Kuppersbusch EMWG 1050 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Kuppersbusch EMWG 1050 (29 pagina’s), behorend tot de categorie Magnetron. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 15 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Kuppersbusch EMWG 1050 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/29
Magnetron
EMWK 1050
EMWG 1050

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Kuppersbusch
Categorie: Magnetron
Model: EMWG 1050

Handleiding Kuppersbusch EMWG 1050 – volledige tekst

4 ServicehandboekUitsluitend voor intern gebruik 1. VeiligheidDit onderhoudshandboek geeft de technici van de klantendienst die reeds beschikken over de vereistetechnische kennis van reparaties van magnetronovens specifieke informatie over de werkwijze van deEMWK / EMWG 1050. Gevaar. Reparaties mogen uitsluitend door een elektrotechnicus worden uitgevoerd. Door ondeskundige reparaties kunnen gevaren en schade voor de gebruiker ontstaan. Om elektrische schokken te vermijden moet u de volgende instructies in elk geval naleven: • Behuizing en frame kunnen in geval van een fout onder spanning staan. • Door het aanraken van onder spanning staande componenten in het apparaat zelf kan een stroomontstaan die leidt tot een elektrische schok. • Voor de reparatie het apparaat van het net loskoppelen. • Bij beproevingen onder spanning moet altijd met een aardlekschakelaar worden gewerkt.

• De aardleidingsweerstand mag de in de norm vastgelegde waarden niet overschrijden. Die is vandoorslaggevend belang voor de veiligheid van personen en apparaten. • Na afloop van de reparatie moet een beproeving conform VDE 0701 of de overeenkomstige natio-nale voorschriften worden uitgevoerd. • Na afloop van de reparatie moet een werkings- en dichtheidstest worden uitgevoerd. • Na afloop van de reparatie moet een lekmeting worden uitgevoerd. Let op. De volgende aanwijzingen moeten strikt worden nageleefd om een beschadiging van hetapparaat of van de componenten te voorkomen: • Voor alle reparaties moeten de apparaten van het elektriciteitsnet worden gescheiden. Indienbeproevingen onder spanning noodzakelijk zijn, moet altijd met een aardlekschakelaar wordengewerkt. • Geen metingen in het hoogspanningcircuit uitvoeren als het apparaat in werking is. Levensgevaar.

Servicehandboek 5Uitsluitend voor intern gebruik 1. 1 Waarschuwingen over de magnetronoven • De magnetronoven ontwikkelt een zeer hoge spanning die zware verwondingen of de doodkan veroorzaken. Altijd de veiligheidsbepalingen naleven die in dit reparatiehandboek aange-geven zijn. • De magnetronoven voor het uit- of inbouwen van componenten altijd van het elektriciteitsnet schei-den. Probeer nooit spanningen aan de inverter, magnetron of hoogspanningsleiding te meten. Dezegeïntegreerde schakeling voor hoge spanningen wekt spanningen van meer dan 4000 volt op. • De magnetronoven voor spanningsmetingen in het interieur van de oven altijd op een reststroom-contactverbreker aansluiten. • Controleer of de vermogensbehoefte van de oven de vermogensbemeting van de netvoeding nietoverschrijdt.

• Voor het uit- of inbouwen van componenten de stekker uit het stopcontact trekken en de hoogspan-ningscondensatoren van de inverterschakeling ontladen. • De magnetronoven niet op een tweedraads verlengkabel aansluiten. De magnetronoven moetgeaard zijn. Een foutopsporing bij een magnetronoven zonder aardaansluiting is uiterst gevaarlijk. • Na afloop van de reparatie een werkingstest uitvoeren. • Na afloop van de reparatie een microgolf-lekstroomtest uitvoeren. 1. 2 Elektrische aansluiting • Het apparaat alleen op contactdozen met een zekering van ten minste 16 A aansluiten. Controleer bovendien of de hoofdzekering van uw woning minstens 16 A bedraagt, zodat ze tijdens het werkenmet de magnetron niet ineens uitspringt. • Controleer voor het werken of de netspanning met die op het typeplaatje van het apparaat overeen-komt en of de contactdoos correct geaard is.

• Het aluminium koellichaam op de inverterschakeling wordt erg heet. Laat het koellichaam afkoelenvoor u de inverterschakeling uitbouwt. • Trek de stekker uit het stopcontact en ontlaad de hoogspanningscondensatoren van de inverterscha-keling voor u de inverterschakeling uitbouwt. • De inverterschakeling moet geaard zijn. Trek de aardingsklemmen en de aardingscontactleider aande behuizing van de magnetronoven vast na het vervangen van de inverterschakeling. Een inverter-schakeling zonder aardverbinding kan gevaarlijk zijn.

Servicehandboek 7Uitsluitend voor intern gebruik 2.3 Ventilatiesysteem en luchtcirculatieLuchtcirculatieDe overtollige warme lucht in in de achterwand. de binnenruimte stroomt door de gatenEen tweede luchtstroom stroomt door het luchtkanaal onder de bevestigingsbeugel. Beide luchtstromen stromen door de uitstroomopeningen links en rechts in het frontpaneel van debinnenruimte.VentilatiesysteemVerse lucht stroomt langs onder en achter in de behuizing. De dwarsstroomventilator garandeert, dat deelektrische componenten op de bevestigingsbeugel gekoeld worden. Warme lucht wordt door het lucht-kanaal naar buiten afgevoerd. Een luchtklep stuurt de luchttoevoer tijdens de werking als volgt: • MG en MG+GRILL: Luchtklep boven, gedeeltelijk luchttoevoer door de openingen in de binnenruimte en ook tussen deuren bedieningspaneel.

• Combiwerking: Luchtklep onder voor het insluiten van de lucht in de binnenruimte. De lucht circuleert tussen deur enbedieningspaneel. 2.4 Vermogensstanden en hun toepassingenOm een maximale flexibiliteit tijdens het bereidingsproces te garanderen, is de magnetron met verschil-lende vermogensstanden uitgerust: 1000 W Zeer snel opwarmen van vloeistoffen en (verse of diepgevroren) levensmiddelen en berei-den van groenten 800 W Voor de bereiding van vis en gevogelte in het algemeen 600 W Voor het smelten van chocolade en couverture en voor het bereiden van vlees in het alge-meen (gebraad, saté enz.) 400 W Voor zeer langzame bereidingen, bijvoorbeeld gesmoord gebraad, en voor het verwarmenvan zoet gebak 200 W Voor het bakken van een aantal gebaksoorten en voor gevoelige gerechten (gebakken vis,rosbief enz.)Om te ontdooien

8 ServicehandboekUitsluitend voor intern gebruik 2.5 De klok instellen Nadat de oven op het stroomnet is aangesloten of als er een stroomonderbreking is geweest, begint deklok te knipperen, wat betekent dat de klok niet meer juist staat. Ga om de klok in te stellen als volgt tewerk: 1. Druk op de toets Klok. De nummers van de urenbeginnen te knipperen. 2. Voer de uren in door op de “-” en “+” toetsen tedrukken. 3. Druk weer op de toets Klok om de minuten in testellen. De nummers van de minuten beginnen te knipperen. 4. Voer de minuten in door op de “-” en “+” toetsen te drukken. 5. Druk ten slotte nogmaals op Klok. Klok tonen/verbergen Als de klok u stoort kunt u hem verbergen door de toets Klok 3 seconden ingedrukt te houden. De dub-belepunt tussen de knipperen als de klok uren en minuten blijft verborgen is.

Als u de klok weer wil tonen,dient u nogmaals de toets Klok 3 seconden ingedrukt te houden. 2.6 VeiligheidsblokkeringHet functioneren van de oven kan geblokkeerd worden (bijvoorbeeld om te voorkomen dat kinderen hemzouden gebruiken). 1. Houd om de oven te blokkeren de toets Stop 3 seconden ingedrukt. U hoort dan een geluids-signaal en er verschijnt “SAFE” op het display. Deoven is geblokkeerd waardoor er geen enkele ope-ratie kan worden uitgevoerd. 2. Om de oven te deblokkeren dient u nogmaals de toets Stop 3 seconden ingedrukt te houden. Uhoort dan een geluidssignaal en op het display wordt het uur weer weergegeven. 2.7 Draaiplateau stoppen 1. Om het draaiplateau te stoppen, dient men gelijktij-dig de toetsen “+” en Stop in te drukken. 2. Om het plateau weer te laten draaien, dient menopnieuw gelijktijdig de toetsen “+” en Stop in tedrukken.

Servicehandboek 9Uitsluitend voor intern gebruik 2.8 Welk servies mag in uw apparaat worden gebruikt?Bij de werkwijze alleen magnetron en bij de gecombineerde functies met magnetron kunnen alle scho-tels van glas (nog beter Pyrex), keramiek, porselein of terracotta worden gebruikt, voor zover ze geenversieringen en metalen onderdelen hebben (sier- of goudranden, handvatten, voetjes). Er kunnen ookhittebestendige plastic schotels (200 °C) worden gebruikt.Voor het werken met microgolven zijn schotels uit metaal, hout, stro en kristal niet geschikt.We willen er hier nog eens op wijzen dat de microgolven de levensmiddelen en niet het servies verwar-men; daarom kunnen de gerechten ook meteen in het tafelservies worden gekookt, waardoor hetgebruik en ook het afwassen van pannen overbodig is.

Het is echter mogelijk dat de zeer hete levens-middelen de warmte op het bord overdragen en het gebruik van pannenlappen nodig is.Hun vorm en grootte moet echter in elk geval het correcte draaien van het draaiplateau mogelijk maken.Om vast te stellen of een schotel microgolfbestendig is, kunt u de volgende kleine test uitvoeren:Plaats de lege schotel 30 seconden lang op maximaal vermogen in de oven (functie “alleen magnetron”).Als de schotel helemaal niet of slechts lichtjes wordt verwarmd, is ze geschikt voor het koken met demagnetron. Als ze daarentegen heet wordt (of als er vonken ontstaan), is ze niet geschikt. Werkwijze Alleen magnetron Gecombineerd werkenAlleen hete lucht / grill Glas JA NEEN NEEN Pyrex JA JA JA Vitrokeramiek JA JA JA Terracottaservies JA JA JA Aluminiumfolie NEEN NEEN JA Plastic JA NEEN NEEN Papier of karton JA NEEN NEEN Metalen servies NEEN NEEN JA

10 ServicehandboekUitsluitend voor intern gebruik 3. Montage 3. 1 Verpakking en het oude apparaat verwijderenDe transportverpakking is volledig recycleerbaar. De recyclage van het verpakkingsmateriaal bespaartgrondstoffen en vermindert de afvalberg. Oude apparaten bevatten nog bruikbare materialen. Breng uwoude apparaat naar een recyclagecentrum. Oude apparaten moeten eerst onbruikbaar worden gemaaktvoor ze worden weggebracht. Zo wordt misbruik voorkomen. 3. 2 Vóór de installatie • Controleer of de stroomspanning op het typeplaatje overeenkomt met de stroomspanning van uwinstallatie. • Open de deur en verwijder alle accessoires en verpakkingsmateriaal. • Verwijder het mica plaatje in de bovenwand van de binnenruimte niet. Dit plaatje voorkomt dat vet envoedsel de microgolfgenerator zouden beschadigen. • Opgelet. De voorkant van de oven kan bedekt zijn met een beschermende folie.

Verwijder deze folievoorzichtig voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt en begin daarbij bij de onderkant. • Controleer of de oven niet beschadigd is. Controleer of de deur van de oven goed sluit en of debinnenkant van de deur en de voorkant van de binnenruimte niet beschadigd zijn. • Plaats de oven op een vlak en stabiel oppervlak. Plaats de oven niet in de buurt van warmte-elemen-ten, radio’s en televisietoestellen. Controleer tijdens de installatie of het snoer niet in contact komtmet vochtigheid, scherpe voorwerpen of de achterkant van de oven, aangezien de hoge temperatu-ren het snoer kunnen beschadigen. Opgelet. Na de installatie van de oven moet de stekker bereikbaar blijven. 3. 3 Installatie 1. Neem het apparaat uit de verpakking. 2. Til het apparaat niet op aan de deur-knop, omdat het binnenraam van dedeur daardoor beschadigd kan worden. 3.

Verwijder het plakband van de deur enplaats het apparaat voorzichtig in denis. 4. Schroef het apparaat binnen aan hetraam vast. Het apparaat heeft voldoende luchttoevoernodig.

12 ServicehandboekUitsluitend voor intern gebruik 3.4 Na de installatie • In geval van permanente aansluiting dient de oven te worden aangesloten op een circuit met eenonderbreker voor alle polen, met minimum 3 mm tussen de contacten. • Het apparaat alleen op contactdozen met een zekering van ten minste 16 A aansluiten. Controleerbovendien of de hoofdzekering van uw woning minstens 16 A bedraagt, zodat ze tijdens het werkenmet de magnetron niet ineens uitspringt.OPGELET: DE OVEN MOET GEAARD ZIJN! • De fabrikant en handelaars stellen zich niet verantwoordelijk voor persoonlijke letsels, letsels bij die-ren of materiële schade indien de installatieinstructies niet werden opgevolgd. • De oven werkt alleen als de deur goed gesloten is. Reinig voor de eerste ingebruikname de binnen-kant van de oven en de accessoires volgens de aanwijzingen onder “Reiniging en onderhoud van deoven”.

• Plaats het verbindingsstuk (1) in het midden van de oven met de ring(2) en het draaiplateau (3) erbovenop zo dat ze in elkaar passen. Tel-kens u de magnetronoven gebruikt, dient u ervoor te zorgen datzowel het draaiplateau als de respectieve accessoires correctbinnenin de oven zijn geplaatst. Het draaiplateau kan in beide richtin-gen draaien.

Servicehandboek 13Uitsluitend voor intern gebruik 4. Functietests 4. 1 Veiligheidsinstructies voor microgolfenergieServicetechnici mogen in geen geval worden blootgesteld aan de microgolfstraling diedoor de magnetron of andere microgolfverwekkende onderdelen kan worden uitge-straald als het apparaat niet correct is aangesloten of niet op de juiste manier wordt be-diend. Alle ingangs- en uitgangsaansluitingen, golfgeleiders, flenzen en pakkingen moeten cor-rect bevestigd en afgedicht worden. Het apparaat in geen geval in gebruik nemen zonder dat er zich in de ovenruimte voor-werpen bevinden die de microgolven absorberen. Nooit in de open golfgeleider of in de antenne kijken als de magnetron onder spanningstaat. Het apparaat mag nooit zonder behuizing of met open deur worden gebruikt.

Als de zekering doorbrandt, moet altijd eerst de werkzaamheid van het systeem wordengeblokkeerd (alle microschakelaars) vooraleer het apparaat weer wordt ingeschakeld. Als er een microschakelaar defect is, moeten altijd alle microschakelaars worden ver-vangen. Bij alle apparaten moeten voor de activering van de magnetron resp. reparatie de volgende pun-ten worden gecontroleerd: • Deur sluit niet goed af aan de lijst, door verwringing of door beschadigde scharnieren. • Beschadigde deur of deurpakking • Duidelijk beschadigd apparaatAlle defecten of verkeerd ingestelde componenten i. v. m. arretering, besturing, deurvergrendeling,microgolfgeneratoren en microgolfoverdracht moeten gerepareerd, vervangen of correct ingesteld wor-den. Servicetechnici moeten bij alle werkzaamheden aan of in de nabijheid van de magnetron eerst hunpolshorloge afnemen. • Opgepast.

De hoogspanningscondensator kan nog ca. 30 sec. na het uitschakelen van het apparaat nog ca. 30 sec. elektrisch geladen zijn. Het is aanbevolen de condensator telkens door beide polen m. b. v. een voldoende geïsoleerde kabel te ontladen.

Secundaire stroomkringen van de transformatorbeschikken over een hoge spanning en een hoge ampèrecapaciteit; daarom is het bijzonder gevaar-lijk in de buurt van dit onderdeel te werken als de stekker van het apparaat is ingestoken. Raak nooitkabels met de blote hand of met niet geïsoleerd gereedschap aan als het apparaat in werking is. • Meet niet de elektrische spanning van een sterkstroomkring of een magnetronfilament. • Controleer of de deur niet los is of ontbreekt. Als de schroeven niet volledig zijn vastgedraaid, kan ditertoe leiden dat microgolven ontsnappen. • Voor u het apparaat inschakelt, dient u te controleren of alle elektrische verbindingen gesloten zijn. • Controleer aan de hand van de correcte methode of er geen microgolven ontsnappen.

14 ServicehandboekUitsluitend voor intern gebruik 5. ReinigingVoor het begin van alle onderhouds- en schoonmaakwerkzaamheden altijd de stekker uittrekken enwachten tot het apparaat is afgekoeld. 5. 1 InterieurHet interieur van de oven is van roestvrij staal; daarom is het schoonmaken zeer eenvoudig. Houd ookhet frontpaneel vrij van olie en vetspatten. 5. 2 BuitenkantGebruik voor het schoonmaken van de buitenkant van het apparaat geen schuurmiddelen, metaalwol ofpuntige metalen voorwerpen. Let er ook op dat er geen water of vloeibaar reinigingsmiddel in de lucht-afvoer- en dampafvoerspleten aan de bovenkant van het apparaat terechtkomt. Er mogen ook geen alcohol of geen schuurmiddelen en ammoniakhoudende reinigingsmiddelen wordengebruikt om de binnen- of buitenkant van de deur schoon te maken.

Om het perfecte sluiten te garan-deren, dient u de binnenkant van de deur altijd schoon te houden en erop te letten dat vuil en etensrestenniet tussen de deur en de voorkant van het apparaat zijn ingeklemd. 5. 3 Bovenwand van de oven Als de bovenwand van de oven erg vuil is, kan het grillelement naar beneden worden geklapt om hetreinigen te vergemakkelijken. Ga als volgt te werk: 1. Draai de steunhaak van de grill 90° (1). 2. Klap het grillelement voorzichtig naar beneden (2). Forceer niets,want dat zou schade kunnen veroorzaken. 3. Het mica plaatje (3) in de bovenwand dient altijd goed schoonge-houden te worden. Opgehoopte etensresten op het plaatje kunnenschade of vonken veroorzaken. Gebruik geen bijtende reinigings-middelen of scherpe voorwerpen. Verwijder het mica plaatje nietom alle risico’s te vermijden. Waarschuwing.

Na het reinigen het grillelement weer juist positioneren en vasthaken. Hetcombimicrogolfapparaat mag niet met neergeklapt grillelement gebruikt wor-den. Gebruik de magnetron nooit zonder mica plaatje. 4. Breng na reiniging van de bovenwand de grill (2) weer in de juiste positie, door in omgekeerde volg-orde te werk te gaan. 5.

4 DraaiplateauAf en toe moeten ook het draaiplateau en de overeenkomstige houder voor reiniging uitgenomen en debodem van de magnetron gereinigd worden. Het draaiplateau en de houder in neutraal spoelwater reinigen (ze zijn ook vaatwasmachinebestendig). Het draaiplateau na langdurig verhitten niet in koud water dompelen; door het hoge temperatuurverschilzou het plateau breken.

16 ServicehandboekUitsluitend voor intern gebruik 6.1 Draaiplateaumotor 1. Verwijder de toebehoren. 2. Sluit de deur en leg het apparaat op de achterkant. 3. Verwijder de motorafdekking.Let vooral op de siliconenpakking en de isolatieplaat vande grill (enkel in combimodellen).Waarschuwing! De motor van het draaiplateaumoet een metalen schacht hebben! 6.2 Deur, binnenraam, scharnieren en sluitingsmechanismeOm de afzonderlijke elementen zonder beschadigingen opnieuw te kunnen gebruiken, hebben we in watvolgt de correcte methode beschreven om de deur en haar bestanddelen te demonteren. Het binnen-raam wordt zonder hulpmiddelen zoals schroeven of pennen alleen vastgedrukt.Demontage van de deur 1. Open de deur volledig. 2. Steek klinknagels in de scharniergaten. 3. Trek de deur naar boven uit de scharnieren.Demontage van het binnenraam 1. Licht het raam direct naast de scharnieren eruit.

Opdeze plaats is het raam wat dunner en kan het mak-kelijker worden uitgelicht. 2. Licht het raam eerst aan de buitenkant tussen debeide scharnieren direct naast het glas voorzichtigmet een schroevendraaier uit. 3. Herhaal deze procedure aan de linkerkant. 4. Maak aan weerszijden van het raam de binnensteclips los. 5. Verwijder ten slotte voorzichtig de siliconenpakking.

Servicehandboek 17Uitsluitend voor intern gebruikMontage van het binnenraam 1. Leg de omlopende pakking volledig op haar plaats. Begin in het midden van de onderkant van hetnieuwe raam. Begin- en eindpunt moeten tegen elkaar komen. Pas echter op dat de pakking nietonder spanning staat. 2. Zet het raam met de scharnieren in en justeer het met de deur. 3. Begin nu het raam aan de onderkant vast te druk-ken en controleer of de binnenste profielen aande deur (2 elementen) correct zitten. Let erop datde clips zich in de correcte bevestigingspositiebevinden. 4. Druk nu de linkerkant vast en controleer ook hierde positie van de profielen en de clips. 5. Herhaal deze stappen aan de beide overige zij-den. 6. Druk nu rondom op de binnenkanten en let op decorrecte positie van de clips. 7. Controleer rondom het buitenste raam.

Het moet volledig aansluiten en de glasplaat raken.Montage van de deur en het sluitingsmechanisme 1. Verwijder de klinknagels en haak de scharnieren in de houders. 2. Sluit de deur en controleer de overeenkomstige posities boven het bedieningsveld. 3. Justeer de deur en de scharnieren indien nodig opnieuw. 4. Controleer of de microschakelaars goed functi r gelijkmatig sluit.oneren en of de deu 6.3 Sluitingsmechanisme en deurjustering Sluitingsmechanisme Opdat het sluitingsmechanischme correct functioneert moet bij de reparatie op twee essentiële puntenworden gelet.Let op!Het demonteren van de deur is zeer eenvoudig, maar het binnenraam kan tijdensde demontage breken. Om niet de volledige deur te moeten vervangen, is het raamals reservedeel met het RD-nr. 528949 verkrijgbaar.

18 ServicehandboekUitsluitend voor intern gebruik 1. De positie van de kast voor het sluitingsmechanisme(rechts en links): deze kast moet stevig in de bevestigings-haken gefixeerd zijn en in één lijn met de voorste ovenrandafsluiten (rechterkast: RD-nr. 528925, linkerkast RD-nr.528926). 2. Opdat ze beter zouden passen werd de vorm van de oor-spronkelijke zwarte kasten aangepast. Ter onderscheidingzijn de nieuwe kasten nu in het wit onder hetzelfde RD-nr.verkrijgbaar.Noot!Af en toe treedt het probleem na herhaald gebruikof na langdurig grillen ook bij de nieuwe houders op.Door de uitzetting van de metalen afscherming vande oven drukt deze de schakelaarhouder uit zijn po-sitie. In dat geval moet de onderkant van de houder,die met de ovenafscherming in contact komt, doorafslijpen of afsnijden 2 mm worden ingekort.onder voorca. 2 mm

Servicehandboek 19Uitsluitend voor intern gebruikDeurjusteringDe deur moet parallel en in één lijn met het bedie-ningspaneel liggen. De afstand tussen deur enbedieningspaneel moet ca. 7 mm bedragen.Om problemen met de justering door het trans-port te vermijden wordt de deur in de fabriek metplakband aan de behuizing vastgeplakt zodat hetapparaat tegen sterke schokken is beschermd.Ook met ingehangen deur is een justering moge-lijk. Om de spanning van de deur te nemen, moetde scharnierhouder (RD-nr. 528895) worden los-gemaakt. Vervolgens moet de deur zo gejusteerdworden dat de afstand tussen deur en bedie- ningspaneel 7 mm bedraagt. Vervolgens deschroeven weer aanhalen. 6.4 Bedieningspaneel 1. Verwijder de 4 bevestigingsschroeven. 2. Maak de 4 clips eerst aan de onderste rand en daarna aan de bovenste rand los. 3.

Trek nu voorzichtig het bedieningspaneel uit en let vooral op de kabels en de elektronische compo-nenten. Waarschuwing! Na het uitnemen van het bedieningspaneel let u vooral op het binnenraam, datkan breken!7 mmscharnierhouderschroeven

Servicehandboek 21Uitsluitend voor intern gebruik 6.7 GrillDirecte toegang tot de grill krijgt men door hetbovenste deel van de behuizing te verwijderen.De grill is in de binnenruimte door een micro-golfbestendige dichting met 2 metalen onder-delen bevestigd: • bovenste bevestiging voor het fixeren vande grill en afscherming van de microgolven • middelste bevestiging ter afscherming vande microgolven en om een perfect elektrischcontact tussen grill en binnenruimte tegaranderen. 6.8 Het lampje vervangen Sluit de oven van het elektriciteitsnet af. 1. Schroef het glazen omhulsel (1) van het lampje los. 2. Verwijder het halogeenlampje (2). Opgelet! Het lampje kan zeer heet zijn. 3. Plaats een nieuw halogeenlampje van 12V / 10W. Opgelet! Raak het oppervlak van het lampjeniet rechtstreeks met de vingersaan want dat zou het lampje kun-nen beschadigen.

Volg de instruc-ties van de fabrikant van hetlampje op. 4. Schroef het glazen omhulsel vast (1). 5. Sluit de oven weer aan op het elektriciteitsnet LampenhoudersHet glazen omhulsel van de lamp (1) bevindt zich aan het plafond van het apparaat en kan voor dereiniging gemakkelijk weggenomen worden. Schroef dit daarvoor los en reinig het met water en afwas-middel. 1. Om de houder te vervangen, draait u de steunhaak. 2. Zet de houder correct in het plafond van de behuizing in en schroef hem weer vast. 3. Justeer daarna de pal.

22 ServicehandboekUitsluitend voor intern gebruik 7. Veiligheidsmaatregelen bij de foutopsporingVoor het verlaten van de fabriek werd elk apparaat zorgvuldig gecontroleerd. Dit neemt echter niet wegdat het correct geïnstalleerd en bediend moet worden. Ondanks alle veiligheidsmaatregelen hangt deveiligheid af van de correcte installatie, de correcte bediening en het onderhoud door de consument.Servicetechnici mogen in geen geval blootgesteld worden aan microgolven die van demagnetron of andere microgolfverwekkende componenten uitgestraald kunnen wordenals het apparaat niet juist is aangesloten of niet correct bediend wordt. Houd in elk gevalrekening met de „Veiligheidsinstructies voor microgolfenergie” op pagina 13.

Servicehandboek 23Uitsluitend voor intern gebruik 8. Dichtheitstest (lekdetectie) Onder de lekfactor verstaat men de ondanks intacte dichtingssystemen naar buiten ontsnappendemicrogolfenergie. Ze wordt met geschikte meettoestellen als energiedichtheid in een afstand van 5 cmgemeten. De maateenheid is mW/cm2. De grenswaarden voor de toegelaten meetwaarden evenals demeetvoorwaarden zijn in VDE-voorschrift 0700/deel 25 vastgelegd en zijn de volgende: 8.1 Buitengewone werking (leegloop) Microgolfvermogen: maximaal 1000 W Belading: zonder (leegloop) Max.

toegelaten waarde: 10 mW / cm² Meetafstand: 5 cm 8.2 Normale werking met belasting Instelling: maximale vermogensstand van het apparaat Belading: 275 cm3 water Toegelaten grenswaarde: 5 mW / cm2 Afstand: 5 cm Deze test dient na alle onderhoudswerkzaamheden aan deur, sluitsysteem, microschakelaars en mag-netron te worden uitgevoerd.Testuitrusting • 600 ml glas + microgolftestapparaatTestmethode 1. 250 ml water in het glas vullen en dit vervolgens in het midden van de magnetronoven plaatsen. 2. De magnetronoven inschakelen. Hiervoor maximaal vermogen op 5 minuten instellen. 3. De testsonde van het microgolftestapparaat verticaal boven de deurrand van de magnetronovenhouden en die zeer langzaam aftasten.De volgende elementen moeten op microgolfdichtheid worden gecontroleerd: • deur en bedieningspaneel • alle ventilatiespleten • alle felsen • lasnaad aan de onderkant • bodemplaatMethode: 1.

Open de deur zover dat de magnetron net niet wordt uitgeschakeld. 2. De afstand tussen deur en sonde mag niet minder dan 5 cm bedragen.De maximaal toelaatbare lekstraling bedraagt 4 mW / cm².

24 ServicehandboekUitsluitend voor intern gebruik 9. Uitgangsvermogen van de magnetron metenDe volgende methode geeft informatie over de werking van de magnetron, maar geeft geen pre-cieze meting van het microgolfvermogen weer. De testlast is een liter (1000 ml) water met een uitgangstemperatuur van 15 - 24 °C in een recipiënt meteen capaciteit van 1000 ml. Het gebruik van een andere hoeveelheid of ander materiaal kan tot anderetestresultaten leiden. Om het uitgangsvermogen te meten, wordt als volgt te werk gegaan: 1. Meet de spanning van de elektrische voeding en stel de spanning op de juiste waarde in. 2. Vergeet niet dat het testresultaat door de waarde van de voedingsspanning wordt beïnvloed. 3. Als de spanning te hoog of te laag is, is het testresultaat niet nauwkeurig. 4.

Plaats een recipiënt die precies 1000 ml water met een temperatuur van 15 - 24 °C bevat in hetmidden van de magnetronoven. 5. Gebruik een nauwkeurige thermometer om de exacte uitgangstemperatuur (T1) te meten. 6. Het apparaat 63 seconden op maximaal vermogen laten werken. 7. Na afloop van deze tijd het water snel omroeren en de definitieve watertemperatuur T2 aflezen. Hetverschil tussen de definitieve temperatuur T2 en de uitgangstemperatuur T1 is de temperatuurstij-ging. Resultaat: Het microgolfvermogen van het apparaat kan aan de hand van de volgende for-mule worden bepaald: P (W) = 70 x (T2 - T1)Als het vermogen meer dan 15 % van het nominale vermogen van de magnetronafwijkt, moet de hoogspanningscondensator en eventueel ook de magnetronworden vervangen.

Bepalen van het microgolfuitgangsvermogenHet uitgangsvermogen PAb wordt bepaald door een bepaalde waterhoeveelheid op te warmen (koudleidingwater). Benodigde hulpmiddelen: • 2 microgolfbestendige recipiënten met telkens een capaciteit van 1l. • 1 thermometer met dompelvoeler. Uitvoering: 1. Begintemperatuur bepalen (gemid-delde waarde) 2. Kooktijd 2 min. op maximumvermogen 3. Eindtemperatuur bepalen (gemiddelde waarde) 4.

Servicehandboek 25Uitsluitend voor intern gebruik 10. Oplossen van storingenStoring Oorzaak / Oplossing Het apparaat werkt niet. Controleer of • de stekker juist in het stopcontact zit; • de stroomtoevoer naar het apparaat ingeschakeld is; • de deur volledig gesloten is. Ze moet hoorbaar vastklikken; • er vreemde voorwerpen tussen deur en voorkant van debinnenruimte zitten. Er gebeurt niets, als de knoppen ingedrukt worden. Controleer ofde veiligheidsvergrendeling geactiveerd is (zie blz. 8). Condenswater op het kookvlak, bin-nen in het apparaat of rond de deur. • Als levensmiddelen bereid worden die water bevatten, ishet heel normaal dat de damp die in het apparaat wordtgevormd ontsnapt en condenswater in het interieur, op hetkookvlak of op het deurframe neerslaat. Vonkvorming in het apparaat.

• Bij de werkwijzen met microgolven en bij gecombineerdwerken het apparaat niet zonder levensmiddelen gebrui-ken. • Gebruik voor het koken met de genoemde werkwijzengeen metalen schotels en ook geen zakjes of verpakkingenmet metalen haakjes. Het eten wordt niet of niet voldoende warm. Controleer of: • u metalen onderdelen gebruikt hebt; • u een geschikte werkingsduur of vermogensstand gekozenhebt; • u een grotere of koudere voedingsmiddelenhoeveelheiddan gewoonlijk in het apparaat geplaatst hebt. Het voedsel is overmatig heet, uit-gedroogd of verbrand. Controleer of: • u een geschikte werkingsduur of vermogensstand gekozenhebt. Tijdens de werking zijn eigenaar-dige geluiden te horen. Controleer of: • er lichtbogen in het binnenste van het apparaat optreden,die door vreemde metalen voorwerpen veroorzaakt worden(zie soort servies, blz.

9); • het servies contact heeft met de wanden van het apparaat; • in het apparaat losse stokjes of lepels aanwezig zijn; • de hoogspanningsdiode defect is -> vervangen. Het apparaat functioneert, maar de binnenverlichting werkt niet. Indien alle functies correct werken, is de lamp waarschijnlijkdoorgebrand.

26Uitsluitend voor intern gebruik 10.1 Algemene fouten Foutbeschrijving Mog. foutoorzaken MHet apparaat functioneert, het draaiplateau draait echterniet. • Defect draaiplateau • Stekker niet ingestoken • Bedrading onderbroken • • •Het apparaat functioneert slechts ca. 2 minuten enschakelt dan uit. • Defecte ventilatiemotor • Ventilator geblokkeerd • Motorstekker niet juist ingestoken • • • De grill functioneert niet. • Kwartsverwarming van de grill gebroken • Thermostaat defect • Defecte bedrading • • • De ventilator functioneert niet. • Ventilatormotorcircuit onderbroken • Helix geblokkeerd • Defecte aansluitingen • • •

ServicehandboekUitsluitend voor intern gebruik Het draaiplateau functioneert niet. • Aansluiting defect • Defecte programmeur/timer • Defecte bedrading • Deursysteem wordt ingesteld • •O • • De verlichting functioneert niet. • Lamp doorgebrand • Defecte programmeur/timer • Deursysteem wordt ingesteld (lamp brandt voortdurend). •O • Foutbeschrijving Mog. foutoorzaken M

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Kuppersbusch EMWG 1050 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden