Liebherr CN 3313 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Liebherr CN 3313 (11 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 213 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Liebherr CN 3313 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Liebherr |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | CN 3313 |
Handleiding Liebherr CN 3313 – volledige tekst
A1Vriesgedeelte1 Hoofd-aan/uit regelaar voor het hele apparaat (koel- en vries-gedeelte), met temperatuurregelaar voor het vriesgedeelte 2 SuperFrost-toets met lichtdisplays voor ingeschakelde functie3 Temperatuur-instelaanwijzing voor vriestemperatuur4 Alarm-uit-toets voor akoestische alarmmelder, met licht-dis-plays voor te warme temperatuur in het vriesgedeelteKoelgeedelte5 Aan/Uit regelaar en temperatuurregelaar voor het koelge-deelte6 Temperatuur-instelaanwijzing voor koeltemperatuurSuperFrostVoor het snel invriezen van verse levensmiddelen. W Druk kort op de SuperFrost-toets 2 zodat ze oplicht.W Ca. 6-24 uur wachten. W Leg de verse levensmiddelen vervolgens in de laden.- Na in totaal ca. 65 uur wordt SuperFrost automatisch uitge-schakeld.Stand van temperatuurregelaar1e punt = warmmax.
33CN/CNes. 3NL* afhankelijk van model en uitvoeringBewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef hem eventu-eel aan de volgende eigenaar door. Deze gebruiksaanwijzing is voor verscheidene modellen geldig, afwijkingen zijn daarom mogelijk. Wij feliciteren u met uw nieuwe apparaat. Door uw aankoop heeft u gekozen voor alle voordelen van de modernste koudetechniek, die u een hoogwaardige kwaliteit, een lange levensduur en een hoge bedrijfsze-kerheid garandeert. De uitvoering van uw apparaat biedt u elke dag opnieuw optimaal bedieningscomfort. Met dit apparaat, gefabriceerd met milieuvriendelijke technieken en recyclebare materialen, leveren u en wij gezamenlijk een actieve bijdrage aan het behoud van ons milieu. Lees, om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, a. u. b. de informatie in deze gebruiks-aan-wijzing aandachtig door.
Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe apparaat. Inhoud Gebruiksaanwijzing pag. Het apparaat in vogelvlucht. 32 Inhoud. 33 Bepalingen. 33 Tips voor energiebesparing. 33Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 34 Aanwijzing m. b. t. afdanken. 34 Opstellen. 34 Aansluiten. 34Ingebruikneming en controlepaneel. 35 In- en uitschakelen. 35 Temperatuur instellen. 35 SuperFrost. 35 Temperatuur-instelaanwijzing. 35 Akoestische alarmmelder, rode waarschuwingslampje. 35 Koelen met ventilator. 35Koelgedeelte. 36 Verdelen van de levensmiddelen. 36 Indeling aanpassen. 36 Binnenverlichting. 36Vriesgedeelte. 37 Invriezen met SuperFrost. 37 Aanwijzingen voor het invriezen en bewaren. 37 Info-systeem. 38 Invriesplateau. 38 Koudeaccu‘s. 38 IJsblokjes maken. 38Reinigen. 39Storingen - Problemen. 39 Technische dienst en typeplaatje. 39Opstel- en ombouwaanwijzingen Uitwendige afmetingen van het apparaat.
40 Draairichting deur veranderen. 40 Inbouw in het keukenblok. 40BepalingenW Het apparaat werd ontworpen voor het koelen, invriezen en bewaren van levensmiddelen evenals het maken van ijs. Het is bestemd voor huishoudelijk gebruik.
Bij een ander gebruik kan er geen garantie voor de onberispelijke werking worden gegeven. W Het apparat is ontworpen voor een bepaalde klimaatklasse d. w. z. een minimale omgevingstemperatuur waaronder en een maximale omgevingstemperatuur waarboven het appa-raat niet gebruikt mag worden. U vindt de klimaatklasse van het apparaat op het typeplaatje. Hierbij worden de volgende afkortingen gebruikt: Klimaatklasse ontworpen voor omgevingstemperaturen van SN +10 °C tot +32 °C N +16 °C tot +32 °C ST +18 °C tot +38 °C T +18 °C tot +43 °C- Het koelmiddelcircuit werd op lekkages gecontroleerd. - Het apparaat voldoet aan alle van toepassing zijnde veilig-heidsbepalingen en de EG-richtlijnen 73/23/EEG en 89/336/EEG. Tips voor energiebesparing W Houd de ventilatieopeningen vrij. W Laat de deur nooit onnodig lang open staan.
W Plaats de levensmiddelen soort bij soort in het apparaat; houdt u aan de maximale bewaartijd. W Bewaar alle levensmiddelen goed verpakt of afgedekt; rijp-vorming wordt zo voorkomen. W Laat warme gerechten eerst tot kamertemperatuur afkoelen voordat u ze in het apparaat plaatst. W Laat diepvriesproducten in het koelgedeelte ontdooien. W Houd de deur van het apparaat bij een storing gesloten. Zo voorkomt u dat de temperatuur snel oploopt en blijft de kwali-teit van de levensmiddelen langer bewaard.
34 CN/CNes. 3* afhankelijk van model en uitvoeringAanwijzing m. b. t. afdankenDe verpakking is van recyclebare materialen gefabri-ceerd. - Golfkarton/karton- Voorgevormde delen van geschuimd polystyreen- Folies van polyetheen- Spanbanden van polypropeen• Verpakkingsmateriaal is geen speelgoed voor kinde-ren - verstikkingsgevaar door folies. • Breng a. u. b. de verpakking naar een officiële inzamelpunt. Het afgedankte apparaat bevat nog waardevolle materia-len en moet gescheiden van het ongesorteerde afval worden afgevoerd. • Afgedankte apparaten onbruikbaar maken: trek de stekker uit het stopcontact, snijd het netsnoer door en zet de sluiting buiten werking zodat kinderen zich niet kunnen opsluiten. • Let erop dat het koelmiddelcircuit tijdens het transport van het afgedankte apparaat niet wordt beschadigd. • Informatie over het gebruikte koelmiddel vindt u op het typeplaatje.
• Het recyclen van afgedankte apparaten moet vakkundig gebeuren overeenkomstig de plaatselijk geldende voor-schriften en wetten. Technische veiligheidW Om persoonlijk letsel en materiële schade te voor-komen, het apparaat alleen verpakt transporteren en met twee personen neerzetten. W Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maar brandbaar. W Leidingen van het koelmiddelcircuit niet beschadigen. Eruit spuitend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken of ontbran-den. W Wanneer koelmiddel vrijkomt, dan open vuur of ontstekings-bronnen in de nabijheid van het lekpunt verwijderen, stekker uit het stopcontact trekken en de ruimte goed ventileren. W Bij schade aan het apparaat onmiddellijk - voor het aanslui-ten - bij de leverancier reclameren. W Om een veilig gebruik te waarborgen het apparaat alleen volgens de informatie in de gebruiksaanwijzing monteren en aansluiten.
W In geval van een storing het apparaat van het net loskop-pelen: stekker uit het stopcontact trekken (hierbij niet aan de aansluitkabel trekken) of zekering laten aanspringen resp. eruit draaien.
W Reparaties en ingrepen aan het apparaat alleen door de technische dienst laten uitvoeren, daar anders aanzien-lijke gevaren voor de gebruiker ontstaan. Hetzelfde geldt voor het vervangen van het netsnoer. Veiligheid bij gebruikW Bewaar geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen, zoals butaan, propaan, pen-taan enz. , in het apparaat. Eventueel vrijkomende gassen zouden door elektrische componenten kunnen ontbranden. U herkent dergelijke spuitbussen aan de erop gedrukte in-houdsvermelding of aan een vlamsymbool. W Producten met een hoog percentage alcohol alleen goed afgesloten en staande bewaren. W In het inwendige van het apparaat geen open vuur of ontste-kingsbronnen gebruiken. W Geen elektrische apparaten binnen het apparaat gebruiken (bijv. stoomreinigingsapparatuur, verwarmingsapparatuur). W Plint, laden, deuren enz.
niet als voetensteun of om te leunen misbruiken. W Dit apparaat is niet bedoeld voor personen (ook kinderen) met fysieke, sensorische of mentale gebreken of personen, die niet over voldoende ervaring en kennis beschikken, tenzij zij door een persoon, die voor hun veiligheid verantwoorde-Veiligheidsinstructies en waarschuwingenlijk is, in het gebruik van het apparaat worden onderwezen of die aanvankelijk toezicht uitoefent. Kinderen mogen niet zonder toezicht achterblijven om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen. W Voorkom voortdurend huidcontact met koude oppervlakken of te koelen/te bevriezen levensmiddelen want dat kan een pijnlijk of dof gevoel en bevriezing veroorzaken. Bij langdurig huidcontact veiligheidsmaatregelen treffen, bijv. handschoe-nen dragen. W Consumptie-ijs, met name waterijs of ijsblokjes, na het eruit nemen niet onmiddellijk en niet te koud consumeren.
OpstellenW Let er bij het opstellen/inbouwen op dat er geen leidingen van het koelsysteem beschadigd raken. W De plaatsingsruimte van uw apparaat moet volgens de norm EN 378 pro 8 g koelmiddelmassa R 600a 1 kubieke m bezit-ten zodat er in geval van een lekkage in het koelmiddelcircuit geen ontvlambare gas-lucht-mengeling in de plaatsings-ruimte van het apparaat kan ontstaan. Informatie over de hoeveelheid koelmiddel vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. W Vermijd standplaatsen direct in het zonlicht, naast het for-nuis, de radiator en dergelijke, evenals in vochtige omgevin-gen met spatwater. W Schuif het apparaat in de nis. Verdraai de stelpoten met de bijgevoegde steeksleutel 10 om het apparaat stevig en waterpas op te stellen. W Dek de ventilatieopeningen nooit af. Zorg altijd voor een goede luchttoevoer en -afvoer.
Meer informatie daarover vindt u in de opstel- en om-bouwaanwijzingen. W Plaats geen apparaten die warmte afgeven op de koel- of diepvrieskast, bijv. magnetron, broodrooster enz. W Verwijder alle transportbeveiligingsonderdelen:- Trek plakband of afstandsdeeltjes* van de draagplateaus en plaats de plateaus op de gewenste hoogte. - Trek de beschermfolie eraf: aan sierlijsten, front- en zijwan-den*. AansluitenDe stroom (wisselstroom) en spanningop de opstelplaats moeten overeenkomen met de gege-vens op het typeplaatje. Dit bevindt zich op de linker bin-nenkant van het apparaat, afb. A. W Sluit het apparaat uitsluitend op een correct geïn-stalleerd randaardestopcontact aan. W Het stopcontact moet door een zekering van 10 A of meer beveiligd zijn, niet door de achterkant van het apparaat be-dekt worden en goed toegankelijk zijn.
W Het apparaat niet - op stand-alone ondulatoren aansluiten,- in combinatie met zgn. energiebesparingsstekkers gebruiken - de elektronica kan beschadigd worden,- samen met andere apparaten aansluiten via een verlengka-bel - gevaar voor oververhitting.
35CN/CNes. 3NL* afhankelijk van model en uitvoeringWij adviseren u om het apparaat te reinigen voordat u het in gebruik neemt (zie verder onder „Reinigen“). Schakel het apparaat ca. 4 uur voordat u de eerste levensmid-delen erin plaatst in. Leg de in te vriezen levensmiddelen er pas in als het rode waarschuwingslampje uitgegaan is. In- en uitschakelen - Afb. A1: Met de hoofd Aan/Uit-regelaar 1 schakelt u al-tijd het hele apparaat aan of uit, vries- en koelgedeelte. W Inschakelen: Spleet van de temperatuurregelaar 1 voor het vriesgedeelte en 5 voor het koelgedeelte met een munt draaien, zodat de temperatuur-instelaanwijzingen 3 en 6 knipperen/branden. - Het koelgedeelte is ingeschakeld, wanneer de tempera-tuur-instelaanwijzing 6 brandt en de binnenverlichting brandt. - Het vriesgedeelte is ingeschakeld, wanneer de tempera-tuur-instelaanwijzing 3 brandt.
- De rode alarmtoets brandt totdat de vriestemperatuur voldoende laag is, daarna gaat het lampje uit. Meer informa-tie vindt u in de paragraaf „Akoestische alarmmelder, rode waarschuwingslampje“. W Uitschakelen van het gehele apparaat: Spleet van de hoofd aan/uit-regelaar 1 met behulp van een munt tot aan de aanslag naar „0“ terugdraaien, zodat de temperatuur-instelaanwijzingen donker zijn. Koel- en vriesgedeelte zijn uitgeschakeld. W Wanneer u alleen het koelgedeelte uit wilt schakelen (vries-gedeelte blijft ingeschakeld - gunstig bijv. tijdens de vakan-tie), dan alleen de aan/uit-regelaar 5 naar „0“ terugdraaien, zodat de temperatuur-instelaanwijzing van het koelgedeel-te 6 en de binnenverlichting donker zijn. De temperatuur-instelaanwijzing van het vriesgedeelte 3 moet branden.
= koudste temperatuur, grootste koelvermogenW Aanbevolen temperatuurinstelling: - Voor het koelgedeelte: 5 °C bereikt. - Voor het vriesgedeelte: -18 °C bereikt. Tijdens het instellen knippert het lichtdisplay van de ingestelde temperatuur. Opmerking: Houd er altijd rekening mee dat de temperaturen in de koelruimte door de veelvuldigheid van het deuropenen, de vulling en de ruimtetemperatuur van de standplaats worden beïnvloed. Naar gelang de gewenste temperatuur moet de regelaar wor-den nagesteld. SuperFrost 2Met de SuperFrost-functie zorgt u ervoor dat verse levensmid-delen zo snel mogelijk door en door bevriezen, terwijl reeds ingevroren levensmiddelen een „koudereserve“ krijgen. Zo blijven voedingswaarde, uiterlijk en smaak van de ingevroren levensmiddelen het beste bewaard. W Op het typeplaatje onder „Invriescapaciteit.
kg/24h“ vindt u hoeveel kilo verse levensmiddelen u binnen 24 uur maximaal kunt invriezen. De invriescapaciteit is afhankelijk van het model en de klimaatklasse van het apparaat. Meer informatie vindt u in de paragraaf „Rode waarschu-wingslampje“. Temperatuur-instelaanwijzing3 voor het vriesgedeelte 6 voor het koelgedeelte - De brandende temperatuur-instelaanwijzing toont de wer-king van het apparaat aan. - De aparte lichtdisplays zijn aan temperatuurbereiken toege-wezen. Deze tonen de geselecteerde instelwaarde van de koel-/vriestemperatuur aan. - Binnen het temperatuur-/instelbereik, bijv. tussen -15 °C tot -18 °C of tussen twee punten*, kan de temperatuur iets lager worden ingesteld. Zo nodig de temperatuurregelaar 1 lang-zaam verder draaien - het controlelampje van het tempera-tuurbereik, bijv.
W Het akoestische signaal gaat uit door een druk op de alarm-uit-toets 4,- automatisch, wanneer de voldoende lage bewaartempera-tuur weer is bereikt of,- de deur gesloten wordt. Deuralarm – voor koel- en vriesgedeelte- Het apparaat geeft alarm wanneer de deur langer dan ca. 60 sec. openstaat. Het alarm blijft ingeschakeld zolang de deur openstaat. Door het sluiten van de deur is de alarmfunctie automatisch gereed voor bedrijf. Temperatuuralarm – vor het vriesgedeelte - Het alarm blijft ingeschakeld zolang de levensmiddelen niet koud genoeg zijn (afhankelijk van de ingestelde temperatuur). - Tegelijkertijd knippert het rode lampje van de alarm-uit-toets. De oorzaak hiervoor kan zijn dat:- er warme verse levensmiddelen voor het invriezen werden geplaatst, - er bij het omsorteren en uitnemen van diepvriesproducten te veel warme lucht is binnengestroomd.
Deze temperatuur-schommeling heeft geen uitwerking op de diepvriesproducten. - Door bediening van de alarm-uit-toets gaat het rode waar-schuwingslampje van knipperen over tot continu branden. Het dooft pas wanneer het alarm afgelopen is en er een voldoende lage temperatuur is bereikt. Vervolgens schakelt het display automatisch op continu branden over en is het alarm weer gereed. W Pas wanneer de SuperFrost-toets tegelijk met een lampje van de temperatuuraanwijzing knippert betekent dit: er is sprake van een storing. Neem dan contact op met uw klantenservice en stel hem van de knipperende aanwijzing op de hoogte. Hierdoor wordt een snelle en efficiënte service mogelijk. Koelen met ventilator*voor geforceerde koeling Hiermee bereikt u op alle niveaus een betrekkelijk gelijkma-tige temperatuurverdeling; alle levensmiddelen zijn even koel, bij kiesbare temperatuur.
36 CN/CNes. 3* afhankelijk van model en uitvoeringKoelgedeelteVerdelen van de levensmiddelen Door de natuurlijke luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan gebieden met verschillende temperaturen. Voor de diverse soorten levensmiddelen kan deze temperatuurverdeling voor-delig zijn. Zo heerst direct boven de groenteladen en tegen de achterwand de laagste temperatuur (optimaal voor bijv. worst en vleeswaren). Bovenin het apparaat, aan de voorkant en in de deur heerst de hoogste temperatuur (optimaal voor bijv. kaas en smeerbare boter). Plaats de levensmiddelen daarom volgens het indelingsvoorbeeld, afb. B, in het apparaat. Tips voor het koelen- Leg de levensmiddelen niet te dicht tegen elkaar zodat de lucht er goed tussen circuleren kan. - Bewaar levensmiddelen die snel geur of smaak afgeven of aannemen evenals vloeistoffen altijd in een gesloten koel-kastdoos of afgedekt.
- Ethyleengasproducerende en -gevoelige levensmiddelen zoals fruit, groente en sla, altijd gescheiden bewaren of ver-pakken, om de houdbaarheid niet te reduceren; bijv. tomaten niet met kiwi‘s of kool bewaren. Indeling aanpassenDesgewenst kunt u de plateaus en opbergvakken verplaatsen. W Opbergvakken in deur verplaatsen, afb. C: schuif het opbergvak omhoog, neem het er naar voren uit en zet het in de omgekeerde volgorde terug. W Door de flessenhouder te verschuiven, voorkomt u dat fles-sen omvallen bij het openen en sluiten van de deur. W Draagplateaus verplaatsen, afb. D:- Til het draagplateau op, trek het naar voren en zwenk het weg. Schuif de draagplateaus altijd met de aanslagrand achter naar boven wijzend terug, daar de levensmiddelen anders aan de achterwand vast kunnen vriezen. - De glasplaten zijn door uittrekstops beveiligd tegen ongewild uittrekken.
W Hebt u ruimte voor grote flessen nodig, dan kunt u - de voorste halve glasplaat* zacht omhoog heffen en voor-zichtig onder de achterste plaat schuiven tot de uittrekstops in de openingen klikken, afb. E. De binnenverlichtingwordt automatisch uitgeschakeld wanneer het apparaat langer dan ca. 15 minuten open staat. Gaat de binnenverlichting niet automatisch aan wanneer u het apparaat opent maar is het temperatuurdisplay wel verlicht, dan is het gloeilampje mis-schien defect. Vervangen van de gloeilamp:W Type gloeilamp: max. 25 W, de stroom en spanning moeten overeenkomen met de gegevens op het type-plaatje. Ge-bruik enkel gloeilampen met dezelfde afmeting. E14-fitting. W Schakel het apparaat uit. Trek de stekker uit het stop-con-tact of schakel de zekering in de meterkast uit. W Druk de boven- en onderkant van het afdekkapje, afb. F1, in 1 en wip het kapje aan de achterkant los 2.
37CN/CNes. 3NL* afhankelijk van model en uitvoeringW Bewaren: De afzonderlijke laden en plateaus kunnen max. 25 kg levensmiddelen dragen. - VarioSpace: Door een lade en een plateau eruit te halen krijgt u over 2 ladehoogten plaats voor grote levensmiddelen. Gevogelte, vis, grote stukken wild en hoog gebak kunnen als één stuk worden ingevroren. W Als u het maximale volume wilt gebruiken, kunt u de laden eruit nemen en de vriesproducten direct op de plateaus bewaren. - Enkel de onderste lade moet altijd in het apparaat blijven. - Als u de bovenste lade eruit neemt, moet u erop letten dat u de luchtgaten van de ventilator niet afdekt, dat is heel belangrijk voor een goed functioneren van het apparaat. - Laden eruit halen, afb. G1: trek de lade tot aan de aanslag naar voren en til hem eruit. - Draagplateau eruit halen, afb. G2: het draagplateau aan de voorkant oplichten en eruit trekken.
Plateau terugzetten: in omgekeerde volgorde te werk gaan, draagplateau tot aanslag inschuiven. W Bewaar dezelfde soort levensmiddelen altijd bij elkaar. Zo voorkomt u dat de deur te lang open staat en bespaart u energie. W Houd u aan de voorgeschreven bewaar-tijden. W Ontdooien: Haal steeds slechts zoveel levensmiddelen uit het apparaat als u di-rect nodig hebt. Verwerk eenmaal ontdooide levensmiddelen zo snel mogelijk tot een gerecht. Ingevroren levensmiddelen kunt u als volgt ontdooien:- in een oven/heteluchtoven;- in een magnetron;- bij kamertemperatuur;- in het koelgedeelte: de warmte die voor het ontdooien nodig is, wordt aan de overige levensmiddelen onttrokken. - Reeds enigszins ontdooide platte porties vlees en vis kun-nen heet bereid worden. - Groenten kunt u direct bereiden, zonder dat u ze ontdooit (in de helft van de tijd die normaal nodig is om gaar te worden).
6 uur wachten - gewoonlijk is dit lang genoeg. Wacht bij de maximale hoeveelheid levensmiddelen, zie het typeplaatje onder „Invriescapaciteit“, ca. 24 uur. W Daarna de verse levensmiddelen erin leggen, bij voorkeur in de bovenste laden. Vries bij de maximale hoeveelheid de verpakte levensmid-delen zonder laden in. Leg ze direct op de koudeplaten en na het invriezen in de laden. - Na in totaal ca. 65 uur wordt SuperFrost automatisch uit-geschakeld. Na het invriezen gaat de SuperFrost-toets uit - het apparaat werkt weer in de normale energiebesparende stand. Opmerking: Schakel SuperFrost niet in- wanneer u reeds ingevroren diepvriesproducten in het ap-paraat legt;- bij het invriezen van minder dan 2 kg verse levensmiddelen per dag.
Aanwijzingen voor het invriezen en bewarenW De volgende levensmiddelen kunt u invriezen: vlees, wild, gevogelte, verse vis, groente, fruit, zuivelproducten, brood, bakkerijproducten, kant-en-klare maaltijden. Ongeschikt zijn: kropsla, rammenas, druiven, hele appels en peren, vet vlees. W Als verpakkingsmateriaal zijn geschikt: diepvrieszakjes, voor hergebruik geschikte koelkastdozen van kunststof of metaal (bijv. aluminium). W Breng in te vriezen levensmiddelen nooit in contact met inge-vroren levensmiddelen. Leg uitsluitend droge verpakkingen in het apparaat zodat ze niet aan elkaar kunnen vastvriezen. W Schrijf altijd de invriesdatum en inhoud op de verpak-kingen. Houd u aan de maximale houdbaarheid om kwaliteitsverlies te voorkomen. W Verpak levensmiddelen die u zelf invriest altijd in afgeme-ten porties.
W Voeg geen zout of specerijen toe aan verse levensmiddelen en te blancheren groente. Voeg aan overige levensmiddelen slechts weinig zout en specerijen toe: verschillende spece-rijen veranderen door het invriezen van smaak. W Vries geen flessen en pakken met koolzuurhoudende dran-ken in aangezien deze kunnen exploderen. Haal flessen die u snel wilt koelen uiterlijk na één uur al weer uit het apparaat. Vriesgedeelte2-66 -124-8G1G212.
38 CN/CNes..3* afhankelijk van model en uitvoeringVriesgedeelteHet info-systeem*De ingevroren levensmiddelen dienen binnen de aanbevolen bewaartijden te worden verbruikt. De getallen tussen de symbolen geven de bewaarduur in maan-den aan, elk voor meerdere diepvriesproductsoorten.De aangegeven bewaartijden zijn richtwaarden voor vers in te vriezen levensmiddelen. Of de onderste of de bovenste waarde geldig is hangt af van de kwaliteit van de levensmiddelen en van de voorbehandeling voor het invriezen. Voor vettere levens-middelen gelden altijd de onderste waarden.Het invriesplateau*Hiermee vriest u bessen, kruiden, groenten en andere kleine diepvriesproducten in. De levensmiddelen behouden hun vorm en zijn later eenvoudiger in porties te verdelen. W Verdeel de diepvriesproducten losjes over het invriesplateau, afb. H.W Schuif het invriesplateau in een van de bovenste laden.
Laat de levensmiddelen 10 à 12 uur invriezen, stop ze vervolgens in een diepvriesdoos of -zak en leg ze in een lade. W Ontdooien: Spreid de ingevroren levensmiddelen losjes naast elkaar uit.De koudeaccu‘s* voorkomen bij stroomuitval dat de temperatuur te snel oploopt - de kwaliteit van de levensmiddelen blijft beter bewaard.W De koudeaccu‘s kunt u ruimtebesparend in het invriespla-teau invriezen en bewaren, afb. J. - Wilt u ingevroren levensmiddelen bij een eventuele storing zo lang mogelijk kunnen bewaren, leg dan de bevroren ac-cu‘s in de bovenste lade direct op de levensmiddelen.IJsblokjes maken*W IJsblokjeshouder met water vullen.
39CN/CNes. 3NL* afhankelijk van model en uitvoeringReinigenAanwijzingen voor het ontdooienOntdooienHet NoFrost-systeem ontdooit het apparaat automatisch. In de koelruimteHet vrijkomende water verdampt door de vrijkomende warmte van de compressor - waterdruppels op de achterwand zijn nor-maal en wijzen niet op een storing. W U hoeft er slechts voor te zorgen dat het dooiwater ongehin-derd door de afvoeropening (pijl in afb. ) in de achterwand kan wegstromen. In de vriesruimteHet vrijkomende vocht slaat zich op de verdamper neer, wordt periodisch ontdooid en verdampt. Door het automatische ontdooiprincipe blijft de vriesruimte altijd ijsvrij, er is dus geen tijd noch werk voor het ontdooien nodig. ReinigenW Trek altijd de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit, voordat u het apparaat schoonmaakt.
W Buitenwand, binnenruimte en delen van het interieur met lauwwarm water en een beetje schoonmaakmid-del met de hand reinigen. Gebruik geen stoomreinigings-apparaat teneinde verwondingen en beschadigingen te voorkomen. W Gebruik bij voorkeur zachte poetsdoeken en een pH-neutrale allesreiniger. Gebruik in de binnenruimte van het apparaat enkel levensmiddelenvriendelijke reinigings- en onderhouds-producten. W Bij apparaten in rvs-uitvoering* een normaal rvs-schoon-maakmiddel gebruiken. - Behandel het apparaat na de reiniging met een rvs-onder-houdsmiddel (gelijkmatig in de slijprichting) om het de beste bescherming te geven. Donkere plaatsen op de rvs-oppervlakte en een intensievere kleur kort na de reinigings-beurt zijn normaal.
- Gebruik geen schurende/krassende sponsen, geconcen-treerde reinigingsmiddelen evenmin als schoonmaakpro-ducten of chemische oplosmiddelen die zand, chloride of zuur bevatten: die beschadigen de oppervlakte en kunnen corrosie veroorzaken. - Let erop dat er geen water in de afvoergoot, ventilatie-roos-ters of elektrische delen dringt. Maak het apparat goed droog met een doek.
- Beschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat nooit: het is belangrijk voor de technische dienst. W Reinig de dooiwater-afvoeropening in de achterwand boven de groente-laden regelmatig, pijl in afb. Gebruik indien nodig een spits hulpmiddel, bijv. een wattenstaafje. W Maak het aggregaat en de warmte-wisselaar (het metalen rooster aan de achterkant van het apparaat) minimaal één keer per jaar stofvrij en schoon. Stof verhoogt het energieverbruik. W Let erop dat u geen kabels of andere onderdelen lostrekt, knikt of beschadigt. W Steek vervolgens de stekker weer in het stopcontact en scha-kel het apparaat in. Schakel de SuperFrost-functie in en leg de levensmiddelen weer terug in het apparaat nadat het rode waarschuwingslampje uitgegaan is. Moet het apparaat langere tijd uitgeschakeld blijven, maakhet dan leeg en trek de stekker uit het stopcontact.
Reinig hetzoals beschreven en laat de deur van het apparaat openstaan, om geurvorming te voorkomen. Het apparat is zodanig geconstrueerd en gefabriceerd dat storingen nagenoeg niet voorkomen en een lange levensduur gegarandeerd is. Doet zich desondanks een storing voor, ga dan a. u. b. na of deze misschien het gevolg is van een verkeerde bediening. Is dit het geval dan moeten we helaas - ook tijdens de garantieter-mijn - de reparatiekosten in rekening brengen. De volgende storingen kunt u zelf opsporen en verhelpen:Storing mogelijke oorzaak en oplossingHet apparaat werkt niet, het display blijft donker- Is het apparaat correct ingeschakeld. - Zit de stekker goed in het stopcontact. - Is de zekering in de meterkast in orde. De binnenverlichting brandt niet- Is het koelgedeelte ingeschakeld. - Stond de deur langer dan 15 min. open. - Is het gloeilampje defect.
Worden meubels/voorwerpen naast het apparaat door het draaiende aggregaat aan het trillen gebracht. Schuif het apparaat eventueel iets weg, stel het met de stelpoten waterpas, zet de flessen en verpakkingen van elkaar af. - Normaal zijn: stromingsgeluiden (borrelen of ruisen) veroorzaakt door het koelmiddel dat in het koelmiddelcircuit stroomt. - Een kort klikken. Dit ontstaat altijd als de compressor (de motor) automatisch in- of uitgeschakeld wordt. Brommen van de motor. De motor bromt even iets harder als het aggregaat wordt ingeschakeld. Alarm weerklinkt, rode waarschuwingslampje brandt, de temperatuur is niet laag genoeg. - Hebt u er een te grote hoeveelheid verse levensmiddelen ingelegt zonder SuperFrost. (zie passage „SuperFrost“)- Sluit de apparaatdeur goed. - Is er voldoende be- en ontluchting. Ventilatierooster eventueel vrijmaken. - Is de omgevingstemperatuur te hoog.
(zie passage „Bepalingen“)- Werd het apparaat te vaak of te lang geopend. Storingen - Problemen. Technische dienst en typeplaatjeWanneer er geen van de hier boven genoemde oorza-ken zijn gevonden en u de storing niet zelf kunt verhel-pen, of wanneer er meerdere lichtdisplays knipperen, neem dan contact op met de dichtsbijzijnde klantenservice (zie bijgevoegde lijst). Geef de toestelaanduiding 1, service- 2, toestelnummer 3 van het typeplaatje aan, en welke lichtdisplays knipperen. Dit maakt een snelle en doelmatige service mogelijk. Het typeplaatje vindt u op de linker binnenkant van het vriesge-deelte. Laat het apparaat dicht tot de klantendienst komt om een nog groter koudeverlies te vermijden.
40 CN/CNes. 3* afhankelijk van model en uitvoering- Schuif de middelste lagerpen 6 van onder door het schar-nier bm in het deurlager. Lijn de deur indien nodig via de sleufgaten in het scharnier met de behuizing uit. - Hang de onderste deur erin en sluit hem. - Draai de scharnierbasis 4 180°, trek de lagerpen 5 eruit en zet hem omgekeerd weer terug. Monteer beide delen in het scharnier bq: schuif de pen door het scharnier in het deurlager, zwenk de scharnierbasis erin, schuif hem omhoog en monteer hem met de schroef 3 voor. W Lijn de deur via het sleufgat in het scharnier bq uit ten opzichte van de behuizing, draai vervolgens de schroef 3 stevig vast. W Schuif de plint 1 erop en druk hem vast. W Open de deur en zet afdekking 2 van voren in de plint en druk hem achter vast. W Deurgrepen br en stopjes bt van plaats veranderen*.
Zet de deur open en klik de aandrukplaten bs vanvoor voorzichtig uit en schuif ze zijlings weg; schroef de greep eraf met een Torx®- of kruiskopschroevendraaier*. Bij het monteren omgekeerd te werk gaan: schuif de aan-drukplaten eraan en let op een juist inklikken. Inbouw in het keukenblok Afb. U. Het apparaat kan door de keukeninrichting omgeven worden. Om het apparaat aan de hoogte van het keukenblok aan te passen kunt u er een opbouwkast 1 op plaatsen. Houd achter de gehele breedte van de opbouwkast een venti-latieruimte van ten minste 50 mm diepte vrij voor de toevoer en afvoer van lucht. De ventilatieruimte moet een minimale opper-vlakte van 300 cm2 hebben. Hoe groter de oppervlakte van de ventilatieruimte, des te energiezuiniger werkt het apparaat. W Bij gebruik van gestandaardiseerde keukenkasten (diepte max.
580 mm) en decorplaten met een maximale dikte van 2 mm kunt u het apparaat direct naast het keukenblok plaatsen. De deur van het apparaat steekt aan de zijkanten 34 mm en in het midden 51 mm ten opzichte van het keuken-front naar voren. Hierdoor is de deur zonder problemen te openen en sluiten.
W Plaatst u het apparaat met de scharnierkant naast een muur 4 neem dan een afstandlijst (breedte min. 36 mm) tussen apparaat en muur op. Dit in verband met het uitsteken van de deurgreep bij een geopende deur. 1 opbouwkast 3 keukenmeubel 2 koel-/vrieskast 4 muurDecorplaat* monteren(bij witte apparaten met hoogte H = 1806 en 1982 mm) Met een decorplaat en decorlijsten kunt u de kleur van het apparat aan de rest van het keukenblok aanpassen of hiermee juist laten contrasteren. Decorplaaten zijn verkrijgbaar bij keukenspeciaalzaken; losse decorlijsten via de leverancier van uw apparat. Wilt u de decorplaaten zelf monteren, dan hebt u voor het voorboren van de bevestigingsgaten een boormachine of accu-schroevedraaier nodig. De deurgrepen dienen door de bijgele-verde stijve grepen van het decorlijstenset voor het decorraam te worden vervangen.
Zie voor verdere montageaanwijzingen en de maten de montagehandleiding die bij de decorlijstenset gevoegd is. _________________________________________________De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling van alle typen en modellen. Hebt u er daarom a. u. b. begrip voor dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniek moeten voorbe-houden. Opstel- en ombouwaanwijzingen De uitwendige afmetingen van het apparaat vindt u in afb. S op de laatste pagina en de onderstaande tabel. Model, bruto-inhoud (l) Hoogte H (zie typeplaatje) (mm) 331 (33. ) 1806 365 (36. ) 2000 377 (38. ) 1982 OpstelaanwijzingHet apparaat niet side-by-side met een andere koel-/vrieskast plaatsen. Belangrijk voor het vermijden van condensatiewater en daaruit resulterende schade. Draairichting deur veranderen Afb. T. Desgewenst kan de draairichting worden veranderd.
Variante II (verdekt bedieningspaneel): afdekking 8aan de kant van de greep optillen, naar buiten wegschuiven; afdek-king aan de kant van het scharnier optillen en wegtrekken. - Aardingsplaat cm afschroeven: aardingsschroef cl eerst, dan bevestigingsschroef binnen cq. - Scharnier 9afschroeven: eerst aardingsschroef cl, dan bevestigingsschroeven cq losdraaien. Lagerstoel 9op de andere kant zetten. Om de montage te vergemakkelijken, het scharnier van boven opzetten en met de bovenste be-vestigingsschroef cq M5 eerst aanhalen, dan schroef cq en tenslotte aardingsschroef cl M4. - Aardingsplaat cm, 180° gedraaid, op de nieuwe kant van de greep weer vastschroeven: eerst bevestigingsschroef cq, dan aardingssschroef cl. - Lagerpen 7 in het andere bevestigingsgat omzetten. Daar-toe het inbusgedeelte van de bijgaande steeksleutel (sleu-tel 5) gebruiken.
W Midden: afdekking bl met scharnier bm wisselen: de schroeven uitdraaien, de afdekking bl en het scharnier bm naar de zijkant lostrekken, en 180° gedraaid aan de andere kant terug opschuiven, de lagerbus bn eruittrekken en van boven weer inzetten. W Onderaan: met een schroevendraaier het afstandsstuk bo, afb. T1, optillen en aan de tegenovergestelde kant monteren. W Deuren weer monteren:- Wip de stopjes bp uit de lagerbussen van de deur en zet ze naar de andere kant over. - Bovenste deur in lagerpen 7 hangen (bij variant I op af-standhuls 9 letten). Sluit de deur.
Wie weet uit welk bouwjaar de liebherr cn 3313 is? ik hoor het graag.
Wil Meijer - 1 Juli 2023Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Liebherr CN 3313 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Liebherr
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast