Liebherr CBN 3856 Handleiding

Liebherr Koelkast CBN 3856

Bekijk gratis de handleiding van Liebherr CBN 3856 (13 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Liebherr CBN 3856 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/13
CBN/CBNes...6 4804
7082 310-00
Gebruiksaanwijzing
voor koel-vriescombinatie met BioFresh-gedeelte, NoFrost
NL

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Liebherr
Categorie: Koelkast
Model: CBN 3856

Handleiding Liebherr CBN 3856 – volledige tekst

Voor het snel invriezen van verse levensmiddelen.5Toets voor uitschakelen geluidssignaal bij alarm6Kinderbeveiliging (brandend symbool = actief, - koel- en vries-gedeelte zijn tegen onopzettelijk uitschakelen beveiligd) Koelgedeelte7Temperatuur- en insteldisplay8Insteltoetsen voor temperatuur: Up-toets = warmer, Down = kouder, aanbevolen instelling: 5 °C9Aan-toets apparaat/uit-toets koelgedeelteblSuperCool-toets, licht aan = aangeschakelde functie. Voor het snel afkoelen van levensmiddelen in het koelgedeelte.Ventilatieluchtspleet1 de typeaanduiding 2 ser vicenummer3 apparaatnummer 4 invriescapaciteit ca. 24 uurVarioSpace

CBN/CBNes. 6 39Wij feliciteren u met uw nieuwe apparaat. Door uw aankoop heeft u gekozen voor alle voordelen van de modernste koude-techniek, die u een hoogwaardige kwaliteit, een lange levensduur en een hoge bedrijfszekerheid garandeert. De uitvoering van uw apparaat biedt u elke dag opnieuw optimaal bedieningscomfort. Met dit apparaat, gefabriceerd met milieuvriendelijke technieken en recyclebare materialen, leveren u en wij gezamen lijk een actieve bijdrage aan het behoud van ons milieu. Lees, om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, a. u. b. de informatie in deze gebruiks-aanwijzing aan-dachtig door. Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe apparaat. Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef hem eventueel aan de volgende eigenaar door. Deze gebruiksaanwijzing is voor verscheidene modellen geldig, afwijkingen zijn daarom mogelijk.

49 BepalingenW Het apparaat werd ontworpen voor het koelen, invrie -zen en bewaren van levensmiddelen evenals het maken van ijs. Het is bestemd voor huishoudelijk gebruik. Bij een ander gebruik kan er geen garantie voor de onberispe lijke werking worden gegeven. W Het apparat is ontworpen voor een bepaalde klimaatklas-se d. w. z. een minimale omgevingstemperatuur waaronder en een maximale omgevingstemperatuur waarboven het apparaat niet gebruikt mag worden. U vindt de klimaat-klasse van het apparaat op het type plaatje. Hierbij worden de volgende afkortingen gebruikt: Klimaatklasse ontworpen voor omgevingstemperaturen van ________________________________________________ SN +10 °C tot +32 °C N +16 °C tot +32 °C ST +18 °C tot +38 °C T +18 °C tot +43 °C- Het koelmiddelcircuit werd op lekkages gecontroleerd.

- Het apparaat voldoet aan alle van toepassing zijnde veiligheidsbepalingen en de EG-richtlijnen 73/23/EEG en 89/336/EEG. Tips voor energiebesparing W Houd de ventilatieopeningen vrij. W Laat de deur nooit onnodig lang open staan. W Plaats de levensmiddelen soort bij soort in het appa raat; houdt u aan de maximale bewaartijd. W Bewaar alle levensmiddelen goed verpakt of afgedekt; rijpvorming wordt zo voorkomen. W Laat warme gerechten eerst tot kamertemperatuur af-koelen voordat u ze in het apparaat plaatst. W Laat diepvriesproducten in het koelgedeelte ontdooien. W Houd de deur van het apparaat bij een storing gesloten. Zo voorkomt u dat de temperatuur snel oploopt en blijft de kwaliteit van de levensmiddelen langer bewaard. §. NL.

40 CBN/CBNes. 6De verpakking als transportbescherming van het ap-paraat en afzonderlijke onderdelen is van recy clebare materialen gefabriceerd. - Golfkarton/karton - Voorgevormde delen van PS (geschuimd, cfk-vrij polysty-reen)- Folies en plastic zakken van PE (polyetheen)- Spanbanden van PP (polypropeen)W Verpakkingsmateriaal is geen speelgoed voor kinderen - verstikkingsgevaar door folies. W Breng a. u. b. het verpakkingsmateriaal naar het dichtstbijzijn-de offi ciële inzamelpunt zodat de verschillende materialen hergebruikt resp. verwerkt kunnen worden. Het afgedankte apparaat bevat nog waardevolle materialen en moet geschei-den van het ongesorteerde afval worden afgevoerd. W Afgedankte apparaten onmiddellijk onbruikbaar maken, stekker uit het stopcontact trekken en aan-sluitkabel doorsnijden. W Verwijder een evt.

snap- of grendelslot, zodat spelende kinderen zich niet zelf kunnen opsluiten - ze stikken. W Let erop dat het koelmiddelcircuit van het afgedankte apparaat voor afhaling of afgifte bij de door de gemeenten ingerichte depots niet beschadigd wordt. Op deze wijze is gewaarborgd dat het koelmiddel in het circuit of olie niet ongecontroleerd ontsnapt. - Nadere informatie over het gebruikte koelmiddel vindt u op het typeplaatje. De warmte-isolatiestof is PU met pentaan. - Informatie over ophaaldata of inzamelpunten is de plaat-selijke stadsreiniging of bij de gemeente verkrijgbaar. Technische veiligheidW Om persoonlijk letsel en materiële schade te voorko-men, het apparaat alleen verpakt transporteren en met twee personen neerzetten. W Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maar brandbaar. W Leidingen van het koelmiddelcircuit niet beschadigen.

W Bij schade aan het apparaat onmiddellijk - voor het aansluiten - bij de leverancier reclameren. W Om een veilig gebruik te waarborgen het apparaat alleen volgens de informatie in de gebruiks aanwijzing monteren en aansluiten. W In geval van een storing het apparaat van het net loskoppe-len: stekker uit het stopcontact trekken (hierbij niet aan de aansluitkabel trekken) of zekering laten aanspringen resp. eruit draaien. W Reparaties en ingrepen aan het apparaat alleen door de klantenservice laten uitvoeren, aangezien anders aanzi-enlijke gevaren voor de gebruiker kunnen ontstaan. Het-zelfde geldt voor het vervangen van het netsnoer. Veiligheid bij gebruikW Bewaar geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen, zoals butaan, propaan, pentaan enz. , in het apparaat. Eventueel vrijkomende gassen zouden door elektrische componenten kunnen ontbranden.

U herkent dergelijke spuitbussen aan de erop gedrukte inhoudsvermel-ding of aan een vlamsymbool. W Producten met een hoog percentage alcohol alleen goed afgesloten en staande bewaren. W In het inwendige van het apparaat geen open vuur of ontste-kingsbronnen gebruiken. W Geen elektrische apparaten binnen het apparaat gebruiken (bijv. stoomreinigingsapparatuur, verwarmingsapparatuur, ijsmakers etc. ). W Plint, laden, deuren enz. niet als voetensteun of om te leunen misbruiken. W Kinderen niet met het apparaat laten spelen, bijv. door ze in laden te laten zitten of aan de deur laten hangen. W Consumptie-ijs, met name waterijs of ijsblokjes, na het eruit nemen niet onmiddellijk en niet te koud consumeren. Door de lage temperaturen bestaat "Gevaar voor verbranding". W Consumeer geen levensmiddelen die over de datum zijn, ze kunnen een voedselvergiftiging veroorzaken.

W De plaatsingsruimte van uw apparaat moet volgens de norm EN 378 pro 8 g koelmiddelmassa R 600a 1 kubieke m bezitten zodat er in geval van een lekkage in het koelmiddelcircuit geen ontvlambare gas-lucht-mengeling in de plaatsingsruimte van het apparaat kan ontstaan. Informatie over de hoeveelheid koelmiddel vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. W Vermijd standplaatsen direct in het zonlicht, naast het fornu-is, de radiator en dergelijke, evenals in vochtige omgevingen met spatwater. W Schuif het apparaat in de nis. Verdraai de stelpoten met de bijgevoegde steeksleutel 10 om het apparaat stevig en waterpas op te stellen. W Dek de ventilatieopeningen nooit af. Zorg altijd voor een goede luchttoevoer en -afvoer. Meer informatie daarover vindt u in de opstel- en ombou-waanwijzingen. W Plaats geen apparaten die warmte afgeven op de koel- of diepvrieskast, bijv.

magnetron, brood rooster enz. W Als u de deur de eerste keer open doet, klikt de greep van de transport- in de gebruikspositie, hoorbaar door een zachte klik. W Verwijder alle transportbeveiligingsonderdelen:- Trek plakband of afstandsdeeltjes* van de draagpla-teaus en plaats de plateaus op de gewenste hoogte. - Trek de beschermfolie eraf: aan sierlijsten, front- en zijwan-den*. AansluitenDe stroom (wisselstroom) en spanningop de opstelplaats moeten overeenkomen met de gege-vens op het typeplaatje. Dit bevindt zich op de linker bin-nenkant van het apparaat, afb. A. W Sluit het apparaat uitsluitend op een correct geïnstalleerd randaardestopcontact aan. W Het stopcontact moet door een zekering van 10 A of meer be-veiligd zijn, niet door de achterkant van het apparaat bedekt worden en goed toegankelijk zijn.

W Het apparaat niet samen met andere apparaten aansluiten via een verlengkabel - gevaar voor oververhitting. W Wanneer u het netsnoer afrolt adviseren wij u het kunststof snoerhoudertje te verwijderen, om onnodig rammelen te voorkomen. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen.

CBN/CBNes. 6 41Ingebruikneming en controlepaneel Wij adviseren u om het apparaat te reinigen voordat u het in gebruik neemt (zie verder onder "Reinigen"). Schakel het apparaat ca. 2 uur voordat u de eerste levens-middelen erin plaatst in. Leg de in te vriezen levensmidde-len er pas in als het temperatuurdisplay ten minste -18 °C aangeeft. Koel-/BioFresh-gedeelte en vriesgedeelte kunnen onafhankelijk van elkaar worden gebruikt. In- en uitschakelen Met de hoofd-aan/uitschakelaar 3 zet u steeds het volle-dige apparaat aan of uit, vries- en koelgedeelte. W Inschakelen: Druk op de Aan/Uittoetsen 3 of 9; de temperatuurdisplays lichten op/knipperen. - Koel-/BioFresh-gedeelte: de binnenverlichting brandt wanneer de deur geopend is.

- Vriesgedeelte: Bij ingebruikneming en een warm apparaat worden in de weergave van het vriesgedeelte strepen weer-gegeven, totdat een temperatuur onder 0 °C bereikt is. W Uitschakelen: Hoofd-aan/uittoets 3 ca. een seconde indrukken; de verlichte temperatuurdisplays gaan uit. W Als u enkel het koel-en BioFresh-gedeelte wilt uitschake-len (vriesgedeelte blijft ingeschakeld - gemakkelijk vb. als u met vakantie bent), druk dan de aan/uittoets 9 zodat het temperatuurdisplay koelgedeelte 7 en de binnenbe-lichting donker zijn. Het temperatuurdisplay vriesgedeelte 1 moet oplichten. Temperatuur instellen Het apparaat is standaard ingesteld voor normaal bedrijf. Voor het koelgedeelte adviseren wij +5 °C, voor het vriesge-deelte -18 °C. Temperatuur verlagen/kouder: de Down-insteltoets indruk-ken, links voor koelgedeelte: 8, rechts voor vriesgedeelte: 2.

Temperatuur verhogen/warmer: de Up-insteltoets indrukken. - Tijdens het instellen knippert de ingestelde temperatuur op het temperatuurdisplay. - De eerste keer dat u op een temperatuur-tiptoets drukt toont het temperatuurdisplay de laatst ingestelde tempera-tuur van het vries- of koelgedeelte.

- Door meermaals kort op een tiptoets te drukken, laat u de ingestelde temperatuur in stapjes van 1 °C verspringen. Houdt u de tiptoets langer ingedrukt dan verandert de temperatuur door lopend. - Ongeveer 5 seconden nadat u de tiptoetsen hebt losgela-ten schakelt het temperatuurdisplay automatisch over op de werkelijke vries- of koeltemperatuur. De temperatuur is instelbaar: W in het koelgedeelte tussen 9 °C en 4 °C,W in het vriesgedeelte tussen -16 °C en -26 °C. Afhankelijk van de opstelplaats wordt de laagste tempera-tuur ook daadwerkelijk bereikt of niet (staat het appa raat op een warme plaats dan wordt de laagste temperatuur niet altijd bereikt). W In het BioFresh-gedeelte wordt de temperatuur automa-tisch geregeld, tussen 0 en 3 °C. Indien u een hogere of een lagere temperatuur verkiest, bv. voor het bewaren van vis, kunt u de afsteltemperatuur in het BioFresh-gedeelte wijzigen.

Meer informatie hierover in het hoofdstuk "Extra functies". Temperatuurdisplays In normaal bedrijf toont- temperatuurdisplay 7 de gemiddelde temperatuur in het koelgedeelte en- temperatuurdisplay 1 de hoogste temperatuur van de ingevroren levensmiddelen. Het temperatuurdisplay knippert wanneer u - de ingestelde temperatuur verandert en wanneer- de temperatuur enkele graden gestegen is. Hierdoor wordt u erop geattendeerd dat de temperatuur is opgelopen. Dit kan gebeuren wanneer u verse levensmiddelen op ka-mertemperatuur in het apparaat gelegd hebt of wanneer u het apparat lang open liet staan en er warme lucht in kon stromen. In dit geval zorgt de ingebouwde elektronica er automatisch voor dat de ingestelde temperatuur weer bereikt wordt.

De korte temperatuurstijging heeft geen gevolgen voor de levensmiddelenW Verschijnt op het temperatuurdisplay een foutmelding "F 0" tot "F 5" dan is sprake van een storing. Neem in dit geval contact op met de technische dienst van de lever-ancier van het apparaat. Wanneer u het nummer van de foutmelding noemt, kan men u snel van dienst zijn.

Alarm - geluidssignaalHet alarm helpt u om de temperatuur van ingevroren levens-middelen te bewaken en energie te besparen. W Het alarm stopt wanneer u op de Alarm-toets 5 drukt en- automatisch wanneer de temperatuur weer vol doende ver gedaald is of- de deur gesloten wordt. Deuralarm (voor koel-/BioFresh- een vriesgedeelte)- Het apparaat geeft alarm wanneer de deur langer dan ca. 60 sec. openstaat. Het alarm blijft ingeschakeld zolang de deur openstaat. Door het sluiten van de deur is de alarmfunctie automa-tisch gereed voor bedrijf. Temperatuuralarm (voor vriesgedeelte)- Het alarm blijft ingeschakeld zolang de levensmiddelen niet koud genoeg zijn (afhankelijk van de ingestelde tem-peratuur). - Tegelijkertijd knippert het temperatuurdisplay.

Mogelijk oorzaak van het alarm:- er werden warme, verse levensmiddelen in het apparaat gelegd;- bij het overpakken/eruit halen van levensmiddelen is te veel warme lucht in het apparaat gestroomd. Het temperatuurdisplay blijft knipperen totdat de alarmsituatie beëindigd is. Vervolgens schakelt het display automatisch op continu branden over en is het alarm weer gereed. * afhankelijk van model en uitvoeringNL.

42 CBN/CBNes. 6Extra functiesVia de instelmodus kunt u gebruik maken van de kinder-beveiliging, de intensiteit van het display* verandern en de temperatuur in het BioFresh-gedeelte iets kouder of warmer instellen. Instelmodus activeren:W SuperFrost-toets ca. 5 sec drukken - de SuperFrost-toets knippert - het display toont c voor kinderbeveiliging. Aanwijzing: de waarde die dient te worden veranderd knippert. W Door op de Up/Down-toets te drukken, de gewenste func-tie kiezen: c = kinderbeveiliging, h = lichtintensiteit of b = BioFresh-temperatuur. W Nu door kort op de SuperFrost-toets te drukken, de functie selecteren/bevestigen:• Bij c = kinderbeveiliging door op de Up/Down-toets te drukken c1 = kinderbeveiliging AAN of c0 = kinderbeveiliging UIT kiezen en met de SuperFrost-toets bevestigen. Als het symbool 6 oplicht, is de kinderbe-veiliging actief.

• Bij h = lichtintensiteit door op de Up/Down-toets te drukken h1 = minimale tot h5 = maximale intensiteit selecteren en met de SuperFrost-toets bevestigen. • Bij b = BioFresh-temperatuur door op de Up/Down-toets te drukken een waarde tussen b1= koudste en b9 = warmste kiezen en met de SuperFrost-toets bevestigen. De veranderde BioFresh-temperatuur wordt langzaam op de nieuwe waarde ingesteld. Opmerking: b5 = instelling vooraf. Bij wijziging in richting kouder, b4 tot b1, kunnen temperaturen onder nul wor-den bereikt en de levensmiddelen makkelijk invriezen. Instelmodus verlaten:W Door op de On/Off-toets te drukken, de instelmodus beein-digen; na 2 min. schakelt de electronica automatisch om. - Het standaard regelbedrijf is weer actief. Ingebruikneming en controlepaneelSuperCool Met de functie SuperCool schakelt u het koelgedeelte over op maximale koeling.

De koeltemperatuur daalt tot op de koudste waarde. Opmerking: "SuperCool" verbruikt iets meer stroom. Na ca. 6 uur schakelt de elektronica echter weer automatisch naar de energiebesparende stand terug. Desgewenst kunt u de SuperCool-functie ook van tevoren uitschakelen. W Uitschakelen: Druk nogmaals kort op de SuperCool-toets zodat ze niet meer oplicht. Indicatie bij stroomuitval/"FrostControl"-melding Staat op het display "nA" dan betekent dit: De temperatuur van de ingevroren levensmiddelen is door een stroomuitval, door een netspanningsonderbreking in de afgelopen uren of dagen te ver opgelopen. W Wanneer u tijdens de melding "nA" op de Alarm-toets 5 drukt, ziet u op het display hoe ver de temperatuur gedu-rende de stroomonderbreking is opgelopen. Controleer, afhankelijk van de temperatuurstijging of zelfs ontdooiing, of de levensmiddelen nog geschikt zijn voor consumptie.

- De hoogste temperatuur tijdens de stroomonderbreking is ca. 1 min. zichtbaar. Daarna toont het display weer de tem-peratuur die de levensmiddelen op dat moment hebben. Druk meermaals op de Alarm-toets om de weergave van de hoogste temperatuur voortijdig af te breken. Zodra het apparaat weer stroom krijgt zal de ingestelde tem-peratuur weer worden aangehouden.

CBN/CBNes. 6 43KoelgedeelteVerdelen van de levensmiddelen Door de natuurlijke luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan gebieden met verschillende temperaturen. Voor de diverse soorten levensmiddelen kan deze temperatuurverdeling voordelig zijn. Zo heerst direct boven de groenteladen en tegen de achterwand de laagste temperatuur; bovenin het apparaat, aan de voorkant en in de deur heerst de hoogste temperatuur (optimaal voor bijv. kaas en smeerbare boter). Plaats de levensmiddelen daarom volgens het indelings-voorbeeld, afb. B, in het apparaat. Tips voor het koelen- Leg de levensmiddelen niet te dicht tegen elkaar zodat de lucht er goed tussen circuleren kan. Ventilatieluchtspleet* aan de achterkant niet bedekken - belangrijk voor het koelvermo-gen. - Bewaar levensmiddelen die snel geur of smaak afgeven of aannemen evenals vloeistoffen altijd in een gesloten koelkastdoos of afgedekt.

- Ethyleengasproducerende en -gevoelige levensmiddelen zoals fruit, groente en sla, altijd gescheiden bewaren of verpakken, om de houdbaarheid niet te reduceren; bijv. tomaten niet met kiwi's of kool bewaren. Indeling aanpassenDesgewenst kunt u de plateaus en opbergvakken verplaat-sen. W Opbergvakken in deur verplaatsen, afb. C: schuif het opbergvak omhoog, neem het er naar voren uit en zet het in de omgekeerde volgorde terug. W Door de fl essenhouder te verschuiven, voorkomt u dat fl essen omvallen bij het openen en sluiten van de deur, neem de fl essenhouder altijd bij het fi xeerdeeltje van kunststof. W Draagplateaus verplaatsen, afb. D:- Til het draagplateau op, trek het naar voren en zwenk het weg. Schuif de draagplateaus altijd met de aanslagrand achter naar boven wijzend terug, daar de levensmiddelen anders aan de achterwand vast kunnen vriezen.

W Hebt u ruimte voor grote fl essen nodig, dan kunt u - de voorste halve glasplaat* zacht omhoog heffen en voor-zichtig onder de achterste plaat schuiven tot de uittreks-tops in de openingen klikken, afb. E1. W Het fl essenrek*, afb. E2, biedt u bikomende koelruimte voor dranken - fl essenhoogte tot 300 mm. W Door het verwijderen van de groentelade 7, afb. B, verkri-jgt u meer plaats in het koelgedeelte. De binnenverlichtingwordt automatisch uitgeschakeld wanneer het apparaat lan-ger dan ca. 15 minuten open staat. Gaat de binnenverlichting niet automatisch aan wanneer u het apparaat opent maar is het temperatuurdisplay wel verlicht, dan is het gloeilampje misschien defect. Vervangen van de gloeilamp:W Type gloeilamp: max. 25 W, de stroom en spanning mo-eten overeenkomen met de gegevens op het type-plaatje. Gebruik enkel gloeilampen met dezelfde afmeting. E14-fi t-ting.

W Schakel het apparaat uit. Trek de stekker uit het stop -contact of schakel de zekering in de meterkast uit. W Druk de boven- en onderkant van het afdekkapje, afb. F1, in 1 en wip het kapje aan de achterkant los 2. W Vervang de gloeilamp, afb. F2. W Zet het afdekkapje achter terug en druk de boven- en on-derkant vast. * afhankelijk van model en uitvoering Koelgedeelte:1 boter, kaas2 eieren3 pakken melk/sap, dranken, fl essen4 conservenblikken 5 bakkerijproducten6 zuivelproducten7 tropisch fruit, koudegevoelige groentenBioFresh-gedeelte8 vlees, charcuterie, vis, kant-en-klare gerechten9 sla, fruit,groenten, meer informatie hierover in het hoofdstuk "BioFresh-gedeelte" NL.

44 CBN/CBNes. 6In het BioFresh-gedeelte kunt u diverse verse levensmidde-len tot drie keer zo lang bewaren met een constante kwaliteit als bij traditionele koeling. Zo houdt u verse levensmiddelen langer goed. Smaak, versheid, genot- en voedingswaarde en (gehalte aan vitamine B en C) blijven in grote mate behouden. Er ontstaat minder afval en ge-wichtsverlies bij het klaarmaken van groenten en fruit. U kunt vaker verse groenten en fruit (en dus natuurlijker) eten. De automatisch geregelde bewaartemperatuur tussen 0 en 3 °C en de zich instellende luchtvochtigheid bieden optimale bewaaromstandigheden voor de verschillende levensmiddelen. De bovenste ladeis geschikt voor het bewaren van droge of verpakte levens-middelen (bv. zuivelproducten,vlees, vis, charcuterie). Hier ontstaat een relatief droog bewaarklimaat.

De regelbare lade is bij een "vochtige" instelling geschikt voor het bewaren van onverpakte sla, groenten, fruit. Bij een goed gevulde lade ontstaat een heerlijk fris klimaat met een luchtvochtigheid tot maximaal 90 %. Indien nodig, kunt u deze lade naar keuze gebruiken met een droog of een vochtig klimaat. Vochtigheid regelen, afb. A2:W "droog": klein vochtigheidssymbool - schuif naar links duwen. Voor levens-middelen die geschikt zijn voor droge bewaring. W "vochtig": hoge relatieve luchtvochtigheid van maximaal 90 %, groot vochtigheids-symbool - schuif helemaal naar rechts duwen. Geschikt voor onverpakt bewaarde levensmiddelen met een hoge vochtigheidsgraad, bv. verse bladsalades. Opmerkingen:W De luchtvochtigheid in de lade is afhankelijk van het voch-tigheidsgehalte van de opgeslagen levensmiddelen en hoe vaak de deur wordt geopend.

Indien dit uit plaatsgebrek niet mogelijk is, moeten zulke levens-middelen verpakt worden bewaard. Houd verschillende vleessoorten van elkaar gescheiden. Indien u het vlees afzonderlijk verpakt, kunnen ziektekiemen zich minder snel uitbreiden en voorkomt u vroegtijdig bederf. W Houd er rekening mee dat eiwitrijkere levensmidde-len sneller bederven. Dit betekent dat schaaldieren en kreeftachtigen sneller bederven dan vis, vis sneller dan vlees. W Lebensmiddelen een tijdje voor gebruik uit de laden ne-men. Aroma en smaak ontwikkelen zich pas bij kamertem-peratuur, de genotwaarde stijgt. W Niet in het BioFresh-gedeelte horen: koudegevoelige gro-enten zoals komkommers, paprika, aubergines, avocado's, halfrijpe tomaten, bonen, courgetten, alle koudegevoelig tropisch fruit.

BioFresh-gedeelteWenken voor het bewarenvan bepaalde levensmiddelen in het BioFresh-gedeelte:Bij "drooge" instelling:Boter tot 30 dagenKaas, zacht tot 30 dagenMelk, vers tot 7 dagenWorst, beleg tot 7 dagenVis tot 4 dagenSchaaldieren tot 3 dagenGevogelte tot 5 dagenVarkensvlees in grote porties tot 7 dagen klein gesneden tot 5 dagenRundvlees tot 7 dagenWild tot 7 dagenBij "vochtige" instelling:Groente en slaArtisjokken tot 21 dagenAsperges tot 14 dagenBieslook tot 7 dagenBleekselderij tot 30 dagenBloemkool tot 21 dagenBoerenkool tot 14 dagenBroccoli tot 14 dagenChinese kool tot 14 dagenErwten tot 10 dagenlJsbergsla, andijvie, veldsla tot 21 dagenKeukenkruiden tot 30 dagenKnofl ook tot 180 dagenKool (krop) tot 180 dagenKoolraap tot 14 dagenPaddestoelen tot 7 dagenPrei tot 60 dagenRadicchio tot 21 dagenRadijsjes tot 14 dagenSavooiekool tot 60 dagenSla (krop) tot 10 dagenSpinazie tot 7 dagenSpruitjes tot 30 dagenVenkel tot 21 dagenWitlof tot 30 dagenWortels tot 150 dagenFruitAardbeien tot 5 dagenAbrikozen tot 14 dagenAppels tot 180 dagenRode bessen tot 21 dagenBosbessen tot 14 dagenBramen tot 8 dagenDadels (vers) tot 60 dagenDruiven tot 90 dagenFrambozen tot 5 dagenKersen tot 14 dagenKiwi tot 120 dagenKruisbessen tot 21 dagenKweeperen tot 90 dagenPeren tot 120 dagenPerziken tot 30 dagenPruimen tot 21 dagenRabarber tot 21 dagenVijgen (vers) tot 7 dagen.

CBN/CBNes. 6 45W Blancheer groenten na het wassen en afmeten van de porties door ze 2-3 minuten in kokend water onder te dompelen en vervolgens snel onder koud water af te spo-elen. Gebruikt u een stoompan of magnetron, lees dan de bijbehorende gebruiksaanwijzing. W Voeg geen zout of specerijen toe aan verse levens-middelen en te blancheren groente. Voeg aan overige levensmiddelen slechts weinig zout en specerijen toe: verschillende specerijen veranderen door het invriezen van smaak. W Vries geen fl essen en pakken met koolzuurhoudende dranken in aangezien deze kunnen exploderen. Haal fl essen die u snel wilt koelen uiterlijk na één uur al weer uit het apparaat. W Bewaren: De afzonderlijke laden en plateaus kunnen max. 25 kg levensmiddelen dragen. W VarioSpace: Door uitnemen van de lade en van de pla-teaus krijgt u een hogere ruimte voor grote diepvriespro-ducten.

Gevogelte, vlees, grote delen wild en hoge bakke-rijproducten kunnen in hun geheel worden ingevroren en net zo verder worden toebereid. W Als u het maximale volume wilt gebrui-ken, kunt u de laden eruit nemen en de vriesproducten direct op de plateaus bewaren. - Enkel de onderste lade moet altijd in het apparaat blijven. - Als u de bovenste lade eruit neemt, moet u erop letten dat u de luchtgaten van de ventilator niet afdekt, dat is heel belangrijk voor een goed functioneren van het apparaat. - Laden eruit halen, afb. G1: trek de lade tot aan de aanslag naar voren en til hem eruit. - Plateau uitnemen, afb. G2: plateau naar voren optillen en uittrekken. Inzetten: plateau gewoon inschuiven, vooraan in laten klikken. W Bewaar dezelfde soort levensmid delen altijd bij elkaar. Zo voorkomt u dat de deur te lang open staat en be spaart u energie. W Houd u aan de voorgeschreven bewaartijden.

Ingevroren levensmiddelen kunt u als volgt ontdooien:- in een oven/heteluchtoven;- in een magnetron;- bij kamertemperatuur;- in het koelgedeelte: de warmte die voor het ontdooien nodig is, wordt aan de overige levensmiddelen onttrokken. - Reeds enigszins ontdooide platte porties vlees en vis kunnen heet bereid worden. - Groenten kunt u direct bereiden, zonder dat u ze ontdooit (in de helft van de tijd die normaal nodig is om gaar te worden). SuperFrostMet de SuperFrost-functie zorgt u ervoor dat verse levens-middelen zo snel mogelijk door en door bevriezen, terwijl reeds ingevroren levensmiddelen een "koudereserve" krijgen. Dat maakt de SuperFrost-voorziening mogelijk. Zo blijven voedingswaarde, uiterlijk en smaak van de ingevroren levens-middelen het beste bewaard. W Op het typeplaatje (zie afb. A3, 4, onder "Invriescapaciteit.

kg/24h") vindt u hoeveel kilo verse levensmiddelen u binnen 24 uur maximaal kunt invriezen. De invriescapa-citeit is afhankelijk van het model en de klimaatklasse van het apparaat. Invriezen met SuperFrostW Druk kort op de SuperFrost-toets 4, zodat ze oplicht. De temperatuur daalt; het apparaat werkt met maximale koeling. W Bij een geringe hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen ca. 6 uur wachten/voorvriezen - gewoonlijk is dit lang ge-noeg. Wacht bij de maximale hoeveelheid levensmiddelen, zie het typeplaatje onder "Invriescapaciteit", ca. 24 uur. W Daarna de verse levensmiddelen erin leggen, bij voorkeur in de onderste laden. Vries bij de maximale hoeveelheid de verpakte levens-middelen zonder laden in. Leg ze direct op de bodem van het vriesgedeelte en na het invriezen in de laden.

- SuperFrost wordt automatisch uitgeschakeld, afhankeli-jk van de ingevroren hoeveelheid (variërend van 30 tot 65 uur). Na het invriezen gaat het SuperFrost-toets uit - het apparaat werkt weer in de normale energiebesparende stand.

Opmerking: Schakel SuperFrost niet in- wanneer u reeds ingevroren diepvriesproducten in het apparaat legt;- bij het invriezen van minder dan 2 kg verse levensmid-delen per dag. Aanwijzingen voor het invriezen en bewarenW De volgende levensmiddelen kunt u invriezen: vlees, wild, gevogelte, verse vis, groente, fruit, zuivelproducten, brood, bakkerijproducten, kant-en-klare maaltijden. Ongeschikt zijn: kropsla, rammenas, druiven, hele appe-len en peren, vet vlees. W Als verpakkingsmateriaal zijn geschikt: diepvriesz-akjes, voor hergebruik geschikte koelkastdozen van kunst-stof of metaal (bijv. aluminium). W Breng in te vriezen levensmiddelen nooit in contact met ingevroren levensmiddelen. Leg uitsluitend droge verpak-kingen in het apparaat zodat ze niet aan elkaar kunnen vastvriezen. W Schrijf altijd de invriesdatum en inhoud op de verpak-kin-gen.

46 CBN/CBNes. 6Aanwijzingen voor het ontdooienHet NoFrost-systeem ontdooit het apparaat automatisch. Koelruimte en BioFresh-gedeelteontdooien automatisch. Het dooiwater verdampt door de warmte van de compressor. W Let er steeds op dat het dooiwater via de afl oopopening achter de bovenste BioFresh-lade aan de achterkant on-gehinderd kan afvloeien (pijl in afb. A). In de vriesruimteHet vrijkomende vocht slaat zich op de verdamper neer, wordt periodisch ontdooid en verdampt. Door het automatische ontdooiprincipe blijft de vriesruimte altijd ijsvrij, er is dus geen tijd noch werk voor het ontdooien nodig. ReinigenW Trek altijd de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit,voordat u het apparaat schoonmaakt. W Buitenwand, binnenruimte en delen van het interieur met lauwwarm water en een beetje schoonmaakmiddel met de hand reinigen.

Gebruik geen stoomreinigingsapparaat ten-einde verwondingen en beschadigingen te voorkomen. W Gebruik bij voorkeur zachte poetsdoeken en een pH-neutrale allesreiniger. Gebruik in de binnenruimte van het apparaat enkel levensmiddelenvriendelijke reinigings- en onderhoudsproducten. W Bij apparaten in rvs-uitvoering* een normaal rvs-schoonmaakmiddel gebruiken. - Behandel het apparaat na de reiniging met een rvs-on-der-houdsmiddel (gelijkmatig in de slijprichting) om het de beste bescherming te geven. Donkere plaatsen op de rvs-oppervlakte en een intensievere kleur kort na de reini-gingsbeurt zijn normaal. - Gebruik geen schurende/krassende sponsen, geconcen-treerde reinigingsmiddelen evenmin als schoonmaakpro-ducten of chemische oplosmiddelen die zand, chloride of zuur bevatten: die beschadigen de oppervlakte en kunnen corrosie veroorzaken.

W Let erop dat er geen water in de afvoergoot, ventilatie-roosters of elektrische delen dringt. Maak het apparat goed droog met een doek. - Beschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat nooit: het is be langrijk voor de techni-sche dienst.

W De boterdoos* kunt u in de vaatwasmachine plaatsen. De plateaus, glasplaten en de overige uitrusting moet u met de hand reinigen. W Als u het bovenste deurvak (boter- en kaasvak) wilt ver-wijderen, dan het vak altijd samen met het deksel* verwi-jderen. Daarna een zijstuk van het vak voorzichtig naar buiten duwen totdat de dekselpen vrij komt en het deksel zijwaarts weggehaald kan worden; daarbij op eventuele lagerbussen* letten. Info-systeem*De ingevroren levensmiddelen moeten binnen de aanbevo-len bewaartijd worden gebruikt. De getallen tussen de symbolen staan voor de bewaarduur in maanden voor meerdere soorten diepvriesproducten. De vermelde bewaartijden zijn richtwaarden voor vers in te vriezen levensmiddelen. Of de minimale of maximale be-waartijd geldig is, hangt van de kwaliteit van de levensmidde-len en de voorbehandeling af.

Houd voor de wat vettere levensmiddelen altijd de minimale bewaartijd aan. Het invriesplateau*Hiermee vriest u bessen, krui-den, groenten en andere kleine diepvriesproducten in. De levens-middelen behouden hun vorm en zijn later eenvoudiger in porties te verdelen. W Verdeel de diepvriesproducten losjes over het invriespla-teau. W Schuif het invriesplateau in een van de bovenste laden. Laat de levensmiddelen 10 à 12 uur invriezen, stop ze vervolgens in een diepvriesdoos of -zak en leg ze in een lade. W Ontdooien: Spreid de ingevroren levensmiddelen losjes naast elkaar uit. De koudeaccu's* voorkomen bij stroomuitval dat de temperatuur te snel oploopt - de kwaliteit van de levens-middelen blijft beter bewaard. W De koudeaccu's kunt u ruimte-besparend in het invriesplateau invriezen en bewaren.

CBN/CBNes. 6 47Technische dienst en typeplaatjeKunt u geen van de hierboven beschreven oorzaken vaststellen en de storing niet zelf verhelpen of ver-schijnt op het temperatuurdisplay een foutmelding "F 0" tot " F 5" dan is er sprake van een storing. Neem in dit geval contact op met de dichtstbijzijnde technische dienst (zie bijgevoegd overzicht). Geef het nummer van de fout-melding door evenals de volgende gegevens op het type plaatje: de typeaanduiding 1, het servicenummer 2, het apparaatnummer 3. Hierdoor wordt een snelle en effi -ciënte service mogelijk. Het type-plaatje vindt u op de linker binnen-kant van het apparaat. Laat het apparaat dicht tot de klantendienst komt om een nog groter koudeverlies te vermijden. - Hebt u er een te grote hoeveelheid verse levensmiddelen ingelegt zonder SuperFrost. (zie passage "SuperFrost")- Sluit de apparaatdeur goed.

- Is er voldoende be- en ontluchting. Ventilatierooster eventueel vrijmaken. - Is de omgevingstemperatuur te hoog. (zie passage "Bepalingen")- Werd het apparaat te vaak of te lang geopend. - Eventueel afwachten of de gewenste temperatuur vanzelf weer wordt bereikt. Op het display staat nAW U kunt draagplateaus en opbergvakken demonteren om ze te reinigen - trek de lijsten en de zijkanten van de glas-platen. Alle beschermingsfolies van de decor-lijsten verwijderen, afb. L. W Trek de BioFresh-laden er voor het reinigen helemaal uit, neem ze aan de achterkant vast en til ze naar boven weg, afb. M1. - Terugzetten: Plaats elke lade op de ge-heel uitgetrokken geleiders - geleiders moeten de voorkant van de laden raken - en schuif de lade erin, afb. M2. - Trek het deksel van de lade er een-voudig naar voor uit. Zorg ervoor dat bij het inzetten de draaghalzen in de geleidegroeven vastklikken.

Lade en deksel moeten in één lijn staan. W Reinig regelmatig de afl oopopening achter de bovenste BioFresh-lade aan de achterkant, afb. N, pijl. Gebruik indien nodig een spits hulpmiddel, bijv. een wattenstaafje.

W Maak het aggregaat en de warmte-wisselaar (het metalen rooster aan de achterkant van het apparaat) minimaal één keer per jaar stofvrij en schoon. Stof verhoogt het energieverbruik. W Let erop dat u geen kabels of andere onderdelen lostrekt, knikt of beschadigt. W Daarna het apparaat terug aansluiten/aanschakelen en zodra de temperatuur begint te dalen de levensmiddelen terug in het apparaat leggen. Moet het apparaat voor langere tijd uitgeschakeld worden, maak het dan leeg, trek de stekker uit het stopcontact, maak het op de hierboven beschreven manier schoon en laat de deur van het apparaat open staan om geurvorming te voor-komen. ReinigenHet apparat is zodanig geconstrueerd en gefabriceerd dat storingen nagenoeg niet voorkomen en een lange levensduur gegarandeerd is. Doet zich desondanks een storing voor, ga dan a. u. b. na of deze misschien het gevolg is van een verkeerde bediening.

Is dit het geval dan moeten we helaas - ook tijdens de garantietermijn - de reparatiekosten in reke-ning brengen. De volgende storingen kunt u zelf opsporen en verhelpen:Storing mogelijke oorzaak en oplossingHet apparaat werkt niet, het display blijft donker. - Is het apparaat correct ingeschakeld. - Zit de stekker goed in het stopcontact. - Is de zekering in de meterkast in orde. - Is het koelgedeelte ingeschakeld. - Stond de deur langer dan 15 min. open. - Is het gloeilampje defect. Vervang het lampje als onder "Binnenverlichting" beschreven. De binnenverlichting brandt niet. - Staat het apparaat op een stevige ondergrond. Worden meubels/voorwerpen naast het apparaat door het draaien-de aggregaat aan het trillen gebracht. Schuif het apparaat eventueel iets weg, stel het met de stelpoten waterpas, zet de fl essen en verpakkingen van elkaar af.

- Normaal zijn: stromingsgeluiden (borrelen of ruisen) ver-oorzaakt door het koelmiddel dat in het koelmiddelcircuit stroomt. Een kort klikken. Dit ontstaat altijd als de compressor (de motor) automatisch in- of uitgeschakeld wordt.

Brommen van de motor. De motor bromt even iets harder als het aggregaat wordt ingeschakeld. Het apparaat geeft een alarmsignaal, de temperatuur is niet laag genoeg. - De stroom was uitgevallen. Handel als onder "Indicatie bij stroomuitval/FrostControl-melding" beschreven. Het apparaat maakt te veel lawaai. Storingen - Problemen. NL.

48 CBN/CBNes. 6W Onderaan: met een schroevendraaier het afstandsstuk bo, afb. T1, optillen en aan de tegenovergestelde kant monte-ren. W BioFresh-laden verplaatsen, Afb. T1, 2, 3:- Elke lade er helemaal uit trekken, aan de achterkant vast-nemen en langs boven eruit tillen, afb. T1. - Afb. T2: Het deksel van de lade cr er naar voren uittrek-ken en aan de andere greepzijde terug in de geleidegroe-ven schuiven totdat de lagerhalzen vastklikken. - De laden weer terug zetten, elke lade op de geheel uitge-trokken geleider plaatsen - de geleiders moeten de voor-kant van de lade raken - en de lade erin schuiven, afb. T3. Lade en deksel moeten in één lijn staan. W Deuren weer monteren:- Wip de stopjes bp uit de lagerbussen van de deur en zet ze naar de andere kant over. - Bovenste deur in lagerpen 7 hangen (bij variant I op afstandhuls 9 letten). Sluit de deur.

- Schuif de middelste lagerpen 6 van onder door het scharnier bm in het deurlager. Lijn de deur indien nodig via de sleufgaten in het scharnier met de behuizing uit. - Hang de onderste deur erin en sluit hem. - Draai de scharnierbasis 4 180°, trek de lagerpen 5 eruit en zet hem omgekeerd weer terug. Monteer beide delen in het scharnier bq: schuif de pen door het scharnier in het deurlager, zwenk de scharnierbasis erin, schuif hem omhoog en monteer hem met de schroef 3 voor. W Lijn de deur via het sleufgat in het scharnier bq uit ten opzichte van de behuizing, draai vervolgens de schroef 3 stevig vast. W Schuif de plint 1 erop en druk hem vast. W Open de deur en zet afdekking 2 van voren in de plint en druk hem achter vast. W Deurgrepen br en stopjes bt van plaats veranderen*.

Zet de deur open en klik de aandrukplaten bs vanvoor voorzichtig uit en schuif ze zijlings weg; schroef de greep eraf met een Torx®- of kruiskopschroevendraaier*. Bij het monteren omgekeerd te werk gaan: schuif de aandrukplaten eraan en let op een juist inklikken. W Bij apparaten met een fl essenrek*, afb.

T: Om de fl essen beter te kunnen bereiken dient het fl essen rek met het groentevak te worden verwisseld (het fl essen-rek moet altijd aan dezelfde kant staan als de deurgreep). Opstel- en ombouwaanwijzingen Het apparaat niet side-by-side met een andere koel-/vries -kast plaatsen. Belangrijk voor het vermijden van condensatie-water en daaruit resulterende schade. Dit geldt niet voor de modellen met zijverwarming. Ze zijn ontworpen voor de side-by-side montage met deze koel-/vriesapparaten. Meer informatie hierover krijgt u de vak-handel. De bevestigingsaanwijzingen vindt u in het acessoirezakje van het apparaat met zijverwarming. Afmetingen van het apparaatDe afmetingen van het apparaat vindt u op afb. S. Draairichting deur veranderen Afb. T. Desgewenst kan de draairichting worden veranderd. Deuraanslag enkel wisselen wanneer de netstekker is uitge-trokken. W Open de deur en de plint 1 m.

b. v. een schroevedraaier aan de scharnierkant uitklinken en naar voren uittrekken. - Wip de afdekking 2 met een schroevendraaier los. Sluit de deur. - Draai schroef M5 3 eruit. W Trek de scharnierbasis 4 en de lagerpen 5 er naar be-neden uit, zwenk ze eruit en verwijder ze. - Open de deur, kantel de onderzijde eruit en til de deur weg. - Trek de middelste lagerpen 6 er naar beneden uit. - De bovenste deur uitkippen en naar beneden verwijderen, (bij variante I op afstandshuls 9 letten). W Zet alle lagerdelen naar de andere kant over:W Boven, voortgaan (al naargelang de variante) als volgt: Variante I (zichtbaar bedieningspaneel): afdekkingen 8met een schroevedraaier naar voren uitklinken en schu-in naar beneden verwijderen. Lagerbout 7 uitdraaien en op de andere kant indraaien. Daartoe het inbusgedeelte van de bijgaande steeksleutel (sleutel 5) gebruiken.

Variante II (verdekt bedieningspaneel): afdekking 8 aan de kant van de greep optillen, naar buiten wegschu-iven; afdekking aan de kant van het scharnier optillen en wegtrekken. - Aardingsplaat cm afschroeven: aardingsschroef cl eerst, dan bevestigingsschroef binnen cq. Scharnier 9afschroeven: eerst aardingsschroef cl, dan bevestigingsschroeven cq losdraaien. Lagerstoel 9op de andere kant zetten. Om de montage te vergemakkelijken, het scharnier van boven opzetten en met de bovenste bevestigingsschroef cq M5 eerst aanhalen, dan schroef cq en tenslotte aardingsschroef cl M4. - Aardingsplaat cm, 180° gedraaid, op de nieuwe kant van de greep weer vastschroeven: eerst bevestigingsschroef cq, dan aardingssschroef cl. - Lagerpen 7 in het andere bevestigingsgat omzetten. Daartoe het inbusgedeelte van de bijgaande steeksleutel (sleutel 5) gebruiken.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Liebherr CBN 3856 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden