr. com1. 4 SVHC-stoffen volgens de REACH-verordeningOnder de volgende link kunt u controlerenof uw apparaat SVHC-stoffen volgens de REACH-verordening bevat: home. liebherr. com/de/deu/de/liebherr-erleben/nachhaltigkeit/umwelt/scip/scip. html1. 5 EPREL-databaseVanaf 1 maart 2021 zijn informatie over etikettering inzakeenergieverbruik en vereisten inzake ecologisch ontwerpte vinden in de Europese productdatabase (EPREL). Ukrijgt toegang tot de productdatabase via de link https://eprel. ec. europa. eu/. Hier wordt u gevraagd de modelidenti‐ficatie in te voeren. De modelidentificatie vindt u op hettypeplaatje. 1. 6 OpstelmatenFig. 2HCU. 23. 1372CU. 28. 1612CU. 33. / CU 33.
1. 7 Energie sparen-Let altijd op de be- en ontluchting. Dek de ventilatieope‐ningen resp. -roosters niet af. -Plaats het apparaat niet in direct zonlicht of naast eenverwarming of iets dergelijks. -Als u het apparaat direct naast een oven opstelt, kan hetenergieverbruik iets toenemen. Dit is afhankelijk van deduur en intensiteit van het gebruik van de oven. -Het energieverbruik is afhankelijk van de plaatsings‐omstandigheden zoals bijv. de omgevingstemperatuur(zie 1. 2 Toepassingsgebied van het apparaat). Bij eenwarmere omgevingstemperatuur kan het energieverbruiktoenemen. -Open het apparaat, indien mogelijk zo kort mogelijk. -Hoe lager de temperatuur wordt ingesteld, hoe hoger hetenergieverbruik. -Levensmiddelen gesorteerd rangschikken:home. liebherr. com/food. -Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt bewaren. Condensvorming wordt voorkomen.
-Levensmiddelen zolang als nodig eruit halen, zodat zeniet te warm worden. -Warme gerechten plaatsen: eerst tot op kamertempera‐tuur laten afkoelen. -Diepvriesproducten in de koelruimte ontdooien. -Als in het apparaat een dikke ijsaanslag aanwezig is:Apparaat ontdooien. Het apparaat in vogelvlucht* afhankelijk van model en uitvoering 3.
Stof verhoogt het energieverbruik:-De koelmachine met warmtewisselaar- metalen roosters aan de achterkantvan het apparaat - eenmaal jaarlijksafstoffen. 2 Algemene veiligheidsvoor‐schriftenBewaar deze handleiding zorgvuldig, zodat uhem te allen tijde kunt raadplegen. Als u het apparaat doorgeeft, geef dan ook dehandleiding door aan de volgende eigenaar. Om het apparaat goed en veilig te kunnengebruiken, moet u deze handleiding vóórgebruik aandachtig doorlezen. Volg altijdde instructies, veiligheidsvoorschriften enwaarschuwingen die hierin zijn opgenomen. Deze zijn belangrijk om het apparaat veiligen probleemloos te kunnen installeren engebruiken.
Gevaren voor de gebruiker:-Dit apparaat kan door kinderen alsmededoor personen met verminderde psychi‐sche, sensorische of mentale bekwaam‐heden of een gebrek aan ervaring enkennis worden gebruikt onder toezichtvan een derde of met betrekking tot hetveilige gebruik van het apparaat zijn onder‐wezen en de gevaren kennen en begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaatspelen. De reiniging en het onderhoud magniet door kinderen zonder toezicht wordenuitgevoerd. Kinderen van 3-8 jaar mogenhet apparaat inladen en uitladen. Kinderenjonger dan 3 jaar dienen uit de buurt vanhet apparaat te worden gehouden, als hetapparaat niet continu onder toezicht staat. -De contactdoos moet eenvoudig toegan‐kelijk zijn, zodat het apparaat in nood‐gevallen snel van de stroomvoorzieningkan worden losgekoppeld. Deze moet zichbuiten de achterkant van het apparaatbevinden.
-Als u het stroomsnoer van het apparaat uithet stopcontact trekt, altijd bij de stekkernemen. Niet aan het snoer trekken. -Trek, in geval van een storing, de stekker uithet stopcontact of schakel de beveiliginguit. -Beschadig het netsnoer niet. Gebruik hetapparaat niet wanneer het netsnoer defectis.
-Reparaties en ingrepen aan het apparaat enhet vervangen van de netaansluiting magalleen worden uitgevoerd door de klanten‐service of ander vakpersoneel dat hiervooris opgeleid. -Het apparaat alleen conform de beschrij‐ving in de handleiding monteren, aansluitenen afvoeren. Brandgevaar:-Het gebruikte koelmiddel (gegevens ophet typeplaatje) is milieuvriendelijk maarbrandbaar. Koelmiddel dat ontsnapt kanontbranden. •Pijpleidingen van het koelcircuit nietbeschadigen. •Vermijd het hanteren van ontstekings‐bronnen in de binnenkant van het appa‐raat. •Binnen het apparaat geen elektrischetoestellen gebruiken (bijv. stoomreini‐gers, verwarmingen, ijsmakers, enz. ). •Als koudemiddel weglekt: Open vuurof ontstekingsbronnen vlakbij het lekverwijderen. Vertrek goed ventileren. Informeer de klantendienst. -Geen explosieve stoffen of spuitbussenmet brandbare drijfgassen, zoals b. v.
butaan, propaan, pentaan enz. in hetapparaat bewaren. Zulke spuitbussen zijnherkenbaar aan de op de verpakkingvermelde inhoudsstoffen of een vlammen‐symbool. Eventueel ontsnappende gassenkunnen door elektrische componenten vlamvatten. -Brandende kaarsen, lampen en anderevoorwerpen met open vuur uit de buurt vanhet apparaat houden, zodat ze het apparaatniet in brand kunnen steken. -Alkoholische dranken of andere verpak‐kingen die alcohol bevatten, mogen uitslui‐tend goed afgesloten worden bewaard. Eventueel uittredende alcohol kan doorelektrische componenten vlam vatten. Gevaar voor vallen en omkiepen:-Plint, laden, deuren enz. niet als voeten‐steun of om te leunen misbruiken. Dit geldtin het bijzonder voor kinderen. Gevaar voor voedselvergiftiging:-Te lang opgeslagen levensmiddelen nietmeer nuttigen.
Gevaar voor verwonding en beschadiging:-Hete stoom kan letsel tot gevolg hebben. Voor het ontdooien geen elektrischekacheltjes of stoomreinigers, open vuur ofontdooispray gebruiken. -IJs niet met scherpe voorwerpen verwij‐deren. Knelgevaar:-Bij het openen en sluiten van de deur nietin het scharnier grijpen. De vingers kunneningeklemd raken. Symbolen op het apparaat:Het symbool kan zich op de compressorbevinden. Het heeft betrekking op de oliein de compressor en wijst op het volgendegevaar: Kan bij het inslikken en indringenin de luchtwegen dodelijk zijn. Deze aanwij‐zing is alleen voor het recyclingproces vanbelang. In de normale modus bestaat ergeen gevaar. Het symbool bevindt zich op de compressoren wijst op het gevaar van ontvlambarestoffen. De sticker niet verwijderen. Deze of een vergelijkbare sticker kan opde achterkant van het apparaat zijn aange‐bracht.
Deze wijst erop dat er zich vacuüm-isolatiepanelen (VIP) of perlietpanelen inde deur en/of de behuizing bevinden. Deze aanwijzing is alleen van belang voorhet recyclingproces. De sticker niet verwij‐deren. Neem de specifieke waarschuwingen en deandere specifieke instructies in de anderehoofdstukken in acht:GEVAARduidt een direct gevaar aan, die dedood of ernstig lichamelijk letseltot gevolg kan hebben wanneer ditgevaar niet vermeden wordt. WAAR‐SCHUWINGduidt een gevaarlijke situatie aan,die de dood of ernstig lichamelijkletsel tot gevolg kan hebbenwanneer dit gevaar niet vermedenwordt. VOORZICHTIGduidt een gevaarlijke situatie aan,die licht of middelzwaar licha‐melijk letsel tot gevolg kan hebbenwanneer dit gevaar niet vermedenwordt. LET OP duidt een gevaarlijke situatie aan,die materiële schade tot gevolgkan hebben wanneer dit gevaarniet vermeden wordt.
1 Apparaat transporterenuHet apparaat verpakt transporteren. uHet apparaat rechtop transporteren. uHet apparaat niet in uw eentje transporteren. 4. 2 Apparaat opstellenWAARSCHUWINGBrandgevaar door vocht. Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluitingvochtig worden, kan dat leiden tot kortsluiting. uHet apparaat is ontworpen voor gebruik in een geslotenruimte. Het apparaat niet buiten, in een vochtige omge‐ving of binnen bereik van spatwater plaatsen. WAARSCHUWINGBrandgevaar door verkeerd opstellen. Als een stroomkabel of stekker de achterkant van het appa‐raat raakt, kunnen de trillingen van het apparaat de stroom‐kabel of stekker beschadigen en kortsluiting veroorzaken. uVoorkom bij het opstellen van het apparaat dat onder hetapparaat stroomkabels klem komen te zitten. uApparaat zo opstellen, dat stekker of netsnoer niet tegenhet apparaat liggen.
uOp contactdozen in het apparaatacchterpaneel geenapparaten aansluiten. uMeervoudige contactdozen of verdeeldozen en andereelektronische apparaten (bijv. halogeen-transformatoren)mogen niet aan het achterpaneel van apparaten wordenaangebracht en gebruikt. WAARSCHUWINGVrijkomend koudemiddel en olie. Brand. Het gebruikte koelmiddel is milieuvriendelijk maarwel brandbaar. De gebruikte olie is ook brandbaar. Vrijko‐mend koelmiddel en vrijkomende olie kunnen bij hogeconcentratie en in contact met een externe warmtebronontvlammen. uBuisleidingen van de koelmiddelkringloop en compressorniet beschadigen. Bedienings- en controle-elementen* afhankelijk van model en uitvoering 5.
WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging. uPlaats geen warmte afgevende apparaten, bijv. magne‐tron, toaster enz. op het apparaat. LET OPAfgedekte ventilatieopeningen. Beschadigingen. Het apparaat kan oververhit raken, watde levensduur van diverse onderdelen van het toestel kanverminderen en kan leiden tot functiebeperkingen. uLet altijd op de be- en ontluchting. uVentilatieopeningen of - roosters in de apparaatbehuizingen in het keukenmeubel (inbouwapparaat) moeten altijdvrij worden gehouden. LET OPGevaar voor beschadiging door condenswater. uhet apparaat niet strak naast een ander koel-/vriesappa‐raat zetten. AanwijzingAls meerdere apparaten naast elkaar staan, een afstand van100 mm tussen de apparaten laten. Wordt deze afstandniet aangehouden, vormt zich condenswater tussen dezijwanden van de apparaten. Fig.
4qBij schade aan het apparaat onmiddellijk vóór hetaansluiten contact met de leverancier opnemen. qDe vloer op de standplaats moet horizontaal en vlak zijn. qPlaats het apparaat niet naast een fornuis, verwarmingof dergelijke, en stel het apparaat niet bloot aan directzonlicht. qHet apparaat met de achterkant en het gebruik vande meegeleverde wandafstandhouders (zie onder) altijddirect tegen de wand plaatsen. qHet apparaat mag alleen in onbeladen toestand wordenverplaatst. qDe ondergrond van het apparaat moet dezelfde hoogtehebben als de omgeven bodem. qHet apparaat niet zonder hulp plaatsen. qHoe meer koelmiddel in het apparaat aanwezig is, deste groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat staat. In te kleine ruimten kan bij een lek een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet deopstelruimte minstens 1 m3 groot zijn.
Gegevens overhet gebruikte koelmiddel staan op het typeplaatje aan debinnenkant van het apparaat. uHaal het aansluitsnoer van de achterzijde van het appa‐raat. Verwijder hierbij de snoerhouder, anders kunnentrillingsgeluiden ontstaan.
LET OPDe edelstalen deuren zijn voorzien van een hoogwaardigeoppervlaktecoating en mogen niet met het bijgevoegdereinigingsmiddel worden behandeld. Dit zou het oppervlak kunnen aantasten. uDe gecoate deuroppervlakken mogen uitsluitend met eenzachte schone doek worden afgeveegd. uBreng alleen op de roestvrijstalen zijwanden een verzor‐gingsmiddel gelijkmatig en in slijprichting aan. De reini‐ging op een later tijdstip wordt daardoor eenvoudiger. uGelakte zijwanden mogen uitsluitend met een zachteschone doek worden afgeveegd. uTrek de beschermfolie van de sierlijsten. uVerwijder alle transportbeveiligingsonderdelen. Om het aangegeven energieverbruik te realiseren, moetende afstandhouders worden gebruikt die bij sommige appa‐raten worden meegeleverd. Hierdoor vergroot de apparaat‐diepte met ca. 35 mm.
Het apparaat is zonder gebruik vande afstandhouder volledig functioneel, alleen het verbruik iseen beetje hoger. uBij een apparaat met meege‐leverde wandafstandhoudersdeze links- en rechtsonder aande achterzijde van het apparaatmonteren. uVoer de verpakking af (zie 4. 5 Afvalverwerking van deverpakking). VOORZICHTIGVerwondings- en beschadigingsgevaar door kantelen eneruit vallen van de apparaatdeur. Wanneer de extra stelvoet aan de onderkant van delagerbus niet correct op de vloer rust, kan de deur eruitvallen of het apparaat kantelen. Dit kan tot materiëleschade en verwondingen leiden. uDe extra stelvoet op de lagerbus eruit draaien tot deze opde vloer rust. uDan 90° verder draaien. uStel het apparaat met demeegeleverde steeksleutelen met behulp van de stel‐pootjes (A) en een waterpasstevig en vlak op.
uVervolgens de deur onder‐steunen: stelvoet bijlagerbus (B) uitdraaien totdeze op de vloer komt,daarna 90° verder draaien. AanwijzinguApparaat reinigen (zie6. 2 Apparaat reinigen). Als het apparaat in een erg vochtige omgeving staat, kaner condens worden gevormd op de buitenkant van het appa‐raat.
4. 3 Draairichting deur veranderenIndien nodig kunt u de draairichting van de deur veranderen:Controleer of volgend gereedschap klaar ligt:qTorx® 15qTorx® 20qschroevendraaierqeventueel accuschroevendraaierqeventueel een tweede persoon voor de montage4. 3. 1 Bovenste deur afnemenAanwijzinguVerwijder levensmiddelen uit de deurvakken voordat dedeur wordt afgenomen, zodat er geen levenmiddelen uitvallen. Fig. 5uAfdekking Fig. 5(1) naar voren en boven wegtrekken. uAfdekking Fig. 5(2) eraf nemen. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding wanneer de deur eruit valt. uDeur goed vasthouden. uDeur voorzichtig neerzetten. uBovenste lagerbus Fig. 5 (3) losschroeven (2 maal Torx®20) Fig. 5(4) en naar boven eraf trekken. uBovenste deur naar boven optillen en opzij zetten. 4. 3. 2 Onderste deur afnemenuOnderste deur openen. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding wanneer de deur eruit valt.
uDeur goed vasthouden. uDeur voorzichtig neerzetten. uBevestigingsbouten Fig. 6 (11) losschroeven (2 maal Torx®20) en het middelste scharnierblok uit de onderste deurtrekken. uKunststof ring Fig. 6(10) verwijderen. uDeur naar boven afnemen en opzij leggen. 4. 3. 3 Middelste lagerdelen omzettenFig. 6uAfdekking Fig. 6(12) voorzichtig wegtrekken. uAfdekking Fig. 6(12) terugplaatsen op de andere zijde. 4. 3. 4 Onderste lagerdelen omplaatsenFig. 7uBevestigingsbouten Fig. 7(21) losschroeven. uLagerbok onder Fig. 7 (23) volledig met lagerboutenFig. 7 (24), schijf Fig. 7 (26) en stelvoet Fig. 7 (22), verwij‐deren. uLagerbouten Fig. 7 (24) volledig met schijf Fig. 7 (26)losschroeven, terugplaatsen in het tegenoverliggendeopnamegat van het lagerbok en weer vastschroeven. uAfdekplaat Fig. 7 (25) voorzichtig verwijderen en terug‐plaatsen op de andere zijde. uLagerbok onder Fig.
met behulp van een accu‐boormachine vastschroeven (met 4 Nm). 4. 3. 5 Onderste deur monterenuOnderste deur van bovenaf op scharnierpen Fig. 7 (24)plaatsen. uSluit de deur. uMiddelste scharnierblok Fig. 6 (13) 180° gedraaid inde onderste deur plaatsen en met bevestigingsboutenFig. 6 (11) (2 maal Torx® 20) op de nieuwe scharnierkantstevig (met 4 Nm) aandraaien. uKunststof ring Fig. 6(10) weer aanbrengen. 4. 3. 6 Bovenste deur monterenuBovenste deur op het middelste scharnierblok Fig. 6 (13)plaatsen. uPlaats de bovenste lagerbus Fig. 5 (3) aan de nieuwescharnierkant in de deur. uBovenste lagerbok vastschroeven (met 4 Nm) (2 keerTorx® 20) Fig. 5 (4). Eventueel een accuboormachinegebruiken. In gebruik nemen* afhankelijk van model en uitvoering 7.
uAfdekking Fig. 5(1) aan de andere kant buiten plaatsen envastklikken. uAfdekking Fig. 5 (2) steeds aan de andere kant vanbovenaf plaatsen en vastklikken. uStelpoot Fig. 7 (22) van onderste scharnierblok Fig. 7 (23)eruit draaien, tot deze de vloer raakt. WAARSCHUWINGVerwondingsgevaar door eruit vallende deur. Als de lagerdelen niet correct zijn vastgeschroefd, kan dedeur eruit vallen. Dit kan tot zware verwondingen leiden. Bovendien sluit de deur eventueel niet, zodat het apparaatniet correct koelt. uDe lagerbokken met 4Nm vastschroeven. uAlle schroeven controleren en eventueel aandraaien. 4. 4 In het keukenblok schuivenFig. 8(1)Opbouwkast (3) Keukenkast(2) Apparaat (4) Wandx Bij apparaten met bijgeleverde wandafstandshouderswordt de afmeting 35 mm groter (zie 4. 2 Apparaatopstellen). Het apparaat kan in keukenkasten worden ingebouwd. Omhet apparaat Fig.
8 (2) aan de hoogte van het keukenblokaan te passen, kan boven het apparaat een opzetkastFig. 8(1) worden aangebracht. Bij een ombouw met keukenkasten (diepte max. 580 mm)kan het apparaat direct naast de keukenkast Fig. 8 (3)worden opgesteld. Het apparaat steekt er zijdelings 34 mmx en in het apparaatmidden 50 mm x ten opzichte van dekeukenkastfront uit. LET OPRisico op beschadiging door oververhitting als gevolg vanonvoldoende ventilatie. Bij te weinig ventilatie kan de compressor worden bescha‐digd. uLet op voldoende ventilatie. uNeem de ventilatie-eisen in acht. Ventilatievereisten:-Aan de achterkant van de opzetkast moet een luchtaf‐voerkanaal van minimaal 50 mm diep, over de volledigebreedte van de opzetkast, aanwezig zijn. -De ontluchtingsdoorsnede onder het plafond moet mini‐maal 300cm2 bedragen. -Hoe groter de ontluchtingsdiameter hoe zuiniger hetapparaat werkt.
Ditkomt overeen met de uitsteekmaat van de handgreep bijgeopende deur. 4. 5 Afvalverwerking van de verpakkingWAARSCHUWINGGevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie. uKinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen. De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal:-Golfkarton/karton-Onderdelen uit geschuimd polystyreen-Folies en zakken uit polyetheen-Spanbanden uit polypropeen-Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met polyethyleen*uBreng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inza‐melpunt. 4. 6 Apparaat aansluitenLET OPGevaar voor beschadiging door verkeerd aansluiten. Beschadigingen van het apparaat. uSluit het apparaat niet aan op stand-alone-omvormerszoals zonne-energiesystemen en benzinegenerators. WAARSCHUWINGBrandgevaar door verkeerd aansluiten. Brandwonden. Beschadigingen van het apparaat. uGeen verlengkabel gebruiken. uGeen verdeeldozen gebruiken.
Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats vanbestemming moeten met de informaties op het typeplaatje(zie1 Het apparaat in vogelvlucht) overeenstemmen. Het stopcontact moet volgens de voorschriften zijn geaarden een elektrische beveiliging bevatten. De afschakelstroomvan de zekering moet liggen tussen 10 A en 16A. Het stopcontact moet gemakkelijk toegankelijk zijn, zodatde stroomvoorziening van het apparaat in geval van noodsnel kan worden onderbroken. Het mag zich niet achter hetapparaat bevinden. uElektrische aansluiting controleren. uSteek de stekker in het stopcontact. In gebruik nemen8 * afhankelijk van model en uitvoering.
4. 7 Apparaat inschakelenNeem het apparaat ca. 2 uur voor de eerste vulling metdiepvriesproducten in gebruik. uDraai de temperatuurregelaar Fig. 3 (1) rechtsom naar demiddelste temperatuurpositie tussen off en max cold. wDe binnenverlichting brandt. 5 Bediening5. 1 KoelgedeelteDoor de natuurlijke luchtcirculatie in het koelgedeelteontstaan er verschillende temperatuurbereiken. Directboven de groentelades en tegen de achterkant is het hetkoudste. Voorin aan de bovenkant en in de deur is het hetwarmste. 5. 1. 1 Levensmiddelen koelenuLicht bederfelijke levensmiddelen zoals klaargemaaktemaaltijden, vleeswaren en worsten in de koudste zoneopslaan. In het bovenste bereik en in de deur boteren conservenblikken neerzetten. (zie 1 Het apparaat invogelvlucht)uVoor het inpakken herbruikbare kunststof, metalen,aluminium of glazen bakken en vershoudfolie gebruiken.
uRauw vlees of vis altijd in schone, afgesloten bakjes opde onderste plank van het koelgedeelte bewaren, zodatze niet in contact komen met ander voedsel en er geenvloeistof van vlees of vis op ander voedsel kan druipen. uLevensmiddelen, die gemakkelijk een geur of smaakaannemen of afgeven, zoals vloeistoffen, altijd ingesloten reservoirs of afgedekt bewaren. uHet voorste vlak van de koelbodem alleen gebruikenvoor het kort plaatsen van koelproducten, bijv. bij hetverplaatsen of uitsorteren. Koelproducten echter nietlaten staan, anders kan deze bij het sluiten van de deurnaar achter worden geschoven of omvallen. uLevensmiddelen niet te dicht opslaan, zodat de luchtgoed kan circuleren. 5. 1. 2 Temperatuur instellenDe temperatuur is rechtsom instelbaar tussen „off” en „maxcold” (koudste temperatuur, grootste koelvermogen).
Wij adviseren de middelste regelaarpositie, dan wordt eenmiddelste koelruimtetemperatuur verkregen van ca. 5°C. In het vriesgedeelte ontstaat dan een gemiddelde tempera‐tuur van ca. –18°C.
Als diepvriesproducten worden opgeslagen en de vriestem‐peraturen gewaarborgd moeten zijn, wordt een instellingvan de temperatuurregelaar van de gemiddelde regelaar‐stand tot „max cold” aanbevolen. Bij de instelling „max cold”kunnen in de koudste zone van de koelruimte temperaturenlager dan 0°C worden bereikt. uDraai de temperatuurregelaar Fig. 3(1). De temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren:- hoe vaak de deur wordt geopend- hoe lang de deur geopend blijft- de ruimtetemperatuur op de plaats van opstelling- type, temperatuur en hoeveelheid van de diepvriespro‐ductenuPas de temperatuur indien nodig aan met de regelaar. 5. 1. 3 Functie SuperCoolDeze functie zorgt voor lage temperaturen in het vriesvak. Functie SuperCool activerenBij kamertemperaturen van 15 °C of lager wordt Super‐Cool automatisch geactiveerd. Als SuperCool is geactiveerd,brandt de toets SuperCool.
Als u lagere temperaturen in het vriesvak wilt bereiken, kuntu SuperCool ook handmatig activeren:uDruk op de toets SuperCool (zie Fig. 3). wToets SuperCool gaat branden. Functie SuperCool deactiverenBij kamertemperaturen van meer dan 15°C wordt SuperCoolautomatisch gedeactiveerd. Als SuperCool is gedeactiveerd,brandt de toets SuperCool niet. Als u SuperCool handmatig hebt geactiveerd, wordt Super‐Cool na 70 uur automatisch gedeactiveerd. U kunt Super‐Cool echter ook te allen tijde handmatig deactiveren:uToets SuperCool (zie Fig. 3) 3 seconden lang indrukken. AanwijzingBij kamertemperaturen van meer dan 15 °C wordt Super‐Cool automatisch geactiveerd als u SuperCool niet eerderhebt geactiveerd. Als SuperCool automatisch wordt geac‐tiveerd, brandt de toets SuperCool. Als SuperCool automa‐tisch geactiveerd is, kunt u de functie niet handmatiguitschakelen. 5. 1.
9uDraagplateau omhoog tillen en een beetje naar vorentrekken. uDraagplateau qua hoogte instellen. Schuif hiervoor deuitsparingen langs de steunen. uOm het plateau helemaal uit te nemen, moet het schuinworden gezet en er naar voren toe uit worden getrokken. uDraagplateau inschuiven, met de aanslagrand aan deachterzijde en naar boven toe wijzend. wDe levensmiddelen vriezen niet aan de achterwand vast. Draagplateaus demonterenuDe draagplateaus kunnenvoor het reinigen gedemon‐teerd worden. 5. 1. 5 OpbergvakkenOpbergvakken in de deur verplaatsenuVakken uitnemen volgens de afbeel‐ding. Bediening* afhankelijk van model en uitvoering 9.
5. 2 VriesgedeelteIn het vriesgedeelte kunt u diepvriesproducten of ingevrorenlevensmiddelen bewaren, ijsblokjes maken en verse levens‐middelen invriezen. 5. 2. 1 Levensmiddelen invriezenU kunt maximaal zo veel kilo verse levensmiddelen binnen24 uur invriezen, als op het typeplaatje (zie 1 Het apparaatin vogelvlucht) onder „Invriescapaciteit. kg/24h” is aange‐geven. De schuifladen kunnen met max. 25 kg diepvriesproductenworden belast. De plateaus kunnen elk met 35 kg diepvriesproductenworden belast. Na het sluiten van de deur ontstaat er een vacuüm. Na hetsluiten ongeveer 1 min. wachten, dan is de deur gemakke‐lijker te openen. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding door glasscherven. Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen. Dit geldt met name voor koolzuurhoudend drinken. uFlessen en blikjes met drinken niet invriezen.
u24 uur voor het invriezen de temperatuur op de middelsteof koudste stand instellen. uSuperCool inschakelen: (zie Functie SuperCool acti‐veren). wDe vriestemperatuur daalt, het apparaat werkt op hetgrootst mogelijke koelvermogen. Om ervoor te zorgen dat de levensmiddelen door en dooringevroren worden, dient u de volgende hoeveelheden perverpakking niet te overschrijden:- Groente, fruit tot 1 kg- Vlees tot 2,5 kguLevensmiddelen in diepvrieszakjes, her te gebruikenkunststof, metalen of aluminium bakjes in portiesverpakken. uLevensmiddelen verspreid in de onderste schuiflade enop de bodem van het vak leggen en niet in contactbrengen met reeds bevroren producten, zodat deze nietontdooien. uTemperatuurregelaar 24 uur na het plaatsen van delevensmiddelen weer terugzetten. uTemperatuur 24 uur na het erin plaatsen van de levens‐middelen weer terugzetten.
2 BewaartijdenRichtwaardes voor de opslagduur van de verschillendelevensmiddelen in het vriesgedeelte:Consumptie-ijs 2 tot 6 maandenWorst, ham 2 tot 6 maandenBrood en banket 2 tot 6 maandenWild, varkensvlees 6 tot 10 maandenVis, vet 2 tot 6 maandenVis, mager 6 tot 12 maandenKaas 2 tot 6 maandenRichtwaardes voor de opslagduur van de verschillendelevensmiddelen in het vriesgedeelte:Gevogelte, rundvlees 6 tot 12 maandenGroente, fruit 6 tot 12 maandenDe aangegeven bewaartijden zijn richtwaardes. 5. 2. 3 Levensmiddelen ontdooien- in het koelgedeelte- in een magnetron- in een oven/heteluchtoven- bij kamertemperatuuruNeem alleen zoveel levensmiddelen als u nodig heeft. Ontdooide levensmiddelen zo snel mogelijk verwerken. uOntdooide levensmiddelen alleen bij wijze van uitzonde‐ring weer invriezen. 5. 2.
4 LadenuOm de diepvriespro‐ducten direct op dedraagplateaus op tebergen: Schuifladenaar voren trekken eneruit halen. 5. 2. 5 PlateausPlateaus verplaatsenuPlateau uitnemen: vooraan optillen enuittrekken. uPlateau terugplaatsen: tot aanslaginschuiven. 5. 2. 6 VarioSpaceU kunt naast de schuifladenook de draagplateaus eruit halen. Zo maakt u plaats voor groterelevensmiddelen zoals gevogelte,vlees, groter wild en kunnenhoge producten van de bakkerijvolledig worden ingevroren enverder worden klaargemaakt. uDe schuifladen kunnen met max. 25 kg diepvriespro‐ducten worden belast. uDe plateaus kunnen elk met 35 kg diepvriesproductenworden belast. 6 Onderhoud6. 1 Handmatig ontdooienKoelgedeelte:Het koelgedeelte ontdooit automatisch. Het dooiwaterverdampt door de warmte van de compressor.
Waterdrup‐pels maar ook een dunne rijp- of ijslaag op de achterkantzijn functioneel en derhalve volledig normaal. uAfvoeropening regelmatig reinigen, zodat het dooiwaterweg kan lopen. (zie6. 2 Apparaat reinigen). Vriesgedeelte:Onderhoud10 * afhankelijk van model en uitvoering.
In het vriesgedeelte vormt zich na langere gebruiksduur eenrijp- resp. ijslaag. De vorming van een rijp- resp. ijslaag wordt in de handgewerkt door vaak de deur te openen of door warme levens‐middelen in te leggen. Een dikke ijslaag doet echter hetenergieverbruik stijgen. Daarom moet u het apparaat regel‐matig ontdooien. Ontdooiprocedure:WAARSCHUWINGApparaat op de verkeerde manier ontdooid. Verwondingen en beschadigingen. uOm het ontdooiproces te versnellen, geen mechanischehulpmiddelen of andere middelen gebruiken die niet doorde fabrikant worden aanbevolen. uGebruik voor het ontdooien geen elektrische verwar‐mings- of stoomreinigingsapparaten, open vuur ofontdooisprays. uIJs niet met scherpe voorwerpen verwijderen. uApparaat uitschakelen. uTrek de stekker uit of schakel de beveiliging uit. uBewaar de ingevroren levensmiddelen evt.
in een diep‐vrieslade, en in kranten of dekens gewikkeld, op eenkoele plaats. uPlaats een pan met heet, nietkokend water op een plateau in hetmidden. wHet ontdooien wordt versneld. uLaat de deur van het apparaat open tijdens hetontdooien. uLosgeraakte ijsstukken uitnemen. uIndien nodig neemt u het dooiwater enkele keren op meteen spons of doek. uHet apparaat reinigen. (zie6. 2 Apparaat reinigen)6. 2 Apparaat reinigenHet apparaat regelmatig reinigen. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom. Hete stoom kan brandwonden veroorzaken en de opper‐vlakken beschadigen. uGebruik geen stoomreinigers. LET OPVerkeerd reinigen kan het apparaat beschadigen. uGebruik reinigingsmiddelen niet in geconcentreerde vorm. uGebruik geen schurende of krassende sponsjes ofstaalwol. uGeen scherpe, schurende, zand-, chloor- of zuurhoudendeschoonmaakmiddelen gebruiken.
uGebruik geen chemische oplosmiddelen. uBeschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkantvan het apparaat niet. Dit is belangrijk voor de Techni‐sche Dienst. uKabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken ofbeschadigen.
uLaat geen reinigingswater in de afvoergoot, de ventilatie‐roosters en elektrische delen terecht komen. uGebruik zachte poetsdoeken en een allesreiniger met eenneutrale pH-waarde. uGebruik in de binnenruimte van het apparaat alleenlevensmiddelenvriendelijke reinigings- en onderhouds‐producten. uApparaat uitruimen. uTrek de stekker uit. uLuchttoe- en -afvoerroosters regelmatig reinigen. wStof verhoogt het energieverbruik. uUit- en inwendige oppervlaktes van kunststof met lauw‐warm water en een beetje afwasmiddel met de handreinigen. LET OPDe RVS deuren zijn behandeld met een hoogwaardige opper‐vlaktecoating en mogen niet met een onderhoudsmiddelvoor RVS worden behandeld. Dit zou het oppervlak kunnen aantasten. uGecoate deuroppervlakten en gelakte zijwanden uitslui‐tend met een zachte, schone doek afvegen. Bij sterkevervuiling een beetje water of een neutraal reinigings‐middel gebruiken.
Optioneel kan ook een microvezeldoekworden gebruikt. uRoestvrijstalen zijwanden bij vervuiling met een gebrui‐kelijke roestvrijstaalreiniger reinigen. Vervolgens hetmeegeleverde rvs onderhoudsmiddel gelijkmatig in slijp‐richting aanbrengen. uAfvoeropening reinigen: afzet‐tingen met een dun hulpmiddel,bijv. een wattenstaafje verwijderen. uDe meeste onderdelen kunnen worden gedemonteerd omte worden gereinigd: zie het desbetreffende hoofdstuk. uDe laden met lauw water en een beetje afwasmiddelhandmatig reinigen. uAndere onderdelen met lauwwarm water en een beetjeafwasmiddel met de hand reinigen. Na het reinigen:uApparaat en onderdelen droogwrijven. uApparaat weer aansluiten en inschakelen. Wanneer de temperatuur voldoende koud is:ude levensmiddelen er weer in leggen. 6.
3 Lamp van de binnenverlichtingvervangenIn het apparaat is standaard een LED-lamp aangebrachtvoor de verlichting van de binnenruimte. Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats vanopstelling moeten overeenkomen met de informatie op hettypeplaatje (zie1 Het apparaat in vogelvlucht).
Bij gebruik van een LED-lamp:qUitsluitend de originele LED-lamp van de fabrikantmax. 15 W mag worden gebruikt. De lamp kanworden verkregen via de klantenservice of de vakhandel(zie6. 4 Technische Dienst). WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door LED-lamp. De lichtintensiteit van de led-verlichting komt overeen metrisicogroep RG 2. Wanneer de afdekking wordt verwijderd:uNiet met optische lenzen vanuit de directe nabijheiddirect in de verlichting kijken. Daarbij kunnen de ogenworden beschadigd. Onderhoud* afhankelijk van model en uitvoering 11.
WAARSCHUWINGBrandgevaar door LED-lamp. Bij het gebruik van andere LED-lampen bestaat oververhit‐tings- resp. brandgevaar. uGebruik de originele LED van de fabrikant. Als de lamp defect is, moet deze op de volgende wijzeworden vervangen:uApparaat uitschakelen. uStekker lostrekken of de beveiliging uitschakelen. Fig. 10uLampafdekking volgens het voorbeeld, aan de binnen‐zijde in het voorste bereik uit elkaar drukken Fig. 10 (1)en opzij wegtrekken Fig. 10(2). uDe lamp vervangen. Fig. 10(3)uLampafdekking weer terugschuiven en laten vastklikken. 6. 4 Technische DienstControleer eerst of u de fout zelf kunt oplossen(zie 7 Storingen). Als dit niet het geval is, dient u contactop te nemen met de klantenservice. Het adres vindt u inbijgevoegd overzicht. WAARSCHUWINGOndeskundige reparatie. Verwondingen.
uReparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroom‐aansluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden(zie 6 Onderhoud) , uitsluitend door de Technische Dienstlaten uitvoeren. uBeschadigde netaansluiting alleen door de fabrikant, deklantenservice of een dergelijk gekwalificeerde persoonlaten vervangen. uBij apparaten met stekker voor koelapparaten mag ook deklant zelf de vervanging uitvoeren. uApparaataanduidingFig. 11 (1), servi‐cenr. Fig. 11 (2) enserienr. Fig. 11 (3)van het typeplaatjeaflezen. Het type‐plaatje bevindt zichaan de linkerkantbinnen in het appa‐raat. Fig. 11uContact opnemen met de Technische Dienst en hetprobleem, apparaataanduiding Fig. 11 (1), servicenr. Fig. 11(2) en serienr. Fig. 11(3) mededelen. wDit maakt een snelle en doelgerichte service mogelijk. uHet apparaat gesloten laten, totdat de Technische Dienstkomt. wDe levensmiddelen blijven langer koel.
5 Energie-efficiëntieklasse verlichtingVerlichtingEnergie-efficiëntieklasse1LichtbronDit product bevat een lichtbron met energie-efficiëntieklasse GLed1 Het apparaat kan lichtbronnen met verschillende energie-efficiëntieklassen bevatten. De laagste energie-efficiëntie‐klasse is aangegeven. 7 StoringenUw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veiligewerking en lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht erdesondanks een storing optreden, dan svp eerst controlerenof de storing door een bedieningsfout werd veroorzaakt. Indit geval moeten wij de ontstane kosten ook in de garantie‐periode in rekening brengen. Volgende storingen kunt u zelfverhelpen:ProbleemOorzaak OplossingHet apparaat func‐tioneert niet. → Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. → De stekker zit niet goed in hetstopcontact. uStekker controleren. → De zekering van het stopcontact isniet in orde.
Probleem Oorzaak Oplossing→ SuperCool is ingeschakeld. uOm de levensmiddelen snel af te koelen, draait decompressor langer. Dit is normaal. Een led aan deonderachterkantvan het appa‐raat (bij decompressor) knip‐pert regelmatig omde 15 seconden*. → De inverter is met een foutdiag‐nose led uitgevoerd. uHet knipperen is normaal. Geluiden zijn teluid. → Toerentalgeregelde* compressorenkunnen naar aanleiding vande verschillende draaisnelhedenverschillende geluiden veroor‐zaken. uHet geluid is normaal. Een borrelen enklateren→ Dit geluid komt van het koelmiddel,dat door het koelcircuit stroomt. uHet geluid is normaal. Een zacht klikken→ Het geluid ontstaat bij het automa‐tisch in- en uitschakelen van hetkoelaggregaat (de motor). uHet geluid is normaal. Een brommendgeluid. Kanvoor korte tijdiets luider zijn,wanneer hetkoelaggregaat (demotor) inschakelt.
→ Bij ingeschakelde SuperCool, nieuwopgeslagen levensmiddelen ofna lang geopende deur wordthet koelvermogen automatischverhoogd. uHet geluid is normaal. → De omgevingstemperatuur is tehoog. uOplossing: (zie1. 2 Toepassingsgebied van het apparaat)Trilgeluiden→ Het apparaat staat niet vast op devloer. Daardoor gaan voorwerpenen meubels in de buurt van hetlopende koelaggregaat trillen. uLijn het apparaat via de stelvoeten uit. uFlessen en bakken uit elkaar drukken. Het apparaat isaan de buitenkantwarm*. → De warmte van het koelmiddelcir‐cuit wordt gebruikt om condens‐water te voorkomen. uDit is normaal. Temperatuur isniet laag genoeg. → De deur is niet goed gesloten. uDeur van het apparaat sluiten. → Niet voldoende be- en ontluchting. uVentilatieroosters vrijmaken en reinigen. → De omgevingstemperatuur is tehoog. uOplossing: (zie 1. 2 Toepassingsgebied van het appa‐raat).
→ Het apparaat staat te dicht bij eenwarmtebron (fornuis, verwarmingenz. ). uVerander de standplaats van het apparaat of van dewarmtebron. De binnenverlich‐ting brandt niet. → Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. → Het lampje (levering met LED-lamp)is defect. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door LED-lamp. De lichtintensiteit van de led-verlichting komt overeen metrisicogroep RG 2. Wanneer de afdekking wordt verwijderd:uNiet met optische lenzen vanuit de directe nabijheiddirect in de verlichting kijken. Daarbij kunnen de ogenworden beschadigd. uLampje vervangen (zie6Onderhoud). Storingen* afhankelijk van model en uitvoering 13.
Probleem Oorzaak OplossingBij omgevingstem‐peraturen lagerdan 15°C wordthet apparaatbij het rechterzijwandvlak vande koelruimteplaatselijk lichtverwarmd. → Dat gebeurt bij deze functie auto‐matisch. uDit is normaal. De achtergrond‐verlichting van detoets SuperCoolknippert. → Het apparaat is voorzien van eenfoutdiagnose. uNeem contact op met de klantenservice (zie 6 Onder‐houd). 8 Uitzetten8. 1 Apparaat uitschakelenuDraai de temperatuurregelaar Fig. 3(1) op off. 8. 2 Buiten werking stellenuApparaat leegmaken. uApparaat uitschakelen (zie8 Uitzetten). uNetstekker eruit halen. uApparaat reinigen (zie6. 2 Apparaat reinigen). uLaat de deuren een stukje open staan zodat er geenonaangename geuren kunnen ontstaan. 9 Afvalverwijdering9. 1 Apparaat op afvoer voorbereidenLiebherr maakt bij sommige apparaten gebruikvan batterijen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Liebherr CUe 3331 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Liebherr
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast