Liebherr CNES 4056 Handleiding

Liebherr Koelkast CNES 4056

Bekijk gratis de handleiding van Liebherr CNES 4056 (16 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 69 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Liebherr CNES 4056 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/16
Gebruiksaanwijzing
Koel-vriescombinatie
08/08 7082672 - 00
CN(es) ... 6

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Liebherr
Categorie: Koelkast
Model: CNES 4056
Apparaatplaatsing: Vrijstaand
Kleur van het product: Roestvrijstaal
Deurscharnieren: Rechts
Breedte: 600 mm
Diepte: 630 mm
Hoogte: 2011 mm
Jaarlijks energieverbruik: 317.5 kWu
Brutocapaciteit vriezer: 111 l
Vriescapaciteit: 14 kg/24u
Bewaartijd bij stroomuitval: 30 uur
Aantal sterren: 4*
Totale brutocapaciteit: 287 l
Ingebouwde vriezer: Ja
Stroomvoorziening: 220-240 V, 50 Hz

Handleiding Liebherr CNES 4056 – volledige tekst

Inhoudsopgave1Het apparaat in vogelvlucht. 21. 1 Toepassingen van het apparaat. 21. 2 Conformiteit. 21. 3 Overzicht apparaat en uitrusting. 21. 4 Opstelafmetingen. 31. 5 Net@Home. 32Algemene veiligheidsvoorschriften. 33Bedienings- en controle-elementen. 43. 1 Bedienings- en controlepaneel. 43. 2 Temperatuurdisplay. 44In gebruik nemen. 44. 1 Draairichting deur veranderen. 44. 2 Inbouw in het keukenblok. 64. 3 Apparaat transporteren. 64. 4 Apparaat plaatsen. 64. 5 Verpakking weggooien. 74. 6 Apparaat aansluiten. 74. 7 Apparaat inschakelen. 75Bediening. 85. 1 Energie sparen. 85. 2 Helderheid van de temperatuurdisplay. 85. 3 Kinderbeveiliging. 85. 4 Deuralarm. 85. 5 Temperatuuralarm. 85. 6 Koelgedeelte. 85. 7 Vriesgedeelte. 106Onderhoud. 126. 1 Ontdooien met NoFrost. 126. 2 Apparaat reinigen. 126. 3 IceMaker reinigen. 126. 4 Binnenverlichting met gloeilamp vervangen. 136. 5 Technische Dienst.

137Storingen. 138Afzetten. 148. 1 Apparaat uitschakelen. 148. 2 Buiten werking stellen. 149Apparaat afdanken. 14De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling vanalle typen en modellen. Hebt u er daarom a. u. b. begrip voor datwij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniek moeten voorbe-houden. Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, deinstructies in deze handleiding aandachtig doorlezen a. u. b. De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingen zijnmogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparaten vantoepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*). Gebruiksaanwijzingen zijn gekenmerkt met een , ge-bruiksresultaten met een. 1Het apparaat in vogelvlucht1. 1 Toepassingen van het apparaatHet apparaat is bestemd voor het koelen, invriezen en bewarenvan levensmiddelen en voor het maken van ijs.

Het apparaat is ontworpen voor huishoudelijk gebruik. Het is nietbestemd voor industrieel gebruik, met name niet voor laborato-riumdoeleinden of dergelijke. Dan kan een probleemloze werk-ing niet worden gegarandeerd.

Het apparaat is, afhankelijk van de klimaatklasse, geschikt voorhet gebruik binnen gelimiteerde omgevingstemperaturen. Devoor uw apparaat geldende klimaatklasse is aangegeven op hettypeplaatje. AanwijzinguVoor een optimale koelprestatie dient u steeds de aangege-ven omgevingstemperaturen te respecteren. Klimaatklas-sevoor omgevingstemperaturen vanSN 10 °C tot 32 °CN 16 °C tot 32 °CST 16 °C tot 38 °CT 16 °C tot 43 °C1. 2 ConformiteitHet koelmiddelcircuit werd op lekkages gecontroleerd. Het ap-paraat voldoet aan alle van toepassing zijnde veiligheidsbepa-lingen en de EG-richtlijnen 2006/95/EEG en 2004/108/EEG. 1. 3 Overzicht apparaat en uitrustingFig.

1. 4 OpstelafmetingenFig. 2 Model Apparaathoogte H (mm)CN(es) 35. 1817CN 39. 2011CN(es) 40. 20111. 5 Net@HomeAfhankelijk van model en uitvoering kan het ap-paraat met de achteraf in te bouwen modules voorhet HomeDialog System of het seriële interface(RS 232) worden uitgevoerd. De modules zijn bijuw dealer verkrijgbaar. Meer informatie vindt u op www. liebherr. com. 2Algemene veiligheidsvoorschrif-tenGevaren voor de gebruiker:–Dit apparaat is niet bestemd voor personen (ook kinderen)met fysieke, sensorische of mentale beperkingen of perso-nen, die niet over voldoende ervaring en kennis beschikken. Tenzij zij door een persoon, die voor hun veiligheid verant-woordelijk is, in het gebruik van het apparaat worden geïn-strueerd of die aanvankelijk toezicht uitoefent. Erop toezien,dat kinderen niet met het apparaat spelen.

–Bij een storing de stekker uit het stopcontact trekken (daarbijniet aan het snoer trekken) of de zekering uitdraaien. –Reparaties, aanpassingen aan het apparaat en het vervangenvan het netsnoer alleen laten uitvoeren door de technischedienst of ander daarvoor opgeleid vakpersoneel. –Als u het stroomsnoer van het apparaat uittrekt, altijd bij destekker nemen. Nooit aan het snoer trekken. –Het apparaat alleen volgens de aanwijzingen van de handlei-ding monteren en aansluiten. –Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef dezedoor aan een eventuele volgende bezitter. –Alle reparaties resp. ingrepen aan de IceMaker mogen alleendoor de klantendienst of door erkende vakmensen wordenuitgevoerd. *Brandgevaar:–Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maarbrandbaar. Lekkend koelmiddel kan ontbranden. •Beschadig de leidingen van het koelmiddelcircuit niet.

•Wanneer er koelmiddel lekt: open vuur of onstekingsbron-nen in de nabijheid van de plek waar het lekt doven. Stekkeruittrekken. Ruimte goed ventileren. Contact opnemen metde Technische Dienst. –Geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijf-gassen, zoals b. v. butaan, propaan, pentaan enz. in het ap-paraat bewaren. Zulke spuitbussen zijn herkenbaar aan de opde verpakking vermelde inhoudsstoffen of een vlammensym-bool. Eventueel uittredende gassen kunnen door elektrischecomponenten vlam vatten. –Geen brandende kaarsen, lampen of andere voorwerpen metopen vlammen op of in het apparaat plaatsen. –Sterke alcohol alleen goed gesloten en overeind staand op-slaan. Eventueel uittredende alcohol kan door elektrischecomponenten vlam vatten. Gevaar voor vallen en omkiepen:–Sokkels, schuifladen, deuren enz. niet misbruiken als opstap-je of als steun. Dit geldt speciaal voor kinderen.

2 TemperatuurdisplayBij normale werking wordt aangegeven:–de warmste vriestemperatuur–De gemiddelde temperatuur in het koelgedeeltede temperatuurdisplay vriesgedeelte knippert:–de temperatuurinstelling wordt gewijzigd–na het inschakelen is de temperatuur nog niet voldoende koud–de temperatuur is verschillende graden gestegenOp het display knipperen streepjes:–de vriestemperatuur is hoger dan 0 °C. De volgende meldingen duiden op een storing. Mogelijke oor-zaken en maatregelen voor het oplossen ervan vindt u in hethoofdstuk Storingen. –F0 tot F9–FE–Het symbool stroomuitval licht op. 4In gebruik nemen4. 1 Draairichting deur veranderenIndien nodig kunt u de draairichting van de deur veranderen:controleer of volgend gereedschap klaar ligt:qTorx 25qTorx 15qschroevendraaierqeventueel accuschroevendraaierqeventueel een tweede persoon voor de montage4. 1.

1 Kabelverbinding aan de behuizing losma-kenFig. 4 uBovenste deur openen. uAfdekking aan de kant van de handgreep Fig. 4 (1) afnemen:rechts met een sleufschroevendraaier uitklikken en naar bui-ten schuiven. uAfdekking aan de kant van het scharnier Fig. 4 (2) afnemen:links met een sleufschroevendraaier uitklikken en naar buitenschuiven. uVoorste afdekplaat Fig. 4 (3) met een sleufschroevendraaierafnemen. uContact verwijderen en de stekkerverbinding Fig. 4 (5) los-maken. uNeem de grijze kabel Fig.

7 (33)weer vastschroeven op de nieuwescharnierkant, doorheen het buitenste lange gat en ronde gat. Gebruik hiervoor eventueel een accuschroevendraaier.

AanwijzinguIndien noodzakelijk, bijvoorbeeld om onregelmatigheden vande vloer te compenseren, kan in plaats van het rondgat ookhet tweede langgat voor het vastschroeven worden gebruikt. uApparaat opnieuw wat naar achteren kantelen en de lager-bouten Fig. 7 (32) omzetten. 4. 1. 6 Greep omzettenuKlik de veerklem Fig. 8 (41) uit de bovenste deur en plaatshem naar de andere scharnierkant om. uTil de stop Fig. 8 (40) uit de onderste deurlagerbus en plaatshem om. Fig. 8 uMonteerdeurgrepen Fig. 8 (42), stop Fig. 8 (43) en drukpla-ten Fig. 8 (44) af en monteer ze aan de tegenoverliggendekant. uLet bij het monteren van de drukplaten aan de andere kant ophet juiste inklikken. 4. 1. 7 onderste deur monterenuPlaats de deur van boven op de onderste lagerboutFig. 7 (32). uSluit de deur. uMiddelste lagerbout Fig. 6 (21) door middelste lagerbusFig. 6 (22) in de onderste deur plaatsen.

11 (1) Opbouwkast (3) Keukenkast(2) Apparaat (4) WandHet apparaat Fig. 11 (2) kan worden ingebouwd in de keuken. Om het apparaat aan de hoogte van het keukenblok aan te pas-sen, kunt u er een passende opbouwkast Fig. 11 (1) op plaatsen. Bij gebruik van gestandaardiseerde keukenkasten (dieptemax. 580 mm) kunt u het apparaat direct naast de keukenkastFig. 11 (3) plaatsen. De deur van het apparaat steekt aan de zij-kanten 34 mm en in het midden 50 mm ten opzichte van hetkeukenfront naar voren. Hierdoor is de deur zonder problemente openen en sluiten. Belangrijk voor de ventilatie:–houd achter de gehele breedte van de opbouwkast een ruimtevan minstens 50 mm diepte vrij voor luchtafvoer. –De ventilatieruimte onder het plafond van de ruimte moet min-stens 300 cm2 bedragen. –Hoe groter de ventilatieruimte, hoe energiezuiniger het appa-raat werkt.

Plaatst u het apparaat met de scharnierkant naast een muurFig. 11 (4), dan moet de afstand tussen apparaat en muur min-stens 36 mm bedragen. Dit in verband met het uitsteken van dedeurgreep bij een geopende deur. 4. 3 Apparaat transporterenVOORZICHTIGGevaar voor verwonding en beschadiging door verkeerd trans-port. uHet apparaat verpakt transporteren. uHet apparaat overeind transporteren. uHet apparaat niet alleen transporteren. 4. 4 Apparaat plaatsenBij schade aan het apparaat onmiddellijk - voor het aansluiten -informeren bij de leverancier. De vloer ter plaatse moet horizontaal en vlak zijn. Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht en plaats het nietin de buurt van een fornuis, verwarming of dergelijke. In gebruik nemen6.

Plaats het apparaat steeds rechtstreeks tegen de wand. Stel het apparaat niet zonder hulp op. De ruimte waarin u het apparaat plaatst dient volgens de normEN 378 per 8 g koekmiddel R 600a een volume van 1 m3 hebben. Indien de ruimte te klein is, kan bij een lek in het koelmiddelcircuiteen licht ontvlambaar gas-lucht-mengsel ontstaan. Informatieover de hoeveelheid koelmiddel vindt u op het typeplaatje aande binnenkant van het apparaat. WAARSCHUWINGBrandgevaar door vocht. Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluiting voch-tig worden, kan dat leiden tot kortsluiting. uHet apparaat is ontworpen voor gebruik in een gesloten ruim-te. Het apparaat niet buiten, in een vochtige omgeving ofbinnen bereik van spatwater plaatsen. WAARSCHUWINGBrandgevaar door het koelmiddel. Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maarbrandbaar. Lekkend koelmiddel kan ontbranden.

uLeidingen van het koelmiddelcircuit niet beschadigen. WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging. uPlaats geen warmte afgevende apparaten, bijv. magnetron,toaster enz) op het apparaat. WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging door verstopte luchtroos-ters. uDe luchtroosters regelmatig schoonmaken. Zorg steeds vooreen goede verluchting. uHaal het aansluitkabel van de achterzijde van het apparaat. Verwijder de kabelhouder, om trillingsgeluiden te voorkomen. uTrek de beschermfolie van de buitenzijden van het apparaataf. *uEen edelstaalverzorgingsmiddel gelijkmatig in slijprichtingaanbrengen. *wDe reiniging op een later tijdstip wordt daardoor eenvoudiger. *uVerwijder de beschermfolie van de sierlijsten en de ladefron-ten. uVerwijder alle transportbeveiligingsonderdelen. uDoe de verpakking weg. Zie hoofdstuk Verpakking wegdoen. LET OPGevaar voor beschadiging door condenswater.

uhet apparaat niet direct naast een ander koel-/vriesapparaatzetten. uZet het apparaat met de bijge-sloten gaffelsleutel via de stel-poten (A) vast en lijn het uit.

uDraai de stelpoot aan de lager-bus (B) indien nodig uit om dedeur te steunen. Indien het apparaat in een erg vochtige omgeving wordt opge-steld, kan op de buitenzijde van het apparaat condenswaterworden gevormd. uZorg steeds voor een goede verluchting van de ruimte waarhet apparaat opgesteld staat. 4. 5 Verpakking weggooienWAARSCHUWINGGevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie. uLaat kinderen niet spelen met verpakkingsmateriaal. De verpakking is vervaardigd van recyclebare materia-len:–golfkarton/karton–voorgevormde delen van geschuimd polystyreen–folies en plastic zakjes van polyethyleen–spanbanden van polypropyleenuBreng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamel-punt. 4. 6 Apparaat aansluitenLET OPGevaar voor beschadiging door de elektronica. uGeen ondulator (transformeren van gelijkstroom naar wissel-resp. draaistroom) of spaarstekker gebruiken.

WAARSCHUWINGBrand- en oververhittingsgevaar. uGebruik geen verlengsnoer of stopcontactdoos. Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats van be-stemming moeten met de informaties op het typeplaatje (ziehoofdstuk Overzicht apparaten en uitvoeringen) overeenstem-men. Sluit het apparaat alleen aan op een volgens de voor-schriften geïnstalleerd stopcontact. Het stopcontactmoet met 10 A of meer beveiligd zijn. Het moet eenvoudig toegankelijk zijn, zodat het appa-raat in urgentiegevallen snel van de stroomvoorzie-ning gescheiden kan worden. uElektrische aansluiting controleren. uApparaat reinigen. Meer hierover vindt u in het hoofdstuk Rei-nigen. uSteek de stekker in. 4. 7 Apparaat inschakelenAanwijzinguOm het hele apparaat in te schakelen, hoeft u alleen het vries-gedeelte in te schakelen.

AanwijzinguNa het inschakelen wordt eerst het vriesgedeelte gekoeld enna enige tijd het koelgedeelte. Neem het apparaat in gebruik ca. 2 u voor u er voor het eerstdiepvriesproducten in legt. Leg er pas diepvriesproducten in wanneer de temperatuurdis-play -18 °C aangeeft. 4. 7.

4. 7. 2 Koelgedeelte inschakelenuToets On/Off koelgedeelte Fig. 3 (1)indrukken. wDe binnenverlichting brandt bij geopende deur. wDe temperatuurdisplay brandt. Het koelgedeelte is ingescha-keld. 5Bediening5. 1 Energie sparenuZorg altijd voor een goede luchttoevoer en -afvoer. uOpen het apparaat zo kort mogelijk. uZet de levensmiddelen soort bij soort. uWarme producten inleggen: laat eerst afkoelen tot kamertem-peratuur. uDiepvriesproducten steeds in de koelruimte ontdooien. Een laag stof veroorzaakt een hoger ener-gieverbruik:umaak het aggregaat met de warmtewis-selaar - het metalen rooster aan de ach-terkant van het apparaat - één keer perjaar stofvrij. 5. 2 Helderheid van de temperatuurdis-playU kunt de helderheid van de temperatuurdisplay aanpassen aanhet licht in de ruimte waar het apparaat is opgesteld. 5. 2.

3 KinderbeveiligingMet de kinderbeveiliging zorgt u ervoor dat kinderen bij het spe-len het apparaat niet onbedoeld uitschakelen. 5. 3. 1 Kinderbeveiliging instellenuinstelmodus activeren: druk gedurende ca. 5 sec. op de toetsSuperFrost Fig. 3 (4). wOp de display wordt c aangegeven. wHet symbool menu Fig.

3 (18) brandt. uDruk kort op de toets SuperFrost Fig. 3 (4) om te bevestigen. uInschakelen: met de insteltoets Upvriesgedeelte Fig. 3 (11) of de instel-toets Down vriesgedeelteFig. 3 (9)c1 kiezen. uUitschakelen: met de insteltoets Upvriesgedeelte Fig. 3 (11) of de instel-toets Down vriesgedeelteFig. 3 (9)c0 kiezen. uBevestigen: druk op de toets Super-Frost Fig. 3 (4). wAls het symbool kinderbeveiliging Fig. 3 (16) brandt, is de kin-derbeveiliging geactiveerd. uInstelmodus deactiveren: druk op de toets On/Off vriesge-deelte Fig. 3 (6). -of-u5 min. wachten. wOp de temperatuurdisplay wordt weer de temperatuur aan-gegeven. 5. 4 DeuralarmWanneer de deur langer dan 60 s geopend is, gaat het akoes-tisch alarm af. Het akoestisch alarm stopt automatisch, zodra de deur geslotenwordt. 5. 4. 1 Deuralarm deactiverenHet akoestisch alarm kan bij geopende deur worden uitgescha-keld.

Het deactiveren werkt zolang de deur open staat. Zodra dedeur gesloten word, is de alarmfunctie weer actief. uToets Alarm Fig. 3 (8) indrukken. wHet akoestisch alarm gaat uit. 5. 5 TemperatuuralarmWanneer de vriestemperatuur niet laag genoeg is, gaat hetakoestisch alarm af. Tegelijkertijd knipperen de temperatuurdisplay en het symboolalarm. De oorzaak voor een te hoge temperatuur kan zijn:–warme nieuwe levensmiddelen werden in de diepvriezer ge-legd–bij het sorteren en uitnemen van levensmiddelen is teveelwarme lucht naar binnen gekomen–de stroom is voor langere tijd uitgevallen–het apparaat is defectHet akoestisch alarm stopt automatisch, het symbool alarmFig. 3 (2) gaat uit en de temperatuurdisplay houdt op met knip-peren, wanneer de temperatuur weer voldoende laag is. Wanneer het alarm niet uitgaat, zie hoofdstuk Storingen.

AanwijzingWanneer de temperatuur niet laag genoeg is, kunnen levens-middelen bederven. uDe kwaliteit van de levensmiddelen controleren. Bedorven le-vensmiddelen niet meer nuttigen. 5. 5. 1 Temperatuuralarm deactiverenHet akoestisch alarm kan worden gedeactiveerd.

des en tegen de achterkant is het het koudste. Bovenaan voor-aan en in de deur is het het warmste. 5. 6. 1 Levensmiddelen koelenAanwijzingHet energieverbruik stijgt en de koelprestatie vermindert bij on-voldoende ventilatie. uVentilatieluchtspleten altijd vrijlaten. uBederfelijke etenswaren, bereide gerechten, vlees en vlees-waren bewaart u in de koudste zone. Bovenin en in de deurbergt u boter, eieren en blikken op. (zie ook hoofdstuk Appa-raat in één oogopslag)uGebruik om te verpakken herbruikbare dozen van kunststof,metaal, aluminium, glas en vershoudfolie. uLeg de levensmiddelen niet te dicht bij elkaar, zodat de luchtgoed kan circuleren. uZorg ervoor dat flessen niet kunnen omvallen: verschuif deflessenhouder. 5. 6. 2 Temperatuur instellen in het koelgedeelteDe temperatuur is instelbaar van 11 °C tot 2 °C, aanbevolenwordt 5 °C.

uTemperatuur verhogen/warmer: druk op de insteltoets Upkoelgedeelte Fig. 3 (15). uTemperatuur verlagen/kouder: druk op de insteltoets Downkoelgedeelte Fig. 3 (13). wWanneer u de eerste keer indrukt, ziet u op de temperatuur-display vriesgedeelte de temperatuur van dat ogenblik. uTemperatuur in stapjes van 1 °C veranderen: kort op de toetsdrukken. uTemperatuur doorlopend veranderen: houd de toets inge-drukt. wTijdens het instellen knippert de waarde. wCa. 5 sec. nadat u de toets heeft losgelaten, wordt de werke-lijke temperatuur weergegeven. De temperatuur past zichlangzaam aan de nieuwe instelling aan. 5. 6. 3 SuperCoolMet SuperCool schakelt u het hoogste afkoelvermogen in. Daar-mee bereikt u lagere koeltemperaturen. Gebruik SuperCool omgrote hoeveelheiden levensmiddelen snel af te koelen. SuperCool heeft een iets hoger energieverbruik. Met SuperCool koelenuToets SuperCool Fig.

Het apparaatwerkt in de energiebesparende normale modus verder. SuperCool voortijdig uitschakelenuToets SuperCool Fig. 3 (3) kort indrukken. wHet symbool SuperCool Fig. 3 (20) op het display gaat uit. wSuperCool is uitgeschakeld. 5. 6. 4 VentilatorMet de ventilator kunt u grote hoeveelheden verse levensmid-delen snel afkoelen of een relatief gelijkmatige temperatuurver-deling op alle schappen bereiken. De circulatiekoeling is aan te bevelen:–bij hoge kamertemperatuur (vanaf ca. 30 °C )–bij hoge luchtvochtigheidDe circulatiekoeling heeft een iets hoger energieverbruik. Omenergie te besparen, gaat de ventilator bij geopende deur auto-matisch uit. Ventilator inschakelenuDruk kort op detoets ventilatie Fig. 3 (7). wHet symbool ventilatie Fig. 3 (14) brandt. wDe ventilator is ingeschakeld. Ventilator uitschakelenuDruk kort op detoets ventilatie Fig. 3 (7). wHet symbool ventilatie Fig.

3 (14)gaat uit. wDe ventilator is uitgeschakeld5. 6. 5 Draagplateaus verplaatsenDe draagplateaus zijn met stoppers beveiligd tegen onbedoelduittrekken. uDraagplateau optillen en naar voren uit-trekken. uDraagplateau met de aanslagrand achter naar boven wijzendinschuiven. wDe levensmiddelen vriezen niet aan de achterwand vast. 5. 6. 6 Deelbare draagplateaus gebruikenFig. 12 uDe glasplaat met aanslagrand (2) moet achteraan liggen. uOm te reinigen de rails van de halve glasplaat afnemen. 5. 6. 7 Opbergvakken verplaatsenuVakken uitnemen volgens de afbeel-ding. De boxen kunnen worden uitgenomen en zo op tafel worden ge-zet. U kunt één of beide boxen gebruiken. Wanneer u heel hoge fles-sen in de deur wil zetten, hang dan alleen de brede box bovenhet flessenvak. Via de technische dienst kunt u drie kleine boxen verkrijgen, inplaats van de standaarduitrusting met één brede en één kleinebox.

uDeksel afhalen: 90° openen en naar bo-ven losklikken. 5. 6. 8 Flessenhouder uitnemenuPak de flessenhouder altijd vast bij hetkunststof gedeelte. 5. 7 VriesgedeelteIn het vriesgedeelte kunt u diepvriesproducten of ingevroren le-vensmiddelen bewaren, ijsblokjes maken en verse levensmid-delen invriezen. 5. 7. 1 Levensmiddelen invriezenElke afzonderlijke schuiflade of plateau is belastbaar met max. 25 kg diepvriesproducten. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding door glasscherven. Drankflessen of -blikjes kunnen bij het invriezen exploderen. Datgeldt vooral voor koolzuurhoudende dranken. uVries geen drankflessen of -blikjes in.

Om ervoor te zorgen dat de levensmiddelen snel tot in de kernworden diepgevroren, de volgende hoeveelheden per verpak-king niet overschrijden:– Fruit, groenten tot 1 kg– Vlees tot 2,5 kguVerpak levensmiddelen per portie in diepvrieszakjes of in her-bruikbare bakjes van kunststof, metaal of aluminium. 5. 7. 2 Levensmiddelen ontdooien– in het koelgedeelte– bij kamertemperatuur– in een magnetron– in een oven/heteluchtovenuOntdooide levensmiddelen alleen bij wijze van uitzonderingweer invriezen. 5. 7. 3 Temperatuur instellen in het vriesgedeelteHet apparaat is standaard ingesteld voor normaal bedrijf. De temperatuur in het vriesgedeelte is instelbaar van -16 °C tot-26 °C, aanbevolen wordt -18 °C. uTemperatuur verhogen/warmer: druk op de insteltoets Upvriesgedeelte Fig. 3 (11). uTemperatuur verlagen/kouder: druk op deintsteltoets Downvriesgedeelte Fig. 3 (9).

4 SuperFrostMet deze functie kunt u nieuwe levensmiddelen snel tot op dekern invriezen. Het apparaat werkt met maximaal koelvermogenen daarom kunnen de geluiden van het koelaggregaat tijdelijkluider zijn. U kunt maximaal het aantal kg verse levensmiddelen binnen 24u invriezen, als staat vermeld op het typeplaatje onder " invries-vermogen. kg/24"u. De invriescapaciteit is afhankelijk van hetmodel en de klimaatklasse van het apparaat. Met SuperFrost invriezenSuperFrost hoeft u in de volgende gevallen niet in te schakelen:– wanneer u reeds ingevroren waren in de diepvriezer legt– bij het invriezen van tot ca. 2 kg verse levensmiddelen per daguToets SuperFrost Fig. 3 (4) eenmaal kort indrukken. wHet symbool SuperFrost Fig. 3 (5) is verlicht. wDe invriestemperatuur daalt, het apparaat werkt met maxi-maal koelvermogen. Bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen:uca. 6 u wachten.

5. 7. 7 VarioSpaceNaast de schuifladen kunt u ook deplateaus uitnemen. Zo creëert uplaats voor levensmiddelen van grootformaat. Gevogelte, vlees, groot wilden hoog gebak kunnen geheel en alworden ingevroren en later verderverwerkt. uElke aparte schuiflade of plateaumet max. 25 kg diepvriesgoed be-lasten. 5. 7. 8 Info-systeemFig. 13 (1) Kant-en-klare gerech-ten, ijs(4) Worst, brood(2) Varkensvlees, vis (5) Wild, paddestoelen(3) Fruit, groenten (6) Gevogelte, rund-/kalfs-vleesDe getallen geven telkens voor meerdere soorten ingevroren le-vensmiddelen de bewaartijd in maanden aan. De vermelde be-waartijden zijn richtwaarden. 5. 7. 9 InvriesbladMet het invriesblad vriest u bessen, kruiden, groenten en anderekleine diepvriesproducten in, zonder dat deze aan elkaar vast-vriezen. De diepvriesproducten behouden hun vorm en zijn latereenvoudiger in porties te verdelen.

Bovendien kunt u op het invriesblad de koudeaccu's plaatsbe-sparend opbergen. Invriesblad gebruikenuVerdeel het diepvriesgoed losjesover het invriesblad. uHang het invriesblad in de boven-ste schuiflade. uLaat het diepvriesgoed 10 tot 12 udoorvriezen. uDoe het diepvriesgoed over indiepvrieszakjes of bakjes. uDiepvrieszakjes of bakjes in een lade plaatsen. uOm te ontdooien, spreidt u het diepvriesgoed opnieuw losjesuit. 5. 7. 10 Koudeaccu'sBij een stroomstoring verhinderen de koudeaccu's dat de tem-peratuur te snel oploopt. Koudeaccu's gebruikenuLeg de koudeaccu's plaatsbespa-rend op het invriesblad. uLeg de doorgevroren koudeac-cu's in de bovenste schuifladerechtstreeks op het diepvries-goed. wZo blijft bij een stroomstoring hetdiepvriesgoed het langste koud. 5. 7. 11 IceMaker*De IceMaker zit in de bovenste schuiflade van het vriesgedeelte. Op de schuiflade staat het opschrift "IceMaker".

Waterreservoir vullen*WAARSCHUWINGVergiftigingsgevaar. uDe waterkwaliteit moet voldoen aan de drinkwaterverorde-ning van het land waarin het apparaat wordt gebruikt. uDe IceMaker dient uitsluitend voor het maken van ijsblokjesin huishoudelijke hoeveelheden en moet met hiervoor ge-schikt water worden gebruikt. De IceMaker wordt van water voorzien via een waterreservoir inde koelruimte (zie Overzicht van apparaat en uitrusting). uTrek het waterreservoir naar voren uit. uOpen de klep vooraan en vul het reser-voir met water. uPlaats het gevulde waterreser-voir in de houder en schuif tothelemaal achteraan. IceMaker inschakelen*Fig. 14 uSchuiflade uittrekken. uDruk op de toets On/Off Fig. 14 (1), zodat de LEDsFig. 14 (2) branden. uSchuiflade weer inschuiven. AanwijzinguDe IceMaker maakt alleen ijsblokjes als de schuiflade hele-maal dicht is.

IceMaker uitschakelen*Als u geen ijsblokjes nodig heeft, kunt u de IceMaker onafhan-kelijk van het vriesgedeelte uitschakelen. Wanneer de IceMaker uitgeschakeld wordt, de IceMaker reini-gen. Zo zorgt u ervoor, dat er geen water of ijs in de IceMakerachter blijft. Wanneer de IceMaker uitgeschakeld is, kan de schuiflade vande IceMaker worden gebruikt om levensmiddelen in te vriezen ofte bewaren. uDruk gedurende ca. 1 seconde op de toets On/Off, tot de LEDbrandt. Bediening11.

IJsblokjes maken*De productiecapaciteit hangt af van de vriestemperatuur. Hoelager de temperatuur, hoe meer ijsblokjes er in een bepaalde tijdworden gemaakt. De ijsblokjes vallen uit de IceMaker in de schuiflade. Bij het be-reiken van een bepaalde vulhoogte, worden geen ijsblokjes meergemaakt. Als u een grote hoeveelheid ijsblokjes nodig heeft, kunt u de vol-ledige IceMaker schuiflade verwisselen voor de schuiflade er-naast. Als u de schuiflade sluit, schakelt de IceMaker vanzelfopnieuw in. Wanneer u de IceMaker voor het eerst inschakelt, kan het tot 24u duren voor de eerste ijsblokjes worden gemaakt. AanwijzinguDe eerste drie ladingen ijsblokjes niet ver- of gebruiken. Ditgeldt wanneer u het apparaat voor het eerst gebruikt, of wan-neer het langere tijd niet werd gebruikt. Zo is de waterleidinggegarandeerd goed gespoeld.

Duur watertoevoer instellen*U kunt instellen hoe lang het ventiel van de IceMaker opengaat. De duur van de watertoevoer is in te stellen van E1 (korte toe-voertijd) tot E8 (lange toevoertijd). uInstelmodus activeren: druk gedurende ca. 5 sec. op de toetsSuperFrost Fig. 3 (4). wOp de display wordt c aangegeven. wHet symbool menu Fig. 3 (18) brandt. uMet insteltoets Up vriesgedeelte Fig. 3 (11) en insteltoetsDown vriesgedeelte Fig. 3 (9)E kiezen. uBevestigen: druk kort op detoets SuperFrost Fig. 3 (4). uToevoertijd water verlengen: druk opde insteltoets Up vriesgedeelteFig. 3 (11). uToevoertijd water verkorten: druk opde insteltoets Down vriesgedeelteFig. 3 (9). uBevestigen: druk op detoets Super-Frost Fig. 3 (4). uInstelmodus deactiveren: druk op de toets On/Off vriesge-deelte Fig. 3 (6). -of-u2 min. wachten. wOp de temperatuurdisplay wordt weer de temperatuur aan-gegeven. 6Onderhoud6.

uAfvoeropening regelmatig reinigen, zodat het dooiwater kanweglopen. (zie hoofdstuk Reinigen)Vriesgedeelte:Het vocht slaat neer op de verdamper, wordt geregelgd ontdooiden verdampt. uU hoeft het apparaat niet manueel te ontdooien. 6. 2 Apparaat reinigenVoor het reinigen:VOORZICHTIGGevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom. Hete stoom kan de oppervlakken beschadigen en brandwondenveroorzaken. uGebruik geen stoomreinigers. LET OPVerkeerd reinigen kan het apparaat beschadigen. uGebruik reinigingsmiddelen niet in geconcentreerde vorm. uGebruik geen schurende of krassende sponsjes of staalwol. uGebruik geen schoonmaakmiddelen die zand, chloor, chemi-caliën of zuren bevatten. uGebruik geen chemische oplosmiddelen. uBeschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkant vanhet apparaat nooit. Dit is belangrijk voor de klantendienst.

uKabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken of be-schadigen. uLaat geen reinigingswater in de afvoerluchtgoot, de ventila-tieroosters en elektrische delen terecht komen. uApparaat leeg maken. uTrek de stekker uit. – Gebruik zachte poetsdoeken en een allesreinigermet een neutrale pH-waarde. – Gebruik in de binnenruimte van het apparaat enkellevensmiddelenvriendelijke reinigings- en onder-houdsproducten. Buitenkant en binnenruimte:uRoosters voor luchtaan- en afvoer regelmatig reinigen. wEen stoflaag veroorzaakt een hoger energieverbruik. uBuiten- en binnenoppervlakken van kunststof met lauwwarmwater en een beetje afwasmiddel met de hand reinigen. Edelstalen oppervlakken reinigt u met een normale in de handelverkrijgbare reiniger voor edelstaal. Donkere plekken in het beginen een intensievere kleur van het edelstalen oppervlak zijn nor-maal.

*uDoe de reinigingsmiddelen niet op glazen of kunststof opper-vlakken, zodat deze niet bekrast raken. *uEdelstalen oppervlakken reinigen: een onderhoudsproductvoor edelstaal gelijkmatig in de slijprichting aanbrengen.

*uAfvoeropening reinigen: vuil verwij-dert u met een spits hulpmiddeltje,bijv. een wattenstaafje. Onderdelen:uRolplateaus in de vaatwasmachine reinigen. uAndere onderdelen met lauwwarm water en een beetje af-wasmiddel met de hand reinigen. uPlateaus uit elkaar nemen: lijsten enzijkanten eraf halen. uDeurvakken uit elkaar nemen: trek hetbeschermfolie van de sierlijsten. Na het reinigen:uapparaat en onderdelen droogwrijven. uApparaat weer aansluiten en inschakelen. uSuperFrost inschakelen. (zie hoofdstuk SuperFrost)Wanneer de temperatuur voldoende koud is:ude levensmiddelen weer inleggen. 6. 3 IceMaker reinigen*De schuiflade van de IceMaker moet leeg en dicht zijn. uInstelmodus activeren: druk gedurende ca. 5 sec. op de toetsSuperFrost Fig. 3 (4). wOp de display wordt c aangegeven. Onderhoud12.

U kunt ofwel de IceMaker in deze stand uitgeschakeld laten, of-wel de IceMaker opnieuw inschakelen (zie hoofdstuk IceMakerinschakelen). 6. 4 Binnenverlichting met gloeilamp ver-vangenType gloeilampmax. 25 WFitting: E14Type stroom en spanning moeten overeenkomen met de in-formatie op het typeplaatjeFig. 15 uSchakel het apparaat uit. uTrek de stekker uit of schakel de beveiliging uit. uScherm Fig. 15 (1) afnemen: neem het scherm met de vingersvast en klik los. uGlasplaat Fig. 15 (2) uitnemen. uVervang de gloeilamp Fig. 15 (3). uSchuif de glasplaat weer in. uScherm weer opsteken: rechts en links vastklikken, waarbij uervoor zorgt dat de haak Fig. 15 (4) in het midden over deglasplaat komt. 6. 5 Technische DienstProbeer eerst of u de storing zelf kunt verhelpen, aan de handvan het overzicht in het hoofdstuk Storingen. Indien dit niet hetgeval is, wendt u dan tot de technische dienst.

uReparaties en aanpassingen aan apparaat en netsnoer, dieniet uitdrukkelijk vermeld worden in het hoofdstuk Onderhoud,alleen door de technische dienst laten uitvoeren. uModelnaam Fig. 16 (1),servicenummerFig. 16 (2) en serienum-mer Fig. 16 (3) staan ophet typeplaatje. Het ty-peplaatje kunt u vindenaan de linkerzijde bin-nenin het apparaat. Fig. 16 uInformeer de technische dienst en geef storing, modelnaamFig. 16 (1), servicenummer Fig. 16 (2) en serienummerFig. 16 (3) op. wZo kunnen wij u een snelle en efficiënte service bieden. uHet apparaat gesloten laten, totdat de technische dienst komt. wDe levensmiddelen blijven langer koel. uTrek de stekker uit het stopcontact (daarbij niet aan het snoertrekken) of de draai de zekering uit. 7StoringenUw apparaat is zo ontworpen en gefabriceerd, dat de veiligewerking en een lange levensduur gegarandeerd zijn.

Mocht de-sondanks storing optreden, eerst controleren of de storing dooreen bedieningsfout werd veroorzaakt. In dit geval moeten wij deontstane kosten ook in de garantieperiode in rekening brengen. Volgende storingen kunt u zelf verhelpen:Het apparaat werkt niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. →De stekker zit niet goed in het stopcontact. uStekker controleren. →De zekering in het stopcontact is niet in orde. uZekering controleren. De compressor blijft lopen. →De compressor schakelt bij een verminderde koudebehoefteover op een lager toerental. Hoewel de looptijd daardoor lan-ger is, wordt energie bespaard. uDat is bij energiebesparende modellen normaal. →SuperFrost is ingeschakeld. uOm de levensmiddelen snel af te koelen, draait de compres-sor langer. Dit is normaal. →SuperCool is ingeschakeld.

uOm de levensmiddelen snel af te koelen, draait de compres-sor langer. Dit is normaal. Een borrelen en klateren→Dit geluid stamt van het koelmiddel, dat door het koelcircuitstroomt. uHet geluid is normaal.

Een zacht klikken→Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelenvan de koelaggregaat (de motor). uHet geluid is normaal. Een brommend geluid. Dit geluid is kortstondig iets luider,wanneer het koelaggregaat (de motor) aanschakelt. →Bij ingeschakelde SuperFrost, vers geplaatste levensmidde-len of nadat de deur langere tijd heeft opengestaan, wordt hetkoelvermogen automatisch verhoogd. uHet geluid is normaal. Storingen13.

→Bij ingeschakelde SuperCool, vers geplaatste levensmidde-len of nadat de deur langere tijd heeft opengestaan wordt hetkoelvermogen automatisch verhoogd. uHet geluid is normaal. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uZie hoofdstuk ToepassingsgebiedEen lage bromtoon→Het geluid ontstaat door luchtstromingsgeluiden van de ven-tilator. uHet geluid is normaal. Vibratiegeluiden→Het apparaat staat niet stabiel op de grond. Hierdoor begin-nen meubelen of voorwerpen die naast het apparaat staan tetrillen als het koelaggregaat draait. uApparaat een beetje verschuiven en met de stelvoetjes uitlij-nen. uFlessen en schalen uit elkaar plaatsen. Op de temperatuurdisplay wordt weergegeven: F0 tot F9→Foutmelding. uNeem contact op met de technische dienst. Zie hoofdstukOnderhoud. Op de temperatuurdisplay wordt weergegeven:FE→Foutmelding. uNeem contact op met de technische dienst. Zie hoofdstukOnderhoud.

In de temperatuurdispaly brandt stroomonderbreking. De temperatuurdisplay toont de hoogste temperatuurdie tijdens de stroomonderbreking werd bereikt. →De diepvriestemperatuur was door stroomuitval of eenstroomonderbreking in de afgelopen uren of dagen te hoog. Zodra de stroomonderbreking voorbij is, werkt het apparaatweer verder met de laatste temperatuurinstelling. uWeergave van de hoogste temperatuur afzetten: druk opdetoets alarm Fig. 3 (8). uDe kwaliteit van de levensmiddelen controleren. Bedorven le-vensmiddelen niet meer nuttigen. Ontdooide levensmiddelenniet opnieuw invriezen. In de temperatuurdisplay brandt DEMO. →De demonstratie-modus is geactiveerd. uNeem contact op met de technische dienst. Zie hoofdstukOnderhoud. U kunt de IceMaker niet aanzetten. *→Het apparaat en dus ook de IceMaker zijn niet aangesloten. uApparaat aansluiten. Zie ook hoofdstuk Aansluiten.

→De watertank is niet goed ingeschoven. uWatertank inschuiven. →Er is niet genoeg water in de watertank. uWatertank vullen. LED van de IceMaker knippert. *→Er is niet genoeg water in de watertank. uWatertank vullen. →Als de LED knippert en de watertank vol is, is er een storingopgetreden bij de IceMaker. uNeem contact op met de technische dienst. Zie hoofdstukOnderhoud. Temperatuur is niet laag genoeg. →De deur is niet goed gesloten. uDeur van het apparaat sluiten. →Niet voldoende be- en ontluchting. uLuchtrooster schoonmaken. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uZie hoofdstuk Toepassingsbereik van het apparaat. →Het apparaat werd te vaak of te lang geopend. uAfwachten of de benodigde temperatuur weer vanzelf wordtbereikt. Zo niet, contact opnemen met de Technische Dienst. Zie hoofdstuk Onderhoud. →U heeft teveel nieuwe levensmiddelen zonder SuperFrostopgeslagen.

uZie hoofdstuk SuperFrost. →De temperatuur is verkeerd ingesteld. uStel de temperatuur lager in en controleer na 24 u. →Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron. uZie hoofdstuk Opstellen. De binnenverlichting brandt niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. →De deur was langer dan 15 min. open. uDe binnenverlichting schakelt bij geopende deur naca. 15 min. automatisch uit. →Wanneer de binnenverlichting niet brandt, terwijl de tempe-ratuurdisplay wel verlicht is, is de gloeilamp stuk. uVervang de gloeilamp volgens het hoofdstuk Onderhoud. 8Afzetten8. 1 Apparaat uitschakelenAanwijzinguOm het apparaat volledig uit te schakelen, dient u alleen hetvriesgedeelte uit te schakelen. 8. 1. 1 Vriesgedeelte uitschakelenuToets On/Off Gefrierteil Fig. 3 (6) ca. 2 sec. indrukken. wDe temperatuurdisplays zijn uit. Het apparaat is uitgescha-keld. 8. 1.

2 Buiten werking stellenuApparaat leeg maken. uIceMaker in reinigingsstand zetten. (zie hoofdstuk IceMakerreinigen)*uTrek de stekker uit. uApparaat reinigen (zie hoofdstuk Reinigen). uLaat de deur wat open staan zodat er geen onaangenamegeuren kunnen ontstaan. 9Apparaat afdankenHet apparaat bevat nog waardevolle materialen enmoet gescheiden van het ongesorteerde afval wor-den afgevoerd. Het recyclen van afgedankte appa-raten moet vakkundig gebeuren overeenkomstig deplaatselijk geldende voorschriften en wetten. Let erop dat het koelcircuit van het afgedankte apparaat tijdenshet transport niet wordt beschadigd, om te vermijden dat koel-middel (aangegeven op het typeplaatje) en olie lekken. uApparaat onbruikbaar maken. Afzetten14.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Liebherr CNES 4056 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden