KTM RC 200 (2024) Handleiding

KTM Motor RC 200 (2024)

Bekijk gratis de handleiding van KTM RC 200 (2024) (125 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 12 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over KTM RC 200 (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/125
BEDIENINGSHANDLEIDING2024
RC200
Artikelnr.3214953nl

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: KTM
Categorie: Motor
Model: RC 200 (2024)

Handleiding KTM RC 200 (2024) – volledige tekst

BESTE KTM KLANT,*3214953nl*3214953nl28. 02. 2024BESTE KTM KLANT,Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw KTM-motorfiets. U bent nu in het bezit van een modern en sportiefvoertuig dat, mits goed onderhouden, u lang plezier zal schenken. We wensen u te allen tijde een goede en veilige reis toe. Vul hieronder het serienummers van uw voertuig in. Voertuigidentificatiennummer ( pag. 13) Stempel dealerMotornummer ( pag. 13)Sleutelnummer ( pag. 13)De bedieningshandleiding komt op het tijdstip van publicatie gaat overeen met de nieuwste stand van dezemodelserie. Kleine afwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling kunnen echter nietworden uitgesloten. Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend.

KTM Sportmotorcycle GmbH houdt zich het recht voor technischegegevens, prijzen, kleuren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingen en der-gelijke zonder voorafgaande aankondiging en zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder vergoeding teannuleren, deze aan te passen aan de plaatselijke situatie of de productie van een bepaald model zonder voor-afgaande aankondiging te beëindigen. KTM is niet aansprakelijk voor leveringsmogelijkheden, afwijkingen vanafbeeldingen en beschrijvingen, drukfouten en vergissingen. De afgebeelde modellen zijn voor een deel voorzienvan speciale uitrustingen die niet standaard bij de leveromvang horen.

© 2024 KTM Sportmotorcycle GmbH, Mattighofen OostenrijkAlle rechten voorbehoudenNadruk, ook gedeeltelijk, en vermenigvuldigingen van welke aard dan ook zijn uitsluitend toegestaan met schrifte-lijke toestemming van de auteur. ISO 9001(12 100 6061)KTM past kwaliteitsborgingsprocessen toe in de zin van de internationale kwaliteitsmanagement-norm ISO 9001 om een zo hoog mogelijke productkwaliteit te bereiken.

SYMBOLEN EN FORMATERINGEN 151.1 Gebruikte pictogrammenHieronder wordt het gebruik van bepaalde pictogrammen toegelicht.Kenmerkt een verwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt een onverwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt werkzaamheden die specialistische kennis en technisch inzicht vereisen. Laat dezewerkzaamheden voor uw eigen veiligheid uitvoeren in een geautoriseerde KTM-garage.

Daarwordt uw motorfiets door speciaal geschoolde vakkundige medewerkers met het benodigde spe-ciale gereedschap optimaal onderhouden.Kenmerkt de verwijzing naar een pagina (op de aangegeven pagina vindt u meer informatie).Kenmerkt een aanwijzing met verdere informatie of tips.Kenmerkt het resultaat uit een test-/controlestap.Kenmerkt het einde van een werkzaamheid, inclusief eventuele nabewerkingen.1.2 Gebruikte formatteringenHieronder worden de gebruikte letterformaten verklaard.Eigennaam Kenmerkt een eigennaam.Naam®Kenmerkt een beschermde naam.Merk™ Kenmerkt een merk in het handelsverkeer.Onderstreepte woorden Verwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vaktermendie in de begrippenlijst worden uitgelegd.

2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN62. 1 Gebruiksdefinitie - beoogd gebruikDit voertuig is zodanig ontworpen en gebouwd dat het gangbare belastingen bij normaal gebruik in het verkeerkan weerstaan. Dit voertuig is niet geschikt voor gebruik op racecircuits en niet-geasfalteerde wegen. InfoDit voertuig is alleen in de gehomologeerde uitvoering toegelaten voor het rijden op de openbare weg. 2. 2 Onjuist gebruikGebruik het voertuig uitsluitend op de beoogde wijze. Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal enmilieu. Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik. Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs‑ en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specifica-ties voor het toepassingsgebied. 2.

3 VeiligheidsaanwijzingenVoor een veilige omgang met het beschreven product dienen enkele veiligheidsaanwijzingen in acht te wordengenomen. Lees daarom deze handleiding en alle andere handleidingen in de omvang van de levering zorgvul-dig door. De veiligheidsaanwijzingen zijn geaccentueerd en met links gekoppeld aan de relevante plaatsen in detekst. InfoOp goed zichtbare plaatsen op het beschreven product zijn verschillende aanwijzings- en waarschuwings-stickers aangebracht. Geen stickers met aanwijzingen en waarschuwingen verwijderen. Als deze ontbrekenkunt u of andere personen de gevaren niet herkennen en daardoor letsel oplopen. 2. 4 Gevarenniveau en pictogrammenGevaarWaarschuwing voor een gevaar dat direct en met zekerheid overlijden of zwaar blijvend letsel tot gevolgheeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.

WaarschuwingWaarschuwing voor een gevaar dat waarschijnlijk overlijden of zwaar letsel tot gevolg heeft als u niet dejuiste voorzorgsmaatregelen neemt. VoorzichtigWaarschuwing voor een gevaar dat mogelijk licht letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaat-regelen neemt.

VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 272. 5 Waarschuwing voor manipulatiesHet is niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan de componenten van de geluidsdemping. De volgendemaatregelen of de realisatie van de betreffende toestanden zijn wettelijk verboden:1 Verwijderen of buiten werking stellen van systemen of componenten van een nieuw voertuig die de geluids-demping dienen voordat het wordt verkocht of geleverd aan de eindklant of tijdens de gebruiksduur van hetvoertuig voor andere doeleinden dan voor service, reparatie of vervanging, evenals2 Gebruik van het voertuig nadat een dergelijk systeem of een dergelijke component verwijderd of buiten wer-king is gesteld. Voorbeelden van wettelijk verboden manipulaties:1 Verwijderen of doorboren van einddempers, geluidsdempers, bochtstukken of andere componenten die uitlaat-gassen geleiden. 2 Verwijderen of doorboren van delen van het inlaatsysteem.

3 Gebruik in niet-correcte onderhoudstoestand. 4 Vervangen van bewegende onderdelen van het voertuig, onderdelen van het uitlaatsysteem of onderdelen vanhet inlaatsysteem door onderdelen die niet door de fabrikant zijn toegelaten. 2. 6 Veilig gebruikGevaarGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zich-zelf en voor anderen. – Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. – Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. GevaarGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolghebben. – Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie. – Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.

– Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als dezevoertuigcomponenten zijn afgekoeld. – Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. Het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de boogde wijze, en veiligheids- en milieubewust gebruiken. Voor het wegverkeer is het juiste rijbewijs vereist. Storingen, die de veiligheid beperken, onmiddellijk in een geautoriseerde KTM-garage laten verhelpen. De op het voertuig aangebrachte stickers met aanwijzingen en waarschuwingen in acht nemen.

2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN82. 7 Beschermende kledingWaarschuwingGevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico. – Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmedebroek en jas met bescherming. – Draag altijd beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijkevoorschriften. Voor uw eigen veiligheid adviseert KTM om het voertuig uitsluitend te gebruiken met geschikte, beschermendekleding. 2. 8 WerkinstructiesVoor zover niet anders aangegeven moet bij alle werkzaamheden het contact zijn uitgeschakeld (modellen metcontactslot, modellen met transpondersleutel) resp. de motor stilstaan (modellen zonder contactslot of transpon-dersleutel). Voor enkele werkzaamheden zijn hulpgereedschappen vereist.

Indien dit speciale gereedschap niet bij de leveringvan het voertuig is inbegrepen, kan het speciale gereedschap worden besteld onder het opgegeven artikelnummer. Voorbeeld: lagertrekker (15112017000)Tenzij anders vermeld gelden de normale voorwaarden voor alle werkzaamheden en beschrijvingen. Omgevingstemperatuur 20 °COmgevingsluchtdruk 1. 013 mbarRelatieve luchtvochtigheid 60 ± 5 %Onderdelen die niet kunnen worden hergebruikt (bijvoorbeeld zelfborgende schroeven en moeren, expansieschroe-ven, afdichtingen, dichtringen, keerringen, splitpennen, borgplaten) tijdens de montage door nieuwe onderdelenvervangen. Voor enkele schroefverbindingen is schroefborging (bijvoorbeeld Loctite®) vereist. Specifieke aanwijzingen van defabrikant bij het gebruik in acht nemen. Als er op een nieuw onderdeel reeds schroefborgmiddel (bijv. Precote®) is aangebracht, geen extra borgmiddelaanbrengen.

Onderdelen die na de demontage worden hergebruikt, reinigen en controleren op beschadiging en slijtage. Beschadigde of versleten onderdelen vervangen. In het werkbereik op reinheid letten en componenten eventueel al voor het demonteren reinigen.

Binnendringendvuil kan leiden tot verhoogde slijtage en gevolgschade. Na een reparatie of servicebeurt controleren of het voertuig verkeersveilig is. 2. 9 MilieuDoor op een verantwoorde manier met uw motorfiets om te gaan kunt u ervoor zorgen dat er geen problemen enconflicten ontstaan. Om de toekomst van de motorsport veilig te stellen mag u de motorfiets alleen legaal gebrui-ken, dient u milieubewust te handelen en de rechten van anderen te respecteren. Houdt u zich bij het afvoeren van oude olie, andere verbruiks- en hulpstoffen en oude onderdelen aan de gel-dende wet- en regelgeving in het betreffende land. Omdat motorfietsen niet onder de EU-richtlijn voor de afdanking van oude voertuigen vallen bestaat er geen wet-telijke regeling voor het afdanken van een oude motorfiets. Uw geautoriseerde KTM-dealer is u graag van dienst.

VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 292.10 BedieningshandleidingLees deze bedieningshandleiding zorgvuldig en volledig door, voordat u voor het eerst met de motorfiets gaat rij-den. In de bedieningshandleiding vindt u veel informatie en tips die bediening, gebruik en service eenvoudigermaken. Alleen zo komt u te weten hoe u het voertuig het beste afstelt op uw situatie en hoe u zich tegen letselkunt beschermen.TipBewaar deze bedieningshandleiding op uw eindapparaat, zodat deze altijd kan worden nagelezen.Neem contact op met een geautoriseerde KTM-dealer wanneer u meer over het voertuig wilt weten of wanneertijdens het lezen iets niet duidelijk is.De bedieningshandleiding is een belangrijk deel van het voertuig.

Bij verkoop moet de bedieningshandleidingdoor de nieuwe eigenaar opnieuw worden gedownload.De bedieningshandleiding kan via de QR-code of de link op het leveringscertificaat meerdere keren wordengedownload.De bedieningshandleiding is bovendien als download op uw geautoriseerde KTM Motorcycles-dealer en op deKTM Motorcycles-website beschikbaar. Via uw gecertificeerde KTM‑dealer kan ook een afgedrukt exemplaar wor-den besteld.Internationale KTM‑website: KTM.COM

3 BELANGRIJKE AANWIJZINGEN103. 1 Fabrieksgarantie, garantieDe in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door een geautoriseerde KTM-garageworden uitgevoerd en moeten in de elektronische servicegegevens worden bevestigd, omdat anders de garantievolledig vervalt. Bij schade of gevolgschade die door manipulaties en/of wijzigingen aan het voertuig is veroor-zaakt, bestaat er geen aanspraak op garantie. 3. 2 Bedrijfsmiddelen, hulpstoffenAanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu. – Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen. Bedrijfsmiddelen en hulpstoffen volgens de bedieningshandleiding en specificaties gebruiken. 3.

3 Reserveonderdelen, technisch toebehorenGebruik voor uw eigen veiligheid alleen reserveonderdelen en toebehoren die door KTM zijn vrijgegeven en/of aan-bevolen en laat deze alleen in een geautoriseerde KTM-garage monteren. Voor andere producten en daardoor ver-oorzaakte schade is KTM niet aansprakelijk. Enkele reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de betreffende beschrijvingen tussen haakjes aangegeven. Uwgeautoriseerde KTM-dealer adviseert u graag. De actuele KTM PowerParts voor uw voertuig vindt u op de KTM-website. Internationale KTM‑website: KTM. COM3. 4 ServiceVoorwaarde voor een storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan de in debedieningshandleiding genoemde service, onderhouds- en afstelwerkzaamheden aan de motor en het chassis. Door een onjuist afgesteld chassis kunnen chassiscomponenten beschadigen of afbreken.

Daarom kan het nodig zijn om voor elke rit of het ver-vangen van onderdelen de onderdelen al voor het bereiken van het volgende service-interval te controleren of tevervangen. Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen. De inachtnemingdaarvan draagt in belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets. Bij de intervallen gebaseerd op tijd of kilometerstand is het interval dat als eerste komt doorslaggevend. 3. 5 AfbeeldingenDe in de handleiding weergegeven afbeeldingen tonen deels speciale uitrustingen. Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Voor debetreffende beschrijving is het echter niet altijd noodzakelijk dat deze onderdelen worden gedemonteerd. Houdt uzich aan de aanwijzingen in de tekst. 3.

SERIENUMMERS 5135.1 Voertuigidentificatiennummer402174-10Het voertuigidentificatienummer1is in het frame rechts achterde bedieningskop gegraveerd.5.2 TypeplaatjeH01135-10Het typeplaatje1bevindt zich rechts aan het frame.5.3 Motornummer402486-10Het motornummer1is aan de linker kant van de motor onderhet ketting-aandrijfwiel gegraveerd.5.4 Sleutelnummer402245-10Sleutelnummer1staat op de KEYCODECARD.InfoVoor de bestelling van een reservesleutel is het sleutelnum-mer nodig. KEYCODECARD op een veilige plaats bewaren.Als nog minstens een contactsleutel aanwezig is, kan eenreservesleutel worden gemaakt. Als er geen contactsleutelmeer aanwezig is, moet het complete slotsysteem wordenvervangen.

6 BEDIENINGSELEMENTEN146.1 KoppelingshendelS01645-10De koppelingshendel1is aan de linkerkant van het stuur aange-bracht.6.2 RemhendelS01648-10De remhendel1is aan de rechterkant van het stuuraangebracht.De voorwielrem wordt geschakeld met de remhendel.6.3 GashendelS01648-11De gashendel1is aan de rechterkant van het stuur aangebracht.6.4 ClaxonknopS01646-10De claxonknop1is links aan het stuur aangebracht.Mogelijke toestanden• Claxonknopin de uitgangspositie• Claxonknop ingedrukt – In deze stand wordt de claxonbediend.

BEDIENINGSELEMENTEN 6156.5 LichtschakelaarS01646-11De lichtschakelaar1is links op het stuur aangebracht.Mogelijke toestandenDimlicht aan – Lichtschakelaar is omlaag gezwenkt. Indeze stand zijn het dimlicht en het achterlicht inge-schakeld.Groot licht aan – Lichtschakelaar naar boven gescha-keld. In deze stand zijn het groot licht en het achter-licht ingeschakeld.6.6 SeinlichtschakelaarS01647-10Het seinlichtschakelaar1is links aan het stuur aangebracht.Mogelijke toestanden• Seinlichtschakelaar in uitgangspositie• Seinlichtschakelaar ingedrukt – In deze stand wordt het sein-licht (groot licht) gebruikt.6.7 RichtingaanwijzerschakelaarS01646-12De richtingaanwijzerschakelaar1is links aan het stuur aange-bracht.Mogelijke toestandenRichtingaanwijzer uit – Richtingaanwijzerschakelaarnaar het schakelaarhuis geduwd.Richtingaanwijzer links aan – Richtingaanwijzerscha-kelaar naar links geschakeld.

De richtingaanwijzer-schakelaar springt na het schakelen terug in de mid-delste stand.Richtingaanwijzer rechts aan – Richtingaanwijzerscha-kelaar naar rechts geschakeld. De richtingaanwijzer-schakelaar springt na het schakelen terug in de mid-delste stand.6.8 NoodstopschakelaarS01649-10De noodstopschakelaar1is aan de rechterkant van het stuuraangebracht.Mogelijke toestandenNoodstopschakelaar uit – In deze stand is het ontste-kingscircuit onderbroken. Een draaiende motor scha-kelt uit en een stilstaande motor schakelt niet wordengestart.Noodstopschakelaar aan – Deze stand is nodig voorhet rijden. Het ontstekingscircuit is gesloten.

6 BEDIENINGSELEMENTEN166.9 StartknopS01649-11De startknop1is aan de rechterkant van het stuur aangebracht.Mogelijke toestanden• Startknop in de uitgangspositie• Startknop ingedrukt – In deze stand wordt de startmotorgeactiveerd.6.10 Contact- en stuurslotV02508-01Het contact- en stuurslot bevindt zich op de bovenste kroonplaat.Mogelijke toestandenContact uitgeschakeld OFF – In deze stand is het ont-stekingscircuit onderbroken. Een draaiende motorschakelt uit en een stilstaande motor schakelt nietin. De contactsleutel kan eruit worden getrokken.Contact ingeschakeld ON – In deze stand is hetontstekingscircuit gesloten en kan de motor wordengestart.Stuur geblokkeerd – In deze stand is het ontstekings-circuit onderbroken en het stuur geblokkeerd.

De con-tactsleutel kan eruit worden getrokken.6.11 Stuur vergrendelenAanwijzingGevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen of omvallen.– Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.400732-01– Voertuig parkeren.– Het stuur helemaal naar links draaien.– Contactsleutel in het contact- en stuurslot steken, indrukkenen naar links draaien. Contactsleutel eruit trekken.Het stuur kan niet meer worden bewogen.

Contactsleutel eruit trekken.Het stuur kan weer worden bewogen.6.13 Tankdop openenGevaarGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.– Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.– Zet de motor uit, als u brandstof tankt.– Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.– Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.– Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.WaarschuwingGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.– Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.– Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.– Adem geen brandstofdampen in.– Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.– Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, alsbrandstof in de ogen zijn gekomen.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.– Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en buiten het bereik van kinderen.AanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.– Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.V02509-10–Afdekking1op de brandstoftankdop omhoogklappen en con-tactsleutel in het slot steken.AanwijzingGevaar voor beschadiging De contactsleutel kan bij overbelas-ting afbreken.Beschadigde contactsleutels moeten worden vervangen.– Op de brandstoftankdop drukken om de contactsleutel teontlasten.– Contactsleutel 90° met de klok mee draaien.– Brandstoftankdop omhoogklappen.

6 BEDIENINGSELEMENTEN186.14 Tankdop sluitenV02510-01WaarschuwingGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar enschadelijk voor de gezondheid.–De brandstoftankdop na het sluiten op correctevergrendeling controleren.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.– Bij contact met de huid desbetreffende plekonmiddellijk met veel water afspoelen.– Tankdop dichtklappen.– Contactsleutel 90° met de klok mee draaien.– Brandstoftankdop indrukken en contactsleutel tegen de klok indraaien tot het tankdop-slot sluit.– Contactsleutel eruit trekken en afdekking neerklappen.6.15 ZadelslotV02491-01Het zadelslot1bevindt zich achter het bestuurderszadel.Het zadelslot kan met de contactsleutel ontgrendeld worden.6.16 BoordgereedschapV02511-10Het boordgereedschap1bevindt zich in het opbergvak onder hetzadel.

BEDIENINGSELEMENTEN 6196.17 RiemV02551-10De bijrijder kan zich tijdens het rijden aan de riem1vasthou-den.6.18 Voetsteun passagierV02512-01De voetsteunen voor de passagier kunnen worden ingeklapt.Mogelijke toestanden• Voetsteun passagier ingeklapt – Voor het rijden zonder passa-gier.• Voetsteun passagier uitgeklapt – Voor het rijden met passa-gier.6.19 Versnellingshendel401950-10De versnellingshendel1is aan de linkerkant van de motorgemonteerd.401950-11De positie van de versnellingen kan worden afgelezen op deafbeelding.De neutrale of vrije stand bevindt zich tussen de 1e en 2e versnel-ling.

6 BEDIENINGSELEMENTEN206.20 Rempedaal402177-10Het rempedaal1bevindt zich voor de rechter voetsteun.De achterwielrem wordt geschakeld met het rempedaal.6.21 Zijstandaard402029-10De zijstandaard1bevindt zich aan de linker voertuigzijde.De zijstandaard wordt gebruikt voor het parkeren van de motor-fiets.InfoTijdens het rijden moet de zijstandaard opgeklapt zijn.De zijstandaard is gekoppeld aan het veiligheidsstartsys-teem. Lees de rij-instructies.Mogelijke toestanden• Zijstandaard uitgeklapt – Het voertuig kan op de zijstandaardworden neergezet. Het veiligheidsstartsysteem is actief.• Zijstandaard ingeklapt – Deze stand is altijd nodig als u gaatrijden. Het veiligheidsstartsysteem is niet actief.

27)7.2 Activering en testE01441-01ActiveringHet gecombineerde instrument wordt ingeschakeld met het con-tact.InfoDe helderheid van de indicaties wordt geregeld door eenomgevingslichtsensor in het gecombineerde instrument.TestBij het inschakelen van het contact lichten alle controlelampjesbehalve het controlelampje voor de richtingaanwijzer kort op.De segmenten van de toerenteller, de temperatuur en de brand-stofindicatie gaan één voor één aan en dan weer uit.De versnellingsindicatie telt van 0 tot 6 en vervolgens weer terug.De snelheidsindicatie telt van 0 tot 299 en vervolgens weer terug.De overige indicatiesegmenten van het display gaan kort branden.Op het display verschijnen de letters READY TO >> RACE.InfoHet ABS-waarschuwingslampje brandt tot een snelheid vanca. 6 km/h (ca.

4 mph) of meer is bereikt.Als de afstand tot de volgende service bij 0 km isaangekomen, verschijnt op het display de waarschuwingService Reset.7.3 WaarschuwingenInfoAlle actuele waarschuwingen worden in de weergave Infoweergegeven tot ze niet meer actief zijn.Zodra een fout optreedt, branden de desbetreffende contro-lelampjes.Zodra meerdere waarschuwingen voor de bedrijfsveiligheidzijn herkend, knippert ook de algemene waarschuwings-lamp .

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT22A00922-10Wanneer er een fout in de CAN‑bus is opgetreden, kunnen ver-schillende waarschuwingen op het display verschijnen:Er kunnen ABS Failure en ECU Failure optreden.E01447-01Transport Lock verschijnt op het display als de transportmodus isgeactiveerd.Side Stand verschijnt op het display als de zijstandaard is uitge-klapt.E01447-02Kill Switch verschijnt op het display als de noodstopschakelaar isbediend.ABS Failure verschijnt op het display als de ABS niet meer actiefis.E01447-03Low Oil Pressure verschijnt op het display als de oliedruk te laag is.Low Battery verschijnt op het display als de accuspanning onder deaangegeven waarde valt.Accuspanning ≤ 10,5 VE01447-05Coolant Temperature Sensor Failure verschijnt op het display als detemperatuursensor van het koelmiddel defect is.High Coolant Temperature verschijnt op het display als de koelmid-deltemperatuur tot boven de aangegeven waarde stijgt.Koelmiddeltempera-tuur> 110 °C

GECOMBINEERD INSTRUMENT 723E01447-06Fuel Level Sensor Failure verschijnt op het display als de brandstof-peilsensor defect is.Low Fuel verschijnt op het display als het brandstofpeil de reserve-markering heeft bereikt.7.4 ControlelampjesE01444-01De controlelampjes geven extra informatie over de toestand van de motorfiets.Bij het inschakelen van het contact lichten alle controlelampjes behalve het controlelampje voor de richtingaan-wijzer kort op.Zodra een waarschuwing voor de bedrijfsveiligheid is herkend, brandt ook de algemene waarschuwingslamp .InfoHet controlelampje storing brandt altijd, zolang de motor niet draait. Als de motor draait en het contro-lelampje storing brandt, volgens de verkeersregels stoppen en contact opnemen met een geautoriseerdeKTM-garage.Het ABS-waarschuwingslampje brandt tot een snelheid van ca. 6 km/h (ca.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT24Schakelindicator brandt/knippert rood – De schakelindicator knippert rood wanneer het inge-stelde schakeltoerental Flashes werd bereikt. De schakelindicator blijft rood branden wanneerhet ingestelde schakeltoerental Lights Up werd bereikt.Controlelampje stationair brandt groen – Versnelling is in positie vrij geschakeld.Controlelampje groot licht brandt blauw – Groot licht is ingeschakeld.Algemeen waarschuwingslampje knippert geel – Een aanwijzing/waarschuwing voor de veilig-heid is gedetecteerd. Dit wordt ook op het display weergegeven.ABS-waarschuwingslampje brandt geel – Status- of foutmelding bij het ABS.Waarschuwingslampje oliedruk brandt rood – Oliedruk is te laag.

Onmiddellijk veilig stoppenen de motor afzetten.7.5 SchakelindicatorE01443-10De schakelindicator1bevindt zich rechtsboven op het gecombi-neerde instrument.Tijdens de inrijperiode (tot 1000 km/621 mijlen) kunnen de waar-den voor Flashes en Lights Up niet worden versteld. Bij Flashesknippert de schakelindicator rood en bij Lights Up brandt de scha-kelindicator rood.InfoIn de 6e versnelling is de schakelindicator bij warme motorna de eerste service gedeactiveerd.Koelmiddeltempera-tuur≤ 35 °CODO 35 °CODO > 1.000 kmFlashes Schakelindi-catorknippertLights Up Schakelin-dicatorbrandt7.6 VersnellingsindicatieE01445-10De actuele versnelling wordt in het gedeelte1van het displayweergegeven.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 7257.7 DisplayA00929-10De tijd wordt in het gedeelte1aangegeven.De toerentalmeter2geeft het motortoerental in toeren per minuut aan.De versnellingsindicatie3geeft de met de versnellingsbak geschakelde versnelling aan.Het display4geeft de actuele weergavemodus weer.De ODO-weergave5geeft de som van de afgelegde afstand in kilometers of mijlen weer.6: eenheid voor de ODO-weergave.7: eenheid voor de snelheidsindicator.De snelheid8wordt aangegeven in kilometer per uur km/h of in mijl per uur mph.Het display9geeft aanvullende informatie over de geselecteerde weergavemodus weer.De koelmiddeltemperatuur wordt in het gedeeltebkaangegeven.De inhoud van de brandstoftank wordt in het gedeelteblweergegeven.InfoDe tijd moet worden ingesteld als de 12V-accu losgekoppeld is geweest van het voertuig of als de zekeringeruit is gehaald.De helderheid van de indicaties wordt geregeld door een omgevingslichtsensor in het gecombineerdeinstrument.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT267.8 BrandstofpeilweergaveE01448-10De inhoud van de brandstoftank wordt in het bereik1van hetdisplay weergegeven.De weergave van het brandstofpeil bestaat uit balkjes.

Hoe meerbalkjes er branden, hoe meer brandstof zich in de brandstoftankbevindt.InfoAls de brandstofvoorraad bijna is verbruikt, knippert hetlaatste balkje van de brandstofweergave en verschijntbovendien de waarschuwing Low Fuel Level op het display.Om voortdurend schommelen van de weergave tijdens hetrijden te vermijden, wordt het brandstofpeil iets vertraagdweergegeven.Als de zijstandaard is uitgeklapt of als de noodstopschake-laar is uitgeschakeld, wordt de brandstofpeilweergave nietgeactualiseerd.Als het gecombineerde instrument geen signaalvan de brandstofpeilsensor ontvangt, verschijnt dewaarschuwing Fuel Level Sensor Failure.7.9 Weergave van de koelmiddeltemperatuurE01448-11De koelmiddeltemperatuur wordt in het bereik1van het displayweergegeven.De weergave van de koelmiddeltemperatuur bestaat uit balkjes.Hoe meer balkjes er branden, hoe warmer het koelmiddel.AanwijzingMotorschade Bij oververhitting raakt de motor beschadigd.– Stop onmiddellijk volgens de verkeersregels en schakel demotor uit wanneer de waarschuwing voor de koelmiddeltem-peratuur verschijnt.– Laat de motor en het koelsysteem afkoelen.– Controleer resp.

corrigeer het koelmiddelpeil bij afgekoeldkoelsysteem.InfoAls alle balkjes branden, verschijnt er op het display boven-dien de waarschuwing High Coolant Temperature.Als het koelsysteem oververhit raakt, wordt het maximalemotortoerental begrensd.Mogelijke toestanden• Motor koud – Tot drie balkjes branden.• Motor warm – Vier tot zes balkjes branden.• Motor heet – Zeven tot acht balkjes branden.• Motor zeer heet – Alle acht balkjes knipperen.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 7277.10 FunctietoetsenE01445-11Met de SET‑knop1wisselt u tussen de weergavemodi.Mogelijke weergavemodi zijn ABS Modus, Info, afgelegdeafstand 1 (TRIP 1) en afgelegde afstand 2 (TRIP 2).Met de SCROLL‑knop2wisselt u tussen de menu’s binnen eenweergavemodus.7.11 ODO‑weergaveE01445-12De afgelegde totale afstand ODO wordt weergegeven in hetbereik1van het display.InfoDeze waarde blijft ook opgeslagen als de 12V-accu van hetvoertuig losgekoppeld wordt en/of de zekering is gesmolten.7.12 ABS‑weergaveA00923-10Voorwaarden• De motorfiets staat stil.– SET‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie ABS op hetdisplay verschijnt.ABS toont de geselecteerde ABS-modus.InfoKort indrukken van de SET‑knop wisselt naar de volgendeweergavemodus op het display.7.13 Info‑weergaveA00923-11– SET‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie Info op hetdisplay verschijnt.Info geeft opgetreden meldingen of waarschuwingen weer.InfoDe Info‑aanduiding wordt alleen weergegeven als er eenmelding of waarschuwing aanwezig is.De opgetreden waarschuwingen worden in de weergave Infoopgeslagen tot ze niet meer actief zijn.Alle opgetreden waarschuwingen worden in de weergaveInfo na elkaar automatisch weergegeven.Kort indrukken van de SCROLL‑knop wisselt naar de vol-gende waarschuwing op het display.Kort indrukken van de SET‑knop wisselt naar de volgendeweergavemodus op het display.

TRIP 1 looptaltijd mee tot 999.9.Kort indrukken van de SCROLL‑knop wisselt naar het vol-gende menu op het display.Kort indrukken van de SET‑knop wisselt naar de volgendeweergavemodus op het display.7.14.1 Time Trip 1E01449-01– SET‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 1 op hetdisplay verschijnt.– SCROLL-knop meerdere keren kort indrukken totdat hetgewenste menu op het display verschijnt.In dit menu wordt de rijtijd 1 op basis van TRIP 1 weergegeven.SCROLL-knopkort indruk-ken.Volgend menu op het displaySET knop5 secondeningedrukthouden.Indicatie TRIP 1 wordt geresetSET-knop kortindrukken.Volgende weergavemodus op het display7.14.2 Average Speed Trip1A00924-10– SET‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 1 op hetdisplay verschijnt.– SCROLL-knop meerdere keren kort indrukken totdat hetgewenste menu op het display verschijnt.In dit menu wordt de gemiddelde snelheid 1 op basis van TRIP 1weergegeven.SCROLL-knopkort indruk-ken.Volgend menu op het displaySET knop5 secondeningedrukthouden.Indicatie TRIP 1 wordt geresetSET-knop kortindrukken.Volgende weergavemodus op het display

GECOMBINEERD INSTRUMENT 7297.14.3 Avg Fuel Cons 1A00925-10– SET‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 1 op hetdisplay verschijnt.– SCROLL-knop meerdere keren kort indrukken totdat hetgewenste menu op het display verschijnt.In dit menu wordt het gemiddelde verbruik 1 op basis van TRIP 1weergegeven.SCROLL-knopkort indruk-ken.Volgend menu op het displaySET knop5 secondeningedrukthouden.Indicatie TRIP 1 wordt geresetSET-knop kortindrukken.Volgende weergavemodus op het display7.14.4 Fuel RangeE01451-01– SET‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 1 op hetdisplay verschijnt.– SCROLL-knop meerdere keren kort indrukken totdat hetgewenste menu op het display verschijnt.De Fuel Range-weergave is in de TRIP 1‑weergave en deTRIP 2‑weergave identiek.In dit menu wordt de reikwijdte weergegeven.InfoDe reikwijdte is afhankelijk van het gemiddelde verbruik ende hoeveelheid brandstof in de brandstoftank.Het bereik wordt na het inschakelen van het contact weer-gegeven.Het minimaal weergegeven bereik bedraagt 10 kilometer(10 mijl).SCROLL-knopkort indruk-ken.Volgend menu op het displaySET-knop kortindrukken.Volgende weergavemodus op het display7.15 TRIP 2‑weergaveE01451-10SET‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 2 op het dis-play verschijnt.InfoTRIP 2 geeft de gereden afstand sinds de laatste reset aan,bijvoorbeeld de afstand tussen twee tankstops.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT307.15.1 Time Trip 2E01451-02– SET‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 2 op hetdisplay verschijnt.– SCROLL-knop meerdere keren kort indrukken totdat hetgewenste menu op het display verschijnt.In dit menu wordt de rijtijd 2 op basis van TRIP 2 weergegeven.SCROLL-knopkort indruk-ken.Volgend menu op het displaySET knop5 secondeningedrukthouden.Indicatie TRIP 2 wordt geresetSET-knop kortindrukken.Volgende weergavemodus op het display7.15.2 Average Speed Trip2A00926-10– SET‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 2 op hetdisplay verschijnt.– SCROLL-knop meerdere keren kort indrukken totdat hetgewenste menu op het display verschijnt.In dit menu wordt de gemiddelde snelheid 2 op basis van TRIP 2weergegeven.SCROLL-knopkort indruk-ken.Volgend menu op het displaySET knop5 secondeningedrukthouden.Indicatie TRIP 2 wordt geresetSET-knop kortindrukken.Volgende weergavemodus op het display7.15.3 Avg Fuel Cons 2A00927-10– SET‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 2 op hetdisplay verschijnt.– SCROLL-knop meerdere keren kort indrukken totdat hetgewenste menu op het display verschijnt.In dit menu wordt het gemiddelde verbruik 2 op basis van TRIP 2weergegeven.SCROLL-knopkort indruk-ken.Volgend menu op het displaySET knop5 secondeningedrukthouden.Indicatie TRIP 2 wordt geresetSET-knop kortindrukken.Volgende weergavemodus op het display

GECOMBINEERD INSTRUMENT 7317.15.4 Fuel RangeE01451-05– SET‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 2 op hetdisplay verschijnt.– SCROLL-knop meerdere keren kort indrukken totdat hetgewenste menu op het display verschijnt.De Fuel Range-weergave is in de TRIP 1‑weergave en deTRIP 2‑weergave identiek.In dit menu wordt de reikwijdte weergegeven.InfoDe reikwijdte is afhankelijk van het gemiddelde verbruik ende hoeveelheid brandstof in de brandstoftank.De reikwijdte wordt na het inschakelen van het contact pasna enkele 100 meter aangegeven.Het minimaal weergegeven bereik bedraagt 10 kilometer(10 mijl).SCROLL-knopkort indruk-ken.Volgend menu op het displaySET-knop kortindrukken.Volgende weergavemodus op het display7.16 ABS‑modus instellenVoorwaardenDe motorfiets staat stil.– SET‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie ABS op hetdisplay verschijnt.A00930-10ABS-modus wisselen– SCROLL-knop ingedrukt houden.De melding Keep Pressed verschijnt op het display.– Zodra de melding Release Button op het display verschijnt,de SCROLL-knop loslaten.De nu actieve ABS-modus wordt op het display weer-gegeven.InfoTijdens de selectie geen gas geven.Als de ABS-omschakeling niet succesvol was, blijftde eerder ingestelde ABS-modus actief.Knipperen van de ABS-modus geeft aan, dat deweergegeven ABS-modus wegens een fout niet metde daadwerkelijke ABS-modus overeenkomt.Als de ABS‑modus ROAD actief is, regelt het ABSaan beide wielen.Als de ABS‑modus SUPERMOTO actief is, regelt hetABS alleen aan het voorwiel.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT327.17 Eenheden instellenInfoLandspecifieke instelling aanpassen.Als de eenheid wordt gewijzigd, blijft de waarde ODO bewaard en wordt dienovereenkomstig omgerekend.VoorwaardenDe motorfiets staat stil.A00931-10– SCROLL knop 3 seconden ingedrukt houden.De menuweergave verschijnt.– SCROLL-knop zo vaak kort indrukken tot het menu Set Units ophet display verschijnt.– SET-knop kort indrukken om het Set Units-menu te openen.De weergave Set Distance verschijnt.A00932-10Eenheden instellen– SCROLL‑knop kort indrukken om tussen km en mile te scha-kelen.– SET-knop kort indrukken om de geselecteerde eenheid tebevestigen.De weergave Set Fuel verschijnt.– SCROLL‑knop kort indrukken om tussen l/100km, km/l,l/100miles, miles/l, miles/USga, miles/UKga, USga/100mi enUKga/100mi te schakelen.– SET-knop kort indrukken om de geselecteerde weergave-eenheid te bevestigen.Het Set Units-menu verschijnt.InfoAls eenheid van lengte kan km of mile worden inge-steld.Het brandstofverbruik kan in l/100km, km/l,l/100miles, miles/l, miles/USga, miles/UKga,USga/100mi of UKga/100mi worden ingesteld.– SCROLL-knop zo vaak kort indrukken tot ExitMenu op hetdisplay verschijnt.– SET-knop kort indrukken om het menu te verlaten.De laatste geselecteerde weergave verschijnt op hetdisplay.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 7337.18 Tijd instellenVoorwaardenDe motorfiets staat stil.A00933-10– SCROLL knop 3 seconden ingedrukt houden.De menuweergave verschijnt.– SCROLL-knop zo vaak kort indrukken tot het menu Set Clock ophet display verschijnt.– SET-knop kort indrukken om het Set Clock-menu te openen.De weergave Set Hour verschijnt.A00934-10Tijd instellen– SCROLL-knop meerdere keren kort indrukken tot degewenste uurwaarde wordt weergegeven.– SET-knop kort indrukken.De weergave Set Minute verschijnt.– SCROLL-knop meerdere keren kort indrukken tot degewenste minutenwaarde wordt weergegeven.– SET-knop kort indrukken.Het Set Clock-menu verschijnt.– SCROLL-knop zo vaak kort indrukken tot ExitMenu op hetdisplay verschijnt.– SET-knop kort indrukken om het menu te verlaten.De laatste geselecteerde weergave verschijnt op hetdisplay.7.19 Schakelindicator instellenVoorwaardenDe motorfiets staat stil.A00935-10– SCROLL knop 3 seconden ingedrukt houden.De menuweergave verschijnt.– SCROLL-knop zo vaak kort indrukken tot hetmenu Set Shift Light op het display verschijnt.– SET-knop kort indrukken om het Set Shift Light-menu te ope-nen.De weergave Flashes verschijnt.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT34A00936-10Flashes en Lights Up instellen– SCROLL-knop meerdere keren kort indrukken tot degewenste toerentalwaarde voor Flashes wordt weergegeven.InfoHet toerental kan in stappen van 250 worden inge-steld.Flashes is het toerental vanaf het moment dat deschakelindicator actief is en rood knippert.– SET-knop kort indrukken.De weergave Lights Up verschijnt.– SCROLL-knop meerdere keren kort indrukken totde gewenste toerentalwaarde voor Lights Up wordtweergegeven.InfoHet toerental kan in stappen van 250 worden inge-steld.Lights Up is het toerental vanaf het moment dat deschakelindicator rood brandt.– SET-knop kort indrukken.Het Set Shift Light-menu verschijnt.– SCROLL-knop zo vaak kort indrukken tot ExitMenu op hetdisplay verschijnt.– SET-knop kort indrukken om het menu te verlaten.De laatste geselecteerde weergave verschijnt op hetdisplay.

INBEDRIJFSTELLING 8358. 1 Aanwijzingen voor eerste inbedrijfstellingGevaarGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zich-zelf en voor anderen. – Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. – Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. WaarschuwingGevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico. – Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmedebroek en jas met bescherming. – Draag altijd beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijkevoorschriften. WaarschuwingGevaar voor vallen Verschillende profielen van voor- en achterwiel beïnvloeden het rijgedrag.

Verschillende profielen kunnen de controle over het voertuig aanzienlijk moeilijker maken. – Zorg ervoor dat voor- en achterwiel steeds van banden met hetzelfde profiel zijn voorzien. WaarschuwingGevaar voor ongevallen Niet-vrijgegeven of aanbevolen banden en wielen bemoeilijken het rijgedrag. – Gebruik alleen door KTM vrijgegeven en aanbevolen banden en wielen met de juiste snelheidsindex. WaarschuwingGevaar voor ongevallen Nieuwe banden hebben minder grip. Bij nieuwe banden is het loopvlak nog niet opgeruwd. – Rijd nieuwe banden in met een rustige rijstijl en vergroot de hellingshoek van de motorfiets geleide-lijk. Inrijdafstand 200 kmInfoHoud er bij het gebruik van het voertuig rekening mee dat andere mensen last kunnen hebben van over-matig lawaai. – Controleren of de werkzaamheden van de controle voor de verkoop zijn uitgevoerd door een geautoriseerdeKTM-garage.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met KTM RC 200 (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden