Liebherr CN 3515-21 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Liebherr CN 3515-21 (18 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 10 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Liebherr CN 3515-21 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Liebherr |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | CN 3515-21 |
Handleiding Liebherr CN 3515-21 – volledige tekst
Inhoudsopgave1 Het apparaat in vogelvlucht. 511. 1 Apparaat- en uitrustingsoverzicht. 511. 2 Toepassingen van het apparaat. 511. 3 Conformiteit. 521. 4 Opstelmaten. 521. 5 Energie sparen. 521. 6 SmartDevice. 532 Algemene veiligheidsvoorschriften. 533 Bedienings- en controle-elementen. 543. 1 Homebeeldscherm. 543. 2 Bedieningsstructuur. 543. 3 Navigatie. 543. 4 Symbolen. 553. 5 Apparaatopties. 554 In gebruik nemen. 554. 1 Apparaat transporteren. 554. 2 Apparaat opstellen. 554. 3 Draairichting deur veranderen. 564. 4 Inbouw in het keukenblok. 584. 5 Afvalverwerking van de verpakking. 584. 6 Apparaat aansluiten. 584. 7 Apparaat inschakelen. 585 Bediening. 595. 1 Temperatuureenheid wijzigen. 595. 2 Kinderbeveiliging. 595. 3 Sabbatmodus. 595. 4 Koelgedeelte. 595. 5 Vriesgedeelte. 616 Onderhoud. 636. 1 Ontdooien met NoFrost. 636. 2 Apparaat reinigen. 636. 3 Technische Dienst. 637 Storingen.
648 Meldingen. 659 Uitzetten. 669. 1 Apparaat uitschakelen. 669. 2 Buiten werking stellen. 6610 Apparaat afdanken. 66De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkelingvan alle typen en modellen. Daarom vragen wij om uw begripvoor het feit dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniekmoeten voorbehouden. Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, deinstructies in deze handleiding aandachtig doorlezen a. u. b. De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingen zijnmogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparaten vantoepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*). Gebruiksaanwijzingen zijn gekenmerkt met een ,gebruiksresultaten met een. 1 Het apparaat in vogelvlucht1. 1 Apparaat- en uitrustingsoverzichtAanwijzinguLevensmiddelen zoals in de afbeelding getoond sorteren. Zo werkt het apparaat energiebesparend.
1 (1) Bedienings- encontrole-elementen(11) Typeplaatje(2) Deuropbergvakken,verstelbaar(12) NoFrost-module(3) (13)Flessenvak Vriesschuiflade(4) Flessenhouder,verschuifbaar(14) VarioSpace(5) (15)Schap, deelbaar IJsblokjesschaal(6) (16)Schap, verstelbaar Stelvoeten voor, transpor-trollen achter(7) (17)Eiervakje Ventilator(8) (18)Flessenrek Afvoeropening(9) (19)Koudste zone Transportgrepen(10) Groenteladen1. 2 Toepassingen van het apparaatGebruik volgens de voorschriftenHet apparaat is uitsluitend geschikt voor hetkoelen van levensmiddelen in een huishoude-lijke of vergelijkbare omgeving. Daartoe wordtbijvoorbeeld het gebruik gerekend. -in personeelskeukens, bed and breakfasts,-door gasten in landhuizen, hotels, motels enandere onderkomens,-voor catering en soortgelijke diensten in degroothandel. Alle andere toepassingen zijn niet toegestaan.
dergelijke stoffen en producten als genoemdin de richtlijn inzake medische hulpmiddelen2007/47/EG,-het gebruik in explosiegevaarlijke gebieden,-het gebruik op beweeglijke ondergrondenzoals schepen, railverkeer of vliegtuigen,-het bewaren van levende dieren. Misbruik van het apparaat kan leiden tot schadeaan bewaarde producten of tot bederf ervan. KlimaatklassenHet apparaat is volgens de klimaatklassegebouwd voor gebruik bij bepaalde omgevings-temperaturen. De klimaatklasse van uw appa-raat vindt u op het typeplaatje. AanwijzinguOm een probleemloze werking te waar-borgen, moet de aangegeven omgevingstem-peratuur worden aangehouden. Klimaat-klassevoor omgevingstemperaturen vanSN 10 °C tot 32 °CN 16 °C tot 32 °CST 16 °C tot 38 °CT 16 °C tot 43 °C1. 3 ConformiteitHet koelmiddelcircuit werd op lekkages gecontroleerd.
-Stel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naasteen fornuis, verwarming of dergelijke. -Het energieverbruik is afhankelijk van opstellingsomstandig-heden b. v. de omgevingstemperatuur (zie 1. 2). -Open het apparaat zo kort mogelijk.
-Hoe lager de temperatuur wordt ingesteld, des te hoger ishet energieverbruik. -Zet de levensmiddelen soort bij soort. (zie Het apparaat invogelvlucht). -Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt opslaan. Rijpvorming wordt vermeden. -Levensmiddelen slechts zolang als nodig buiten het appa-raat laten staat, zodat ze niet te warm worden. -Warme gerechten in de kast plaatsen: eerst laten afkoelentot kamertemperatuur. -Diepvriesproducten in de koelruimte laten ontdooien. -Bij langere afwezigheid het koeldeel leegmaken en uitscha-kelen. Stof doet het energieverbruik toenemen:-de koelmachine met warmtewisselaar -metalen rooster aan de achterkant vanhet apparaat - eens per jaar afstoffen. Het apparaat in vogelvlucht3* afhankelijk van model en uitvoering.
1. 6 SmartDeviceHet apparaat is voor de integratie in een SmartHome en voor uitgebreidere servicevoorzieningenvoorbereid. Door een SmartDeviceBox kunnenoverige opties worden vrijgeschakeld. De activeringvindt plaats via het klantenportaal MyLiebherr. Nadere informatie over de beschikbaarheid, voorwaarden ende afzonderlijke opties vindt u op internet onder: www. smartde-vice. liebherr. com. 2 Algemene veiligheidsvoor-schriftenGevaren voor de gebruiker:-Dit apparaat kan door kinderen vanaf 8 jaaren ouder, evenals door personen metbeperkte fysische, sensorische of mentalecapaciteiten of gebrek aan ervaring en kennisworden gebruikt, wanneer ze onder toezichtstaan of m. b. t. het veilige gebruik van hetapparaat instructies hebben gekregen en dedaaruit voortvloeiende gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaatspelen.
Kinderen mogen het apparaat nietzonder toezicht reinigen en onderhouden. -Als u het stroomsnoer van het apparaat uithet stopcontact trekt, altijd bij de stekkernemen. Niet aan het snoer trekken. -Trek, in geval van een storing, de stekker uithet stopcontact of schakel de beveiliging uit. -Beschadig het netsnoer niet. Gebruik hetapparaat niet wanneer het netsnoer defect is. -Reparaties, aanpassingen aan het apparaaten het vervangen van het netsnoer alleenlaten uitvoeren door de Technische Dienst ofander daarvoor opgeleid vakpersoneel. -Het apparaat alleen conform de beschrijvingin de handleiding monteren, aansluiten enafvoeren. -Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldigen geef hem eventueel aan de volgende eige-naar door. -De lampen voor speciale doeleinden (gloei-lampen, led, TL-lampen) in het apparaat zijnbedoeld om de binnenruimte te verlichten enniet geschikt als kamerverlichting.
•Binnenin het apparaat geen elektrischeapparaten gebruiken (b. v. stoomreinigers,verwarmingsapparatuur, ijsmachines enz. ). •Wanneer er koelmiddel weglekt: Zorg datzich geen open vuur of ontstekingsbronnenin de buurt van de lekkage bevinden. Ruimte goed ventileren. Contact opnemenmet de Technische Dienst. -Geen explosieve stoffen of spuitbussen metbrandbare drijfgassen, zoals b. v. butaan,propaan, pentaan enz. in het apparaatbewaren. Zulke spuitbussen zijn herkenbaaraan de op de verpakking vermelde inhouds-stoffen of een vlammensymbool. Eventueelontsnappende gassen kunnen door elektri-sche componenten vlam vatten. -Houd brandende kaarsen, lampen en anderevoorwerpen met open vlammen uit de buurtvan het apparaat, zodat ze geen brandveroorzaken. -Alkoholische dranken of andere verpakkingendie alcohol bevatten, mogen uitsluitend goedafgesloten worden bewaard.
Eventueel uittre-dende alcohol kan door elektrische compo-nenten vlam vatten. Gevaar voor vallen en omkiepen:-Plint, laden, deuren enz. niet als voetensteunof om te leunen misbruiken. Dit geldt in hetbijzonder voor kinderen. Gevaar voor voedselvergiftiging:-Te lang opgeslagen levensmiddelen nietmeer nuttigen. Gevaar voor bevriezingen, gevoelloosheiden pijn:-Langdurig huidcontact met koude opper-vlakken en gekoelde of ingevroren levens-middelen vermijden of veiligheidsmaatre-gelen treffen, b. v. handschoenen dragen. Consumptie-ijs, met name waterijs ofijsblokjes niet onmiddellijk en niet te koudconsumeren. Gevaar voor verwonding en beschadiging:-Hete stoom kan letsel tot gevolg hebben. Voor het ontdooien geen elektrische kachel-tjes of stoomreinigers, open vuur of ontdoois-pray gebruiken. -IJs niet met scherpe voorwerpen verwijderen.
Klemgevaar:-Bij het openen en sluiten van de deur niet inhet scharnier grijpen. Vingers kunnen inge-klemd raken. Symbolen op het apparaat:Algemene veiligheidsvoorschriften* afhankelijk van model en uitvoering 4.
Het symbool kan zich op de compressorbevinden. Het heeft betrekking op de olie in decompressor en wijst op het volgende gevaar: Kanbij het inslikken en indringen in de luchtwegendodelijk zijn. Deze aanwijzing is alleen voor hetrecyclingproces van belang. In de normale modusbestaat er geen gevaar. Neem de specifieke aanwijzingen in deoverige hoofdstukken in acht:GEVAAR duidt een direct gevaar aan, die dedood of ernstig lichamelijk letsel totgevolg kan hebben wanneer ditgevaar niet vermeden wordt. WAAR-SCHUWINGduidt een gevaarlijke situatie aan,die de dood of ernstig lichamelijkletsel tot gevolg kan hebbenwanneer dit gevaar niet vermedenwordt. VOORZICHTIGduidt een gevaarlijke situatie aan,die lichamelijk letsel tot gevolg kanhebben wanneer dit gevaar nietvermeden wordt. LET OP duidt een gevaarlijke situatie aan,die materiële schade tot gevolg kanhebben wanneer dit gevaar nietvermeden wordt.
Aanwijzing geeft aan dat praktische aanwij-zingen en tips gegeven worden. 3 Bedienings- en controle-elementen3. 1 HomebeeldschermFig. 3 (1) (3)Veld koelgedeelte Menuveld(2) (4)Veld vriesgedeelte BeeldschermHet homebeeldscherm is de uitgangsweergave voor degebruiker. Van hieruit worden alle instellingen uitgevoerd. Door op het beeldscherm te drukken kunnen de functiesworden opgeroepen en de waarden worden gewijzigd. 3. 2 BedieningsstructuurVeld koelgedeelteFig. 4 (1) (2)Symbool koelgedeelte TemperatuurweergavekoelgedeelteIn het veld koelgedeelte wordt de ingestelde temperatuur vanhet koelgedeelte weergegeven. De volgende instellingen kunnen worden uitgevoerd:-Temperatuurinstellingen-Koelgedeelte uit- en inschakelenVeld vriesgedeelteFig. 5 (1) (2)Symbool vriesgedeelte TemperatuurweergavevriesgedeelteIn het veld vriesgedeelte wordt de ingestelde temperatuur vanhet vriesgedeelte weergegeven.
De volgende instellingen kunnen worden uitgevoerd:-Temperatuurinstellingen-Vriesgedeelte uit- en inschakelenBij het uitschakelen van het vriesgedeelte wordt ook het koel-gedeelte uitgeschakeld.
MenuveldFig. 6 (1) (2)Hoofdmenu Geactiveerde optieHet menuveld biedt toegang tot de opties en instellingen vanhet apparaat. Bovendien worden geactiveerde opties weerge-geven. 3. 3 NavigatieDoor op menu te drukken krijgt u toegang tot de afzonderlijkeopties. Na bevestiging van een optie of instelling klinkt eengeluidssignaal. De weergave wisselt naar het homebeelds-cherm. De bediening van het apparaat vindt plaats via de volgendesymbolen:Stand-by:Apparaat of temperatuurzone inscha-kelen. Menu:Opties oproepen. Min / Plus:Instelling wijzigen (bijv. temperatuurregelen, tijdinstelling voor Super-Cool). Bedienings- en controle-elementen5 * afhankelijk van model en uitvoering.
Navigatiepijl links / rechts:Opties kiezen en in het menu navi-geren. Met de navigatiepijlen kan men doorde afzonderlijke opties bladeren. Nade laatste optie wordt de eerste optieweer weergegeven. Terug:Keuze annuleren. De weergave wisselt naar hetvolgende hogere niveau resp. naarhet homebeeldscherm. OK:Keuze bevestigen. Na bevestiging wisselt de weergavenaar het homebeeldscherm. ON / OFF, START / STOPOptie activeren / deactiveren. Na activering of deactivering van eenoptie wisselt de weergave naar hethomebeeldscherm. RESET:Timer terugzetten. Toegang klantenserviceAanwijzingAls na 1 minuut geen keuze plaatsvindt, wisselt de weer-gave naar het homebeeldscherm. 3. 4 SymbolenDe symbolen geven informatie over de actuele staat van hetapparaat. Pijlen omhoog:Temperatuur wordt verhoogd. Pijlen omlaag:Temperatuur wordt verlaagd. Stand-by:Apparaat of temperatuurzone isuitgeschakeld.
Meldingen:Actieve foutmeldingen en herinne-ringen zijn aanwezig. 3. 5 ApparaatoptiesDe volgende opties kunnen geactiveerd of ingesteld worden,toelichtingen en instelmogelijkheid, (zie Bediening):Symbool OptieSuperCoolxSuperFrostxVentilatorxSabbathModeKinderbeveiligingxTemperatuureenheidx Is de optie geactiveerd, wordt het bijbehorende symbool inhet menuveld weergegeven. Het symbool verdwijnt als de optie eindigt of wordt gedeacti-veerd. 4 In gebruik nemen4. 1 Apparaat transporterenVOORZICHTIGGevaar voor verwonding en beschadiging door verkeerd trans-port. uHet apparaat verpakt transporteren. uHet apparaat rechtop transporteren. uHet apparaat niet alleen transporteren. 4. 2 Apparaat opstellenWAARSCHUWINGBrandgevaar door vocht. Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluitingvochtig worden, kan dat leiden tot kortsluiting. uHet apparaat is ontworpen voor gebruik in een geslotenruimte.
Wanneer netsnoer/stekker van het apparaat of een anderapparaat en de achterzijde van het apparaat tegen elkaarliggen, kunnen netsnoer/stekker door trillen van het apparaatworden beschadigd, wat tot kortsluiting kan leiden. uApparaat zo opstellen, dat stekker of netsnoer niet tegen hetapparaat liggen. uStopcontacten die zich aan de achterzijde van het apparaatbevinden niet gebruiken om het apparaat of andere appa-raten aan te sluiten. WAARSCHUWINGBrandgevaar door koelmiddel. Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maarbrandbaar. Ontsnappend koelmiddel kan vlam vatten. uDe buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet bescha-digen. In gebruik nemen* afhankelijk van model en uitvoering 6.
WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging. uPlaats geen warmte afgevende apparaten, bijv. magnetron,toaster enz. op het apparaat. WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging door verstopte ventilatie-openingen. uDe ventilatieopeningen regelmatig schoonmaken. Zorg altijdvoor een goede luchttoevoer en -afvoer. LET OPGevaar voor beschadiging door condenswater. uhet apparaat niet strak naast een ander koel-/vriesapparaatzetten. qNeem bij beschadiging van het apparaat onmiddellijk - nogvoor het aansluiten - contact op met de leverancier. qDe vloer waar het apparaat komt te staan moet waterpas envlak zijn. qStel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naasteen fornuis, verwarming of dergelijke. qHet apparaat met de achterkant en indien gewenst inclusiefde meegeleverde wandafstandhouders (zie beneden) directtegen de muur plaatsen.
qHet apparaat mag alleen in onbeladen toestand wordenverschoven. qStel het apparaat niet op zonder hulp. qHoe meer koelmiddel R 600a er in het apparaat is, des tegroter moet de ruimte zijn, waarin het apparaat staat. In tekleine ruimtes kan bij een lek een brandbaar mengsel vangas en lucht ontstaan. Volgens de norm EN 378 moet per11 g koelmiddel R 600a de plaatsingsruimte ten minste 1 m3groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel van uw apparaat staatop het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. uHaal het aansluitsnoer van de achterzijde van het apparaat. Verwijder hierbij de snoerhouder, anders kunnen trillingsge-luiden ontstaan. uHaal de beschermfolie van de buitenzijde van het apparaat. *uTrek de beschermfolie van de sierlijsten. uVerwijder alle transportbeveiligingsonderdelen.
Om ervoor te zorgen dat het opgegeven energieverbruik wordtbereikt, moeten de afstandhouders worden gebruikt die bijsommige apparaten zijn gevoegd. Hierdoor wordt de apparaat-diepte ca. 35 mmgroter. Het apparaat functioneert zondergebruik van de afstandhouders goed en volledig, maar heefteen iets hoger energieverbruik.
uBij een apparaat met meegele-verde wandafstandhouders dezewandafstandhouders links enrechts boven aan de achterkantvan het apparaat monteren. uVoer de verpakking af (zie 4. 5). uStel het apparaat met demeegeleverde steeksleutel enmet behulp van de stelpootjes(A) en een waterpas stevig envlak op. uVervolgens de deur onder-steunen: stelvoet bij lagerbus(B) uitdraaien tot deze op devloer komt, daarna 90° verderdraaien. AanwijzinguApparaat reinigen (zie 6. 2). Als het apparaat in een erg vochtige omgeving staat, kan ercondens worden gevormd op de buitenkant van het apparaat. uZorg altijd goed voor een goede ventilatie van de plaatsings-ruimte. 4. 3 Draairichting deur veranderenIndien nodig kunt u de draairichting van de deur veranderen:Controleer of volgend gereedschap klaar ligt:qTorx® 25qTorx® 15qschroevendraaierqeventueel accuschroevendraaierqeventueel een tweede persoon voor de montage4.
4. 3. 8 Deuren uitlijnenuDe deuren eventueel via de beide langgaten in de onderstelagerbus Fig. 9 (25) en middelste lagerbus Fig. 8 (13) tenopzichte van de kast uitlijnen. Eerst de middelste schroef inde onderste lagerbus Fig. 9 (25) uitdraaien. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door eruit vallende deur. Als de lageronderdelen niet goed zijn vastgeschroefd, kan dedeur eruit vallen. Dit kan zwaar letsel tot gevolg hebben. Bovendien sluit de deur evt. niet, zodat het apparaat niet goedkoelt. uDe lagerbussen met 4 Nm goed vastschroeven. uAlle schroeven controleren en evt. aandraaien. 4. 4 Inbouw in het keukenblokFig. 12 (1) (3)Opbouwkast Keukenkast(2) (4)Apparaat Wandx Bij apparaten met meegeleverde wandafstandhouders wordtde afmeting 35 mm groter. (zie 4. 2). Het apparaat Fig. 12 (2) kan worden ingebouwd in de keuken.
Om het apparaat aan de hoogte van het keukenblok aan tepassen, kunt u er een passende opbouwkast Fig. 12 (1) opplaatsen. Bij de ombouw met keukenkasten kan het apparaat directnaast de keukenkast Fig. 12 (3) worden opgesteld. Om de deurvolledig te kunnen openen, moet het apparaat minimaal65 mmx t. o. v. het keukenkastfront staan. Afhankelijk van dediepte van de keukenkast en het gebruik van de wandafstands-houders kan het apparaat verder uitsteken. LET OPRisico op beschadiging door oververhitting als gevolg vanonvoldoende ventilatie. Bij te weinig ventilatie kan de compressor worden beschadigd. uLet op voldoende ventilatie. uNeem de ventilatie-eisen in acht. Ventilatie-eisen:-Houd achter de gehele breedte van de opbouwkast eenruimte van minstens 50 mm diepte vrij voor luchtafvoer. -De ontluchtingsdoorsnede onder het plafond moet minimaal300 cm2 bedragen.
-Hoe groter de ventilatieruimte, hoe energiezuiniger hetapparaat werkt. Plaatst u het apparaat met de scharnierkant naast een muurFig. 12 (4), dan moet de afstand tussen apparaat en muurminstens 40 mm bedragen. Dit in verband met het uitstekenvan de deurgreep bij een geopende deur. 4.
5 Afvalverwerking van de verpakkingWAARSCHUWINGGevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie. uKinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen. De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal:-Golfkarton/karton-Onderdelen uit geschuimd polystyreen-Folies en zakken uit polyetheen-Spanbanden uit polypropeen-Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met poly-ethyleen*uBreng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamel-punt. 4. 6 Apparaat aansluitenLET OPVerkeerd aansluiten. Beschadiging van de elektronica. uGeen omvormer gebruiken. uGeen energiespaarstekker gebruiken. WAARSCHUWINGVerkeerd aansluiten. Brand. uGeen verlengkabel gebruiken. uGeen verdeeldozen gebruiken. Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats vanbestemming moeten met de informaties op het typeplaatje (zieHet apparaat in vogelvlucht) overeenstemmen.
Het stopcontact moet volgens de voorschriften zijn geaard eneen elektrische beveiliging bevatten. De afschakelstroom vande zekering moet liggen tussen 10 A en 16 A. Het stopcontact moet gemakkelijk toegankelijk zijn, zodat destroomvoorziening van het apparaat in geval van nood snel kanworden onderbroken. Het mag zich niet achter het apparaatbevinden. uElektrische aansluiting controleren. uSteek de stekker in het stopcontact. 4. 7 Apparaat inschakelenAanwijzingDemomodus is actief: DemoMode actief. Wordt op het beeld-scherm weergegeven. uDemonstratiemodus deactiveren (zie Storingen). AanwijzingDe fabrikant adviseert:uDiepvriesproducten bij -18 °C of kouder in het apparaatleggen. In gebruik nemen9* afhankelijk van model en uitvoering.
Apparaat ca. 2 uur vóór de eerste lading aansluiten en inscha-kelen. 4. 7. 1 Apparaat inschakelenWordt het stand-bysymbool boven het volledige beeld-scherm weergegeven:uDruk op het stand-bysymbool. wHet apparaat is ingeschakeld. De weergave wisselt naar hethomebeeldscherm. wHet apparaat stelt zich op de weergegeven temperaturen in. Dit wordt door de pijlen omlaag weergegeven. Wordt het stand-bysymbool in het veld koelgedeelte envriesgedeelte weergegeven:uDruk op het stand-bysymbool in het veld vriesgedeelte ofkoelgedeelte. wHet apparaat is ingeschakeld. wHet apparaat stelt zich op de weergegeven temperaturen in. Dit wordt door de pijlen omlaag weergegeven. Is het beeldscherm zwart:uDruk op het beeldscherm. wHet stand-bysymbool verschijnt op het volledige beeld-scherm. uDruk op het stand-bysymbool. wHet apparaat is ingeschakeld. De weergave wisselt naar hethomebeeldscherm.
wHet apparaat stelt zich op de weergegeven temperaturen in. Dit wordt door de pijlen omlaag weergegeven. 4. 7. 2 Koelgedeelte inschakelenHet stand-bysymbool wordt in het veld koelgedeelte weerge-geven. uDruk op het stand-bysymbool in het veld koelgedeelte. wHet koelgedeelte is ingeschakeld. wHet koelgedeelte stelt zich op de weergegeven temperatuurin. Dit wordt door de pijlen omlaag weergegeven. 5 Bediening5. 1 Temperatuureenheid wijzigenDe weergave van de temperatuur kan gewijzigd worden van °Cnaar °F. uDruk op menu. uDruk zo vaak op de navigatiepijlen totdat °C wordt weerge-geven. uDruk op °F. wDe temperatuur wordt in °F weergegeven. De omzetting van °F naar °C wordt uitgevoerd. 5. 2 KinderbeveiligingMet de kinderbeveiliging zorgt u ervoor datkinderen bij het spelen het apparaat niet onbe-doeld uitschakelen. 5. 2. 1 Kinderbeveiliging inschakelenuDruk op menu.
uDruk zo vaak op de navigatiepijlen tot de kinderbeveili-ging wordt weergegeven. uDruk op OFF. wKinderbeveiliging is uitgeschakeld. 5. 3 SabbatmodusDeze functie vervult de religieuze eisen op de sabbat resp. Joodse feestdagen. Als de sabbatmodus is geactiveerd, zijnenkele functies van de besturingselektronica uitgeschakeld. Nahet instellen van de sabbatmodus hoeft u zich niet meer bezigte houden met controlelampjes, cijfers, symbolen, weergaven,alarmmeldingen en ventilatoren. De ontdooicyclus werkt alleentot de ingestelde tijd, zonder rekening te houden met hetgebruik van de koelkast. Na een stroomuitval schakelt hetapparaat automatisch terug naar de sabbatmodus. WAARSCHUWINGGevaar van een levensmiddelenvergiftiging. Treedt er een stroomuitval op, als de sabbatmodus is geacti-veerd, wordt deze melding niet opgeslagen.
Is de stroomuitvalbeëindigd, werkt het apparaat verder in de sabbatmodus. Alsdeze modus is beëindigd, wordt er geen melding weergegevenover de stroomuitval in de temperatuurweergave. Als tijdens de sabbatmodus een stroomuitval is opgetreden:uLevensmiddelen op hun kwaliteit controleren. Ontdooidelevensmiddelen niet consumeren. -Alle functies zijn vergrendeld m. u. v. het uitschakelen van desabbatmodus. -Zijn de functies zoals SuperFrost, SuperCool, Ventilationenz. geactiveerd, als de sabbatmodus is ingeschakeld,blijven deze actief. -Er worden geen akoestische signalen weergegeven en in detemperatuurweergave worden geen waarschuwingen/instel-lingen weergegeven (bijv. temperatuuralarm, deuralarm)-De binnenverlichting is uitgeschakeld. 5. 3. 1 SabbathMode inschakelenuDruk op menu. uDruk zo vaak op de navigatiepijlen totdat Sabbat-hMode wordt weergegeven. uDruk op ON.
wSabbathMode is ingeschakeld. Op het beeldschermwordt alleen het symbool SabbathMode weergegevenSabbathMode schakelt zich na 120 uur automatisch uit, alsdeze niet vooraf handmatig wordt uitgeschakeld. De weergavewisselt naar het homebeeldscherm. 5. 3.
2 SabbathMode uitschakelenuDruk op het beeldscherm. uDruk op OFF. wSabbathMode is uitgeschakeld. 5. 4 KoelgedeelteDoor de natuurlijke luchtcirculatie in het koelgedeelte ontstaaner verschillende temperatuurbereiken. Direct boven de groen-telades en tegen de achterkant is het het koudste. Voorin aande bovenkant en in de deur is het het warmste. 5. 4. 1 Levensmiddelen koelenAanwijzingHet energieverbruik stijgt en de koelprestatie vermindert bijonvoldoende ventilatie. uVentilatieluchtspleten altijd vrijlaten. uBederfelijke etenswaren, bereide gerechten, vlees en vlees-waren bewaart u in de koudste zone. In het bovengedeelteen in de deur boter en conserven bewaren. (zie Het appa-raat in vogelvlucht)Bediening* afhankelijk van model en uitvoering 10.
uGebruik om te verpakken herbruikbare dozen van kunststof,metaal, aluminium, glas en vershoudfolie. uLevensmiddelen die gemakkelijk geur of smaak opnemen ofafgeven, zoals vloeistoffen, altijd in gesloten verpakking ofafgedekt bewaren. uLevensmiddelen die veel ethyleengas afgeven of daargevoelig voor zijn, zoals fruit, groenten en salades, altijdapart bewaren of verpakken, om de bewaartijd niet teverkorten; bijv. tomaten niet samen bewaren met kiwi's ofkool. uhet gedeelte vooraan op de bodem van het koelgedeeltealleen gebruiken om producten korte tijd neer te zetten, bijv. bij het opruimen of sorteren. Levensmiddelen daar niet latenliggen, ze kunnen bij het sluiten van de deur naar achterworden geschoven of omvallen. uLeg de levensmiddelen niet te dicht bij elkaar, zodat de luchtgoed kan circuleren. 5. 4.
2 Temperatuur instellenDe temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren:-hoe vaak de deur wordt geopend-de ruimtetemperatuur op de opstellocatie-de aard, temperatuur en hoeveelheid levensmiddelenDe temperatuur is instelbaar van 9 °C tot 1 °C. Aanbevolen waarden temperatuurinstelling: 5 °CuDruk op het veld koelgedeelte. wHet volgende beeldscherm wordt weergegeven:Fig. 13 Temperatuur hoger (warmer) instellen:uDruk op plus. Temperatuur lager (kouder) instellen:uDruk op min. Bij de keuze van de koudste temperatuur wordt het min-symbool inactief. Na de keuze van de warmste temperatuur wordt door hetopnieuw op het plus-symbool drukken, het plus-symbool inac-tief. Op de weergave wordt het stand-bysymbool weerge-geven. uDe gewenste temperatuur met OK bevestigen. wDe weergave wisselt naar het homebeeldscherm. wDe geselecteerde temperatuur wordt weergegeven. wDe pijlen omhoog resp.
Gebruik SuperCool om grotehoeveelheiden levensmiddelen snel af tekoelen. Wanneer SuperCool ingeschakeld is, kan de ventilator*draaien. Het apparaat werkt met maximaal koelvermogen,daardoor kan het geluid van het koelaggregaat tijdelijk luiderzijn. Als SuperCool ingeschakeld is, werkt het apparaat met maxi-male koelcapaciteit. Hierdoor kan het koelaggregaat tijdelijkmeer geluid maken. SuperCool heeft een iets hoger energieverbruik. SuperCool inschakelenuDruk op menu. uDruk zo vaak op de navigatiepijlen totdat SuperCoolwordt weergegeven. uDruk op het symbool SuperCool. wHet volgende beeldscherm wordt weergegeven:Fig. 14 De looptijd kan in vier niveaus worden ingesteld. Looptijd instellen:uDruk op plus of min. Bij de keuze van het laagste niveau wordt het min-symboolinactief. Bij de keuze van het hoogste niveau wordt het plus-symboolinactief. uGewenste looptijd met START bevestigen.
wDe weergave wisselt naar het homebeeldscherm. wSuperCool is geactiveerd. wIn het veld koelgedeelte wordt de resterende looptijden het symbool SuperCool weergegeven. wDe verlaagde temperatuur wordt door de pijl omlaagweergegeven. wNa het verstrijken van de resterende looptijd, loopthet apparaat in de normale modus verder. De tempe-ratuur stelt zich weer op de vooraf ingestelde waardein. De pijlen omhoog geven de temperatuurverhogingweer. SuperCool vroegtijdig uitschakelenuDruk op menu. uDruk zo vaak op de navigatiepijlen tot SuperCool en deresterende looptijd worden weergegeven. uDruk op de resterende looptijd. uDruk op STOP. wSuperCool is uitgeschakeld. wDe temperatuur stelt zich weer op de vooraf ingesteldewaarde in. De pijlen omhoog geven de temperatuurverho-ging weer. 5. 4.
uDruk zo vaak op de navigatiepijlen tot de ventilatorwordt weergegeven. uDruk op OFF. wDe ventilator is ingeschakeld. 5. 4. 5 DraagplateausPlateaus verplaatsen of uitnemenDe plateaus zijn door uittrekstops beveiligd tegen ongewilduittrekken. Fig. 15 uTil het plateau op en trek het een stuk naar voren. uVerstel het plateau in de hoogte. Verschuif daarvoor deuitsparingen langs de geleiders. uOm het plateau helemaal uit te nemen, moet het schuinworden gezet en er naar voren toe uit worden getrokken. uDraagplateau inschuiven, met de aanslagrand aan deachterzijde en naar boven toe wijzend. wDe levensmiddelen vriezen niet aan de achterwand vast. Draagplateaus demonterenuDe plateaus kunnen wordengedemonteerd om teworden gereinigd. 5. 4. 6 Deelbare draagplateau gebruikenVOORZICHTIGGevaar voor snijwonden. Het plateau kan breken. U kunt zich snijden aan de scherven. uAlleen lege plateaus uitnemen.
Fig. 16 uDe glasplaat met aanslagrand (2) moet achteraan liggen. uDe glasplaat (1) met de uittrekstoppers moet vooraanliggen, zodat de stoppers (3) naar beneden wijzen. In de hoogte verstellen:uGlasplaten één voor één naar voren toe naar buiten trekken. uSteun uit vergrendeling trekken en op de gewenste hoogtevastklikken. Beide oppervlakken gebruiken:uBovenste glasplaat omhoog tillen, onderste glasplaat naarvoren trekken. 5. 4. 7 OpbergvakkenOpbergvakken in de deur verplaatsenFig. 17 Opbergvakken demonterenFig. 18 uDe opbergvakken kunnen worden gedemonteerd om teworden gereinigd. 5. 4. 8 Flessenhouder gebruikenuOm ervoor te zorgen dat deflessen niet omvallen, moetde flessenhouder wordenverschoven. 5. 5 VriesgedeelteIn het vriesgedeelte kunt u diepvriesproducten of ingevrorenlevensmiddelen bewaren, ijsblokjes maken en verse levens-middelen invriezen. 5. 5.
1 Levensmiddelen invriezenU kunt maximaal zo veel kilo verse levensmiddelen binnen24 uur invriezen, als op het typeplaatje (zie Het apparaat invogelvlucht) onder „Invriescapaciteit. kg/24h” is aangegeven.
De laden kunnen elk met max. 25 kg diepvriesproducten, deplateaus elk met max. 35 kg worden belast. Na het sluiten van de deur ontstaat er een vacuüm. Na hetsluiten ongeveer 1 min. wachten, dan is de deur gemakkelijkerte openen. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding door glasscherven. Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen. Dit geldt met name voor koolzuurhoudend drinken. uFlessen en blikjes met drinken niet invriezen. Om de levenmiddelen snel door en door te laten bevriezen,mag u de volgende hoeveelheden per verpakking niet over-schrijden:- fruit, groente max. 1 kgBediening* afhankelijk van model en uitvoering 12.
- vlees max. 2,5 kguVerdeel de levensmiddelen in porties en doe ze in diepvries-zakjes of in herbruikbare bakjes van kunststof, metaal ofaluminium. 5. 5. 2 BewaartijdenRichtwaardes voor de opslagduur van de verschillendelevensmiddelen in het vriesgedeelte:Consumptie-ijs 2 tot 6 maandenWorst, ham 2 tot 6 maandenBrood en banket 2 tot 6 maandenWild, varkensvlees 6 tot 10 maandenVis, vet 2 tot 6 maandenVis, mager 6 tot 12 maandenKaas 2 tot 6 maandenGevogelte, rundvlees 6 tot 12 maandenGroente, fruit 6 tot 12 maandenDe aangegeven bewaartijden zijn richtwaardes. 5. 5. 3 Levensmiddelen ontdooien- in het koelgedeelte- in een magnetron- in een oven/heteluchtoven- bij kamertemperatuuruNeem alleen zoveel levensmiddelen als u nodig heeft. Ontdooide levensmiddelen zo snel mogelijk verwerken. uOntdooide levensmiddelen alleen bij wijze van uitzonderingweer invriezen. 5. 5.
4 De temperatuur instellenDe temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren:-De frequentie van het openen van de deur-De ruimtetemperatuur van de opstelplaats-Het type, temperatuur en hoeveelheid van het levensmiddelDe temperatuur is instelbaar van -26 °C tot -15 °C. Aanbevolen waarden temperatuurinstelling: -18 °CuDruk op het veld vriesgedeelte. wHet volgende beeldscherm wordt weergegeven:Fig. 19 Temperatuur hoger (warmer) instellen:uDruk op plus. Temperatuur lager (kouder) instellen:uDruk op min. Bij de keuze van de koudste temperatuur wordt het min-symbool inactief. Na de keuze van de warmste temperatuur wordt door hetopnieuw op het plus-symbool drukken, het plus-symbool inac-tief. Op de weergave wordt het stand-bysymbool weerge-geven. uDe gewenste temperatuur met OK bevestigen. wDe weergave wisselt naar het homebeeldscherm. wDe geselecteerde temperatuur wordt weergegeven.
wDe pijlen omhoog resp. omlaag geven de temperatuurwijzi-ging weer. Na het bereiken van de ingestelde temperatuurverdwijnen de pijlen. 5. 5. 5 SuperFrostMet deze functie kunt u nieuwe levensmid-delen snel tot op de kern invriezen.
Hetapparaat werkt met maximaal koelver-mogen, daardoor kunnen geluiden van hetkoelaggregaat tijdelijk luider zijn. U kunt maximaal zoveel nieuwe levensmiddelen binnen 24 hinvriezen, als op het typeplaatje onder „invriescapaciteit. kg/24h” is aangegeven. De invriescapaciteit is afhankelijk van hetmodel en de klimaatklasse van het apparaat. Afhankelijk van de hoeveel nieuwe levensmiddelen die wordeningevroren, moet SuperFrost bijtijds worden ingeschakeld: bijeen kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen ca. 6h, bijde maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen 24hvoordat u de levensmiddelen in de vriezer legt. Verpak de levensmiddelen en leg ze zo breed mogelijk uit. In tevriezen levensmiddelen niet met reeds ingevroren producten incontact brengen om ontdooien van deze producten te voor-komen.
SuperFrost hoeft u in de volgende gevallen niet in te scha-kelen:-wanneer u reeds ingevroren waren in de diepvriezer legt-bij het invriezen van max. ca. 2 kg nieuwe levensmiddelenper dagSuperFrost inschakelen. uDruk op menu. uDruk zo vaak op de navigatiepijlen totdat Super-Frost wordt weergegeven. uDruk op ON. wSuperFrost is ingeschakeld. wDe vriestemperatuur daalt, het apparaat werkt ophet maximale koelvermogen. Bij een geringe hoeveelheid aan diepvriesproducten:uca. 6 uur wachten. uVerpakte levensmiddelen in de bovenste laden leggen. Bij de maximale hoeveelheid aan diepvriesproducten (zietypeplaatje):uca. 24 uur wachten. uDe bovenste diepe laden eruit halen en de levensmiddelendirect op de bovenste schappen leggen. wSuperFrost schakelt zich na ca. 65 uur automatisch uit. wHet symbool SuperFrost verdwijnt. uLevensmiddelen in de laden leggen en deze weer erinschuiven.
uOm diepvriesproducten direct op de draagplateaus tebewaren: trek de schuiflade naar voren en haal de lade uit. VOORZICHTIGGevaar voor snijwonden. Het draagplateau kan breken. Aan de scherven kunt u zichverwonden. uDraagplateau goed vasthouden. 5. 5. 7 PlateausuPlateau uitnemen: vooraan optillen enuittrekken. uPlateau terugplaatsen: tot aanslaginschuiven. 5. 5. 8 VarioSpaceNaast de schuifladen kunt u tevensde plateaus verwijderen. Zo creëertu plaats voor levensmiddelen vangroot formaat. Gevogelte, vlees,groot wild en hoog gebak kunnengeheel en al worden ingevroren enlater verder verwerkt. uDe laden kunnen elk met max. 25 kg diepvriesproducten, deplateaus elk met max. 35 kgworden belast. 6 Onderhoud6. 1 Ontdooien met NoFrostHet NoFrost-systeem ontdooit het apparaat automatisch. Koelgedeelte:Het dooiwater verdampt door de warmte van de compressor.
Waterdruppels op de achterwand zijn normaal en wijzen nietop een storing. uAfvoeropening regelmatig reinigen, zodat het dooiwater kanweglopen (zie 6. 2). Vriesgedeelte:Het vocht slaat neer op de verdamper, wordt regelmatigontdooid en verdampt dan. uU hoeft het apparaat niet handmatig te ontdooien. 6. 2 Apparaat reinigenWAARSCHUWINGGevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom. Hete stoom kan brandwonden veroorzaken en de opper-vlakken beschadigen. uGebruik geen stoomreinigers. LET OPVerkeerd reinigen kan het apparaat beschadigen. uGebruik reinigingsmiddelen niet in geconcentreerde vorm. uGebruik geen schurende of krassende sponsjes of staalwol. uGeen scherpe, schurende, zand-, chloor- of zuurhoudendeschoonmaakmiddelen gebruiken. uGebruik geen chemische oplosmiddelen. uBeschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkantvan het apparaat niet.
uGebruik zachte poetsdoeken en een allesreiniger met eenneutrale pH-waarde. uGebruik in de binnenruimte van het apparaat alleen levens-middelenvriendelijke reinigings- en onderhoudsproducten. uApparaat uitruimen. uTrek de stekker uit. uUit- en inwendige oppervlaktes van kunststof met lauw-warm water en een beetje afwasmiddel met de handreinigen. LET OPBeschadigingsgevaar door reinigingsmiddelen voor roestvrijstaal. De roestvrijstalen deuren roestvrijstalen zijwanden en zijnbehandeld met een hoogwaardige oppervlakcoating. Reinigingsmiddelen voor roestvrij staal tasten de oppervlakkenaan. uGecoate deur- en zijwandoppervlakken alsmedegelakte deur- en zijwandoppervlakken uitsluitendafvegen met een zachte, schone doek. Bij sterke vervuilingeen beetje water of een neutraal reinigingsmiddelgebruiken. Optioneel kan ook een microvezeldoek wordengebruikt.
Belettering op gelakte deurvlakken niet met schurendemiddelen behandelen. Bij vervuiling met een zachte doek eneen beetje water of neutraal reinigingsmiddel afvegen. *uAfvoeropening reinigen: afzettingenmet een dun hulpmiddel, bijv. eenwattenstaafje verwijderen. uDe meeste kunnen worden gedemonteerd omonderdelente worden gereinigd: zie het desbetreffende hoofdstuk. uOnderdelen met lauwwarm water en een beetje afwas-middel met de hand reinigen. Na het reinigen:uApparaat en onderdelen droogwrijven. uApparaat weer aansluiten en inschakelen. uSuperFrost inschakelen (zie 5. 5. 5). Wanneer de temperatuur voldoende koud is:ude levensmiddelen er weer in leggen. 6. 3 Technische DienstControleer eerst of u de fout zelf kunt oplossen (zie Storingen). Als dit niet het geval is, dient u contact op te nemen met deklantenservice. Het adres vindt u in het bijgevoegd overzicht.
WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door onvakkundige reparatie. uReparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroomaan-sluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden (zie Onder-houd), uitsluitend door de Technische Dienst latenuitvoeren. Apparaataanduiding (model en index), servicenummer(service) en serienummer (S-nr. ) via het beeldschermoproepen:uDruk op menu. uDruk zo vaak op de navigatiepijlen tot het symboolapparaatinformatie wordt weergegeven. uDruk op het symbool apparaatinformatie. wDe apparaatinformatie wordt weergegeven. uApparaatinformatie noteren. uDruk op het symbool terugom naar het homebeelds-cherm terug te keren. uDeur sluiten. uContact met de klantenservice opnemen en de benodigdeapparaatinformatie verstrekken. wDit maakt een snelle en doelgerichte service mogelijk. uOverige aanwijzingen van de klantenservice opvolgen.
Bovendien kan de apparaatinformatie van het typeplaatjeworden afgelezen:uApparaataanduidingFig. 20 (1), service-nummer Fig. 20 (2) enserienummerFig. 20 (3) van hettypeplaatje aflezen. Het typeplaatjebevindt zich aan debinnenkant van hetapparaat. Fig. 20 7 StoringenUw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veiligewerking en lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht erdesondanks een storing optreden, dan svp eerst controleren ofde storing door een bedieningsfout werd veroorzaakt. In ditgeval moeten wij de ontstane kosten ook in de garantieperiodein rekening brengen. Volgende storingen kunt u zelf verhelpen:Het apparaat functioneert niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. →De stekker zit niet goed in het stopcontact. uStekker controleren. →De zekering van het stopcontact is niet in orde. uZekering controleren. De compressor blijft lopen.
→De compressor schakelt bij een verminderde koudebe-hoefte over op een lager toerental. Hoewel de looptijd daar-door langer is, wordt energie bespaard. uDat is bij energiebesparende modellen normaal. →SuperFrost is ingeschakeld.
uOm de levensmiddelen snel af te koelen, draait decompressor langer. Dit is normaal. →SuperCool is ingeschakeld. uOm de levensmiddelen snel af te koelen, draait decompressor langer. Dit is normaal. Een led aan de onderachterkant van het apparaat (bij decompressor) knippert regelmatig om de 15 seconden*. →De inverter is met een foutdiagnose led uitgevoerd. uHet knipperen is normaal. Geluiden zijn te luid. →Toerentalgeregelde* compressoren kunnen naar aanleidingvan de verschillende draaisnelheden verschillendegeluiden veroorzaken. uHet geluid is normaal. Een borrelen en klateren→Dit geluid komt van het koelmiddel, dat door het koelcircuitstroomt. uHet geluid is normaal. Een zacht klikken→Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelenvan het koelaggregaat (de motor). uHet geluid is normaal. Een brommend geluid.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Liebherr CN 3515-21 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Liebherr
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast