Liebherr CN 3513 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Liebherr CN 3513 (14 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Liebherr CN 3513 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/14
Gebruiksaanwijzing
Koel-vriescombinatie
230610 7084376 - 03
CN(es) ... 3

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Liebherr
Categorie: Koelkast
Model: CN 3513
Apparaatplaatsing: Vrijstaand
Kleur van het product: Wit
Deurscharnieren: Rechts
Breedte: 600 mm
Diepte: 630 mm
Hoogte: 1817 mm
Jaarlijks energieverbruik: 307 kWu
Brutocapaciteit vriezer: 111 l
Nettocapaciteit vriezer: 89 l
Vriescapaciteit: 14 kg/24u
Koelkast binnenverlichting: Ja
Bewaartijd bij stroomuitval: 30 uur
Aantal sterren: 4*
Totale nettocapaciteit: 231 l
Totale brutocapaciteit: 237 l
Ingebouwde vriezer: Ja
Stroomvoorziening: 220-240 V, 50 Hz

Handleiding Liebherr CN 3513 – volledige tekst

Inhoudsopgave1 Het apparaat in vogelvlucht. 21. 1 Overzicht apparaat en uitrusting. 21. 2 Toepassingen van het apparaat. 21. 3 Conformiteit. 31. 4 Opstelafmetingen. 31. 5 Energie sparen. 32 Algemene veiligheidsvoorschriften. 33 Bedienings- en controle-elementen. 43. 1 Bedienings- en controle-elementen. 43. 2 Temperatuurdisplay. 44 In gebruik nemen. 44. 1 Draairichting deur veranderen. 44. 2 Inbouw in het keukenblok. 64. 3 Apparaat transporteren. 64. 4 Apparaat opstellen. 64. 5 Afvalverwerking van de verpakking. 74. 6 Apparaat aansluiten. 74. 7 Apparaat inschakelen. 75 Bediening. 75. 1 Deuralarm. 75. 2 Temperatuuralarm. 75. 3 Koelgedeelte. 85. 4 Vriesgedeelte. 96 Onderhoud. 116. 1 Ontdooien met NoFrost 11. 6. 2 Apparaat reinigen 11. 6. 3 De IceMaker reinigen 12. 6. 4 Binnenverlichting met gloeilamp vervangen 12. 6. 5 Technische Dienst 12. 7 Storingen 12. 8 Afzetten 13. 8.

1 Apparaat uitschakelen 13. 8. 2 Buiten werking stellen 13. 9 Apparaat afdanken 14. De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling vanalle typen en modellen. Daarom vragen wij om uw begrip voorhet feit dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniek moetenvoorbehouden. Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, deinstructies in deze handleiding aandachtig doorlezen a. u. b. De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingen zijnmogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparaten vantoepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*). Gebruiksaanwijzingen zijn gekenmerkt met een ,gebruiksresultaten met een. 1 Het apparaat in vogelvlucht1. 1 Overzicht apparaat en uitrustingAanwijzinguLevensmiddelen zoals in de afbeelding getoond sorteren. Zowerkt het apparaat energiebesparend.

1 (1) (12)Transportgreep achter Koudste zone(2) Bedienings- en controle-paneel(13) Groentelade(3) (14)Boter- en kaasvak Typeplaatje(4) (15)Ventilator* Koudeaccu's*(5) (16)Deurvakken Variospace(6) (17)Binnenverlichting Diepvrieslade(7) (18)Plateaus, deelbaar IJsblokjeshouder(8) (19)Flessenhouder IceMaker*(9) (20)Flessenplank Info-systeem(10) (21)Plateaus, verplaatsbaar Stelpootjes, transport-grepen voor, transportwiel-tjes achter(11) Afvoeropening1. 2 Toepassingen van het apparaatHet apparaat is uitsluitend geschikt voor het koelen van levens-middelen. In het geval van het industriële koelen van levensmiddelenmoeten de geldige wettelijke bepalingen in acht wordengenomen.

Het apparaat is niet bedoeld voor het bewaren enkoelen van geneesmiddelen, bloedplasma, laboratoriumsprepa-raten of eendere aan de Europese Richtlijn medische hulpmid-delen 2007/47/EG ten grondslag liggende stoffen en producten. Een abusievelijk gebruik van het apparaat kan schade aan debewaarde producten of het bederf ervan veroorzaken. Boven-dien is het apparaat niet geschikt voor werking in explosiege-vaarlijke omgevingen. Het apparaat is volgens de klimaatklasse gebouwd voor gebruikbij bepaalde omgevingstemperaturen. De klimaatklasse van uwapparaat vindt u op het typeplaatje. AanwijzinguRespecteer de opgegeven omgevingstemperaturen, zonietvermindert de koelprestatie. Het apparaat in vogelvlucht2.

Klimaat-klassevoor omgevingstemperaturen vanSN 10 °C tot 32 °CN 16 °C tot 32 °CST 16 °C tot 38 °CT 16 °C tot 43 °C1. 3 ConformiteitHet koelmiddelcircuit werd op lekkages gecontroleerd. Hetapparaat voldoet aan alle van toepassing zijnde veiligheidsbe-palingen en de EG-richtlijnen 2006/95/EEG en 2004/108/EEG. 1. 4 OpstelafmetingenFig. 2 Model Apparaathoogte H (mm)CN(es) 35. 1817CN 39. 2011CN(es/esf) 40. 20111. 5 Energie sparen-Zorg altijd voor een goede luchttoevoer en -afvoer. Ventila-tieopeningen resp. -roosters niet afdekken. -Ventilatorluchtspleten altijd vrij houden. -Stel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naasteen fornuis, verwarming of dergelijke. -Het energieverbruik is afhankelijk van opstellingsomstandig-heden b. v. de omgevingstemperatuur (zie 1. 2). -Open het apparaat zo kort mogelijk. -Zet de levensmiddelen soort bij soort.

-Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt opslaan. Rijpvorming wordt vermeden. -Warme gerechten inleggen: eerst laten afkoelen tot kamer-temperatuur. -Diepvriesproducten in de koelruimte laten ontdooien. -Bij langere vakanties koelgedeelte legen en uitschakelen. Stof doet het energieverbruik toenemen:-de koelmachine met warmtewisselaar -metalen rooster aan de achterkant vanhet apparaat - eens per jaar afstoffen. 2 Algemene veiligheidsvoor-schriftenGevaren voor de gebruiker:-Dit apparaat is niet bestemd voor personen (ook kinderen)met fysieke, sensorische of mentale beperkingen ofpersonen, die niet over voldoende ervaring en kennisbeschikken. Tenzij zij door een persoon, die voor hun veilig-heid verantwoordelijk is, in het gebruik van het apparaatworden onderwezen en die aanvankelijk toezicht uitoefent. Erop toezien, dat kinderen niet met het apparaat spelen.

-Reparaties, aanpassingen aan het apparaat en het vervangenvan het netsnoer alleen laten uitvoeren door de TechnischeDienst of ander daarvoor opgeleid vakpersoneel. -Als u het stroomsnoer van het apparaat uittrekt, altijd bij destekker nemen. Niet aan het snoer trekken. -Apparaat alleen conform de beschrijving in de handleidingmonteren en aansluiten. -Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef hemeventueel aan de volgende eigenaar door. -Alle reparaties resp. aanpassingen aan de IceMaker alleenlaten uitvoeren door de Technische Dienst of ander daarvooropgeleid vakpersoneel. *-De lampen voor speciale doeleinden (gloeilampen, led, TL-lampen) in het apparaat zijn bedoeld om de binnenruimte teverlichten en niet geschikt als kamerverlichting. Brandgevaar:-Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maarbrandbaar. Ontsnappend koelmiddel kan vlam vatten.

•De buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet bescha-digen. •Binnenin het apparaat geen open vuur of ontstekings-bronnen gebruiken. •Binnenin het apparaat geen elektrische apparatengebruiken (b. v. stoomreinigers, verwarmingsapparatuur,ijsmachines enz. ). •Wanneer koelmiddel ontsnapt: open vuur of ontstekings-bronnen in de nabijheid van het lekpunt verwijderen. Stekker uit het stopcontact trekken. Ruimte goed venti-leren. Contact opnemen met de Technische Dienst. -Geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijf-gassen, zoals b. v. butaan, propaan, pentaan enz. in het appa-raat bewaren. Zulke spuitbussen zijn herkenbaar aan de opde verpakking vermelde inhoudsstoffen of een vlammensym-bool. Eventueel uittredende gassen kunnen door elektrischecomponenten vlam vatten. -Geen brandende kaarsen, lampen of andere voorwerpen metopen vlammen op of in het apparaat plaatsen.

niet als voetensteun of om te leunenmisbruiken. Dit geldt in het bijzonder voor kinderen. Gevaar voor voedselvergiftiging:-te lang opgeslagen levensmiddelen niet meer nuttigen. Gevaar voor bevriezingen, gevoelloosheid en pijn:-Langdurig huidcontact met koude oppervlakken en gekoeldeof ingevroren levensmiddelen vermijden of veiligheidsmaat-regelen treffen, b. v. handschoenen dragen. Consumptie-ijs,met name waterijs of ijsblokjes niet onmiddellijk en niet te koudconsumeren. Neem de specifieke aanwijzingen in de overige hoofd-stukken in acht:Algemene veiligheidsvoorschriften3.

GEVAAR duidt een direct gevaar aan, die dedood of ernstig lichamelijk letsel totgevolg kan hebben wanneer ditgevaar niet vermeden wordt. WAAR-SCHUWINGduidt een gevaarlijke situatie aan, diede dood of ernstig lichamelijk letseltot gevolg kan hebben wanneer ditgevaar niet vermeden wordt. VOOR-ZICHTIGduidt een gevaarlijke situatie aan, dielichamelijk letsel tot gevolg kanhebben wanneer dit gevaar nietvermeden wordt. LET OP duidt een gevaarlijke situatie aan, diemateriële schade tot gevolg kanhebben wanneer dit gevaar nietvermeden wordt. Aanwijzing geeft aan dat praktische aanwij-zingen en tips gegeven worden. 3 Bedienings- en controle-elementen3. 1 Bedienings- en controle-elementenFig.

3 (1) Toets On/Off koelge-deelte(6) Insteltoets vriesgedeelte(2) (7)Toets ventilatie Toets SuperFrost(3) (8)Insteltoets koelgedeelte Toets alarm(4) Temperatuurdisplaykoelgedeelte(9) Toets On/Off vriesge-deelte(5) Temperatuurdisplayvriesgedeelte3. 2 TemperatuurdisplayBij normale werking wordt aangegeven:-de ingestelde vriestemperatuur-de ingestelde koeltemperatuurDe temperatuurdisplay vriesgedeelte knippert:-de temperatuurinstelling wordt gewijzigd-na het inschakelen is de temperatuur nog niet voldoende koud-de temperatuur is verschillende graden gestegen4 In gebruik nemen4. 1 Draairichting deur veranderenControleer of volgend gereedschap klaar ligt:qTorx 25qTorx 15qschroevendraaierqeventueel accuschroevendraaierqeventueel een tweede persoon voor de montage4. 1.

6 (25) aan de kant van de handgreep voor-zichtig optillen en omplaatsen. uLagerbus Fig. 6 (23) aan de nieuwe scharnierzijde evt. metbehulp van een accuschroevendraaier weer goed (met4 Nm) vastschroeven. uApparaat opnieuw wat naarachteren kantelen en delagerbouten Fig. 7 (22) terugin te steken. De groef moetnaar voren wijzen. uAfdekking Fig. 6 (27) aan detegenoverliggende kantplaatsen. *Fig. 7 VOORZICHTIGGevaar voor verwonding wanneer de deur eruit valt. uDe beveiliging (21) moet aan de zijkant van de lagerbusinklikken, zodat de lagerbus en dus ook de deur is geborgd. uuBeveiliging (21) op lagerbus weer inklikken. uScharnierbus Fig. 6 (20) opzetten. 4. 1. 5 Greep omzettenuKlik de veerklem Fig. 8 (31) uit de bovenste deur en plaatshem naar de andere scharnierkant om. uStoppen Fig. 8 (30) uit de lagerbus van de deur uitnemen enomzetten. Fig. 8 uMonteer deurgrepen Fig. 8 (32), stop Fig.

5 (13) ten opzichtevan de kast uitlijnen. Daartoe middelste schroef in de lagerbusonder Fig. 6 (23) uitdraaien. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door eruit vallende deur. Als de lageronderdelen niet goed zijn vastgeschroefd, kan dedeur eruit vallen. Dit kan zwaar letsel tot gevolg hebben. Boven-dien sluit de deur evt. niet, zodat het apparaat niet goed koelt. uDe lagerbussen met 4 Nm goed vastschroeven. uAlle schroeven controleren en evt. aandraaien. In gebruik nemen5.

4. 2 Inbouw in het keukenblokFig. 9 (1) (3)Opbouwkast Keukenkast(2) (4)Apparaat WandHet apparaat Fig. 9 (2) kan worden ingebouwd in de keuken. Omhet apparaat aan de hoogte van het keukenblok aan te passen,kunt u er een passende opbouwkast Fig. 9 (1) op plaatsen. Bij ombouw met standaard keukenkasten (max. diepte 580 mm) kan het apparaat direct naast de keukenkastFig. 9 (3) worden opgesteld. De apparaatdeur springt opzij34 mm en in het midden van het apparaat 50 mm uit ten opzichtevan het keukenkastfront. Hierdoor is de deur zonder problemente openen en sluiten. Belangrijk voor de ventilatie:-Houd achter de gehele breedte van de opbouwkast eenruimte van minstens 50 mm diepte vrij voor luchtafvoer. -De ventilatieruimte onder het plafond moet minstens300 cm2 bedragen. Plaatst u het apparaat met de scharnierkant naast een muurFig.

9 (4), dan moet de afstand tussen apparaat en muurminstens 36 mm bedragen. Dit in verband met het uitsteken vande deurgreep bij een geopende deur. 4. 3 Apparaat transporterenVOORZICHTIGGevaar voor verwonding en beschadiging door verkeerd trans-port. uHet apparaat verpakt transporteren. uHet apparaat overeind transporteren. uHet apparaat niet alleen transporteren. 4. 4 Apparaat opstellenNeem bij beschadiging van het apparaat onmiddellijk - nog voorhet aansluiten - contact op met de leverancier. De vloer waar het apparaat komt te staan moet waterpas en vlakzijn. Stel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naast eenfornuis, verwarming of dergelijke. Stel het apparaat altijd tegen een wand op. Stel het apparaat niet op zonder hulp. De plaatsingsruimte van uw apparaat moet volgens de normEN 378 per 8 g R 600a koelmiddel over een volume van van1 m3 beschikken.

Indien de plaatsingsruimte te klein is, kan ingeval van een lek in het koelmiddelcircuit een ontvlambaar gas-lucht-mengsel ontstaan. Informatie over de hoeveelheid koel-middel vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van hetapparaat. WAARSCHUWINGBrandgevaar door vocht.

Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluitingvochtig worden, kan dat leiden tot kortsluiting. uHet apparaat is ontworpen voor gebruik in een geslotenruimte. Het apparaat niet buiten, in een vochtige omgeving ofbinnen bereik van spatwater plaatsen. WAARSCHUWINGBrandgevaar door koelmiddel. Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maarbrandbaar. Ontsnappend koelmiddel kan vlam vatten. uDe buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet beschadigen. WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging. uPlaats geen warmte afgevende apparaten, bijv. magnetron,toaster enz. op het apparaat. WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging door verstopte luchtroos-ters. uDe luchtroosters regelmatig schoonmaken. Zorg altijd vooreen goede luchttoevoer en -afvoer. uHaal het aansluitsnoer van de achterzijde van het apparaat.

Verwijder hierbij de snoerhouder, anders kunnen trillings-geluiden ontstaan. uHaal de beschermfolie van de buitenzijde van het apparaat. *LET OP*De edelstalen deuren zijn voorzien van een hoogwaardigeoppervlaktecoating en mogen niet met het bijgevoegde reini-gingsmiddel worden behandeld. Dit zou het oppervlak kunnen aantasten. uDe gecoate mogen uitsluitend met eendeuroppervlakkenzachte schone doek worden afgeveegd. uBreng alleen op de een verzor-roestvrijstalen zijwandengingsmiddel gelijkmatig en in slijprichting aan. De reiniging opeen later tijdstip wordt daardoor eenvoudiger. uGelakte zijwanden mogen uitsluitend met een zachteschone doek worden afgeveegd. uTrek de beschermfolie van de sierlijsten en van de lade-fronten. *uVerwijder alle transportbeveiligingsonderdelen. uDoe de verpakking weg (zie 4. 5). LET OPGevaar voor beschadiging door condenswater.

uStel het apparaat met demeegeleverde steeksleutel enmet behulp van de stelpootjes(A) en een waterpas stevig envlak op. uVervolgens de deur onder-steunen: stelvoet bij lagerbus(B) uitdraaien tot deze op devloer komt, daarna 90° verderdraaien. Als het apparaat in een erg vochtige omgeving staat, kan ercondens worden gevormd op de buitenkant van het apparaat. uZorg altijd goed voor een goede verluchting van de plaat-singsruimte. 4. 5 Afvalverwerking van de verpakkingWAARSCHUWINGGevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie. uKinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen. De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal:-Golfkarton/karton-Onderdelen uit geschuimd polystyreen-Folies en zakken uit polyetheen-Spanbanden uit polypropeenuBreng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamel-punt. 4.

6 Apparaat aansluitenLET OPGevaar voor beschadiging van de elektronische componenten. uGebruik geen omvormer (omzetten van gelijkstroom naarwisselstroom) of spaarstekker. WAARSCHUWINGBrand- en oververhittingsgevaar. uGebruik geen verlengsnoer of verdeeldoos. Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats vanbestemming moeten met de informaties op het typeplaatje (zieHet apparaat in vogelvlucht) overeenstemmen. Het apparaat alleen aansluiten op een volgens devoorschriften geïnstalleerd stopcontact. Het stopcon-tact moet d. m. v. een zekering van 10 A of zwaarderbeveiligd zijn. Het moet eenvoudig toegankelijk zijn, zodat het appa-raat in urgentiegevallen snel van de stroomvoorzie-ning gescheiden kan worden. uElektrische aansluiting controleren. uApparaat reinigen (zie 6. 2). uSteek de stekker in het stopcontact. 4.

7 Apparaat inschakelenAanwijzinguOm het hele apparaat in te schakelen, dient u alleen het vries-gedeelte in te schakelen. Hierbij wordt automatisch het koel-gedeelte mee ingeschakeld. Neem het apparaat ca. 2 uur voor het eerste vullen met diep-vriesproducten in gebruik. 4. 7. 1 Vriesgedeelte inschakelenuToets On/Off vriesgedeelte Fig.

3 (9) indrukken. wHet apparaat is ingeschakeld. De temperatuurdisplay duidt deingestelde temperatuur aan. De temperatuurdisplay vriesge-deelte en de toets alarm knippert tot de temperatuurvoldoende laag is. 4. 7. 2 Koelgedeelte inschakelenAanwijzinguWanneer u het koelgedeelte inschakelt, wordt automatischhet vriesgedeelte mee ingeschakeld. uToets On/Off koelgedeelte Fig. 3 (1) indrukken. wDe binnenverlichting brandt bij open deur. wDe temperatuurdisplay brandt. Koelgedeelte en vriesge-deelte zijn ingeschakeld. 5 Bediening5. 1 DeuralarmVoor koel- en diepvriesgedeelteWanneer de deur langer dan 60 s geopend is, gaat het akoes-tisch alarm af. Het akoestisch alarm stopt automatisch, zodra de deur geslotenwordt. 5. 1. 1 Deuralarm deactiverenHet akoestisch alarm kan bij geopende deur worden uitgescha-keld. Het deactiveren werkt zolang de deur open staat. uToets Alarm Fig. 3 (8) indrukken.

wHet akoestisch alarm gaat uit. 5. 2 TemperatuuralarmWanneer de vriestemperatuur niet laag genoeg is, gaat hetakoestisch alarm af. Tegelijkertijd knipperen de temperatuurdisplay en de toetsalarm. De oorzaak voor een te hoge temperatuur kan zijn:-warme nieuwe levensmiddelen werden in de diepvriezergelegd-bij het sorteren en uitnemen van de levensmiddelen is teveelwarme lucht binnengekomen-de stroom is voor langere tijd uitgevallen-het apparaat is defectHet akoestisch alarm stopt automatisch, de toets alarmFig. 3 (8) gaat uit en de temperauurdisplay stopt met knipperen,wanneer de temperatuur weer voldoende laag isWanneer het alarm niet uitgaat (zie Storingen). AanwijzingWanneer de temperatuur niet laag genoeg is, kunnen levens-middelen bederven. uDe kwaliteit van de levensmiddelen controleren. Bedorvenlevensmiddelen niet meer nuttigen. 5. 2.

5. 3 KoelgedeelteDoor de natuurlijke luchtcirculatie in het koelgedeelte wordenverschillende temperatuurbereiken in gesteld. Direct boven degroentelades en tegen de achterkant is het het koudste. Voorinaan de bovenkant en in de deur is het het warmste. 5. 3. 1 Levensmiddelen koelenAanwijzingHet energieverbruik stijgt en de koelprestatie vermindert bijonvoldoende ventilatie. uVentilatieluchtspleten altijd vrijlaten. uBederfelijke etenswaren, bereide gerechten, vlees en vlees-waren bewaart u in de koudste zone. In het bovengedeelte enin de deur boter en conserven bewaren. (zie Het apparaat invogelvlucht)uGebruik om te verpakken herbruikbare dozen van kunststof,metaal, aluminium, glas en vershoudfolie. uhet gedeelte vooraan op de bodem van het koelgedeeltealleen gebruiken om producten korte tijd neer te zetten, bijv. bij het opruimen of sorteren.

Levensmiddelen daar niet latenliggen, ze kunnen bij het sluiten van de deur naar achterworden geschoven of omvallen. uLeg de levensmiddelen niet te dicht bij elkaar, zodat de luchtgoed kan circuleren. uFlessen tegen omvallen beveiligen: de flessenhouderverschuiven. 5. 3. 2 Temperatuur instellenDe temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren:-hoe vaak de deur wordt geopend-de temperatuur van de ruimte waar het apparaat staat-soort, temperatuur en hoeveelheid ingevroren levensmid-delenAanbevolen temperatuurinstelling: 5 °CU kunt de temperatuur doorlopend veranderen. Is de instelling1 °C bereikt dan wordt opnieuw bij 9 °C begonnen. uTemperatuurverstelling oproepen: druk eenmaal op de instel-toets koelgedeelte Fig. 3 (3). uDruk net zo vaak op de insteltoets koelgedeelte Fig. 3 (3) totde LED's de gewenste temperatuur aangeven.

AanwijzinguWanneer u lang drukt op de insteltoets wordt binnen een kleintemperatuurbereik (bijv. : tussen "5" en "7") een iets kouderewaarde ingesteld, maar dit is niet te zien op het display. 5. 3.

3 VentilatorMet de ventilator kunt u grote hoeveelheden verse levensmid-delen snel afkoelen of een relatief gelijkmatige temperatuurver-deling op alle schappen bereiken. De circulatiekoeling is aan te bevelen:-bij hoge kamertemperatuur (vanaf ca. 30 °C )-bij hoge luchtvochtigheidDe circulatiekoeling heeft een iets hoger energieverbruik. Omenergie te besparen, gaat de ventilator bij geopende deur auto-matisch uit. Ventilator inschakelenuDruk kort op de toets Ventilatie Fig. 3 (2). wDe toets Ventilatie brandt. wDer ventilator is actief. Hij schakelt automatisch in, wanneerde compressor draait. Ventilator uitschakelenuDruk kort op de toets Ventilatie Fig. 3 (2). wDe toets Ventilatie gaat uit. wDe ventilator is uitgeschakeld5. 3. 4 Draagplateaus verplaatsenDe plateaus zijn door uittrekstops beveiligd tegen ongewilduittrekken. uTil het draagplateau op en trek het naarvoren uit.

uDraagplateau met de aanslagrand achter naar boven wijzendinschuiven. wDe levensmiddelen vriezen niet aan de achterwand vast. 5. 3. 5 Deelbare draagplateaus gebruikenFig. 10 uDe glasplaat met aanslagrand (2) moet achteraan liggen. 5. 3. 6 Opbergvakken in de deur verplaatsen*uVakken uitnemen volgens de afbeel-ding. *De boxen kunnen worden uitgenomen en zo op tafel wordengezet. *U kunt één of beide boxen gebruiken. Wanneer u heel hogeflessen in de deur wil zetten, hang dan alleen de brede box bovenhet flessenvak. *Via de Technische Dienst kunt u drie kleine boxen verkrijgen, inplaats van de standaarduitrusting met één brede en één kleinebox. *uBoxen omzetten: naar bovenuitnemen en op de gewenste plaatsterugzetten. **uDeksel afhalen: 90° openen en naarboven losklikken. **Bediening8.

5. 3. 7 Flessenhouder uitnemen*uFlessenhouder altijd bij het kunststofgedeelte vastnemen. 5. 4 VriesgedeelteIn het vriesgedeelte kunt u diepvriesproducten of ingevrorenlevensmiddelen bewaren, ijsblokjes maken en verse levensmid-delen invriezen. 5. 4. 1 Levensmiddelen invriezenU kunt maximaal zoveel kg verse levensmiddelen binnen 24 uinvriezen, als is aangegeven op het typeplaatje bij "invriescapa-citeit. kg/24 u". De laden kunnen elk met max. 25 kg diepvriesproducten, deplateaus elk met max. 35 kg worden belast. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding door glasscherven. Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen. Ditgeldt met name voor koolzuurhoudend drinken. uFlessen en blikjes met drinken niet invriezen. Om de levenmiddelen snel door en door te laten bevriezen, magu de volgende hoeveelheden per verpakking niet overschrijden:- fruit, groente max. 1 kg- vlees max.

2,5 kguVerdeel de levensmiddelen in porties en doe ze in diepvries-zakjes of in herbruikbare bakjes van kunststof, metaal ofaluminium. 5. 4. 2 Levensmiddelen ontdooien- in het koelgedeelte- bij kamertemperatuur- in een magnetron- in een oven/heteluchtovenuOntdooide levensmiddelen alleen bij wijze van uitzonderingweer invriezen. 5. 4. 3 Temperatuur instellenAanbevolen temperatuurinstelling: -18 °CU kunt de temperatuur doorlopend veranderen. Bij de instelling-32 °C wordt opnieuw begonnen met -15 °C. uTemperatuurverstelling oproepen: druk eenmaal op de instel-toets vriesgedeelte Fig. 3 (6). uDruk net zo vaak op de insteltoets vriesgedeelte Fig. 3 (6) totde LEDs de gewenste temperatuur aangeven. AanwijzinguWanneer u lang drukt op de insteltoets wordt binnen een kleintemperatuurbereik (bijv. : tussen -15 °C en -18 °C) een ietskoudere waarde ingesteld, maar dit is niet te zien op hetdisplay. 5.

4. 4 SuperFrostMet deze functie kunt u nieuwe levensmiddelen snel tot op dekern invriezen. Het apparaat werkt met maximaal koelvermogen,daardoor kunnen geluiden van de koelaggregaat tijdelijk luiderzijn.

U kunt maximaal zoveel nieuwe levensmiddelen binnen 24 hinvriezen, als op het typeplaatje onder "invriescapaciteit. kg/24h" is aangegeven. De invriescapaciteit is afhankelijk van hetmodel en de klimaatklasse van het apparaat. Met SuperFrost invriezenSuperFrost hoeft u in de volgende gevallen niet in te schakelen:- wanneer u reeds ingevroren waren in de diepvriezer legtuToets SuperFrost Fig. 3 (7) kort indrukken. wDe toets SuperFrost is verlicht. wDe temperatuur daalt; het apparaat werkt met maximalekoeling. Bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen:uca. 6 u wachten. uDe nieuwe levensmiddelen in de bovenste vakken leggen. Bij de maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen (zietypeplaatje):uca. 24 u wachten. uLevensmiddelen in de schuifladen leggen. wSuperFrost schakelt na ca. 65 u automatisch uit. wDe toets SuperFrost is donker.

uDe bevroren koudeaccu's bovenin het voorste vriesgedeelte op deingevroren levensmiddelenleggen. 5. 4. 10 IceMaker*Met de ijsblokjesmaker met waterreservoir kunt u met het reser-voir in het koelgedeelte ijsblokjes maken met de IceMaker ofgekoeld drinkwater gereedzetten. De IceMaker zit in de bovenste schuiflade van het vriesgedeelte. Op de schuiflade staat het opschrift "IceMaker". Controleer of aan volgende voorwaarden is voldaan:-het apparaat staat waterpas. -het apparaat is ingeschakeld. -het vriesgedeelte is ingeschakeld. -Het waterreservoir werd gereinigd met water en is gevuld. Waterreservoir vullen*WAARSCHUWINGVergiftigingsgevaar. uDe waterkwaliteit moet voldoen aan de drinkwatervoor-schriften van het betreffende land (b. v. 98/83/EU) , waar hetapparaat wordt in bedrijf wordt genomen.

uDe IceMaker is uitsluitend bedoeld voor het maken vanijsblokjes voor privé-huishoudens en moet worden voorzienvan daarvoor geschikt water. LET OPGevaar voor beschadiging van de IceMaker. Suikerhoudende vloeistoffen zoals softdrinks, vruchtensappene. d.

kunnen de pomp verstoppen wat volledige uitval van depompfunctie en daardoor beschadiging van de ijsblokjesmakertot gevolg kan hebben. uHet waterreservoir uitsluitend met drinkwater vullen. Geensuikerhoudende vloeistoffen zoals softdrinks, vruchten-sappen e. d. gebruiken. De IceMaker wordt van water voorzien via een waterreservoir inde koelruimte (zie Het apparaat in vogelvlucht). Voor het eerste gebruik:uwatertank grondig met water reinigen om stof enz. te verwij-deren. uTrek het waterreservoir naarvoren uit. uOpen de klep vooraan en vulhet reservoir met water. uPlaats het gevulde waterreser-voir in de houder en schuif tothelemaal achteraan. AanwijzinguHet waterreservoir moet tot de aanslag in de daarvoor aange-brachte houder (console) in het koelgedeelte wordengeschoven. IceMaker inschakelen*Fig. 12 uSchuiflade uittrekken. uDruk op de toets On/Off Fig. 12 (1), zodat de LEDsFig.

IceMaker uitschakelen*Als u geen ijsblokjes nodig heeft, kunt u de IceMaker onafhan-kelijk van het vriesgedeelte uitschakelen. Wanneer de IceMaker uitgeschakeld is, kan de schuiflade vande IceMaker worden gebruikt om levensmiddelen in te vriezen ofte bewaren. uDruk gedurende ca. 1 seconde op de toets On/Off, tot de LEDbrandt. uDe IceMaker reinigen. wZo zorgt u ervoor, dat er geen water of ijs in de IceMakerachterblijft. IJsblokjes maken*De productiecapaciteit hangt af van de vriestemperatuur. Hoelager de temperatuur, hoe meer ijsblokjes er in een bepaalde tijdworden gemaakt. De ijsblokjes vallen uit de IceMaker in de schuiflade. Bij hetbereiken van een bepaalde vulhoogte, worden geen ijsblokjesmeer gemaakt. De IceMaker vult de lade niet tot de rand. Als u een grote hoeveelheid ijsblokjes nodig heeft, kunt u devolledige IceMaker schuiflade verwisselen voor de schuifladeernaast.

Als u de schuiflade sluit, schakelt de IceMaker vanzelfopnieuw in. Wanneer u de IceMaker voor het eerst inschakelt, kan het tot 24u duren voor de eerste ijsblokjes worden gemaakt. AanwijzingAls het toestel voor het eerst wordt gebruikt of wanneer hetlangere tijd niet werd gebruikt, moet de IceMaker wordengespoeld om eventuele restjes te verwijderen. uDaarom mag u de ijsblokjes die gedurende de eerste 24 uurworden geproduceerd, niet gebruiken of verbruiken. 6 Onderhoud6. 1 Ontdooien met NoFrostHet NoFrost-systeem ontdooit het apparaat automatisch. Koelgedeelte:Het dooiwater verdampt door de warmte van de compressor. Waterdruppels op de achterwand zijn normaal en wijzen niet opeen storing. uAfvoeropening regelmatig reinigen, zodat het dooiwater kanweglopen (zie 6. 2). Vriesgedeelte:Het vocht slaat neer op de verdamper, wordt regelmatig ontdooiden verdampt dan.

uU hoeft het apparaat niet handmatig te ontdooien. 6. 2 Apparaat reinigenVoor het reinigen:VOORZICHTIGGevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom. Hete stoom kan de oppervlakken beschadigen en brandwondenveroorzaken.

uGebruik geen stoomreinigers. LET OPVerkeerd reinigen kan het apparaat beschadigen. uGebruik reinigingsmiddelen niet in geconcentreerde vorm. uGebruik geen schurende of krassende sponsjes of staalwol. uGebruik geen schoonmaakmiddelen die zand, chloor, chemi-caliën of zuren bevatten. uGebruik geen chemische oplosmiddelen. uBeschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkant vanhet apparaat niet. Dit is belangrijk voor de Technische Dienst. uKabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken ofbeschadigen. uLaat geen reinigingswater in de afvoergoot, de ventilatieroos-ters en elektrische delen terecht komen. uApparaat leegmaken. uTrek de stekker uit. - Gebruik zachte poetsdoeken en een allesreinigermet een neutrale pH-waarde. - Gebruik in de binnenruimte van het apparaat enkellevensmiddelenvriendelijke reinigings- en onder-houdsproducten.

uRoosters voor luchtaan- en afvoer regelmatig reinigen. wStof verhoogt het energieverbruik. Buitenwanden en binnenruimte:uBuiten- en binnenwanden van kunststof met lauwwarm wateren een beetje afwasmiddel met de hand reinigen. LET OP*De edelstalen deuren zijn voorzien van een hoogwaardigeoppervlaktecoating en mogen niet met het bijgevoegde reini-gingsmiddel worden behandeld. Dit zou het oppervlak kunnen aantasten. uDe gecoate mogen uitsluitend met eendeuroppervlakkenzachte schone doek worden afgeveegd. Bij sterke vervuilingkunt u wat water of een neutraal schoonmaakmiddelgebruiken. Naar wens kan ook een microvezeldoek wordengebruikt. uRoestvrijstalen zijwanden bij vervuiling met een gebruike-lijke roestvrijstaalreiniger reinigen. Vervolgens het meegele-verde rvs onderhoudsmiddel gelijkmatig in slijprichtingaanbrengen.

uGelakte zijwanden mogen uitsluitend met een zachteschone doek worden afgeveergd. Bij sterke vervuiling kunt uwat water of een neutraal schoonmaakmiddel gebruiken. Naar wens kan ook een microvezeldoek worden gebruikt. uAfvoeropening reinigen: vuil met eendun hulpmiddeltje, bijv. een watten-staafje, verwijderen.

uPlateaus uit elkaar nemen: lijsten enzijkanten afhalen. *uDeurvakken uit elkaar nemen:beschermfolie van de sierlijstafhalen. **uBoxen uitnemen en het deksel dooroptillen weghalen. **uWateropvangbak legen: watertankeruit nemen. Bak voorzichtig naarvoor uitschuiven en dan naarbeneden eruit trekken. **Na het reinigen:uApparaat en onderdelen droogwrijven. uApparaat weer aansluiten en inschakelen. uSuperFrost inschakelen (zie 5. 4. 4). Wanneer de temperatuur voldoende koud is:ude levensmiddelen er weer in leggen. 6. 3 De IceMaker reinigen*Fig. 13 De IceMaker moet ingeschakeld zijn. uTrek de schuiflade uit en haal het ijs eruit. uSchuiflade reinigen met warm water en mild afwasmiddel. uBij uitgetrokken schuiflade de toets On/Off ingedrukt houden(ca. 10 seconden). wNa ca. 1 sec. gaan de LEDs uit, de IceMaker is uitgeschakeld. wNa ca. 10 sec. knipperen de LEDs gedurende ca. 60 sec.

uSchuif de lade in, terwijl de LEDs knipperen. wDe ijsblokjeshouder van de IceMaker draait in schuine stand. uNeem de schuiflade uit. uIjsblokjeshouder met warm water reinigen. Gebruik indiennodig een mild afwasmiddel. Daarna uitspoelen. De IceMaker opnieuw aanzetten:udruk op de toets ON/OFF tot de LEDs branden, schuif dan deschuiflade weer in. wDe IceMaker begint met het maken van ijsblokjes. Wanneer u afwasmiddel heeft gebruikt:ude eerste drie ladingen ijsblokjes weggooien om restjesafwasmiddel te vermijden. 6. 4 Binnenverlichting met gloeilampvervangenType gloeilampmax. 25 WFitting: E14Type stroom en spanning moeten overeenkomen met deinformatie op het typeplaatjeuSchakel het apparaat uit. uTrek de stekker uit ofschakel de beveiliging uit. uNeem de afdekkingFig. 14 (1) bij de voorkantvast en haak achteraanlos. uVervang de gloeilampFig. 14 (2). uAfdekking Fig. 14 (1) weeropzetten. Fig.

14 6. 5 Technische DienstProbeer eerst of u de storing zelf kunt verhelpen (zieStoringen). Mocht dit niet het geval zijn, neem dan contact opmet de Technische Dienst. Het adres vindt u in het bijgevoegdoverzicht.

WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door onvakkundige reparatie. uReparaties en aanpassingen aan apparaat en netsnoer dieniet uitdrukkelijk vermeld worden (zie Onderhoud), alleendoor de Technische Dienst laten uitvoeren. uApparaataanduidingFig. 15 (1), service-nr. Fig. 15 (2) en serie-nr. Fig. 15 (3) van het type-plaatje aflezen. Hettypeplaatje bevindtzich aan de linkerkantbinnen in het apparaat. Fig. 15 uContact opnemen met de Technische Dienst en het probleem,apparaataanduiding Fig. 15 (1), service-nr. Fig. 15 (2) enserie-nr. Fig. 15 (3) mededelen. wDit maakt een snelle en doelgerichte service mogelijk. uHet apparaat gesloten laten, totdat de Technische Dienstkomt. wDe levensmiddelen blijven langer koel. uTrek de stekker uit het stopcontact (daarbij niet aan het snoertrekken) of de draai de zekering uit.

7 StoringenUw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veiligewerking en lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht deson-danks storing optreden, eerst controleren of de storing door eenbedieningsfout werd veroorzaakt. In dit geval moeten wij deontstane kosten ook in de garantieperiode in rekening brengen. Volgende storingen kunt u zelf verhelpen:Het apparaat functioneert niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. →De stekker zit niet goed in het stopcontact. uStekker controleren. →De zekering in het stopcontact is niet in orde. uZekering controleren. De compressor blijft lopen. →De compressor schakelt bij een verminderde koudebehoefteover op een lager toerental. Hoewel de looptijd daardoorlanger is, wordt energie bespaard. Storingen12.

uDat is bij energiebesparende modellen normaal. →SuperFrost is ingeschakeld. uOm de levensmiddelen snel af te koelen, draait decompressor langer. Dit is normaal. Geluiden zijn te luid. →Op toerental gestuurde* compressoren kunnen naar aanlei-ding van de verschillende draaisnelheden verschillendegeluiden veroorzaken. uHet geluid is normaal. Een borrelen en klateren→Dit geluid stamt van het koelmiddel, dat door het koelcircuitstroomt. uHet geluid is normaal. Een zacht klikken→Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelenvan de koelaggregaat (de motor). uHet geluid is normaal. Een brommend geluid. Kan voor korte tijd iets luider zijn,wanneer de koelaggregaat (de motor) inschakelt. →Bij ingeschakelde SuperFrost, nieuw opgeslagen levensmid-delen of na lang geopende deur wordt het koelvermogenautomatisch verhoogd. uHet geluid is normaal. →De omgevingstemperatuur is te hoog.

uOplossing: (zie 1. 2)Een lage bromtoon. →Het geluid ontstaat door luchtstromingsgeluiden van deventilator. uHet geluid is normaal. Vibratiegeluiden. →Het apparaat staat niet stabiel op de grond. Daardoor wordenaangrenzende meubels of voorwerpen door de lopendekoelaggregaat in vibratie gezet. uApparaat iets verschuiven en met de stelpoten uitlijnen. uFlessen en containers uit elkaar zetten. Een totaal van de pomp van het waterreservoir. *→Wanneer water uit het waterreservoir getransporteerd wordt,is dit hoorbaar door een kort zoemen van de pomp. uHet geluid is normaal. De toets SuperFrost en de temperatuurdisplay knipperenbeiden. →Het betreft een storing. uContact opnemen met de Technische Dienst. (zie Onder-houd). U kunt de IceMaker niet aanzetten. *→Het apparaat en dus ook de IceMaker zijn niet aangesloten. uApparaat aansluiten (zie In gebruik nemen). De IceMaker maakt geen ijsblokjes.

→De watertank is niet goed ingeschoven. uWatertank inschuiven. →Er is niet genoeg water in de watertank. uWatertank vullen. LED van de IceMaker knippert. *→Er is niet genoeg water in de watertank. uWatertank vullen. →Wanneer de LED knippert terwijl de watertank gevuld is,betreft het een storing aan de IceMaker. uContact opnemen met de Technische Dienst. (zie Onder-houd). Temperatuur is niet laag genoeg. →De deur is niet goed gesloten. uDeur van het apparaat sluiten. →Niet voldoende be- en ontluchting. uLuchtrooster schoonmaken. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uOplossing: (zie 1. 2). →Het apparaat werd te vaak of te lang geopend. uAfwachten of de benodigde temperatuur weer vanzelf wordtbereikt. Zo niet, contact opnemen met de Technische Dienst. (zie Onderhoud). →U heeft teveel nieuwe levensmiddelen zonder SuperFrostopgeslagen. uOplossing: (zie 5. 4.

4)→Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron. uOplossing: (zie In gebruik nemen). De binnenverlichting brandt niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. →De deur was langer dan 15 min. open. uDe binnenverlichting schakelt bij geopende deur naca. 15 min. automatisch uit. →Wanneer de binnenverlichting niet brandt terwijl de tempe-ratuurdisplay wel verlicht is, is de gloeilamp stuk. uVervang de gloeilamp. (zie Onderhoud). 8 Afzetten8. 1 Apparaat uitschakelenAanwijzinguOm het apparaat volledig uit te schakelen, dient u alleen hetvriesgedeelte uit te schakelen. Hierbij wordt automatisch hetkoelgedeelte mee uitgeschakeld. 8. 1. 1 Vriesgedeelte uitschakelenuToets On/Off vriesgedeelte Fig. 3 (9) gedurende ten minste3s indrukken. wDe temperatuurdisplays zijn uit. Het hele apparaat is uitge-schakeld. 8. 1. 2 Koelgedeelte uitschakelenuToets On/Off koelgedeelte Fig.

9 Apparaat afdankenHet apparaat bevat nog waardevolle materialen enmag niet met het gewoon huis- of grofvuil wordenmeegegeven. Het recyclen van afgedankte appa-raten moet vakkundig gebeuren overeenkomstig deplaatselijk geldende voorschriften en wetten.Let erop dat bij het afvoeren van het afgedankte apparaat hetkoelmiddelcircuit niet wordt beschadigd, zodat het koelmiddel(informatie op het typeplaatje) of de olie erin niet ongewild vrij-komen.uApparaat onbruikbaar maken.uTrek de stekker uit.uSnijd het aansluitsnoer door.Apparaat afdanken14

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Liebherr CN 3513 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden