Liebherr CN3366 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Liebherr CN3366 (11 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Liebherr CN3366 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/11
Gebruiksaanwijzing
voor koel-vries-combinatie, NoFrost
2-6
6 -12
1
4-8
2-6
6 -12
2
4-8
2-6
6-12
3
4-8
Ventilation
2-6
6-12
1
4-8
2-6
6 -12
2
4-8
2 - 6
6-12
3
4 - 8
Ventilation
CN/CNes..6 2506
7082 312-02
NL

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Liebherr
Categorie: Koelkast
Model: CN3366

Handleiding Liebherr CN3366 – volledige tekst

A11 Temperatuur- en instelweergave, met nA-aanduiding voor stroomuitval en FrostControl met opvragen warmste tempera-tuur2 Insteltoetsen voor temperatuur: Up-toets = warmer, Down = kouder, aanbevolen instelling: -18 °C3 Hoofd-aan/uitschakelaar apparaat4 SuperFrost-toets, verlicht = ingeschakelde functie Voor het snel invriezen van verse levensmiddelen. 5 Toets voor uitschakelen geluidssignaal bij alarm6 Kinderbeveiliging (verlicht symbool = actief, koel- en vriesge-deelte zijn tegen een ongewenst uitschakelen beveiligd)Koelgedeelte7 Temperatuur- en insteldisplay8 Insteltoetsen voor temperatuur: Up-toets = warmer, Down = kouder, aanbevolen instelling: 5 °C9 Uitschakeltoets koelgedeelte (vriesgedeelte blijft ingeschakeld)bl SuperCool-toets, verlicht = ingeschakelde functie Voor het snel afkoelen van levensmiddelen in het koelge-deelte.

33CN/CNes. 6NLBewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef hem eventueel aan de volgende eigenaar door. Deze gebruiksaanwijzing is voor verscheidene modellen geldig, afwijkingen zijn daarom mogelijk. Wij feliciteren u met uw nieuwe apparaat. Door uw aankoop heeft u gekozen voor alle voordelen van de modernste koudetechniek, die u een hoogwaardige kwaliteit, een lange levensduur en een hoge bedrijfs-zekerheid garandeert. De uitvoering van uw apparaat biedt u elke dag opnieuw optimaal bedieningscomfort. Met dit apparaat, gefabriceerd met milieuvriendelijke technieken en recyclebare materialen, leveren u en wij gezamenlijk een actieve bijdrage aan het behoud van ons milieu. Lees, om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, a. u. b. de informatie in deze gebruiks-aanwijzing aandachtig door. Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe apparaat. InhoudGebruiksaanwijzing pag.

Het apparaat in vogelvlucht. 32 Inhoud. 33 Bepalingen. 33 Tips voor energiebesparing. 33Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 34 Aanwijzing m. b. t. afdanken. 34 Technische veiligheid. 34 Veiligheid bij gebruik. 34 Opstellen. 34 Aansluiten. 34Ingebruikneming en controlepaneel. 35/36 In- en uitschakelen. 35 Temperatuur instellen. 35 Temperatuurdisplays. 35 Alarm - geluidssignaal. 35 SuperCool. 36 Ventilatorschakeling. 36 Indicatie bij stroomuitval/FrostControl-melding. 36 Extra functies (kinderbeveiliging, intensiteit van het display). 36Koelgedeelte. 37 Verdelen van de levensmiddelen. 37 Indeling aanpassen. 37 Binnenverlichting. 37Vriesgedeelte. 38/39 SuperFrost. 38 Invriezen met SuperFrost. 38 Aanwijzingen voor het invriezen en bewaren. 38 Info-systeem. 39 Invriesplateau. 39 Koudeaccu‘s. 39 IJsblokjes maken. 39Ontdooien. 39Reinigen. 39Storingen - Problemen.

41BepalingenW Het apparaat werd ontworpen voor het koelen, invriezen en bewaren van levensmiddelen evenals het maken van ijs. Het is bestemd voor huishoudelijk gebruik. Bij een ander gebruik kan er geen garantie voor de onberispelijke werking worden gegeven. W Het apparat is ontworpen voor een bepaalde klimaatklasse d. w. z. een minimale omgevingstemperatuur waaronder en een maximale omgevingstemperatuur waarboven het appa-raat niet gebruikt mag worden. U vindt de klimaatklasse van het apparaat op het typeplaatje. Hierbij worden de volgende afkortingen gebruikt: Klimaatklasse ontworpen voor omgevingstemperaturen van SN +10 °C tot +32 °C N +16 °C tot +32 °C ST +18 °C tot +38 °C T +18 °C tot +43 °C- Het koelmiddelcircuit werd op lekkages gecontroleerd. - Het apparaat voldoet aan alle van toepassing zijnde veilig-heidsbepalingen en de EG-richtlijnen 73/23/EEG en 89/336/EEG.

Tips voor energiebesparing W Houd de ventilatieopeningen vrij. W Laat de deur nooit onnodig lang open staan. W Plaats de levensmiddelen soort bij soort in het apparaat; houdt u aan de maximale bewaartijd. W Bewaar alle levensmiddelen goed verpakt of afgedekt; rijpvor-ming wordt zo voorkomen. W Laat warme gerechten eerst tot kamertemperatuur afkoelen voordat u ze in het apparaat plaatst. W Laat diepvriesproducten in het koelgedeelte ontdooien. W Houd de deur van het apparaat bij een storing gesloten. Zo voorkomt u dat de temperatuur snel oploopt en blijft de kwali-teit van de levensmiddelen langer bewaard. §.

34 CN/CNes. 6is, in het gebruik van het apparaat worden onderwezen of die aanvankelijk toezicht uitoefent. Kinderen mogen niet zonder toezicht achterblijven om te voorkomen dat ze met het appa-raat spelen. W Voorkom voortdurend huidcontact met koude oppervlakken of te koelen/te bevriezen levensmiddelen want dat kan een pijnlijk of dof gevoel en bevriezing veroorzaken. Bij langdurig huidcontact veiligheidsmaatregelen treffen, bijv. handschoe-nen dragen. W Consumptie-ijs, met name waterijs of ijsblokjes, na het eruit nemen niet onmiddellijk en niet te koud consumeren. Door de lage temperaturen bestaat „Gevaar voor verbranding“. W Consumeer geen levensmiddelen die over de datum zijn, ze kunnen een voedselvergiftiging veroorzaken. OpstellenW Let er bij het opstellen/inbouwen op dat er geen leidingen van het koelsysteem beschadigd raken.

W De plaatsingsruimte van uw apparaat moet volgens de norm EN 378 pro 8 g koelmiddelmassa R 600a 1 kubieke m bezit-ten zodat er in geval van een lekkage in het koelmiddelcircuit geen ontvlambare gas-lucht-mengeling in de plaatsingsruimte van het apparaat kan ontstaan. Informatie over de hoeveel-heid koelmiddel vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. W Vermijd standplaatsen direct in het zonlicht, naast het fornuis, de radiator en dergelijke, evenals in vochtige omgevingen met spatwater. W Schuif het apparaat in de nis. Verdraai de stelpoten met de bij-gevoegde steeksleutel 10 om het apparaat stevig en waterpas op te stellen. W Dek de ventilatieopeningen nooit af. Zorg altijd voor een goede luchttoevoer en -afvoer. Meer informatie daarover vindt u in de opstel- en ombouwaanwijzingen. W Plaats geen apparaten die warmte afgeven op de koel- of diepvrieskast, bijv.

AansluitenDe stroom (wisselstroom) en spanningop de opstelplaats moeten overeenkomen met de gege-vens op het typeplaatje. Dit bevindt zich op de linker bin-nenkant van het apparaat, afb. A. W Sluit het apparaat uitsluitend op een correct geïn-stalleerd randaardestopcontact aan. W Het stopcontact moet door een zekering van 10 A of meer beveiligd zijn, niet door de achterkant van het apparaat bedekt worden en goed toegankelijk zijn. W Het apparaat niet samen met andere apparaten aansluiten via een verlengkabel - gevaar voor oververhitting. W Wanneer u het netsnoer afrolt adviseren wij u het kunststof snoerhoudertje te verwijderen, om onnodig rammelen te voorkomen. Wij adviseren u om het apparaat te reinigen voordat u het in gebruik neemt (zie verder onder „Reinigen“). Schakel het apparaat ca. 2 uur voordat u de eerste levensmidde-len erin plaatst in.

Leg de in te vriezen levensmiddelen er pas in als het temperatuurdisplay ten minste -18 °C aangeeft. Aanwijzing m. b. t. afdankenDe verpakking is van recyclebare materialen gefabri-ceerd. - Golfkarton/karton- Voorgevormde delen van geschuimd polystyreen- Folies van polyetheen- Spanbanden van polypropeen• Verpakkingsmateriaal is geen speelgoed voor kinde-ren - verstikkingsgevaar door folies. • Breng a. u. b. de verpakking naar een officiële inzamelpunt. Het afgedankte apparaat bevat nog waardevolle materialen en moet gescheiden van het ongesorteer-de afval worden afgevoerd. • Afgedankte apparaten onbruikbaar maken: trek de stekker uit het stopcontact, snijd het netsnoer door en zet de sluiting buiten werking zodat kinderen zich niet kunnen opsluiten. • Let erop dat het koelmiddelcircuit tijdens het transport van het afgedankte apparaat niet wordt beschadigd.

• Informatie over het gebruikte koelmiddel vindt u op het type-plaatje. • Het recyclen van afgedankte apparaten moet vakkundig ge-beuren overeenkomstig de plaatselijk geldende voorschriften en wetten.

Technische veiligheidW Om persoonlijk letsel en materiële schade te voorkomen, het apparaat alleen verpakt transporteren en met twee personen neerzetten. W Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maar brandbaar. W Leidingen van het koelmiddelcircuit niet beschadigen. Eruit spuitend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken of ontbranden. W Wanneer koelmiddel vrijkomt, dan open vuur of ontstekings-bronnen in de nabijheid van het lekpunt verwijderen, stekker uit het stopcontact trekken en de ruimte goed ventileren. W Bij schade aan het apparaat onmiddellijk - voor het aansluiten - bij de leverancier reclameren. W Om een veilig gebruik te waarborgen het apparaat alleen volgens de informatie in de gebruiksaanwijzing monteren en aansluiten.

W In geval van een storing het apparaat van het net loskoppelen: stekker uit het stopcontact trekken (hierbij niet aan de aan-sluitkabel trekken) of zekering laten aanspringen resp. eruit draaien. W Reparaties en ingrepen aan het apparaat alleen door de technische dienst laten uitvoeren, daar anders aanzien-lijke gevaren voor de gebruiker ontstaan. Hetzelfde geldt voor het vervangen van het netsnoer. Veiligheid bij gebruikW Bewaar geen explosieve stoffen of spuitbussen met brand-bare drijfgassen, zoals butaan, propaan, pentaan enz. , in het apparaat. Eventueel vrijkomende gassen zouden door elektrische componenten kunnen ontbranden. U herkent dergelijke spuitbussen aan de erop gedrukte inhoudsvermelding of aan een vlamsymbool. W Producten met een hoog percentage alcohol alleen goed afgesloten en staande bewaren.

W In het inwendige van het apparaat geen open vuur of ontste-kingsbronnen gebruiken. W Geen elektrische apparaten binnen het apparaat gebruiken (bijv. stoomreinigingsapparatuur, verwarmingsapparatuur). W Plint, laden, deuren enz. niet als voetensteun of om te leunen misbruiken.

35CN/CNes. 6NLIn- en uitschakelen Met de hoofd-aan/uitschakelaar 3 zet u steeds het volle-dige apparaat aan of uit, vries- en koelgedeelte. W Inschakelen: Druk op de Aan/Uittoetsen 3 of 9; de tempe-ratuurdisplays lichten op/knipperen. - Koelgedeelte: de binnenverlichting brandt wanneer de deur geopend is. - Vriesgedeelte: Bij ingebruikneming en een warm apparaat worden in de weergave van het vriesgedeelte strepen weerge-geven, totdat een temperatuur onder 0 °C bereikt is. W Uitschakelen: Hoofd-aan/uittoets ca. een seconde indrukken; de verlichte temperatuurdisplays gaan uit. W Als u enkel het koelgedeelte wilt uitschakelen (vriesge-deelte blijft ingeschakeld - gemakkelijk vb. als u met vakantie bent), druk dan de aan/uittoets 9 zodat het temperatuurdis-play koelgedeelte 7 en de binnenbelichting donker zijn. Het temperatuurdisplay vriesgedeelte 1 moet oplichten.

Temperatuur instellen Het apparaat is standaard ingesteld voor normaal bedrijf. Voor het koelgedeelte adviseren wij +5 °C, voor het vriesgedeelte -18 °C. Temperatuur verlagen/kouder: de Down-insteltoets indrukken, links voor koelgedeelte: 8, rechts voor vriesgedeelte: 2. Temperatuur verhogen/warmer: de Up-insteltoets indrukken. - Tijdens het instellen knippert de ingestelde temperatuur op het temperatuurdisplay. - De eerste keer dat u op een temperatuur-tiptoets drukt toont het temperatuurdisplay de laatst ingestelde temperatuur van het vries- of koelgedeelte. - Door meermaals kort op een tiptoets te drukken, laat u de ingestelde temperatuur in stapjes van 1 °C verspringen. Houdt u de tiptoets langer ingedrukt dan verandert de temperatuur doorlopend.

- Ongeveer 5 seconden nadat u de tiptoetsen hebt losgelaten schakelt het temperatuurdisplay automatisch over op de wer-kelijke vries- of koeltemperatuur. - De temperatuur is instelbaar: in het koelgedeelte tussen 11 °C en 2 °C, in het vriesgedeelte tussen -16 °C en -26 °C.

Afhankelijk van de opstelplaats wordt de laagste temperatuur ook daadwerkelijk bereikt of niet (staat het apparaat op een warme plaats dan wordt de laagste temperatuur niet altijd bereikt). Temperatuurdisplays In normaal bedrijf toont- temperatuurdisplay 7 de gemiddelde temperatuur in het koelgedeelte en- temperatuurdisplay 1 de hoogste temperatuur van de ingevroren levensmiddelen. Het temperatuurdisplay knippert wanneer u- de ingestelde temperatuur verandert en wanneer- de temperatuur enkele graden gestegen is. Hierdoor wordt u erop geattendeerd dat de temperatuur is opgelopen. Dit kan gebeuren wanneer u verse levensmiddelen op kamertempera-tuur in het apparaat gelegd hebt of wanneer u het apparat lang open liet staan en er warme lucht in kon stromen. In dit geval zorgt de ingebouwde elektronica er automatisch voor dat de ingestelde temperatuur weer bereikt wordt.

De korte tempera-tuurstijging heeft geen gevolgen voor de levensmiddelen. W Verschijnt op het temperatuurdisplay een foutmelding „F1“ tot „F5“ dan is sprake van een storing. Neem in dit geval contact op met de technische dienst van de leverancier van het apparaat. Wanneer u het nummer van de foutmelding (bijv. „F2“) noemt, kan men u snel van dienst zijn. Alarm - geluidssignaalHet alarm helpt u om de temperatuur van ingevroren levensmid-delen te bewaken en energie te besparen. W Het alarm stopt wanneer u op de Alarm-toets 5 drukt en- automatisch wanneer de temperatuur weer voldoende ver gedaald is of- de deur gesloten wordt. Deuralarm – voor koel- en vriesgedeelte- Het apparaat geeft alarm wanneer de deur langer dan ca. 60 sec. openstaat. Het alarm blijft ingeschakeld zolang de deur openstaat. Door het sluiten van de deur is de alarmfunctie automatisch gereed voor bedrijf.

Temperatuuralarm – vor het vriesgedeelte - Het alarm blijft ingeschakeld zolang de levensmiddelen niet koud genoeg zijn (afhankelijk van de ingestelde temperatuur). - Tegelijkertijd knippert het temperatuurdisplay.

Mogelijk oorzaak van het alarm:- er werden warme, verse levensmiddelen in het apparaat ge-legd;- bij het overpakken/eruit halen van levensmiddelen is te veel warme lucht in het apparaat gestroomd. Het temperatuurdisplay blijft knipperen totdat de alarmsituatie beëindigd is. Vervolgens schakelt het display automatisch op continu branden over en is het alarm weer gereed. SuperCoolIngebruikneming en controlepaneel* afhankelijk van model en uitvoeringVentilation11.

36 CN/CNes. 6Met de functie SuperCool schakelt u het koelgedeelte over op maximale koeling. Daarmee bereikt u tijdelijk lagere koeltempe-raturen. Deze functie is bijzonder geschikt om grote hoeveelheden levensmiddelen, dranken, vers gebak of vers bereide levensmid-delen zo snel mogelijk af te koelen. W Inschakelen: Druk kort op de SuperCool-toets bl zodat ze oplicht. De koeltemperatuur daalt tot op de koudste waarde. Opmerking: „SuperCool“ verbruikt iets meer stroom. Na ca. 6 uur schakelt de elektronica echter weer automatisch naar de energiebesparende stand terug. Desgewenst kunt u de SuperCool-functie ook van tevoren uitschakelen. W Uitschakelen: Druk nogmaals kort op de SuperCool-toets zodat ze niet meer oplicht.

Ventilatorschakeling*voor geforceerde koeling bm:Met de ventilatorschakeling kunt u indien nodig- grote hoeveelheden verse levensmiddelen snel afkoelen en- over alle draagplateaus een relatief gelijkmatige tempera-tuurverdeling in de koelruimte bereiken. Door een intensieve luchtcirculatie heffen de verschillende temperatuurbereiken elkaar op. Alle levensmiddelen worden even koel. W De ventilatorschakeling is bijzonder nuttig:- bij hoge kamertemperaturen (vanaf ca. 30 °C) of- een hoge luchtvochtigheid, zoals op zomerdagen. W Inschakelen: Druk kort op de ventilatortoets bm zodat ze oplicht. W Uitschakelen: Druk nogmaals kort op de toets zodat het lampje in de toets uitgaat. Opmerking: - Om energie te besparen, gaat de ventilator automatisch uit als de deur open is.

Indicatie bij stroomuitval /„FrostControl“-meldingStaat op het display , dab betekent dit: De temperatuur van de ingevroren levensmiddelen is door een stroomuitval, door een netspanningsonderbreking in de afgelopen uren of dagen te ver opgelopen. W Wanneer u tijdens de melding op de Alarm-toets 5 drukt, ziet u op het display hoe ver de temperatuur gedurende de stroomonderbreking is opgelopen.

Controleer, afhankelijk van de temperatuurstijging of zelfs ontdooiing, of de levensmiddelen nog geschikt zijn voor con-sumptie. - De hoogste temperatuur tijdens de stroomonderbreking is ca. 1 min. zichtbaar. Daarna toont het display weer de tempera-tuur die de levensmiddelen op dat moment hebben. Druk meermaals op de Alarm-toets om de weergave van de hoog-ste temperatuur voortijdig af te breken. Zodra het apparaat weer stroom krijgt zal de ingestelde tempera-tuur weer worden aangehouden. Ventilation11Ingebruikneming en controlepaneelExtra functiesVia de instelmodus kunt gebruik maken van de kinderbeveili-ging en de intensiteit van het display* veranderen: Instelmodus activeren:W SuperFrost-toets ca. 5 sec drukken - de SuperFrost-toets knippert - het display toont c voor kinderbeveiliging. Aanwijzing: de waarde die dient te worden veranderd knippert.

W Door op de Up/Down-toets te drukken, de gewenste functie kiezen: c = kinderbeveiliging of h = lichtintensiteit. W Nu door kort op de SuperFrost-toets te drukken, de functie selecteren/bevestigen:• Bij c = kinderbeveiliging door op de Up/Down-toets te drukken c1 = kinderbeveiliging AAN of c0 = kinderbeveiliging UIT kiezen en met de SuperFrost-toets bevestigen. Als het symbool 6 licht, is de kinderbeveiliging actief. • Bij h = lichtintensiteit door op de Up/Down-toets te drukken h1=minimale tot h5 = maxima-le intensiteit selecteren en met de SuperFrost-toets bevestigen. Instelmodus verlaten:W Door op de On/Off-toets te drukken, de instelmo-dus beeindigen; na 2 min. schakelt de electronica automatisch om. - Het standaard regelbedrijf is weer actief. Net@HomeHet apparaat kan zo nodig door onze technische dienst van een extra aansluiting 1 worden voorzien.

Met nog een optioneel Net@Home-module, bijv. TeleSafe-module of huisbus slave-module (EHS), kan het apparaat op een netwerk worden aangesloten. Meer informatie daartoe vindt u op internet onder www. liebherr. com1.

37CN/CNes. 6NLKoelgedeelteVerdelen van de levensmiddelenDoor de natuurlijke luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan ge-bieden met verschillende temperaturen. Voor de diverse soorten levensmiddelen kan deze temperatuurverdeling voordelig zijn. Zo heerst direct boven de groenteladen en tegen de achterwand de laagste temperatuur (optimaal voor bijv. worst en vleeswaren). Bovenin het apparaat, aan de voorkant en in de deur heerst de hoogste temperatuur (optimaal voor bijv. kaas en smeerbare boter). Plaats de levensmiddelen daarom volgens het indelings-voorbeeld, afb. B, in het apparaat. Tips voor het koelen- Leg de levensmiddelen niet te dicht tegen elkaar zodat de lucht er goed tussen circuleren kan. - Bewaar levensmiddelen die snel geur of smaak afgeven of aannemen evenals vloeistoffen altijd in een gesloten koelkast-doos of afgedekt.

- Ethyleengasproducerende en -gevoelige levensmiddelen zo-als fruit, groente en sla, altijd gescheiden bewaren of verpak-ken, om de houdbaarheid niet te reduceren; bijv. tomaten niet met kiwi‘s of kool bewaren. Indeling aanpassenDesgewenst kunt u de plateaus en opbergvakken verplaatsen. W Opbergvakken in deur verplaatsen, afb. C: schuif het op-bergvak omhoog, neem het er naar voren uit en zet het in de omgekeerde volgorde terug. W Door de flessenhouder te verschuiven, voorkomt u dat fles-sen omvallen bij het openen en sluiten van de deur, neem de flessenhouder altijd bij het fixeerdeeltje van kunststof. W Draagplateaus verplaatsen, afb. D:- Til het draagplateau op, trek het naar voren en zwenk het weg. Schuif de draagplateaus altijd met de aanslagrand achter naar boven wijzend terug, daar de levensmiddelen anders aan de achterwand vast kunnen vriezen.

W Hebt u ruimte voor grote flessen nodig, dan kunt u - de voorste halve glasplaat* zacht omhoog heffen en voor-zichtig onder de achterste plaat schuiven tot de uittrekstops in de openingen klikken, afb. E. De binnenverlichtingwordt automatisch uitgeschakeld wanneer het apparaat langer dan ca. 15 minuten open staat. Gaat de binnenverlichting niet automatisch aan wanneer u het apparaat opent maar is het temperatuurdisplay wel verlicht, dan is het gloeilampje misschien defect. Vervangen van de gloeilamp:W Type gloeilamp: max. 25 W, de stroom en spanning moeten overeenkomen met de gegevens op het type-plaatje. Gebruik enkel gloeilampen met dezelfde afmeting. E14-fitting. W Schakel het apparaat uit. Trek de stekker uit het stop-con-tact of schakel de zekering in de meterkast uit. W Druk de boven- en onderkant van het afdekkapje, afb. F1, in 1 en wip het kapje aan de achterkant los 2.

38 CN/CNes. 6en te blancheren groente. Voeg aan overige levensmiddelen slechts weinig zout en specerijen toe: verschillende specerijen veranderen door het invriezen van smaak. W Vries geen flessen en pakken met koolzuurhoudende dranken in aangezien deze kunnen exploderen. Haal flessen die u snel wilt koelen uiterlijk na één uur al weer uit het apparaat. W Bewaren: De afzonderlijke laden en plateaus kunnen max. 25 kg levensmiddelen dragen. - VarioSpace: Door een lade en een plateau eruit te halen krijgt u over 2 ladehoogten plaats voor grote levensmiddelen. Gevogelte, vis, grote stukken wild en hoog gebak kunnen als één stuk worden ingevroren. W Als u het maximale volume wilt gebruiken, kunt u de laden eruit nemen en de vriesproducten direct op de plateaus bewa-ren. - Enkel de onderste lade moet altijd in het apparaat blijven.

- Als u de bovenste lade eruit neemt, moet u erop letten dat u de luchtgaten van de ventilator niet afdekt, dat is heel belang-rijk voor een goed functioneren van het apparaat. - Laden eruit halen, afb. G1: trek de lade tot aan de aanslag naar voren en til hem eruit. - Draagplateau eruit halen, afb. G2: het draagplateau aan de voorkant oplichten en eruit trekken. Plateau terugzetten: in omgekeerde volgorde te werk gaan, draagplateau tot aanslag inschuiven. W Bewaar dezelfde soort levensmiddelen altijd bij elkaar. Zo voorkomt u dat de deur te lang open staat en bespaart u energie. W Houd u aan de voorgeschreven bewaar-tijden. W Ontdooien: Haal steeds slechts zoveel levensmiddelen uit het apparaat als u direct nodig hebt. Verwerk eenmaal ont-dooide levensmiddelen zo snel mogelijk tot een gerecht.

Ingevroren levensmiddelen kunt u als volgt ontdooien:- in een oven/heteluchtoven;- in een magnetron;- bij kamertemperatuur;- in het koelgedeelte: de warmte die voor het ontdooien nodig is, wordt aan de overige levensmiddelen onttrokken. - Reeds enigszins ontdooide platte porties vlees en vis kunnen heet bereid worden.

- Groenten kunt u direct bereiden, zonder dat u ze ontdooit (in de helft van de tijd die normaal nodig is om gaar te worden). SuperFrostMet de SuperFrost-functie zorgt u ervoor dat verse levensmid-delen zo snel mogelijk door en door bevriezen, terwijl reeds in-gevroren levensmiddelen een „koudereserve“ krijgen. Dat maakt de SuperFrost-voorziening mogelijk. Zo blijven voedingswaarde, uiterlijk en smaak van de ingevroren levensmiddelen het beste bewaard. W Op het typeplaatje (zie afb. A2, 4, onder „Invriescapaciteit. kg/24h“) vindt u hoeveel kilo verse levensmiddelen u binnen 24 uur maximaal kunt invriezen. De invriescapaciteit is afhan-kelijk van het model en de klimaatklasse van het apparaat. Invriezen met SuperFrostW Druk kort op de SuperFrost-toets4, zodat ze oplicht. De temperatuur daalt; het apparaat werkt met maxi-male koeling.

W Bij een geringe hoeveelheid in te vriezen levensmid-delen ca. 6 uur wachten/voorvriezen - gewoonlijk is dit lang genoeg. Wacht bij de maximale hoeveelheid levensmiddelen, zie het typeplaatje onder „Invriescapaciteit“, ca. 24 uur. W Daarna de verse levensmiddelen erin leggen, bij voorkeur in de bovenste laden. Vries bij de maximale hoeveelheid de verpakte levensmid-delen zonder laden in. Leg ze direct op de koudeplaten en na het invriezen in de laden. - SuperFrost wordt automatisch uitgeschakeld, afhankelijk van de ingevroren hoeveelheid (variërend van 30 tot 65 uur). Na het invriezen gaat het SuperFrost-toets uit -het apparaat werkt weer in de normale energiebesparende stand. Opmerking: Schakel SuperFrost niet in- wanneer u reeds ingevroren diepvriesproducten in het appa-raat legt;- bij het invriezen van minder dan 2 kg verse levensmiddelen per dag.

W Verdeel de diepvriesproducten losjes over het invriesplateau, afb. H. W Schuif het invriesplateau in een van de bovenste laden. Laat de levensmiddelen 10 à 12 uur invriezen, stop ze vervolgens in een diepvriesdoos of -zak en leg ze in een lade. W Ontdooien: Spreid de ingevroren levensmiddelen losjes naast elkaar uit. 2-66-124-8De koudeaccu‘s* voorkomen bij stroomuitval dat de temperatuur te snel oploopt - de kwaliteit van de levensmiddelen blijft beter bewaard. W De koudeaccu‘s kunt u ruimte-besparend in het invriesplateau invriezen en bewaren, afb. J. - Wilt u ingevroren levensmiddelen bij een eventuele storing zo lang mogelijk kunnen bewaren, leg dan de bevroren ac-cu‘s in de bovenste lade direct op de levensmiddelen. 2-66-124-8IJsblokjes makenW IJsblokjeshouder met water vullen. W IJsblokjeshouder in het apparaat zetten en laten bevriezen.

In het koelgedeelte: Het vrijkomende water verdampt door de vrijkomende warmte van de compressor - waterdruppels op de achterwand zijn normaal en wijzen niet op een storing. W U hoeft er slechts voor te zorgen dat het dooiwater ongehin-derd door de afvoeropening (pijl in afb. A) in de achterwand kan wegstromen. In het vriesgedeelte: Het vrijkomende vocht slaat op de ver-damper neer, wordt periodiek ontdooid en verdampt. Door de automatische ontdooiing blijft de vriesruimte altijd vrij van ijs. ReinigenW Trek altijd de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit, voordat u het ap-paraat schoonmaakt. W Buitenwand, binnenruimte en delen van het interieur met lauwwarm water en een beetje schoonmaakmiddel met de hand reinigen. Gebruik geen stoomreinigingsapparaat teneinde verwondingen en beschadigingen te voorkomen.

W Gebruik bij voorkeur zachte poetsdoeken en een pH-neutrale allesreiniger. Gebruik in de binnenruimte van het apparaat enkel levensmiddelenvriendelijke reinigings- en onderhouds-producten. W Bij apparaten in rvs-uitvoering* een normaal rvs-schoon-maakmiddel gebruiken. - Behandel het apparaat na de reiniging met een rvs-onder-houdsmiddel (gelijkmatig in de slijprichting) om het de beste bescherming te geven. Donkere plaatsen op de rvs-opper-vlakte en een intensievere kleur kort na de reinigingsbeurt zijn normaal. - Gebruik geen schurende/krassende sponsen, geconcentreer-de reinigingsmiddelen evenmin als schoonmaakproducten of chemische oplosmiddelen die zand, chloride of zuur bevatten: die beschadigen de oppervlakte en kunnen corrosie veroorza-ken. W Let erop dat er geen water in de afvoergoot, ventilatie-roosters of elektrische delen dringt. Maak het apparat goed droog met een doek.

- Beschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat nooit: het is belangrijk voor de technische dienst. W De boterdoos* kunt u in de vaatwasmachine plaatsen.

De pla-teaus, glasplaten en de overige uitrusting moet u met de hand reinigen: ze zijn niet vaatwasmachinebestendig. W Als u het bovenste deurvak (boter- en kaasvak) wilt verwij-deren, dan het vak altijd samen met het deksel* verwijderen. Daarna een zijstuk van het vak voorzichtig naar buiten duwen totdat de dekselpen vrij komt en het deksel zijwaarts wegge-haald kan worden; daarbij op eventuele lagerbussen* letten. W U kunt draagplateaus en opbergvakken demonteren om ze te reinigen - trek de lijsten en de zijkanten van de glasplaten. - Trek de beschermfolie eraf. W Reinig de dooiwater-afvoeropening in de achterwand boven de groenteladen regelmatig (afb. A, pijl). Gebruik indien nodig een spits hulpmiddel, bijv. een wattenstaafje. W Maak het aggregaat en de warmtewisselaar (het metalen rooster aan de achterkant van het apparaat) minimaal één keer per jaar stofvrij en schoon.

Stof verhoogt het energiever-bruik. W Let erop dat u geen kabels of andere onderdelen lostrekt, knikt of beschadigt. W Steek vervolgens de stekker weer in het stopcontact (of schakel de zekering in de meterkast weer in) en schakel het apparaat in. Leg de levensmiddelen weer terug in het apparaat zodra de temperatuur begint te dalen. Moet het apparaat voor langere tijd uitgeschakeld worden, maak het dan leeg, trek de stekker uit het stopcontact, maak het op de hierboven beschreven manier schoon en laat de deur van het apparaat open staan om geurvorming te voorkomen.

40 CN/CNes. 6Technische dienst en typeplaatjeKunt u geen van de hierboven beschreven oorzaken vast-stellen en de storing niet zelf verhelpen of verschijnt op het temperatuurdisplay een foutmelding "F0" tot "F5" dan is er sprake van een storing. Neem in dit geval contact op met de dichtstbijzijnde technische dienst (zie bijgevoegd overzicht). Geef het nummer van de fout-melding (F1 enz. ) door evenals de volgende gegevens op het typeplaatje: de typeaanduiding 1,het servicenummer 2,het apparaatnummer 3Hierdoor wordt een snelle en efficiënte service mogelijk. Het typeplaatje vindt u op de linker binnenkant van het ap-paraat. Laat het apparaat dicht tot de klanten-dienst komt om een nog groter koudeverlies te vermijden. Opstel- en ombouwaanwijzingenHet apparaat niet side-by-side met een andere koel-/vrieskast plaatsen.

Belangrijk voor het vermijden van condensatiewater en daaruit resulterende schade. Dit geldt niet voor de modellen met zijverwarming. Ze zijn ontwor-pen voor de side-by-side montage met deze koel-/vriesappara-ten. Meer informatie hierover krijgt u de vakhandel. De uitwendige afmetingen van het apparaat vindt u in afb. S op de laatste pagina en de onderstaande tabel. Model, bruto-inhoud (l) hoogte H(zie typeplaatje) (mm) 331 (33. ) 1806 365 (36. ) 2000 377 (38. ) 1982Draairichting deur veranderenAfb. T. Desgewenst kan de draairichting worden veranderd:Deuraanslag enkel wisselen wanneer de netstekker is uitgetrok-ken. W Open de deur en de plint 1 m. b. v. een schroevedraaier aan de scharnierkant uitklinken en naar voren uittrekken. - Wip de afdekking 2 met een schroevendraaier los. Sluit de deur. - Draai schroef M5 3 eruit.

W Zet alle lagerdelen naar de andere kant over:W Boven, voortgaan (al naargelang de variante) als volgt: Variante I. (zichtbaar bedienbord): afdekkingen 8 met een schroevedraaier naar voren uitklinken en schuin naar beneden verwijderen. Lagerbout 7 uitdraaien en op de andere kant indraaien. Daartoe het inbusgedeelte van de bijgaande steek-sleutel (sleutel 5) gebruiken. Afdekkingen 8 opnieuw monte-ren: achteraan inzetten en vooraan inklinken. Variante II. (verdekt bedienbord): afdekking 8 aan de kant van de greep optillen, naar buiten wegschuiven; afdekking aan de kant van het scharnier optillen en wegtrekken. - Aardingsplaat cm afschroeven: aardingsschroef cl eerst, dan bevestigingsschroef binnen cq. - Lagerstoel 9 afschroeven: eerst aardingsschroef cl, dan bevestigingsschroeven cq losdraaien. Lagerstoel 9 op de andere kant zetten.

Om de montage te vergemakkelijken, de lagerstoel van boven opzetten en met de bovenste bevesti-gingsschroef cq M5 eerst aanhalen, dan schroef cq en ten-slotte aardingsschroef cl M4. - Aardingsplaat cm, 180 ° gedraaid, op de nieuwe kant van de greep weer vastschroeven: eerst bevestigingsschroef cq dan aardingssschroef cl. - Lagerbout 7 in het andere bevestigingsgat omzetten. Daartoe het inbusgedeelte van de bijgaande steeksleutel (sleutel 5) gebruiken. - Afdekkingen 8 weer monteren: de afdekking aan de kant van het scharnier naar buiten schuiven en inklinken; de afdekking aan de kant van de greep van buiten inschuiven en inklinken. W Midden: afdekking bl met lagerstoel bm wisselen: de schroeven uitdraaien, de afdekking bl en de lagerstoel bm naar de zijkant lostrekken, en 180° gedraaid aan de andere kant terug opschuiven, de lagerbus bn eruittrekken en van boven weer inzetten.

- Bovenste deur in scharnierpin 7 hangen, (bij variant I op afstandhuls 9 letten). Sluit de deur. - Schuif de middelste lagerpen 6 van onder door het scharnier * afhankelijk van model en uitvoering Het apparat is zodanig geconstrueerd en gefabriceerd dat storingen nagenoeg niet voorkomen en een lange levensduur gegarandeerd is. Doet zich desondanks een storing voor, ga dan a. u. b. na of deze misschien het gevolg is van een verkeerde bediening. Is dit het geval dan moeten we helaas - ook tijdens de garantietermijn - de reparatiekosten in rekening brengen. De volgende storingen kunt u zelf opsporen en verhelpen:Storing mogelijke oorzaak en oplossingHet apparaat werkt niet, het display blijft donker. - Is het apparaat correct ingeschakeld. - Zit de stekker goed in het stopcontact. - Is de zekering in de meterkast in orde. De binnenverlichting brandt niet. - Is het koelgedeelte ingeschakeld.

- Stond de deur langer dan 15 min. open. - Is het gloeilampje defect. Vervang het lampje als onder „Bin-nenverlichting“ beschreven. Het apparaat maakt te veel lawaai. - Staat het apparaat op een stevige ondergrond. Worden meubels/voorwerpen naast het apparaat door het draaiende aggregaat aan het trillen gebracht. Schuif het apparaat eventueel iets weg, stel het met de stelpoten waterpas, zet de flessen en verpakkingen van elkaar af. - Normaal zijn: stromingsgeluiden (borrelen of ruisen) veroor-zaakt door het koelmiddel dat in het koelmiddelcircuit stroomt. Een kort klikken. Dit ontstaat altijd als de compressor (de motor) automatisch in- of uitgeschakeld wordt. Brommen van de motor. De motor bromt even iets harder als het aggregaat wordt ingeschakeld. Het apparaat geeft een alarmsignaal, de temperatuur is niet laag genoeg.

(zie passage „Bepalingen“)- Werd het apparaat te vaak of te lang geopend. - Eventueel afwachten of de gewenste temperatuur vanzelf weer wordt bereikt. Op het display staat. - De stroom was uitgevallen. Handel als onder „Indicatie bij stroomuitval/FrostControl-melding“ beschreven. De compressor loopt lang- Dat is bij energiezuinige modellen functioneel in orde. De toe-rentalgeregelde* compressor schakelt bij minder koudevraag op een lager toerental om. Hoewel de compressor daardoor bijna continu gaat draaien, wordt er toch energie gespaard. Storingen - Problemen.

41CN/CNes. 6NLOpstel- en ombouwaanwijzingenbm in het deurlager. Lijn de deur indien nodig via de sleufgaten in het scharnier met de behuizing uit. - Hang de onderste deur erin en sluit hem. - Draai de scharnierbasis 4 180°, trek de lagerpen 5 eruit en zet hem omgekeerd weer terug. Monteer beide delen in het scharnier bq: schuif de pen door het scharnier in het deur-lager, zwenk de scharnierbasis erin, schuif hem omhoog en monteer hem met de schroef 3 voor. W Lijn de deur via het sleufgat in het scharnier bq uit ten op-zichte van de behuizing, draai vervolgens de schroef 3 stevig vast. W Schuif de plint 1 erop en druk hem vast. W Open de deur en zet afdekking 2 van voren in de plint en druk hem achter vast. W Deurgrepen br en stopjes bt van plaats veranderen*. Zet de deur open en klik de aandrukplaten* bs vanvoor voor-zichtig uit en schuif ze zijlings weg; schroef de greep eraf.

Bij het monteren omgekeerd te werk gaan: schuif de aandruk-platen eraan en let op een juist inklikken. Inbouw in het keukenblok Afb. U. Het apparaat kan door de keukeninrichting omgeven worden. Om het apparaat aan de hoogte van het keukenblok aan te passen kunt u er een opbouwkast 1 op plaatsen. Houd achter de gehele breedte van de opbouwkast een venti-latieruimte van ten minste 50 mm diepte vrij voor de toevoer en afvoer van lucht. De ventilatieruimte moet een minimale opper-vlakte van 300 cm2 hebben. Hoe groter de oppervlakte van de ventilatieruimte, des te energiezuiniger werkt het apparaat. W Bij gebruik van gestandaardiseerde keukenkasten (diepte max. 580 mm) en decorplaten met een maximale dikte van 2 mm kunt u het apparaat direct naast het keukenblok plaatsen. De deur van het apparaat steekt aan de zijkanten 34 mm en in het midden 51 mm ten opzichte van het keukenfront naar voren.

Hierdoor is de deur zonder problemen te openen en sluiten. W Plaatst u het apparaat met de scharnierkant naast een muur 4 neem dan een afstandlijst (breedte min. 36 mm) tussen apparaat en muur op.

Dit in verband met het uitsteken van de deurgreep bij een geopende deur. 1 opbouwkast 3 keukenmeubel 2 koel-/vrieskast 4 muurDecorplaat* monteren(bij witte apparaten met hoogte H = 1806 en 1982 mm)Met een decorplaat en decorlijsten kunt u de kleur van het ap-parat aan de rest van het keukenblok aanpassen of hiermee juist laten contrasteren. Decorplaaten zijn verkrijgbaar bij keukenspeciaalzaken; losse decorlijsten via de leverancier van uw apparat. Wilt u de decorplaaten zelf monteren, dan hebt u voor het voorboren van de bevestigingsgaten een boormachine of accu-schroevedraaier nodig. De deurgrepen dienen door de bijgele-verde stijve grepen van het decorlijstenset voor het decorraam te worden vervangen. Zie voor verdere montage-aanwijzingen en de maten de montagehandleiding die bij de decorlijstenset gevoegd is.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Liebherr CN3366 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden