Liebherr CU 2311-20 Handleiding

Liebherr Koelkast CU 2311-20

Bekijk gratis de handleiding van Liebherr CU 2311-20 (14 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 30 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Liebherr CU 2311-20 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/14
Gebruiksaanwijzing
Koel-vriescombinatie
220517 7082858 - 01
CU(sl)(ef)(ag)(fr)(wb) 2311/2811/3311 ... 1

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Liebherr
Categorie: Koelkast
Model: CU 2311-20

Handleiding Liebherr CU 2311-20 – volledige tekst

Inhoudsopgave1 Het apparaat in vogelvlucht. 21. 1 Apparaat- en uitrustingsoverzicht. 21. 2 Toepassingsgebied van het apparaat. 21. 3 Conformiteit. 31. 4 Opstelmaten. 31. 5 Energie sparen. 32 Algemene veiligheidsvoorschriften. 33 Bedienings- en controle-elementen. 53. 1 Bedienings- en controle-elementen. 54 In gebruik nemen. 54. 1 Apparaat transporteren. 54. 2 Apparaat opstellen. 54. 3 Draairichting deur veranderen. 64. 4 Inbouw in het keukenblok. 74. 5 Afvalverwerking van de verpakking. 74. 6 Apparaat aansluiten. 84. 7 Apparaat inschakelen. 85 Bediening. 85. 1 Koelgedeelte. 85. 2 Vriesgedeelte. 96 Onderhoud. 106. 1 handmatig ontdooien. 106. 2 Apparaat reinigen. 106. 3 Binnenverlichting vervangen. 116. 4 Technische Dienst. 117 Storingen. 118 Uitzetten. 128. 1 Apparaat uitschakelen. 128. 2 Buiten werking stellen. 129 Apparaat afdanken.

12De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkelingvan alle typen en modellen. Daarom vragen wij om uw begripvoor het feit dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniekmoeten voorbehouden. Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, deinstructies in deze handleiding aandachtig doorlezen a. u. b. De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingen zijnmogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparaten vantoepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*). Gebruiksaanwijzingen zijn gekenmerkt met een ,gebruiksresultaten met een. 1 Het apparaat in vogelvlucht1. 1 Apparaat- en uitrustingsoverzichtAanwijzinguLevensmiddelen zoals in de afbeelding getoond sorteren. Zo werkt het apparaat energiebesparend. uPlateaus, schuifladen of manden zijn in de geleverdetoestand voor een optimale energie-efficiëntie ingedeeld. Fig.

1 (1) (8)Schappen, verstelbaar De koudste zone van dekoelruimte, voor gevoeligeen licht bederfelijkelevensmiddelen(2) (9)Eiervakje Flessen- en blikken-houder, verschuifbaar(3) (10)Botervak Laden voor groenten, sla,fruit(4) (11)Deurvak, verstelbaar Typeplaatje(5) Aan-/uit- en tempera-tuurregelaar en binnen-verlichting(12) Hoge diepvriesladen(6) Dooiwaterafvoer Stelvoeten voor(13)(7) (14)Flessenrooster IJsblokjesbakje1. 2 Toepassingsgebied van het appa-raatGebruik volgens de voorschriftenHet apparaat is uitsluitend geschikt voor hetkoelen van levensmiddelen in een huishoude-lijke of vergelijkbare omgeving. Daartoe wordtbijv. het gebruik gerekend-in privékeukens, ontbijtgelegenheden,-door gasten in landhuizen, hotels, motels enandere accommodaties,-bij catering en vergelijkbare service in degroothandel. Alle andere toepassingen zijn niet toegestaan.

-Opslag van levende dierenVerkeerd gebruik van het apparaat kan totbeschadigingen van de opgeslagen goederenof het bederf hiervan leiden. KlimaatklassenHet apparaat kan afhankelijk van de klimaat-klasse, bij begrensde omgevingstemperaturen,worden gebruikt. De voor uw apparaat betref-fende klimaatklasse staat op het typeplaatjevermeld. AanwijzinguOm een probleemloze werking te waar-borgen, moet de aangegeven omgevingstem-peratuur worden aangehouden. Klimaat-klassevoor omgevingstemperaturen vanSN 10 °C t/m 32 °CN 16 °C t/m 32 °CST 16 °C t/m 38 °CT 16 °C t/m 43 °C1. 3 ConformiteitHet koudemiddelcircuit is gecontroleerd op dichtheid. Hetapparaat voldoet aan de desbetreffende veiligheidsvoor-schriften alsmede de richtlijnen 2014/35/EU, 2014/30/EU,2009/125/EG, 2011/65/EU en 2010/30/EU. 1. 4 OpstelmatenFig.

2 HCU(sl) 2311 1372CU(sl)(ef) 2811 1612CU(ef)(ag)(fr)(wb) 3311 1812x Bij apparaten waarbij wandafstandhouders worden meegele-verd, ligt de maat 35 mm hoger (zie 4. 2). 1. 5 Energie sparen-Let altijd op de be- en ontluchting. Dek de ventilatieope-ningen resp. -roosters niet af. -Plaats het apparaat niet naast een fornuis, verwarming ofdergelijke, en stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht. -Het energieverbruik is afhankelijk van de plaatsingsconditieszoals bijv. de omgevingstemperatuur (zie 1. 2). Bij een vande normtemperatuur afwijkende omgevingstemperatuur van25° C kan het energieverbruik veranderen. -Open het apparaat, indien mogelijk zo kort mogelijk. -Hoe lager de temperatuur wordt ingesteld, hoe hoger hetenergieverbruik. -Sorteer de levensmiddelen (zie Het apparaat in vogelvlucht). -Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt bewaren. Rijpvorming wordt voorkomen.

-Levensmiddelen zolang als nodig eruit halen, zodat ze niette warm worden. -Warme gerechten in het apparaat plaatsen: eerst op kamer-temperatuur laten afkoelen. -Diepvriesproducten in de koelruimte ontdooien. -Als in het apparaat een dikke ijsaanslag aanwezig is: Appa-raat ontdooien.

Stof verhoogt het energieverbruik:-De koelmachine met warmtewisselaar -metalen roosters aan de achterkant vanhet apparaat - eenmaal jaarlijksafstoffen. 2 Algemene veiligheidsvoor-schriftenGevaren voor de gebruiker:-Dit apparaat kan door kinderen alsmede doorpersonen met verminderde psychische,sensorische of mentale bekwaamheden ofeen gebrek aan ervaring en kennis wordengebruikt onder toezicht van een derde of metbetrekking tot het veilige gebruik van hetapparaat zijn onderwezen en de gevarenkennen en begrijpen. Kinderen mogen nietmet het apparaat spelen. De reiniging en hetonderhoud mag niet door kinderen zondertoezicht worden uitgevoerd. Kinderen van 3-8jaar mogen het apparaat inladen en uitladen. Kinderen jonger dan 3 jaar dienen uit de buurtvan het apparaat te worden gehouden, als hetapparaat niet continu onder toezicht staat.

-Als u het stroomsnoer van het apparaat uithet stopcontact trekt, altijd bij de stekkernemen. Niet aan het snoer trekken. -Trek, in geval van een storing, de stekker uithet stopcontact of schakel de beveiliging uit. -Beschadig het netsnoer niet. Gebruik hetapparaat niet wanneer het netsnoer defect is. -Reparaties, aanpassingen aan het apparaaten het vervangen van het netsnoer alleenAlgemene veiligheidsvoorschriften* afhankelijk van model en uitvoering 3.

laten uitvoeren door de Technische Dienst ofander daarvoor opgeleid vakpersoneel. -Het apparaat alleen conform de beschrijvingin de handleiding monteren, aansluiten enafvoeren. -Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldigen geef hem eventueel aan de volgende eige-naar door. -De lampen voor speciale doeleinden (gloei-lampen, led, TL-lampen) in het apparaat zijnbedoeld om de binnenruimte te verlichten enniet geschikt als kamerverlichting. Brandgevaar:-Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieu-vriendelijk, maar brandbaar. Ontsnappendkoelmiddel kan vlam vatten. •De buisleidingen van het koelmiddelcircuitniet beschadigen. •Binnenin het apparaat geen open vuur ofontstekingsbronnen gebruiken. •Binnenin het apparaat geen elektrischeapparaten gebruiken (b. v. stoomreinigers,verwarmingsapparatuur, ijsmachines enz. ).

•Wanneer er koelmiddel weglekt: Zorg datzich geen open vuur of ontstekingsbronnenin de buurt van de lekkage bevinden. Ruimte goed ventileren. Contact opnemenmet de Technische Dienst. -Geen explosieve stoffen of spuitbussen metbrandbare drijfgassen, zoals b. v. butaan,propaan, pentaan enz. in het apparaatbewaren. Zulke spuitbussen zijn herkenbaaraan de op de verpakking vermelde inhouds-stoffen of een vlammensymbool. Eventueelontsnappende gassen kunnen door elektri-sche componenten vlam vatten. -Houd brandende kaarsen, lampen en anderevoorwerpen met open vlammen uit de buurtvan het apparaat, zodat ze geen brandveroorzaken. -Alkoholische dranken of andere verpakkingendie alcohol bevatten, mogen uitsluitend goedafgesloten worden bewaard. Eventueel uittre-dende alcohol kan door elektrische compo-nenten vlam vatten. Gevaar voor vallen en omkiepen:-Plint, laden, deuren enz.

Gevaar voor bevriezingen, gevoelloosheiden pijn:-Langdurig huidcontact met koude opper-vlakken en gekoelde of ingevroren levensmid-delen vermijden of veiligheidsmaatregelentreffen, b. v. handschoenen dragen. Consumptie-ijs, met name waterijs ofijsblokjes niet onmiddellijk en niet te koudconsumeren. Gevaar voor verwonding en beschadiging:-Hete stoom kan letsel tot gevolg hebben. Voor het ontdooien geen elektrische kachel-tjes of stoomreinigers, open vuur of ontdoois-pray gebruiken. -IJs niet met scherpe voorwerpen verwijderen. Klemgevaar:-Bij het openen en sluiten van de deur niet inhet scharnier grijpen. Vingers kunnen inge-klemd raken. Symbolen op het apparaat:Het symbool kan zich op de compressorbevinden. Het heeft betrekking op de olie in decompressor en wijst op het volgende gevaar: Kanbij het inslikken en indringen in de luchtwegendodelijk zijn.

Deze aanwijzing is alleen voor hetrecyclingproces van belang. In de normale modusbestaat er geen gevaar. Neem de specifieke aanwijzingen in deoverige hoofdstukken in acht:GEVAAR duidt een direct gevaar aan, die dedood of ernstig lichamelijk letsel totgevolg kan hebben wanneer ditgevaar niet vermeden wordt. WAAR-SCHUWINGduidt een gevaarlijke situatie aan,die de dood of ernstig lichamelijkletsel tot gevolg kan hebbenwanneer dit gevaar niet vermedenwordt. VOORZICHTIGduidt een gevaarlijke situatie aan,die lichamelijk letsel tot gevolg kanhebben wanneer dit gevaar nietvermeden wordt. LET OP duidt een gevaarlijke situatie aan,die materiële schade tot gevolg kanhebben wanneer dit gevaar nietvermeden wordt. Aanwijzing geeft aan dat praktische aanwij-zingen en tips gegeven worden. Algemene veiligheidsvoorschriften4 * afhankelijk van model en uitvoering.

3 Bedienings- en controle-elementen3. 1 Bedienings- en controle-elementenFig. 3 (1) Temperatuurregelaar Schakelaar Cool-Plus(2)4 In gebruik nemen4. 1 Apparaat transporterenVOORZICHTIGGevaar voor verwonding en beschadiging door verkeerd trans-port. uHet apparaat verpakt transporteren. uHet apparaat rechtop transporteren. uHet apparaat niet alleen transporteren. 4. 2 Apparaat opstellenWAARSCHUWINGBrandgevaar door vocht. Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluitingvochtig worden, kan dat leiden tot kortsluiting. uHet apparaat is ontworpen voor gebruik in een geslotenruimte. Het apparaat niet buiten, in een vochtige omgevingof binnen bereik van spatwater plaatsen. WAARSCHUWINGBrandgevaar door kortsluiting.

Wanneer netsnoer/stekker van het apparaat of een anderapparaat en de achterzijde van het apparaat tegen elkaarliggen, kunnen netsnoer/stekker door trillen van het apparaatworden beschadigd, wat tot kortsluiting kan leiden. uApparaat zo opstellen, dat stekker of netsnoer niet tegen hetapparaat liggen. uStopcontacten die zich aan de achterzijde van het apparaatbevinden niet gebruiken om het apparaat of andere appa-raten aan te sluiten. WAARSCHUWINGBrandgevaar door koelmiddel. Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maarbrandbaar. Ontsnappend koelmiddel kan vlam vatten. uDe buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet bescha-digen. WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging. uPlaats geen warmte afgevende apparaten, bijv. magnetron,toaster enz. op het apparaat. WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging door verstopte ventilatie-openingen.

uDe ventilatieopeningen regelmatig schoonmaken. Zorg altijdvoor een goede luchttoevoer en -afvoer. LET OPGevaar voor beschadiging door condenswater. uhet apparaat niet strak naast een ander koel-/vriesapparaatzetten. qNeem bij beschadiging van het apparaat onmiddellijk - nogvoor het aansluiten - contact op met de leverancier. qDe vloer waar het apparaat komt te staan moet waterpas envlak zijn.

qStel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naasteen fornuis, verwarming of dergelijke. qHet apparaat met de achterkant en indien gewenst inclusiefde meegeleverde wandafstandhouders (zie beneden) directtegen de muur plaatsen. qHet apparaat mag alleen in onbeladen toestand wordenverschoven. qDe ondergrond van het apparaat moet dezelfde hoogtehebben als de omgeven bodem. qStel het apparaat niet op zonder hulp. qHoe meer koelmiddel R 600a er in het apparaat is, des tegroter moet de ruimte zijn, waarin het apparaat staat. In tekleine ruimtes kan bij een lek een brandbaar mengsel vangas en lucht ontstaan. Volgens de norm EN 378 moet per11 g koelmiddel R 600a de plaatsingsruimte ten minste 1 m3groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel van uw apparaat staatop het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. uHaal het aansluitsnoer van de achterzijde van het apparaat.

Verwijder hierbij de snoerhouder, anders kunnen trillingsge-luiden ontstaan. uTrek de beschermfolie van de sierlijsten. uVerwijder alle transportbeveiligingsonderdelen. Om ervoor te zorgen dat het opgegeven energieverbruik wordtbereikt, moeten de afstandhouders worden gebruikt die bijsommige apparaten zijn gevoegd. Hierdoor wordt de apparaat-diepte ca. 35 mmgroter. Het apparaat functioneert zondergebruik van de afstandhouders goed en volledig, maar heefteen iets hoger energieverbruik. uBij een apparaat met meegeleverde wandafstandhoudersmoeten deze wandafstandhouders aan de achterkant vanhet apparaat links en rechts boven de compressor wordengemonteerd. uVoer de verpakking af (zie 4. 5). Bedienings- en controle-elementen* afhankelijk van model en uitvoering 5.

uStel het apparaat met demeegeleverde steeksleutel enmet behulp van de stelpootjes(A) en een waterpas stevig envlak op. AanwijzinguApparaat reinigen (zie 6. 2). Als het apparaat in een erg vochtige omgeving staat, kan ercondens worden gevormd op de buitenkant van het apparaat. uZorg altijd goed voor een goede ventilatie van de plaatsings-ruimte. 4. 3 Draairichting deur veranderenIndien nodig kunt u de draairichting van de deur veranderen:Controleer of volgend gereedschap klaar ligt:qTorx® 15qTorx® 25qschroevendraaierqeventueel accuschroevendraaierqeventueel een tweede persoon voor de montage4. 3. 1 Bovenste deur afnemenAanwijzinguVerwijder levensmiddelen uit de deurvakken voordat de deurwordt afgenomen, zodat er geen levenmiddelen uit vallen. Fig. 4 uAfdekking Fig. 4 (1) naar voren en boven wegtrekken. uAfdekking Fig. 4 (2) eraf nemen.

6 (26)losschroeven, terugplaatsen in het tegenoverliggende opna-megat van het lagerbok en weer vastschroeven. uAfdekplaat Fig. 6 (25) voorzichtig verwijderen en terug-plaatsen op de andere zijde. uLagerbok onder Fig. 6 (23) volledig met lagerboutenFig. 6 (24), schijf Fig. 6 (26) en stelvoet Fig. 6 (22) weer opde nieuwe scharnierzijde evt. met behulp van een accuboor-machine vastschroeven (met 4 Nm). 4. 3. 5 Grepen overzettenuStop Fig. 7 (30) uit de deurlagerbus heffen en omzetten. In gebruik nemen6 * afhankelijk van model en uitvoering.

Fig. 7 uDeurgreep Fig. 7 (31), stop Fig. 7 (32) en drukplaatFig. 7 (33) demonteren en terugplaatsen op de andere zijde. uBij het monteren van de drukplaten op de andere zijdeopletten of ze goed vastklikken. 4. 3. 6 Onderste deur monterenuOnderste deur van bovenaf op scharnierpen Fig. 6 (24)plaatsen. uSluit de deur. uMiddelste scharnierblok Fig. 5 (13) 180° gedraaid in deonderste deur plaatsen en met bevestigingsboutenFig. 5 (11)(2 maal Torx® 25) op de nieuwe scharnierkantstevig (met 4 Nm) aandraaien. uKunststof ring Fig. 5 (10) weer aanbrengen. 4. 3. 7 Bovenste deur monterenuBovenste deur op het middelste scharnierblok Fig. 5 (13)plaatsen. uPlaats de bovenste lagerbus Fig. 4 (3) aan de nieuwe schar-nierkant in de deur. uBovenste lagerbok vastschroeven (met 4 Nm)(2 keerTorx® 25) Fig. 4 (4). Eventueel een accuboormachinegebruiken. uAfdekking Fig.

4 (1) aan de andere kant buiten plaatsen envastklikken. uAfdekking Fig. 4 (2) steeds aan de andere kant van bovenafplaatsen en vastklikken. uStelpoot Fig. 6 (22) van onderste scharnierblok Fig. 6 (23)eruit draaien, tot deze de vloer raakt. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door eruit vallende deur. Als de lageronderdelen niet goed zijn vastgeschroefd, kan dedeur eruit vallen. Dit kan zwaar letsel tot gevolg hebben. Bovendien sluit de deur evt. niet, zodat het apparaat niet goedkoelt. uDe lagerbussen met 4 Nm goed vastschroeven. uAlle schroeven controleren en evt. aandraaien. 4. 4 Inbouw in het keukenblokFig. 8 (1) (3)Opbouwkast Keukenkast() (4)Apparaat Wandx Bij apparaten met meegeleverde wandafstandhouders wordtde afmeting 35 mm groter. (zie 4. 2). Het apparaat kan in keukenkasten worden ingebouwd. Om hetapparaat Fig.

8 (2) aan de hoogte van het keukenblok aan tepassen, kan boven het apparaat een opzetkast Fig. 8 (1)worden aangebracht. Bij een ombouw met keukenkasten (diepte max. 580 mm) kanhet apparaat direct naast de keukenkast Fig. 8 (3) wordengeplaatst.

Het apparaat steekt aan de zijkant 34 mmx en in hetmidden 50 mmx uit ten opzichte van het keukenkastfront. -Houd achter de gehele breedte van de opbouwkast eenruimte van minstens 50 mm diepte vrij voor luchtafvoer. -De ontluchtingsdoorsnede onder het plafond moet minimaal300 cm2 bedragen. -Hoe groter de ventilatieruimte, hoe energiezuiniger hetapparaat werkt. Plaatst u het apparaat met de scharnierkant naast een muurFig. 8 (4), dan moet de afstand tussen apparaat en muurminstens 40 mm bedragen. Dit in verband met het uitstekenvan de deurgreep bij een geopende deur. 4. 5 Afvalverwerking van de verpakkingWAARSCHUWINGGevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie. uKinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen.

-Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met polyethy-leen*uBreng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamel-punt. 4. 6 Apparaat aansluitenLET OPVerkeerd aansluiten. Beschadiging van de elektronica. uGeen omvormer gebruiken. uGeen energiespaarstekker gebruiken. WAARSCHUWINGVerkeerd aansluiten. Brandgevaar. uGeen verlengkabel gebruiken. uGeen verdeeldozen gebruiken. Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats vanbestemming moeten met de informaties op het typeplaatje (zieHet apparaat in vogelvlucht) overeenstemmen. Het stopcontact moet volgens de voorschriften zijn geaard eneen elektrische beveiliging bevatten. De afschakelstroom vande zekering moet liggen tussen 10 A en 16 A. Het stopcontact moet gemakkelijk toegankelijk zijn, zodat destroomvoorziening van het apparaat in geval van nood snel kanworden onderbroken. Het mag zich niet achter het apparaatbevinden.

uElektrische aansluiting controleren. uSteek de stekker in het stopcontact. 4. 7 Apparaat inschakelenSchakel het apparaat in ongeveer 2 uur voor u er voor het eerstdiepvriesproducten in legt. uTemperatuurregelaar Fig. 3 (1) naar rechts van stand 0 naarstand 3 draaien. wDe binnenverlichting brandt. 5 Bediening5. 1 KoelgedeelteDoor de natuurlijke luchtcirculatie in het koelgedeelte ontstaaner verschillende temperatuurbereiken. Direct boven de groente-lades en tegen de achterkant is het het koudste. Voorin aan debovenkant en in de deur is het het warmste. 5. 1. 1 Levensmiddelen koelenuBederfelijke etenswaren, bereide gerechten, vlees en vlees-waren bewaart u in de koudste zone. In het bovengedeelteen in de deur boter en conserven bewaren. (zie Het appa-raat in vogelvlucht)uGebruik om te verpakken herbruikbare dozen van kunststof,metaal, aluminium, glas en vershoudfolie.

uLevensmiddelen die veel ethyleengas afgeven of daargevoelig voor zijn, zoals fruit, groenten en salades, altijdapart bewaren of verpakken, om de bewaartijd niet teverkorten; bijv. tomaten niet samen bewaren met kiwi's ofkool. uLeg de levensmiddelen niet te dicht bij elkaar, zodat de luchtgoed kan circuleren. uFlessen tegen omvallen beveiligen: de flessenhouderverschuiven. 5. 1. 2 Temperatuur instellenDe temperatuur is instelbaar tussen 1 (warmste temperatuur,laagste koelvermogen) en 7 (koudste temperatuur, hoogstekoelvermogen). Wij raden u de middelste stand aan, zodat de gemiddeldetemperatuur in de koelruimte ca. 5 °C bedraagt. Als er diepvriesproducten worden bewaard en de lage diep-vriestemperaturen gegarandeerd moeten zijn, is het aan teraden de temperatuurregelaar op stand „4” tot „7” in te stellen.

Bij de instelling „7” is het mogelijk in de koudste zone van hetkoelgedeelte temperaturen onder 0 °C te bereiken. In het vriesvak is de gemiddelde temperatuur dan ca. –18 °C. uTemperatuurregelaar Fig. 3 (1) draaien. De temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren:- hoe vaak de deur wordt geopend- de temperatuur van de ruimte waar het apparaat staat- soort, temperatuur en hoeveelheid ingevroren levensmid-delenuEventueel de temperatuur met de regelaar aanpassen. 5. 1. 3 Functie CoolPlusBij lage kamertemperaturen van 18 °C of minder:uSchakelaar Cool-Plus Fig. 3 (2) indrukken. wDe lage temperaturen in het vriesvak worden gegarandeerd. Als de kamertemperatuur weer hoger is dan 18 °C:uschakelaar Cool-Plus Fig. 3 (2) handmatig uitschakelen. AanwijzinguBij normale ruimtetemperaturen, hoger dan 18 °C, is hetinschakelen nodig, de Cool-Plus-schakelaar moet dannietuitgeschakeld zijn. 5. 1.

4 DraagplateausPlateaus verplaatsen of uitnemenDe plateaus zijn door uittrekstops beveiligd tegen ongewilduittrekken. Fig. 9 uTil het plateau op en trek het een stuk naar voren. uVerstel het plateau in de hoogte. Verschuif daarvoor deuitsparingen langs de geleiders.

uOm het plateau helemaal uit te nemen, moet het schuinworden gezet en er naar voren toe uit worden getrokken. uDraagplateau inschuiven, met de aanslagrand aan deachterzijde en naar boven toe wijzend. wDe levensmiddelen vriezen niet aan de achterwand vast. uDe flessenhouder kan op elke hoogte worden ingeschoven,maar niet helemaal onderaan. Draagplateaus demonterenuDe plateaus kunnen wordengedemonteerd om teworden gereinigd. Bediening8 * afhankelijk van model en uitvoering.

5. 1. 5 Deelbare draagplateau gebruikenVOORZICHTIGGevaar voor snijwonden. Het plateau kan breken. U kunt zich snijden aan de scherven. uAlleen lege plateaus uitnemen. Fig. 10 uDe glasplaat met aanslagrand (2) moet achteraan liggen. uDe glasplaat (1) met de uittrekstoppers moet vooraanliggen, zodat de stoppers (3) naar beneden wijzen. In de hoogte verstellen:uGlasplaten één voor één naar voren toe naar buiten trekken. uSteun uit vergrendeling trekken en op de gewenste hoogtevastklikken. Beide oppervlakken gebruiken:uBovenste glasplaat omhoog tillen, onderste glasplaat naarvoren trekken. 5. 1. 6 OpbergvakkenOpbergvakken verwijderen. Fig. 11 Opbergvakken demonterenFig. 12 uDe opbergvakken kunnen worden gedemonteerd om teworden gereinigd. 5. 2 VriesgedeelteIn het vriesgedeelte kunt u diepvriesproducten of ingevrorenlevensmiddelen bewaren, ijsblokjes maken en verse levens-middelen invriezen.

5. 2. 1 Levensmiddelen invriezenU kunt maximaal zo veel kilo verse levensmiddelen binnen24 uur invriezen, als op het typeplaatje (zie Het apparaat invogelvlucht) onder „Invriescapaciteit. kg/24h” is aangegeven. De laden kunnen elk met max. 25 kg diepvriesproducten, deplateaus elk met max. 35 kg worden belast. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding door glasscherven. Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen. Ditgeldt met name voor koolzuurhoudend drinken. uFlessen en blikjes met drinken niet invriezen. u24 u voor het invriezen zet u de temperatuur op een gemid-delde tot koude stand. uCool-Plus inschakelen: toets Cool-Plus Fig. 3 (2) indrukken. wDe temperatuur daalt; het apparaat werkt met maximalekoeling. Om de levenmiddelen snel door en door te laten bevriezen,mag u de volgende hoeveelheden per verpakking niet over-schrijden:- fruit, groente max. 1 kg- vlees max.

uLeg de levensmiddelen breed op de grond van het vak enbreng ze niet in aanraking met reeds bevroren producten,zodat deze niet beginnen te dooien. uStel de temperatuur 24 u na het invriezen opnieuw hoger in. Indien de kamertemperatuur hoger is dan 18 °C:uCool-Plus uitschakelen: toets Cool-Plus Fig. 3 (2) indrukken. 5. 2. 2 BewaartijdenRichtwaardes voor de opslagduur van de verschillendelevensmiddelen in het vriesgedeelte:Consumptie-ijs 2 tot 6 maandenWorst, ham 2 tot 6 maandenBrood en banket 2 tot 6 maandenWild, varkensvlees 6 tot 10 maandenVis, vet 2 tot 6 maandenVis, mager 6 tot 12 maandenKaas 2 tot 6 maandenGevogelte, rundvlees 6 tot 12 maandenGroente, fruit 6 tot 12 maandenDe aangegeven bewaartijden zijn richtwaardes. 5. 2.

3 Levensmiddelen ontdooien- in het koelgedeelte- in een magnetron- in een oven/heteluchtoven- bij kamertemperatuuruNeem alleen zoveel levensmiddelen als u nodig heeft. Ontdooide levensmiddelen zo snel mogelijk verwerken. uOntdooide levensmiddelen alleen bij wijze van uitzonderingweer invriezen. Bediening* afhankelijk van model en uitvoering 9.

5. 2. 4 LadenuOm diepvriesproducten direct op de draagplateaus tebewaren: trek de schuiflade naar voren en haal de lade uit. 5. 2. 5 PlateausuPlateau uitnemen: vooraan optillen enuittrekken. uPlateau terugplaatsen: tot aanslaginschuiven. 5. 2. 6 VarioSpaceNaast de schuifladen kunt u tevensde plateaus verwijderen. Zo creëertu plaats voor levensmiddelen vangroot formaat. Gevogelte, vlees,groot wild en hoog gebak kunnengeheel en al worden ingevroren enlater verder verwerkt. uDe laden kunnen elk met max. 25 kg diepvriesproducten, deplateaus elk met max. 35 kgworden belast. 6 Onderhoud6. 1 handmatig ontdooienKoelgedeelte:Het ontdooit automatisch. Het dooiwaterkoelgedeelteverdampt door de vrijkomende warmte van de compressor. Waterdruppels op de achterwand zijn normaal en wijzen niet opeen storing. uAfvoeropening regelmatig reinigen, zodat het dooiwater wegkan lopen (zie 6. 2).

Vriesgedeelte:In het vormt zich na langere gebruiksduur eenvriesgedeelterijp- resp. ijslaag. De vorming van een rijp- resp. ijslaag wordt in de hand gewerktdoor vaak de deur te openen of door warme levensmiddelen inte leggen. Een dikkere ijslaag verhoogt echter het energiever-bruik. Daarom moet u het apparaat regelmatig ontdooien. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding en beschadiginguGeen mechanische hulpmiddelen of andere middelengebruiken die niet door de fabrikant werden aanbevolen, omhet ontdooien te versnellen. uVoor het ontdooien geen elektrische kacheltjes of stoomrei-nigers, open vuur of ontdooispray gebruiken. uIJs niet met scherpe voorwerpen verwijderen. uDe buisleidingen van het koudemiddelcircuit niet bescha-digen. uSchakel het apparaat uit. uTrek de stekker uit of schakel de beveiliging uit. uBewaar de ingevroren levensmiddelen evt.

in een diepvries-lade, en in kranten of dekens gewikkeld, op een koeleplaats. uPlaats een pan met heet, niet kokendwater op een plateau in het midden. wHet ontdooien wordt versneld. wDooiwater wordt in de lades opgevangen.

uLaat tijdens het ontdooien de deur van het apparaat openstaan. uLosgeraakte ijsstukken uitnemen. uDooiwater evt. meerdere keren met een spons of doekopnemen. uHet apparaat reinigen (zie 6. 2). 6. 2 Apparaat reinigenWAARSCHUWINGGevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom. Hete stoom kan brandwonden veroorzaken en de opper-vlakken beschadigen. uGebruik geen stoomreinigers. LET OPVerkeerd reinigen kan het apparaat beschadigen. uGebruik reinigingsmiddelen niet in geconcentreerde vorm. uGebruik geen schurende of krassende sponsjes of staalwol. uGeen scherpe, schurende, zand-, chloor- of zuurhoudendeschoonmaakmiddelen gebruiken. uGebruik geen chemische oplosmiddelen. uBeschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkantvan het apparaat niet. Dit is belangrijk voor de TechnischeDienst. uKabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken ofbeschadigen.

uLaat geen reinigingswater in de afvoergoot, de ventilatie-roosters en elektrische delen terecht komen. uGebruik zachte poetsdoeken en een allesreiniger met eenneutrale pH-waarde. uGebruik in de binnenruimte van het apparaat alleen levens-middelenvriendelijke reinigings- en onderhoudsproducten. uApparaat uitruimen. uTrek de stekker uit. uLuchttoe- en -afvoerroosters regelmatig reinigen. wStof verhoogt het energieverbruik. uUit- en inwendige oppervlaktes van kunststof met lauw-warm water en een beetje afwasmiddel met de handreinigen. LET OPBeschadigingsgevaar door reinigingsmiddelen voor roestvrijstaal. De en zijnroestvrijstalen deuren roestvrijstalen zijwandenbehandeld met een hoogwaardige oppervlakcoating. Reinigingsmiddelen voor roestvrij staal tasten de oppervlakkenaan.

uGecoate deur- en zijwandoppervlakken gelakte alsmede deur- en zijwandoppervlakken uitsluitend afvegen meteen zachte, schone doek. Bij sterke vervuiling een beetjewater of een neutraal reinigingsmiddel gebruiken. Optioneelkan ook een microvezeldoek worden gebruikt. Onderhoud10 * afhankelijk van model en uitvoering.

uAfvoeropening reinigen: afzettingenmet een dun hulpmiddel, bijv. eenwattenstaafje verwijderen. uDe meeste kunnen worden gedemonteerd omonderdelente worden gereinigd: zie het desbetreffende hoofdstuk. uOnderdelen met lauwwarm water en een beetje afwas-middel met de hand reinigen. Na het reinigen:uApparaat en onderdelen droogwrijven. uApparaat weer aansluiten en inschakelen. Wanneer de temperatuur voldoende koud is:ude levensmiddelen er weer in leggen. 6. 3 Binnenverlichting vervangenIn het apparaat is standaard een LED-lamp aangebracht voorde verlichting van de binnenruimte. Bij gebruik van een gloeilamp:qEen gloeilamp met max. 15 W en fitting E14 gebruiken. qStroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats vanopstelling moeten overeenkomen met de informatie op hettypeplaatje (zie Het apparaat in vogelvlucht).

Bij gebruik van een LED-lamp:qUitsluitend de originele LED-lamp van de fabrikant magworden gebruikt. De lamp kan worden verkregen via deklantenservice of de vakhandel (zie 6. 4). WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door LED-lamp. De lichtintensiteit van de LED-verlichting komt overeen met delaserklasse 1/1M. Wanneer de afdekking wordt verwijderd:uNiet met optische lenzen vanuit de directe nabijheid direct inde verlichting kijken. Daarbij kunnen de ogen wordenbeschadigd. WAARSCHUWINGBrandgevaar door LED-lamp. Bij het gebruik van andere LED-lampen bestaat oververhittings-resp. brandgevaar. uGebruik de originele LED van de fabrikant. Als de lamp defect is, moet deze op de volgende wijzeworden vervangen:uSchakel het apparaat uit. uSteek uw hand in het afdekkapjevan de lamp. uAfdekkapje volgens afbeelding,binnen, aan de voorkant uitelkaar drukken en zijdelingswegtrekken. uDe lamp vervangen.

uSchuif het afdekkapje terug tothet vastklikt. 6. 4 Technische DienstProbeer eerst of u de storing zelf kunt verhelpen (zieStoringen). Mocht dit niet het geval zijn, neem dan contact opmet de Technische Dienst. Het adres vindt u in het bijgevoegdoverzicht.

WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door onvakkundige reparatie. uReparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroomaan-sluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden (zie Onder-houd), uitsluitend door de Technische Dienst latenuitvoeren. uApparaataanduidingFig. 13 (1), service-nr. Fig. 13 (2) en serie-nr. Fig. 13 (3) van hettypeplaatje aflezen. Het typeplaatjebevindt zich aan delinkerkant binnen inhet apparaat. Fig. 13 uContact opnemen met de Technische Dienst en hetprobleem, apparaataanduiding Fig. 13 (1), service-nr. Fig. 13 (2) en serie-nr. Fig. 13 (3) mededelen. wDit maakt een snelle en doelgerichte service mogelijk. uHet apparaat gesloten laten, totdat de Technische Dienstkomt. wDe levensmiddelen blijven langer koel. uTrek de stekker uit het stopcontact (daarbij niet aan hetsnoer trekken) of de draai de zekering uit.

7 StoringenUw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veiligewerking en lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht erdesondanks een storing optreden, dan svp eerst controleren ofde storing door een bedieningsfout werd veroorzaakt. In ditgeval moeten wij de ontstane kosten ook in de garantieperiodein rekening brengen. Volgende storingen kunt u zelf verhelpen:Het apparaat functioneert niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. →De stekker zit niet goed in het stopcontact. uStekker controleren. →De zekering van het stopcontact is niet in orde. uZekering controleren. De compressor blijft lopen. →De compressor schakelt bij een verminderde koudebe-hoefte over op een lager toerental. Hoewel de looptijd daar-door langer is, wordt energie bespaard. uDat is bij energiebesparende modellen normaal.

Een led aan de onderachterkant van het apparaat (bij decompressor) knippert regelmatig om de 15 seconden*. →De inverter is met een foutdiagnose led uitgevoerd. uHet knipperen is normaal. Geluiden zijn te luid.

uHet geluid is normaal. Een zacht klikken→Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelenvan het koelaggregaat (de motor). uHet geluid is normaal. Een brommend geluid. Kan voor korte tijd iets luider zijn,wanneer het koelaggregaat (de motor) inschakelt. →Bij nieuw opgeslagen levensmiddelen of na lang geopendedeur wordt het koelvermogen automatisch verhoogd. uHet geluid is normaal. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uOplossing: (zie 1. 2)Vibratiegeluiden. →Het apparaat staat niet stabiel op de grond. Door het draai-ende koelaggregaat beginnen aangrenzende meubels envoorwerpen te trillen. uStel het apparaat af m. b. v. de stelpootjes. uFlessen en containers uit elkaar zetten. Het apparaat is aan de buitenkant warm*. →De warmte van het koelmiddelcircuit wordt gebruikt omcondenswater te voorkomen. uDit is normaal. Temperatuur is niet laag genoeg. →De deur is niet goed gesloten.

uDeur van het apparaat sluiten. →Niet voldoende be- en ontluchting. uVentilatieroosters vrijmaken en reinigen. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uOplossing: (zie 1. 2). →Het apparaat werd te vaak of te lang geopend. uAfwachten of de benodigde temperatuur weer vanzelf wordtbereikt. Zo niet, contact opnemen met de TechnischeDienst (zie Onderhoud). →Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron (fornuis,verwarming enz. ). uVerander de standplaats van het apparaat of van de warm-tebron. De binnenverlichting brandt niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. →De verlichting (levering met LED-verlichting) is defect. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door LED-lamp. De lichtintensiteit van de LED-verlichting komt overeen met delaserklasse 1/1M. Wanneer de afdekking wordt verwijderd:uNiet met optische lenzen vanuit de directe nabijheid direct inde verlichting kijken.

Bij omgevingstemperaturen lager dan 18 °C wordt hetapparaat bij het rechter zijwandvlak van de koelruimteplaatselijk licht verwarmd. →Dat gebeurt bij deze functie automatisch. uDit is normaal. 8 Uitzetten8. 1 Apparaat uitschakelenuTemperatuurregelaar Fig. 3 (1) op 0 draaien. 8. 2 Buiten werking stellenuApparaat leegmaken. uApparaat uitschakelen (zie Uitzetten). uNetstekker eruit halen. uApparaat reinigen (zie 6. 2). uLaat de deuren een stukje open staan zodat er geen onaan-gename geuren kunnen ontstaan. 9 Apparaat afdankenHet apparaat bevat nog waardevolle materialen enmag niet met het gewoon huis- of grofvuil wordenmeegegeven. Het recyclen van afgedankte appa-raten moet vakkundig gebeuren overeenkomstig deplaatselijk geldende voorschriften en wetten.

Let erop dat bij het afvoeren van het afgedankte apparaat hetkoelmiddelcircuit niet wordt beschadigd, zodat het koelmiddel(informatie op het typeplaatje) of de olie erin niet ongewild vrij-komen. uApparaat onbruikbaar maken. uTrek de stekker uit. uSnijd het aansluitsnoer door. Uitzetten12 * afhankelijk van model en uitvoering.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Liebherr CU 2311-20 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden