Liebherr CTPsl 2921-20 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Liebherr CTPsl 2921-20 (12 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 12 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Liebherr CTPsl 2921-20 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Liebherr |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | CTPsl 2921-20 |
| Apparaatplaatsing: | Vrijstaand |
| Soort bediening: | Draaiknop |
| Kleur van het product: | Zilver |
| Deurscharnieren: | Rechts |
| Ingebouwd display: | Nee |
| Gewicht: | 61500 g |
| Breedte: | 550 mm |
| Diepte: | 630 mm |
| Hoogte: | 1571 mm |
| Netbelasting: | 161 W |
| Geluidsniveau: | 40 dB |
| Jaarlijks energieverbruik: | 184 kWu |
| Energie-efficiëntieklasse (oud): | A++ |
| Brutocapaciteit vriezer: | 53 l |
| Nettocapaciteit vriezer: | 52 l |
| Vriescapaciteit: | 4 kg/24u |
| Ontdooifunctie: | Ja |
| Materiaal behuizing: | Staal |
| Draairichting deur verwisselbaar: | Ja |
| Nettocapaciteit koelkast: | 216 l |
| Brutocapaciteit koelkast: | 225 l |
| No Frost (koelkast): | Nee |
| Koelkast binnenverlichting: | Ja |
| Soort lamp: | LED |
| Aantal planken koelkast: | 4 |
| Aantal groente lades: | 1 |
| Vriezer positie: | Boven |
| No Frost (vriezer): | Nee |
| Bewaartijd bij stroomuitval: | 24 uur |
| Aantal planken vriezer: | 1 |
| Aantal sterren: | 4* |
| Totale nettocapaciteit: | 268 l |
| Eierenrekje: | Ja |
| Flessenrek: | Ja |
| No Frost system: | Nee |
| Totale brutocapaciteit: | 278 l |
| Plankmateriaal: | Gehard glas |
| Vers zone compartiment: | Nee |
| Aantal compressoren: | 1 |
| Klimaatklasse: | SN-T |
| Vormfactor: | Staand |
| Water dispenser: | Nee |
| Ijsblokjeshouder: | Ja |
Handleiding Liebherr CTPsl 2921-20 – volledige tekst
Inhoudsopgave1 Het apparaat in vogelvlucht. 21. 1 Apparaat- en uitrustingsoverzicht. 21. 2 Toepassingen van het apparaat. 21. 3 Conformiteit. 31. 4 Opstelmaten. 31. 5 Energie sparen. 32 Algemene veiligheidsvoorschriften. 33 Bedienings- en controle-elementen. 43. 1 Bedienings- en controle-elementen. 44 In gebruik nemen. 44. 1 Apparaat transporteren. 44. 2 Apparaat opstellen. 54. 3 Draairichting deur veranderen. 64. 4 Inbouw in het keukenblok. 74. 5 Afvalverwerking van de verpakking. 74. 6 Apparaat aansluiten. 74. 7 Apparaat inschakelen. 75 Bediening. 75. 1 Koelgedeelte. 75. 2 Vriesgedeelte. 86 Onderhoud. 96. 1 handmatig ontdooien. 96. 2 Apparaat reinigen. 96. 3 Binnenverlichting vervangen. 106. 4 Technische Dienst. 107 Storingen. 108 Uitzetten. 118. 1 Apparaat uitschakelen. 118. 2 Buiten werking stellen. 119 Apparaat afdanken.
11De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkelingvan alle typen en modellen. Daarom vragen wij om uw begripvoor het feit dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniekmoeten voorbehouden. Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, deinstructies in deze handleiding aandachtig doorlezen a. u. b. De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingen zijnmogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparaten vantoepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*). Gebruiksaanwijzingen zijn gekenmerkt met een ,gebruiksresultaten met een. 1 Het apparaat in vogelvlucht1. 1 Apparaat- en uitrustingsoverzichtAanwijzinguLevensmiddelen zoals in de afbeelding getoond sorteren. Zo werkt het apparaat energiebesparend. uPlateaus, schuifladen of manden zijn in de geleverdetoestand voor een optimale energie-efficiëntie ingedeeld. Fig.
1 (1) (8)Vriesvak, glazen schap Deuropbergvak voor hogeflessen(2) Deuropbergvak, verstel-baar, aantal afhankelijkvan het model(9) Groentelade(3) (10)Flessenrek Typeplaatje(4) Schap, verstelbaar,aantal afhankelijk vanhet model(11) Stelpoten voor(5) Thermostaatbehuizing,binnenverlichting(12) Eiervakje(6) (13)Afvoeropening IJsblokjeshouder(7) Koudste zone1. 2 Toepassingen van het apparaatHet apparaat is alleen geschikt voor het koelenvan levensmiddelen in huishoudelijke of soort-gelijke omgeving. Hiertoe behoort bijvoorbeeldhet gebruik-in personeelskeukens, bed and breakfasts,-door gasten in landhuizen, hotels, motels, enandere onderkomens,-voor catering en soortgelijke diensten in degroothandelGebruik het apparaat alleen voor huishoudelijketoepassingen. Alle andere toepassingen zijnniet toegestaan.
Het apparaat is niet geschiktvoor het bewaren en koelen van medicijnen,bloedplasma, laboratoriumpreparaten en derge-lijke stoffen en producten als genoemd in derichtlijn inzake medische hulpmiddelen2007/47/EG. Misbruik van het apparaat kanleiden tot schade aan bewaarde producten oftot bederf ervan. Daarnaast is het apparaat nietgeschikt voor gebruik op plaatsen waar ontplof-fingsgevaar kan heersen. Het apparaat is volgens de klimaatklassegebouwd voor gebruik bij bepaalde omgevings-Het apparaat in vogelvlucht2 * afhankelijk van model en uitvoering.
2 A C D E G HCTP(sl)2121 550 559 1128x630x616x1241CTP(sl)2521 550 559 1128x630x616x1401CTPsl2541 550 559 1128x630x616x1401CTP(sl)2921 550 559 1128x630x616x1571x Bij apparaten waarbij wandafstandhouders worden meegele-verd, ligt de maat 35 mm hoger (zie 4. 2). 1. 5 Energie sparen-Zorg altijd voor een goede luchttoevoer en -afvoer. Ventila-tieopeningen resp. -roosters niet afdekken. -Stel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naasteen fornuis, verwarming of dergelijke. -Het energieverbruik is afhankelijk van opstellingsomstandig-heden b. v. de omgevingstemperatuur (zie 1. 2). -Open het apparaat zo kort mogelijk. -Hoe lager de temperatuur wordt ingesteld, des te hoger ishet energieverbruik. -Zet de levensmiddelen soort bij soort. (zie Het apparaat invogelvlucht). -Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt opslaan. Rijpvorming wordt vermeden.
-Levensmiddelen slechts zolang als nodig buiten het appa-raat laten staat, zodat ze niet te warm worden. -Warme gerechten in de kast plaatsen: eerst laten afkoelentot kamertemperatuur. -Diepvriesproducten in de koelruimte laten ontdooien. -Wanneer het apparaat een dikke rijplaag heeft: apparaatontdooien.
Stof doet het energieverbruik toenemen:-de koelmachine met warmtewisselaar -metalen rooster aan de achterkant vanhet apparaat - eens per jaar afstoffen. 2 Algemene veiligheidsvoor-schriftenGevaren voor de gebruiker:-Dit apparaat kan door kinderen vanaf 8 jaaren ouder, evenals door personen metbeperkte fysische, sensorische of mentalecapaciteiten of gebrek aan ervaring en kennisworden gebruikt, wanneer ze onder toezichtstaan of m. b. t. het veilige gebruik van hetapparaat instructies hebben gekregen en dedaaruit voortvloeiende gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaatspelen. Kinderen mogen het apparaat nietzonder toezicht reinigen en onderhouden. -Als u het stroomsnoer van het apparaat uithet stopcontact trekt, altijd bij de stekkernemen. Niet aan het snoer trekken. -Trek, in geval van een storing, de stekker uithet stopcontact of schakel de beveiliging uit.
-Beschadig het netsnoer niet. Gebruik hetapparaat niet wanneer het netsnoer defect is. -Reparaties, aanpassingen aan het apparaaten het vervangen van het netsnoer alleenlaten uitvoeren door de Technische Dienst ofander daarvoor opgeleid vakpersoneel. -Het apparaat alleen conform de beschrijvingin de handleiding monteren, aansluiten enafvoeren. -Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldigen geef hem eventueel aan de volgende eige-naar door. Algemene veiligheidsvoorschriften* afhankelijk van model en uitvoering 3.
-De lampen voor speciale doeleinden (gloei-lampen, led, TL-lampen) in het apparaat zijnbedoeld om de binnenruimte te verlichten enniet geschikt als kamerverlichting. Brandgevaar:-Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieu-vriendelijk, maar brandbaar. Ontsnappendkoelmiddel kan vlam vatten. •De buisleidingen van het koelmiddelcircuitniet beschadigen. •Binnenin het apparaat geen open vuur ofontstekingsbronnen gebruiken. •Binnenin het apparaat geen elektrischeapparaten gebruiken (b. v. stoomreinigers,verwarmingsapparatuur, ijsmachines enz. ). •Wanneer er koelmiddel weglekt: Zorg datzich geen open vuur of ontstekingsbronnenin de buurt van de lekkage bevinden. Ruimte goed ventileren. Contact opnemenmet de Technische Dienst. -Geen explosieve stoffen of spuitbussen metbrandbare drijfgassen, zoals b. v. butaan,propaan, pentaan enz. in het apparaatbewaren.
Zulke spuitbussen zijn herkenbaaraan de op de verpakking vermelde inhouds-stoffen of een vlammensymbool. Eventueelontsnappende gassen kunnen door elektri-sche componenten vlam vatten. -Houd brandende kaarsen, lampen en anderevoorwerpen met open vlammen uit de buurtvan het apparaat, zodat ze geen brandveroorzaken. -Alkoholische dranken of andere verpakkingendie alcohol bevatten, mogen uitsluitend goedafgesloten worden bewaard. Eventueel uittre-dende alcohol kan door elektrische compo-nenten vlam vatten. Gevaar voor vallen en omkiepen:-Plint, laden, deuren enz. niet als voetensteunof om te leunen misbruiken. Dit geldt in hetbijzonder voor kinderen. Gevaar voor voedselvergiftiging:-Te lang opgeslagen levensmiddelen nietmeer nuttigen.
Voor het ontdooien geen elektrische kachel-tjes of stoomreinigers, open vuur of ontdoois-pray gebruiken. -IJs niet met scherpe voorwerpen verwijderen. Neem de specifieke aanwijzingen in deoverige hoofdstukken in acht:GEVAAR duidt een direct gevaar aan, die dedood of ernstig lichamelijk letsel totgevolg kan hebben wanneer ditgevaar niet vermeden wordt. WAAR-SCHUWINGduidt een gevaarlijke situatie aan,die de dood of ernstig lichamelijkletsel tot gevolg kan hebbenwanneer dit gevaar niet vermedenwordt. VOOR-ZICHTIGduidt een gevaarlijke situatie aan,die lichamelijk letsel tot gevolg kanhebben wanneer dit gevaar nietvermeden wordt. LET OP duidt een gevaarlijke situatie aan,die materiële schade tot gevolg kanhebben wanneer dit gevaar nietvermeden wordt. Aanwijzing geeft aan dat praktische aanwij-zingen en tips gegeven worden. 3 Bedienings- en controle-elementen3.
4. 2 Apparaat opstellenWAARSCHUWINGBrandgevaar door vocht. Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluitingvochtig worden, kan dat leiden tot kortsluiting. uHet apparaat is ontworpen voor gebruik in een geslotenruimte. Het apparaat niet buiten, in een vochtige omgevingof binnen bereik van spatwater plaatsen. WAARSCHUWINGBrandgevaar door kortsluiting. Wanneer netsnoer/stekker van het apparaat of een anderapparaat en de achterzijde van het apparaat tegen elkaarliggen, kunnen netsnoer/stekker door trillen van het apparaatworden beschadigd, wat tot kortsluiting kan leiden. uApparaat zo opstellen, dat stekker of netsnoer niet tegen hetapparaat liggen. uStopcontacten die zich aan de achterzijde van het apparaatbevinden niet gebruiken om het apparaat of andere appa-raten aan te sluiten. WAARSCHUWINGBrandgevaar door koelmiddel.
Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maarbrandbaar. Ontsnappend koelmiddel kan vlam vatten. uDe buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet bescha-digen. WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging. uPlaats geen warmte afgevende apparaten, bijv. magnetron,toaster enz. op het apparaat. WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging door verstopte ventilatie-openingen. uDe ventilatieopeningen regelmatig schoonmaken. Zorg altijdvoor een goede luchttoevoer en -afvoer. LET OPGevaar voor beschadiging door condenswater. uhet apparaat niet strak naast een ander koel-/vriesapparaatzetten. qNeem bij beschadiging van het apparaat onmiddellijk - nogvoor het aansluiten - contact op met de leverancier. qDe vloer waar het apparaat komt te staan moet waterpas envlak zijn. qStel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naasteen fornuis, verwarming of dergelijke.
qDe plaatsingsruimte van uw apparaat moet volgens de normEN 378 per 8 g R 600a koelmiddel over een volume van1 m3 beschikken. Indien de plaatsingsruimte te klein is, kanin geval van een lek in het koelmiddelcircuit een ontvlam-baar gas-lucht-mengsel ontstaan. Informatie over dehoeveelheid koelmiddel vindt u op het typeplaatje aan debinnenkant van het apparaat. uHaal het aansluitsnoer van de achterzijde van het apparaat. Verwijder hierbij de snoerhouder, anders kunnen trillingsge-luiden ontstaan. LET OPDe roestvrijstalen deurenzijn voorzien van een hoogwaar-dige oppervlaktecoating en mogen niet met het bijgevoegdereinigingsmiddel worden behandeld. De oppervlaktecoating wordt door dit middel aangetast. uDe uitsluitend met een zachtegecoate deuroppervlakkenschone doek afvegen. uDe met een roestvrijstaalreinigerroestvrijstalen zijwandenin de slijprichting van het materiaal behandelen.
De laterereiniging wordt hierdoor makkelijker. uGelakte zijwanden gelakte deuroppervlakken en uitslui-tend met een zachte, schone doek afvegen. uTrek de beschermfolie van de sierlijsten. uVerwijder alle transportbeveiligingsonderdelen. Om ervoor te zorgen dat het opgegeven energieverbruik wordtbereikt, moeten de afstandhouders worden gebruikt die bijsommige apparaten zijn gevoegd. Hierdoor wordt de apparaat-diepte ca. 35 mm groter. Het apparaat functioneert zondergebruik van de afstandhouders goed en volledig, maar heefteen iets hoger energieverbruik. uBij een apparaat met meegeleverde wandafstandhoudersmoeten deze wandafstandhouders aan de achterkant vanhet apparaat links en rechts boven de compressor wordengemonteerd. uVoer de verpakking af (zie 4. 5). uStel het apparaat met demeegeleverde steeksleutel enmet behulp van de stelpootjes(A) en een waterpas stevig envlak op.
4. 3 Draairichting deur veranderenIndien nodig kunt u de draairichting van de deur veranderen:Controleer of volgend gereedschap klaar ligt:qTorx® 25qschroevendraaierqeventueel accuschroevendraaierqeventueel een tweede persoon voor de montage4. 3. 1 Bovenste deur afnemenAanwijzinguVerwijder levensmiddelen uit de deurvakken voordat dedeur wordt afgenomen, zodat er geen levenmiddelen uitvallen. Fig. 4 uAfdekking Fig. 4 (1) naar voren en boven wegtrekken. uAfdekking Fig. 4 (2) eraf nemen. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding wanneer de deur eruit valt. uDeur goed vasthouden. uDeur voorzichtig neerzetten. uBovenste lagerbus Fig. 4 (3) losschroeven (2 maal Torx®25) Fig. 4 (4) en naar boven eraf trekken. uBovenste deur naar boven optillen en opzij zetten. 4. 3. 2 Onderste deur afnemenuOnderste deur openen. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding wanneer de deur eruit valt. uDeur goed vasthouden.
uDeur voorzichtig neerzetten. uBevestigingsbouten Fig. 5 (11) losschroeven (2 maal Torx®25) en het middelste scharnierblok uit de onderste deurtrekken. uKunststof ring Fig. 5 (10) verwijderen. uDeur naar boven afnemen en opzij leggen. 4. 3. 3 Middelste lagerdelen omzettenFig. 5 uAfdekkingen Fig. 5 (12) voorzichtig verwijderen en aan detegenoverliggende zijde weer aanbrengen. 4. 3. 4 Onderste lagerdelen omplaatsenFig. 6 uBevestigingsbouten Fig. 6 (21) losschroeven. uOnderste scharnierblok Fig. 6 (23) compleet, met schar-nierpen Fig. 6 (24),ring Fig. 6 (26) en stelpoot Fig. 6 (22),verwijderen. uScharnierpen Fig. 6 (24) compleet met ring Fig. 6 (26)losschroeven en overzetten naar het tegenoverliggendemontagegat van het scharnierblok, weer vastschroeven. uAfdekplaat Fig. 6 (25) voorzichtig verwijderen en naar deandere kant overzetten. uOnderste scharnierblok Fig.
5 Onderste deur monterenuOnderste deur van bovenaf op scharnierpen Fig. 6 (24)plaatsen. uSluit de deur. uMiddelste scharnierblok Fig. 5 (13) 180° gedraaid in deonderste deur plaatsen en met bevestigingsboutenFig. 5 (11)(2 maal Torx® 25) op de nieuwe scharnierkantstevig (met 4 Nm) aandraaien. uKunststof ring Fig. 5 (10) weer aanbrengen. 4. 3. 6 Bovenste deur monterenuBovenste deur op het middelste scharnierblok Fig. 5 (13)plaatsen. uPlaats de bovenste lagerbus Fig. 4 (3) aan de nieuwe schar-nierkant in de deur. uBovenste lagerbus vastschroeven (2goed (met 4 Nm)maal Torx® 25) Fig. 4 (4). Steek de schroefgaten indiennodig voor of gebruik de accuschroevendraaier. In gebruik nemen6 * afhankelijk van model en uitvoering.
uAfdekking Fig. 4 (1) aan de andere kant buiten plaatsen envastklikken. uAfdekking Fig. 4 (2) steeds aan de andere kant van bovenafplaatsen en vastklikken. uStelpoot Fig. 6 (22) van onderste scharnierblok Fig. 6 (23)eruit draaien, tot deze de vloer raakt. 4. 4 Inbouw in het keukenblokFig. 7 (1) (3)Opbouwkast Keukenkast(2) (4)Apparaat Wandx Bij apparaten met meegeleverde wandafstandhouders wordtde afmeting 35 mm groter. (zie 4. 2). Het apparaat Fig. 7 (2) kan worden ingebouwd in de keuken. Om het apparaat aan de hoogte van het keukenblok aan tepassen, kunt u er een passende opbouwkast Fig. 7 (1) opplaatsen. Bij een ombouw met keukenkasten (diepte max. 580 mm) kanhet apparaat direct naast de keukenkast Fig. 7 (3) wordengeplaatst. Het apparaat steekt aan de zijkant 34 mmx en in hetmidden 50 mmx uit ten opzichte van het keukenkastfront.
Belangrijk voor de ventilatie:-Houd achter de gehele breedte van de opbouwkast eenruimte van minstens 50 mm diepte vrij voor luchtafvoer. -De ventilatieruimte onder het plafond moet minstens300 cm2 bedragen. -Hoe groter de ventilatieruimte, hoe energiezuiniger hetapparaat werkt. Plaatst u het apparaat met de scharnierkant naast een muurFig. 7 (4), dan moet de afstand tussen apparaat en muurminstens 40 mm bedragen. Dit in verband met het uitstekenvan de deurgreep bij een geopende deur. 4. 5 Afvalverwerking van de verpakkingWAARSCHUWINGGevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie. uKinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen.
WAARSCHUWINGBrand- en oververhittingsgevaar. uGebruik geen verlengsnoer of verdeeldoos. Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats vanbestemming moeten met de informaties op het typeplaatje (zieHet apparaat in vogelvlucht) overeenstemmen. Het stopcontact moet volgens de voorschriften zijn geaard eneen elektrische beveiliging bevatten. De afschakelstroom vande zekering moet liggen tussen 10 A en 16 A. Het stopcontact moet gemakkelijk toegankelijk zijn, zodat destroomvoorziening van het apparaat in geval van nood snel kanworden onderbroken. Het mag zich niet achter het apparaatbevinden. uElektrische aansluiting controleren. uSteek de stekker in het stopcontact. 4. 7 Apparaat inschakelenSchakel het apparaat in ongeveer 2 uur voor u er voor het eerstdiepvriesproducten in legt. uTemperatuurregelaar Fig. 3 (1) naar rechts van stand 0 naarstand 3 draaien. wDe binnenverlichting brandt.
5 Bediening5. 1 KoelgedeelteDoor de natuurlijke luchtcirculatie in het koelgedeelte ontstaaner verschillende temperatuurbereiken. Direct boven de groen-telades en tegen de achterkant is het het koudste. Voorin aande bovenkant en in de deur is het het warmste. 5. 1. 1 Levensmiddelen koelenuBederfelijke etenswaren, bereide gerechten, vlees en vlees-waren bewaart u in de koudste zone. In het bovengedeelteen in de deur boter en conserven bewaren. (zie Het appa-raat in vogelvlucht)uGebruik om te verpakken herbruikbare dozen van kunststof,metaal, aluminium, glas en vershoudfolie. uLevensmiddelen die gemakkelijk geur of smaak opnemen ofafgeven, zoals vloeistoffen, altijd in gesloten verpakking ofafgedekt bewaren. uLevensmiddelen die veel ethyleengas afgeven of daargevoelig voor zijn, zoals fruit, groenten en salades, altijdapart bewaren of verpakken, om de bewaartijd niet teverkorten; bijv.
5. 1. 2 Temperatuur instellenDe temperatuur is instelbaar tussen 1 (warmste temperatuur,laagste koelvermogen) en 7 (koudste temperatuur, hoogstekoelvermogen). Wij raden u de middelste stand aan, zodat de gemiddeldetemperatuur in de koelruimte ca. 5 °C bedraagt. Als er diepvriesproducten worden bewaard en de lage diep-vriestemperaturen gegarandeerd moeten zijn, is het aan teraden de temperatuurregelaar op stand „4” tot „7” in te stellen. Bij de instelling „7” is het mogelijk in de koudste zone van hetkoelgedeelte temperaturen onder 0 °C te bereiken. In het vriesvak is de gemiddelde temperatuur dan ca. –18 °C. uTemperatuurregelaar Fig. 3 (1) draaien.
De temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren:- hoe vaak de deur wordt geopend- de temperatuur van de ruimte waar het apparaat staat- soort, temperatuur en hoeveelheid ingevroren levensmid-delenuEventueel de temperatuur met de regelaar aanpassen. 5. 1. 3 DraagplateausDraagplateaus verplaatsenDe plateaus zijn door uittrekstops beveiligd tegen ongewilduittrekken. uTil het draagplateau op entrek het naar voren uit. uDraagplateau inschuiven,met de aanslagrand aan deachterzijde en naar boventoe wijzend. Draagplateaus demonterenuDe plateaus kunnen wordengedemonteerd om teworden gereinigd. 5. 1. 4 OpbergvakkenOpbergvakken verwijderen. Fig. 8 Opbergvakken demonterenFig. 9 uDe opbergvakken kunnen worden gedemonteerd om teworden gereinigd. 5.
2 VriesgedeelteIn het vriesgedeelte kunt u diepvriesproducten of ingevrorenlevensmiddelen bewaren, ijsblokjes maken en verse levens-middelen invriezen. 5. 2. 1 Levensmiddelen invriezenU kunt maximaal zo veel kilo verse levensmiddelen binnen24 uur invriezen, als op het typeplaatje (zie Het apparaat invogelvlucht) onder „Invriescapaciteit. kg/24h” is aangegeven. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding door glasscherven. Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen. Dit geldt met name voor koolzuurhoudend drinken.
uFlessen en blikjes met drinken niet invriezen. u24 u voor het invriezen zet u de temperatuur op een gemid-delde tot koude stand. Om de levenmiddelen snel door en door te laten bevriezen,mag u de volgende hoeveelheden per verpakking niet over-schrijden:- fruit, groente max. 1 kg- vlees max. 2,5 kguVerdeel de levensmiddelen in porties en doe ze in diepvries-zakjes of in herbruikbare bakjes van kunststof, metaal ofaluminium. uLevensmiddelen in het vriesvak leggen, zodat ze contactmet de bodem of de zijwanden hebben. uLeg de levensmiddelen breed op de grond van het vak enbreng ze niet in aanraking met reeds bevroren producten,zodat deze niet beginnen te dooien. uStel de temperatuur 24 u na het invriezen opnieuw hoger in. 5. 2.
De aangegeven bewaartijden zijn richtwaardes. 5. 2. 3 Levensmiddelen ontdooien- in het koelgedeelte- bij kamertemperatuur- in een magnetron- in een oven/heteluchtovenuNeem alleen zoveel levensmiddelen als u nodig heeft. Ontdooide levensmiddelen zo snel mogelijk verwerken. uOntdooide levensmiddelen alleen bij wijze van uitzonderingweer invriezen. 5. 2. 4 PlateausuPlateau uitnemen: vooraanoptillen en uittrekken. uPlateau terugplaatsen: totaanslag inschuiven. 6 Onderhoud6. 1 handmatig ontdooienHet ontdooit automatisch. Het dooiwaterkoelgedeelteverdampt door de vrijkomende warmte van de compressor. Waterdruppels op de achterwand zijn normaal en wijzen nietop een storing. uAfvoeropening regelmatig reinigen, zodat het dooiwater wegkan lopen (zie 6. 2). In het vormt zich na langere gebruiksduur eenvriesgedeelterijp- resp. ijslaag. De vorming van een rijp- resp.
ijslaag wordt in de hand gewerktdoor vaak de deur te openen of door warme levensmiddelen inte leggen. Een dikkere ijslaag verhoogt echter het energiever-bruik. Daarom moet u het apparaat regelmatig ontdooien. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom. uVoor het ontdooien geen elektrische kacheltjes of stoomrei-nigers, open vuur of ontdooispray gebruiken. uGebruik geen scherpe voorwerpen om ijs te verwijderen. uSchakel het apparaat uit. uTrek de stekker uit of schakel de beveiliging uit. uPlaats een pan met heet, niet kokendwater op een plateau in het midden. wHet ontdooien wordt versneld. uLaat tijdens het ontdooien de deur van het apparaat openstaan. uLosgeraakte ijsstukken uitnemen. uDooiwater evt. meerdere keren met een spons of doekopnemen. uHet apparaat reinigen (zie 6. 2). 6.
uGebruik geen schurende of krassende sponsjes of staalwol. uGeen bijtende, schurende, chloor- resp. oplosmiddelbevat-tende schoonmaakproducten gebruiken. uGebruik geen chemische oplosmiddelen. uBeschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkantvan het apparaat niet. Dit is belangrijk voor de TechnischeDienst. uKabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken ofbeschadigen. uLaat geen reinigingswater in de afvoergoot, de ventilatie-roosters en elektrische delen terecht komen. uGebruik zachte poetsdoeken en een allesreiniger met eenneutrale pH-waarde. uGebruik in de binnenruimte van het apparaat alleen levens-middelenvriendelijke reinigings- en onderhoudsproducten. uApparaat uitruimen. uTrek de stekker uit. uUit- en inwendige oppervlaktes van kunststof met lauw-warm water en een beetje afwasmiddel met de handreinigen.
LET OPDe zijn voorzien van een hoogwaar-roestvrijstalen deurendige oppervlaktecoating en mogen niet met het bijgevoegdereinigingsmiddel worden behandeld. De oppervlaktecoating wordt door dit middel aangetast. uDe uitsluitend met een zachtegecoate deuroppervlakkenschone doek afvegen. Bij hardnekkig vuil een beetje waterof allesreiniger gebruiken. Naar keuze kan ook een microve-zeldoek worden gebruikt. uDe kan met speciale in debuitenkant van roestvrijstaalhandel verkrijgbare roestvrijstaalreiniger worden gereinigd. Vervolgens het meegeleverde rvs onderhoudsmiddel gelijk-matig in slijprichting aanbrengen. uGelakte zijwanden gelakte deuroppervlakken en uitslui-tend met een zachte, schone doek afvegen. Bij hardnekkigvuil een beetje water of allesreiniger gebruiken. Naar keuzekan ook een microvezeldoek worden gebruikt. uAfvoeropening reinigen: afzettingenmet een dun hulpmiddel, bijv.
6. 3 Binnenverlichting vervangenIn het apparaat is standaard een LED-lamp aangebracht voorde verlichting van de binnenruimte. Bij gebruik van een gloeilamp:qEen gloeilamp met max. 15 W en fitting E14 gebruiken. qStroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats vanopstelling moeten overeenkomen met de informatie op hettypeplaatje (zie Het apparaat in vogelvlucht). Bij gebruik van een LED-lamp:qUitsluitend de originele LED-lamp van de fabrikant magworden gebruikt. De lamp kan worden verkregen via deklantenservice of de vakhandel (zie 6. 4). WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door LED-lamp. De lichtintensiteit van de LED-verlichting komt overeen met delaserklasse 1/1M. Wanneer de afdekking wordt verwijderd:uNiet met optische lenzen vanuit de directe nabijheid direct inde verlichting kijken. Daarbij kunnen de ogen wordenbeschadigd. WAARSCHUWINGBrandgevaar door LED-lamp.
Bij het gebruik van andere LED-lampen bestaat oververhit-tings- resp. brandgevaar. uGebruik de originele LED van de fabrikant. Als de lamp defect is, moet deze op de volgende wijzeworden vervangen:uSchakel het apparaat uit. uTrek de stekker uit of schakel debeveiliging uit. uSteek uw hand in het afdekkapjevan de lamp. uAfdekkapje volgens afbeelding,binnen, aan de voorkant uitelkaar drukken en zijdelingswegtrekken. uDe lamp vervangen. uSchuif het afdekkapje terug tothet vastklikt. 6. 4 Technische DienstProbeer eerst of u de storing zelf kunt verhelpen (zieStoringen). Mocht dit niet het geval zijn, neem dan contact opmet de Technische Dienst. Het adres vindt u in het bijgevoegdoverzicht. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door onvakkundige reparatie.
uReparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroomaan-sluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden (zie Onder-houd), uitsluitend door de Technische Dienst latenuitvoeren. uApparaataanduidingFig. 10 (1), service-nr. Fig. 10 (2) en serie-nr. Fig. 10 (3) van hettypeplaatje aflezen. Het typeplaatjebevindt zich aan delinkerkant binnen inhet apparaat. Fig.
10 uContact opnemen met de Technische Dienst en hetprobleem, apparaataanduiding Fig. 10 (1), service-nr. Fig. 10 (2) en serie-nr. Fig. 10 (3) mededelen. wDit maakt een snelle en doelgerichte service mogelijk. uHet apparaat gesloten laten, totdat de Technische Dienstkomt. wDe levensmiddelen blijven langer koel. uTrek de stekker uit het stopcontact (daarbij niet aan hetsnoer trekken) of de draai de zekering uit. 7 StoringenUw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veiligewerking en lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht erdesondanks een storing optreden, dan svp eerst controleren ofde storing door een bedieningsfout werd veroorzaakt. In ditgeval moeten wij de ontstane kosten ook in de garantieperiodein rekening brengen. Volgende storingen kunt u zelf verhelpen:Het apparaat functioneert niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen.
→De stekker zit niet goed in het stopcontact. uStekker controleren. →De zekering van het stopcontact is niet in orde. uZekering controleren. De compressor blijft lopen. →De compressor schakelt bij een verminderde koudebe-hoefte over op een lager toerental. Hoewel de looptijd daar-door langer is, wordt energie bespaard. uDat is bij energiebesparende modellen normaal. Een led aan de onderachterkant van het apparaat (bij decompressor) knippert regelmatig om de 15 seconden*. →De inverter is met een foutdiagnose led uitgevoerd. uHet knipperen is normaal. Geluiden zijn te luid. →Toerentalgeregelde* compressoren kunnen naar aanleidingvan de verschillende draaisnelheden verschillendegeluiden veroorzaken. uHet geluid is normaal. Een borrelen en klateren→Dit geluid komt van het koelmiddel, dat door het koelcircuitstroomt. uHet geluid is normaal.
Een zacht klikken→Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelenvan het koelaggregaat (de motor). uHet geluid is normaal. Een brommend geluid. Kan voor korte tijd iets luider zijn,wanneer het koelaggregaat (de motor) inschakelt.
Vibratiegeluiden. →Het apparaat staat niet stabiel op de grond. Door het draai-ende koelaggregaat beginnen aangrenzende meubels envoorwerpen te trillen. uStel het apparaat af m. b. v. de stelpootjes. uFlessen en containers uit elkaar zetten. Het apparaat is aan de buitenkant warm*. →De warmte van het koelmiddelcircuit wordt gebruikt omcondenswater te voorkomen. uDit is normaal. Temperatuur is niet laag genoeg. →De deur is niet goed gesloten. uDeur van het apparaat sluiten. →Niet voldoende be- en ontluchting. uLuchtrooster schoonmaken. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uOplossing: (zie 1. 2). →Het apparaat werd te vaak of te lang geopend. uAfwachten of de benodigde temperatuur weer vanzelfwordt bereikt. Zo niet, contact opnemen met de TechnischeDienst (zie Onderhoud). →Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron (fornuis,verwarming enz. ).
uVerander de standplaats van het apparaat of van de warm-tebron. De binnenverlichting brandt niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. →De verlichting (levering met LED-verlichting) is defect. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door LED-lamp. De lichtintensiteit van de LED-verlichting komt overeen met delaserklasse 1/1M. Wanneer de afdekking wordt verwijderd:uNiet met optische lenzen vanuit de directe nabijheid direct inde verlichting kijken. Daarbij kunnen de ogen wordenbeschadigd. uVervang de verlichting (zie Onderhoud). 8 Uitzetten8. 1 Apparaat uitschakelenuTemperatuurregelaar Fig. 3 (1) op 0 draaien. 8. 2 Buiten werking stellenuApparaat leegmaken. uStekker uittrekken. uApparaat reinigen (zie 6. 2). uLaat de deuren een stukje open staan zodat er geen onaan-gename geuren kunnen ontstaan.
9 Apparaat afdankenHet apparaat bevat nog waardevolle materialen enmag niet met het gewoon huis- of grofvuil wordenmeegegeven. Het recyclen van afgedankte appa-raten moet vakkundig gebeuren overeenkomstigde plaatselijk geldende voorschriften en wetten.
Let erop dat bij het afvoeren van het afgedankte apparaat hetkoelmiddelcircuit niet wordt beschadigd, zodat het koelmiddel(informatie op het typeplaatje) of de olie erin niet ongewild vrij-komen. uApparaat onbruikbaar maken. uTrek de stekker uit. uSnijd het aansluitsnoer door. Uitzetten* afhankelijk van model en uitvoering 11.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Liebherr CTPsl 2921-20 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Liebherr
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast