Lexmark CX725R Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Lexmark CX725R (178 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 37 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Lexmark CX725R of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/178
CX725-, CX725R-, CX727-MFP's
Gebruikershandleiding
Juni 2019www.lexmark.com
Machinetype(n):
7528
Model(len):
576, 5A6, 578, 5A8

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Lexmark
Categorie: Printer
Model: CX725R

Handleiding Lexmark CX725R – volledige tekst

InhoudInformatie over veiligheid. 6Conventies. 6Productverklaringen. 6Omgaan met de printer. 9Informatie zoeken over de printer. 9Een locatie voor de printer selecteren. 10Printerconfiguraties. 11Kabels aansluiten. 12Het bedieningspaneel gebruiken. 14Uitleg over de status van de aan-uitknop en het indicatielampje. 15Het beginscherm gebruiken. 15Menu-overzicht. 16Pagina met menu-instellingen afdrukken. 18Toepassingen in het beginscherm instellen en gebruiken. 19Het beginscherm aanpassen. 19Formulieren en favorieten instellen. 19Pas kopiëren instellen. 19Snelkoppelingsbeheer gebruiken. 20Instellen van het Scancentrum. 20Contactpersonen beheren. 20De toegankelijkheidsfuncties instellen en gebruiken. 23De vergrotingsmodus inschakelen. 23Gesproken begeleiding activeren. 23De spraaksnelheid van de gesproken begeleiding aanpassen. 23Gesproken wachtwoorden of pincodes inschakelen.

De multifunctionele invoer vullen. 27Laden koppelen. 28Afdrukken. 30Formulieren afdrukken. 30Afdrukken vanaf een computer. 30Afdrukken vanaf een mobiel apparaat. 30Afdrukken vanaf een flashstation. 31Ondersteunde flashstations en bestandstypen. 32Beveiligde taken configureren. 33Taken in wacht afdrukken. 33Lijst met voorbeelden van lettertypen afdrukken. 34Afdruktaak annuleren. 34Bezig met kopiëren. 35Kopieën maken. 35Foto's kopiëren. 35Kopiëren op brieoofdpapier. 35Op beide zijden van het papier kopiëren. 35Kopieën verkleinen of vergroten. 36Exemplaren sorteren. 36Scheidingsvellen invoegen tussen exemplaren. 36Meerdere pagina's op één vel kopiëren. 36Een kopieersnelkoppeling maken. 36E-mailen. 37E-mailfunctie instellen. 37E-mailinstellingen configureren. 37Een e-mail verzenden. 37Een e-mailsnelkoppeling maken. 38Faxen. 39Printer instellen voor faxen. 39Een fax verzenden. 52Een fax plannen.

Faxintensiteit aanpassen. 53Een faxlog bekijken. 53Ongewenste faxen blokkeren. 54Faxen in wachtrij. 54Een fax doorsturen. 54Bezig met scannen. 55Naar een FTP-server scannen. 55Een FTP-snelkoppeling maken. 55Scannen naar een flashstation. 55Gescande documenten naar een computer sturen. 56Printer beveiligen. 57Printergeheugen wissen. 57Geheugen op de vaste schijf wissen. 57Codering vaste schijf van printer instellen. 57Fabrieksinstellingen herstellen. 57Kennisgeving van vluchtigheid. 58Printer onderhouden. 59Luidsprekervolume aanpassen. 59Netwerkfunctionaliteit. 60Serieel afdrukken instellen (alleen Windows). 61Printeronderdelen reinigen. 62Onderdelen en supplies bestellen. 64Onderdelen en supplies vervangen. 67Help bij transport. 93Energie en papier besparen. 94Recycling. 94Papierstoringen verhelpen. 96Voorkomen van papierstoringen. 96Locaties van storingen bepalen.

Informatie over veiligheidConventiesOpmerking: Een opmerking bevat nuttige informatie. Waarschuwing: Een waarschuwing wijst op iets dat de hardware of software van het product kan beschadigen. LET OP: Let op duidt op een mogelijk gevaarlijke situatie die persoonlijk letsel kan veroorzaken. Voorbeelden van zulke waarschuwingen zijn:LET OP: RISICO OP LETSEL: Gevaar voor letsel. LET OP: GEVAAR VOOR ELEKTRISCHE SCHOKKEN: Gevaar voor elektrische schok. LET OP: HEET OPPERVLAK: Gevaar voor verbranding bij aanraking. LET OP: KANTELGEVAAR: Pletgevaar. LET OP: KNELGEVAAR: Gevaar om bekneld te raken tussen bewegende onderdelenProductverklaringenLET OP: RISICO OP LETSEL: Om het risico op elektrische schokken of brand te voorkomen, moet u hetnetsnoer rechtstreeks aansluiten op een geaard stopcontact dat zich dicht in de buurt van het productbevindt en dat gemakkelijk toegankelijk is.

LET OP: RISICO OP LETSEL: Gebruik alleen het netsnoer dat bij dit product is geleverd of een door defabrikant goedgekeurd vervangend onderdeel om brand of elektrische schokken te voorkomen. LET OP: RISICO OP LETSEL: U mag dit product niet gebruiken met verlengsnoeren, stekkerdozen,verdelers of UPS-apparaten. De vermogenscapaciteit van dit soort accessoires kan door eenlaserprinter eenvoudig worden overschreden, wat kan leiden tot slechte printerprestaties, schade aaneigendommen of brand. LET OP: RISICO OP LETSEL: Gebruik voor dit product uitsluitend een Lexmarkoverspanningsbeveiliging die correct is aangesloten tussen de printer en het meegeleverde netsnoer. Het gebruik van niet-Lexmark overspanningsbeveiligingen kan leiden tot slechte printerprestaties,schade aan eigendommen of brand.

LET OP: RISICO OP LETSEL: Gebruik om het risico op brand te verkleinen alleen eentelecommunicatiesnoer (RJ-11) van 26 AWG of meer als u dit product aansluit op het openbare vastetelefoonnetwerk.

Voor gebruikers in Australië geldt dat het snoer moet worden goedgekeurd door deAustralische communicatie- en media-autoriteit. LET OP: GEVAAR VOOR ELEKTRISCHE SCHOKKEN: Om het risico van elektrische schokken tevoorkomen, moet u dit product niet in de buurt van water of vochtige locaties plaatsen of gebruiken. LET OP: GEVAAR VOOR ELEKTRISCHE SCHOKKEN: Om het risico van elektrische schokken tevoorkomen, moet u dit product niet inschakelen tijdens onweer en geen elektrische kabels ofstroomkabels aansluiten, zoals een faxsnoer, netsnoer of telefoonkabel. Informatie over veiligheid 6.

LET OP: RISICO OP LETSEL: U moet het netsnoer niet snijden, draaien, vastbinden, anellen of zwareobjecten op het snoer plaatsen. Zorg dat er geen schaafplekken op het netsnoer kunnen ontstaan ofdat het snoer onder druk komt te staan. Zorg dat het netsnoer niet bekneld raakt tussen twee objecten,zoals een meubelstuk en een muur. Als een van deze dingen gebeurt, is er een kans op brand ofelektrische schokken. Controleer het netsnoer regelmatig op dergelijke problemen. Trek de stekker vanhet netsnoer uit het stopcontact voor u het netsnoer controleert. LET OP: GEVAAR VOOR ELEKTRISCHE SCHOKKEN: Om het risico van elektrische schokken tevoorkomen, moet u ervoor zorgen dat alle externe aansluitingen (zoals Ethernet- entelefoonsysteemaansluitingen) op de juiste wijze zijn in de gemarkeerde poorten zijn geplaatst.

LET OP: GEVAAR VOOR ELEKTRISCHE SCHOKKEN: Als u toegang tot de controllerkaart wilt ofoptionele hardware of geheugenapparaten installeert nadat u de printer hebt ingesteld, moet u deprinter uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken voor u doorgaat om het risico vanelektrische schokken te voorkomen. Als u andere apparaten hebt aangesloten op de printer, schakeldeze dan ook uit en koppel de kabels los van de printer. LET OP: GEVAAR VOOR ELEKTRISCHE SCHOKKEN: Gebruik de faxfunctie niet tijdens onweer om hetrisico van elektrische schokken te voorkomen. LET OP: GEVAAR VOOR ELEKTRISCHE SCHOKKEN: Om het risico op elektrische schokken tevermijden, trekt u de stekker van het netsnoer uit het stopcontact en koppelt u alle kabels los die op deprinter zijn aangesloten voor u de buitenkant van de printer reinigt.

LET OP: RISICO OP LETSEL: Als de printer meer weegt dan 20 kg (44 lb), moet deze mogelijk doortwee of meer personen worden verplaatst. LET OP: RISICO OP LETSEL: Volg deze richtlijnen wanneer u de printer verplaatst om te voorkomen datu zich bezeert of dat de printer beschadigd raakt:•Zorg ervoor dat alle kleppen en laden zijn gesloten.

•Schakel de printer uit en trek de stekker van het netsnoer van de printer uit het stopcontact. •Koppel alle snoeren en kabels los van de printer. •Als de printer losse, optionele laden op de vloer of uitvoerladen bevestigd heeft, dient u deze teontkoppelen voordat u de printer verplaatst. •Als de printer een onderstel met zwenkwielen heeft, rolt u de printer voorzichtig naar de nieuwe locatie. Wees voorzichtig bij drempels en scheuren in de vloer. •Als de printer geen onderstel met zwenkwielen heeft, maar wel is uitgerust met optionele laden ofuitvoerladen, verwijdert u de uitvoerladen en tilt u de printer van de laden. Probeer de printer niet samenmet een van de opties op te tillen. •Gebruik bij het optillen altijd de handgrepen aan de printer. •Als de printer wordt verplaatst op een transportwagentje, moet de gehele onderzijde van de printer wordenondersteund.

•Als de optionele onderdelen worden verplaatst op een transportwagentje, moet het oppervlak van hetwagentje groot genoeg zijn voor alle onderdelen. •Houd de printer rechtop. •Vermijd schokken. •Zorg dat uw vingers zich niet onder de printer bevinden wanneer u het apparaat neerzet. •Zorg dat er voldoende ruimte vrij is rondom de printer. Informatie over veiligheid 7.

LET OP: KANTELGEVAAR: Wanneer u een of meer opties op uw printer of MFP installeert, is mogelijkeen onderstel met zwenkwielen, printerkast of andere voorziening vereist om instabiliteit te voorkomenwaardoor letsel kan worden veroorzaakt. Meer informatie over ondersteunde opstellingen vindt u opwww. lexmark. com/multifunctionprinters. LET OP: KANTELGEVAAR: Zorg ervoor dat u papier afzonderlijk in elke lade plaatst om instabiliteit vande apparatuur te voorkomen. Houd alle overige laden gesloten tot u ze nodig hebt. LET OP: HEET OPPERVLAK: De binnenkant van de printer kan heet zijn. Om letsel te voorkomen, moetu een heet oppervlak eerst laten aoelen voordat u het aanraakt. LET OP: KNELGEVAAR: Wees voorzichtig bij onderdelen met dit label om te voorkomen dat u bekneldraakt tussen bewegende onderdelen.

Knelgevaar kan optreden in de buurt van bewegendeonderdelen, zoals tandwielen, deuren, laden en kappen. LET OP: RISICO OP LETSEL: Dit product maakt gebruik van een laser. Het toepassen van anderebedieningswijzen, aanpassingsmethoden of procedures dan in de Gebruikershandleiding wordenvermeld, kan blootstelling aan gevaarlijke straling tot gevolg hebben. LET OP: RISICO OP LETSEL: De lithiumbatterij in dit product moet niet worden vervangen. Wanneer delithiumbatterij niet juist wordt vervangen, bestaat er explosiegevaar. Een lithiumbatterij mag nietopnieuw worden opgeladen, uit elkaar worden gehaald of worden verbrand. Gooi gebruiktelithiumbatterijen weg volgens de aanwijzingen van de fabrikant en houd hierbij de plaatselijkeregelgeving in acht.

Dit product is samen met specifieke onderdelen van de fabrikant ontwikkeld, getest en goedgekeurd volgensstrikte, wereldwijd geldende veiligheidsnormen. De veiligheidsvoorzieningen van bepaalde onderdelen zijnniet altijd duidelijk zichtbaar. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor het gebruik van andere, vervangendeonderdelen.

Laat onderhoudswerkzaamheden en reparaties die niet in de gebruikersdocumentatie worden beschreven,uitvoeren door een servicevertegenwoordiger. Dit product maakt gebruik van een afdrukproces waarbij het afdrukmateriaal wordt verhit. Door de hitte kanhet afdrukmateriaal bepaalde stoen afgeven. Bestudeer het gedeelte in de bedieningsinstructies waarin derichtlijnen voor het selecteren van afdrukmaterialen worden besproken om schadelijke emissies te voorkomen. Dit product produceert kleine hoeveelheden ozon tijdens normaal gebruik en is mogelijk uitgerust met eenfilter om ozonconcentraties ruim onder de aanbevolen blootstellingslimieten te houden. Om hogeozonconcentraties tijdens intensief gebruik te voorkomen, plaatst u dit product in een goed geventileerderuimte en vervangt u de ozon- en uitblaasfilters indien dit wordt aangegeven in de onderhoudsinstructies vanhet product.

Als in de onderhoudsinstructies van het product niet wordt verwezen naar filters, dan bevat ditproduct geen filters die vervangen moeten worden. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. Informatie over veiligheid 8.

Omgaan met de printerInformatie zoeken over de printerGewenste informatie BronEerste installatie-instructies:•De printer aansluiten op•De printersoftware installerenRaadpleeg de installatiedocumentatie die bij de printer is geleverd of ga naarhttp://support.lexmark.com.Meer installatieopties en instructiesvoor het gebruik van de printer:•Papier en speciaal afdrukmateriaalselecteren en bewaren•Papier in de printer plaatsen•Printerinstellingen configureren•Documenten en foto's weergevenen afdrukken•De printersoftware instellen engebruiken•De printer configureren in eennetwerk•De printer onderhouden•Problemen oplossenInformatiecentrum: ga naar http://infoserve.lexmark.com.Pagina's van het menu Help: raadpleeg de handleidingen op de printerfirmwareof ga naar http://support.lexmark.com.Handleiding aanraakscherm: ga naar http://support.lexmark.com.Productvideo's: ga naar http://infoserve.lexmark.com/idv/.Informatie over het instellen en confi-gureren van de toegankelijkheids-functies van uw printerToegankelijkheidshandleiding van Lexmark: ga naarhttp://support.lexmark.com.Hulp bij de printersoftware Hulp voor Microsoft® Windows® of Macintosh-besturingssystemen: open eenprintersoftwareprogramma of –toepassing en klik vervolgens op Help.Klik op ?

Houd de volgende informatie bij de hand wanneer u contact opneemt met detechnische ondersteuning:•Plaats en datum van aankoop•Apparaattype en serienummer•Informatie over veiligheid•Informatie over regelgeving•Garantieverklaring•Milieu-informatieGarantie-informatie varieert per land of regio:•In de VS: zie de beperkte garantievoorwaarden die bij de printer zijn geleverdof ga naar http://support. lexmark. com. •In andere landen of regio's: raadpleeg het garantiebewijs dat bij de printer isgeleverd. Productinformatiegids: raadpleeg de documentatie die bij de printer is geleverdof ga naar http://support. lexmark. com. Een locatie voor de printer selecterenHoud bij het plaatsen van de printer rekening met ruimte voor het openen van laden, kleppen en deuren envoor het installeren van hardwareopties. •Plaats de printer in de buurt een stopcontact.

LET OP: RISICO OP LETSEL: Om het risico op elektrische schokken of brand te voorkomen, moet uhet netsnoer rechtstreeks aansluiten op een geaard stopcontact dat zich dicht in de buurt van hetproduct bevindt en dat gemakkelijk toegankelijk is. LET OP: GEVAAR VOOR ELEKTRISCHE SCHOKKEN: Om het risico van elektrische schokken tevoorkomen, moet u dit product niet in de buurt van water of vochtige locaties plaatsen of gebruiken. •Zorg ervoor dat de luchtstroom in de ruimte voldoet aan de laatste herziening van de ASHRAE 62-norm ofde CEN/TC 156-norm.

Omgevingstemperatuur 10 tot 32,2 °CTemperatuur voor opslag -40 tot 40 °C•Laat de volgende aanbevolen hoeveelheid ruimte vrij rondom de printer voor een goede ventilatie:1Boven 229 mm (9 inch)2Rechterkant 178 mm (7 inch)3Voorkant 508 mm (20 inch)4Linkerkant 127 mm (5 inch)5Achter 101,6 mm (4 inch)PrinterconfiguratiesLET OP: KANTELGEVAAR: Wanneer u een of meer opties op uw printer of MFP installeert, is mogelijkeen onderstel met zwenkwielen, printerkast of andere voorziening vereist om instabiliteit te voorkomenwaardoor letsel kan worden veroorzaakt. Meer informatie over ondersteunde opstellingen vindt u opwww.lexmark.com/multifunctionprinters.LET OP: KANTELGEVAAR: Zorg ervoor dat u papier afzonderlijk in elke lade plaatst om instabiliteit vande apparatuur te voorkomen.

1Automatische documentinvoer (ADI)2ADF-lade3ADF-uitvoerlade4Bedieningspaneel5Duolade voor 650 vel6Optionele laden voor 550 vel7StandaarduitvoerladeKabels aansluitenLET OP: GEVAAR VOOR ELEKTRISCHE SCHOKKEN: Schakel tijdens onweer dit product niet in enmaak geen elektrische of bekabelde verbindingen, zoals de fax, het netsnoer of een telefoonkabel, omelektrische schokken te voorkomen.Omgaan met de printer 12

LET OP: RISICO OP LETSEL: Om het risico op elektrische schokken of brand te voorkomen, moet u hetnetsnoer rechtstreeks aansluiten op een geaard stopcontact dat zich dicht in de buurt van het productbevindt en dat gemakkelijk toegankelijk is.LET OP: RISICO OP LETSEL: Gebruik alleen het netsnoer dat bij dit product is geleverd of een door defabrikant goedgekeurd vervangend onderdeel om brand of elektrische schokken te voorkomen.LET OP: RISICO OP LETSEL: Gebruik om het risico op brand te verkleinen alleen eentelecommunicatiesnoer (RJ-11) van 26 AWG of meer als u dit product aansluit op het openbare vastetelefoonnetwerk.

Voor gebruikers in Australië geldt dat het snoer moet worden goedgekeurd door deAustralische communicatie- en media-autoriteit.Waarschuwing: mogelijke beschadiging: Raak tijdens het afdrukken de USB-kabel, draadlozenetwerkadapters of het aangegeven deel van de printer niet aan om gegevensverlies of printerstoringen tevoorkomen.Onderdeel Voor1EXT-poort Extra apparaten (telefoon of antwoordapparaat) aansluiten op de printer en de telefoonlijn.Gebruik deze poort als u geen aparte faxlijn hebt voor de printer en als deze verbinding-methode wordt ondersteund in uw land of regio.Opmerking: verwijder de afdekplug als u de poort wilt gebruiken.2LINE-poort Sluit de printer aan op een actieve telefoonlijn via een standaardwandaansluiting (RJ-11),DSL-filter, VoIP-adapter of een andere adapter waarmee u faxen kunt verzenden enontvangen.3Ethernetpoort Sluit de printer aan op een netwerk.4USB-poort Sluit een toetsenbord of een compatibele optie aan.5USB-printerpoort Sluit de printer aan op de computer.6Aansluiting voornetsnoerSluit de printer aan op een goed geaard stopcontact.Omgaan met de printer 13

Het bedieningspaneel gebruikenOnderdeel Voor1Display •Hiermee bekijkt u berichten en de supply-status van de printer.•De printer configureren en bedienen.2Startscherm (knop) Naar het startscherm gaan.3Aan/uit •Hiermee schakelt u de printer in of uit.Opmerking: Om de printer uit te schakelen, houdt u de aan/uit-knopgedurende vijf seconden ingedrukt.•Hiermee zet u de printer in de slaap- of sluimerstand.•Hiermee haalt u de printer uit de slaap- of sluimerstand.4Toetsenblok Hiermee voert u getallen of symbolen in een invoerveld in.5Pauzeknop Hiermee voegt u een kiesonderbreking in bij een faxnummer.6Start Een taak starten aankelijk van de geselecteerde modus.7Knop Alles wissen/OpnieuwinstellenHiermee stelt u de instelling van een functie, zoals kopiëren, faxen of scannen op defabriekswaarden in.8Knop Stoppen of Annuleren Hiermee stopt u de huidige taak.9Backspaceknop Hiermee verplaatst u de cursor naar voren en verwijdert u een teken in eeninvoerveld.10 indicatielampje De status van de printer controleren.11 Volumeknoppen Hiermee past u het volume van de headset of luidspreker aan.12 Headset- of luidspreker-poortSluit een headset of luidspreker aan.Omgaan met de printer 14

Aanraken Voor8Status/supplies •Een waarschuwing of foutbericht weergeven als er een handeling moet worden uitge-voerd om ervoor te zorgen dat de printer kan doorgaan met verwerken.•Meer informatie over het foutbericht of de waarschuwing en informatie voor het wissenvan de betreende melding weergeven.Opmerking: U kunt deze instelling ook openen door het bovenste gedeelte van hetbeginscherm aan te raken.9Adresboek Contactpersonen bekijken, maken en indelen.10 Scanprofielen Documenten scannen en ze rechtstreeks op de computer opslaan.11 FTP Documenten scannen en ze rechtstreeks op een FTP-server opslaan.12 Bladwijzers Alle bladwijzers ordenen.13 Wachttaken Alle huidige afdruktaken in de wachtrij weergeven.14 USB-station Foto's en documenten weergeven, selecteren of afdrukken vanaf een flashstation.15 Wachtrij Alle huidige afdruktaken weergeven.Opmerking: U kunt deze instelling ook openen door het bovenste gedeelte van hetbeginscherm aan te raken.De volgende instellingen kunnen ook op het startscherm worden weergegevenAanraken VoorApp-profielen Toegang tot toepassingsprofielen.App.

vergr. Voorkomen dat gebruikers toegang hebben tot printerfuncties vanaf het beginscherm.Menu-overzichtApparaat•Preferences (Favorieten)•Extern bedieningspaneel•Berichten•Energiebeheer•Informatie verzonden naar Lexmark•Toegankelijkheid•Fabrieksinstellingen herstellen•Onderhoud•Zichtbare pictogrammen op het beginscherm•Over deze printerAfdrukken•Indeling•Afwerking•Instellen•Kwaliteit•Taakadministratie•XPS•PDF•PostScript•PCL•HTML•Aeelding•PPDSOmgaan met de printer 16

Toepassingen in het beginscherm instellen engebruikenHet beginscherm aanpassen1Open een webbrowser en typ het IP-adres van de printer in de adresbalk.Opmerkingen:•Controleer het IP-adres van de printer op het startscherm van de printer. Het IP-adres bestaat uit viersets met cijfers gescheiden door punten: 123.123.123.123.•Als u een proxyserver gebruikt, moet u deze tijdelijk uitschakelen zodat de webpagina correct kanworden geladen.2Klik op Instellingen > Apparaat > Zichtbare pictogrammen op het beginscherm.3Selecteer de pictogrammen die u wilt weergeven op het beginscherm.4Pas de wijzigingen toe.Formulieren en favorieten instellen1Open een webbrowser en typ het IP-adres van de printer in de adresbalk.Opmerkingen:•Controleer het IP-adres van de printer op het startscherm van de printer.

Het IP-adres bestaat uit viersets met cijfers gescheiden door punten: 123.123.123.123.•Als u een proxyserver gebruikt, moet u deze tijdelijk uitschakelen zodat de webpagina correct wordtgeladen.2Klik op Apps > Formulieren en favorieten > Configureren.3Klik op Toevoegen en pas vervolgens de instellingen aan.Opmerkingen:•Voer op de plaats van de bladwijzer het IP-adres van de hostcomputer in om er zeker van te zijn datde locatie-instellingen van de bladwijzer correct zijn.•Controleer of de printer beschikt over de juiste toegangsrechten voor de map waar de bladwijzer isingevoegd.4Pas de wijzigingen toe.Pas kopiëren instellen1Open een webbrowser en typ het IP-adres van de printer in de adresbalk.Opmerkingen:•Controleer het IP-adres van de printer op het startscherm van de printer.

•Als u een proxyserver gebruikt, moet u deze tijdelijk uitschakelen zodat de webpagina correct kanworden geladen.2Klik op Apps > Pas kopiëren > Configureren.3Configureer de uitvoeropties en scaninstellingen.Opmerkingen:•Wanneer u een pas scant, zorgt u ervoor dat de scanresolutie voor kleur niet meer dan 200 dpi is envoor zwart-wit niet meer dan 400 dpi.•Wanneer u meerdere passen scant, zorgt u ervoor dat de scanresolutie voor kleur niet meer dan 150dpi is en voor zwart-wit niet meer dan 300 dpi.•U hebt een printer met een vaste schijf nodig om meerdere passen te scannen.•Controleer of het printernetwerk en de e-mailinstellingen juist zijn geconfigureerd.4Pas de wijzigingen toe.Snelkoppelingsbeheer gebruiken1Raak in het startscherm Snelkoppelingsbeheer aan en selecteer vervolgens een printerfunctie.2Raak Snelkoppeling maken aan en configureer vervolgens de instellingen.3Raak Opslaan aan en typ vervolgens een unieke naam voor de snelkoppeling.4Pas de wijzigingen toe.Instellen van het Scancentrum1Raak in het startscherm Scancentrum aan.2Selecteer en maak een bestemming en configureer vervolgens de instellingen.Opmerkingen:•Zorg er bij het maken van een netwerkbestemming voor dat u de instellingen valideert en aanpasttotdat er geen fouten optreden.•Alleen bestemmingen gemaakt met de Embedded Web Server worden opgeslagen.

Raadpleeg dedocumentatie bij de oplossing voor meer informatie.3Pas de wijzigingen toe.Contactpersonen beherenContactpersonen toevoegen1Open een webbrowser en typ het IP-adres van de printer in de adresbalk.Opmerkingen:•Controleer het IP-adres van de printer op het startscherm van de printer. Het IP-adres bestaat uit viersets met cijfers gescheiden door punten: 123.123.123.123.Toepassingen in het beginscherm instellen en gebruiken 20

•Als u een proxyserver gebruikt, moet u deze tijdelijk uitschakelen zodat de webpagina correct kanworden geladen.2Klik op Adresboek.3Voeg een contactpersoon toe vanuit het gedeelte Contactpersonen.Opmerking: U kunt de contactpersoon aan een of meerdere groepen toewijzen.4Geef indien nodig een aanmeldingsmethode op voor toegang tot de applicatie.5Pas de wijzigingen toe.Groepen toevoegen1Open een webbrowser en typ het IP-adres van de printer in de adresbalk.Opmerkingen:•Controleer het IP-adres van de printer op het startscherm van de printer.

Het IP-adres bestaat uit viersets met cijfers gescheiden door punten: 123.123.123.123.•Als u een proxyserver gebruikt, moet u deze tijdelijk uitschakelen zodat de webpagina correct kanworden geladen.2Klik op Address Book (Adresboek).3Voeg een naam van een groep toe vanuit het gedeelte Contactgroepen.Opmerking: U kunt een of meer contactpersonen toewijzen aan de groep4Pas de wijzigingen toe.Contactpersonen of groepen bewerken1Open een webbrowser en typ het IP-adres van de printer in de adresbalk.Opmerkingen:•Controleer het IP-adres van de printer op het startscherm van de printer.

Het IP-adres bestaat uit viersets met cijfers gescheiden door punten: 123.123.123.123.•Als u een proxyserver gebruikt, moet u deze tijdelijk uitschakelen zodat de webpagina correct kanworden geladen.2Klik op Address Book (Adresboek).3Voer een van de volgende handelingen uit:•Klik in het gedeelte Contactpersonen op de naam van een contactpersoon en pas de gegevens aan.•Klik in het gedeelte Contactgroepen op de naam van een groep en pas de gegevens aan.4Pas de wijzigingen toe.Contactpersonen of groepen verwijderen1Open een webbrowser en typ het IP-adres van de printer in de adresbalk.Toepassingen in het beginscherm instellen en gebruiken 21

Opmerkingen:•Controleer het IP-adres van de printer op het startscherm van de printer. Het IP-adres bestaat uit viersets met cijfers gescheiden door punten: 123.123.123.123.•Als u een proxyserver gebruikt, moet u deze tijdelijk uitschakelen zodat de webpagina correct kanworden geladen.2Klik op Address Book (Adresboek).3Voer een van de volgende handelingen uit:•Selecteer in de sectie Contactpersonen de contactpersoon die u wilt verwijderen.•Selecteer in de sectie Contactgroepen de naam van de groep die u wilt verwijderen.Toepassingen in het beginscherm instellen en gebruiken 22

De toegankelijkheidsfuncties instellen engebruikenDe vergrotingsmodus inschakelen1Houd op het bedieningspaneel de 5-toets ingedrukt totdat u een gesproken bericht hoort.2Selecteer Vergroting.3Selecteer OK.Voor meer informatie over het navigeren door een vergroot scherm, zie 'Navigeren op het scherm met gebaren'op pagina 24.Gesproken begeleiding activerenVanaf het bedieningspaneel1Houd de 5-toets ingedrukt totdat u een gesproken bericht hoort.2Selecteer OK.Vanaf het toetsenbord1Houd de 5-toets ingedrukt totdat u een gesproken bericht hoort.2Druk op Tab om de focuscursor naar de OK-knop te navigeren en druk vervolgens op Enter.Opmerkingen:•Gesproken begeleiding wordt ook geactiveerd door de hoofdtelefoon op de hoofdtelefoonaansluitingaan te sluiten.•U kunt het volume aanpassen met behulp van de volumeknoppen onder aan het bedieningspaneel.De spraaksnelheid van de gesproken begeleidingaanpassen1Selecteer vanuit het startscherm Instellingen > Apparaat > Toegankelijkheid > Spraaksnelheid.2Selecteer de spraaksnelheid.Gesproken wachtwoorden of pincodes inschakelen1Selecteer vanuit het startscherm Instellingen > Apparaat > Toegankelijkheid > Gesprokenwachtwoorden/pincodes.2Schakel de optie in.De toegankelijkheidsfuncties instellen en gebruiken 23

Navigeren op het scherm met gebarenOpmerkingen:•De gebaren zijn alleen van toepassing als de gesproken begeleiding is geactiveerd.•Voor het typen van tekens en voor het aanpassen van bepaalde instellingen is een fysiek toetsenbordvereist.Gebaar FunctieTweemaal tikken Een optie of item op het scherm selecteren.Driemaal tikken Inzoomen of uitzoomen op tekst en aeeldingen.Naar rechts of naar beneden vegen Naar het volgende item op het scherm gaan.Naar links of naar boven vegen Naar het vorige item op het scherm gaan.Pan Naar gedeelten van het ingezoomde beeld gaan die buiten de grenzen van hetscherm vallen.Opmerking: Voor dit gebaar moet met twee vingers over een ingezoomd beeldworden gesleept.Naar boven en naar links vegen Een toepassing sluiten en terugkeren naar het startscherm.Naar beneden en naar links vegen •Een taak annuleren.•Naar de vorige instelling gaan.•Verlaat het getoonde scherm zonder een instelling of waarde te wijzigen.Naar boven en weer naar benedenvegenEen gesproken tekst herhalen.Het toetsenbord op het display gebruikenVoer een of meer van de volgende handelingen uit:•Sleep met uw vinger over de toets om het teken weer te geven.•Til uw vinger op om het teken in het veld in te voeren of te typen.•Druk op Backspace om tekens te verwijderen.•Om de inhoud van het invoerveld te laten uitspreken, drukt u op Tab en vervolgens op Shift + Tab.De toegankelijkheidsfuncties instellen en gebruiken 24

Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsenHet formaat en de papiersoort voor speciaal materiaalinstellenDe laden detecteren automatisch het formaat van normaal papier. Voor speciaal materiaal zoals etiketten,karton of enveloppen doet u het volgende:1Blader in het beginscherm naar:Instellingen > Papier > Ladeconfiguratie > Papierformaat/-soort > selecteer een papierbron2Stel het formaat en de papiersoort in voor het speciale materiaal.Instellingen voor Universal papier configureren1Ga vanaf het beginscherm naar Instellingen > Papier > Mediaconfiguratie > Universal-instelling.2Configureer de instellingen.Laden vullenLET OP: KANTELGEVAAR: Zorg ervoor dat u papier afzonderlijk in elke lade plaatst om instabiliteit vande apparatuur te voorkomen.

3Buig het papier, waaier het uit en lijn de randen uit voordat u het in de printer plaatst.4Plaats de papierstapel met de afdrukzijde naar boven.Opmerkingen:•Plaats het brieoofdpapier met de voorbedrukte zijde richting de voorkant van de lade, omenkelzijdig afdrukken.•Plaats het brieoofdpapier met de voorbedrukte zijde richting de achterkant van de lade omdubbelzijdig afdrukken.•Schuif geen papier in de lade.•Zorg ervoor dat de stapel niet boven de aanduiding voor de maximale hoeveelheid uitkomt. Als u teveel papier plaatst, kan het papier vastlopen.5Plaats de lade terug.Stel indien nodig het papierformaat en de papiersoort van het papier in de lade in.Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen 26

4Plaats het papier in de printer.•Plaats papier en karton in de printer met de afdrukbare zijde naar beneden en met de bovenrand naarvoren.•Plaats enveloppen met de klepzijde omhoog en tegen de rechterkant van de papiergeleider. PlaatsEuropese enveloppen zodat de klepzijde als eerste in de printer wordt gevoerd.Waarschuwing: mogelijke beschadiging: Gebruik geen enveloppen met postzegels, klemmetjes,drukkers, vensters, bedrukte binnenzijde of zellevende sluitingen.5Stel in het menu Papier op het bedieningspaneel het formaat en het type in van het papier dat in de ladeis geplaatst.Laden koppelen1Open een webbrowser en typ het IP-adres van de printer in de adresbalk.Opmerkingen:•Controleer het IP-adres van de printer op het startscherm van de printer. Het IP-adres bestaat uit viersets met cijfers gescheiden door punten: 123.123.123.123.Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen 28

•Als u een proxyserver gebruikt, moet u deze tijdelijk uitschakelen zodat de webpagina correct wordtgeladen.2Klik op Instellingen > Papier.3Stel een papierformaat en papiersoort in die overeenkomen met de laden die u wilt koppelen.Opmerking: Om laden te ontkoppelen, zorg ervoor dat er geen twee laden zijn met hetzelfdepapierformaat of papiersoort.4Sla de instellingen op.Opmerking: U kunt de instellingen voor het papierformaat en de papiersoort ook wijzigen via hetbedieningspaneel van de printer.Waarschuwing: mogelijke beschadiging: De temperatuur van het verhittingsstation is aankelijk van deopgegeven papiersoort. Zorg dat de instellingen voor de papiersoort van de printer overeenkomen met depapier dat in de lade is geplaatst om afdrukproblemen te voorkomen.Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen 29

AfdrukkenFormulieren afdrukken1Blader in het beginscherm naar:Formulieren en favorieten > formulier selecteren > Afdrukken2Configureer zo nodig de afdrukinstellingen.3Verzend de afdruktaak.Afdrukken vanaf een computerOpmerking: Stel voor etiketten, karton en enveloppen het papierformaat en de papiersoort in de printer in,voordat u het document afdrukt.1Open vanuit het document dat u wilt afdrukken het dialoogvenster Afdrukken.2Pas zo nodig de instellingen aan.3Druk het document af.Afdrukken vanaf een mobiel apparaatAfdrukken vanaf een mobiel apparaat met Lexmark Mobile PrintLexmarkTM Met Mobile Print kunt u documenten en aeeldingen rechtstreeks verzenden naar eenondersteunde Lexmark-printer.1Open het document en verzend of deel het document vervolgens naar Lexmark Mobile Print.Opmerking: Sommige toepassingen van derden ondersteunen de functie verzenden of delen mogelijkniet.

Raadpleeg de documentatie bij de toepassing voor meer informatie.2Een printer selecteren.3Druk het document af.Afdrukken vanaf een mobiel apparaat met Google Cloud PrintGoogle Cloud PrintTM is een oplossing voor mobiel afdrukken waarmee u met ingeschakelde toepassingen opmobiele apparaten kunt afdrukken op printers die compatibel zijn met Google Cloud Print.1Start een ingeschakelde toepassing vanuit het beginscherm van uw mobiele apparaat.2Tik op Afdrukken en selecteer een printer.3Druk het document af.Afdrukken 30

U kunt rechtstreeks afdrukken op elke printer die compatibel is met Mopria.Opmerking: Voordat u gaat afdrukken, moet u ervoor zorgen dat de Mopria Print Service is ingeschakeld.1Start een compatibele toepassing vanuit het beginscherm van uw mobiele apparaat.2Tik op Afdrukken en selecteer een printer.3Druk het document af.Afdrukken vanaf een mobiel apparaat met AirPrintAirPrint is een oplossing voor mobiel afdrukken waarmee u direct vanaf Apple-apparaten kunt afdrukken opprinters die compatibel zijn met AirPrint.Opmerkingen:•Deze toepassing wordt alleen op sommige Apple-apparaten ondersteund.•Deze toepassing wordt alleen op sommige printermodellen ondersteund.1Start een compatibele toepassing vanuit het beginscherm van uw mobiele apparaat.2Selecteer een item om af te drukken en tik vervolgens op het pictogram Delen.3Tik op Afdrukken en selecteer een printer.4Druk het document af.Afdrukken vanaf een flashstation1Plaats een flash-station in de USB-poort.Opmerkingen:•De printer negeert het flashstation als u het aansluit terwijl de printer een foutbericht weergeeft.Afdrukken 31

•Wanneer u het flash-station aansluit terwijl de printer bezig is met het verwerken van andereafdruktaken, verschijnt het bericht Printer is bezig op het display.2Raak op het display het document aan dat u wilt afdrukken.Configureer zo nodig de andere afdrukinstellingen.3Verzend de afdruktaak.Om een ander document af te drukken, raak USB-station aan.Waarschuwing: mogelijke beschadiging: Raak de aangegeven gedeelten van het flashstation of deprinter niet aan terwijl er wordt afgedrukt vanaf, gelezen van of geschreven naar het opslagapparaat.

ongeldige PIN Het aantal keren beperken dat een ongeldige PIN-code kan worden ingevoerd.Opmerking: Wanneer het limiet is bereikt, worden de afdruktaken voor de betreendegebruikersnaam verwijderd.Vervaltijd beveiligdetaakStel in hoe lang het duurt tot beveiligde taken automatisch uit het printergeheugen wordenverwijderd.Opmerking: Vertrouwelijke taken in de wachtrij worden opgeslagen in de printer totdat u zichaanmeldt en ze handmatig vrijgeeft of verwijdert.Verlooptijd voorherhaalde takenStel in hoe lang het duurt tot herhaalde taken automatisch uit het printergeheugen wordenverwijderd.Opmerking: Herhaalde taken in de wachtrij worden opgeslagen zodat later meerderekopieën kunnen worden afgedrukt.Verlooptijd voorgecontroleerdetakenStel in hoe lang het duurt tot gecontroleerde taken automatisch uit het printergeheugen wordenverwijderd.Opmerking: Gecontroleerde taken drukken één exemplaar af zodat u kun controleren of ditnaar wens is, voordat u de overige exemplaren afdrukt.Verlooptijd voorgereserveerdetakenStel in hoe lang het duurt tot gereserveerde taken worden verwijderd zonder afdrukken.Opmerking: Gereserveerde taken in de wachtrij worden automatisch verwijderd naafdrukken.Taken in wacht afdrukken1Open vanuit het document dat u wilt afdrukken het dialoogvenster Afdrukken.2Selecteer de printer en doe daarna het volgende:•Voor Windows-gebruikers: klik op Eigenschappen of Voorkeuren en vervolgens op Afdrukken envasthouden.•Voor Macintosh-gebruikers: selecteer Print and Hold (Afdruk- en wachttaken).3Selecteer het type afdruktaak.4Wijs een gebruikersnaam toe, indien nodig.Afdrukken 33

5Verzend de afdruktaak.6Raak op het startscherm van de printer Taken in wacht aan.7Verzend de afdruktaak.Lijst met voorbeelden van lettertypen afdrukken1Ga vanaf het beginscherm naar Instellingen > Rapporten > Afdrukken > Lettertypen afdrukken.2Raak PCL-lettertypen of PostScript-lettertypen aan.Afdruktaak annulerenVanaf het bedieningspaneel van de printer1Raak Wachtrij aan op het beginscherm.Opmerking: U kunt deze instelling ook openen door het bovenste gedeelte van het beginscherm aan teraken.2Selecteer de taak die u wilt annuleren.Vanaf de computer1Voer een van de volgende stappen uit, aankelijk van uw besturingssysteem:•Open de map Printers, en selecteer vervolgens uw printer.•Ga vanuit Systeemvoorkeuren in het Apple-menu naar uw printer.2Selecteer de taak die u wilt annuleren.Afdrukken 34

Bezig met kopiërenKopieën maken1Plaats een origineel document in de ADF-lade of op de glasplaat.Opmerking: Zorg ervoor dat het papierformaat van het origineel en de uitvoer hetzelfde zijn.

Zovoorkomt u dat een aeelding wordt bijgesneden.2Raak in het beginscherm Kopiëren aan en specificeer vervolgens het aantal kopieën.Pas zo nodig de kopieerinstellingen aan.3Kopieer het document.Opmerking: Om snel een kopie te maken, drukt u op het bedieningspaneel op .Foto's kopiëren1Plaats een foto op de glasplaat.2Raak in het beginscherm Kopiëren > Inhoud > Foto aan.3Kies in het menu Inhoudsbron de instelling die de inhoudsbron van de originele foto het best beschrijft.4Verzend de kopieertaak.Kopiëren op brieoofdpapier1Plaats een origineel document in de ADF-lade of op de glasplaat.2Raak in het beginscherm Kopiëren aan en specificeer vervolgens het formaat van het origineel.3Raak Kopiëren naar aan en selecteer vervolgens de lade waarin het speciale materiaal is geplaatst.Als u het speciale materiaal in de multifunctionele invoer plaatst, bladert u naar:Multifunctionele invoer > selecteer het formaat van het speciale materiaal > Letterhead (Brieoofdpapier)4Verzend de kopieertaak.Op beide zijden van het papier kopiëren1Plaats een origineel document in de ADF-lade of op de glasplaat.2Raak in het beginscherm Kopiëren > Papierinstellingen aan.3Pas de instellingen aan.4Kopieer het document.Bezig met kopiëren 35

Kopieën verkleinen of vergroten1Plaats een origineel document in de ADF-lade of op de glasplaat.2Blader in het beginscherm naar:Kopiëren > Schalen > specificeer een waarde van de schalingOpmerking: Als u na het instellen van de schaling het formaat van het originele document of de uitvoerwijzigt, wordt de waarde van de schaling hersteld naar Automatisch.3Kopieer het document.Exemplaren sorteren1Plaats een origineel document in de ADF-lade of op de glasplaat.2Raak in het beginscherm Kopiëren aan en stel vervolgens Sorteren in op Aan.3Kopieer het document.Scheidingsvellen invoegen tussen exemplaren1Plaats een origineel document in de ADF-lade of op de glasplaat.2Raak in het beginscherm Kopiëren > Scheidingsvellen aan.3Pas de instellingen aan.4Verzend de kopieertaak.Meerdere pagina's op één vel kopiëren1Plaats een origineel document in de ADF-lade of op de glasplaat.2Raak in het beginscherm Kopiëren > Pagina's per zijde aan.3Pas de instellingen aan.4Kopieer het document.Een kopieersnelkoppeling maken1Raak in het startscherm Kopiëren aan.2Pas de instellingen aan en raak aan.3Voer een snelkoppelingsnaam in.4Pas de wijzigingen toe.Bezig met kopiëren 36

E-mailenE-mailfunctie instellen1Raak in het startscherm Instellingen > Apparaat > Voorkeuren > Initiële set-up uitvoeren aan.2Schakel de printer uit en schakel de printer na ongeveer tien seconden weer in.3Selecteer in het scherm Voordat u begint De instellingen wijzigen en doorgaan met de wizard.4Voer in het scherm E-mail-/Faxserver instellen de vereiste informatie in.5Voltooi de set-up.E-mailinstellingen configureren1Open een webbrowser en typ het IP-adres van de printer in de adresbalk.Opmerkingen:•Controleer het IP-adres van de printer op het startscherm van de printer.

Het IP-adres bestaat uit viersets met cijfers gescheiden door punten: 123.123.123.123.•Als u een proxyserver gebruikt, moet u deze tijdelijk uitschakelen zodat de webpagina correct kanworden geladen.2Klik op Instellingen > E-mail.3Voer de nodige gegevens in.4Pas de wijzigingen toe.Een e-mail verzendenHet bedieningspaneel gebruiken1Plaats een origineel document in de ADF-lade of op de glasplaat.2Raak in het beginscherm E-mail aan en voer de benodigde gegevens in.Opmerking: U kunt ook de ontvanger invoeren via het adresboek of snelkoppelingsnummer.3Configureer indien nodig de instellingen van het bestandstype voor verzending.4Verzend de e-mail.Het snelkoppelingsnummer gebruiken1Druk op het bedieningspaneel op # en voer het snelkoppelingsnummer in met het toetsenblok.2Verzend de e-mail.E-mailen 37

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Lexmark CX725R stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden