Lenovo ThinkPad E16 Gen 2 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Lenovo ThinkPad E16 Gen 2 (74 pagina’s), behorend tot de categorie Laptop. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 93 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Lenovo ThinkPad E16 Gen 2 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Lenovo |
| Categorie: | Laptop |
| Model: | ThinkPad E16 Gen 2 |
Handleiding Lenovo ThinkPad E16 Gen 2 – volledige tekst
Lees dit eerstLees het volgende aandachtig door voordat u deze documentatie en het bijbehorende product gebruikt: • Veiligheid en garantie• Installatiegids• Algemene kennisgevingen over veiligheid en nalevingTweede uitgave (juli 2024)© Copyright Lenovo 2024. KENNISGEVING BEGRENSDE EN BEPERKTE RECHTEN: als gegevens of software word(t)(en) geleverd conform een 'GSA'-contract (General Services Administration), zijn gebruik, vermenigvuldiging en openbaarmaking onderhevig aan beperkingen zoals beschreven in Contractnr. GS-35F-05925.
Uw Lenovo-notebook ontdekkenHartelijk dank dat u hebt gekozen voor een Lenovo®-notebook. We streven ernaar u de beste oplossing te bieden.Lees de volgende informatie door voordat u begint met de rondleiding: • De afbeeldingen in dit document kunnen er anders uitzien dan uw product.• Afhankelijk van het model zijn bepaalde optionele accessoires, voorzieningen, softwareprogramma's en instructies voor de gebruikersinterface mogelijk niet van toepassing op uw computer.• De inhoud van de documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. U vindt de meest recente documentatie op https://pcsupport.lenovo.com.© Copyright Lenovo 2024 iii
Wanneer de computer wordt gebruikt, moet deze worden geplaatst op een hard en vlak oppervlak waarbij de onderkant niet in contact komt met de huid van de gebruiker. Onder normale gebruiksomstandigheden zal de temperatuur van de onderkant binnen een aanvaardbaar bereik blijven zoals bepaald in IEC 62368-1, maar dergelijke temperaturen kunnen nog steeds hoog genoeg zijn om de gebruiker ongemak of letsel te bezorgen bij rechtstreeks contact gedurende meer dan één minuut per keer. Daarom wordt het aanbevolen dat gebruikers langdurig rechtstreeks contact met de onderkant van de computer vermijden.Verwante onderwerpen• 'De computer opladen met netstroom' op pagina 27• 'USB-specificaties' op pagina 7• 'De computer vergrendelen' op pagina 316ThinkPad E14 Gen 6 en ThinkPad E16 Gen 2 Gebruikershandleiding
Hoofdstuk 2. Aan de slag met uw computerIn dit hoofdstuk worden de instructies beschreven voor het instellen van uw computer, verschillende manieren om verbinding te maken met netwerken en om met uw computer te communiceren.Uw computer instellenIn dit gedeelte vindt u hulp voor het instellen van uw computer en het gebruiksklaar maken ervan.De computer aanzettenVolg de instructies om uw computer in te schakelen.Stap 1. Verbind het netsnoer met de netvoedingsadapter.Stap 2. Sluit de netvoedingsadapter aan op uw computer.Stap 3. Sluit het netsnoer aan op de netvoedingsadapter.Stap 4. Druk op de aan/uit-knop om de computer in te schakelen. Opmerkingen: • De weergave varieert, afhankelijk van het computermodel.• U kunt de computer het beste volledig opladen voordat u deze voor de eerste keer gebruikt.
Klik op het batterijstatuspictogram rechtsonder op uw bureaublad om de batterijstatus te controleren.Verwante onderwerpen • 'De status van de batterij controleren' op pagina 27• 'De computer opladen met netstroom' op pagina 27De installatie van het besturingssysteem voltooienVoordat u uw computer gaat verkennen, moet u de installatie van het besturingssysteem voltooien. De installatie omvat, maar is niet beperkt tot:© Copyright Lenovo 2024 9
• Selecteer het land of de regio. • Maak verbinding met een beschikbaar netwerk. • Accepteer de licentieovereenkomst. • Maak een Microsoft-account of meld u aan met uw Microsoft-account. • Stel uw wachtwoord, vingerafdruk of gezichtsherkenning naar wens in. • Pas de functies aan uw wensen aan. Opmerkingen: • Afhankelijk van uw model zijn sommige instellingen mogelijk niet beschikbaar op uw computer. • Schakel uw computer niet uit en zorg ervoor dat deze tijdens het hele proces op netvoeding is aangesloten. Volg de instructies om het besturingssysteem in te stellen. Stap 1. Sluit de computer aan op de netvoeding en schakel de computer in. Stap 2. Volg de aanwijzingen op het scherm om de installatie van het besturingssysteem af te ronden.
Verwante onderwerpen • 'Aanmelden met uw vingerafdruk' op pagina 31• 'Aanmelden met gezichtsherkenning (voor bepaalde modellen)' op pagina 32• 'Een wachtwoord instellen, wijzigen of wissen' op pagina 34Toegang tot netwerkenIn dit gedeelte vindt u hulp om een verbinding tot stand te brengen met een draadloos of bekabeld netwerk. Verbinding maken met Wi-Fi-netwerkenKlik op het netwerkpictogram rechtsonder op het scherm om verbinding te maken met een beschikbaar netwerk. Verstrek, indien nodig, de vereiste informatie. Opmerking: De draadloos LAN-module in uw computer ondersteunt mogelijk verschillende standaarden. In sommige landen of regio's is het gebruik van 802. 11ax mogelijk uitgeschakeld, overeenkomstig de plaatselijke voorschriften. De vliegtuigstand inschakelenAan boord van een vliegtuig moet u mogelijk de vliegtuigstand inschakelen.
Wanneer de vliegtuigstand is ingeschakeld, worden alle draadloze functies automatisch uitgeschakeld. Klik op het netwerkpictogram rechtsonder op het scherm om de vliegtuigstand in te schakelen. Opmerking: In deze stand kunt u Wi-Fi-netwerken inschakelen op basis van uw wensen.
Communiceren met uw computerUw computer biedt verschillende manieren om op het beeldscherm te navigeren.De sneltoetsen gebruikenSneltoetsen zijn toetsen of combinaties van toetsen die een snelle manier bieden om bepaalde functies uit te voeren. Ze helpen u efficiënter te werken.In de volgende tabellen worden de functies van de sneltoetsen toegelicht.FnLock en functietoetsenToets/toetscombinatieBeschrijving van functieFn+FnLockSchakelen tussen de speciale en standaardfuncties van de functietoetsen (F1- F12).Functietoetsen bieden twee soorten functies: speciale functies en standaardfuncties. Pictogrammen op de toets geven de speciale functie aan, zoals en .
Tekens op de toets geven de standaardfunctie aan, zoals F1 en F2.Het ledlampje op de Esc-toets geeft aan welke functie van de functietoetsen is ingeschakeld: • Als het lampje uit is, is de speciale functie ingeschakeld.• Als het lampje brandt, is de standaardfunctie ingeschakeld.Geluid dempen/weergeven (luidsprekers).Volume verlagen.Volume verhogen.Microfoon in-/uitschakelen.Schermhelderheid verlagen.Schermhelderheid verhogen.Beeldschermen selecteren en instellen.Vliegtuigstand in-/uitschakelen.Schermafdruk maken.Open Knipprogramma.Microsoft® Telefoonkoppeling openen.U kunt de functie van deze toets aanpassen in de Vantage-app.Hoofdstuk 2. Aan de slag met uw computer 11
Andere algemene sneltoetsenToetsencombinatieBeschrijving van functie• Copilot in Windows starten.• Windows Search starten.Opmerking: De functie verschilt per land of regio.Fn+Het contextmenu van de huidige actieve app openen.Fn+Achtergrondverlichting van het toetsenbord aanpassen.Fn+Naar het begin.Fn+Naar het eind.Fn+Tab Vergrootglas openen. Opmerking: Druk op de toets met het Windows-logo + Esc om uit te schakelen.Fn+4 Naar slaapstand gaan.Fn+B Bewerking onderbreken.Fn+G De tikbeweging in-/uitschakelen om TrackPoint Quick Menu te starten.Fn+K Door inhoud bladeren.Fn+P Bewerking pauzeren.Fn+S Systeemaanvraag verzenden.Fn+NOpen het systeeminformatievenster.* voor bepaalde modellenU kunt de toetsenbordinstellingen aanpassen in de Vantage-app.
Als u gedetailleerde instellingen wilt aanpassen, opent u de Vantage-app en klikt u op Apparaat ➙ Invoer en accessoires.Ga voor meer sneltoetsen naar https://support.lenovo.com/solutions/windows-support.Het TrackPoint-aanwijsapparaat gebruikenMet het TrackPoint-aanwijsapparaat kunt u alle functies van een traditionele muis uitvoeren, zoals het aanwijzen, klikken en bladeren.12ThinkPad E14 Gen 6 en ThinkPad E16 Gen 2 Gebruikershandleiding
TrackPoint-aanwijsknopjeGebruik uw vinger om parallel aan het toetsenbord druk uit te oefenen op het antislipdopje (hierna het rode dopje genoemd) van het aanwijsknopje. De aanwijzer op het scherm wordt dienovereenkomstig verplaatst. Hoe meer druk u uitoefent, hoe sneller de aanwijzer beweegt.Drie TrackPoint-knoppenDe linker- en rechter-TrackPoint-knoppen corresponderen met de linker- en rechterknoppen van een traditionele muis. Houd de middelste TrackPoint-knop ingedrukt terwijl u met uw vinger in de verticale of horizontale richting druk uitoefent op het aanwijsknopje. Vervolgens kunt u door het document, de website of apps bladeren.Druk tegelijk op Ctrl+middelste TrackPoint-knop+TrackPoint-aanwijsknopje om in of uit te zoomen. Het TrackPoint-aanwijsapparaat uitschakelenHet TrackPoint-aanwijsapparaat is standaard ingeschakeld.
U kunt het apparaat uitschakelen en instellingen zoals de snelheid van de cursor wijzigen, wanneer u het TrackPoint-aanwijsknopje en de middelste knop van het TrackPoint gebruikt. U kunt de instellingen als volgt wijzigen:Stap 1. Typ Muisinstellingen in het Windows-zoekvak en druk op Enter.Stap 2. Klik op TrackPoint-instellingen en volg de instructies op het scherm om de instellingen te wijzigen.Het dopje van het aanwijsknopje vervangenVolg de onderstaande afbeelding om de antislipdop van het aanwijsknopje te vervangen.Opmerking: Zorg ervoor dat het nieuwe rode dopje groeven heeft a .Hoofdstuk 2. Aan de slag met uw computer 13
De trackpad gebruikenU kunt de trackpad gebruiken om alle aanwijs-, klik- en bladerfuncties van een traditionele muis uit te voeren. Dit is ideaal in situaties waarin een goede draagbaarheid is vereist, zoals tijdens een zakenreis.OnderdeelBeschrijvingOnderdeelBeschrijvingLinkerklikgebied RechterklikgebiedOpmerkingen: • Bepaalde bewegingen zijn niet beschikbaar in de volgende gevallen: – Als de laatste bewerking is uitgevoerd via het TrackPoint-aanwijsapparaat.– Als u bepaalde apps gebruikt.– Als u twee of meer vingers gebruikt en uw vingers te dicht op elkaar staan.• De trackpad reageert mogelijk niet in de volgende gevallen: – Als u uw vingers te dicht bij de rand van de trackpad plaatst.– Als u de trackpad aanraakt met natte vingers.– Als er water of olie zit op het oppervlak van de trackpad. Zet de computer eerst uit.
Veeg daarna het oppervlak van de trackpad schoon met een zachte, pluisvrije doek die vochtig is gemaakt met lauw water of reinigingsmiddel voor computers.De aanraakbewegingen gebruikenOpmerkingen: • Als u twee of meer vingers gebruikt, moet u ervoor zorgen dat uw vingers enigszins uit elkaar staan.14ThinkPad E14 Gen 6 en ThinkPad E16 Gen 2 Gebruikershandleiding
• Sommige gebaren zijn niet beschikbaar als de laatste actie met het TrackPoint-aanwijsapparaat is uitgevoerd.• Sommige gebaren zijn alleen beschikbaar als u bepaalde toepassingen gebruikt.• Als er olie op het oppervlak van de trackpad zit, zet dan eerst de computer uit. Veeg daarna het oppervlak van de trackpad schoon met een zachte, pluisvrije doek die vochtig is gemaakt met lauw water of reinigingsmiddel voor computers.Raadpleeg voor meer bewegingen de Help-informatie van het aanwijsapparaat.Aanraakbewegingen met één en twee vingersOm dit te doenBewegingEen item selecteren.Eén keer tikken met één vinger. Een item openen.Twee keer tikken met één vinger. Een snelmenu weergeven.Snel twee keer tikken met twee vingers. Inzoomen.Twee vingers van elkaar af bewegen. Hoofdstuk 2. Aan de slag met uw computer 15
Om dit te doenBewegingGeef het bureaublad weer.Omlaag vegen met drie of vier vingers. Schakelen tussen geopende apps of vensters.Met drie of vier vingers naar links of naar rechts vegen. De trackpad uitschakelenStandaard is de trackpad ingeschakeld. Het apparaat uitschakelen:Stap 1. Open het menu Start en klik vervolgens op Instellingen ➙ Bluetooth en apparaten ➙ Touchpad.Stap 2. Schakel in de sectie Touchpad de optie Touchpad uit.Het aanraakscherm gebruiken (voor bepaalde modellen)Bij computers met een aanraakscherm kunt u het scherm rechtstreeks met uw vingers aanraken en zo op een eenvoudige manier communiceren met de computer.
In de volgende gedeelten wordt een aantal veelgebruikte tikbewerkingen toegelicht.Opmerkingen: • Sommige bewegingen zijn mogelijk niet beschikbaar als u bepaalde toepassingen gebruikt.• Voer geen handelingen op het scherm uit met vingers in een handschoen of een incompatibele pen. Anders is het aanraakscherm mogelijk niet gevoelig of reageert het niet.• Het aanraakscherm is kwetsbaar. Druk niet op het scherm en raak het scherm niet aan met een hard of scherp voorwerp. Anders kan het aanraakscherm defect of beschadigd raken.Hoofdstuk 2. Aan de slag met uw computer 17
Aanraakbeweging met drie en vier vingersOm dit te doen BewegingAlle geopende vensters weergeven.Omhoog vegen met drie vingers. Het bureaublad weergeven.Omlaag vegen met drie vingers. Schakelen tussen apps.Naar links of naar rechts vegen met drie vingers. Wisselen tussen bureaubladen.Naar links of naar rechts vegen met vier vingers. Aanraakbewegingen met drie en vier vingers inschakelen (voor bepaalde modellen)Stap 1. Typ touchpad in het Windows-zoekvak en druk op Enter.Stap 2. Schakel desgewenst de optie Bewegingen met drie vingers of Bewegingen met vier vingers in.Wat u moet doen als het aanraakscherm niet gevoelig is of niet reageertVolg de instructies om de problemen met het aanraakscherm op te lossen.Stap 1. Zet de computer uit.Stap 2. Verwijder met een droge, zachte en pluisvrije doek of met een stuk absorberend katoen vingerafdrukken of stof van het aanraakscherm.
Gebruik geen oplosmiddelen.Stap 3. Start de computer opnieuw op en controleer of het aanraakscherm normaal werkt.Stap 4. Als het aanraakscherm niet normaal werkt, typt u Windows Update in het Windows-zoekvak en drukt u op Enter.Hoofdstuk 2. Aan de slag met uw computer 19
Stap 5. Volg de aanwijzingen op het scherm om Windows bij te werken.Stap 6. Controleer of het aanraakscherm normaal werkt nadat u Windows hebt bijgewerkt.Stap 7. Als het aanraakscherm nog steeds niet normaal werkt, kan het aanraakscherm beschadigd zijn. U kunt Klantsupportcentrum van Lenovo bellen voor meer hulp.Een extern beeldscherm aansluitenSluit uw computer aan op een projector of een beeldscherm om presentaties te geven of om uw werkruimte uit te breiden.Aansluiten op een bekabeld beeldschermU kunt een bekabeld beeldscherm op uw computer aansluiten via de USB-C-aansluiting of HDMI- aansluiting.Als uw computer het externe beeldscherm niet kan detecteren, klikt u met de rechtermuisknop op een leeg gedeelte op het bureaublad en klikt u vervolgens op Beeldscherminstellingen.
Volg daarna de aanwijzingen op het scherm om het externe scherm te detecteren.Ondersteunde resolutieIn de volgende tabel staat de ondersteunde maximale resolutie van het externe beeldscherm. Voor Intel-modellen Het externe beeldscherm aansluiten opOndersteunde resolutieUSB-C-voedingsaansluiting (USB 20 Gbps)Maximaal 5K/60 HzUSB-C-voedingsaansluiting (Thunderbolt 4)Maximaal 8K/60 HzHDMI™-aansluitingMaximaal 4K/60 HzVoor AMD-modellen Het externe beeldscherm aansluiten opOndersteunde resolutieUSB-C-voedingsaansluiting (USB 5 Gbps)Maximaal 5K/30 HzUSB-C-aansluiting (USB 10 Gbps)Maximaal 5K/60 HzHDMI™-aansluitingMaximaal 4K/60 Hz20 ThinkPad E14 Gen 6 en ThinkPad E16 Gen 2 Gebruikershandleiding
Opmerking: De verversingsfrequentie hoger dan 60 Hz kan ook worden ondersteund. Als u de verversingsfrequentie instelt op een hogere waarde dan 60 Hz, is de maximale resolutie mogelijk beperkt.Afhankelijk van uw computermodellen ondersteunt uw computer een van de volgende opties: • Voor Intel-modellen ondersteunt de HDMI-aansluiting de HDMI 2.1-standaard (tot 4K/60 Hz). Sluit een compatibel digitaal audioapparaat of digitale videomonitor aan, bijvoorbeeld een HDTV.• Voor AMD-modellen ondersteunt de HDMI-aansluiting de HDMI 2.1-standaard (tot 4K/60 Hz). Gebruik een goedgekeurde HDMI 2.1-kabel om een extern beeldscherm op uw computer aan te sluiten. Als u voor de verbinding een HDMI 1.4-kabel gebruikt, is deze mogelijk incompatibel. Dat kan van invloed zijn op de werking van een extern beeldscherm.
U kunt als volgt de HDMI-standaard van de HDMI-aansluiting wijzigen van 2.1 in 1.4 in het UEFI BIOS-menu: 1. Open het UEFI BIOS-menu. Zie 'Het UEFI BIOS-menu openen' op pagina 39.2.
Configureer HDMI Mode Select in het menu Config.Verbinding maken met een draadloos beeldschermAls u een draadloos beeldscherm wilt gebruiken, zorg dan dat uw computer en het externe beeldscherm de functie Miracast® ondersteunen.Druk op de toets met het Windows-logo+K en selecteer vervolgens een draadloos beeldscherm waarmee u verbinding wilt maken.De weergavemodus van het beeldscherm instellenDruk op de of op de Fn-toets + en selecteer vervolgens de gewenste weergavemodus.Beeldscherminstellingen wijzigenU kunt de instellingen voor het computerscherm en het externe beeldscherm wijzigen, zoals wat het hoofd- of secundaire beeldscherm is, de helderheid, resolutie en stand.U kunt de instellingen als volgt wijzigen:Stap 1. Klik met de rechtermuisknop op een leeg gebied op het bureaublad en selecteer Beeldscherminstellingen.Stap 2.
Hoofdstuk 3. Uw computer verkennenLenovo-appsIn dit gedeelte worden Lenovo-apps geïntroduceerd die uw computerervaring kunnen verrijken en de productiviteit kunnen verbeteren. Lenovo VantageDe Lenovo Vantage-app (hierna de Vantage-app genoemd) is een aangepaste oplossing waarmee u uw computer kunt onderhouden met automatische updates en oplossingen, hardware-instellingen kunt configureren en gepersonaliseerde ondersteuning kunt krijgen. Om toegang te krijgen tot de Vantage-app, typt u Lenovo Vantage in het Windows zoekveld. Opmerkingen: • De beschikbare functies variëren, afhankelijk van het computermodel. • De Vantage-app werkt regelmatig de functies bij om uw ervaring met de computer te verbeteren. De beschrijving van voorzieningen kan verschillen van die op uw daadwerkelijke gebruikersinterface.
Zorg dat u de nieuwste versie van de Vantage-app gebruikt en gebruik Windows Update om de nieuwste updates te downloaden. Met de Vantage-app kunt u:• Eenvoudig de status van het apparaat te weten komen en pas apparaat-instellingen aan. • Download en installeer updates voor UEFI BIOS, firmware en stuurprogramma's om uw computer up-to- date te houden. • Controleer de status van uw computer en beveilig uw computer tegen externe bedreigingen. • De computerhardware scannen en de oorzaak van hardwareproblemen opsporen. • De garantiestatus van de computer opzoeken (online). • Toegang krijgen tot de Gebruikershandleiding en nuttige artikelen. Lenovo Smart MeetingLenovo Smart Meeting is een app voor videovergaderingen op het werk. Deze app integreert meerdere functies om uw professionele image te verbeteren, uw privacy te beschermen en het stroomverbruik te verlagen.
– Gezichtskadrering: Houdt uw gezicht automatisch gecentreerd tijdens een videogesprek wanneer u beweegt.– Tijdelijke avatar: Maak een tijdelijke foto van uzelf en geef deze weer alsof u nog steeds deelneemt aan de videovergadering wanneer u even weg bent.• Background: Vervaag de achtergrond of pas de achtergrond aan tijdens een videogesprek om uw privacy te beschermen.Opmerkingen: • Lenovo verzamelt geen persoonlijke gegevens via deze app.• De beschikbare functies variëren, afhankelijk van het computermodel.• Lenovo Smart Meeting werkt regelmatig functies bij om uw gebruikerservaring met de computer te verbeteren. De bovenstaande beschrijving kan verschillen van wat uw daadwerkelijk in de gebruikersinterface ziet. Als u alle functies van de app wilt gebruiken, werkt u deze bij naar de nieuwste versie.
TrackPoint Quick MenuTrackPoint Quick Menu is een app waarop u kunt klikken. De app biedt snel toegang tot functies, zoals de camera en de microfoon. In deze app kunt u de functie-instellingen aanpassen.Het TrackPoint Quick Menu startenDubbeltik op het TrackPoint-aanwijsknopje om het TrackPoint Quick Menu te openen. U kunt ook één keer tikken instellen als startmethode.Opmerking: Als het TrackPoint Quick Menu niet verschijnt nadat u deze startmethode hebt gebruikt, is het TrackPoint-aanwijsknopje mogelijk verplaatst doordat er te veel kracht op is uitgeoefend. Wacht 15 tot 30 seconden en probeer het opnieuw.U kunt de instellingen als volgt wijzigen:Stap 1. Klik op de flyout en op GEAVANCEERDE INSTELLINGEN.Stap 2. Selecteer Enkele tik onder Snelmenu starten.Het TrackPoint Quick Menu is standaard ingeschakeld. Druk op Fn+G om de tikbeweging uit of in te schakelen.
Als deze beweging is uitgeschakeld, kunt u het menu niet openen door te tikken op het TrackPoint-aanwijsknopje. Het TrackPoint Quick Menu gebruikenKlik op de bewerkknop om de functies in het previewscherm opnieuw te rangschikken, of sleep de functies van rechts op het scherm naar het voorbeeldscherm om uw snelle menu aan te passen.• CameraU kunt de helderheid en het contrast van de camera aanpassen en de standaardinstellingen herstellen door te tikken op de resetknop .• MicrofoonU kunt het geluid van de computer dempen en het geluidseffect van de microfoon aanpassen door de volgende werkstanden te selecteren: – Center-werkstand: hiermee neemt u vooral de stem van de spreker op.– Spatial-werkstand: met deze ruimtelijke stand neemt u zowel de stem als de achtergrondgeluiden op.Hoofdstuk 3. Uw computer verkennen 25
Opmerking: Als de interne microfoon niet wordt ondersteund door Dolby of het Dolby-stuurprogramma is uitgeschakeld, wordt er een lijst met invoerapparaten weergegeven. De lijst bestaat uit opties en één volumebalk om uw microfoon te testen. • Spraak typenU kunt spraak converteren naar tekst in het tekstvak. Klik op SPRAAK TYPEN STARTEN om het tekstvak aan te roepen. • BatterijU kunt de levensduur en status van de batterij verbeteren door de oplaaddrempel onder 100% in te stellen. Om de drempelwaarde in te stellen, schakelt u de functie in en klikt u op DREMPELWAARDE AANPASSEN. In de Vantage app kunt u vervolgens de drempelwaarde voor opladen instellen. • Audio afspelenU kunt het uitvoerapparaat naar uw voorkeur selecteren en het volume van het geselecteerde kanaal instellen of dempen.
• GeluidsonderdrukkingU kunt uw eigen achtergrondgeluid en het geluid van de andere deelnemers aan de vergadering dempen. – Uit: geluidsonderdrukking uitschakelen. – Laag: voor het verminderen van achtergrondgeluid. – Hoog: voor het dempen van alle achtergrondgeluiden, behalve spraak. Opmerking: De functie werkt niet als Dolby Voice is uitgeschakeld. Klik op de koppeling in GELUIDSONDERDRUKKING om deze functie in te schakelen. • Snel reinigenSchakel het toetsenbord, het scherm, de trackpad en het TrackPoint-aanwijsapparaat tijdelijk uit als u de computer wilt reinigen. Opmerking: De functies kunnen verschillen vanwege periodieke updates. Voor meer informatie over de versie die op uw computer is geïnstalleerd, klikt u op de fly-out in de rechterbovenhoek van de pagina en vervolgens op MEER INFORMATIE.
Gebalanceerd• U bent van plan om gedurende een bepaalde tijd regelmatig tussen verschillende computertaken te schakelen. • U zoekt een balans tussen enerzijds de prestaties van het apparaat en anderzijds de temperatuur en het ventilatorgeluid. Beste prestaties• U wilt dat de computer de beste prestaties levert. • Een harder geluid van de ventilator en een hogere temperatuur zijn voor u acceptabel. 26 ThinkPad E14 Gen 6 en ThinkPad E16 Gen 2 Gebruikershandleiding.
Schakelen tussen standenU kunt als volgt tussen de gewenste standen schakelen:Stap 1. Klik met de rechtermuisknop op het batterijpictogram in het gedeelte met snelle instellingen rechts op de taakbalk. Stap 2. Klik op Instellingen voor stroom en slaapstand. Stap 3. Ga naar het gedeelte Energiestand en selecteer de gewenste stand. Energie beherenGebruik de informatie in dit gedeelte om de beste balans te vinden tussen prestaties en efficiënt stroomverbruik. De status van de batterij controlerenControleer de batterijstatus om de computer correct te kunnen gebruiken. Ga naar Instellingen ➙ Systeem om de status van de batterij te controleren. Raadpleeg de Vantage-app voor meer informatie over de batterij.
De computer opladen met netstroomVoedingsbron van de netvoedingsadapter: • Vermogen: 65 W • Sinus-invoer bij 50 tot 60 Hz• Ingangsspanning van de netvoedingsadapter: 100 tot 240 VAC, 50 tot 60 Hz• Uitgangsspanning van de netvoedingsadapter: 20 VDC, 3,25 AWanneer u merkt dat de batterij bijna leeg is, moet u de batterij opladen door uw computer aan te sluiten op de netvoeding met de meegeleverde voedingsadapter. De voedingsadapter van 65 W ondersteunt de functie voor snel opladen en de batterij wordt in ongeveer één uur 80% opgeladen wanneer de computer is uitgeschakeld. De werkelijke oplaadtijd is afhankelijk van de batterijgrootte, de fysieke omgeving en of u de computer al dan niet gebruikt. Het opladen van de batterij wordt ook beïnvloed door de temperatuur. Het aanbevolen temperatuurbereik voor het opladen van de batterij ligt tussen 10 °C en 35 °C.
Opmerking: Bij bepaalde modellen is mogelijk geen netvoedingsadapter of netsnoer inbegrepen. Om het product op te laden gebruikt u alleen de gecertificeerde adapters en netsnoeren die door Lenovo worden verstrekt en die voldoen aan de vereisten van relevante nationale normen. U wordt aangeraden goedgekeurde Lenovo-adapters te gebruiken. Raadpleeg hiervoor https://www. lenovo. com/us/en/compliance/ eu-doc.
De werkingsduur van de batterij verlengenVolg de instructies door een maximale werkingsduur van de batterij. • Gebruik de batterij totdat de lading volledig is verbruikt en laad de batterij volledig opnieuw op voordat u deze weer in gebruik neemt. Als de batterij helemaal is opgeladen, moet u de lading laten teruglopen tot 94% of lager voordat u deze opnieuw oplaadt. • Zorg dat de batterij niet helemaal wordt opgeladen als deze niet zwaar wordt gebruikt. Voor meer informatie raadpleegt u het tabblad Batterij-instellingen in het gedeelte Energie in de Vantage-app. • De levensduur van de batterij kan worden geoptimaliseerd op basis van uw gebruik. Na langere perioden van beperkt gebruik is het mogelijk dat de volledige capaciteit van de batterij pas beschikbaar is nadat u deze hebt ontladen tot 20% en helemaal opnieuw hebt opgeladen.
Voor meer informatie raadpleegt u het tabblad Batterij-instellingen in het gedeelte Energie in de Vantage-app. Uw computer opladen met de P-to-P 2. 0-oplaadfunctieBeide USB-C-aansluitingen (Thunderbolt 4) op de computer zijn voorzien van de exclusieve P-to-P 2. 0- oplaadfunctie (Peer to Peer 2. 0) van Lenovo. Opmerking: De daadwerkelijke oplaadsnelheid van uw computer is afhankelijk van vele factoren, zoals het resterende batterijvermogen van beide computers, het vermogen van de voedingsadapter en of de computers worden gebruikt. Als u deze functie wilt gebruiken, moeten Always On USB en Charge in Battery Mode op uw computers zijn ingeschakeld in UEFI BIOS, zodat de functie ook werkt wanneer de computers uit of in de sluimerstand staan. Always On USB en Charge in Battery Mode inschakelen:Stap 1. Start de computer opnieuw op.
Wanneer het logoscherm wordt weergegeven, drukt u op de toets F1 om het UEFI BIOS-menu te openen. Stap 2. Klik op Config ➙ USB en schakel vervolgens Always On USB en Charge in Battery Mode in. De energie-instellingen wijzigenVolg de instructies om de gewenste energie-instellingen te wijzigen.
Voor computers die compatibel zijn met ENERGY STAR® wordt het volgende energiebeheerschema standaard van kracht wanneer de computer de netvoeding gebruikt en gedurende een bepaalde tijd niet actief is geweest: • Beeldscherm uitschakelen: na 5 minuten• Computer naar slaapstand: – Intel-modellen: na 5 minuten– AMD-modellen: na 5 minutenGa als volgt te werk om het energieschema, de functie van de aan/uit-knop en andere instellingen te wijzigen:Stap 1. Ga naar het Configuratiescherm en selecteer de weergave Grote pictogrammen of Kleine pictogrammen. Stap 2. Klik op Energiebeheer. Stap 3. Breng de gewenste wijzigingen aan in de instellingen. Gegevens overbrengenDeel snel uw bestanden via de ingebouwde Bluetooth- of NFC-technologie met apparaten die over dezelfde functies beschikken. U kunt ook een microSD-kaart of een smartcard plaatsen om gegevens over te brengen.
Verbinding maken met een Bluetooth-apparaatU kunt op uw computer verbinding maken met alle typen Bluetooth-apparaten, zoals een toetsenbord, een muis, een smartphone of luidsprekers. Voor een geslaagde verbinding plaatst u de apparaten maximaal 10 meter (33 voet) van de computer. Conventionele koppelingIn dit onderwerp wordt uitgelegd hoe u verbinding maakt met een Bluetooth-apparaat via een conventionele koppeling. Stap 1. Typ Bluetooth in het Windows-zoekvak en druk op Enter. Stap 2. Schakel Bluetooth in op uw computer en op het Bluetooth-apparaat. Zorg ervoor dat het apparaat kan worden gedetecteerd. Stap 3. Selecteer het apparaat dat wordt weergegeven in de lijst Apparaat toevoegen en volg de aanwijzingen op het scherm. Snelle koppelingIn dit onderwerp wordt uitgelegd hoe u verbinding maakt met een Bluetooth-apparaat via een snelle koppeling.
Als uw Bluetooth-apparaat een snelle koppeling ondersteunt, gaat u als volgt te werk:Stap 1. Schakel de melding over een snelle koppeling in op de pagina met Bluetooth-instellingen. Stap 2. Schakel Bluetooth in op uw computer en op het Bluetooth-apparaat.
Wat u moet doen als de Bluetooth-verbinding misluktVolg de instructies om opnieuw verbinding te maken met een Bluetooth-apparaat.Stap 1. Typ Apparaatbeheer in het Windows-zoekvak en druk op Enter.Stap 2. Zoek de Bluetooth-adapter. Klik met de rechtermuisknop en selecteer Stuurprogramma bijwerken.Stap 3. Selecteer Automatisch zoeken naar stuurprogramma's en volg de aanwijzingen op het scherm.30ThinkPad E14 Gen 6 en ThinkPad E16 Gen 2 Gebruikershandleiding
Hoofdstuk 4. De computer en computergegevens beveiligenDe computer vergrendelenOpmerking: De sleuf is geschikt voor kabelsloten die voldoen aan de normen voor Kensington NanoSaver®- sloten met Cleat™-vergrendeltechnologie. U bent zelf verantwoordelijk voor de keuze en toepassing van het specifieke slot en andere beveiligingsvoorzieningen. Lenovo is niet verantwoordelijk voor het slot en de beveiligingsfuncties van uw apparaat. U kunt de kabelsloten aanschaffen op https://smartfind.lenovo.com.Aanmelden met vingerafdrukherkenning (voor bepaalde modellen)De vingerafdruklezer is geïntegreerd met de aan/uit-knop. Met uw vingerafdruk kunt u de computer inschakelen en zich aanmelden. Het is niet nodig om complexe wachtwoorden in te voeren, hierdoor bespaart u tijd en verhoogt u uw productiviteit.Ga als volgt te werk om uw vingerafdrukken te registreren:Stap 1.
Typ Aanmeldopties in het Windows-zoekvak en druk op Enter.Stap 2. Selecteer Vingerafdrukherkenning (Windows Hello) en volg de instructies op het scherm om uw vingerafdruk te registreren. Opmerking: Het is raadzaam uw vinger tijdens de inschrijving in het midden van de toets met de vingerafdruklezer te plaatsen en meer dan één vingerafdruk te registreren in het geval van eventueel letsel aan uw vingers. Na de registratie worden de vingerafdrukken automatisch gekoppeld aan het Windows-wachtwoord.Stap 3. Meld u aan met uw vingerafdruk. Als het lampje van de vingerafdruklezer ononderbroken groen is, tikt u met uw vinger op de vingerafdruklezer voor verificatie. • ThinkPad E14 Gen 6• ThinkPad E16 Gen 2© Copyright Lenovo 2024 31
Opmerking: U kunt uw vingerafdrukken koppelen aan het systeemwachtwoord en het NVMe- wachtwoord. Zie 'Uw vingerafdrukken aan wachtwoorden koppelen (voor bepaalde modellen)' op pagina 35. Onderhoudstips: • Maak geen krassen op het oppervlak van de lezer met een hard of scherp voorwerp. • Gebruik de lezer niet of raak deze niet aan met een natte, vuile, gerimpelde of gewonde vinger. Aanmelden met gezichtsherkenning (voor bepaalde modellen)Met gezichtsherkenning kunt u zich aanmelden bij de computer. Dit is een nauwkeurige en veilige vorm van authenticatie. Voor modellen die zijn uitgerust met een privacyschuif voor webcam schuift u deze voor de cameralens weg voordat u de Windows Hello-gezichtsherkenning gebruikt. Stel gezichtsherkenning in en ontgrendel uw computer door uw gezicht te scannen:Stap 1. Typ Aanmeldopties in het Windows-zoekvak en druk op Enter. Stap 2.
Selecteer Gezichtsherkenning (Windows Hello) en volg de instructies op het scherm om uw gezichts-ID te registreren. Gegevens beschermen tegen stroomuitvalHet NVMe M. 2 SSD-station (Non-Volatile Memory express) is uitgerust met de unieke functie PLP (Power Loss Protection) van Lenovo om gegevensverlies of schade te voorkomen. Als uw computer niet meer reageert en u mogelijk de computer moet afsluiten, houdt u de aan/uit-knop een aantal seconden ingedrukt. In dat geval zorgt de PLP-functie ervoor dat gegevens van uw computer tijdig worden opgeslagen. Er is echter geen garantie dat alle gegevens in elke situatie worden opgeslagen. Het type van uw M. 2 SSD-station controleren:Stap 1. Start de computer opnieuw op. Wanneer het logoscherm wordt weergegeven, drukt u op F10 om het Lenovo-diagnosescherm weer te geven. Stap 2.
WachtwoordtypenU kunt een systeemwachtwoord, supervisorwachtwoord, systeembeheerwachtwoord of NVMe-wachtwoord instellen in het UEFI BIOS om toegang door onbevoegden tot uw computer te voorkomen. U wordt echter niet om een UEFI BIOS-wachtwoord gevraagd wanneer de computer uit de slaapstand wordt gehaald. SysteemwachtwoordAls u een systeemwachtwoord hebt ingesteld, wordt er op het scherm een venster geopend als u de computer aanzet. Voer het juiste wachtwoord om de computer te kunnen gebruiken. SupervisorwachtwoordMet het supervisorwachtwoord worden de systeemgegevens beveiligd die in het UEFI BIOS zijn opgeslagen. Als u het UEFI BIOS-menu opent, voert u het juiste supervisorwachtwoord in het venster in. U kunt ook op Enter drukken om de wachtwoordvraag over te slaan. U kunt de meeste systeemconfiguratieopties in het UEFI BIOS dan echter niet wijzigen.
Als u zowel het supervisorwachtwoord als het systeemwachtwachtwoord hebt ingesteld, kunt u het supervisorwachtwoord gebruiken om toegang tot uw computer te krijgen wanneer u de computer inschakelt. Het supervisorwachtwoord gaat namelijk vóór het systeemwachtwoord. NVMe-wachtwoordenMet een NVMe-wachtwoord voorkomt u dat onbevoegden toegang hebben tot de gegevens op het opslagstation. Als er een NVMe-wachtwoord is ingesteld, wordt telkens als u toegang tot het opslagstation wilt, om een geldig wachtwoord gevraagd. • Eén wachtwoordWanneer één NVMe-wachtwoord is ingesteld, moet de gebruiker het NVMe-gebruikerswachtwoord invoeren om toegang te krijgen tot bestanden en applicaties op het opslagstation. • Twee wachtwoorden (gebruiker + beheerder)Het NVMe-beheerderswachtwoord wordt ingesteld en gebruikt door een systeembeheerder.
Hiermee heeft de beheerder toegang tot alle opslagstations in een systeem of tot alle computers in hetzelfde netwerk. De beheerder kan ook een NVMe-gebruikerswachtwoord toewijzen voor elke computer in het netwerk.
De gebruiker van de computer kan dit NVMe-gebruikerswachtwoord zelf wijzigen, maar alleen de beheerder kan het NVMe-gebruikerswachtwoord verwijderen. Wanneer u wordt gevraagd om een NVMe-wachtwoord in te voeren, drukt u op F1 om te schakelen tussen het NVMe-beheerderswachtwoord en het NVMe-gebruikerswachtwoord. Opmerkingen: Het NVMe-wachtwoord is niet beschikbaar in de volgende situaties: • Er zijn een opslagstation conform TCG (Trusted Computing Group) Opal en een TCG Opal- beheersoftwareprogramma geïnstalleerd op de computer en de TCG Opal-beheersoftware is geactiveerd. • Er is een eDrive-opslagstation vooraf geïnstalleerd op de computer met het Windows-besturingssysteem.
SysteembeheerwachtwoordMet het systeembeheerwachtwoord kunt u ook de systeeminformatie in het UEFI BIOS beveiligen, net als met een supervisorwachtwoord, maar het eerstgenoemde wachtwoord heeft standaard een lagere autoriteit. U kunt het systeembeheerwachtwoord instellen via het UEFI BIOS-menu of via Windows Management Instrumentation (WMI) met de Lenovo clientbeheerinterface. Hoofdstuk 4. De computer en computergegevens beveiligen 33.
U kunt het systeembeheerwachtwoord zo instellen dat dit dezelfde autoriteit heeft als het supervisorwachtwoord om beveiligingsfuncties te beheren. De autoriteit van het systeembeheerwachtwoord aanpassen via het UEFI BIOS-menu:Stap 1. Start de computer opnieuw op. Wanneer het logoscherm wordt weergegeven, drukt u op de toets F1 om het UEFI BIOS-menu te openen. Stap 2. Selecteer Security ➙ Password ➙ System Management Password Access Control. Stap 3. Volg de aanwijzingen op het scherm. Als u het supervisorwachtwoord én het systeembeheerwachtwoord hebt ingesteld, heeft het supervisorwachtwoord een hogere autoriteit dan het systeembeheerwachtwoord. Als u het systeembeheerwachtwoord én het systeemwachtwoord hebt ingesteld, heeft het systeembeheerwachtwoord een hogere autoriteit dan het systeemwachtwoord.
Een wachtwoord instellen, wijzigen of wissenVolg de instructies om een wachtwoord in te stellen, te wijzigen of te verwijderen. Druk deze aanwijzingen af voordat u begint. Stap 1. Start de computer opnieuw op. Wanneer het logoscherm wordt weergegeven, drukt u op de toets F1 om het UEFI BIOS-menu te openen. Stap 2. Selecteer Security ➙ Password met de pijltoetsen. Stap 3. Selecteer het type wachtwoord. Volg nu de instructies op het scherm om een wachtwoord in te stellen, te wijzigen of te verwijderen. Noteer alle wachtwoorden en bewaar ze op een veilige plaats. Als u een van uw wachtwoorden vergeet, vallen eventuele vereiste herstelbewerkingen niet onder de garantie. Wat u moet doen als u het systeemwachtwoord vergeetVolg de instructies om het systeemwachtwoord te verwijderen als u uw systeemwachtwoord bent vergeten.
Als u een supervisorwachtwoord of een systeembeheerwachtwoord hebt ingesteld en het nog weet:Stap 1. Start de computer opnieuw op. Druk zodra het logoscherm verschijnt onmiddellijk op F1. Stap 2. Typ het supervisorwachtwoord of systeembeheerderswachtwoord om het UEFI BIOS-menu te openen. Stap 3.
Selecteer Security ➙ Password ➙ Power-On Password met behulp van de pijltoetsen. Stap 4. Typ het huidige supervisorwachtwoord of systeembeheerderwachtwoord in het veld Enter Current Password. Vervolgens laat u het veld Enter New Password leeg en drukt u tweemaal op Enter. Stap 5. Tik in het venster Changes have been saved op Enter. Stap 6. Druk op F10 om de wijzigingen op te slaan en het UEFI BIOS-menu af te sluiten. Als u geen supervisorwachtwoord of systeembeheerderwachtwoord hebt ingesteld, neemt u contact op met een door Lenovo geautoriseerde serviceprovider om het systeemwachtwoord te laten verwijderen. Wat u moet doen als u het systeembeheerwachtwoord vergeetVolg de instructies om het systeembeheerderwachtwoord te verwijderen als u dit wachtwoord bent vergeten.
Stap 1. Start de computer opnieuw op. Druk zodra het logoscherm verschijnt onmiddellijk op F1. Stap 2. Typ het supervisorwachtwoord om het UEFI BIOS-menu te openen. Stap 3. Selecteer Security ➙ Password ➙ System Management Password met behulp van de pijltoetsen. Stap 4. Typ het huidige supervisorwachtwoord in het veld Enter Current Password. Vervolgens laat u het veld Enter New Password leeg en drukt u tweemaal op Enter. Stap 5. Tik in het venster Changes have been saved op Enter. Stap 6. Druk op F10 om de wijzigingen op te slaan en het UEFI BIOS-menu af te sluiten. Als u geen supervisorwachtwoord hebt ingesteld, neemt u contact op met een door Lenovo geautoriseerde serviceprovider om het systeembeheerderwachtwoord te laten verwijderen. Wat u moet doen als u het NVMe-wachtwoord vergeetVolg de instructies om het NVMe-wachtwoord te verwijderen als u het NVMe-wachtwoord bent vergeten.
Als u uw NVMe-wachtwoord (één wachtwoord) of het NVMe-gebruikers- en beheerderswachtwoord (twee wachtwoorden) vergeet, kan Lenovo uw wachtwoorden niet opnieuw instellen of gegevens van het opslagstation herstellen. Neem contact op met een door Lenovo geautoriseerde serviceprovider om het opslagstation te laten vervangen. Er worden kosten voor de onderdelen en service in rekening gebracht. Als het opslagstation een CRU (Customer Replaceable Unit) is, kunt u ook contact opnemen met Lenovo om een nieuw opslagstation aan te schaffen om zelf het oude exemplaar te vervangen. Zie 'CRU-lijst' op pagina 43om te controleren of het opslagstation een CRU is en wat de relevante vervangingsprocedure is. Wat u moet doen als u het supervisorwachtwoord vergeetVolg de instructies om het supervisorwachtwoord te verwijderen als u dit wachtwoord bent vergeten.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Lenovo ThinkPad E16 Gen 2 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Laptop Lenovo
Handleiding Laptop
Nieuwste handleidingen voor Laptop